Huizers dialect

Dialecten > Noord-Holland > Huizers
Het dialectenwoordenboek Huizers bevat 36 gezegden, 490 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

36 gezegden

aardappelzaadballen zoeken op de engpapeklooien zeuken óp de nenge
alcoholist als manhij zeup as een piele en zij kreeg klappen as zangd
als een bok op een haverkistas 'n hóngd óp 'n zieke koo
bemoei je er niet mee!nijt mie bemeuien!
bevallenin bedde kómmen van een kijndjen
dat is geen zuivere koffiedat is mósselige melk
druk of erg veelas haer óp een hóngd
een kenner laat zich niet beetnemengien ouwe mórs vangen mót loës koren
er zijn teveel meeluisteraarsd'r is tevuul dak op 't huis
er zit geen voeding in't is water en wijnd
geen fut hebbengien morrie hemmen
goede verstandhouding verbrokende snie is d'r uit
heb je al een beetje verkering?hij-je al 'n scharreltjen?
heb je niets dan kan je nietshij-je nijt dan kaj-je nijt
heen en terugvróm en tóm
het deed hem totaal nietshij verhaerden of verstaerden nijt
het is over, voorbij.de snie is t'r of
het zit niet op alle fronten meeWijnd zat, mar gien haering
hete thee drinken vanaf een schoteltjethee uit een téëltjen drinken
hij heeft een goed levenhij het een leven as een luis óp een zeer hoëfd
hij liep heel snelhij leup as een tiek
honger maakt rauwe bonen zoetansjovis is vis as d'r aarst nijt is
ik vind het heel lekkerik kan d'r wel suiker uit kaauwen
in de schemer (bij kaarskicht) bezig zijnkaerswerk is naerswerk
langs het water van het huidige Gooimeer lopenlangs zee loëpen
lekker eten, niet te gulzigzachies mouten, nijt ropperig
lieve help!lieve hart!
o donderoë dónder
paarlen voor de zwijnen werpenspek in 't hóngdenest gooien
rustig aan, jongenbol an, taatjen
schuin overstekenschuin over schoeks gaen
van kwaad tot ergervan 't pissebedde in 't kakkebedde kómmen
voor schut staanvur schóbbetjen bóngt staen
wat een leuk kindwat een neutig apetaersie
zijn eigen boontjes doppenz'n aigen mast overboord zailen
zo vlug mogelijk iets doendeimie vur dan dooën

490 woorden

'n Jantje precies'n nauwneers
's avonds's aauwus
's dinsdagsdijnsdas
's morgens's marrëges
's nachts's naks
's zondags's zóndas
1éën
100hóngderd
1000duzed
101, 102, 103 etc.hóngderdenéën, hóngderdentwee, hóngderddree
13dartien
17zeuvetien
2twee
20twijntig
3dree
30dartig
5vijf
7zeuven

A

aantrekkelijkanvallig
aardappelaerëpëls
aardappels schillenaerëpëls jassen
aardappels schillenaerëpëls schellen
aardappelzaadbollenpapeklooien
aardappelzaadbollen zoeken op de engpapeklooien zeuken óp de nenge
aldoorammar
allemaalallemol
AlmereAlmère
alsas
andereare
anderhalfaarhallëf
andersaarst
anijsmelkhiet
apartampart
arm (lichaamsdeel) narm
armoearmeu, arrëmeu
armoe lijdensparrebekken
armoedzaaierkokelapper
averechtsavereks
azijneek

B

baars (vis) baers
bakkensnirsen
bandbangde
bedsteebestie
beenbéën
beetjebietjen
beetjetrisseltjen
bekrompen iemandnaauwnaers
bemoeienbemeuien
bergbarg
betalenberappen
beter wordenauweseren/aveseren
blakblak
Blaricum (dorp) Blarrecóm
Blaricum (gemeente) Blarrecóm
BlaricummerBlarrecómmer
blauwblaauw
boekbook
boekweit (plant )bokët
boerenjongens (drank) boerejónges
bof (kinderziekte) flap
bokkingbókkes
bonenbooënen
boodschapbósschóp
borrelglaasje (zonder voet) diendertjen
borreltjehallëfien, snarsien, slukkien
borstel (boender)bønder
boterbótter
bradenbraeien
brandbrangd
breiwolbrat
broei (hooibroei) breui
broeiërigbreuierig
broerbreur
broer(s)breur(s)
broertjebreurtjen
broodbezorger (geen bakker)kouwe bakker
bruidegombruigóm
brutaalanstrant
brutale mondreeje bek
buffetkastrebbank
bukkenbókken

