Vertaal
Naar andere talen: • aim > DEaim > ESaim > FR
Definities in het Engels: AIM (42x)
Vertalingen aim EN>NL

1 (usually withat, ~for) to point or direct something at; to try to hit or reach etc: “He picked up the rifle and aimed it at the target.”
richten

2 (withto, ~at) to plan, intend or to have as one's purpose: “He aims at finishing tomorrow”
beogen

1 the act of or skill at aiming: “His aim is excellent.”
het mikken

2 what a person intends to do: “My aim is to become prime minister.”
doel

'aimless (Bijvoeglijk naamwoord)

without purpose: “an aimless life.”
doelloos

'aimlessly (Bijwoord)

doelloos

'aimlessness (Zelfstandig naamwoord)

doelloosheid

take aim

to aim: “He took aim at the target.”
mikken
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to aim doel (ww.) ; doelwit (ww.) ; mikpunt (ww.) ; richten (ww.) ; mikken (ww.) ; in een bep. richting plaatsen (ww.) ; voornemen (ww.) ; intentie (ww.) ; moedwil (ww.)
AIM (Afkorting) door lawine opgewekte migratie ; in zuur onoplosbare stof ; AIM (Afkorting) ; American Indian Movement
aim mikken ; vizierkorrel ; aanleggen ; bedoelen ; beogen ; strekking ; mikken op ; rooien ; ten doel hebben ; doelstelling ; honk ; wit ; moeite doen ; pogen ; streven ; trachten ; zich beijveren ; zoeken ; zich inspannen
Bronnen: interglot; Download IATE, European Union, 2017.; Wakefield genealogy pages; Vlietstra

Voorbeeldzinnen met `aim`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: design
EN: end
EN: goal
EN: intent
EN: intention
EN: purpose
EN: objective



Download de Android App
Download de IOS App