Vertaal

Vertalingen Oud NL>EN

oud

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɑut]

1) de leeftijd hebbend die wordt genoemd - old, of age
zestien jaar oud zijn - be sixteen years of age

2) met een hoge leeftijd - old, aged
zich een ouwe man voelen - feel like an old man
uitdrukking ouden van dagen
uitdrukking Je bent oud en wijs genoeg.

3) al lang bestaand - old, aged, ancient
oude gebouwen - old buildings
oud brood - stale bread

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
oud (bijv.naamw.) worn (bijv.naamw.) ; worn with age (bijv.naamw.) ; decrepit (bijv.naamw.) ; worn out (bijv.naamw.) ; kicked off (bijv.naamw.) ; ancient (bijv.naamw.) ; old (bijv.naamw.) ; antique (bijv.naamw.) ; veteran (bijv.naamw.) ; old fashioned (bijv.naamw.) ; flat (bijv.naamw.) ; stale (bijv.naamw.) ; aged (bijv.naamw.)

Bron: interglot
Synoniemen
NL: afgedragen
NL: afgeleefd
NL: afgetrapt
NL: antiek
NL: bedaagd
NL: bejaard
NL: belegen
NL: gedateerd
NL: klassiek
NL: muf

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: de oude talen EN: the classical languages
NL: mijn oudelui EN: my old folks
NL: zo oud als de weg naar Rome EN: as old as the hills
NL: oud maken EN: age
NL: oud worden EN: grow old, age
NL: voor oud kopen EN: buy second hand
NL: jong en oud EN: young and old
NL: oud en nieuw vieren EN: see the old year out