denderleeuws dialect

Dialecten > Oost-Vlaanderen > denderleeuws
Het dialectenwoordenboek denderleeuws bevat 51 gezegden, 503 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

51 gezegden

't is bar koudtis bra kaat
als je de bocht om gaataske den bocht om gotj aske annendroé pakt
altijd je hand uitstekenaltèt aa ant owetsteken
buiten vliegenlossen deer de deer deer
dan vorig jaarasverleje jour
dat helpt nietda vègt niks oët
dat zet geen zoden aan de dijk'k ben daumee niks vernaudert
de inboedel stuk slaanklein mébelkes mauken
die muur is ingevallendè mier is ingesketen
een flop'n skeet in 'n fles
Een lief opdoenne skeir doen
een mager vrouwmenseen sprieje, een reile
en nooit met zijn drieën naast elkaar fietsenen noewet mè drowe nèvest ien rouèn
er is daar ruzie't is dou herrewerre
geluk hebbenoeresjans emmen
god zegene uzeegdabewourda
goed zoda teltj
het zit er daar bovenarms op't is dau weer herrewerre
hij heeft in zijn broek gedaand'er leit moor in tkesjken
hij heeft zijn hals gebrokenè is 't fas af
hij is gevatzemmen em te stikken
hij is op zijn neus gevallenè is op zen kezze gevallen
hij is zeer magerè is zoe vètj as ne roëgel (reiger) op zen schee'n
hij laat een scheetè ait nen broekhoest
iemand die steeds te laat komtè is weer de lèsten gellek as bredden
iemand die zich hoger acht dan anderendie'n ait nogal toepee
iemand een duw geveniemand nen deif,doef, toek, djoef geven
iets beu zijna kloe'tn ouètangen
ik kan zingen zoals een paard maar kan niet zo hard lopenik kan zingen gelek e pjied mo kan zoe noag nie loeëpen
ik was er niet zeker vanik tirf er me nie on aaven
ik weet het niet, ik ken er niets vankweeter de kloe'tn af
in het rond rijdenrond zjoeven
keer de hesp langs hier om, is het de uwe, kom en pak zekiejert desp alier om ist daan kom pakse
langs daar moet je niet gaan er staat water op de baanlanks doa moeje ne goan der stout woater op de boan
leg het er niet vingerdik opstekt ons iër zijn oëgen nie oit
moed hebbenkorrozzje emmen
moeilijk te beenmaloenjeg
Nog dikker dan den dikken van Pamelnog dikker dan den dikken van Poumel
op stap gaanop marode goun
past die schoen u?past denne skoen a na?
rond lopenrond kesjken
slecht gezind zijnskiëf gemoesjt zen
teveel gegetenovergeten, overboeft
uit de weg!medja
van een tienermeisje met beginnende borstontwikkeling zegt mende polkes zen al geslegen woar dasse moete kommen
van hier tot daarvan ie tot tou
we gaan stilaan wegwe go goan esj zien
zeker en vastge meegt gerest zoin
zich uit de naad werkena oëigen afprossen
zij heeft er geen verstand vanz' ait er ginne kais van geten
zo dom als het paard van christus en dat was een ezelzoe dom as 't pjeid van kristis en da was ne nezel

503 woorden

's avondssouves
's morgenssmerges
's morgensvroegsmergesvrig
250 grameen half pond

A

aal (mest)bair
aal, palingpaulink
aalputbeirpit
aalvatberrevat
aambeien't speen
aan het stationop de stoise
aanstekerbre-kè
aapaup, metteko
aardappelpetat
aardappelen in de schilpellepetatten
aardappelspetatten
aardbeienjerbeez'n
aardbeienjetbeezen
aardbeiensoortmatotten
aarde (grond) jeir
achterlijk persoonne simmen
afgedragen of oudmodisch kledingstukne ledja
afgrijselijkskabalek
aftroggelenaftroesjelen
agentazjent, sjampetter
altijdattoit, attns
arme vrouwsloeër
as (van kolen) skramouille
asbakaskenbak
autootto
auto, luxe-autoeen vwatier
autopedtrottenet