C

chocolademelksuikelaadmelk
Cornelis (naam)Kréëlis
criticusnaauwnaers

D

daardoordaerdeur
dadelijkdijmie
dadelijkvoort
dadelijkvoortzoë
de een na de anderóm z'n aarzen
de ketel boven het vuur hangende ketel overhangen
dekseldessel
dekstierhouderbulleboer
deuren- en venstergeld (oude belasting)deuren- en vijnstergeld
dezelfdedezelde
dikwijlsparte keren
dikwijlsdikkels, vuultijs, parte keren
directómslag
doenlijkdooënlijk
donderslagknapslag
donkerroze verfappelbleus
doolhofdooëlhof
doorduwendeurdouwen
doperwtendóppers
dor droog grasdriest
dorpdarp
dovenetelmakke dijssel
draaddraed
drieëndreeën
droevig, vreselijkonnoëzel
droldrolle
dronkenbezeupen, staeris
droog/dor grasdriest
duiken (verl.tijd doken) duiken (verl.tijd deuken)
duizendschoon (bloem)prikneus

E

echtscheidenoftrouwen
eeltaelt
een overledene wassen en kledenofleggen en kleejen
eendpiele
eierenaier
eigenaar van visrokerijhangebaas
emmernemmer
enk, eng, es. (landbouwgrond) nenge
ernstige preek van een domineebarre roop

F

familiepallemetasie, en/of femielje
fijne (dure) kant van kledingstruifkangt
flauwflaauw
flitszwónk

G

gaatgaet
garagegerazie
gareelgaréël
garengaeren
garnaalgurniel
gebloemdgeblómd
geborenëbeuren
geen zin hebben, moe zijnmaieloës
geirriteerdnietelig
gekmol
gekletsgemaek
gepraat van vrouwenkakelen
gerookte haringentaeje bókkes
gewordenëwurren
glazen stuiterurrëmer
gootgeut
graag (met eten) groezig
greppelgrippel
griezeleniezelen
groengrøn
groentengrønten
grondgróngd
grootmoederoëtjen,opoe
groots (opschepperig)groës
grootvaderoëta, tetta, oëpa
grote mond hebbeneen reje bek hemmen
guldengólden
gulzigropperig
gulzig schrokkenroppen

H

haaghegge
habbekratsklapschelling
hacheeuiedoëp
hagelachtige sneeuwkrók
handhangd
hardstijf
hard regenengórsen
hard werkenbønderen, haisteren, giepsen
haringhaering
havikkremmerd
heel snelmót een koegelsgang
heel zoetmiers
hemhum
hem, zijndum
henhenne
Hendrik (naam)Haindruk
het gaat helemaal verkeerdje kómmen van 't pissebed in 't kakkebed
het veel te druk hebbengien asem vur geld hemmen
hij gaat door de deurhij gaet deur de deur deur
hoehoo
hoeveelhoovuul
HollandHollangd
hoofdhoëfd
hoofdhaarhoëfdhaer
hooiberghooibarg
horlogegeloëzie
huilenkrijten
huishoudenhuishouwen
huishoudenhuisouwen
huiswaartsóp huis an
Huizer grondgebiedHuizer banning

I

Iemand afleggen en koffie/thee serveren op een begrafeniskleejen en schenken
iemand begravenwegbrengen
Iemand met een grote mondhij het een mingelen broek en 'n pijntjies gat
ik ben doodmoeik bin zoë zat as uitëspeugen spek, doëdof
ik sta niet achter die zaakik stae dee zaak nijt arg
in ondertrouw gaan (aantekenen)antekëren
in onmacht vallenvan je pinnetjen gaen
inboedelimboel
ineensinéënen
ingewandengróm
inhoudsmaatmengelen
inhoudsmaatpijntjen
inwoners van Bunschoten-SpakenburgSinterklaaskoppen
inwoners van HarderwijkHàrrewiekers
inwoners van VolendamVollendammers
Izaak (naam)IJzuk

