tervurens dialect

Dialecten > Vlaams-Brabant > tervurens
Het dialectenwoordenboek tervurens bevat 128 gezegden, 845 woorden en 15 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

128 gezegden

als een vrouw er heel oud uit zietdei verjoet nemi (zij is niet meer jarig)
als iemand erg stinkt naar parfumaa iet de fles gebrauke
als iets te duur is of nog juist betaalbaarmaainen broeine kan da ni (nog just) trekke
als je moet oppassen voor homo'ssteikt een talluur in aa broek van achter
als men iets heel lekkers drinkttes persees dad een ingelke op maain toeng pist
als uw haar kortgeknipt isde plekkers zaain doo
bevruchte eieren (kiekens vnml) gestauken aare
bezig houden of op de lange baan schuivenoon de waggel aave
bij knikkeren in het putjein en oeit es keekefloeit!
blijf van mij afpuute van de koesj
dat is niet de overeenkomstzu zemme ni getraaid
dat is nu het toppuntdas de kombel
dat is onnozel of niet waardas ziever in pakskes of dades truut
dat is strafdas ni gezievert
dat is strafkomt da teige
dat is strafnaa gaa
Dat is wel iets waarddas giene krot
dat kan niet!!maan ol oek
de pot opBloost em op
de pot opkus maain klute
de pot opkust maain ol
de waard of cafebaas vragen om nog een rondje te bestellenraid nog neki dauj (naam van de baas rij nog eens door)
doe het zelf!tarara
doe maar voortgeif mo buizze
dronken gezegd is nuchter gedachtzat geziet, es nuchter gepaast
een erg ongevaleen graaf (vried) aksident, tes karambolle
een geil manaa zit mei zaain broek vol goeste
een haar in de boterpetrol in de soep
een kleine verdienstee zwak bisjke
een liedje of muziekje spelen, optredeneen eirke speile
een slag op uw gezichtnen toek of koek op aa bakkes
eens goed drinkeneen gooi zjat doon
eens goed drinkeneen radaas doon
eens goed drinkener neki good inhange
er is een verstoppingtes ge-estropjeit
goed geld verdienendikke kartoonen verdeene
hard werken of uw best doenpilon geive
heilswens of -dranken damme nog lank mauge mauge en koenne koenne
heilwens bij het weggaan mannelijkaaft em staaf
heilwens bij het weggaan vrouwelijkaaft ze vochtig
het duurt niet lang meert kuit af
het heeft geen zintes gien avans
het is gebeurdtes vanda of tes vandatte
het is gedaan, weggaanzaain schup afkosjze
het is in ordetes in de sjakosj, tes gebakke
het spel zit op de wagentes koekenbak
hij heeft er genoeg vanaa iet er zaain bekomste van
hij heeft zijn kurenaa iet zaain loete
hij is domaaj es te biest vauj duud te doon
hij spreekt geen woord Vlaams (bv) aa klapt gien bakkes Vloms
ieder zijn meugeederien zaanen dada
iemand affronteren of schade berokkenenteige zaain keir raaie
iemand die druk doet of overdreven in de weer is!gaa koejnt er nogal een painsj oan hange
iemand die geen geld heeft maar doet alsof hij er wel heeftkol en mansjet en thoeis giene fret
iemand die niet kieskeurig is qua vrouwenda smokt do allemo nie eine
iemand laten weten dat hij het zelf moet doentrekt aa fuur
iemand te pakken krijgeneemand baa zaaine koljei pakke
iemand te pakken krijgeneemand bai zaaine schabbernak pakke
ik ben bekaf, ik kan niet meerkem gien poojer nemi
ik ben blutkem giene rotte frang nemi
ik ben van mijn melk, het noorden kwijtik zaain ielemoe wisjewasje
ik ben verkeerdda des nen eruir da ni zjust een es
ik ben zat en heb genoegmaain keir es vol
