Utrechts

Dialecten > Utrecht > Utrechts

Utrechts bevat 39 gezegden, 735 woorden en 9 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

39 gezegden

Achterlijke gladiooláchtelíjke Gládióól
Alles tegelijkDe hele santemukraon
Als het regent terwijl de zon schijnt't Is kerremes in de hel
Als je altijd moppert, zie je de zon niet meerAžžie altijd grom, heije 'n hondeleve
As is verbrande turfAs de Dom valt leigh die in de Zoadelstroat.
as is verbrande turfas m'n tantjie klootjies had, was ut m'n ome
de mussen vallen dood van het dak afde mussche valle doaeud van ut dak / Het is bloedjie heet
Denk nou toch eens na !Je mot dat bietjie zaagsel dat je nog in je kop het nou eens gebruiken !
die jongen van Jansendie Jôh van Jansen
Had je hem maarHajjemoa
hard op de fiets rijdenhéngste, héngste op die pedale
heb het lef eenslef ut is
heb je wat tegen mij?hejje wat op me?
het geld is bijna op...'k ziet 't al, de lâmp hânk scheef
Het geld is opDat ken bruintje niet trekken / Kep niks in de knip
hij krijgt op zijn donderHij krijg de duvel voor z'n nieuwejaor.
Hij vertelt alles doortis net het uterechs nieuwsblad
Hij wordt enorm hard in elkaar geslagenHij wordt hard in mekaar getrimp.
idiootâchte (r) lijke dakhaos
ik ben deze figuur wel even zat...mojjíj 'm hebbe as-tie groat is?
Ik ben er klaar meeIk ben ut sat als gespoogu speck
Ik moest plassenIk mos me neef effe-n-'n hand geve / moest even sasse
ik wil er niets van horenpijn imme hoof
ik zal 'm zo hard slaan dat ie krom looptIk zal m slaon tot ie olie zeik !
Ik zie alles goed.Heb mun ogen niet in mun zak zitten hoor !
Ja nee zeg...Ja toch, niet den - Ja of niet soms
Je moet me niet zo haastenJe momme nie zo jâchte
Je wordt altijd belasterd door rotzakken.je wordt altijd door un strontkar overreje, nooit door een gouwe koets.
Kan ik contant betalen?Ken ik kotant betoale?
Nou... !!! (is niet wijd)Nou. !!! - Ga naar het Vreeburg: heb ju de ruimtuh.
pak het even voor megeef t is effe an
Piet liep dronken over de OudegrachtPiet gong as ' n oetepetoeter over d' Ouwegrâch
slaag krijgen, 'n flink pak' t gebuk krijge / de duvel voor ze nuwe jaor krijge / ze hebbe-n-' m twee blauwe lampe geslaoge
Tuurlijk. het zal eens niet. wel heel toevallig.As of de duvel d'rmee speult
VerhipKrijg nou de vinketering
Vroeger was alles beterVroeguh was alles betuh
Wat zie jij er goed (gekleed) uit.Nou nou het heertje .
weet 't wel bijna zeker, ikik geloof 't al ze daoge / al ze leve / al ze levesdaoge
ze zinkt zo vals als een kraaiZe zingt zo mooi, dr stem haalt het glazuur gaat van mijn hart af.

735 woorden

A

aan (straat) (als de straatnaam op -straot eindigt) in; maar: op de Bil (t) straot, op de Bree (d) straot, op de Voorstraot, op de Lânge Nuwstraot
aanhangwagenaonhângwaoge
aanmaakhoutaomaokhout
aanstellerkemédiemaoker
aardappelaorepel / erepel / appie / piepers
aardbei aorebei
abattoir, 't' t tappetoir
abonnementabbelement
accordeoncordeon
AccordeonTrekharmonica
AccordeonTrekzak
accountantadkouden
ach johajjô / ajjôeh
achtâch
achtentachtigâchentâchetig
achternaâchternaor
achteruit!truguit!
adem / asemaojem asum
afbetalen door werkenaonwerreke
afgangpaordeverschut
afgedanktafgedânk
afgedongenafgedink
afgelastenaflasse
afkerigafkeerderig
afschaffenafschafte
Albert heynAppertijn
alcoholistalcolis
alhoewelallewel
alleenallênig / enkelt
allemaalammel / ammaol
allereerstealdereerste
alsas / asdân / asdat
als hijassie / azzie
als weawwe / azzewe
als zeân (d) ze / as ze / asse / azze
altijdalted / ântijd
alvorens / voordateerdat
amandelpersmângelpers
AmsterdamsestraatwegStraotweg
AmsterdamsestraatwegStroatwech
angstânks
ao- uitspraak is als een 'onzuivere' lange aa
armoede / narigheidarremoei
Armoeïge PuinhoopGribus zooi
AttleeplantsoenAS
AttleeplantsoenAtletenplantsoen
autoauwto
avond erna, ded'ândere aovend

