Vertalingen capaz ES>NL
capaz
bijv.naamw.
1) que es apto para realizar cierta tarea -
bevoegd | capaz de conducir un auto - bevoegd om auto te rijden |
2) que puede atreverse a cierta cosa -
in staat | Es capaz de convencerlo. - Hij is in staat om hem te overtuigen. |
© K Dictionaries Ltd.Overige bronnen
| capaz | capabel ; vaardig ; kundig ; knap ; intelligent ; handig ; geschikt ; geoefend ; ervaren ; doorkneed ; competent ; bekwaam ; behendig ; bedreven ; aantrekkelijke ; de ; te ; om ; mogelijkheid ; in staat ; hebben |
Bronnen: interglot; Wikipedia
Voorbeeldzinnen met `capaz`

Voorbeeldzinnen laden....
Synoniemen
ES: afiladoES: agudoES: aprovechadoES: aptoES: atractivoES: bien amasadoES: bonitoES: buen mozoES: calificadoES: capacitado