ik doe dit/het nietballe sjeraar
ik ga plassen mannelijkik goon maain patakes afgeete
ik ga plassen vrouwelijkik goon maain salau schudde
ik ga vrijen mannelijkik goo ne sandwisjz mei een tirret eite
ik ga vrijen vrouwelijkik goo ne servolaa mei twi noikkes eite
ik geloof hem nietik paas er et maane van
ik heb gewonnenkem ze allemool ne poter op auile gat geschildert
ik heb hongermaainen beir grolt
ik heb u liggenkem aa ba aa pikke
ik heb u liggenkem aa baajaave schabernak
ik hou van jouik zeen aa geire
je bent een crackge zaat nen ass
je hebt het zittenget et oon aa fles of oon aa klute
je kent er niks vanga kint er de (h) ond zaain kluute van
jij bent er mij eentjegaa zaait oek nogal ne paszja kroet
jij kunt ook alles! (ironisch) ja, ja mennekes tiekene en kinnekes kupe
jij mag er bij komenkom mo in maain groeb
kinderrijmpjelinks rechts kattevitess steikt aa tienen in a tes, steikt ze niet te waad of ge zet ze kwaad
komt er nog wat van!wa desd aare of joengele
kunnen, ik kon: wordtik kost
liever een goed geschapen manleever ne gruute plezante as nen dikke ambetante
maakt u wegden deuvel oan aa nek of luup schaaite
man met een korte broekaa ie wooter in zaane kelder
mieke is graatmagerMee es persees een trambillet van op zaa bezeen
mij iets aangedaanma taur gedoo
miskleun doenboelet doon
nou breekt mijn klompsloogt da in aa kas
nu heb ik/hij wat voornaa zenne kik (es aa) van den oos gepoept
ongevraagd een opmerking gevenemmik stront geroope
op de poef drinkenop de speegel schraave
op den dool, op stapop vadroei
op een sympathieke manier 'hij' zeggen terwijl de persoon erbij staatummekes
op mijn heupen krijgende wuibbes kraage
overdreven in de weer zijn of iemand overdreven bemoederengaa koejnt er nogal kak oonange
rap en goed gedaankuit en goo (t)
recht in de roos of iets dergerlijksboenk erop (erin), vlam dedoin (dedans fr)
rijmpjerosse mergen est posse, ouvermerge sinse vauj alle rosse minse!
rijmpje tegen politieagentajoein, ajoein aa gat es broein
tegen de kosterkoster koster aa gat es vol ploster
tegen iemand die te veel zeurt/zaagtspeilt em thoeis af
totale affront of op uw gezicht vallenop aa bakkes goo
u inhoudenaven doemp inaave
U niet goed voelenkzen ni in maan talluur
uw best doenaa devuure doon
uw best doenzjamaar geive
uw kluts kwijt zijnaa kloesj kwaat zaan
van wacht zijn in het leger of een stakingspost bemannenvan piket zaain
verliezen van een wedstrijdop aa (zaan) duus kraage
vervelende zaakambetante affeire
vervoegingen van het werkwoord hebbenkemmem: ik heb hem.. errem: heb je hem?.. kaam: ik had hem...
vervoegingen van het werkwoord zijnik zen, gaa zet, aai es, waaile zen, gaile zet, zaujle zen.
voor iemand die stom is of hem zelf voor slim paktaa iet et werm woeter oeitgevonne of aa paast dattem et werm woeter oeitgevonne iet
vreemd gaanneffes de pot pisse
vrijen met een oudere vrouw is topin een aa kassuul mokte de beste soep (soms voegt men daaraan toe) 'mo t moot gebuire mei e joenk wuitelke!
ze is zwangerzes zuu
zeer vriendelijknaaig sjaunti
zenuwachtig of lastig zijnaa kas opfrette
zich niet goed voelenflanelle bienen emme
zonder uitlegen den boor aa pakte zaain verke
zware inspanningen doenop aa szjik baate
zwijgaaft aa bakkes
zwijgaaft aaven bebber
zwijgaaft aven doemp
zwijgbakkes too
zwijgsmool too

