Vertaal
Vertalingen frans NL>FR

I het Frans

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [frɑns]

taal van de Fransen - français (le ~)
Spreekt u Frans? - Parlez-vous français?


II Frans

bijv.naamw.
Uitspraak:  [frɑns]

van, uit of in Frankrijk - français/-aise
Franse kaas - du fromage français
uitdrukking Franse mosterd
uitdrukking iets doen met de Franse slag
[frɑns]

1 taal van de Fransen - français (le ~(m))

  `Spreekt u Frans?`
  Parlez-vous français?


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
het Fransle français (m) ; la langue française (v)
Fransle François (m) ; Francis

Bronnen: Trueterm Wikipedia
Synoniemen
NL: Fransoos

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: de Fransen FR: les Français
NL: in het Frans FR: en français
NL: Frans spreken FR: parler (le) français
NL: Frans kennen FR: savoir le français






Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`