Buggenhouts dialect

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Buggenhouts
Het dialectenwoordenboek Buggenhouts bevat 44 gezegden, 647 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

44 gezegden

Boodschappen doenKomischen doen
daar komt niets van inmei gat zai bakker
dat kan je nooit radenda kende noeit ni groin
doen alsof men van niets weetvan kroemenaus gebauren
een gediplomeerde luiaardhei he' geene boeilt vant werken
Een gesprek voeren, pratene klpake doeën
Een gesprek voeren, pratene klapke doeën
een halve garenhei hese alleveif mau ze steun in ploegen
een vrouw met gezichts haar begroeiingdas ien van de sinkse foeir
er kruipt een hagedis op mijn rugdao stesselt eun erretits oep moinen drig
ergens langer blijven dan nodig't leste stroeiken oit tak trekken
ergens zenuwachtig van wordenieveranst de floere kètse va krouegn
Gij hebt voor alles een excuusas moin tante wielekes at, was't e keireke
het is moeilijk ademen (door de neus) hei hee ne verstopte nees. hei hes versnoft
hij is doodheis oem ziep
iemand bij zijn nekvel pakkeniemand bei zeine schabbernak pakken
iemand die steeds de zijde van de meerderheid kiesthei droit gelaik den haun oep de kerktoren
iemand die totaal op isdain kan ni mie van zein hielen scheiten
iemand die zich niet goed voeldhei hes gien peip toebak weit
iemand die zich verongelijkt voelthei bait nogal oep zein sik
iemand een trap tegen zijn achterste geveniene ne stamp tegen zeine inktpot geven dat'n al schreivd voits leupt
iemand met een grote mondienen mee' eun bakkes gelaik ne noven
iemand met sproeten op zijn gezichthei hait achter de beerkeir geloeipen tegen de wind in
iemand niet graag ontmoetenk'sin liever zein hielen as zein tippen
iemand pesten, tergeniemand den duvel oan doen
iemand proberen te (genezen??) door een priesterhem lauten overlezen
iets niet willen erkennen (zien) dain he schelen vee zein oegen
iets niet willen verklappenda goinek na es nie aun aan nees hangen
iets niet willen verklappenda goinek es nie aun aan nees hangen
Ik benKzen
ik ben weg'k zen den'of af
ik ga even rustenkgeun mè res afkappen
In Buggenhout lopen de mieren op de murenIn Biggenaat loëpe de mieren oep de mieren
In het BuggenhoutsOep sèm Biggenaats
marie had veel kou, waar had marie veel kou?op de markt had marie veel koumie ha bra ka, wou ha mie bra ka? oep de meit ha mie bra ka
moeder, moeder mijn voeten hebben koud de kachel is uit maar de schoorsteen rooktmama, mama mein voeten hemme ka de stoof es oit mau de schapeip doempt
Niet meer weten van welke parochie dat ge zijtNi miër wiëten van welke paroche da ge zoit
past dat paar u? dat paar dat past u!past da paur a?da paur da past a!
plotse ziekte aanvalde vliegende seskes kreigen
proberen recht kruipen na een valhei lait dou te speittelen gelaik ne vis uit nen bokal
tegen de lamp lopenmee' zein bakkes tegen de mier loeipen
waar men zo maar binnen en buiten looptdas hie presies eu kiekekot
weten waneer men 'terecht 'moet zwijgenzeine bek in zein ploimen haven
zeer onhandig persoonzoe loemp as tachterste van eu veireken

647 woorden

(een) moeilijk (e) praten (r) broebbelen, nen broebelair
1iën
2twië
3drauë, droi
4vier
5vauëf, voif
6zes
7zeevn
8acht
9nege

