Vlijtingens

Dialecten > Limburg (BE) > Vlijtingens

Vlijtingens wordt gesproken in Vlijtingen Vlijtingens bevat 60 gezegden, 716 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

60 gezegden

aan de leiding rijdenop kop voare
Aan het lijntje houdenOan de drè haate
aartslelijkzo lèt es de naach
achter de woningop den ère
al doe je alle moeite van de wereldal stès dich op zenne kop
ben je het bestebiste de biste
boodschappen doenkemisse duu
dat deugt nietdat es neij van de puus
dat is helemaal verkeerddat klop van gein kante
doe het boekje maar openDuuch het biekske mer woppe
doen alsof je van niks weetvan krommenoas gebaare
domme vrouwtuut
Door zijn tussen je benenSmot hubbe
een hele magere moet rondspringen in de douche om nat te wordenEne hele moagre muut rondspringe in de douche om noat te jonne
een kat in een zak kopeneen kat in ene zak gelle
een koprol makenkoakele
geen duit waard zijngèe knepke wjad zie
gelijkaardigzo zak zo bendel
geluk hebbende lompste buur heet de dikste jaarpellen
geluk hebbensjoas hubben
goedgelovige vrouwblèts
graatmager zijnene spierlink zie
het heeft geen zinhet es gèèn avoas
het is niet lekkerhet doag neej
het is stukhet es noa de kloote
Het komt in ordeHet keemp in de sjakos
het regent heel hardhet reingelt aa weever
hij is niet goed wijsher es neij rèch sjuus
hij is niet goed wijsher hèt ze neej alle 5 op een reij
hij laat zich niet doenhèr leet zene kees neij pakke
iemand een trap onder zijn gat geveniemet ene stamp onder zen prij gève
iemand met een onhebbelijk karakterknijnskop, kneen
iemand veinst pijndat zie allemoal mer finte
iemand voor de gek houdeniemet bezèke
ik doe het in je eigen belangich duun het vjèr zen ège guut
ik ga ermee slapen en ik sta ermee opIch goan do mit sloppe en ich stoan do mit op...
ik ga niet van mijn standpunt afich haat mene poot steef
ik heb er meer dan genoeg vanich hub mene book te van voal
je broek is te kortde hubs woater in zènne kalder
je eet teveelde iets wei ene schieredjasser
je hebt een gezicht gelijk een vechthaanDe hubs e geziech wèèj ene vechhoan
Je hebt een vuile mondHubste oan de baggelzwog gehange
Je plechtige communie doenzenne poasse hate
lichtzinnige vrouwwêb
luie vrouwflats
naar adem happenkuime
Nederlands sprekenop de lètter kalle
onnozele, gemakkelijke vrouwflèet
Onzin vertellenZèvere
ophef makenbesjaar moake
Stop ermeeSjei oot
straf krijgenpriegel kreege
tegendraads zijnterwjaas zie
vangertje spelenketsje loape
waar ga je naar toebo geste jenne
wat kom je doenwat keemste duu
zat zijné stek in z'n viet hebbe
ze heeft haar maandstondenze hèt hurre pruil
ze is zwangerze es zo te pas
zijn beurt afwachtenzene tuur aofwachte

716 woorden

(bloed) puistjeBruubelke
1 / 4 van een varkené vieudel

A

aaienkaare
aalbeswiemelen
aalbessenwiemelen
aaltonzèèkvoat
aanbevelenoanroje
aanhangwagenremork
aanrechtpompebak
aanvaardenaksepteire
aardappeljâârpel
aardbeieubber
aardedrek
aarzelensjupetère
abrikozenappelekauwe
abrikozentaartappelkawevloaj
achter elkaarAterè
achterbakshèmelek
achterkamerbakkes
ademojem
aderOjer
advocaatavekaot
advocaatavekoat
afknippenoafsnije
afkoelenOafkiele
AfstoffenSteb oaf du
Aftakaskardang
afvegenoafwiesse
ajuinin
al fluitendflètetëre
al slapendSloppetère
alsas
amperkree
asperineaspro
AutoOtto
autopedtrottenet
averechtsTerwjas
AzijnEitsje