845 woorden

's avondssooves
's middagssnoenes
's morgenssmerges
's namiddagssagternoens

A

aalbeszeebeis
aanrecht, lavabopoembak
aanstekerbrikei
aap (deugniet) metteko
aardappel in de schilpeillepataat
aardbeijeirbeis
aarde, grondjeir
aardoliepetrol
aarsol
accordeontrekzak
achtergesteld dorp, plaatsbled
afdelingreijon
afscheurstrookszjoeske
aftrekker bij het dweilenraklet
afwasde plonzj
afzienave peire zeen
afzienop aa sjik baate
air (trotse) zjaar (grute zjaar)
alsas
alstublieftastambleeft
altijdalzoeleive
amaaijawadde, klet marjet
amaaiklet marjet
amerikanenameirikojnders
angstpuites
angstverveit
appelmoesappelspaas of kompot
appelsienarooinappel
aquariumbokal
aquariumvisbak
asfaltmakadam
asse (kachel) schramoelle
autokoesj, otto, bak, vwatuur
automatisch orgeltsingel tsangel
autoplaatplak

B

baardboet
baasmiester
badpakbadkostuum
bagagerekportbaggaasj
bakkebaardenfavoris
bakkerbekker
bal gehaktboelet
balk in metaal of spantpoetrel
banaanbannam
bananenbanamme
banden (auto, fiets) banne
bangkeekebisj, de poepers
bangerikbroekschaaiter
baterijtjespille
bazinmiesteress
beddenbeddes
bedevaartbeeweg
bedriegen, valsspelenfoetele, triszje
bedriegerszjarletang, bedreeger, trichoot
beestbieest
beetjebeikke
beetnemenba aa pikke emme
begonnenbegost
behangentapizeire
behangpapiertapizeipapee
bejaarden tehuisaa peikes (meikes) hoeis of thospis
benedenbaneije
benenpikkele
benzinenaft
beroepsmilitairboeffer of gamelleboeffer
bert, albert, norbert etcbeire
beschadigenabimeire
bevestigingkonfirmoosse
bezemhokdeebarra
bierbee
bij (insect) bieke
bij (plaatsbepaling) baa
bijnabekanst
biljetbillet
bivakmutskagoel
blaadjeblaike
blauwblaait
blik (zeer soepel metaal)vlek
bloedworstblopansh
bloemenboeketjebloemmekei
blootsvoetsberrevoets
bluffermatuvu, stoeffer
bluts, deukbloesj
bochelboeilt
bocht (in de weg) een koerb
bocht of bucht of slechte kwaliteitkamelot
boekentaskalpein, kabbas
bonbonspranille
bontmantelpelze frak
boodschappenkomisses
boodschappentasfilei
boordevolboesjze-de-vol
boos kijken/zijnsmoole
bord (eten) talluur
borstelbuistel
borstentetten, memmen, loezen
borsten kleinemuggetette, zes een plank mei twie puneiskes
boterhambauke of bauterram
bouwen, gebouwdbaave, gebaait
brandweer, brandweermanpompiers, pompier
breinaaldenpreeme
briefje (meestal geld) bleitteke
brievenbusbwat
broekzaktes
broerbreu
broodbruut
broodkruimsjappeluur
brouwerbeestijker, braaver
buikboeik, painsj
bureaukabinet
bureaupupiter, burrau
burgemeesterbeurremiester
burgemeesterbeurgemiester
bushalte, tramhaltebus (tram) kot (teke)
busselhasjel

C

cafe barstamenei, kabberdoesj
cafe van slecht allooikabberdoesj, kavitsje
chagrijnig iemandettefretter
chokoladeszjikolat
concert (slecht) konseir a la knoebel
continugeduirich oon

D

daarnaternoo
daarnaastdoneffest
daarstraksdoe gefluist
daarvoordoevauj
dagbladhandelaargazetteman
dakgootkorniszj
das, sjaalszjerp
dat is onnozel, dat trekt er niet opda des van keske schiet
de gemeentede gemainte
dekenbouvepastuur
deken voorwerpsjozje
dekselscheil
denkenpaaze
deugnietbrek, pateike, metteko, vagger, schobbejak, filloe of masjoefel
deurdauj
deurlijstszjanbrant
diarreetvleegend schaat, de vleegende seuskes, schaateraa, afgank
diensdagdestag
dikke knieënmeutekeskneene
dikwijlsdikkes
doodswagenkorbiejaar
doofduuf, aa ii frut in duure
doosdoeszjke
dorpeldelper
drinkenbooize, lampette, zoeipe, tuitterre
drogen op grasblijkke
dronkaardpottepei, zattekluut, zattepei, eemand mei zier oan zan kneene, stameneivoote, geneivelnauis, druugeleiver, kontwaarpisser
dronkenbroein, stajer, scheilzat, stuk in aa uur, scheilkrimineilstrontzat, poepeloere, nemi wieten van welke paroche dage zet, serieus getapizeit zen
druivenwaainbeize
druktemakerszjestepei
dubbeldobbel
duitserdoszj
duivenmelkerdoeiveszjapper
durvenkulloo emme
durventeire
dutjepooske
duw of slagdoef
duwendijve
dwarsdwijs
dwars doordwijzent dauj
dweilopneimvodde

E

echt, waarveredik
echtgenotewaigne of 'dei van ons' of korter 'dons'
een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tienien, twie, draa, veer, vaaif, zes, zeive, agt, neige, teen
eierenaare
eigenaardigvees
eigenlijkaachentlaaik
eksteranneke
elastiekjerekkerke
emmeriemer
er in vliegenpetrol of beuzze geive
ergnaaich
ergens invallen, u mistappenindreitsen
ergerlijkkreitelaak
ericrikke
ernaternoe
erwten en worteleneite en wuitele
eten werkwoordfrette, boeffe, noe binnen speile, in aa kas sjloege
eten zelfstandig naamwoordfret, boef

