Vertaal
Naar andere talen: • assign > DEassign > ESassign > FR
Definities in het Engels: assign (10x)
Vertalingen assign EN>NL

1 to give to someone as his share or duty: “They assigned the task to us.”
toewijzen

2 to order or appoint: “He assigned three men to the job.”
aanwijzen

as'signment (Zelfstandig naamwoord)

a duty assigned to someone: “You must complete this assignment by tomorrow.”
taak
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to assign delegeren (ww.) ; toewijzen (ww.) ; toekennen (ww.) ; gunnen (ww.) ; toebedelen (ww.) ; iets toekennen (ww.) ; overdragen (ww.)
assign betekenen ; dagen ; dagvaarden ; voor het gerecht dagen ; als taak opgeven ; rechtverkrijgende ; rechtverkrijger ; aanduiden ; aanwijzen ; in eigendom afstaan
Bronnen: interglot; Wakefield genealogy pages; Download IATE, European Union, 2017.; Omegawiki.org

Voorbeeldzinnen met `assign`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: allocate
EN: allot
EN: appoint
EN: apportion
EN: attribute
EN: authorize
EN: choose
EN: commit
EN: credit
EN: deal out



Download de Android App
Download de IOS App