Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Sevenums dialect


Het dialectenwoordenboek Sevenums bevat 7057 woorden, 50 gezegden en 4 opmerkingen.

Klik hier om woorden en gezegden toe te voegen aan het woordenboek Sevenums

Noot: Wij voegen zelf geen woorden en dialecten toe. Als iets niet klopt of ontbreekt dient u dit zelf toe te voegen of te wijzigen. Zinsontleding en het herkennen van naamvallen is voor de eenvoudige vertaler iets te veel gevraagd.


50 Sevenumse gezegden

Als de vloeren vochtig zijn, zit er regen in de luchtAs de vloren vlaês ziên, zit d`r raegen in de loôch
als de wind op de dag vaak draait, dan blijft het meestal vast weerdreijende wink is stande waer
Als de zwaluwen laag vliegen krijgen we regenAs de zwelven liêg vleegen guft `t raegen
als je bekend staat om een bepaalde eigenschap hou je datasse de naam hes te laat te kômen, kumse noeit miêr op tiêd
als je iets vergeet, moet je het bekopenwat de kop vergit, motte de biên beschelde
beter worden van brandschadeIn dun brank; oêt dun brank
Buiïg weer in mei/juniÊch boorewaer
Dranktekort bij iemand op het feestjeHij/zij is keps gedronken
een koude dooi is een zekere dooikaojen duuej is gewissen duuej
een loer gedraaid gekregen hebbengeklôt ziên
een meisje vragen en afgewezen wordenop unne poest houwe
een onweersbui blijft vaak tussen Maas en Peel hangenUn schoor hengt duk tussen Maas en Piël
een slecht begin, een goed verloopunne zeke mergen unne gezongde daag
een stroomstoot krijgenunne stoek kriêgen
Een vrek sterft rijkErm laeven en riêk sterven
Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stilUn vrouwenhank en unne paerdetank stoan noeit stil
geboorte in een gezin`geërfd ` hebben
helemaal opkapot muuj
hemel iemand op dan presteert hij betermoek de gek dan vritte good
Het noodlot treft altijd dezelfde mensenTer duvel schiêt altijd op dezelfden hoêp
hij is schamel gekleeddin stiêt dur vesteldags op
Hij laat zich niet gek makenDin bist van iën vleeg nit
iemand die vlug en handig isun kevief emus
iemand een loer draaienemus kloêten
iemand tot een bepaald iets aanzettenemus opstoeken
iemand verzorgen tot aan de doodemus an ziên engd brengen
in het leger gaan in verband met dienstplichtvur dien nummer goan
in verwarring zijnin verkwalie ziên
je kunt me nog meer vertellendich kons mich de ruk (pot) op
Jij bent ziek in je hoofd!Do bis krank in de kop!
kennismaken met de buren door een avondbezoeknoaberen maken
krankzinnig zijnde kolder in de kop hebben
langzaam zijnlang zuk aan hebben
niks doen ( lui zijn )oêt de naas vraete
op de hoogte zijnvan bescheid wiête
op een onverwacht momentop `ne fieze kieer
paard schroeven onder hoefijzers doen bij gladheidpaerd scherp zetten
pas op voor de enge geestendalik kome de boekkels
Sevenum in oorlogstijdZaerum in dun ôzel
Slim zijn is ook niet allesDe stomste boren bouwen de diekste petatten
stramme botten hebbenstiêf kneûk hebben
ten onrechte ergens voor op moeten draaiende asse oetdrage
verwachting dat iemand in het najaar zal stervendin giêt met de petatten de koêl in
Vriezen na veel regenweerGaten vol en dun deksel dur op
wat iemand niet kent waardeert hij nietWat dun boôr nit kent vritte nit
werd weleens gezegd van iemand die erg ziek wasdin zal de koekoek nit mieer hure
Wie weinig lust zal slecht groeienFiêze verkes waeren nit vet
zich ergens druk om makenembras maken
zich iets kunnen permitterenzich wet konne leisten
zoveel van iets eten dat je er tegenzin aan hebtzich erges aan taege aete

7057 Sevenumse woorden

aambeeldaambild
aan ( als voorvoegsel )an
aan hetant
aanhoudendaanhaojend
aannemenaannaemen
aannemen ( aangenomen )aangenômen
aannemen ( ik nam aan)ik naam aan
aannemen ( jij nam aan)dich nams aan
aannemen ( jij neemt aan )dich nems aan
aannemen ( nam ik aan )naam ik aan
aannemen ( nam jij aan )namse aan
aannemen ( nam u aan )namt geey aan
aannemen ( neem ik aan )naem ik aan
aannemen ( neem jij aan )nêmse aan
aannemen ( u nam aan )geey namt aan
aannemen ( u neemt aan )geey nêmt aan
aannemen (ik neem aan )ik naem aan
aanstellenaanstéllen