A

aadrappel schillere patatte schelderken
aalbessentroskesbezen
aambeien't speen
aanaun
aan zeeaun de ziee'
aanmaak houtstoofaat
aanmodderenkazjoeberen, boechelen,
aanmodderen (iemand) kazjoeberair, boechelair
aanrechtpoembak
aanstonds, directbrezabatie
aardappel schillereun patatten mesken
aardappelen plettenpetatten deisteren
aardappelen pletten met een vorkpatten deisteren mee aa verket
aardbeienjèbezen
aarde of grondjeir
accordeonne trekzak
afdakderremieze
afwachtenstaun letten
ajuinarjoin
allemaalallemau
alles bij elkaarde giele santenboetik
alles ordeloos door mekaardas dau brika brak
amuseer jullieamuseert alen
appel boomnen appelleer
as van de kachelschramoeille
assertief zijneu frank bakkes hemmen

B

badjas, kamerjaspènwaair
bangbenaad
beeldjee postirreken
besluit vormenmein konsekwenses trekken
besmeurenaun smoisteren
bezig zijn met ietsklawieteren
bijnabekanst
blauwblaat
bloed worstne zweite pains
bloot voetsbeirrevoits
boekentasne karnasjeer
bordtalloeër
borstelbestel
breienbrein
broodrestjeskroémelkes
bruinbroin
BuggenhoutBiggenaat
buggenhout bosbiggenaat bos
burgemeesterden berremester of burremester
busten houdersutjeingors, sutjein

C

centrale verwarmingde sjofaas
chirogiro
chocoladesjokolat
chocolademoussesjokolattemoes
chritusons ieër (lieven eer)
cichoreibitter peeën
citroencintroen
cubberdonstjoepenezen

D

daardau
daar geloof ik niets vandau geloeve 'k niksvan
daar geloof ik niets vandau geloefvek gien kloeiten van
daar heeft hij zijn handen mee voldau hait'n zei getes mee
daar is iemanddau ester ienen
daar komt niets vanda zirre van nie
daar komt niets vanda zirre van ie
daar komt niets vanbelangen gien aprence van
daar viel niets te gebeurenda was dau eun kaat kieken
daar waar zeer zuinig geleefd wordtdou komt zelfs gienen doemp dee de schaa, ze zetten dau nen iemmer over de schaa
daar waren weinig mensen aanwezigge kost dau me' a gat bloeit loeipen
daar weet ik hellemaal niets vandau hemmek gielegans geen aprense van
daklozene loizefiakker, boiteslauper
dakraamzolder vainster
daniggraleik
danig schrikkenneig verschieten, ne floeren aup scheiten
dat heeft hellemaal geen betekenisdau es giellegans gene moiaing van
dat isda es
dat is daar nogal een rommeldas dau nogal eun foeir
dat is iemand voor het gekkenhuisda es ienen vee titeca
dat zal ik nooit doenvan zai laiven ni
dat zal wel (niet) baa toet
de eeuwige verliezerne krabbekoker
de gevangenisden bak, de kastremein
de gevangenisde kastremein
de leerkrachtde miëster
de luchtde loegt
de pastoorde paster, de pastoëir
de slagerden biejnawer
de tuinden 'of
dekenseuze
dekensezze, eun sprei
denk maar vlug iets anderspaast mou aga iet anders
denkenpaazen
deurdeer
directmallegree
dorp't derrep
dorpjedérrepken
draagbaar wcne pispot
drempelderrepel
dringendbrezabatie'
druipendrippen
duifdoif
duimspijker (s) pinais, pinaizen
duiveldievel