B

baantjebontjen, kesjsken
babbelzieke vrouwkommeer
baby (een) e plat kindj
bangschaa
bedberre
beeld (je) postier (ken)
beerkarziëkstik
beestbieest
ben van mijn ladder gevallenben van men liej'r gevallen
bermgeskant
besmettelijkbetraupelek
bierhandelaarbieroitzetter
bij (dier) bieken
bij of wespne nezzel
bijeen rapenbéïenskeiren
bijnabekanst
blauwblaat
bloedworstzwette pensjen
bloemenblommen
bloementuilblommekee
bloemkolenblomkielen
blootvoetsberrevoesj
bobbeloebbel
boeman (kinderen)loekenbair
bofbezzekes
borst, tet, membest
borstentetten - loezen - memmen
broodallewaail
brouwerbraver
brugbrigge
bruin brood'n meslontjen
Burgemeesterberremiëster

C

caféstaminee
curieuzeneuskré-ézemosterdpot

D

daar komt niets goeds van't is niks da deegt
dakgootkornis
damesfietsmaskesvelo
dan vorig jaar.as verleeje jour.
dat is blauwda dis blaat
dat is goedtes goet
dat is niet waardas ne woa
de bofde bezzekes
de denderde voat, den denjer
de hespdeps
de maand maartde montj mejeit
de N.M.B.S.'t goveremint
de slagerden bieenaver
de tafelde toufel
dekensozzje
dekselskeel
denderleeuwdenjerlië - lië
deugddeegt
deugniet'n lirre
deurhengselleen
dikke buikbredden
dikkopjepapeloenjeken
dikwijlsdikkes
doe de deur dichtdoe te deer toe
doe eens meedoenekkemee
domkopteppen, teppendo
domkopbroebel, broebelèr
domme mensteppen, troeten
dommerikne mitten
door de deur gaandee de deer goun
dorpskermisplesjkerremis
draaiwindde bourende vraa
drinkenzoapen - goelpen
droge worsteen driejege sosis
dronkenzat, merf, zwet, skeil
droogdriejeg
duif (mannelijk)kepper
duivenmelkerdoëvesjapper
duizeligdroëloeës
durventeirven
duwendijven
dwars liggendesjtern
dwarsliggendesjteren
dwazeriktroeten

E

een arm schaapen erm schoup
een bakje botere paksken boter
een beetje azijn, olie ...bijgieteneen skeet azoëin
een bicne stillo
een blauwenen blaaven
een bordeen taloeër
een borstelnen bestel
een domme vrouween goelle
een dronkenmannen dronkout--- ne zatlap
een duitsernen dosj
een flopprotsaas
een haartjeeen norken
een kinderwageneen koesj
een kipeen kiek - oenjer
een komeen kimme
een lelijkene liëlekout
een lief meisjeprottemieken
een lomperikne kloefkapper
een muggenzifterne pezewever
een muureen mier
een pan uitlepelenen penne oëtskeiren
een prutsernen desjtereir
een rijeen root
een schaareen skair
een schelene skailen
een slechte vrouwe serpenjt
een stuk taarte stik tout
een tas koffieeen zjat kaffe
een vlugge zoeneen prottebees
een voetbalne voetbaal
een vorkeen frinket
een vuist makeneen voëst mouken
een zwaarlijvig persoon'n goebbe
eenmaalieje ne kieje
eensnekke (r)
emmerieemer
emmeroaker
en danen tijn
enkelsknoesel'n
er is daar ruzie't is dau kweddel(ing)
eventjesrezzekes
expresespres

F

fiergrosj
fietsvèlo
fietspadvèloboun
fietsremfrei
flauwflaa
FrançoisSoeë, Sissen

G

ga straks langs daargoutj flees aldoar
gaan we verdergommen voesj
gaarmerg, merf
gebakjepateeken
gebrekkelijkmalonjeg
gebrekkigkammant
geef mij die dekengeef mè dè sjosjje
gehaktgekapt
geleerdgeliejerd
geleerdgeliejrd
geleerdgelitterd
gereedschapaloum
glijbaanafroëizer-roëizeboun.
glijbaanroizeboan
glimwormvinkmoë
goedgoe
goed fietsengoe per velo roijen
goede gastnen toffe pee
golf, golven (van water)baar, baren
goochelenskammoteren
grasges
gras afmaaientges af doen
grauwe appelsoortkrawozzjelèr
greppeltjevolleken
gretiggaitig
griesmeelpapsmoelpap
grijsgrouès
groengrien
groene koolgrien kijeln
grote bloedworstsnol
grote schoptroefel
gulzig etenboefen

