Lochristis dialect

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Lochristis
Het dialectenwoordenboek Lochristis bevat 58 gezegden, 537 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

58 gezegden

... en wat weet ik niet nog allemaal/ enzovoort...en guel den annekesnest
alles ligt overhoop't ligt oiup overul
alsjeblieft zeg, verdomd nog aan toe (in de naam van de hemel) in 's emels nuim
beetgenomenbai den bok geleed
ben je verkoudenedde mee ui gat bluet geleen
dat kan je wel vergetenge keunt't op uiwn buik schrijvn
dat kan je wel vergetentzal kinneke klop zijn
de neus snuitenzij'n neuze kuis'n
een beet en een snauwe snak en e beete
een sigaret rollene flokke/floksken/ sigereidde droajn
een stomiteit doenden uil uitang'n
en daarmee is het laatste gezegden doirmee ponton
Er is geen eten op tafelDe katte is over tafle gesprongen
het is de moeite niet't schuip es de preude nie weerd
het is een mooie aardappeloogst dit jaar.tzijn ploanders van de joar / tzijn ploane petoaters van de joar
het lost niks opt'es gjien avance
het slaat tegen't es van den hond zijn klouidn
hij heeft zich niet gewassen/ hij is vuilij ee lookerschen brand
hij is armé é giien nuigle om oin zijn gat te krabn
hij is dronkenij ee e stik in zijn voetn/ zijn kruige
hij is niet veel waardé es gieen fluide weerd
hij is onuitstaanbaart'e doar gjien uis mee t'ouen mee den diejn
hij is uitgeteld/hijkan niet meer't schuip es de preude af
hij staat met zijn mond vol tandené weet van toet'n of bloiz'n
hij valt in herhalingzij' plakke blijfd 'angn
hij ziet er heel ziek uitee luept mee de duoe op zijn lijf
hij/ zij is weggegaanij ee zijn / s'ee eur schup afgekuist
hij/zij is goed terechtgekomené/z' es mee zijn/heur gat in de bodre geval'n
iemand die geluk heeft en er trots op isé es gezet gelijk ne puij op ne weegle
iemand die het altijd beter wil wetenda es nogol nen peezeweevre
iemand die wartaal uitkraamté ee te lange op de meulekes gezeet'n
iemand met o-benender kan een virken deure luep'n
ik ben verkoudenkei e vallinge
ik heb een verkoudheidt'es effenaf hele kisse die uit mij'n neuze luept
is het eten reeds klaargemaaktes t'eten oal griet
je gaat veel te onnauwkeurig te werk, vind ik.'t es mee d'avancesteeke, geluef ek
Je verstand niet gebruikenMoe ge doarveur ne kop op ou lijf hebben
laat je gaangeef moar sette
langs een binnenweg gaanlangst den gieregoird goin
mag ik binnenkomen? ik stoor toch niet?es ter gjien belet?
mager iemand met smalle schoudersé es geschourd gelijk een koerspulle
o-benenter kan een virken deure luepn
ocharme, het arme mensochirre, da schuip
slecht onderkomen hebbenin den uip gelozeerd zijn
te laat komen om mee te helpené es gelijk de cloons, é komt als 't gedoin es
vals spelen (vb. in kaartspel) zeurn
verstoppertje spelenwigstekerken speeln
verzorg je goed!kloestert ui
Wat een vreemde man.'t es mej moar ne schui'n
Wat een vreemde man.'t es mej nen oardeg'n droaere
zand of moddervlekken op de huidlookerschen brand
zatlapnen dronkoard/ een verdronke land
ze is zwangerz' es in poziese
zeg dat het niet waar is!'t es toch nie woir zekre / emoir mains toch
zich vervelenzijn broekke verslijtn
zijn broekspijpen zijn te kortder stoa woidr in zij'n keldre
zijn condoom was gescheurdhij ee mee zijjn tjien deur zij kousse gezeedn
zijnmijn schoenen reeds gepoetstzijn mijn schoens ol gekuist

537 woorden

's avonds't suives
's middags's noens
's middagsop de noene
's morgens't snuchtinks