E

eennen (+klinker), ne (+ medeklinker)
een (halve) klusjes manneu feichelair
een aalt emmernen beirschepper, ne giëzer
een aardbeieen jèbbees
een afwijking aan een oogeun lodderoeg
een asbaknen assepot
een bakfietsneun triporteur
een bangerikne broekscheiter
een bedeun berre, eun bedde
Een bericht latenteinink lauten
een braadpaneun peinne
een brieven tasneu portefouil
een brugeun brig eun brigge
een dakpaneun dakpeinne
een dekbed hakeneun sprei krosteren
een deugenietneu sjamfoeter
een dommerikne wettel
een doodskistne lichter
een dronken iemandhè heit eu goe stik in zijn kloeiten
een eed doen op ik, jiwerren dak, dache
een fiets zonder voorrem enkel achteraannen torpedo
een fiets zonder voorrem enkel achteraannen achteruit trapper (nen torpedo)
een flauw persoonne labbekak
een flauwe plezantene ziere gezaten
een flessen openerneun aftrekker
een gasfonuiseu gazevier
een geniepig iemandne paljas, eun paljasken
een gierig persoonhei hee ne
een gierig persoonhei et neun boteram me' schuifkees
een goed gelovige manne koillen
een grootsprekerneu kist mein kloeiten
een grote versnelling duwen (op de fiets) eu groeit verzet trappen
een haarstukjeeu postisken
een hakbijleun ommes
een halve garezein veizen steun los, dien he'se nie alleveif, hei hese alle veif mou ze steun in ploegen
een handtaseun zjakois
een hevige pijnaanvaleun stiranne
een hondnen 'ond
een honde trek wageneun onnekeir
een ijsjee pakske kaat of ne kreimgelas
een inwendige ziekte (ongeneeselijk) t'koliek
een jonge hondneu joengen t'hei
een jutten zakne baul
een kaalhoofdiëne mee eun brië middestreep
een kaalhoofdne klaitskop
een katapulteun mik, ne misse schieter
een katerne kouter
een kersenboomnen keizeleer
een klein ietseun bagatel (leken)
een kleine hondne keffer of ne preutlekker
een kleine jongenne snotnees
een kleinigheideun bagatelleken
een klem om vogels te vangeneu misseneizer
een kruikeun keinne
een kruisbeeldneu krussefiks
ëen kwade vrouweun teing, eun eirrege teef

E

een leeg loperneu schoeile
een leeuwerik (vogel) ne liawerk
een lichtschakelaarnen eintrepteur
een likdoorneun eksteroeig
een luchterne luster
een luciferstekske
een moeders kindjeeun fijmmeken
een moeilijk kindeun moeijelijk joenk
een mooi meisjeeu schoein porreken
een muggenzifterneu zemelzijker
een muggezifterne pezewever
een mutseun pots
een nakend onwederze ze'n dau eun ferm schip aunt louin
een neusne nees
een nietsnutne labbekak
een niksnutneu pasjakroet
een onverzorgde manne lankhouregen trekond
een oog afwijking hebbenhei loenkt, ne loenker
een opneem vodnen dwail
een oude mannen aa pee, pait
een oude speelplaatneun aa krauker
een oude vrouweun aat meken
een oude vrouweunaat meeken
een oude vrouw (smalend) eun a reutepeteut
een paarden slagerne pieiren tesser
een perzikken boomnen peizeleer
een peteun moeits, eun klak
een pets tegen u kaakeun keirremelle tegen a kauk
een pets tegen u kaakeun plak tegen a oeiren, eun savoe rond a oeiren
een pintjeeu pilsken
een pittig meisjeeun poittig weifken
een plezante jongenne sjarlewie
een potje gesuikerde melkeun potteken leik mein lip
een pruikeu priksken, pruksken
een puntmutseun pinnemoeits
een rare kwast (jongen) ne schaan beer
een regen schermneu pijrreplie
een schoentrekkerneun auntrekker
een sigareteun koet
een slechte (reis) speelduifne peinneschaiter
een slechte danserneu kaseistamper
een slechte ploegmaatneu krabbekoker
een slonzige vrouweun vooil masjoeffel
een snoepjeeun keiremelle
een speelvogelne sjamfoeter
een springveerneu resaur
een stevige kaakslageun kartijts tegen zein bakkes
een straatbezemne groffen bestel
een stuiver spel (buiten) kalleke schieten
een sullig peroonne waizen, ne nalleven gezoein
een tanden borstelneun tannebestel
een telefoon toestelneun tellefong
een trap leuningeun leenink
een trein (kinder taal) neu tjoeken trijn
een vals gebiteun nief eetkoumer
een vals persoonne kloeitzak, ne valsoud
een veiligheids speldeun toespijlle
een vergieteun stramain
een vergieteun stramein
een verzakking in de wegdau es ne zink in de baun
een vlugge snackeun snebberbeet
een vlugge snackeun sneibberbeet
een vogel kooieun vogeljeir
een voorgebraden kipeu loi weiven kiek. eu kieken me' eu lam gat
een vorkeu verket
een vouw laddereun trap lierken
een vrekneu girrigaut
een windje lateneun scheet lauten
een zakdoekneu neesdoek
een zakje snoep met zurige smaakeun paksken zier en zaat
een zeer zuur snoepjene smoelen trekker
een zinken kookketeleun meiremit
een zinken waskuipne baseing
een zuur snoepjene smoelentrekker
een zware slag of valeun vrie mastelle gaun
electrische bijverwarmingeun blouzerken
emmerieëmmer
en vergieteu stramein
enorm, heelgraalèk
er is daar niets te belevendau es gien verzet
er is ietsaan het gebeurener rezelt dau iet
ergens aankomen wat niet magfrutselen, foeffelen
ergens in ronddraaienliggen in loteren, in rieren
eten met weinig voedingswaardeblausuit

