Vertaal
Naar andere talen: • outside > DE • outside > ES • outside > FR
Vertalingen outside EN>NL
the outer surface: “The outside of the house was painted white.”
buitenkant

1 of, on, or near the outer part of anything: “the outside door.”
buiten-

2 not part of (a group, one's work etc): “We shall need outside help”
van buiten, buiten-

3 (of a chance etc) very small.
nimiem

1 out of, not in a building etc: “He went outside”
buiten

2 on the outside: “The house looked beautiful outside.”
aan de buitenkant
on the outer part or side of; not inside or within: “He stood outside the house”
buiten

out'sider (Zelfstandig naamwoord)

1 a person who is not part of a group etc.
buitenstaander

2 (in a race etc) a runner who is not expected to win: “The race was won by a complete outsider.”
weinig keus hebbend

at the 'out'side

at the most: “I shall be there for an hour at the outside.”
hoogstens

outside in

turned so that the inside and outside change places: “You're wearing your jersey outside in.”
binnenstebuiten
© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
the outsidehet uiterlijk ; de buitenzijde ; de buitenkant (m)
outside zonder ; te velde ; op het land ; in de natuur ; de natuur in ; buitenste ; buitenshuis ; buitenaf ; uitwendig ; van buiten ; buiten ; uitwaarts ; tandhiel ; naar buiten ; extern ; exterieur ; eruit ; daarbuiten ; buitenwerks ; buitenwaarts ; buitengaats ; buiten-
Bronnen: interglot; Wakefield genealogy pages; Trueterm; Download IATE, European Union, 2017.; Autowoordenboek; Vlietstra


Voorbeeldzinnen met `outside`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: al fresco
EN: exterior
EN: external
EN: facade
EN: face
EN: open-air
EN: out-of-doors
EN: outdoor
EN: outer
EN: peripheral

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: turn it outside in NL: keer het binnenste buiten
EN: outside work NL: thuiswerk (voor fabriek etc.)
EN: outside of his family NL: buiten zijn gezin