J

Jacob (naam)Jaauwuk
jammer, sneusnóbbig
jeukschoek

K

kaaskaes
kabinetkammenet
kacheltje op bottervuister / duveltje
kameradenkammeraas
kankanne
kan (1 liter) pijntjen
kanskangs
karkarre
kastanjekastaan
katoenen zakje voor broodstukkezakkie
KerstmisKursaauwud
kindkijnd
kinderenkijer
kinderstoeltónne, kijertónne
kindervliegertrikkert
kinkhoestkroep
klein beetjetrisseltjen
klein laag kacheltjevuurduveltje
kletsenmaeken
kletsenmaeken, klessen
klomp (schoeisel)holleblók
klompenwitselbikstéën
knieknije
knieeenknijen
knijpen (in arm) niepen
knikkerurrëmer
knikker (goedkope, van kalk)kalkedotter
knikkerenbóbberen
knoopknoëp
koek, koekjekook, kookie
koffie zettenkoffie koëken
koolrapenkoorapen
kopjekómmetjen
kordaat, flink.rizzeluit
korte winterjasbónkertjen
kraaikraei
krioelenmiegelen
kwaadheid laten blijkenje galle uitspuigen
kwartvurrël
kwart mudschepel
kwijlenzeveren

L

landlangd
landverovertjelangdhappertjen
langslangëst
langwerpig lint aan schortgatbangde
langzaamzachies
lekker etenmouten
leuk, fijn, aardigneutig
leunenlønen
lichte verkoudheidkouwetjen
lieve helpbel heerokken
lieveheersbeestjebokëtórre
lopenloëpen
luidklok om 21.00 uurpapklók

M

maaienmaeien
maartmaert
machinist van een graafmachinezangdhapper
magertjeslik of en leg neer
malmol
mantaatje
mandmangde
meikeverkasselemai
meisjemaisie
moemeu
moeilijkmeuëlijk
moeitemeute
moestenmózzen
mogelijkmeugelijk
molenmølen
mombakkesbómbak
mondmóngd
mul (zand) bol (zand)
musmórs
mutsmus

N

naaldnaelde
NaardenNaerden
naastnaest
nare vrouwverevreter
natuurijs met grote luchtbellenbómijs
nauwelijkskwanig
neeneejen
neusvuil, samengeklonterdpódde
nietnijt
niet autochtone Huizersbuiteminsen
niet ééngien éën
niet geheel de waarheid sprekenfoezelen
niets, klein beetje, borreltjesnars,, snarsie(n)
nieuwnijw

O

omaoëtje,opoe
omaoëtjen
ondersteóngerste
ondertussenóngertussen
ondeugend jongetjebatraaf
ongelukkige voethórrelvoeët
onweersbeestjedóndervlieg
oosterwindbuitewijnd
opatetta
opengesnedenópësniejen
opwinden (van de klok)ópbijnden
oudtantepeu
oudtantepeu (tjen)
overdwarsschuin over schoeks, schaif over schoeks

P

paardenbloemhóngdeblóm
paardenvleespaerdevlais
paarspaers
paling, aalael
pannekoekpangkook
personen van buiten de gemeentebuiteluiers
petroleumpeteroëlie
peulen, peultjespeulen
PinksterenPijnsteren
plaatsplaes
plagenplaegen
platte mand voor honderd bokkumshóngderdjen
poespuus
poetsenpoesen
politiepliesie
pond (gewicht)póngd
potverdorieoë górsak
precies iemandhaerneus
prei (groenten)prai
proberenpra(m)beren, preberen

R

regelmatigéëngaal
reizenraizen
reuzel (varkensvet)ruzel
rode hond (kinderziekte)rooie hóngd
roede (grondoppervlakte) roo
rondneuzenscheumen
rondomróngdóm
rookvleesroëked vlais
rozijnen-krentenbrood in juspanbroeder
rugrugge
rustig waterblak water
ruziëntiktaien