B

baasspelermèesterjaan
badpakbadkestum
bagagerekportbegaasj
bakkebaardenfambrieze
balletjebulke
bangerikbangesjeeter
barstbjas
bedrijfbedreef
begonbegus
begonnenbegos
BehangenTampeete
behangpapiertampeet
benzinenaf
beschadigenverroase
bestelwagenkamionet
BezemBessem
bhsuutjè
bierbok
biervatbokton
bietkroot
bijet van 50 eurobriefke van 50 euro
bijkeukenBakes
bijlbeel
bijnabekans
bijtelbjètel
bijtenbeete
bilbats
binnenkortèn van dies
bladbloat
Blauwblaw
bliksemweirlich
blindeman spelenkotermon lopen
bloedworstbleuidvjos
bloedworstbleujvjos
bloemenblomme
bloemkoolblomkéél
blootsvoetsberbes, bernseviet
bochelene kruf
bochelkruf
bochtdrè
BoekBuek
boekenbiek
boekentassjoalmallet
BoerderijWinning
boomboom
boompjebèmke
bordtallier
bordjetallierke
borreldrûpke
borstbwos
borstelbjossel
BorstelenKere
boterbwutter
boterhambweuteram
botsauto'sbotsers
bouwafvalbrokkeljoa
bovenbeenbats
braadworstbrojsesies
bradenbroje
brandnetelnietel
breienstrieke
breinaaldstriekeezer
bretellenhalpe
briefomslagemvlop
brilbruil
broedhenbrujhin
broekbruuk
broekzakmoal
broerbruur
bromfietsbrommer
brouwerbreuwer
BruinBroon
buikpijnboakpijn
builblèts
builknup
bussel fijn hout voor de houtovenmotsem

C

castrerenbieté
champignonsjampeljong

D

dakdoak
dakgootkernis
dakgootkoanzjel
dakraamdoakvinster
dameshemdsjemesjee
dampdaamp
de pausde puis
DekenSjoade, deike
deurdèèr
deurklinkdèèrkleenk
deurklinkkleenk
deurlijstsjebrang
diarreeAofgaank
dierenartsarties
doekduuk
donkerdoonkel
doorsturendwurschikke
doosjedeeske
dorpduirep
dorstdwos
DraadDroad
DraadjeVeimpke
draagtasmallit, kalbas
draaimolenkarresel
drinkbeker uit emailén snel
drinkbusbedong
druipnatzeiknoat
druktemakerbesjaarmèker
duimspijkerpunès
DuivelDievel
duizendduuzet
DweilenSjrubbe

E

e marcellekeeen onderleef
een heleboele ket
een hoekne huuk
elastiekjekatsjuke
elektriciteit't lich
emmertab
EngelIngel
ergbenkelêk
etalagevietrien
ezelnjezel

F

fanfaremeziek
flauwvallenvan ze zelve gwu, flaavalle
fluitfléét
fluitglasflèetsje
FluitketelMoor
FluweelFluur
fopspeenTut (ter)
foutfuit
fricandeln lange
fysiotherapeutmasseur

G

gaangwue
gaarmerf
gaatjekietje
garengoààn
gatkuut
gebakjepateeke
gebedswakebès
gebogen rugkruuf
Gebreid, mouwloos bloesjeDebarduirke
geelzuchtgijlverref
gehaktbalfriikedel
gek wordengek janne
gekreuktverfrommeld
geldbeugelportemenee
geluksjoas
gerstgjaas
gierigpinnig
gietensjèdde
gipsplaater
gladgloat
glasglöas
GlijbaanSjriekel
goedguut
goeduitziendhennig
gootrigol
gootvlètzje
gootsteenoafwasbak
gordijnstoar
gorgonzolasjimmelkees
graaggjan
graaiensjare
grachtzeuw
grachtzuw
grasgroäs
grasmaaiergroasmachienke
groengrien
groentenleguume
grootmoeder / grootvadergrotema / grotepa
grote bijloaks
gulpgoar

