Vertaal
Naar andere talen: • SPRING > DESPRING > ESSPRING > FR
Vertalingen SPRING EN>NL

1 to jump, leap or move swiftly (usually upwards): “She sprang into the boat.”
springen

2 to arise or result from: “His bravery springs from his love of adventure.”
voortvloeien

3 to (cause a trap to) close violently: “The trap must have sprung when the hare stepped in it.”
(doen) dichtklappen

1 a coil of wire or other similar device which can be compressed or squeezed down but returns to its original shape when released: “a watch-spring”
springveer

2 the season of the year between winter and summer when plants begin to flower or grow leaves: “Spring is my favourite season.”
voorjaar

3 a leap or sudden movement: “The lion made a sudden spring on its prey.”
sprong

4 the ability to stretch and spring back again: “There's not a lot of spring in this old trampoline.”
veerkracht

5 a small stream flowing out from the ground.
bron

'springy (Bijvoeglijk naamwoord)

1 able to spring back into its former shape: “The grass is very springy.”
veerkrachtig

2 having spring: “These floorboards are springy.”
veerkrachtig

'springiness (Zelfstandig naamwoord)

veerkrachtigheid

sprung (Bijvoeglijk naamwoord)

having springs: “a sprung mattress.”
springveren

'springboard (Zelfstandig naamwoord)

1 a springy type of diving-board.
duikplank

2 a board on which gymnasts jump before vaulting.
springplank

spring cleaning

thorough cleaning of a house etc especially in spring.
voorjaarsschoonmaak

'springtime (Zelfstandig naamwoord)

the season of spring.
lentetijd

spring up

to develop or appear suddenly: “New buildings are springing up everywhere.”
omhoogschieten
© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
to spring voorjaarstijd (ww.) ; bron (ww.) ; kiemen (ww.) ; lente (ww.) ; lentetijd (ww.) ; ontkiemen (ww.) ; opveren (ww.) ; rivierbron (ww.) ; springen (ww.) ; uit de kiem te voorschijn komen (ww.) ; voorjaar (ww.)
the springhet veren ; de veer (v) ; het springen
SPRING (Afkorting) Spring (Afkorting)
spring veren ; welput ; wellen ; wel ; voortkomen ; verwringing ; ontspruiten ; bronwater ; drijfveer ; gewelfvoet ; hol op de kant ; krom op de kant ; kwel ; loopdraad ; mineraal water ; ontspringen ; 't scheluw trekken ; ontstaan ; opborrelen ; opwellen ; regulatorveer ; sla or lente uitje ; springveer ; sprong ; steekeind ; veer
Bronnen: interglot; Vlietstra; Wakefield genealogy pages; Download IATE, European Union, 2017.; MWB; Autowoordenboek; A Cook`s Wares


Voorbeeldzinnen met `SPRING`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: sprout

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: spring a butt NL: (scheepvaart) een lek krijgen (door losraken van plank)
EN: spring a leak NL: lek beginnen te worden
EN: spring at a person NL: op iemand afspringen
EN: where do you spring from? NL: waar kom jij ineens vandaan?
EN: spring s.th. on a person NL: iemand met iets op het lijf vallen
EN: the trap sprang to NL: de val sprong dicht
EN: spring to fame NL: ineens beroemd worden
EN: spring to one's feet NL: plotseling opstaan
EN: tears sprang (in)to her eyes NL: tranen sprongen haar in de ogen
EN: spring up NL: opspringen NL: opveren NL: plotseling ontstaan, plotseling z. voordoen
EN: springs NL: periode van springvloeden