aanstellen ( aangesteld )aangestéld
aanstellen ( ik stel aan )ik stël aan
aanstellen ( ik stelde aan )ik stélde aan
aanstellen ( jij stelde aan )dich stëlsde aan
aanstellen ( jij stelt aan )dich stéls aan
aanstellen ( stel ik aan )stél ik aan
aanstellen ( stel jij aan )stélse aan
aanstellen ( stelde ik aan )stëlde ik aan
aanstellen ( stelde jij aan )stéldese aan
aanstellen ( stelde u aan )stëlde geey aan
aanstellen ( stelt u aan )stélt geey aan
aanstellen ( u stelde aan )geey stélde aan
aanstellen ( u stelt aan )geey stëlt aan
aanstellerkunstemaeker
aardappelenpetatte
aardappelmesjepetattemêske
aardappelriekpetattereek
aardbeienerbaere
aardeaerd
aardedonkersakkenduuster
aardrijkskundeadrikskunde
achtâch
achtentwintigâch en twintig
achterkeukenstort
achteruitbelabullugoit
achterwerkvot
achterzakvottetes
achttienâchteen
afleggenaaflëggen
afleggen ( afgelegd )aafge lâg
afleggen ( ik leg af )ik leg aaf
afleggen ( ik legde af )ik lâg aaf
afleggen ( jij legde af )dich lâgs aaf
afleggen ( jij legt af )dich legs aaf
afleggen ( legde ik af )lâg ik aaf
afleggen ( legde jij af )lâgse aaf
afleggen ( legde u af )lâgt geej aaf
afleggen ( u legde af )geej lâgt aaf
afleggen ( u legt af )geej legt aaf
afleidenaafleyen
afleiden ( afgeleid )aafgeleyd
afleiden ( ik leid af )ik ley aaf
afleiden ( jij afleidt )dich leys aaf
afleiden ( u afleidt )geey leyt aaf
afwaswaterschottelwater
alleenallieën
alsofoffant
alstublieftasteblif
ambulancezekenauto
amperkwellek
andereangere
anderhalfangerhalf
andersangers
andersomangersum
angstigschoôw
anijsaniês
apotheekappetiêk
appelboomappeleboeêm
AppelboomgaardAppelenbôngerd
appelmoesappellemos
ArcenArce
arenaoren
armerm
armeluisermeluüs
armoedeermeuy
asbakassenbak
asbakjeassenbekske
aspergessperjes
avondaovend
azijnaek
baan ( betrekking )bantje
BaarloBalder
bacoengelse sleutel
bagagedrager ( op fiets )fietsendraeger
bakjebekske
bakken ( bak ik )bak ik
bakken ( bak jij )bakse
bakken ( bakt u )bakt geey
bakken ( bakte jij )beekse
bakken ( bakte u )beekt geey
bakken ( ik bak )ik bak
bakken ( ik bakte )ik beêk
bakken ( jij bakt )dich bêks
bakken ( jij bakte )dich beeks
bakken ( u bakt )geey bakt
bakken ( u bakte )geey beekt
bakkerbekker
bakkerijbekkeriê
baksteenmoorstêin
balkenbrijkerboêt
bedbedstaë
bedelaarkruuyer
bedenken ( bedacht )bedâch
bedenken ( bedacht ik )bedâch ik
bedenken ( bedacht jij)bedâchse
bedenken ( bedacht u )bedâcht geey
bedenken ( bedenk ik )bedenk ik
bedenken ( bedenk jij )bedenkse
bedenken ( bedenkt u )bedenkt geey
bedenken ( ik bedacht )ik bedâch
bedenken ( ik bedenk )ik bedenk
bedenken ( jij bedacht )dich bedâchs
bedenken ( jij bedenkt)dich bedenks
bedenken ( u bedacht )geey bedâcht
bedenken ( u bedenkt )geey bedenkt
bedienenbedenen
bedienen ( bedien ik )bedeen ik
bedienen ( bedien jij )bedinse
bedienen ( bediend )bedind
bedienen ( bediende jij )bedindese
bedienen ( bediende u )bedinde geey
bedienen ( bedient u )bedint geey
bedienen ( ik bedien )ik bedeen
bedienen ( ik bediende )ik bedinde
bedienen ( jij bediende )dich bedinsde
bedienen ( jij bedient )dich bedins
bedienen ( u bediende )geey bedinde
bedienen ( u bedient )geey bedint
bedragbedraag
bedragenbedraâgen
bedragen ( het bedraagt )t bedrugt
bedriegenbedregen
bedriegen ( bedrieg je )bedruugse
bedriegen ( bedriegt u )bedrigt geey
bedriegen ( bedrogen )bedrôgen
bedriegen ( bedroog je )bedroogse
bedriegen ( bedroog u )bedroogt geey
bedriegen ( ik bedrieg )ik bedreeg
bedriegen ( Ik bedroog )ik bedroôg
bedriegen ( jij bedriegt )dich bedruugs
bedriegen ( jij bedroog )dich bedroôgs
bedriegen ( u bedriegt )geey bedrigt
bedriegen ( u bedroog )geey bedroôgt
bedrijfbedriêf
bedrijvenbedriêven
bedrijven ( bedreef ik )bedraef ik
bedrijven ( bedreef jij )bedraefse
bedrijven ( bedreef u )bedraeft geey
bedrijven ( bedreven )bedraeven
bedrijven ( bedrijf ik )bediêf ik
bedrijven ( bedrijf jij )bedriêfse
bedrijven ( bedrijft u )bedriêft geey
bedrijven ( ik bedreef )ik bedraef
bedrijven ( ik bedrijf )ik bedriêf
bedrijven ( jij bedreef )dich bedraefs
bedrijven ( jij bedrijft )dich bedriêfs
bedrijven ( u bedreef )geey bedraeft