S

samenzwerenkónkelefoezen
schaapschaep
schaarschaer
schaatsenschaesen, schaesen riejen
scheefschaif
scheutjeflorsie
schol (vis) scholle
schoonzustersnaar
schortschullëk
schoteltéëltjen, schutteltjen, schórteltjen
schouderschouwer
schuimkoppen op de golvenkammen
schuw, angstigschiftig
sinaasappelsappelsinen
slaanofboeken
sleeslie
sleetje rijdenslietje rijen
sleutelsneutel
sneesnie
snee broodstuk
snel, gauwharde
snijden (verl. tijd sneden)snijen , snie, ësniejen
sodadroëg water
somsparte keren
spaakspeek
speculaasjesmannetjies
speekselzever
speenspøn
spekvetruzel
spel met een aangepunt stukje houtpierewieten
spelenspølen
spiering is vis als er anders niets isspiering is vis as t'r aast nijt is.
split in zijkant Huizer vrouwenroksnijersgat
spoelenspølen
spugenspuigen
staanstaen
staartstart
steeg (straatje) stieg
steenpuistpinnezweer
sterkstark
stiekem snoepensnaeien
stoelstoeël
stompenboeken
straatstraet
straks(voort) dijmie
straksvoort
straksvoortzoë
straksdijmie
stroopballetje (snoep) kokkiene
stukken gesneden pannekoek in (karne)melkkrijtert

T

tandtangde
tantemeutje
tantemeutje(n)
teentee
tegenteugen
tenenteejen
terugvróm
tikkertjeklessie
toetoo
toiletzeepspensezeep
traag (eten) aarzelenteuven
trouwenstrouwes
twee litermingelen

U

uiuie
uitnodigen tot deelname aan begrafenisvrómverzeuken
ulevelballetjen
Utrecht (de stad) Uitert

V

vallen (op de grond)vallen, vul, ëvullen
van goeden huize komenvan goeëie aier ëzet wezen
van te voren (van te) vurren
vandaarvandaer
veeleen dot
veelvuul
verbindingverbijnding
verdorieoë górsak
verfhoutprevensiehout
verlegenbeschimmeld, blooi
verlopen persoonsoegem
verstoppertjevrómverschietje
vervelend iemandklier
vis aan een speet rijgenspieten
visben op vissersschip, botterbun
visrokerijhangen
vissermanvisterman
vlaamse gaaimarriekolf
vleesvlais
vlieger (voor kinderen) boogvlieger
voelenvølen
vogelvoegel
voor niets ter wereldvur gien doëdslaen
vooralvurral
voordeel/pretjehappien
voorjaarvurjaar
vorigvurrëg
vriendkammeraad
vriendenkammeraas
vriendinmakker
vriendinnenmakkers
vroege vogelvroge voegel
vroegervroger
vrouwmins
vrouwnenne
vrouw (echtgenote)mins
vuil, smeriggroezelig
vuilnisvullus
vuilnisbeltzolft
vuiltjekwintjen

W

wandelenkuieren
warm-benauwdmoekerig
water aan de kook brengende ketel over hangen
waterige melkblaauw water
weg (verdwenen)héëne
weleenswelderies
welk soorthukke, hoen, wafferen
werdenwurden
wespweps
wiewéël
windwijnd
winterwijnter
wintermuts voor meisjeskapertjen
winterwortelswijnterwortels
woelenwølen
word(t)wurd(t)
wordenwurren, wurden. ëwurren
wratwarteling

Z

zaaienzaeien
zakje blauw (v.d. witte was)blaauw koegeltjen
zandzangd
zandgroevezangderij
zeeppoederfetloo
zeurderigzaikerig
zeurenzaiken
zeurenzajken
zeurpiethaerneus
zich geraakt voelenan de kurf ësteuten vølen
zich kledenkleejen
zielig, treurig, sneusnóbbig
zo-evenflussies
zoenpoes
zoenen (afzoenen) ofpoesen
zoentje (tegen klein kind) poesie
zoet (tegenovergestelde van zuur) zeut
zojuistdreffies
zojuistflussies
zolderhilder
zomerzoemer
zonder haastbol an
zweepzwiep
zwerende hoofhuidklirskop
zwoegen, hard werkenhaisteren, giepsen

1 opmerkingen

  1. Op 9 oktober 2015 is verschenen Het Woordenboek Huizer Dialect. Duizenden woorden met veel voorbeeldzinnen, een cd met de teksten erbij in het boek, een inleiding over de Huizer Dialect Werkgroep (sinds 1971), een verantwoorde spelling i.s.m. het Meertensinstituut, en enige grammatica. Ook bijna honderd foto's van Huizen erin.