B

baard, man met dunnepluisbaord - scheldwoord
bacilbakcil
bacteriënbacteries
bakerbaokster
bakerenbaoke
bakkerbakkert
balletjeballechie
bandjebândsjie
bedorven door vochtverspoch
bedstedenbessteeje
beetjebietsjie / ietsjie (s)
belletje trekkenbellechie lelle
benen knopenbotte knope
benieuwenbenuwe
berrieburrie
BertusBettes
beschadigen (af) répe
bettenafdeppe
BezoekingTamtaassie
bijdehanterbijdehânder
bijnanog een klijn tyfesend
bikkelsbikkelkoatsjies
binnenplaatsjeplaotsjie / plosjie
binnenstadsbewonerbinnestatter
bioscoopbies (j) coop
blaasbalgblaosballek
bliesblaosde
blijkbaarschijnbaor
bloedde, hijhij bloeide
bloedenbloeje
bloemenblomme
bloot (pierekie) naokend
blut / zonder geldrut
bodemboajem
boden, wewe boaje
boer laten, 'nbulleke
boerderij (boere) plaots
boerenerfplos
bogen voor 'm, wewe buigde voor 'm
bokkingbukkem
bonsde (n) bonste
boodschappenboadschappies
boomgaardbongert
BoormachineBoorstel
boterhambo / boochie / stukkie broad
brachtbrâch
bradenbraoje
brandbraant
breide, zeze bree (i)
brilfok
brildragerschele okkeloen (scheldwoord)
Bromfiets, brommerBrommerd
broodbroad
broodje gehaktbalbroadsjie báál
Broodje KaasBowgie Kaos
broodje met hambroadsjie met haam
bullebakbullekeesj
bunzing / stinkerdbunzem

C

cadeautjeskedeauchies
cafekefé
centrumcentrem (uitspraak c als sh in shelter)
champagnechepajje (uitspraak ch als sh in shelter)
chef / baas / voorzitter / enz.ballebof
Choorstraat (spr. uit: Koorstraat) Chorestraot (spr. uit: Korestraot)
clowncloan
collegamaot
condoomcordoortsjie
condoomkepotsjie
Contactloosbetalen(Pas)swaffelen
creperenkrempére / krampére
croissantkrozantsjie

D

D.O.S. (voorloper F.C. Utrecht), het eerste elftal vande Kenaories
daardaorzo
daardoor / daaromdáórvoor
dág!gedâgies!
dagjedaggie
danals (as)
danden (meest in Zuilen)
dan moet je gewoon een grote mond gevenda mojje effe een scheur opzette
dank jemessi / dânkie
dat kan nietda kennie
dat kan wel zijnda ken wel weze
dat weet ik nietweenie
dat zedânze
deden, wewe deeje
Den HaagDe Haog
dertiendettien
dertigdettig
dezelfdedezelde
die jongen / de zoon / de vriend van...die joâh (die jooh) van.....
dienbladbled
Dijkers (vroeger, in Amsterdam) Vetkuive (vroeger, in Utrecht)
discobezoekerglittergladioal
doemkloan
Domtoren, deDe Domtoruh
dooddoad
dooddôd
doodskistdoadskis
doosdoasjie
dop (op gieter) broes
drugsverslaafdendrugsklânte
dubbeldubbelt
dubbeltjeduppie, beissie
duimvloajeknippert
duizendenduzende
dunnerdunder
durfdors
durfde het niet, ikik dors ' t nie
ê of eê vóór n (uitspraak) als een in 'beer' plus zeer korte a

E

Echt waarEg woar
echt waar!or (re) gineel waor! / illijk waor!
eeneên (1)
Een koud bad nemenUn koubatsie neme
een roddelaareen schendbrok
een wind lateneen kers loaten
eenkenniginkennig
eentje, op d'rop d'r eêntsie
eer / prestigekoof
egelegelântier / stekelvarreke
eigenlijkfeitelijk
elastiekjehelestiekie
elektriciteitlektriciteit
Elinkwijk (voetbalteam) Ellinkwijk
elkaar / mekaarbekaor / mekaor
elke week / de hele weekalle week
embouchureammezuur
enkeleenkelde
enveloppebrievezak
eveneffe