A

aalbessenzenuivers
aalschepbirlodde
aangezichtmuile
aangezichtweez'n
aanhangwagenkerre
aanhangwagenrémorke
aanmaakhout (voor vuur) stovout
aanstellerkoomoosse/een bloize
aardappelenpetoaters
aardappelen in de schilPellepetoiders
aardappelpureegestampte petoaters
aardbeiirbeeze
aardeirde
aars/ sluitspierfronsken/olleken
aarzelentrunten
achterdeurachterdeure
AchterwerkGat
aderoadre
afpersenaflutsen
afstandsbediening't baksken
ajuinandzuun
ajuinsausandzuunsause
angstaanjagend persoonoeschoart
AppelmoesAbbeltrot
appelmoesappeltrot
autootto

B

babbelen, besprekenreezeneern
babylabbekakkere
bagagedrager (auto) portbaggaze
balpenstielo
bangschui
bangeriknen broekschijdre
bazinboizinne
beitelbirtle
benzinenafte
benzinestationnaftepompe
BeschimmeldBeschemmeld
bestelwagenkamionedde
bhsutjain
biefstukbuustik
bierbuiktuegzwire
bikkelsbiekels
binnenstebuitenuiveregts
blaagblageur
bliksemémelucht
bloemblommme
bloemblomme
bloemenblommen
bloemkoolblomkulle
bloempotblompot
boekentaskanasjeire
bootnen buet
borreldreuble
boterhamnen boot
botswagenden ottoschottere
braadpankoekepanne
BraambesBruimbeze
brolbucht
brombeerreudelirre
bromfietsbromre
bromvliegmojschijdre
broodeen bruue
broodbeleg/ charcuteriebootvlis
broodjebreutsen
broodroosterbrueruestre
Brunodwoizeklut
buikloopde schijde
buikloop/diareede schijde
buikspekbuikstik
buisbuize

C

cdsedee
centrale verwarmingsofauze
chocoladereepe stik sokla
computercompjoedre

D

dagendui'en
dakgootkernisse
dekselschijve/scheel
denkenpaiz'n
deurpostkassement
diensterserveuze
diep borddiepe talluere
dieselmazoet
dikke koordne rieep
DikzakVetzak
DinkbusPulle
dobbelsteentirlink
dokterdokteur
domme vrouwkalle
dommerikuilekluit/kalf
dooppeterpeetse lap
Doormiddent' alvendeure
doosdueze
DorpelDurple
draailuik aan raamblaffeture
DralenTeuderen
drekdrets
driedre-e
driewielertrieporteur
drolkeudle
dronkaardsoepkieken
dronken zijnin de bijze 'angen/ canar zijn
duimspijkerpienijze
dunne lende (biefstuk) lueze rebbe
duszue
dwaallichtdwoollicht
dwazerikkloefkabre

E

echt/ wel (iswaar) effenaf/serjeus
eenne
eenieen
een beurseen boze
een delicate opdrachteen bescheedn komisse
een kindne kleijn
een man met een kleine gestaltenen buem van ne vent moir wa kort afgezuigd
een pest van een vrouwrutte
een praatjesmakerne zjieverire
een prutser/ dommerik/een clownne kloon
een sigarete sigredde
een vergieteen verzijp/een stramijne
een verkoudheide vallinge
een weduwe proberen versierenstreutses leg'n
eetbare kleine slakkrekels/kerrekooln
elpeelangspeelploide
emmernen ieemre
enkelsknoesels
ergvriejnd
ergensieveranst/ieverst
erwtenirweedn

F

familiefamielde
feeksteeve
feestdaguegtag
fietsne v'lo
fietsvélo
fietsstuurgiedon
filmne fielme
fluitenschuifelen
fornuis't vier
fotograafportrettentrekre
frietenfrietn
frietpanfrietkeedle/ftrietteuze

G

gans (allemaal) guel
garnaalgirnoart
garnaalgeirnoart
gebakken aardappelengebruineerde petoiters
gehaktgekapt
gehavendgeschaluint
GehemelteGemelse
geitgidde
geldstukcens
gentenaargentnirre
gestoofd paardengehaktusus
geweergewir
geweer met kromme loopge kunt er mee achter den hoek schied'n
GlasGlois
glasgloas
GordijnStorse
graaggirn
grasges
grasmaaiergesmasiene
groentengroensle
GroetenGroensle
groot (dier of voorwerp) ne k'det, ne kastar
grote donkere ogenueg 'n gelijk karbonkels