H

haakshukes
haanhoan
haantjeheintje
haarscheidingsjeigel
HaasHoas
hagelenhoagele
halGaank
halJeverloap
hamerhoamel
handdoekhanduuk
handschoenhâas
HandtasSjakos
handvolhampel
Hangsloté klooster
hapbûuf
hard roepenkèke
harde dropkristekuk
HaringHeering
haringhering
harmoniemeziek
harthat
heel donkerpiekdonkel
heel, gansoalek
hekbrier
hemdhumme
HervekaasStinkkees
hespsjeenk
hespelapsjeenkebroj
hielvjas
Hoge kookpotMarmite
Hollandse kaashollense kees
hondenschoolhonsjool
honderdhonnet
hondjehintje
honingwuining
hoorjoste
horVliegeroam
horlogehurlwjeuge
horlogebandjehurlwjeugebèndje
houten poortjee gèrke
huilenkreete
huishoos
huishoudinghooshaate
huishoudstermog
hurenhiere

I

iemandiemet
iemand die niet veel eetkieverbek
Iemand die op alles iets te zeggen heeftZeikbloas
iets heel erg beu zijniets kotsmeej zie
ijzeren poortjebrierke
inritvoat

J

jeukkrievel
jongetjejingske

K

kaarskjas
kaartenkoaten, tesen
kaaskees
kachelstoaff
kakmadamsjeetweef
kalenderalmenak
kalfkaaf
kalfskopgepjasde kop
kammetjekemke
kandelaarkengkè
kapbijlhokkestel
kapelaankaploan
kapperkwaffuir
kapsterkwaffeus
KaramelBabbeleir
KarnavalmaskerMonnebakkes
kastchoap
katjekètsje
kauwgumchiklè, chik
KelderKalder
kerskjos
KerstmisKjosmes
ketelkjetel
ketting (fiets) ketel
ketting (hals) kral
kijkenzie
kikkerkwakvos
kiphin
kipkaphejdsvlees
kippebilhoanebats
kippevelhinnepokke
kistkies
klaarvjaddich
klagenlammeteire
kleedjekielke
kleinklën
klein bijlhokkestel
klein, vinnig kindsnatsel
kleine hoeveelheid (vloeistof) kletske
kleren passenklèjer mieke
kletsenbemmele
kletsnatzèknoat
kleurpotlodenkleerkes
kleuterleidsterfreubel
klimmenklètere
klokjeklèkske
klontjeklètsje
kloofklèèf
Kloosterzuster in de keukenKjekepeter
kniekneej
knijptangPitstangske
KnikkerHuif
knikkerhuif, klits
KnikkerKlits
knoeienknooie
knoopknoap
koekeuw
koekkuuk
koekjekiekske
koffiedikdras
kokenkwokke
kolen (energie) kwûlle
kolen (groenten) keel
kolen (klaargemaakt) muus
komkoomp
komenkwomme
kommetjekeumpke
konijnkneen
koningkjening
kookpotkastrol
kop koffiebak koffe
koudkäat
kousenweuze
kousenwuszen
KrantGezet
krentebroodkrentemiek
kreunenkuime
kromkroomp
kruimeltjegrjeimelke
kruiskrees
kruisbessenkroosele
kruiwagenkreuwwoagel
kussensloopkèsstiek
kwaadKoot
kwaad makenversjangeneire

L

laatloat
ladderlèder
ladder in kousrettel
ladeloaj
lakenlaoke
lammegoedzakbeiel
langwerpig kussenpjéle
lawaailewijt
leerkrachtmeisteres
legplankbreet
lekstoksuukerstèk
lepelljèppel
lepelnjeppel
lepeltjenjeppelke
liggenlejge
lijstlies
limonadelimmenoat
loshangenbommele
luchtlog
luciferzweingelke
luciferzwèngel
luikenblaffeturen

M

maaien
maartmjot
malskwak
mandkuiref
me dunktmich teenk
medicijnenpalle
meisjemeitske
melkmalk
mensmins
mensenleij
merelbloan
merelblwon
mesthoopmistem
mestvorkriek
mestvorkrieke
meter (persoon) poat
miermuumet
mistmies
moederskindjepweunneke
moestuinmûstèm
mooisjoon
morgenmeirge
motregenfiezel
muismoos
musmès
muskaatnootmesjoat
mutsmèts