F

fietsveloo
fietsbandplakkerroestineke
Filipluppe
flauwfla
flauwvallenvan zaaine sus goo
flierefluiterpateike
flirtenfikfakke
foefelaarfroecheleir, arrangeur, linkadaur
fotograafpotrettentrekker
fototoestelkodak
fouterruir
foutfaajt
francississe
francoissusse
frigiede vrouwka keek

G

gaarmuirch
gaatjekojkke
garnaalgeirnoot
gasgaas
gasfronuisgaasveu
gebouwbatiement
gebrek (niet lichamelijk) deefoo
gebrekkigkramikkel
geduldposjensse
geelgiel
geitgaat
gek persoonmettekau, zot, gebelde
gek zijngebeld zaain
gelaat, gezichttaut, freis, smool, bakkes, smikkel
geldploet, solle
geld grote briefjeslappe
geleden (tijd bv het is al lang geleden) lei-en (tes al lang (k) lei-en)
gelukzakpeetzak, szjanzaar
geraniumgeirarioem
gereedschap, alaamkoemerschap
gestaltekaruir
gevangeniskasjot, den amigo, den bak
gevelgievel
gewoontegewente
gladgleittig
glijbaanraaisboinke (winter op ijs), schoeifaf (speeltuig)
glijdenraaize
goede ziel (vrouw) goei sluir
gordijnenstaures
grappigkomik
grasges
gratisverneet
groengreun
groentenwinkelgroentemarchant of legumemarchant
grote borstentettegariel
grote mensne lange zwikzwak
gulppruit
gulzigaardsjloekker
gunstfavuir
gustaafgust

H

haantje-de-voorstevuivechter
haast (spoed) ost
haken (met breinaalden) kroszjteire
hakkelen, stotterentoddelle
hall in een huisden inkom
haltearret
ham gekookte of rauwgezooijen of rei hesp
handenpollekes
handvathandteif
hapjeknabbelingske
hard werkenvlasse
haringeiring
harkgritsel
heel/zeer in bv heel/zeer koudbra ka
heen en terugweg en wei
heet, drukkend warm (weer) doeffes
heimelijk, heimelijkeaanmelaaik, aanmelaaike
helemaalielegans, grat
helemaal volboesjze de vol
helmkask
hemdum
het legerden troep
het onderspit delvenin zaain klute kraaige
het woord voerende parrol doon of e parrolleke doon
hete manieten boek
hete vrouwiete boellie
heterovauj de madams zaain
hetzelfdet aaigeste
hoestenbasse
hollanderkieskop
hoogartigdikkenekkig
hoogartig persoondikke nek
houtaait
houthakkerboskapper
houtkrullenschoeffelink
houtskoolaaitskaul
houtstapelpille aait
houtwormmiemel
huilen, wenengraaize, buidelle
huishoeis
huishouden zelfstandig naamwoordmenoszje

I

idiootkwazje
iemand die gekke gezichten trektsmoolentrekker
iemand die snel van gedachten veranderdkazakkendroojer
ijsjekreim
in de handen klappenin danne klasje
in de modder lopen of lomp doendaszjtere
in het geniepin stoemmelings
inspanningeffaur
integendeelterrara

J

jaaa nei masschee
janjakke
janboel (bv een worst die kapot gebakken is) muizzel
jasfrak, paltau
jenevertjene keutte
jeukjuksel
jezusjuuzeke
joodsmaus
jozef, georgeszjos
juffrouwuffra
juistzjust, arra
juist naastgrat neffes
juwelenzjuwiele, biezjoes

K

kaalklasj, klasjkop
kaarskeis
kaartdelenschuifele
kaartenkoote
kaartspelen (werkwoord) kojke trekke
kaaskies
kachelstouf
kak en pisaa gevoog
kakkenbruidele, achtergoo, schaate of een aake legge
kalenderalmenak
kalfmeutte
kamervertrek
kanariepietjekarnoevaugel
kantkotij
kapotmaken (machienes meestal) verdistrueire
kapselkwafuur, koep
karkeir
kastschaprau
katholiekpilleirbaaiter
kauwgomsjik
keel, halsstraut
kermisfuur
kersenkezzene
kerstmiskesmis
kervelkelver
ketting, kettingenkeit, keite
kikkerkikveus of veus
kinderenkadijne of kadeikes, joengele
kinderwagenkinderkoesj, poesset
kipkeek
kippenhokkeekekot
kippevelkeekebisj
kippevelkeekevlies
klantkalant
kledingklitsel
kleding oudaa klodene
kleine jongentisj, ket, ket boudain, menneke, fiston, kadijke
kleine man (gestalte) spinosjestoemper, kop-en-gat
kleingeldienkel geld
kletskouslameir
klokhuisknatselenbeit
klompenblokke
kloten (teelballen) famillejuwielen
kloten (werkwoord) koejonneire
knapferm
knikkerbeeboeik
knikkermelber
knikkerschoetter
knipogenpinke
koekoei
koffiekransjekaffeiklaszj
kogelpenbik
koken (water) zoojen
kokinkoukkes
kolenhoele
kolenhandelaarhoelemboor
kolenkithoeleniemer, hoelembak
kooikeif
kookpankassuul
koolkuul
koord, touwkaur
koorden, tauwenkaures
koortskuitse
koppigboekkig
koppigaardettekop
korstkeust
kortkuit
kort kapselbroske
kortere wegrakoersie
koudka of kaait
kouskaais of kaaise
krantgazet
kriekenboomkreekelier
krijtkraat
kromkrum
kroondopjekapsul
kruipkelderde viet
kruisbessteikelbeis
kuikentsjipke
kuisvrouwkojszvraa
kurenloete
kwaadkoot
kwartkoot
kwartierkotteer