F

fiets stuureu stier, ne gedong
flauw mans persoonne labbekak, ne flaarik
flauwerikflaan tist
fluisterenfezelen
fototoestelkodak, ne portrettentrekker

G

gala kostumne pitteleir, ne billekletser, ne pingwing
garnalengeirnout
garnalengeirnaut
gebouwgebaa
geen contact zoekengien aljanse mouken
geen inspraak hebbenniks te protokollen hemmen
geen verstand van iets hebbenhei hee dou gien bewaat van
gehaktgekapt
gelbriliantin
geldbeugelne pottemanee
gelukkigcontent
glijbaanafroizer
goedgoe
Goed geklede persoon, persoon met mooie klerenSjieken tip
goed samen werkenakorderen
gokken op ietswerren oep iet
gootsteenpoembak
grasges
groengrien
groengruun
groen (van kleur) grien
groentengrinsel
grote neusne vrie vergevel
grote orenflap oeiren

H

hagedisèrrettits
halloallo
halve garenschieven achterweits over
Hangaar (afdak) derremieze
helemaalgielegans, grattekaal
het centrumtorrep
het is zeer ergtes vrieed
het kan mij allemaal niets meer makenzjatten en taloeren
het komt hier niet goedtes van den ond
het w ct'heusken
het was helemaal juistt'waster (patat) boenk oep
hierie
hierier of ie
hij is met iets weghei ester mee' schampevie, ribedebie
hij is overledenheis kevendrauger
hij is weghei es de pist in (uit)
hoedoet
hoeve botergoei boter
horlogearlézgje
horlogearlège
huisoijs