H

haaguige
HaanOine
haaroar
harkruikke
heefteetnt
heefteeft
Heen en weer loperNen drevelirre
heftig wenensnot en slingere
hekekkn
heksekse
hemdende
hemdsmouwenendsmou'n
hespepse
het op de heupen krijgende riedepetiede krij'n
het toilet't vertrek
hij heeft een gat in zijn kousé eet er lange slecht veur'n gezeed'n
hij is eraan voor zijn moeiteé eednt oin zijn kludn
hij is vuilé es zue zwart als murkes kludn
hoge hakkentallons
hoofdvleesufflakke
hooieuj
hooioppereujobre
huilebalkschrimmuile

I

iedereen maakt foutende fout'n van den dokteur lig'n op 't kirkhof
iemand die aast op een erfenisé legt er zijn voed'n op te wike
iemand die gaapt (ook een dommerik) guipere
iemand heeft een ontstoken ooglidé ee deur 't sleudelgoit gekeek'n
iemands vriendschap misbruikenvan andermans goedhei' profeteern
ijssleeijsstoel
ik ga eens naar het toilet'k goa ne kir woir da den keunink te voete goa
in de namiddag't sachternoens
in hetint
inwoner van Lochristine Luuetschen
IppensoepKiekesoebe

J

jajoajek (1ste persoon) joagij/ juig (2de persoon), jois (3de persoon vrouwelijk), joujij (3de persoon mannelijk), juim (1ste persoon meervoud), juig (2de persoon meervoud), jois (3de persoon meervoud)
ja hoorja zenne
jeneverdots
jeneverzenuivere
jullieulder

K

kaalkoppletsekop
kaarskisse
kaaskoas
kachelstoove
kalenderalmenak
KammeraadMoit
KanarieKenoireveugle
KarkasKarkasse
karnemelkpapkirremelkpap
kasseisteenkassej
kasseiwegkassejboine
kastkasse
KasteelKastil
katerkelderkorses
kelderkeldre
kerkwachter (vroeger) den suisse
kerkzitterpileerbijtere
kermiskermesse
kermiskirmesse
kersenkèzzn
kettingkeetne
KiesBoktand
kikkerpuyj
kikkerpui
KikkerdrilPuirekke
kinderenkinders, jonges
kinderwagentje zoals een buggyeen pouseide
klaargriee
KlagenLameern
Klager/KlaagsterLameere
kleingeldkloddergeld
kleingeldkleuddergeld
kleurpotlodenkleurkes
klompenkloppers
klontje suikere kluitsen suikre
knieënkniens
knikkerlavuur
knikkersmoarbels
knipperlichtpinker
Knokige knieenKalverkniens
KoeienvlaaiKoestront
koelkastijskasse
koetstzieeze
koffiebeurskaffébuze
KoffiedikKaffégruis
koffiekankaffékanne
konfituurkonfeture
konijnk'nijn
kookpotkastrolle
koortskorses
koper en ketelkobbernen kedle
koper en ketelkobernen kedle
korsetkorsee
Kort nachtkleedjeBabbeteuzeken
koteletkortledde
krantgezedde
kruisbesstekelbeeze
kruiwagenkortewui'n
kruiwagenkorweune
kruiwagenkorwuine
kuikentjetsiepken
kuitenkiedn
KusTodde
kustotte
KusjeTootsen

L

la/ladeschof
laarzen zonder beenstukgaloskes
ladderlieerre
lamplampe
langsseegest
langslaapstersluipkouse
lekke bande pladde tube
lepelleeble
leraarmistre
LibelNuildekokere
licht (gewicht) logte
licht (verlichting) lugt
liplebbe
LochristisLuuets
lopende neussnodebelle
loperluebbre
lp-plaate plakke/ plakske/een ploide
luiaardleegangre
luizenluiz'n