L

laarzenbotte
laatsteleste
ladderlier
lamlemme
lastig zijn, mokkenboekkig zen
lawaailawaat
leeuwluu
leibandliszj
lepellieper
leraarschaulvos
leugenaarlaujgenier
leuke vrouwfelle fiene
licht, lichterlocht, lochter
lidmember
liefde bedrijvenvaugele, kette, jasse, poepe, van aa tiene geive, szjamaar geive
lijmkol
lijmpleksel
liplup
loketwinket
lompenvoddene
loon, weddeprei
louislowee
luchthaven, vliegveldplaan
lucifersstekskes, alumettekes
luiaardloerik, lamzak, papzak

M

maandmoind
maandagmoindag
mager persoon meestal vrouwelijkmoegere sprinkoet (sprinkhaan)
manpei, pajt (ook voor vader)
mannentoiletpissaan
mantelpaltou
mariemee (ke)
marktmet
maskermoembakes
meestermiester
meidmaase
meikeverpreikir
meisjemaske, gaminne of mokke
mengenmingele, kloeszje
metaal messingvlek (ook gebruikt voor slechte harmonie)
metselaarmasjer
metselenmaszje
middag, namiddagnoen, achternoen
miserie, ook maandstondenkweidelle
missenMankeire
missenrateire
missentrompeire
moddermaur
moemeuch
moed, durfkoerosjze
moedermame
moeiteeiffaur
mogelijkheid (profiteren van de mogelijkheid) okkozje
mompelenbroebele
moordenmuude
moordenaarmuudenier
mopperenkreften
morsensmossen of zjabere
morsenstuitte
mosterdmostoot
mostertmostoet
mouwvegerflebbe, maafrotter, maaveiger
mutsmoesj

N

naaldnoelle
naartoe gaaneine tikke
naastneffest
nablijven op schoolretenu
nadienagternoo
navelnoegelen boeik
neefkoze, koske
nergensneeverans
neusvoenk
niet meerne mi
nietsgiene mjajein
nieuwneut
nieuwves
nieuwjaarneufjoor
nieuwsneus
nieuwsgierigekurijuize nuize mostoetpot
niksrijein de knots
nochtanspertang
nooitnuut (ni) extra:'nuut ofte nuut ni'
notenboomnoikelier
nulbros
nummerplaatplak

O

oefeningekserseesse
oen, stommerikkaliszjentien
okarra, en naa gaa, a nei masschee
onderbroekkalson
onderhemdleifke
ongevalaksident
onnozelaarasjel
onnozelaarslaplabaar of oemnoezele
ontruimen, plaatsmakendeigazjeire
oomnoenkel, menoenkel
op tijdin tets
oplettenattensze doon
opnieuwvaneir, optneuft
opschepperfafoel, stoeffer, dikke nek
opvliegers vrouw in overgangvapuirs
oudaait
oudersaavers
overgeven, kotsenguibbele, spaave, betonneire
overlooppaljee

P

paalpiket
paardpeit
paardenbloempisselut
paardenstaartpeireschjeit
paaseierenpossaare
paddestoelen eetbaarkampernoellies
pak slaagtoefeling of pandoering
palingpoelink
pannenkoekenkoekebakke
pantoffelsslasje
papierpapee
pardoesklet
pas (net, juist) vess
pasenposse
patat of frietenfrutte
patricktrikke
paulpol
pauspaais
peerpier
penisfloeit, tisj, sjarel, vaugel, flosj, jef, klet, zwozze, peet
pensenpanszje
peperpieper
peperkoekpieperkoek
pereboompierelier
pierrepie
pinksterensinse
plaatsplosj
plankenvloerplanchei
plassen (werkwoord) pissen, zaaike, pattatjes afgeete, neki zee of ik nog e menneke zen (man), maain salou schudde (vrouw)
plat, uitgeteldstraaik
plein, luchthavenplaan
pleister (wond) sparadra
plugseevie of seevieke
pochenstoeffen
pocherstoeffer, dikke nek, aa paast da de nulmeridiaan dauj zaan gat lupt
poederpoejer
poort, poortjepaut, poeike
populaire vrouwscheetbarak
portefeuilleportefoel
portiespausse
postzegeltember
potloodscherperslijper
preciespersees
preiparaa
prentjebilleke
prikkeldraadpinnekesdrood
profiteurtalluurlekker vant gastoeis
pruik (vnml voor mannen) kalot of kalotteke of peruk
prutserknoeffeleir
puntpoejnt

