Zolders dialect

Dialecten > Limburg (BE) > Zolders
Het dialectenwoordenboek Zolders bevat 15 gezegden, 510 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

15 gezegden

..., mijn bestemaa menne lieve jong!
't is niet geluktDzju toch èh!
't is niet min't es iet gescheete
Dat is jammer.Hey toch!
Dat kan ik moelijk geloven.Och gè.
En gedraag u een beetje!En vuugd óch èh!
Haast jeAllè zedde bekans rap!
Het is onbegrijpelijkWei kan Da nooh...
iets buitengewoonsstraffe toebak
iets in elkaar knutselenfokkedeere
ik ga naar huisich gen ne hoas
ik ga wegich zen wêg
Ik heb een zware verkoudheidIch zen verkaad tot in men tiene
veel rokenpaffen as nen turk
wordt gezegd als je slechte speelkaarten bedeeld wordtZe zen nog te slecht vur den donner mee te kruie! / Ich hem gieninkel menneke in m’n kerk.

510 woorden

A

aaltonzeekton
aanbouwverranda
aanbrandenoanbakke
aaneenan ien
aanstekerbrieket
aardappelpattat
aarzelentertelen
ademausem
afslavenkrevere
afstandsbediening TVkaske vur den tulleviesie
afwatergootzauw
ajuinjôôn
alleenallien
andersaaners
asfaltmakkedam
asfalttèèremak
autooto
autocircuitumloap
autopedtrontinet

B

babbelenkloanere
badkuipbasseng
bakharingbekkem
bakkenbakke
bakkerbekker
balkenbrijpensdink
bar koudbraa kaa
barrevoetsberrevoets
batterijpul
beestbieêst
beetnemenfoppe
behangentapesseren
betaling loonkezêm
betrappenattrappere
bewakergarde
bibliotheekbokkerij
bigBag
bij haar thuistehurrest
bij hem thuistezennest
bij hen thuistehunnest
bij u thuistoêrest
bij u thuistoueêt
bijnabekans
bladluizenmielvere
blaffenbassen
blauwbloo
bloedworstpensdink
bloemblom
bloemetjesblummekes
blootvoetsberrevoets
boekbok
boekentasmallet
boekweikoekboîskôk
bomenbuüm
bonenboene
boomboêm
bordteluur
bordurenkristere
borstelenkere
bosbesbosbere
boterhamsnee
braakliggend stuk grondvogelwee
braambesbroömbeer
breienstrikke
brembreem
broekzaktes
broerbruur
bromvliegdolvlieg
broodbrut
bruine suikerpotsôkker
brutaalastrant
buitenboàte
bussel houtmutter

C

chiropatronoat
circuitumloep

D

daasvliegblindats
dakdaak
dasplastro
dasplastron
dekensoarie
dikke vrouwtientontet
dikwijlshiel dek
dokterdoktoer
donderslagdonnerslag
doornatzeeknat
doorspoelenchasse
doosdoeês
doosjedúske
dorpturp
dorpeldurpel
driedrei
drinkenzoape
drinkrietjespierke
dronkenzaat
dweilopneemduk

E

eekhoorniekeurke
éénien

E

een aantaltefrente
een beetjee bitteke
een beetje / enkeleintigge
een bloeseeen vareus
een ferme gastne chikke tiep
een schortne vuring
eendèèn
elektriciteitellentrik
elsils
emmeriemmer
enkelinkel
erg koudbraa kaat
ergensieverans
etenieête

F

feestfiest
fierhovieërig
fietsvullo
fietsstuurgedoan
flauwe persoonflorik
flauwerikpisser
fluisterenfiezele
fluitenfleute
fluitjefleuteke
fluweelfloeër

G

gaangun
garagegaraasch
gebakjepateeke
geengien
geitgeet
gekzot
geluksjaans
gemene mankrapul
gerookte haringbekkum
gespgasp
gevangpriezon
geweldiggrullig
gezegdgezeet
gezichtweze (n) / fassaat
gladglettig
gloeilampampoel
gootsteenpompebak
gordijndrapperie
gordijnstoar
graaggiën
grappigkemikkig / koddig
grasgroes
groengruuun
groentenlegumme
grootgrut
grootwarenhuisbazaar
grote mierbrag

