Zichers

Zichers bevat 37 gezegden, 255 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

Log in

37 gezegden

't haddelthet gaat zo zo
bij osthuis
Bo gèèste jenne?Waar ga je heen?
dat duun iech nooidat doe ik niet graag
dè / dij hêt onder de duezedrup gestanehij / zij is altijd klein gebleven
dè / dij kalt dich e koet in de kophij / zij spreekt veel te veel
dich geleifs dat de piepele hooi aîtewat ben je naief
diech bes nej rèet zjusjij hebt ze niet alle vijf op een rij
gaank nou treg...dat meen je niet...
genein nemé zeggeverbaasd zijn
haad ze geziech!hou je mond!
Haat tich mer in nessehoud je maar klaar
Haddig heTot ziens
her doag de roote van zen preiiemand die stout is - hij deugt niet
Her streukelt jeuver de streep op de wègHij is onhandig
her vjethij rijdt
het doag neihet is niet goed / lekker
Hey, kievela!Wie we daar hebben!
Ich goan doa heirIk ga daar naartoe
ich wè nejik weet niet
Ich wil jouwesIk wil naar huis
iech vrèk van de dwusik heb erg dorst
Jaanketerre goeng er jouweshuilend ging hij naar huis
jeumes merriaOh mijn god!
jouwednaar huis
jöver en wierheen en terug
Kreteterre goeng her / ze jouwesHuilend ging hij / zij naar huis
kwansijsdoen alsof
lek mene buijelkus mijn kloten
lotte gejaddelaten geworden
Noa de vaantjesHeel moe
Nou valle men taan oet! / Zèèk nou de stoaf oet!Nu breekt mijn klomp!
Sjei toch oet!Hou toch op!
sjoech, tes kaatbrrrr, 't is koud
Wat hubs ste op zen prei?wat heb je aan de hand?
wat hubste veil?wat hebt ge aan de hand?
ziech doa, e zwèngelmensjeKijk daar, een zwaluw

255 woorden

(muize) streuntjeshagelslag
(ver) sjangenère (zich) ergeren
't deuntjereggerstraat
't huiskewc

A

aa tooioude heks
aaifoog
aigoog
aigskeoogje
appelkauwevlaujabrikozentaart
asselschouder

B

babbellersnoepje
batsbovenbeen
benbanden
bijsNoordoosterwind
bo?waar?
booknoagelnavel
Bot / MalétBoekentas
braddellerklungel
breùstegbronstig
brierhek
buijelbalzak - scrotum
buijelgeldbeugel
buijellensukkelen, klungelen
bweuveboven

D

de boaide veldwachter
de gaankde hal
de krakketMisweg (zijstraat van Visésteenweg)
de krakketstukje misweg onderaan
de kwattelkwartelstraat
de mogpoetsvrouw
de sjeetdiarree
de stoafde kachel
de veilstuk van visésteenweg
de vootzij in rit
deindanderelkaar
dèksdikwijls
den artisde veearts
dèrremtuinslang
deugeneedeugniet
dich sjouwe vjur iemesiemand ontwijken
dodaar
doofduif
dreugvjussalami
dröpkeglaasje sterke drank
DwöinDoorn

E

een pretseen beetje
een rettel in men wesseeen ladder in je kousen
een rettel in men wuzzeeen ladder in mijn kousen
eesstoelslee
eirbelaardbei
ene bockeen pils
ene bokeen pintje
ene poeneen zoen
ene zwatblwueneen merel
êtjeazijn

E

eu butsjeeen beetje

F

fetsewerpen
fiezelmotregen
fiezelefluisteren
flaa kaalflauwe praat
FlatsLuie vrouw
frète wei ene sjuredjasserheel veel eten

G

gaank noa zenne nèsga naar bed
gaffelkatapult
galjaarstevig persoon
GamToonladder
U (beleefdheidsvorm)
gekapgehak (vlees)
gezetkrant
giftegkwaad
goapengapen
golfNestelVeter
grjumelekruimels
grutsansijdeltuit

H

haaf eikeniet goed wijs
haanhanden
heerenstroatmgr.trudo.jansstraat
heitvlêskipkap
het huiskegenovevastraat
heulpebretellen
hienevelkippenvel
hoamelhamer
hooshuis
huivandaag
hummehemd
hummekeonderhemdje