R

raar manveezen apostel
rammeling, pak slaagtoeffeling, pandooring
rarelinkadaur
rauwrei
razendrauzig
redenerenreizonneire
reetvaur
regenbuiriegeboois, een guit
regenenriegenen, draszjen
regenwormpeer
reisvwajozze
rekjeetasjzeirke
reklamerenvan aa kuist moeke
remmenfreins, freineire
riekgrijp
rijraut
ritstiret
roddelaarklapet
roereierengekloesjzt aare
roerenkloesjze
roestroeszjt
rokendoempe
roken (tabak) smaure
rolluikenblaffeturen
rolstoelkeirreke
rommelbrikabrak, kammelot
rommel in een kamer, rotzooiannekesnest
rommel in waardekrot, of in de uitdrukking 'das giene krot' wil zeggen dat het iets waard is
romp, torsokas of keir
roodharigerosse of kauperdroed
roomboter (gezouten) goei bouter (gezaaite)
rozijnenbroodkramiek
ruitjeskaraukes
ruzie, schermutselingbagaar, boel
ruziestoker, wil je ruzie stoken!boelzoeker, zoekte boel pa!

S

saussaas
schaarschier
schaatsenschetse (voorwerp) schaverdaane (werkwoord)
schaduwloemmer
schakelaareintruptuir
scheefkaduk
schep (een goede schep mayonaise bv) klodde
schiettentscheetbarak
schilderfasadeklaischer
schilderijkader
schoenschoon
schoensmeerblink
schommelzweer
schoolraportbuletei
schoonmoederschumeike
schoorsteenvegerschaveiger
schouderschaaver
schouw, schoorsteenschaa
schroevendraaiertoernavis of toernevis
scoutsschoette
seringen of jasmijnenzuugemene
sigaretkoet
sjaalsjerp
sjans hebben (man en vrouw kan) toeszj emme
slasalou
slag, meppataat, kartasj, doef
slagboombariel
slagerbienaaver
slappeling, moederskindjelabbekak
slecht van smaakbeikes
sledesleizze
sleutel (s) slauter (s)
slijpschijfnen disk
slippers (strand) sletze
sloot, grachtgroebbe
smeren (boterham) plekke
smeren (boterhammen) plekke (baukes of bauteramme)
sneeuwensnieve
snel rijdendaazen, vlammen, peezen
snoepsmodder
snoepensmozjtere
snoepje zacht met suikermaskesvlies
snoevermatuvu
snoodaardfilloe
snormoestasj
soepel, lenigflok
soldaatsaldoot
sommigesoemechte
somsvantaad
spatdreits
spatadersvarisse
spermapoepkol
spiegeleipeiruug
spijbelenbrosse
spijkernoegel
spinspinnekop
spinaziespinosje
spoedenszjeesse
sporen treinrelles
sprinkhaanspringkoet
spuitsproeit, pikeur
spuitensproeite
spuwenspieke
staartschjeit
stadionde staad
stalamplampadeir
stalling voor karrenkeirhoeis
stationstoosse
stefaanstef
stelen, pikkenratte
steptrottinet
sterkte figuurlijkfaur
stervenzaaine kies loete, om thoekske goan, om ziep zaain, za kopke erba neirlegge, de prees oeittrekke
steunsupaur
stickerklever, otokolau
stilte (uitroep) stilloans (uitspreken op zijn frans)
stinkertstinkoet
stoelstool
stofjaskaspoesjeir
stommerikasjel, jan-man-kluute, beuzze, painsj, noikkes, kwajze, kwiet, karottentrekker, meittekau. kweebus
stoofvleesschuip
stoompanprestopot
stootkarstuutkeir
stortsteut
straatvegerstroetkeider
straksfluis, sebeet of astrie
strijkijzeraazer
strijksterstraiekes
stropdasplastron of kravat
struikgewasoechele
stucadoorplekker
stukstukket
stuk-, kapotmakenvermassakreire
stutbalken in de bouw rechtopstaandsansoene
suikerbroedkraklei

