Vertaal
Naar andere talen: • know > DEknow > ESknow > FR
Vertalingen know EN>NL

1 to be aware of or to have been informed about: “He knows everything”
weten

2 to have learned and to remember: “He knows a lot of poetry.”
weten, kennen

3 to be aware of the identity of; to be friendly with: “I know Mrs Smith †“ she lives near me.”
kennen

4 to (be able to) recognize or identify: “You would hardly know her now †“ she has become very thin”
herkennen

'knowing (Bijvoeglijk naamwoord)

showing secret understanding: “She gave him a knowing look.”
veelbetekenend

'knowingly (Bijwoord)

1 in a knowing manner: “She smiled knowingly.”
veelbetekenend

2 deliberately or on purpose: “He would not knowingly insult her.”
bewust

'know-all (Zelfstandig naamwoord)

an unkind name for a person who thinks he knows everything.
wijsneus

'know-how (Zelfstandig naamwoord)

the practical knowledge and skill to deal with something: “She has acquired a lot of know-how about cars.”
?????

in the know

having information possessed only by a small group of people: “People in the know tell me that she is the most likely person to get the job.”
?????

know backwards

to know extremely well or perfectly: “He knows his history backwards.”
?????

know better

to be too wise or well-taught (to do something): “She should know better at her age!”
?????

know how to

to have learned the way to: “She already knew how to read when she went to school.”
?????

know the ropes

to understand the detail and procedure of a job etc.
?????
© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
to know kennen (ww.) ; op de hoogte zijn (ww.) ; weten (ww.)
know beheersen ; bekend zijn met ; machtig zijn
Bronnen: Wakefield genealogy pages; interglot


Voorbeeldzinnen met `know`
Voorbeeldzinnen laden....


Uitdrukkingen en gezegdes
EN: run all you know! NL: loop wat je kunt!
EN: he knows what is what, knows beans NL: hij weet z'n weetje
EN: we never knew him tell a lie NL: we hebben nooit ondervonden (gemerkt) dat hij een leugen vertelde
EN: I know better than to go NL: ik ben niet zo gek om te gaan
EN: not if I know it! NL: dat zal niet gaan!, dat zal ik wel verhinderen!
EN: not know from Adam NL: helemaal niet kennen
EN: he is in the know NL: hij weet er van
EN: I'll keep you in the know NL: ik houd je op de hoogte