H

haarpelletjesskilferkes
haast jeosta
handenkool schippen - poeeten
havermoutpapkwakerpap
heb je er...?ejer...?
heb je?ejè?
hebbenemmen
helemaal niksrittepetiet
herenfietsmansvelo
het bedtberre
het gaat vooral mis bij het afslaan.tgou veeral verkiejert bèt afsloun
het is altijd hetzelfde met joutis attet tzelfde me a
het is om zeep't es nor de kloëten
het wcthosjken of t gemak
hetzelfdetselde
hier naar rechts - hier naar linksie no regs - ie no links
hier naastie nevest
hij heeft koortse eit de kessens
hij ligt in zin bedé leit in zen nest, é leit in zen berre
hoofdkussen van het bedkopkissen
hoorntje (ijskreem)nen toeter
hou je goedaaft a goed
hou je mond dichtaaft a moal toe -aaft a bakkes toe
houd jij je altijd aan de fietsregels?aavde gowè a altèd oun de veloo regels?
houdenaaven
houten klompenolleblokken

I

iets proeveniet prieven
ijskreempotjekaat
ik ben platzak'k ben doelle
ik ga me wassenkgo me wasken
ik ga mijn huis opkuisenkgo me kot opkoschken
ik ga naar huiskgo nor oës
ik heb dorstkem dest
ik heb pijnkem zieje
ik moet plassenik moen pissen - ik moen zjieken
is er wat op tv vandaages ter iet op televies vandoag
is het de jouweis da van a?

J

jaloerssjaloes
januarijanewoure
je ziet er goed en mooi uitgoa zjet oit de ket gevlochten
je ziet er piekfijn uitgoi zetj oit de ketj gevlochten
jeneverzjaneivel
jodiumtinctuurtentrejot
julliegoil'n

K

kaarskjeis
kaarsvetkjeiseriet
kaaskais
kaaskopkaiskop
kachelstoof
kapot, onherstelbaarnor de sis
karamel (snoep) kerremelle
keerkiejer
kersenpitkisangkeire
kersenpittenkizzangkeiren
kinderhandjespollekes
kinderstrekenkinjerozje
kinderziektede seskes
kladje stickerskletjen plekkers
kladpotterijgedesjter, desjteroë
kleingeldinkel
klompenkloeten
klompenkloefen
klungelenbrozzelen
knikkerglouze bees
knikkersmerbollen
knobbel, uitsteeksel...tjoepel
koekoei
koffiegruisbizzelink
konijn (mannelijk)roèr
konijn (vrouwelijk)'n voeë
kopjejat
kopjezjat
korfkirf
kruimelsbroëzeling
kruistekenkrisken
kruiwagenbèrrewèt
kussensloopflewaien
kwikstaartjebeefkoddeken

L

laatloat
langs hieralier
larie, prietpraatgedesjter
leeprieëp
leperdne rieëpen
leurder met tapijtennen tsjoek-tsjoek
lies/liesstreekiejekenissen
lijmkol
lijsterlester
liplep
lippenleppen
lookpijpjessjaloenjekes, pepkes
lucifersteksken krésjer

M

maar nee gijbatendoet
maartmejeit
marktmet
meidoornbessenspelkoeër'n
meikeverpreekadiejel
meikeverprékadeelj
meisjemasken
melkerij botergoej boter
merelmejeirlo
mijn mann onzen
mijn vaderme voër - menne petj
mijn vrouwme woaf men vraa
minnaar, minnaresaunaaver
mislukkenverknoezeln
misschienmaskien, meskien
moddermoor
moemieg
moedkorrozje
moed hebbenkorrozje emmen
moedermojjer, meeken
mondtoot
mondsmoel, bakkes
Moreelstraat (naast de kerk)'t rolleken af
morgen (tot) mergen (in tegenstelling tot het Aalsterse 'meirn')
morsengosselen
mortelmesj
motorfietsmotto
mouwmaaf
murwmerf
mutsmoesj
muurmier
muziekmeziek

