Vertaal
Naar andere talen: • ensemble > DEensemble > ENensemble > ES
Definities in het Frans: ensemble (5x)
Definities in het Nederlands: Ensemble (21x)
Vertalingen ensemble FR>NL
[ɑ̃sɑ̃bl]

1 l'un avec l'autre - samen

  'On y va ensemble.'
  We gaan er samen heen.


2 en même temps - tegelijk

  'Ne parlez pas tous ensemble !'
  Praat niet allemaal tegelijk!
[ɑ̃sɑ̃bl]

1 choses qui forment un tout - groep

  'un ensemble de textes'
  een verzameling teksten

  'un ensemble de mesures'
  een geheel van maatregelen


2 totalité - geheel

  'prendre l'ensemble'
  het geheel beschouwen

  dans l'ensemble
   (= d'une manière générale) - over het geheel genomen

  'Tout s'est bien passé dans l'ensemble.'
  Over het geheel genomen is alles goed gegaan.


3 vêtements assortis - pak

  'essayer un ensemble'
  een pak passen

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
ensemble (znw.)de samenstelling (v) ; de combinatie (v) ; de pak (m) ; het maatpak ; het herenkostuum ; de span ; de koppel ; de tenue ; de complet (m)
ensemble (m) het kostuum ; het ensemble
le ensemble alle ; het geheel ; pakket ; set
ensemble samen ; gezamenlijk ; tezamen ; met z'n beiden ; bij elkaar ; bijeen ; gemeenschappelijk ; met zijn allen ; groep van twee of meer ; uniform ; saam ; in elkaar ; ineen ; ensemble kleding ; bouwcomplex ; groep ; verzameling ; opstelling ; samenstel ; alles ; verbindingsgebouw
Bronnen: interglot; ICT-Woordenboek; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `ensemble`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
FR: assortiment
FR: cohérence
FR: collectivement
FR: composition
FR: conjointement
FR: costumé
FR: famille
FR: groupe
FR: simultanément
FR: unité

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: théorie des ensembles NL: verzamelingenleer

Download de Android App
Download de IOS App