bedrijven ( u bedrijft )geey bedriêft
bedroefdbedrufd
bedrogen zijnbezekt ziën
beekbaek
beeldbild
beenbiên
beerbaer
beer ( mannelijk varken )biêr
beestbiêst
begin van werkaanwerk
beginnen ( begin ik )begin ik
beginnen ( begin je )beginse
beginnen ( begint u )begint geey
beginnen ( begon ik )begoos ik
beginnen ( begon je )begoosse
beginnen ( begon u )begoost geey
beginnen ( begonnen )begonnen
beginnen ( ik begin )ik begin
beginnen ( ik begon )ik begoos
beginnen ( jij begint )dich begins
beginnen ( jij begon )dich begoos
beginnen ( u begint )geey begint
beginnen ( u begon )geey begoost
begrafenisbegreffenis
begraven ( begraaf ik )begraaf ik
begraven ( begraaf jij )begrufse
begraven ( begraaft u )begraft geey
begraven ( begroef ik )begroôf ik
begraven ( begroef jij )begroôfse
begraven ( begroef u )begroôft geey
begraven ( ik begraaf )begraaf
begraven ( ik begroef )begroôf
begraven ( jij begraaft )dich begrufs
begraven ( jij begroef )dich begoôfs
begraven ( u begraaft )geey begraft
begraven ( u begroef )geey begroôft
behalen ( behaal ik )behaal ik
behalen ( behaal jij )behâlse
behalen ( behaald )behâld
behalen ( behaalde ik)behâlde ik
behalen ( behaalde jij )behâldese
behalen ( behaalde u )behâlde geey
behalen ( behaalt u)behâlt geey
behalen ( ik behaal )ik behaal
behalen ( ik behaalde )ik behâlde
behalen ( jij behaalde )dich behâlsde
behalen ( jij behaalt )dich behâls
behalen ( u behaalde )geey behâlde
behalen ( u behaalt )geey behâlt
bekennen ( beken ik )beken ik
bekennen ( beken jij )bekense
bekennen ( bekend )bekend
bekennen ( bekende ik )bekende ik
bekennen ( bekent u )bekent geey
bekennen ( ik beken )ik beken
bekennen ( jij bekende )dich bekensde
bekennen ( jij bekent )dich bekens
bekennen ( u bekende )geey bekende
bekennen ( u bekent )geey bekent
bekennen (bekende jij )bekendese
bekennen (bekende u )bekende geey
bekerbaeker
bekijkenbekiêken
bekijken ( bekeek ik )bekaek ik
bekijken ( bekeek jij )bekaekse
bekijken ( bekeek u)bekaekt geey
bekijken ( bekeken )bekaeken
bekijken ( bekijk ik )bekiêk ik
bekijken ( bekijk jij )bekiekse
bekijken ( bekijkt u)bekiekt geey
bekijken ( ik bekeek )ik bekaek
bekijken ( ik bekijk)ik bekiêk
bekijken ( jij bekeek )dich bekaeks
bekijken ( jij bekijkt )dich bekieks
bekijken ( u bekeek)geey bekaekt
bekijken ( u bekijkt)geey bekiekt
bekvechtenstraevelen
belazerenbezeiken
belazeren ( belazer ik)bezeik ik
belazeren ( belazer jij )bezékse
belazeren ( belazerd )bezékt
belazeren ( belazerde ik )bezékde ik
belazeren ( belazerde jij )bezékdese
belazeren ( belazerde u )bezékde geey
belazeren ( belazert u )bezékt geey
belazeren ( ik belazerde )ik bezékde
belazeren ( jij belazerde )dich bezéksde
belazeren ( jij belazert )dich bezéks
belazeren ( u belazerde )geey bezékde
belazeren (ik belazer )ik bezeik
belazeren (u belazert )geey bezékt
beleggen ( belegd )belâg
beleggen ( belegde ik )belâg ik
beleggen ( belegde jij )belâgse
beleggen ( belegde u)belâgt geey
beleggen ( ik beleg )ik beleg
beleggen ( ik belegde )ik belâg
beleggen ( jij belegde )dich belâgs
beleggen ( jij belegt )dich belegs
beleggen ( u belegde )geey belâgt
beleggen ( u belegt )geey belegt
belevenbelaeven
beleven ( beleef ik )belaef ik
beleven ( beleef jij )belaefse
beleven ( beleefd )belefd
beleven ( beleefde ik )belefde ik
beleven ( beleefde jij )belefdese
beleven ( beleefde u)belefde geey
beleven ( beleeft u)belaeft geey
beleven ( ik beleef )ik belaef
beleven ( ik beleefde )ik belefde
beleven ( jij beleefde )dich belefsde
beleven ( jij beleeft )dich belefs
beleven ( u beleefde )geey belefde
beleven ( u beleeft )geey beleft
BelgBels
beliegenbelêgen
beliegen ( belieg ik )beleeg ik
beliegen ( belieg jij )beluugse
beliegen ( beliegt u )beligt geey
beliegen ( belogen )belôgen
beliegen ( beloog ik )beloôg ik
beliegen ( beloog jij )beloôgse
beliegen ( beloog u )beloôgt geey
beliegen ( ik belieg )ik beleeg
beliegen ( ik beloog )ik beloôg
beliegen ( jij beliegt )dich beluugs
beliegen ( jij beloog )dich beloôgs
beliegen ( u beliegt )geey beligt
beliegen ( u beloog )geey beloôgt