M

maagmuige
maaidorserpikdusre
maaidorsmachinekombienne
maarmoar
mademoie
mag ik eens de chocomak ne kir de choco
manne mannemijngs
manvent
man, ventpeet
mantelnen palto
MarginaalBoeémre
mayonaisemajnijze
meikeverikronkre
merelmirloin
mesmez
metmee
mistsmuer
moddermore
moedermoedre
moeial in het huishoudennen papkokkere
moestuinlochtink
mooie vrouwschuen wijf

N

nachtemmerpispot
nachtmerrie met koortsvan de moare bereen zijn
nagerechtdeesir
navelavvel
nederlanderollandre
neenjiennok (1ste persoon), njiegij/ njiech (2de persoon), neuj (3de persoon mannelijk), njiens (3de persoon vrouwelijk), njiem (1ste persoon meervoud), njiech (2de persoon meervoud), njies (3de persoon meervoud)
neenieje
nee, dat klopt nietbijtendoet
neefne kozzene
neusneuze
niemendalletjee schete in een flesse
niemendalletjee schete in e flesse
niemendalletjeeen schete in e flesse
nochtanspertans

O

ober (man) garçon
ober (vrouw) mammezel
OkselsUiksels
onderpastooronderpaustre
ongehuwde man/ vrouwne jonkman/ e jonkfrou
ongehuwde vrouwoue vraistre
onnozelaarkoerskemel
ontevredenmiscontent
onweer't dondert
ooguugge
oorveegeen uurveege/ e soeflette/ e pamflette
opritopree
OvergordijnDraprie
overloopden allee

P

paardpeirdt
paardenpeirdn
paardenbloempisblomme
paardenmolenpirdemeul'n
paardestaartpirdestirt
palingpuilink
pantoffelssletsen
ParkietPirus
pastoormenir de paustre
pastoorsvriendpausterslebbe
paterpoidre
peperkoeklekkerkoek
picklespiekels
PikhouweelPiosse
pint bierpijntzen
plaaggeestulle de krulle
plaatploide
plassen, pissenzieken
plat bordplatte tallure
politiefliek'n
politiezendoarmns/zandurms
pollepelpuileble
populierwoibuem
postmanfakteur
potloodpodlue
pratenkoutn
prikkeldraadpiekdroad
pyamapiezema

R

raamkozijnkasseine
radiatorradiateur
RatRadde
regenreene
regenenreenen
regenmantelreenfrak
regenton (uit steen) 't reenstik
regenwormteek
remfrain
rennerkoerur
ribfluweelpanne
ribfluwelen broekeen pa'nne broekke
rolluikperciënne
RolluikPerseine
rosse centjesrosse kluidders
RotVort
rozijnenbroodrozijnebruoe/beezenboot
rundrend
runderenrenders
ruzie makenruizemuikn
ruziemakerruizemuikere

S

s' avonds's uives
saus met spekreepjespiellekessause
saus met spekreepjespielekessause
SavooiSaveu
schaafwondekassejbrand
schaapschuip
schatjeschedebeezeken
ScheenbeenScheene
schep (werktuig) schubbe
schommelbijze
schoolscholle
schopschup
schortveuscheut
schrikkenverschied'n
schroevendraaiertoernavies
schroevendraaiertoernaviez
septische putbirput
serresirre
sidecarsiedekerre
sinterklaassent nikluis
SipBeteuterd
sjaalsal
slasalloa
slaag/ klopdessinge/ pandoeringe/ rammelinge
slaapkleedtaboard
slapensluipn
Slechte kaartspelerPlankierkoirtre
slechte kaartspelerplankierkoartre
slechte schilderne klakpodre
slechte vakmannen knosselere
sleutelsneudle
slordige manluizegoird
slordige, vuile en valse vrouween tange
smeerlaprotzak/smirlap
SmoelMuile
snelbinderrekkerre
snelwegottostraade
snormoestaus
soepsoebe
spakenreons
spatbordne gardeboe
speculoos, speculaasspeekeluise
spinkobbe
spookspuek
staartstirt
stationstuise
station wagonne steesewui'n
steptrottinette
steunbalkpoetreil
stoeferbloaze
stoepplankier
stomdronkencanar
stoofvleesstovrijae
Stootkarsteekkerre
stormbuimesse
storm en regenbuimesse
strostruut
stuur (fiets) ne gidon
suikerklontjeskluitses suikere