I

iemand beetnemeniene eun pee stoven
iemand de deur wijzeniene me zein klikken en klakken bouiten smeiten
iemand de groeten doendut ze de komlementen
iemand die aanmodderdne kazjoebereer, ne boecheleer
iemand die alles opkroptne binnenbier, eittefreiter
iemand die bedrogen word (seksueel) door zijn partnerhei, zei draugt tekkeren
iemand die dronken ishei es goe kijrrewiet
iemand die gedane beloften niet na komtne kazakkendroir
iemand die guiten uithaaltne peitteman, ne sjamfoeter
iemand die iets voorwend om niets te moeten doenne karottentrekker
iemand die kinderen heeft bij een andere vrouwne koekoek
iemand die nergens van af kan blijvenne frutseleer, ne foeffeleer
iemand die niet goed bij zijn verstand isnen droiloeizen
iemand die onduidelijk praatne broebbelair, ne moemmelair
iemand die rare dingen doetne pinocio
iemand die rare dingen doeteu spoek van den opera
iemand die scheel kijkteu lodderoeig
iemand die slecht verstaanbaar isneu broebelair
iemand die steeds probeerd te profiteren van een andereun platlois
iemand die uitvluchten zoektne karottentrekker
iemand die veel durfdne galjaar
iemand die veel naar het wc moetneu pisser hankt vast
iemand erg vertroetelenveel eiren onderleggen
iemand fleemenienen seiroop (henink) aun zeine baut straiken
iemand flink beetnemeniene oep fleissen trekken
iemand iets onrechtstreeks proberen duidelijk makeniene ne nees geven
iemand in een doodskist leggenhei werd gelichterd
iemand klaarmaken voor zijn doodskistienen lichteren
iemand met een brileun brillekas
iemand met een dikke buikién mee nen dikke pains
iemand met een dikke neusne patatten nees
iemand met een lange, dunne halsien me ne kiekenneik
iemand met een oog afwijkingne schailen otter
iemand met een smalle lange halsien mee' ne kiekenek
iemand met grote orendain he' nogal blaffetieren aun zeine kop hangen
iemand met krullend haarne kroezel kop
iemand met valse bedoelingenneu mouilentrekker, neu twiegezichter
iemand met vele gezichtenne smoelen trekker
iemand met weinig gezichtskleureun blieekscheet
iemand met weinig notie van ietsne plansierkauter
iemand op zijn sterfbedhei leet in leiken
iemand steeds met kritiekne zemelzeiker
iemand uit een bepaalde buurtienen oit t'achterdinken
iemand vermanen op neuspeuterenas ge boven zait brenkt dein mein sloeffen mee
iemand vermoordeniene vermoeiren
iets dat flauw is van smaaktis zoe fla als poempwoater
iets klaarspeleniet aranzjeren
iets kokeniet zoein
iets op het oog hebbenhei spekkeleerd oep iet
iets reparereniet oepkallefateren
iets reparereniet oep kalafateren, iet aranzjeren
iets verkrijgen van iemand door veel zagenafloize, nen afloizer
iets wat ongehoord isda sein lappen, veirekesoeiren
iets weg graaieniet weg groebelen
iets zeer persoonlijks vertellenzein heit loechten
iets zomaar afhandelentes van kjeiskes kiet, half zei gat
ijsglijden (gaun) schuiven oep eun boinken
ijsschaatsenschofferdijnen
ik ben weg'k zen voetsj
ik ga verder'k gen voetsj
in de schaduwin de loemmerte
in rangordestelselmauteg
in zijn blootje rond lopenin zeine bloete flikker rond loeipen
italieiteul

J

jaloerse blikkenloenken
je kan de pot opkist mein kloeiten
je weet dat tochge wet da toch
jeukjeksel
Jezusjeezeken (j als zj)
jijgij
jijgei
jongens tochkinnekes lief
juistjust (j uitgesproken als zj)
julliegeillen

K

kaarskjeis
kaaskeis
kauwgomeen sjik
kauwgomlangen asem
kermisfoeir
kerstboomne kesboeim
kerstmiskessemis
kerstmiskes (se) mis
keuken deurkeke deer
Kijk eens hierZinaanekkieë
kijven, reclamerenfoeteren
kikkervisjespompeloerekes, dikkopkes
kinderenkadeeën
knikkerseirrebollen
knikkerseirrebollen, zouirs
koffiekaffee
koffiefilterkaffeebezze
konijnkornein
konijnkornijn
koppigdweis
krabben (jeuk) scheiren
krantgazet
kruisbeeldne krussefix
kruiwagenne krewaugen
kuissen met schuurborstelschieren
kusbees of beis

L

LadderLeejer
lamp lampadeir
lamplampadeir
lang napratenbleiven palaberen
lanterfantensjeimelen
lepelne leeper
lessenaar van ondewijzerpepitter
listiglieëp
lollyne leikker, ne stoemper
los over kopme' zein klikken en klakken