bellen ( bel ik )bel ik
bellen ( bel je )belse
bellen ( belde ik )belde ik
bellen ( belde je )beldese
bellen ( belde u )belde geey
bellen ( belt u )belt geey
bellen ( gebeld )gebeld
bellen ( ik bel )ik bel
bellen ( ik belde )ik belde
bellen ( jij belde )dich belsde
bellen ( jij belt )dich bels
bellen ( u belde )geey belde
bellen ( u belt )geey belt
belonenbeloênen
belonen ( beloon ik )beloên ik
belonen ( beloon jij )belônse
belonen ( beloond )belônd
belonen ( beloonde ik )belônde ik
belonen ( beloonde jij )belôndese
belonen ( beloonde u )belônde geey
belonen ( beloont u )belônt geey
belonen ( ik beloon )ik beloên
belonen ( ik beloonde )ik belônde
belonen ( jij beloonde )dich belônsde
belonen ( jij beloont )dich beloêns
belonen ( u beloonde )geey belônde
belonen ( u beloont )geey belônt
beloningbeloêning
beloven ( beloof jij )belofse
beloven ( beloofd )belofd
beloven ( beloofde jij )belofdese
beloven ( beloofde u )belofde geey
beloven ( belooft u )beloft geey
beloven ( ik beloof )ik beloôf
beloven ( Ik beloofde )ik belofde
beloven ( jij beloofde )dich belofsde
beloven ( jij belooft )dich belofs
beloven ( u beloofde )geey belofde
beloven ( u belooft )geey beloft
bemoeienbemôyen
bemoeien ( bemoei ik )bemoôy ik
bemoeien ( bemoei jij )bemôyse
bemoeien ( bemoeid )bemôyd
bemoeien ( bemoeide ik )bemôyde ik
bemoeien ( bemoeide jij )bemôydese
bemoeien ( bemoeide u )bemôyde geey
bemoeien ( bemoeit u )bemôyt geey
bemoeien ( ik bemoei )ik bemooy
bemoeien ( ik bemoeide )ik bemôyde
bemoeien ( jij bemoeide )dich bemôysde
bemoeien ( jij bemoeit )dich bemooys
bemoeien ( u bemoeide )geey bemôyde
bemoeien ( u bemoeit )geey bemooyt
benieuwenbenieyen
benieuwen ( benieuwd )benieyd
bepalen ( bepaal ik )bepaal ik
bepalen ( bepaal jij )bepâlse
bepalen ( bepaald )bepâld
bepalen ( bepaalde ik)bepâlde ik
bepalen ( bepaalde jij )bepâldese
bepalen ( bepaalde u )bepâlde geey
bepalen ( bepaalt u)bepâlt geey
bepalen ( ik bepaal )ik bepaal
bepalen ( ik bepaalde )ik bepâlde
bepalen ( jij bepaalde )dich bepâlsde
bepalen ( jij bepaalt )dich bepâls
bepalen ( u bepaalde )geey bepâlde
bepalen ( u bepaalt )geey bepâlt
beramen ( beraam ik )beraam ik
beramen ( beraam je )beramse
beramen ( beraamd )beramd
beramen ( beraamde jij )beramdese dich
beramen ( beraamde u )beramde geey
beramen ( beraamt u ? )beramt geey
beramen ( ik beraam )ik beraam
beramen ( ik beraamde )ik beramde
beramen ( jij beraamde )dich beramsde
beramen ( jij beraamt )dich berams
beramen ( u beraamde )geey beramde
beramen ( u beraamt )geey beramt
bergen ( berg ik )berg ik
bergen ( berg jij )burgse
bergen ( bergt u )bergt geey
bergen ( borg ik )borg ik
bergen ( borg jij )borgse
bergen ( borg u )borgt geey
bergen ( geborgen )geborgen
bergen ( ik berg )ik berg
bergen ( ik borg )ik borg
bergen ( jij bergt )dich burgs
bergen ( jij borg )dich borgs
bergen ( u bergt )geey bergt
bergen ( u borg )geey borgt
BeringenBeringe
beroep ( doen op )beroop
beroertebeslaag
bestedenbestaeyen
besteden ( besteed )bestaeyd
besteden ( besteed jij )bestaeyse
besteden ( Besteedde jij )bestaeydese
besteden ( besteedde u )bestaeyde geey
besteden ( besteedt u )bestaeyt geey
besteden ( ik besteed )ik bestaey
besteden ( ik besteedde )ik bestaeyde
besteden ( jij besteedde )dich bestaeydes
besteden ( jij besteedt )dich bestaeys
besteden ( u besteedt )geey bestaeyt
betalen ( betaal ik )betaal ik
betalen ( betaal jij )betâlse
betalen ( betaald )betâld
betalen ( betaalde ik)betâlde ik
betalen ( betaalde jij )betâldese
betalen ( betaalde u )betâlde geey
betalen ( betaalt u)betâlt geey
betalen ( ik betaal )ik betaal
betalen ( ik betaalde )ik betâlde
betalen ( jij betaalde )dich betâlsde
betalen ( jij betaalt )dich betâls
betalen ( u betaalde )geey betâlde
betalen ( u betaalt )geey betâlt
betredenbetraeyen
betreden ( betrad jij )betrooysse
betreden ( betrad u )betrooyt geey
betreden ( betreden )betraeyen
betreden ( betreed jij )betrooy
betreden ( betreedt u )betret geey
betreden ( ik betrad )ik betrooy
betreden ( ik betreed )ik betraey
betreden ( jij betrad )dich betrooys
betreden ( jij betreedt )dich betruts