T

taarttoot, gatoo
tafeltoefel
tand, tandentant, tanne
tantetanke, matant
tapijtenverkoper, arabiertsjoektsjoek
tas koffiezjat kafei of bol kafei (kom als kopje)
tegenwoordigsijgewaudig
televisietelevees
tepels maar ook dopjestsjoepkes
terugvroem
tervurenaarterveurenier
tervuurseterveureness
terwijlsweiles
tobbebaseing
tocht (stappen) trot
tocht (wind) trok
toelatingpermisse
tot ziensvwaar ei
tovenaartuveneir
treuzelentaffele
trienstijseltrut
tros (druiven of..) grap of meestal grappeke
trouw, huwelijktraa
truivarauis, gollef
truweeltruwiel

U

u lastig makenaa kas opfrette
u lastig makenbeginne te moole
uiajoein
uurwerkarlosze
uw mening luid bekendmaken, grote mond opzettenlawaaitmoeke, lawaaitmoeker (persoon)

V

vaatdoekjeschautelvodde
vaginamit, foef, moeis, proeim, snei, schuir, poos, konanjke, panne, mossel, kut, mizjol
vakantiekongei
vals spelentriche
valsspelertrisjoot
vechtenbattere
veeartspeiremiester
vegenkeire
veiligheidsspeldtoospelt
velgjaunt
venstervajnster
ventvajnt
ventielsoepap
verdervoedder
verdiepingstojze
verenigingszjozjetaat
vergiettriezee
vergissentrompeire
verkiezingenkuis
verkoudenversnoeft
verkoudheidvallink
verlangend kijkengijluugen
verleden (week) passijde (wiek)
verlofkongei
vermoedenint snotje emme
verroestverroeszjtert
verschillendetifferente
verschoppelingpernepeling
versnellingenvitesse
versnellingsapparaatderajeur
verval (helling) paunt
vervelenambeteiren
vervelend persoon, kwaluirk
verven, schilderenklasjen
verwardwiszje waszje
verwelktverlept
verwendebeduirvestront
verwendefafoel
verwennenfafoelle
verzakkingzoenk
verzekeringassoeransse
vet, vettigvajt, vajttich
vlagvlagge, drappau
vlecht (haar)tres
VlinderPeipel
voddenraperkasjoebereir, kasjoeberes (vrouw)
voering (van jas bv.) voejering
voetballer slechtpotstamper
voetpad, stoeptrotwaar
vogelverschrikkermusseschrik
vol (volledig) boeszje de vol
volgende keerten noste ki
vooralsertoe
voordeelvauidiel
voorkant van huisde fass
voornaamsteprinsipolszte
voortvoesj of voets
vooruitvaujoet
vorkverkèt
vrachtwagenkamiejon
vreemd gaanschiefpoepe, neffes de pot pisse
vreemd gaanderschiefpoeper
vreemdelingboeignoel
vriendkopei
vrijleeber
vrijdagvraadag
vrijpostigastrant
vrouwmei, teif, waaif, vraa, vraake
vrouwmoejer
vrouw (stoute) ros
vrouw die de mannen hun hoofd op hol brengt en toch niet verder gaat.alumeuze
vrouwenmishandelaarwaaivetoeker
vuilaardplekpot
vuilniswagenvoeilkeir
vuistvosjzt
vuurveu

W

waalwoelekop, woelekaiiet
waardeweide
waaromveu wa
ward, edwardwarre
warmwaterkruikboejot
washandjeajnke
waterketelmuur
waterputjusteire
waterstraalguit, kloesj
wcheuske, tgemak, kabinet, juul of de koer
weduweweif
weduwenaarweifenier
weegschaalbaskul
weekwiek
weeralwa-al
weg (geen straat) parti
weg (geen straat) schampavee
weg (geen straat) schuippes
weg (straat) roet (kort uitspreken)
wegafkortingrakoersi
werken hardtravakke, boeilte, e slaszjke daujgeive
wijkkoteer
wilde (persoon) wulle
willoos persoonmossel
winstbenefies
woelenweizzele
woensdaggoensjdag
wol om te breiensajet
wortelwuittel
wreefvessum
wrijven, inwrijvenroeszje, inroeszje

