Vertalingen Makel DE>NL
der Makel
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [ˈmaːkəl] |
| Verbuigingen: | Makels , Makel |
Fehler oder Mangel, der jemanden / etw. im Wert mindert -
gebrek mit einem Makel behaftet sein - met een gebrek zijn belast etw. als Makel empfinden - iets als een gebrek ondervinden |
© K Dictionaries Ltd.Overige bronnen
Bron: interglot
Voorbeeldzinnen met `Makel`

Voorbeeldzinnen laden....
Synoniemen
DE: AusstrichDE: DefektDE: FehlerDE: FleckDE: fleckenDE: KlecksDE: MangelDE: MankoDE: MinusDE: Schaden