betreden ( u betreedt )geey betret
bevenrazelen
beven ( beef ik )razel ik
beven ( beef jij )razelse
beven ( beefde ik )razelde ik
beven ( beefde jij )razeldese
beven ( beefde u )razelde geey
beven ( beeft u )razelt geey
beven ( gebeefd )gerazeld
beven ( ik beef )ik razel
beven ( ik beefde )ik razelde
beven ( jij beefde )dich razelsde
beven ( jij beeft )dich razels
beven ( u beefde )geey razelde
beven ( u beeft )geey razelt
bevriezenbevrezen
bevriezen ( bevries ik )bevrees ik
bevriezen ( bevries je )bevruusse
bevriezen ( bevroor je )bevroorse
bevriezen ( bevroor u )bevroort geey
bevriezen ( bevroren )bevrôren
bevriezen ( ik bevries )ik bevrees
bevriezen ( ik bevroor )ik bevroor
bevriezen ( jij bevriest )dich bevruus
bevriezen ( jij bevroor )dich bevroors
bevriezen ( u bevriest )geey bevrist
bevriezen ( u bevroor )geey bevroort
bewegenbewaegen
bewegen ( beweeg ik )bewaeg ik
bewegen ( beweeg jij )bewugse
bewegen ( beweegt u )bewegt geey
bewegen ( bewogen )bewôgen
bewegen ( bewoog ik )bewoôg ik
bewegen ( bewoog jij )bewoôgse
bewegen ( bewoog u )bewoôgt geey
bewegen ( ik beweeg )ik bewaeg
bewegen ( ik bewoog )ik bewoôg
bewegen ( jij beweegt )dich bewugs
bewegen ( jij bewoog )dich bewoôgs
bewegen ( u beweegt )geey bewegt
bewegen ( u bewoog )geey bewoôgt
bezembessem
bezemsteelbessemstael
bezinnen ( bezin ik )bezin ik
bezinnen ( bezin jij )bezinse
bezinnen ( bezint u )bezint geey
bezinnen ( bezon ik )bezôn ik
bezinnen ( bezon jij )bezônse
bezinnen ( bezon u )bezônt geey
bezinnen ( bezonnen )bezônnen
bezinnen ( ik bezin )ik bezin
bezinnen ( ik bezon )ik bezôn
bezinnen ( jij bezint )dich bezins
bezinnen ( jij bezon )dich bezôns
bezinnen ( u bezint )geey bezint
bezinnen ( u bezon )geey bezônt
bezitten ( bezat ik )bezaât ik
bezitten ( bezat jij )bezatse
bezitten ( bezat u )bezat geey
bezitten ( bezeten )bezaeten
bezitten ( bezit ik )bezit ik
bezitten ( bezit jij )bezatse
bezitten ( bezit u )bezit geey
bezitten ( ik bezat )ik bezaât
bezitten ( ik bezit )ik bezit
bezitten ( jij bezat )dich bezats
bezitten ( jij bezit )dich bezits
bezitten ( u bezat )gee bezaat
bezwijkenbezwiêken
bezwijken ( bezweek ik )bezwaek ik
bezwijken ( bezweek jij )bezwaekse
bezwijken ( bezweek u)bezwaekt geey
bezwijken ( bezweken )bezwaeken
bezwijken ( bezwijk ik )bezwiêk ik
bezwijken ( bezwijk jij )bezwiekse
bezwijken ( bezwijkt u)bezwiekt geey
bezwijken ( ik bezweek )ik bezwaek
bezwijken ( ik bezwijk)ik bezwiêk
bezwijken ( jij bezweek )dich bezwaeks
bezwijken ( jij bezwijkt )dich bezwieks
bezwijken ( u bezweek)geey bezwaekt
bezwijken ( u bezwijkt)geey bezwiekt
biechtstoelbiechstool
bierbêêr
biervatbeervaât
bietenvoorkroêten
bietenloofkroêteköp
biggen van 15 á 20 kgbaggen
biggenhandelaarbaggekel
biggenkooibaggekuuy
biggetjeskierkes
bijbeej
bijnaLeuke berichten almaleal, weten jullie al een openingsdatum van de Spiegelstraat?Succes met het werk, ik leef met jullie mee, groetjes, Son. Chocolade nieuwsbriefZoekenVolg VANDERDONK:a9 2010 .
bijtenbiêten
bijten ( beet ik )baet ik
bijten ( beet jij )baetse
bijten ( beet u )baet geey
bijten ( bijt ik )biêt ik
bijten ( bijt jij )bietse
bijten ( bijt u )biet geey
bijten ( gebeten )gebaeten
bijten ( ik beet )ik baet
bijten ( ik bijt )ik biêt
bijten ( jij beet )dich baets
bijten ( jij bijt )dich biets
bijten ( u beet )geey baet
bijten ( u bijt )geey biet
bindenbingen
binden ( bind ik )bing ik
binden ( bind jij )bingse
binden ( bindt u )bongt geey
binden ( bond ik )bong ik
binden ( bond jij )bongse
binden ( bond u )bongt geey
binden ( gebonden )gebongen
binden ( ik bind )ik bing
binden ( ik bond )ik bong
binden ( jij bindt )dich bings
binden ( jij bond )dich bongs
binden ( u bindt )geey bingt
binden ( u bond )geey bongt
binnenzakbinnetés
blaadjebledje
blaarbloar
bladblaad
bladerdeegbledderdeig
bladeren ( blader ik )Wat heb je toch een aanstekelijke maneir van schrijven Karin. Ik zit hier helemaal te grinniken achter het toetsenbord. En ook om je mooie nieuwe tas natuurlijk. Het is een hele vrolijke maar ook erg mooie tas geworden. Complimenten hoor! Echt heel leuk gedaan!