H

haarhoar
haastenspoje
haastenspooie
halsdoeknuzzing
hamerhamel
handschoenhaas
handschoenenhaase
handvoleen grop
harehurre
haringbekkem
hatelijkehortige
hebbenhemme
heetgeleunig
heethiet
hemdhum
hemelhiemel
henhin
het bewustzijn verliezenvan oere/zenne/hurre klot vallen
hielvars
hierhei
hondjehunneke
horenhure
houthoot
huishous
huistaakhoaswerk

I

ijsjekreimpke
ijzeren veerressòòr
in de war sturenverreddele

J

jeukjeuksel
jonge kippul
jongensmennekes
juffrouw bewaarschoolfreubel

K

kaalkopkletskop
kaaskiës
kabaal makenboeljère (n)
kachelstoof
kakkenscheite
kalenderalmenak
karabijnkerbijn
karrewielkèèrroad
kastkas
kastanjekastoaling
kasteelkastiel
kauwgomsjiek
kelderkeller
kermiskûrmes
kietelenkriebele
kijkenkieke
kikkerkwakfors
kikkerkwakvors
kinderenjung
kinderenkinnekes
kinderenwichter
kinderwiegvwatuur
kleedkliet
kleinkleên
kleine aardappelengepugchel
kleinigheidpruts
klimmenkleffere
kloekhenprokhin
klompenklonke
knieknei
knijpenpitse
knikkerscheut
knikkerenscheutschiete
knoestwier
knoopknoep
koekouw
koffervalies
koffiekaffie
koffiedikprot
koffiepotmoêr
kogeltjeskeugelkes
konijnknein
kookpankastrol
kookpotkastrol
koolmijnput
koordkoor
koppeling autoambriage
kotkoeeet
koudkaat
koudkoad
kraaikrèè
kraanvogelkroenekroân
krantgazet
krentebroodkrintemik
kromschiëf
kruimelsgreumels
kruisbeskroensel
kruisjekrûske
kruiwagenkrôwage
kuikenkikske
kuipkoôp
kunstmestvedde
kwaadkwoad
kwikstaartjeakkermenneke

L

laarsbot
ladderlier
ladeschuif
langslings
lawaailewèt
leeuwlieuf
lelijklullek
lelijke persoonscharminkel
leraarmiester
lerenliere
liedjelieke
liplup
loonkesem
loonkezem
luchtgeweerkerbijn
luciferstekske
luciferdoosjestekkedüske

M

maaldermoller
mademaai
madeliefjemeezuteke (meizoetje)
maktaam
mannetjemenneke
mantelpardesu
marktmert
meikeverpriezekamp
meikeverspikkelekamp
meisjesmûtskes
melkmeluk
mensmins
merelmèèl
mestvaaltmusthoep
miermierzeek
mijn vrouwthoas het weêf
mijnwerkerkoalputter
moemuug
moedermoeier
moeilijknie gemekkelik
moeilijk iemandnurk
molenmeule
mooischoèn
morsensmukele
morsenzievere
morslapjezieverlepke
motmotpiepel
motomotosiklet
mototuffer
motregenenfiezele
muismoas

N

naarnoar
naïef meisjeseut
neennèn
nergensnieveransnie
neussnòòt
niemandniemandnie
niestenniesse
nieuwnief
nieuwniêv
nooitnuüt nie

O

onderhemdjelefke
onderpastoorkappeloan
onderwijzermiester
onsos
onzinziever
oomnoenkel
oomnonkel
ooroer
oordopjesoerstùpkes
opgewondenhorendul
oude manpeeke
overgeven - brakenspouwen
overgordijndrapperie