N

naastnevest
natuurlijknatierlek
neem zepakse
neennijet
neusnees
neuskezze
nieuwnieven, nief
niksrittebezze, nougaboln
nochtanspetang
nog eensvederomalinsj
nuna
nu niet meerna ne mieje
nukkwinjt
nummernimmero, nimbero

O

ogenoeëgen
ogenblikoeëmelink
omgekeerdomgekiejert, 'tachtersteveer'n
omlijstingkadremint
ongelijk hebbentaur emmen
onhandig persoonkloefkapper
onnozelaarteppen
onnozelaartroeten, wizjen
onpasselijkaudig of oudig
onrustig liggenkrawieteln
onzindesjter
onzinziejever
ooroeër
oorringoeërrink
op de brug staanop de brigge stoan
op de hoek van de straatop noek van 't stroat
op de markt zijn er veel mensenop de met est er veel volk
op elkaar rijdenop ieen roëin
op het dorpspleinop de plesj
op het stortop tstet
opgewondenheidvan arrezje
opnieuwveneir
overgevengebbelen
overgevenspaven,
overhaastig iemandvliegewauter
overrijpmater

P

paalpetoul, poul, peket
paaltjepolken
paardpjeid
paddenstoel, champignonskampernoeljn
parelsnoerpailder
petruspiejeken, petjen
pissenzjiëken
pit (je) keirre (ken)
pitjeskeirekes
postbodeboy, facteur
potten en pannenpottekarree
pralinepranille
preciespecies
preulenmoenken
prikkeldraadpinnekesdroad
problemenkweddel
pruttelen (van water b.v.)prozzelen
pulkenpieltjer'n

R

raarskaa
radioradjo
rafelingenvezzjelingen / tensjelingen
rakelingsskairlinks, skairelinks
reisvoijoge
reisvoijosje
remmen (mv)freis
remmen (ww)frein
rillenvergezzel'n
rioolde zep
rokensmoeren
rolluikafrolder
rolluikde vollee
rommelbicht
rond de pot draaiendesjtern
roodroe-et
rosvos
rossekopvossekop
ruiker bloemenblommekee
ruilenvermangeln
ruzierieze, ambras

S

saai, niet leukzaat (modewoord onder jongeren)
salamipiksossis
saussaas
schaaplemmen,
schaatsenskofferdoëinen
schaatsenskofferdoènen
schadelijke insectengebisjte
scheidsrechtererbitter
scheldwoordenlabbekak, metteko,
schoenlepeloptrikker
schommelbieza boëize
schommelbiza bijeze
schouwskaa
schuurskier
slaande ruzieherrewerre
slapensloupen
slecht biermerrezjiek
slokopboefer
snoepsmokkelink
snoepensmokkelen
soort eczeemverraurt
soort fanfaremuziekpardeblee
spinaziespenozje
spleet (je) gerre (ken)
sportvliegtuig Piper Cubpialoeken
sportvliegtuigje Piper Cubkamieleken
spreeuwsprieje
staartstjeit
staartstjeit, kodde
steak frietbiefstik frit
steenkoolskramoelje
stopcontactpries
stoute jongenstaaterik
straatstrout
straksflees, sebiet, sivvest
sukkelendoebberen
Sunlight zeepzilling ziëp

T

tafelbierfloitjesbier
tafellakenammelauken
tas (handtas) kabas
tas (kopje) zjat
teelballenbezze
tikkeltjetiesjken
toch weltoet
toch wel !toetoet
tongeren, belgietongeren, belzjen
trappelendeggeren
truttrit
tvtelevies

U

uitgerafeld, afval...vesjelinkskes
uitglijdenoëtskeffern
uitlepelenoëtslabber'n
uitscheldenooëtskoèten
uitstekenoitsteken

V

varkenverken, viggen
varkensrib (betje) kabernaië
vastpakkenskeiren
vechtenkletsjen
vechtenbaddern
vensterveister
vensterluikblaffetier
ventieltje (fiets) sjepapken
verdoriemiljaardedju -verdomme
verwend kindkakkelatjen
visjesviskes
vlinderpepelink
vochtigklamp
voetbal veldvoetbalploëin
voetpadboëgank
voetpadboigank - trottoir
volle aflaat verdienen (Allerheiligen)pesjonkelen
volzetstampesvol
vroegvrig
vrouwvraa
vuilaardvoilout
vuile stinkaardvoile stinkout
vulgairskerftig
vuurwerkvierwerk