bladeren ( blader jij )blaayse
bladeren ( bladerde jij )blaaydese
bladeren ( bladerde u )blaayde geey
bladeren ( bladert u )blaayt geey
bladeren ( gebladerd )geblaayd
bladeren ( ik blader )ik blaay
bladeren ( ik bladerde )ik blaayde
bladeren ( jij bladerde )dich blaaysde
bladeren ( jij bladert )dich blaays
bladeren ( Meervoud blad )blaar
bladeren ( u bladerde )geey blaayde
bladeren ( u bladert )geey blaayt
bladeren ( werkwoord)blaayen
blazenbloazen
blazen ( blaas ik )bloas ik
blazen ( blaas je )blusse
blazen ( blaast u )blast geey
blazen ( blies u )bloost geey
blazen ( blies jij )bloosse
blazen ( blies u )bloost geey
blazen ( geblazen )gebloazen
blazen ( ik blaas )ik bloas
blazen ( ik blies )ik bloos
blazen ( jij blaast )dich blus
blazen ( jij blies )dich bloos
blazen ( u blaast )geey blast
blazen ( u blies )gey bloost
bleek ( Sip )bleik
BlerickBlirrik
blijbliê
blijkenbliêken
blijken ( bleek ik )blaek ik
blijken ( bleek jij )blaekse
blijken ( bleek u )blaekt geey
blijken ( blijk ik )bliêk ik
blijken ( blijk jij )bliekse
blijken ( blijkt u )bliekt geey
blijken ( gebleken )geblaeken
blijken ( ik bleek )ik blaek
blijken ( ik blijk )ik bliêk
blijken ( jij bleek )dich blaeks
blijken ( jij blijkt )dich blieks
blijken ( u bleek )geey blaekt
blijken ( u blijkt )geey bliekt
blijvenblIeven
blijven ( bleef ik)blaef ik
blijven ( bleef jij)blaefse
blijven ( bleef u )blaeft geey
blijven ( blijf ik)bliêf ik
blijven ( blijf jij)bliefse
blijven ( blijft u )blieft geey
blijven ( gebleven )geblaeven
blijven ( ik bleef )ik blaef
blijven ( ik blijf )ik bliêf
blijven ( jij bleef )dich blaefs
blijven ( jij blijft )dich bliefs
blijven ( u bleef )geey blaeft
blijven ( u blijft )geey blieft
blikken ( blik ik )blik ik
blikken ( blik jij )blikse
blikken ( blikt u )blikt geey
blikken ( blikte ik )blikde ik
blikken ( blikte jij )blikdese
blikken ( blikte u )blikde geey
blikken ( geblikt )geblikt
blikken ( ik blik )ik blik
blikken ( ik blikte )ik blikde
blikken ( jij blikt )dich bliks
blikken ( jij blikte )dich bliksde
blikken ( u blikt )geey blikt
blikken ( u blikte )geey blikde
bliksemwaerleêch
blindblink
blindeblingde
blinken ( blink ik )blink ik
blinken ( blink jij )Wat een prachtig mesjie erg mooi en je beschrijving voor het maken van de neus van de pop ziet er erg goed uit, ik ga het zeker een keer proberen. groetjes Esther.
blinken ( blinkt u )blinkt geey
blinken ( blonk ik )blonk ik
blinken ( blonk jij )blonkse
blinken ( blonk u )blonkt geey
blinken ( ik blink )ik blink
blinken ( ik blonk )ik blonk
blinken ( jij blinkt )dich blinks
blinken ( jij blonk )dich blonks
blinken ( u blinkt )geey blinkt
blinken ( u blonk )geey blonkt
BlitterswijckBlitterswiêk
bloedblood
bloedenbloyen
bloeden ( bloed ik )blooy ik
bloeden ( bloed jij )blôdse
bloeden ( bloedt u )blôdt geey
bloeden ( gebloed )geblôd
bloeden ( ik bloed)ik blooy
bloeden ( jij bloedde )dich blôdsde
bloeden ( jij bloedt)dich blôds
bloeden ( u bloedt )geey blôdt
bloeienbluyen
bloeien ( bloei ik )blûy ik
bloeien ( bloei jij )blûyse
bloeien ( bloeide ik )blûyde ik
bloeien ( bloeide jij )blûysdese
bloeien ( bloeide u )blûyde geey
bloeien ( bloeit het)blûyt `t
bloeien ( gebloeid )geblûyd
bloeien ( het bloeide )t blûyde
bloeien ( ik bloei )ik blûy
bloeien ( ik bloeide )ik blûyde
bloeien ( jij bloeit )dich blûys
bloeien ( u bloeit )geey blûyt
bloembloom
bloemenblome
bloemkoolblomkoêl
blootnaks
blootleggenbloêtleggen
blozen ( bloos ik )bloos ik
blozen ( bloos jij )bloosse
blozen ( bloosde ik )bloosdese
blozen ( bloosde jij )bloosde ik
blozen ( bloosde u )bloosde u
blozen ( bloost u )bloost geey
blozen ( gebloosd )gebloosd
blozen ( ik bloos )ik bloos
blozen ( ik bloosde)ik bloosde
blozen ( jij bloosde )dich bloosde
blozen ( u bloosde)geey bloosde
blozen ( u bloost )geey bloost
blozen (jij bloost )dich blooss
blussen ( blus ik )blus ik
blussen ( blus jij )bleûsse
blussen ( blust u )bleûst geey