M

maak u geen illusieslegt dou a boeinen mou ni oet te wiek
maarmau
me niet opjagenrmei ni de rig oep rein
medallionmadeulle
medelijdencompasse
medicijnenmedikamenten
meisjemaske
meisjetrienekke
meneermenieër
met haken en ogenkjeiskes kiet, schots en schief
met iemand ruzie hebbenkomplementen hemmen
mevrouwmevraa of madam
MiddagBiggenaat noen
mier (insekt) mierezeiker
mijn buurmeine gebier
mijn manmijne vent
mijn moeder en vadermein awers, mein aars
mijn neus snuitenmeine nees snitten
mijn rugmeine vlauris
mijn vrouwmijn vra
mijn vrouwmein finne
mistden daa
moddermoeiter of platte jeir
moemieg
mondbakkes
mooie jongenne schoeine joengen
morsen met watergosselen
mosterdmostaut
mosterd (mosterd zaad) mostaut (mostaut zaut)
muntstukkeninkel geld, kleeter, nikkele geld
muskaatnootkrooinaut
muurmier

N

naar iets zoekenroefelen
naastneffest
naastneven
neus peuterenin a nees peteren
neus snuitensnitten
nietni
niet zanikkennie meimmen
niets doenstoun schilderen
nietsnutschabejak
nietsnutpasjaktoet
nieuw (e) nief, nieve
nieuwjaarnievejaur
nieuwschierigkerijees
nochtanspertang
nog een pintje pakkennog ienen aflangen

O

omgedraaidt'achterste veren
onbeschoft etensmouisteren
onderaanbeneen
onderkeed voor vrouwenkommenizong
onderkleed voor vrouwenne kominezong
onderkruiperne gatleiker, floimenpakker, ne gatkroiper
ondoordacht persoonne kwistenbiebel
onsportievelinge klei spelderken
ontslagen wordenmee' a jokkedeizen straut oep
onverstaanbaar sprekenbroebbelen, moemmelen
oomnoenkel
op iets uit zijnoep iet spekeleren
opdorpsopderps
open haardopen djeit
oplappenoep kalafateren
opnieuwvedroem
orenoeiren
oude mannen aa pee
overal kretiek op hebbennen azein zeiker
overjaspardesie
overjas voor vrouwenne paltoo
overleven met en van nietslaiven van den hemelsen daa

P

paardpjeit
paardemolenpjeiremelen
paarden salamipjeiren sasis, wit en zweit
paarden stoofpotpjeire schep
paardestaartpjeirestjeit
PasenPos'n
pastoorde paster
peren boomnen paireleer
perenboompeerelleer
peuterenfrutselen
piekjes haarne stekerveirekes kop
pijn van een wonde na een valda snerkt nogal (snerkken)
plantrekkerfloiten trekker, karotier
postbodefakteur
pratenklappen
prikkeldraadpinnekes draud
pruim tabakeun sik
pruim tabak gebruikensikken
prutsendèsterrn
pruttelen, slecht pratenbroebbelen

R

raar persoonne loekafaris
rabarberrabijreber
regenworm, aardwormne pizzewerm ne pier
rijroot
rolluikperseng
rozijnen broodkramikken broed
ruïneren, geruïneerdrenewéren, gereneweerd
runder stoofpotstoofvlies
ruzieambras
ruziebagaar
ruzie makernen ambrasmauker
ruzie mettes grien aat