W

waar ben je geweestwoa zeije geweest
waggelenzwenzjeln
warboelannekesnest
wat heb je nog liggen in de frigowa dije nog liggen in de frigo
weggaanougoun
weidemejeis
wel ja !toet !
welk uur is het alstublieftwa dier est astablieft
wenenschrieven - bleiten - oalen
wielewaalwieawou
wijwoilen
wormstekeligmoëssteek
worstsossis
wortels en erwtenwettelkes me jeiten

X

x frank euro'sx stongs
x-benenmettekesknien

Z

zagenzougen
zagen (fig) kreften, memmen
zanikenkreften
ze/hij houdt aanz aaft oun/hè aaft oun
zenuwenzenen
zet de radio eens aanzetj de radio nekker op
zich als een kind gedragenkinjerozje
zij (mv)zoil'n
zijn liefzijn mokke
zoals je zelf wiL...dagge ten
zoekenzieken
zoeneneen bees geven
zoethoutkaloesjen aat
zwaarlijvige, papperige vrouw'n zwozze
zwakkelingkleizjièreken
zwakkelingwiejeken tingel
zwartzwèt
zwetenzwieten

3 opmerkingen

  1. Een andere uitdrukking gaat verder terug in de tijd. In de jaren na WO I verkocht Tist Lange Jaan vis in Denderleeuw. Zijn waren lagen uitgestald op een handkar. In die tijd kon je nog beter ruiken waar er vis werd verkocht omdat het in die tijd niet evident was om vis lang vers te houden. Tist Lange Jaan verkocht zijn vis op de markt, de `plesj` dus en dit wanneer er een grote volkstoeloop was zoals de marktdag op maandag. Op een zekere dag kon pastoor L. De Vos het niet meer aan en zei tegen hem : `Tist, uwe vis stinkt!` waarop Tist prompt zou geantwoord hebben : `Menieër de paster elk stinkt nor tzoëin, ik nor menne vis en goè nor anne woëin.` Tist had de gewoonte van alles in rijm te zeggen ... Een andere uitspraak die hij zou gedaan hebben was, als hij op zijn sterfbed lag en de pastoor hem van de Laatste Sacramenten kwam bedienen : `Menieër de paster, iek lig hier in mijn slippen, mee de doeëd op mijn lippen.` Nog een andere uitspraak die ik horen vertellen heb was ongeveer zijn levensmotto : Help uzelf, zo helpt u God, want anders is van 't den hond zijn prot.
  2. Een echt Denderleeuws gezegde `Mispakt zei Petje Kabas` is alleen nog gekend bij de oudere Denderleeuwenaren. Petjen Kabas was een volksfiguur die met zijn vrouw en ongehuwde schoonzus samenleefde op een kleine hofstede meer dan 150 jaar geleden. Omdat zij het niet breed hadden deelden zij ook hetzelfde slaapkamertje en dezelfde `berrenbak`, kwestie van mekaar warm te houden. Petjen, die overigens geen vlieg kwaad zou doen, zag daar geen probleem in, maar sliep wel in het midden van het bed. Toen echter bleek dat de schoonzus zwanger was, moest de pastoor er het fijne van weten en trok naar de hofstede. `Awel Petje jong, wat emmekik hoe-ert? ` vroeg de pastoor. `Ja meniër de paster, ik em mè mispakt` zei Petje. Sindsdien is deze uitspraak van Petje een gevleugelde uitdrukking geworden. Toen er later nog kinderen volgden, zeiden de mensen `Petje zal em nog ne kieje mispakt emmen`.
  3. denderleeuws is een zeer 'plat' dialect. Het wordt vooral gesproken in denderleeuw. ik weet nog een hele tijd geleden was ik in het cafe hier op het dorpsplein er was toen een man aanwezig die van de kust afkomstig was en hij was zo onder de indruk van ons dialect en wilde graag wat woorden aanleren. Wij zijn ondertussen 7 jaar later wat is het verhaal nu, deze man is naar denderleeuw komen wonen en is een eigen zaak begonnen. Je ziet maar mensen die afzakken naar denderleeuw willen hier voor altijd blijven wonen omdat ze onze dialect zo mooi vinden. geschreven deer ienen van lie