F

familiefemilie
fatsoenlijkfe (r) soendelijk
feestjefeesie
festiviteitenfeestiviteite
flanerenflère
fondsfons

G

ga even liggen, ikik gaot effe legge / ik ga effe plat
ga lopend, ikik gaot lopu.
ga weggoat heun!
Ga wegPleurt op
gaangaon
Galeries Modernes (warenhuis)Galerie modernus
Gansstraat, einde van de't Luie end (an de êne kânt legge ze, an de ândere kânt zitte ze)
gebedengebeeje
gebeden en gesmeektgebeeje en gesmeek
gebreidgebreeje
gebroken biscuitjes in 'n zakjezooigie
geel smukje in je oogvuiltjie
geengin / geun
geen geld voor eten hebben...de muize legge doad voor de koelkas...
geen gezichtgeen porum
geërfdgeorreve / overgeërref
GekDaap
Gekkenhuishet gestich an de Aagnietenstraot
geklutste eierengeklutstuh eieruh
gekneusde eierengedeukte eichies
geldpoen
geledengeleeje
gemogengemoguh
genoeggenog
gepensioneerdgepensineerd
gepoetstgepoe (t) s
GerardGerad
gereformeerde / dolerendegereferkeerde
geruildgeroale
gescheidengescheeje
gesteld opblind op
gevaarlijk, zeerbloedsjielink
gevangenislucefersgestich
gewone man, dejan met de pet
Gezicht.Porum.
glacés (geglansd leren handschoenen) glânzés
gladakker (kale)glaadakker / kale neet
gladdakker (kale) glaadaakker
goedkoopgoe (je) kóóp
goeiendaggoeidâg
gootgeut (sjie) / goat
gozergoazerd
graatgrat
grachtgrâch (ie)
Groenekande Groene Kân
groepsgenoten die eenmaal per jaar een dagje uitgaanrijpot / vispot / vrouwepot
gymnastiekgymmestíe

H

hacheeuiesjeu
hadden zehânze / hândeze / hânneze
handenjatte
handentakke
handkarhândkerrechie
handvattenhânsvaote
harmonicaspelermoanicaspeuler
hè / nietwaarwao (r)
heb ikhe 'k - da he 'k gistere al gedoan
heb ik niethék nie
heb je?hejje?
heb, ik; jij hebt; hij heeftik het / heef / heeft; jij heb; hij heb
heeft hij het?het-ie 't?
helemaalkas- (zoals in: kaskepot en kasverrot)
helling (in straat en berm of op brug) hol
hemdhemp
hemeltje!jeechie kreechie!
HemelvaartsdagHemelsvaordâg
HerculesHerrekeles
herinneren, zichtrugwete / ze eige herindere
HermanMaones / Mâns / Herremân
het zal niets uithalenbote(r) an de galg(ch) gesmeerd
hetzelfdenet eênder as / net eênder zo
HeuenHeujei
heusech waor / illijk waor
hielp (en) hollep (e)
hierhierzo
hijgenhechte
hing, 't't hong
hoedhoei
hoofdharses
HoofdBam
Hoog CatharijneHoog Ketrijne
hoopjehusjie
horloge klokkie
huishouden van Jan Steenhuishouwe van Keja

I

idiootachterlijke gladdioal da' j d' r rondloap!
iemand die niet goed wijs ismegoal
ijzerijzder
ik dacht dat het een kast waskdaachdaattekaaswas
Ik heb het gezienIk het ut gezien
Ik vind je niet aardigKrijg de touw tiefus
imbecielâchte (r) lijke
inwonend iemandinwoander
is het niet zo?nie tan? / nie ten?

