Vertaal
Naar andere talen: • Spaß > ENSpaß > ESSpaß > FR
Definities in het Duits: Spaß (4x)
Vertalingen Spaß DE>NL

der Spaß

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ʃpaːs]
Verbuigingen:  Spaßes , Späße

1) nicht ernst gemeinte, lustige Äußerung oder Handlung - grap
Er hat es nicht so gemeint, er hat nur Spaß gemacht. - Hij heeft het niet zo bedoeld, hij maakte maar een grapje.
Alle lachten über seine Späße. - Iedereen lachte om zijn grappen.
uitdrukking Spaß beiseite
uitdrukking Spaß verstehen

2) Gefühl der Freude, das man bei etw. empfindet - plezier
Schwimmen macht ihr großen Spaß. - Zwemmen doet haar veel plezier.
Viel Spaß heute Abend! - Veel plezier vanavond!

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
der Spaßde leukheid (v) ; de joligheid (v) ; de bak (m) ; het genot ; de geestigheid (v) ; de streek ; de grap ; het grapje ; de vreugde (v) ; de opgewektheid (v) ; de aardigheid (v) ; de lust (m) ; de mop ; het plezier ; de blijheid (v) ; de humor (m) ; de blijmoedigheid (v) ; de poets ; de lol ; het lolletje ; de vrolijkheid (v) ; de gekheid (v)
Spaß plezierig ; leuk ; lollig ; plezant
Bronnen: interglot; Wikipedia

Voorbeeldzinnen met `Spaß`
Voorbeeldzinnen laden....


Uitdrukkingen en gezegdes
DE: Spaß beiseite NL: scherts ter zijde, zonder gekheid
DE: zum Spaß NL: voor de grap
DE: das macht ihm Spaß NL: daar heeft hij plezier in

Download de Android App
Download de IOS App