Vertaal
Naar andere talen: • familiar > DEfamiliar > ESfamiliar > FR
Vertalingen familiar EN>NL

1 well-known: “The house was familiar to him”
bekend

2 (withwith) knowing about: “Are you familiar with the plays of Shakespeare?”
bekend

3 too friendly: “You are much too familiar with my wife!”
gemeenzaam

fa'miliarly (Bijwoord)

gemeenzaam

fa'mili'arity (Zelfstandig naamwoord)

1 the state of being familiar: “I was surprised by her familiarity with our way of life.”
bekendheid

2 an act of (too) friendly behaviour: “You must not allow such familiarities.”
gemeenzaamheid

fa'miliarize (Werkwoord)

(withwith) to make something well known to (someone): “You must familiarize yourself with the rules.”
bekend maken

fa'miliari'zation (Zelfstandig naamwoord)

het zich eigen maken
© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
familiar bekend ; familiair ; gemeenzaam ; gevierd ; makkelijk in de omgang ; populair ; vertrouwd ; herkenbaar ; herkenbare ; huisgeest
Bronnen: interglot; MWB; Tecdic.com


Voorbeeldzinnen met `familiar`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: acquainted
EN: adapted
EN: au fait
EN: aware
EN: comfortable
EN: decipherable
EN: familiarized
EN: habituated
EN: identifiable
EN: up to date