T

tabaktoebak
tafeltuifle
televisietelevieze
tere, zwakke en bleke persooné es moir d' oogn toe te nijp'n
tesamentueppe
toch (wel) toet (oet)
toch weltoet
tolnonne
tomatentommatn
touwzieel
tractortrekteur
TrekhaakTrekuik
truilijfrok
tuinden 'of
tweetwi'e

U

uiereur
uitlaatpijpchargebuize
uurwerkarlooze

V

vaasvoaze
Vaginapreude
varkenvirken
varkensdarmentrodders
varkensstaartvirkeskodde
vegenvuin
VensterVainstre
venstervoustere
VensterbankVainstertabledde
vensterluikblaffeture
verbrandingsassgrebilde
verdrinkenversmuern
verdronkenversmuerd
verfborstelvirfbussel
vergietverzijp/stramijne
verlofkonzee
verloofdelief
versnellingsbakvitissebak
verwarmingselementraudjateur
vette darmen van varken (eetbaar) trotters
vleiermajvuigre
vliegtuigvliegere
VlierbesVlienderbeze
vloeitjessigreddeblaudses
vogelveugle
vogelkooiveugelmijde
volgende weeknoiste weeke
voorveur
VoordeurVeurdeure
vooruitgaan, snel gaanaffesseern
vorkverset
vrachtwagenkamion
vragenvrui'en
vrederechterzuuze de pee
vrekgieregoird
vriendmoat
vroedvrouwachterwoirstrigge
vrouwvraomensch
vrouwenborstenloezn
VrouwenborstenLoez'n
vulpenportepluum
VuurwerkVierwirk

W

waarschijnlijkva' tiene neehne
wastobbe, gestookt met hout, om de was te kokentvernes
waterwoidre/veugelwijn
watergeestslokkepier
wctvertrek
Weeskindwizze
wekbrauwenwinkbrau'n
wijwulder
Wild konijnKeun
wimperspinkers
WindjeScheetsen
wipwipplanke
woonste weunste/een doeninge
worstwuste
worstensosiessen
wortelenwortels

Z

zaagzuige
zakdoekneusdoek
zenuwenzeelms
zieligaardne muttene/ nen duts
zigeunersbrakgasten
zijzulder
zij heeftz' ee
zoazue
zolderzoldre
zuurtjesmuilentrekkers
zwaarzwoir
zwaluwzwalme
Zwarte PietNiekedemus
zweetgeurlijfreuk

3 opmerkingen

  1. Goede Lue'tse spelling wordt hier dikwijls veranderd door inwijkelingen, vooral gentenaars die denken dat zij het Lue'ts dialect ook kennen.
    Dus mensen als uw voorouders, ouders en jijzelf niet in Lue geboren zijn en in 't Luets dialect niet opgevoed zijn blijf dan van ons woorden af want ge kent er niets van.
  2. Lookrieste es een durp in Uust-vluinders, int uustn va' Hent. Uuk in de djielgemjientes Beirvelde en Zaffeloare wordt er tzelste dialect gesprookn. Uuk in de streekn van Destelbir'n en Eusde trekt het dialect vrie goe op da van Lookriste. Lochriste is een dorp in Oost-Vlaanderen, ten oosten van Gent. Ook in de deelgemeentes Beervelde en Zaffelaere wordt er hetzelfde dialect gesproken. Ook in de streken van Destelbergen en Heusden lijkt het dialect enorm goed op dat van Lochristi. U en uw, worden meestal uitgesproken als "ui", hoewel dit in sommige streken in de buurt van Lochristi (vooral in de buurt van Wetteren) "ou" kan zijn, of een tussenvorm. Deze ui-klank vind je ook in woorden zoals: maag=> muige, dagen=> dui'en, ... Heel wat medeklinker worden vluchtig uitgesproken en worden stemhebbend. Een woord zoals "week", wordt "weeke" uitgesproken, waarbij de "k" bijna lijkt op de Franse "g" van "gar
  3. da es nief, nen nieven vélo