J

ja hoorja woa
Jakob Simonsz De Rijckstraatde rikketik
je stinkt uit je okselsje meurt uit je okke
Je wordt altijd door rotzakken belasterdJe wort altijd door un strontkar overreije nooit door een gouwe koets.
jiujitsujujuutsie
JongenJoekkie
JongenPikkie
jongen, diedie jô (eh)
jongen, jongetjejochie
jongetjemennegie
jongstledenverschêne
JozefJoazep
juffrouw / mevrouwjuffer (met achternaam)
JulianaparkJuliaonoaparruk
JutfaasJutfáós

K

kaartlegsterkaortlekster
kaden / ooghoekvuilkaoje
Kale manBadmuts
kamerkaomert
kanken
kan / kun jekejje
KanaleneilandKenaole Eilând
kandelaarkendelao (r)
kantelenkândele
kapucijnerskapcijn (d) ers
karbonadekermenaat (kermenaot)
karbonadekermenaod
karnemelkkerremellek
katdakhaos
kater hebben, 'nin de brând staon
katholiekkatteliek
keelamandelenstrotamanduluh
keelgatkeelsgat
kerelklânt
kermiskraam met grijpautomaathengelekraom
kerstkêrs
kerstmis / kerstfeestkersemis
keukentraptrapleertsjie
kijk 'ns!kik 's!
kijk dankik tan
kikkerkikkert
kikkervisje / raar iemandkwakbol
kinderspel (een van de vele) dirrekiedons
klabatsbejje bezândsoademieterd!
klap / dreun / zoejangdaojakker / zuja / stamp
kleermakerkleremaoker
kletskopjes (koekjessoort) zere hofies / kleskoppies
KlootzakBloedbak
klungelenrommuluh
klutsenklotse
knieholtewaoi
knoeienkneije
knoeienknije
kokhalzenkulleke / kokke
kom nou!kom asteblief! / donderstraol op!
komenkomme
konijnk (e) nijn
koopjeaonebieding
koortskoors
kopjekommechie / koppie
kopje koffiebakkie koffie
kopje koffie, halfHaogs bakkie
koud badjekabadsjie
kraambedkinderbed
krijg nou wat!Christe-me-ziele!
kruimelkrumel
kruimeligkrumelig
kruimelskrumels
kuchenkuchte
kunnenkenne
kwakbol (kikker donderkopje) kwaakbol
kwartiertjeke (r) tiertsjie
kwast, 'n vreemderoar figuur

L

l- uitspraak: soms zeer licht, zoals in 'Zuile' en 'buil'
Laan van ChartroiseLaon va Sitreuse (va wel als van, maar n niet stemhebbend)
Laan van ChatreuseLaon van Chetreuse / Setreuze
laarsleers
laat elkaar met rustlaat elkaar nou euns met rus
laat maar even gaanloa moa woaie
laatst / kort geleden (onder) lao (t) s
lachenlâche
ladderleertsjie
ladelaoi
ladenlaoje
Lantaarnpaal.Lantaornpaol.
laternaoderhând
laurierdroplauwelier (s) drop
lekkagelekkaz (j) ie
lekkers (soort) pietsjiepuk
lelijke knieënKlutsknieën
leperik, snaakdie gûp
leplazaruslaplaozeres (met a)
levendleventig
lievelingetjehart-aojer (uitspraak van: 'hart-ader')
lieverlede, vanvan lieverdelee
liggenlegge
ligtleg
logement (eenvoudig pension) burregerkoshuis / loazjiement
lopen, hard aanlopenKomen aandenderen
LouisLewietsjie
luchtluchie

M

madenmaoje
mafkeesmaffceess
mafkeesmâfketel
mafketelKloôtvioôl
mag jemaggie
MaliebaanMaoliebaon
mankerenbekére
MarktMart
marktmart / marrek
maskermombakkes
medelijdenmedelije
meen je dat nouách val kapot joh...
meestentijdsmees van tijd
meesterlijkuitekuns
meisjegrietsjie
meisjemokkeltsjie
meisjemokkeltjie
meisje / mesjemesjie
meisje, kallechie, mesjie, meissie
meneermeheer
mensmensch (menszjch)
messenbakvorrek- en lepelebak
met z'n vierenmisse viere
met zijn drieënmesse drietsjies
meteenmedeên (d) / bedeên (d) (niet: gelijk)
mezelfme eige
misnoegen (uiting van) ziekehuis!
mochten, wewe moche
moedermoe (n) der; aanspreekvorm: moesjie / ma, enz.
moeërmoejer
moest, ikik mos
moesten, wewe mosse / moste
moetmot
moet jemoe je
moet je niet tegen mij aanzeurenmoeje ni tege my zyke
moetenmotte
mogenmagge
molbonenmolleboane
mombakkesbombakke
mondmik
mond, hou je grotehouw je groate slaoi-emmer
mooimoai
mooi lichaamprettig lichaom
mushuiskees