Z

zadelzool
zakdoeknauisdoek
zakdoeknen tesnesdoek (Duisburg)
zaklamppillicht
zakmeskanif, pennemes
zalfpomaat
zandzoevel
zaterdagzooterdag
zeemvelleir
zeldzaamraar
zenuwenzeine
zetel, bankstelfotuil
zeurenzoege
zeuren, ouwehoerenmemmen
zeurpietszikanuir
ziekenhuisgastoeis of klinik
zijn echte best doenzaain tiene oeitkoszje
zin, goestinggoeste
zo meteenna direkt
zoen, kusbeis
zoethoutkaliszjestok
zoolzaul
zoutzaait
zwak, zwaktefeibel
zwakteslaptituud
zwaluwzwelm
zwanger zijnin posseeze zaain
zwartzwet
zwartezwetzak
zwarte roodstaartschaveigerke
zwartkijkenazaainpissen
zwartkijkerazaainpisser
zwartkijksterazaainpister of de dochter van d azaainbraveraa
zweepkarwats
zweetvoetenzwietpateikes
zwembadzwemkom
zwemvliezenpalme
zwoerd van spekzwozze

15 opmerkingen

  1. De staande wip was vroeger een verwilderd stukje natuur. De kinderen mochten daar niet komen. Hen werd verteld dat de 'tienesnaars' tenensnijders daar woonden.
  2. Een voorbeeld van onze i's is wel. De zin ' wie heeft dat gezegd ' ' Waa iet da geziet'
    Wij Wieten ook alles in Brussel Weiten ze alles. Blijkbaar ligt de wieten/weiten grens bij ons.
  3. Tervuurse wijken/plaatsen: de paroche, de sitei, de kapelle, de peiremet, de veste, den toebaksberg, t'aaike, de veer smoelen, de verkeskaute, de loeizeplaan, het steut, et ruu wegske (in t park), de kaikesberg, den avenue, auver den avenue, de klasjkop (stuk bos bij de golf), de veer winne, de musei, t rond poeint, de rododendrons, den berg van termoeint, de laiterie, Panquin (kazerne), de wip etc..
  4. Thuis zeiden wij tegen een manuele ontstopper in rubber een kakstamper. is zeker geen tervurens maar wel een leuk woord
  5. Wij hebben een straat genoemd de Gemeentestraat. (ook de zwette belle stroet genoemd) Volgens een kleinzoon van de boer, zijn naam Dekelver die daar woonde, wou de gemeente de straat die mr Dekelver zelf getrokken had naar hem noemen, maar hij wou dit niet. Hij zei dat dit een gemeente straat was. Dus en zo geschiede onze 'gemainte stroet' kreeg zijn naam
  6. als je tegen iemand van de buurdorpen zegt dat je van tervuren bent, krijg je altijd. 'ah ge zet van Tervieren' om onze i klanken in de verf te zetten
  7. bij de slager werd, als ik klein was, zelden kilo's gebruikt. Alles ging in ponden of halve ponden. Alles er onder was wel in grammen!
  8. bij het knikkeren speelden we in het putje. daar hadden we een eigen taaltje. Als we fermi zeiden dan was het verboden. bv 'fermi lingers' dan mocht je met uw schieter (schoeter) geen slingerbeweging maken tov het putje
  9. de kozz was ne cafeloper en volgens de overlevering zou de dokter hem gezegd hebben dat elk pintje een nagel in zijn doodskist zou zijn. Hij antwoorde: awel doktoor den goot maain kist e steikelverke zaain!
  10. een van de fanfares werd het vlek genoemd. Vlek is een woord voor blik zo een soepel slecht metaal. Was dus denigrerend woord voor koper.
  11. er stoet ne gruute pierelier vauj ne giele gievel in de pieperstroet: er staat een grote pereboom voor de gele gevel in de peperstraat.
  12. er was een winkel in de Hoornzeelstraat iedereen zei daar het bij 'netlangpang' was. Het was een speel-en snoepgoedwinkel
  13. in tegenstelling met de Nederlanders ervaren wij niet echt de verschillende uitspraken van een woord als zijnde een nieuw dialectwoord. Wij wonen wel dicht bij de taalgrens en zijn natuurlijk zwaar door het frans (o.a. via het onderwijs) beinvloed. Dit geeft natuurlijk ook extra woordenschap door het dubbelgebruik. bv kaars en bougie wat dat laatste meestal de ontstekingskaars in de auto is. Sommige woorden worden ook enkel in het frans gebruikt.Het nederlandse woord is bijna onbekend. bv schroevendraaier is tournevis! moeten deze woorden dan wel als dialect aanzien worden? Ik denk van wel.
  14. tijdens de 2de wereldoorlog vroeg een Duitse soldaat aan een terveureness: Haben sie Papieren Mit (vagina in het tervurens) ze antwoordde : Zeg ik zeg toch oek ni da ga een kartonnen floeit hebt!
  15. typisch voor het Tervurens zijn de vele ie's en de eu's die auj's uitgesproken worden. bv een Leuvenaar wordt ne laujvenier of een gueuze ne gaujs, een deur wordt dan een dauj