Vertaal
Naar andere talen: • affirm > DEaffirm > ESaffirm > FR
Definities in het Engels: affirm (9x)
Vertalingen affirm EN>NL
to state something positively and firmly: “Despite all the policeman's questions the lady continued to affirm that she was innocent.”
verklaren

'affir'mation (Zelfstandig naamwoord)

bevestiging

af'firmative (adjectiv)

saying or indicating yes to a question, suggestion etc: “He gave an affirmative nod”
bevestigend

affirmative 'action (Zelfstandig naamwoord)

(American) the practice of giving better opportunities (jobs, education etc) to people who, it is thought, are treated unfairly (minorities, women etc).
positieve discriminatie
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to affirm nagaan (ww.) ; checken (ww.) ; verifiëren (ww.) ; natrekken (ww.)
affirm betuigen ; verzekeren ; beamen ; bevestigen ; ja zeggen ; toestemmen
Bronnen: interglot; Wakefield genealogy pages

Voorbeeldzinnen met `affirm`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: acknowledge
EN: admit
EN: aver
EN: confirm
EN: declare
EN: maintain
EN: state
EN: corroborate
EN: substantiate
EN: support



Download de Android App
Download de IOS App