Vertalingen zoemen NL>DE
zoemen
werkw.
| Uitspraak: | [ˈzumə(n)] |
| Verbuigingen: | zoemde (verl.tijd ) heeft gezoemd (volt.deelw.) |
geluid maken als van een vliegende bij -
summen | een zoemende ventilator - ein summender Ventilator |
© K Dictionaries Ltd.Overige bronnen
| zoemen (ww.) | brummen (ww.) ; schwirren (ww.) ; summen (ww.) ; surren (ww.) |
| zoemen (werkw.) | summen |
Bronnen: interglot; Wiktionary
Voorbeeldzinnen met `zoemen`

Voorbeeldzinnen laden....
Synoniemen
NL: brommenNL: gonzenNL: snorren