Vertaal
Naar andere talen: • woord > ENwoord > ESwoord > FR
Definities op Encyclo.nl: woord (14x)
Vertalingen woord NL>DE

het woord

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [wort]
Verbuigingen:  woorden (meerv.)

1) groep klanken of letters die samen een betekenis vormen - Wort (das ~)
geen woorden maar daden - nicht Worte, sondern Taten
uitdrukking iets onder woorden brengen
uitdrukking iemand aan het woord laten
uitdrukking niet uit je woorden komen
uitdrukking met twee woorden spreken
uitdrukking met andere woorden
uitdrukking woorden hebben met iemand
uitdrukking het hoogste woord hebben
uitdrukking het laatste woord hebben
uitdrukking een aardig woordje Nederlands spreken
uitdrukking er geen woord tussen krijgen
uitdrukking Je haalt me de woorden uit de mond.

2) belofte - Wort (das ~)
iemand op zijn woord geloven - jemandem unvorbehaltlich glauben
uitdrukking je woord geven
uitdrukking je (aan je) woord houden
uitdrukking je woord breken

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
het woorddas Ehrenwort ; das Wort ; der Erpel
de woord (m) das Wort
woord Datenwort ; Fernschreib-Wort ; mittlere Wortlänge ; Folge ; Kette ; Pulsgruppe ; Wort
Bronnen: Wiktionary; interglot; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `woord`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: belofte
NL: bewoording
NL: erewoord
NL: formulering
NL: term
NL: vakterm

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: woorden van deelneming DE: Beileidsworte
NL: er is geen woord van waar DE: daran ist kein wahres Wort
NL: het ene woord gaf het andere DE: ein Wort gab das andre
NL: het hoge woord is eruit DE: das große Wort ist gesprochen, ist heraus
NL: het woord is aan u DE: Sie haben das Wort
NL: het woord doen DE: das Wort führen
NL: een goed woord voor iemand doen DE: ein gutes Wort für einen einlegen
NL: je haalt me de woorden uit de mond DE: du nimmst mir das Wort aus dem Munde
NL: het hoogste woord hebben DE: das große Wort führen
NL: woorden met iemand hebben DE: einen Wort wechsel mit einem haben, sich mit einem zanken
NL: hoge woorden (met iemand hebben) DE: heftigen Streit
NL: (zijn) woord houden DE: (sein) Wort halten
NL: woorden krijgen DE: in einen Wortwechsel geraten, Streit bekommen
NL: het woord nemen DE: das Wort ergreifen, nehmen
NL: het woord vragen DE: ums Wort bitten, sich zum Wort melden
NL: aan het woord zijn DE: am Wort sein
NL: Iemand aan zijn woord houden DE: einem beim Wort halten
NL: aan het woord (komen) DE: zu Worte
NL: in één woord DE: mit einem Wort
NL: met een enkel woord DE: mit wenig Worten, in kurzen Worten
NL: onder woorden brengen DE: in Worte fassen
NL: op mijn woord (van eer) DE: auf mein Wort, auf Ehrenwort
NL: Iemand op z'n woord (geloven) DE:

Download de Android App
Download de IOS App