N

naarna
naastnaos / naos-an / bezije
namaakdingnepperd
neeneên
neringkomenschup
NeudeNeu, Nooi
NeudeUt Neu
neus waaruit snot druiptpierik, piereneus
neus, kokkerdgok / kokkel
neuzenzi nie imme loa te schumen
niemand / niet ééngineên
nietnie
niet eensgineêns
niet elke dagnie alle dag
Niet goed bij je hoofdHalve zool
nietwaarniewaor
nieuwnuw
nieuwsgierigniesgierig
nog nietnónnie / nonníe
normaalnemoal - doet effe nemoal máán
NotenbomenlaanNoatesjees
Notenbomenlaan, Noatesjees, Noatekeesj, Schaans

O

of weoffe we / ovve we / of daddewe
Oh wat ergAch, náges.
omdatomdân / omdatte / omrede dat
onaangepaste immigrantbuitelânder
onanisthij gaot met de hândwaoge
ondertussentussebeie
ongeregeld huishoudenpaordehuishouwe
onlangsonderlaos
onlangsverleeje
onnozel iemand / rareâchte (r) lijke
onnozele halsaachteleke glaadioal
onnozele halshaalve zoal
ontbijtkoekberespek
Onze jongen, (ouders) Onze Jôh
oo (uitspraak als in 'door') oa (als in road)
Oog in Al (stadswijk) Oogenal
oomome
oorvijgwatjekauw
opgehangenopgehonge
opgevouwenopgevouden
opjagen / hoedenheuje
oplettend / op de penning / gesteld operreg
opnieuwovernuw
oppermanuppermân
opschepper (kaone) braojerd / koofmaokerd
optillen (ook van lichte dingen) opbeure
opzij, ga evengaot 's effe an de zijkânt
oranjeoarajje
ordinairondinair
orgel, 't't torregel
oud-katholiek ('jansenist') sjântenis
oude vrouwoud âchentâchetig
OudegrachtOuwegraach
OudenrijnOuweríjn
oudersme vaoder en me moe (n) der
oudjeou (w) chie
overhemd / bloesjebloesjie
OvervechtOvervech (klemtoon op O of op vech)

P

paardenbloempaopesteel / paopestoel
paaseipaozei
papillottenpaffiotsjies
ParaguayPârâkwai
partijtje straatvoetbalmetsie
PaulPauw
penalty (bij het voetballen) pinaotie / pi, enz.
petroleumstelpiet (e) roaliestellechie
PizzaPiessa
plaats van, inplao (t) s dat
plakje gekookte worstmeppie metwors
Pleiners (vroeger; in Amsterdam) Sjorsklânte (in Utrecht, van 1950-1960; nozems met geld)
poederchocoladepoejerchekla (oi)
politiep (e) lie (t) sie
politieagentbullekeesj
politieagentpelitiegent (zonder a) / tuut / wout / juut (in Zuilen)
politieagenttuut, pliesiegent, wout
politieagenttuut, wout
politieagentwout
politieagent te paardknoltuut
politiebureauplitsiebro / woutenkit
portefeuilleportefullie
praatjesspatsjies
professorperfesser
puimsteenpuinsteên (tweemaal n)
puthul (rioolrooster) / put (in trottoir)

R

raam, 't' t traomp / ' t traomt
raketreket
randje, op 'tkânsjie-rânsjie
rare dingen doet, iemand diemesjokkenaor
Rare manHals / Halsie
raspenrapse
ratrot
rauwe-andijviestamppotstimpestamp
rennenronnen
revanche (bij het voetballen) revânsjie
ringvingergouwe rinkie / rinkepink
rode koolroaje koal
roede (= 13, 8 m2, landmaat) roe (i)
roekeloos persoon in het verkeerhalzenoar
rommelzoaichie
rondkijken met slechte bedoelingenschume
rood hoofd, zo'nzó bam
rotonderontonde (rontonduh)
rugrig
ruilde 'm, hijhij roal 'm
ruïnerenverrinnewére
Rustig blijvenJe kledij houwwe

