Ursels

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Ursels

Ursels bevat 13 gezegden, 42 woorden en 6 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

13 gezegden

de periode van bekendmaking van nakend huwelijkze zijn in de gebôn
hij is bedrogenhij es gereeen van Costers e moerhond
hij is doodmoehij es de kieeste af
hij is overledenhij es den hond goan eedn geven
hij is zwaar ziek geweesthij heefd een toakelinge gehad
Hij ligt dwarshij es in 'twisse
iemand aanvallenten kandeele goan
spijbelende schoole blèn
wa gaade later worden strontraper achter den treinwordt gezegd tegen iemand waarvan men denkt dat hij geen deftige job zal vinden
waar men dit geluid hoort (van blaffende honden) zijn er mensen thuiswoar dat er zulken hondn bassn zijn der menschen thuis
wanneer een kind niet wil of durft sprekenes ui tonge noar de smesse toch
ze kan het goed uitleggenze heed een muile van lintsjes
zijn broek is te kort't stoa woadre in zijne keldre

42 woorden

B

bangschouw
boodschappentasredekuul
brakenspoeen
bruuskmee een gurde

D

de weg sneeuwvrij makenboanen
deugnietraveel

G

gebedsgenezingaflezen
goederen aangekocht bij kruidenierwinkelwoare

H

hazelnoten (grote soort) boarrenoten
hij heeft zijn handtekening moeten zettenhij éé zijne poot moedn zedn.

K

kalkverfwitsele
klein hondjepreudelekkerken
kloof, snede (kwetsuur) gabbe
koffie (waterachtig) piezewei
kouwelijk persoonketijvegoard
krijtkrijwit

L

lichtzinnigruizeluit
long (varken) lichte lever
loonkezim
losbolloetsjepoep

M

moestuinlochtink

N

nergensnieverans

O

onhandig iemandongewèddigoard

P

pijn wegnemen door gebedaflezen

R

regenputregenstuk
roodborstjepoverjan
rubberen schoeisel (vóór 1960) zeesletsen
ruw (tanden, na het eten van bijv. een peer) sleeuw

S

slechte kaartspelerplankierkoartre
struikelensobbelen

T

tochttrok

U

uitkeringtrok

V

valsspelerzeurzak
verwaarlozenverneelezeern
vitteressepikre
Vlaamse gaaiweddink
vlinderfliefleddre
vroedvrouwachterwoarstrï
vrouw (heer) met capsonespretmadam (heere)
vrouwenloperboomkeszeekre

W

wipstaart (vogel) peirdewachterken

Z

zin in iets.goeste in nen twade

6 opmerkingen

  1. Amedé Deneve kost de pijne aflezen. (In Knesselare was dat Martha Jut)
  2. Hij mankeert twee vingers, hij heeft doar een nen trok voor.
  3. mee de keiremesse wierd de kelder gewit mee witsele en ook de doornen haag
  4. ne redekuul was gemaakt van dezelfd stof als waarmee men traplopers maakte
  5. wordt gezegd wanneer iemand een scheet laat
  6. ze gaven meet hete soep en zettigen heur in den trok.