P

paardpiêrd
paardpjérd
paardenstaartpjerrestert
paarspurper
pakjepekske
pantoffelsloaf
pantoffelslof
parkettapiplein
pastoorpastoer
penspensdink
petklak
pinkpinkske
pinkenplumpe
pintje bierexpor
pissenzeeke
pissenzeike
plakbandplekteep
plotsinnins
pochenblagere
poetsenschoenmake
politiegenderme
poreipoor
postbodefakteur
postzegelköpke
postzegeltember
pratenklappe
preipoor
proevenpruuve
psychiatrische instellingzottehoas

R

raamvinster
radroad
radenroaje
rafels/gerafeldkarrels/gekarreld
regenbuibijs
regenjaspermejabel
regenwormpiering
remfriè
rijgendriege
rimpelrumpel
rode koolrooiekuul
rokenroeke
rolluikrolstoar
rommelbazaar
rozenroeze
RugStrank

S

saboterenkrenken
schaduwkulle schaai
schaduwkulleschaai
scharenslijperschiêresliep
schilderijschullerij
schipscheep
schoenhielvars
schoenneustup
schoffelschuffelke
schommelschok
schoof korengelleg
schoof stroschoef stroi
schoonschoen
schouwschoo
schroevendraaierturnevies
schuurbrak
siroopstroep
siroopstroeppe
slasloat
slagerslachter
sleeijsstoal
snavel of muilkwèèk
sneeuwsnouw
snel groeienne scheut krijge
socialistende rooi
soepsop
soepborddiepe telluur
sofakannapee
solliciterenwêrk zukke
somsfantèèt
somsfanteit
spaakspiek
spionerenafloere
staartstert
steenstien
stekeblindstiekelblind
stekkerpriës
stelenpikke
steptrantinet
steptrontinet
stokstek
stoutastrant
straatleurdertjoektjoek
straks (over niet al te lange tijd) bedieme
strontkak
stropenstroeppe/ strieppen
studerenliere
suikersôkker

T

taartvloaë/ vlaoi
tabaktoebak
tafeltwoafel
tandentaan
tantetenteke
taszjat
teentieên
televisietûllevizie
tenentienne
trapperpedal
trechterteut
treinticketkepon
triestig figuurzeeker
troetelkindfletske
truivereus
truiwammes
tuinhekbrier
tuinslangfleksiebel / sprits
tweetwie

U

uijoan
uitgaanop de lappe goan
uitschotkrappul
urinoirpisbak
uurwerkhorlozjie

V

vadervaaier
vals spelenfoettele
vangertje spelenkatjage (n)
varkenverreke
varkenshokverkeskot
veelvool/ veul
veldflesbedon
veldflesbidon
velenhiel veûl minse
venstervinster
vensterluikplaffetuur
ventielsepap
vergrootglasvergrûtglaês
verkerenvrije
verkoudheidklets
verroestberoesterd
verschillendtefrent
verschillende kerentefrèntige kiere
vervelend kindambetant jonk
verwelktverslenst, verslakkerd
verwennenbetettele / bedürve
vijverwijer
visves
visvrouwbekkum Fien
Vlaamse gaairoeter
vleesvlies
vlinderpiepel
VlinderdasjeNeu(ke)
voetballensjotte
voetpadstoep
vogeltjeveugelke
voorbij stekenveurkrôpe
voorschootvûrring
vorkket
vouwkrunkel
vroedvrouwwijsvroo
vrouwvromes
vrouwenvrollie
vrouwtjewùfke

W

waaromvurwa
wachtenwochte
warmwerm
washandjelepke
waslijnwasdroat
wastobbepesseng/ basseng
waterdampwoasem
wcgemak
wchuske
wc papierhuskespapier
weduweweêf
weet uwidder
weidewee
wenengrinse
wenenjanke
wilgentakwis
windjeveest
windje latenveest lètte
winkeltaskabbas
woelenbraken
woordenboekdiktionnair
wortelpoet

Z

zaagzeèg
zakdoekbunzük
zeefzei
zeepziep
zeepbakjeziepbakske
zeiszeêsie
zeis scherpenhoâre
zetelzjètel
zeugzoog
ziekzik
zodezeisflagseêsie
zogezegdzoegezeed
zolderzoller
zoutzaaat
zuigenzôôken
zwaluwzwalf
zwart snoepjekliske
zweepzwiep