S

s (uitspraak) sj (uitspraak - ongeveer als de lichte sj in 'shelter')
samensaompies
sch (uitspraak) sjch
schadeschaoi
scharscher
schatjeschatschie
Scheenbeenschilnbiln.
schelen, 't kan me niets't kemme niks verschele
schelvisschellevis
schenkelvlees met beenkaomelót
schillenboerschelleboer
schimmel, kaamkaon
schooierhurrekenester / schoajerd
school, de't schoal
schoonmakenrákkere
schopschup
schoppenschuppe
schorseneren, toebereidedoaje vingers
scoren (van doelpunt) schore
seringensingeringe
sigaretségeret
sinaasappelsaps (j) uderâns
singel, de't singel
Sint NicolaasSintereklaos
sint-vitusdans (zenuwziekte) fiedeldâns
sinterklaassintereklaos
slaslaoi
slaatjeslaotsjie
slabonen, prinsessenbonensuikerboane
slagersloagert
slagersvrouw / vrouwelijke slagerslaogeres
slapenslaope
slimpiender / pretletter
smeerlapknijerd
snee broodsnee (i) chie broad
snoever / pocher (kaone) braojerd / koofmaokerd
snuffelaarschumerd
SoestSoes
somssomps
spekbokkingspekbukkem
spekbokkingspekbukkum
spelenspeule
sperwerkrem
spijbelen'n schobbetsjie maoke
spinaziespenaot / spinaot
spinaziespinaat
Stadion Galgenwaardstaodion Gallegewaord
standjebukkem / knal
stationsjesjon / stetion
stellig / zekergegárrendeerd
stenen dragen (in de bouw) uppere
stevigsteeuwug
StikkenDe gelanteriemoord stikken
stomkop, domoorkwaakbol
stommerikaachtelike glaadiool
stommerikaactelike glaadioal
straat (waarin je zelf woont) ' t straot
straat die berucht isjâch / jat
strafschop (bij 't voetballen) strafschot
straksdemee / temee / strakkies
strostroai
studentstedent
studentenfeesten (vijfjaarlijks) luustruum
stuiterdestoterd

T

taartjetaortsjie / gebakkie
tachtigtâchetig
tamelijk goedaor (d) egies
tamme kastanjemakke jannen
tamme kastanjesmakke kestajjes
tasjetasjie
tegelsteên
tegenteuge
tekeergaan (bijv. van kinderen in stoel) répe
telefoonbeantwoorderântwoordapperaot
televisietellevizie
tenen / tonenteeje / toane
terugtrug
tijdschrift (o.a. bij de kapper) boekie
Toch nietTonnie
tochtwinderigheid / toch
toegang (sprijs) íntree
toentoe, doen
toentertijdtoedertijd
toonbanktoanebânk
torenhoogzo hoog as de dom
transferplakplaotsjie
trapgattrappegat
trekharmonicahermoanica
tuinbonen (grote) zere teeje
tuinder, tuinbouwerhovenier
tweeën, met z'nmet ze beichies

U

uiteindelijk / ten slotteplângelaos
uitwerpselen en rommel, drijvende (in het A'dam-Rijnkanaal in Zuilen)meloeije
urtechtutrech
UtrechtUtereg
utrechtutreg
UtrechtsUterechs
UtrechtsUteregs

V

vaart (watergang) grif
vaatkwastvaotekwas
vaderouwe / va
vader, zijnhem / ze / hem ze vaoder
vakantievekântie
vannachtvenâch
veelveul
Vel (lekker in je vel) Haggie (lekker in je haggie)
veleverscheie (ne)
verhuisdóvergehuis / overhúís
verliezerverliezaor
verloren (van wedstrijd) de pitte gehad
verminderenminnisére
verpleegsterverpleester
verraadverraoje werrek
verrot, helemaalkasverrot
vertillen, zichze eige verbeure
viezerik / viezerdsmotskeês
viezigeheidsmuk / smukkie
vingvong
vingersvikke
viooljanksnaar
vlag bij straatfeesten, kleinebroekie / wappertsjie
vlees bedierf niet, datda vlees bedorref nie
vliegerpíjleboog
vlovloai
vlug, zeermet 'n noadgâng
vluggergauwerder
voetbeên
voetbalvoebal
volgende week vrijdagd' ândere week vrijdâg
voorbij rijden (erg hard)voorbij sjeezen
voordatvoordân
vraagt, als je 't mijazzu mijn vraogt
vrachtje (op de rug) sjouwchie
VredenburgVreeburreg
vreemdvreemp
vreemd persoonMafklapper
vriendkammeraod
vrouwwijfie (niet uitspreken als 'waifie')
vruchtenhagelfruitmuisjies
vuilnisvulles
vuilnisbakvullesbak