blussen ( bluste ik )bleûsde ik
blussen ( bluste jij)bleûsdese
blussen ( bluste u )bleûsde geey
blussen ( geblust )gebleûst
blussen ( ik blus )ik blus
blussen ( ik bluste )ik bleûsde
blussen ( jij blust )dich bleûss )
blussen ( jij bluste)dich bleûsde
blussen ( u blust )geey bleûst
blussen ( u bluste)geey bleûsde
boeien ( boei ik )boei ik
boeien ( boei jij )boeise
boeien ( boeide ik )boeide ik
boeien ( boeide jij )boeidese
boeien ( boeide u )boeide geey
boeien ( boeit u )boeyt geey
boeien ( geboeid )geboeid
boeien ( ik boei )ik boei
boeien ( ik boeide )ik boeide
boeien ( jij boeide )dich boeisde
boeien ( jij boeit )dich boeis
boeien ( u boeide )geey boeide
boeien ( u boeit )geey boeit
boekenbooken
boeken ( boek ik )book ik
boeken ( boek jij )bôkse
boeken ( boekt u )bôkt geey
boeken ( boekte ik )bôkde ik
boeken ( boekte jij )bôksdese
boeken ( boekte u )bôkde geey
boeken ( geboekt )gebôkt
boeken ( ik boek )ik book
boeken ( ik boekte )Ik bôkde
boeken ( jij boekt )dich bôks
boeken ( jij boekte )dich bôksde
boeken ( u boekt )geey bôkt
boeken ( u boekte )geey bôkde
BoekendBoôkend
boekhoudenbookhoayen
boekhouderbookhoayer
boekweitbokes
boekweitkoekbokeskook
boerbôôr
boerenboôren
boeren ( boer ik )boôr ik
boeren ( boer jij )boôrse
boeren ( boerde ik )boôrde ik
boeren ( boerde jij )boôrdese
boeren ( boerde u )boôrde geey
boeren ( boert u )boôrt geey
boeren ( geboerd)geboôrd
boeren ( ik boer )ik boôr
boeren ( ik boerde )ik boôrde
boeren ( jij boerde )dich boôrsde
boeren ( jij boert)dich boôrs
boeren ( u boerde )geey boôrde
boeren ( u boert)geey boôrt
boerenkoolbooremos
boerenmeidbooremagd
boerinbôrin
boeten ( boet ik )boet ik
boeten ( boet jij )boetse
boeten ( boet u )boet geey
boeten ( boette ik )Did, in fact, get on Monday's 8:30 am flight to Atlanta not a reagrully scheduled flight; they simply used the equipment that was to be used for the Sunday morning flight. The e-mailed change in flights was confusing and I couldn't resolve it until the Delta ticket counter opened about 6:00 am on Monday.(And, did discover that the Sheraton hotel, right across the street from the airport WAS pricey $300 / night! It was also probably full because all flights out of Brussels were cancelled.)All's well that ends well and, all things considered, it wasn't that bad.
boeten ( boette jij )boedsdese
boeten ( boette u )boedde geey
boeten ( geboet )geboet
boeten ( ik boet )ik boet
boeten ( ik boette )ik boedde
boeten ( jij boet)dich boets
boeten ( jij boette )dich boetsde
boeten ( u boet )geet boet
boeten ( u boette )geey boedde
bokgeitenboek
boksenboeksen
boksen ( boks ik )boeks ik
boksen ( boks jij )boeks dich
boksen ( bokst u )boekst geey
boksen ( bokste ik )boeksde ik
boksen ( bokste jij )boeksdese
boksen ( bokste u )boeksde geey
boksen ( gebokst )geboekst
boksen ( ik boks )ik boeks
boksen ( ik bokste )ik boeksde
boksen ( jij bokst )dich boekst
boksen ( jij bokste )dich boeksdes
boksen ( u bokst )geey boekst
boksen ( u bokste )geey boeksde
bomenbuuëm
bonenboênen
bonensoepbôenesoep
boomboëm
boomstronkpoest
bordtelder
bord (om van te eten)telder
borenboôren
boren ( boor ik )boôr ik
boren ( boor jij )boôrse
boren ( boorde ik )boôrde ik
boren ( boorde jij )boôrdese
boren ( boorde u )boôrde geey
boren ( boort u )boôrt geey
boren ( geboord )geboôrd
boren ( ik boor )ik boôr
boren ( ik boorde )ik boôrde
boren ( jij boorde )dich boôrsde
boren ( jij boort )dich boôrs
boren ( u boorde )geey boôrde
boren ( u boort )geey boôrt
borstelen ( borstel ik )bôrstel ik
borstelen ( borstel jij )bôrstelse
borstelen ( borstelde ik )bôrstelde ik
borstelen ( borstelde jij )bôrsteldese
borstelen ( borstelde u )bôrstelde geey
borstelen ( borstelt u )bôrstelt geey
borstelen ( geborsteld )gebôrsteld
borstelen ( ik borstel )ik bôrstel
borstelen ( ik borstelde )ik bôrstelde
borstelen ( jij borstelde )dich bôrstelsde
borstelen ( jij borstelt )dich bôrstels
