Vertalingen feit NL>EN
het feit
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [fɛit] |
| Verbuigingen: | -en (meerv.) |
iets waarvan zeker is dat het gebeurd is of dat het waar is -
fact | het is een feit dat... - it is a fact that... |
een vaststaand feit (=een feit dat zeker is) - established fact, matter of record
|
een voldongen feit (=een feit waaraan je niets meer kunt veranderen) - accomplished fact, thing done
|
een strafbaar feit plegen (=iets doen waarvoor je door de rechtbank kunt worden gestraft) - commit a criminal offence
|
iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand confronteren met de feiten) - draw attention to the facts
|
de feiten spreken voor zich (=er is verder geen toelichting nodig) - the facts speak for themselves
|
achter de feiten aanlopen (=maatregelen nemen of meningen geven op een moment dat die al achterhaald zijn) - opinion after the facts
|
feiten omdraaien (=de zaken anders voorstellen dan ze in werkelijkheid zijn) - turn facts inside out
|
in feite (=eigenlijk, inderdaad) - in fact/effect; indeed; really
|
© K Dictionaries Ltd.Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels

Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.
Overige bronnen
| het feit | the affair ; the data ; the event ; the fact ; the occasion ; the occurrence |
| feit | fact |
Bronnen: interglot; Wakefield genealogy pages; Download IATE, European Union, 2017.
Voorbeeldzinnen met `feit`

Voorbeeldzinnen laden....
Synoniemen
NL: feitelijkheidNL: gebeurtenisNL: incidentNL: omstandigheidNL: voorvalUitdrukkingen en gezegdes
NL: in
feite
EN: in fact