W

waarwaor
waar (tussenwerpsel) wao (r)
waar?waorzo?
waard (stuk land) weerd
waardelooswaordeloas
waarom dan?we (r) voor den?
wafelprauwel
WakeKijkdag
wanneerweneer / hoeneer
washandjehândewassertsjie
waslijnwaslijnt
wasserijbedrijfblekert
wat denk je?wa dâchie? / wa dâchie wat?
wat heeft hij - wat heeft 'iethettie
wat is er gebeurd?watskebeurt
wat moet je't mojje
wat moet jehájje wát
wat moet jij nou-môj jij nou?
wat spook je uitWaa stao je te potlooie
wat wil je eigenlijk?wa mojje?
wat wil je?mojjedan?
wat ze wildenwânze wouwe / wazze wouwe / wat of ze wouwe
wat zegt u?wat zeggie?
wat?, hè?watte?, wat zeggie?
waterige ogentrietoogies
weduwnaarweduwmân
week, dezevan 't week
weeklagenjeremiejeeje
wees eens even stil!bek-kie!
werdwier / wer
werkloos zijnbij de deur lope
wesphurrek
wijdewije
wijk, de't wijk
wijsvingerpottelikkert
wijzer (van klok) wijsder
windjewindsjie / kers
winterwortelpaordewortel
woninghuisjie
wortelloofwortellof

X

XTC PilJoekel

Z

z (uitspraak) zj (uitspraak - ongeveer als de lichte zj in 'horloge')
zakdoekzaddoek
zakje (voor kruidenierswaren e.d.) buil
zakje blauwpoppie blauw / blauwselpoppie
zakje patatbaal patat
zal ikza' k
Zandpad (straatnaam) Gummiedreef
zei (verleden tijd van zeggen) zee
ZeistZeis
zenuwenzêneme / zênewe
zeuren, niet aan mijn hoofdla mij lekker met rus!
zevenzeuve
zichze eige
ziektewetziekewet
zij / zehun / hunnie (in Amersfoort: hullie)
zijn, zijze benne
zoëvend' rnet / tenet / toenet
zuinigerdschrieperd
zulkezukke
zuurkoolzurekoal
zwanger makenopknappe / met jong douwe
Zwarte Water (gracht) ' t Zwarte Rioal
zweetvoetenzweetepatates
zwembad, het't zwemschoal
zwierfzworref / zwerrefde

9 opmerkingen

  1. Al ben je als man jong of oud, groot of klein, in Utrecht zal je altijd een jochie zijn.
  2. Als 'antwoordapparaat' op z'n Utrechts wordt uitgesproken, zitten er vier verschillende a's in: ântwoordapperaot
  3. Azzjie zeg dajje éch Uterechs ken praote, mojje ' t vollegende zinnechie op ze Uterechs zegge: Gadveredamme Jân, die goazerd zit messe hânde in ' n bak met zând
  4. De Gansstraat, aan de ene kant is de begraafplaats en de andere kant de Pieter Baankliniek, ofwel: an de êne kânt legge ze en an de ândere kânt zitte ze; ' t luie end.
  5. Die heeft door de Adelaarstraat gelopen.
    Betekenis: Die heeft een klap van de molen (wiek) gehad.
  6. Refererend naar het destijds opvallende Vredenburg, het gezegde word nog steeds gebruikt!
  7. Tussen koud en warm.

    Uitdrukking die gebruikt wordt voor het gebied tussen de kunstijsbaan en het crematorium.
    (Ook bekend als de autoboulevard)
  8. Utrechts - met zijn eigen woorden en uitdrukkingen - wordt in de stad Utrecht niet meer zo veel gesproken. Het is verwaterd (vernederlandst), maar het accent is nog wel levend. In Zuilen is de taal, met de komst van enkele duizenden Amsterdammers in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, ook enigszins veranderd. Het echte stad-Utrechtse dialect hoor je nog weleens bij ouderen onder elkaar en in bejaarden- en verzorgingshuizen.
  9. bij ons op het ouwe grachie wert een nieuwe verdieping op het huis gezet. Een van de timmerrmanne wou goan plasse, deed een deur ope en sodemieterde toen loager noar beneeje. Hij kwam in ons batsie terech en zei zun enkelte zin ` kdaach dattet een koas woas` .