I

ich hub ene knap zèèkik moet plassen
ich wil ene moapelagik wil een zakdoek

J

JadspiepAardpijp
jalpelaardappel
jesseshersenen

K

kaa sjwuttelkoud buffet
kabösjeleniet afgevallen schaapskeuteltjes
kalderbeespissebed
kallepraten
kammezölkevest zonder mouwen
kapjusperzik
kerrepwasmand
kielkleed
kielkejurkje
kiellesjoaischaduw
kieverbekiemand die niet alles lust
KieverbekMoeilijke eter
kitsklokkenhuis
kjaskaars
kjèmelkameel, lomperik
kjùzzekersen
klèdjerok
KlitchieKipkar
klutsknikker
klutseknikkers
knéénKonijn
koanjeldakgoot
koetgat
kondzjelhanggoot
koodboos
koreaaien
krassakvuilniszak
krentemiekkrentenbrood
kretehuilen
kretewenen
kreuseplagen, treiteren
kroapekruipen
kroewoagelKruiwagen
kroonselekruisbessen
krwomellekruimels
kusstiekekussensloop
kwaffeuskapster
kwakvjuskikker
KwöinKoren

L

leemzakboldenaar
leksteklolly
ljeuvese stoafleuvense kachel
luimensen

M

mattelensukkelen, met iets worstelen (fysiek)
me toereaf en toe
medereondertussen
melgermergel
melgerpensZussenaar
mergelpenszussenaar
messjémisschien
mestemmesthoop
mettoeresoms
moalbroekzak
moalplagzakdoek
MoejieEzeldrijver
musse peffemussen schieten (in de winter)
möjmoe

N

neirrekegangetje
neutterikviezerik
nêvenaast
nouw en daaf en toe
nuffelmist
nӧresnergens

O

onneuttegniet proper

P

paateekegebakje
paraitzichenaar
ParréZichenaar
pettieeigenwijs iemand
peumpkeskaalflauwekul
peunezoenen
pienkerknipperlicht
piepelvlinder
pietslaampzaklamp
pisbedmier
pitstangnijptang
pjadeen paard
proempruim
punaisduimspijker
pweuneverwend, zwak kind / persoon
pwutpoort
pwörporei

R

réésvloairijsttaart
rietsspleet
roadwiel
ruierwielen

S

schaapkleerkast
sjaggeleschudden
sjaggenerenergeren
sjakoshandtas
sjappeljongchampignons
sjeddegieten
sjeenkhesp
sjeetenschijten
sjeethoos - sjeethuiske - et huisketoilet (buiten)
sjègel (haar) scheiding
sjikkesturen, zenden
sjoerregenbui
sjriekelglijbaan
sjroebedweilen
sjroepstroop
sjroetskalkoen
sjuttelschort
sjuun wiekseSchoenen opblinken
sjuuwieksschoenenpoets
sjwuttelvatvaatdoek
slatsslipper
smikzweep
sopteluursoepbord
spangspeld
spengskespeldje
spintjeachterkamer
stattelveter
statteleveters

T

taantanden
tapemmer
tapeetbehang
teluureetbord
tenaatvannacht
touwspangveiligheidsspeld
touwspengskeveiligheidsspeldje
trottinetAutoped
trukkeAchteruit rijden
tuutplastic zak
TwöinToren

U

uchjullie
ùnajuin

V

verennewère, vertestewèrekapot maken
versjaggenerenergeren
versjetvork
vertestewèreiets kapotmaken
veujvoeten
veunkelhootaanmaakhout
viereudwarsligger
vjaddeggereed
vjaddegklaar
vjashiel
vjesworst
vlèèsklakKaal hoofd
voet gwueweg gaan
vrègelerruziezoeker
vreustrui
vrügervroeger
vörèveveulslordig, onverschillig

W

waskêrrepwasmand
weed, weierver, verder
weefvrouw
Wei?Hoe?
weild verekepissebed
WèremesGroentetuin
werremesmoestuin
wiemeleaalbessen
wufwei
wulleolie
wùninghoning

Z

zijboarvergiet
zjoekelschommel
zoatdronken
zouwgracht
zujjelzadel
zwèngellucifer
zwèngelduskeluciferdoosje
zwengelmensjezwaluw
ZwöinZoon
ӧresergens

2 opmerkingen

  1. Het Zichens dialect heeft altijd veel invloed ondergaan van het Frans

    -metselaars en fabrieksarbeiders die in de regio Luik gingen werken

    -Zichen ligt pal op de taalgrens

    ook invloed van het Duits, zij het in mindere mate
  2. Zichers in niet geheel juist. Zichen-Zussen-Bolder is de voormalige gemeente. De woorden komen van deze 3 dorpen samen toch is er voor sommige nog een onderscheid.
    Even nuanceren: het Zichers en het Bolders zijn nagenoeg gelijk.
    -het Zussers wijkt slechts van het Zichers af in de uitspraak van 'n handvol woorden

    bv. het mv. 'kinder' (kinderen)
    Zichers: junie, julie - Zussers: junei, julei