S

salamanderèrretits
salamisossis
saussaas
schaduwloemmerte
schoolbanklessenair
schotelvodvodde
schouwschaa
schroevendraaiertoernavies
scoutsschouts
serreseir
sigaretten peukenkoetekes
slagen krijgen, gevenwa plakken kreigen, geven
slakkenslekken
slappelingplattn dèrrem of wieëken tingel
slecht spreken, iets wat kooktbroebelen
slecht werk leverenplosteren en ploteren
slechte praterneun broebelair
sneeuwsnie
snel iets weg nemenaga iet vast groebelen, weg scheiren
snoepensmoisteren
snoepgoedkeiremelle, eun bees
snoepje, oorveegkairemelle
sokken breienkaasen brein
spanjespoin
speciale onderbroek voor vrouwenne snel zeiker
spijkernaugel
spinaziespinêzzjê
spuwenrochgeln
spuwenrochelen
staan turenkoekkeloeren
staande klokne pandul
staatde staut
stationde stausse
stekelbesstekerbezen
Stoeltje zonder leuningtaboeret
stoepplantsier
stoepranddeun bordier
stoffen koffie filterkafeebezze
stofjasne kaspesjeer of ne kiel
straatstraut
straatstenenkasseis, kasei stienen
strakssebiet, seffens
straksbots
straks terugbots veroem
strip albumne beelekes boek
stropdasnen airink
stuipen krijgenin de seskes vallen
stuntelenkasjoebberen
stuurwieleu stier
sullig meisjeeun trezebees

T

tandartsnen tannentrekker
taszjat
teelbal (len) kloeit, kloeiten
tegenwoordigserreworrig
teveel uitehold (door te gebruiken) oitgelooterd, uitloteren
toffe jongenskaa gast
toillet schaartjeeun naugel scherken
totaal kapotin greuzelementen van ien
tractormottoculteur
treuzelaarsjijmelair
treuzelensjijmelen
treuzelen (staan) stoun dabberen, deisteren
trouwentraan
tuinof

U

U bent daar zeker vanen gei geloeft da
uitkafferen, gedempt vloekensjamfoeteren
uitrafelen (van stoffen) pligeren

V

vadervauder, vau
vakantiecongé, verlof
vals spelenkonkelefoezen
van alle dingen door mekaar (tekeningen ) mannekes papier
van alles een beetjeparli parla, komsi komsa, de dikte van da
vanvoorvavee
varken (zwijn) veireken
varkens stoofpotkabernein
veel bier drinkengoe lampetten
veel geld verdoengoe vertairen
veel gepraatveel reteketeit
veel gezever verkopenveel eiremendraus verkoepen
veel in de kerk vertoevenne pilairen beiter
veel moedveel koereuze
veel praten maar weinig zeggenpalaberen
veel van dit en datveel vieren en voiven
veld slamoizeneurkes
vensterluikblaffetier
verbrande steenkool (restanten) schramoeille
verdachte afspraken makenkonkelfoezen
verrompeldverfroemeld/verroempeld
VlaamsVloms
vleesvliees
vlinderpêpel
voetpadplansier
vogel klemeun missen eizer
vogelverschrikkerne misse schrikker
vorkeu verket
vrouwelijke leerkrachtd' iefraa
vuilvoil
vuiligheidsmouister

W

WaalsWolsj
waarwau
waarom wel voor dat!vee wa a vee da!
WashandjeSmotske
watertandenlijkebauten
we geen bijna naar huisnog iënen en we zen voetsj
we zijn wegwelle weg zegt
weenenbleiten, jeinken
wenenbleiten, jeinken, schrien
werk zonder eindepauternosterbollekesmaukerei
winkel tasnen etsak
winkeltasnetzak
worstwest
wortelne wettel
wortelweuttel

Z

zaadzout
zacht regenendrippelen, fezelen
zagenzaugn
zakdoek, neusdoekzakneesdoek
zanikkenpalaberen
zeef, muggenraam (muggen) zift
zeer allert zijnheis oep zeine kivief
zeer allert zijnoep zeine
zeer bewegelijk iemandne speiteleir
zeer grote handenpoeiten geleik koleschippen
zeer vuil zijnzoe zwait as nen hoegenhoed
zeeslakkenkijrrekollen
zeurenkreftn
zich haastena spoeien
zich haastenhem spoeien, osta
zijn tijd verdoenstoun grienoeigen
zoet (smaak) ziet
zomaar wat tekenenwa kladderen
zonder uistelmalegree
zoutzaat
zware bonsne klabeiter
zwartzweit
zwartzwet
zweetvoetenzwieet pateekes, stinkvoeten, zwieet kleitsers