N

naaktnoaks
naaldnalt
naar huisjüwet
naar huis gaanjuiwêt gweu
NagelNogel
neknak
nieuwsgierignuiwsjeereg
noorderwindbijs

O

OlieWele
oliebolsmaatboal
OlifantWūlefaant
om ter vlugstvjèr het rapste
om zeep helpenverknooje
omploegenakkere
onderbroekonderbruuk
Onderbroek zonder tussenstukSnelzeker
onderhemdlijfke
onvoorzichtige manhalketie
OogAaig
OorlogWurlog
opbrandenOpbjanne
opstaanop stwu
opvangenpriekke
oudaat
OudersAas
OvenWõve
overgevenjèvergèève
overgevenspeije
overgordijndraperie
overschot van vloeistofklats
overschot van vloeistof (klein beetje) kletske

P

paardpjad
paardpjat
paardenrijtuigklietsjie
paneermeelsjapeluur
PantoffelsSlueffe
parfumrjèksel
pasenpoase
pashokjepaskotsje
pechmalsjoas
peperpèper
perzikpjos
pestkopkreesheer
petklak
PeterPjèterre
petjeklèkske
piekerenprakkesère
pierpiering
pijppeep
pinkpeenk
plaatploat
plagentengele / ploage
PlagerKreesjuut
platte kaaswiette kees
pleisterplekker
plooirokjeplissee rèkske
plotselingheestig
plugsjevieke
pluimpluum
poederpeuier
politiemansjondèrrem
PoortPwot
PopPup
PostbodeFakteer
postzegeltember
potloodslijpere sjerpke
PratenKalle
preipweur
prentjebuldzje
prikkeldraadpiekdroat
pruikpriek
pruilenbroanke
pruimpruum
puddingcrème
pulloverbluus

R

raamroot
raarodeg
radenrojje
rammelensjaggele
redetwistendèeinen
reep chocoladelat sjokloat
reetvoar
regenbuisjuur
regenenrèngele
regenwormpiring
reiskoffervalies
reksjoap
rekenmachinetelmesjin
remfrè
richtingsaanwijzerpinker
rijdenvoare
ringreenk
rioolrigol
roerenriere
rolluikvolè
rolluikvollè
rotonderond peunt
rubberkatsjuu
Rubbere laarzenKathode botte
Rubbere laarzenKatsju botte
rubellarooje hond
ruikerboeké
ruzie hebbenpruil hûbbe
ruzie makenpruil moake

S

SaladeSloats
saladesloij
Salamidreeg sesies
sandwichpistlee
saussaas
schaapsjäöp
SchaarSjeer
schadesjoj
schaduwKilesjooi
schandesjan
schandestaan
scharnierhingsel
scheetpuup, dreed
schietkraamsjietbrak
schilderijsjalderoai
SchminkenOppotljepele
schoensmeersjuuwieks
schoensmeersjuuwix
schommelsjokkel
SchoolSjoal
schoolrapportbulletè
schoolrapportpuntekoat
schoorsteensjeuiw
SchortSjotel
schortsjottel
schoteldoekswuttevad
schouderassel
schroevendraaiersjruivendrèr
schuddensjaggele
schuifgrendelsjaa
schuivensjruuvele
SchupjeTruffel
schuursjier
Sckenkkan (plastieken) Snel
seldersjalderij
selderijsjalderei
sinaasappelappelsien
sintnikolaassinderkloas
SiroopSjroep
SiroopSjruup
SjaalDas
sjaalsjèèrp
slasloats
slaanhauwe
slapensloppe
sleeeesstuul
sleutelsnjètel
sleutelgatsnjètelkuut
Slijper voor een griffelTusméchientje
slipperssletse
slonshaddeloi
sluitensliete
sluitkoordbendel
smalle doorganggetske
smoutebolsmaatboal
sneeuwensneie
sneeuwpopsneeman
snoepsnuup
soepsop
somsmetuure
spadesjep
SpeekselZèver
speelplaatskuur
Speen van de koeDem
speldspang
spelenspjèle
spitskoolkègelmuus
spoelenSpiele
steelstjèil
steenstei
stekelbeskroosel
StekkerPries
stempelen gaandoppe gweu
stenenstèèn
stijfsteef
stil pratenfiezele
stoelstuul
stoeptrotwaar
StokStek
straatstroat
strafpriegel
stropdaskravat
strotstrwut
stukadoorplekker
stuttensteepe
suikersukker
suikerbonensukkerklietse

T

taartvloij
tafeltoafel
tarwetèèrf
tarweterf
teenslipperslets
TelevisieTelefiese
telkensieders keer
testamentkristeleer
thuisbij os
tijdschriftbiekske
toeterentuute
toiletheiske
toiletpapiersjeetpeppier
torentwon
trotspertenentig
truivreus
tulpvormig bierglasVjiggelke

U

uitgerafelde draadvets
uitlaatsegmeentbuis
uitrustenootroste

V

vaatdoekswjeutelvat
vakantievekanse
vals spelenfuudele
vandaagheije
VarkenVerke
veeartsarties
veegborstelkeirbjossel
veiligheidsspeldtuiwspang
veldwachterboy
vensterbankvinsterploj
ventielsepap
verbrandverbjond
VergietZeiboar
vergietzèiböar
vergissenverdoale
verkeerdverkjot
verkoudenVerkat
vernielenverroase
VerstoppertjeKuume steke
verstoppertjekuumestèke
vestgollef
vest zonder mouwenkammezolke
veterchoestatel
vetersjuuhstattel
veulenvjeilè
viezeriksméérlap
vlammetjevlemke
vliegtuigvlieger
vliegtuigvliegmesjin
VlijtingenVlètege
vlinderpiepel
vloervluur
voegvuug
VoetVuut
vogelvwoggel
vogeltjevjeigelke
voor de gek houdenVernjeike
voorlopigprovezwaar
VorkVerschet
VorkVersjèt
vriendkammeroad
vrijgezel (oudere) joonkman
vroegvrieg
vrouwvrames
vrouwweef
vrouwelijk konijneun muur
vrouwenvrellè, weever
VuilOnnettig
vuil makenbegaaie
vuilbliktruffelke
vuurvier

W

WaaitWeat
waarbo
waaromvjer wat
wafelwaffel
wandplankbrèedzje
warmwaterkruikbloas
washandjehèske
wasknijperwasstekske
wasmandkerp
wasmandwaskèèrp
waterwoater
waterketelmoor
wcheiske
wegvurt
weinwof
weidenhèèf
wenengréénse
wenenjonke
wenenkréte
wereldwert
wervelkolom van varken (korteletten) regstrank
Wielenroajer
wijnwéén
wildbrèèstig
witbroodmik
woordwjod
wordenjanne
wortelen uitdunnenwottelen gee
wortelenstamppotwottelerats

Z

zaadzöad
zaaien
zaakzoak
zadelzojel
zaktuut
Zakdoekmoalplag
zaklamppietslaamp
zalfzaaf
zeepzèèp
zeepsopleeter
zeverlapjebavetje
ziekenhuishospetoal
zingusting
zoekenzieke
zoenenpeene
ZolderZalder
zoutzaat
zuszuuster
ZusterBegein
zuur gommetjesjuupke
zuurkoolzuurmuus
zwaarzoor
zwachtelwindel
zwartzwat
zweepsmiek
zweertjezweirke
zwemmenzwumme
zwijgenzweege
zwoellaf
zwoerdZwoat

2 opmerkingen

  1. Mit zwatte kjèning èten ze in Vlètêgge kneen mit dreeg pruume.
    Met Zwarte Koning (een typisch Vlijtingers feest de zondag na Driekoningen) eten ze in Vlijtingen konijn met gedroogde pruimen.
  2. Typisch in het Vlijtingers is de klemtoon op de eerste lettergreep, waar die in het Nederlands op de tweede gelegd wordt:
    bureau = buurô= biero
    puree = puuree
    cafè = càfe