borstelen ( u borstelde )geey bôrstelde
borstelen ( u borstelt )geey bôrstelt
bossenbös
bot ( bv heup )knoôk
boterbotter
boterhammenbôttramme
botervlaaibôtterflaai
botervlootjebôtterpötje
botsautoboetsauto
botsenboetsen
botsen ( bots ik )boets ik
botsen ( bots jij )boetsse
botsen ( botst u )boetst geey
botsen ( botste ik )boetsde ik
botsen ( botste jij )boetsdese
botsen ( botste u )boetsde geey
botsen ( gebotst )geboetst
botsen ( ik bots )ik boets
botsen ( ik botste)ik boetsde
botsen ( jij botst)dich boetst
botsen ( jij botste)dich boetsde
botsen ( u botst )geey boetst
botsen ( u botste )geey boetsde
bottenkneûk
bouwen ( bouw ik )bouw ik
bouwen ( bouw jij )bouwse
bouwen ( bouwde jij )bouwdese
bouwen ( bouwde u )bouwde geey
bouwen ( bouwt u )bouwt geey
bouwen ( gebouwd )gebouwd
bouwen ( ik bouw )ik bouw
bouwen ( ik bouwde )bouwde
bouwen ( jij bouwde )dich bouwsde
bouwen ( jij bouwt )dich bouws
bouwen ( u bouwde )geey bouwde
bouwen ( u bouwt )geey bouwt
bovenarmbouvenerm
bovenbeenbouvenbiên
bovenkaakbouvenkaak
bovenstebuiveste
bradenbraoyen
braden ( braad ik )braoy ik
braden ( braad jij )brutse
braden ( braadde ik )brooy ik
braden ( braadde jij )brooyse
braden ( braadde u )brooyt geey
braden ( braadt u )bradt geey
braden ( gebraden )gebraoyen
braden ( ik braad )ik braoy
braden ( ik braadde )ik brooy
braden ( jij braadt )dich bruts
braden ( u braadde )geey brooyt
braden ( u braadt )geey bradt
braden (jij braadde )dich brooys
brakenspeêyen
braken ( braak ik )speey ik
braken ( braak jij )speeyse
braken ( braakt u )speeyt geey
braken ( braakte ik )speeyde ik
braken ( braakte jij )speeydese
braken ( braakte u )speeyde geey
braken ( gebraakt )gespeeyd
braken ( ik braak )ik speey
braken ( ik braakte )ik speeyde
braken ( jij braakt )dich speeys
braken ( jij braakte )dich speeysde
braken ( u braakte )geey speeyde
bramenbrombaere / brampele
brandbrank
brandblussenbrankblussen
branden ( brandde ik )brandde ik
branden ( brand ik )brand ik
branden ( brand jij )brandse
branden ( brandde ik )brandde ik
branden ( brandde jij )brandese
branden ( brandde u )brandde geey
branden ( brandt u )brandt geey
branden ( gebrand )gebrand
branden ( ik brand )ik brand
branden ( ik brandde )ik brandde
branden ( jij brandde )dich bransde
branden ( jij brandt )dich brands
branden ( u brandde )geey brandde
branden ( u brandt )geey brandt
brandmuurbrankmoor
brandweerbrankwaer
brasserzaatvraeter
bredebriêye
breedbriêd
breedstebridsete
breien ( brei ik )brei ik
breien ( brei jij )breise
breien ( breide ik )breide ik
breien ( breide jij )breidese
breien ( breide u )breide geey
breien ( breit u )breit geey
breien ( gebreid )gebreid
breien ( ik brei )ik brei
breien ( ik breide)ik breide
breien ( jij breide )dich breisde
breien ( jij breit )dich breis
breien ( u breide )geey breide
breien ( u breit )geey breit
breinaaldenbreinalden
brekenbraeken
breken ( brak ik )braak ik
breken ( brak jij )brakse
breken ( brak u )brakt geey
breken ( breek ik )braek ik
breken ( breek jij )brikse
breken ( breekt u )brikt geey
breken ( gebroken )gebrôken
breken ( ik brak )ik braak
breken ( ik breek )ik braek
breken ( jij brak )dich braks
breken ( jij breekt )dich briks
breken ( u brak )geey brakt
breken ( u breekt )geey brekt
bretelslitsen
briefbreef
briefjesbrifkes
briefopenerbreefeupener
brievenbreven
briletuibrilletes
broed ( in champignonteelt )broed
broekboks
BroekhuizenBroôkeze
BroekhuizenvorstBroôkezevôrs
broekzakboksetes
broerbroor
broersbreurs
broertjebreurke
brood ( rozijnen )pruumkeswek
brood ( wit )witte wek
brood ( zwartbrood)broêd
brouwen ( brouwde ik )brouwde ik
brouwen ( brouwde jij )brouwdese
brouwen ( brouwde u )brouwde geey
brouwen ( gebrouwd )gebrouwd
brouwen ( ik brouw )ik brouw
brouwen ( ik brouwde )ik brouwde
brouwen ( jij brouwde )dich brouwsde
brouwen ( jij brouwt )dich brouws
brouwen ( u brouwde )geey brouwde
brouwen ( u brouwt )geey brouwt
bruidbrôêd
bruidsjurkbroedskliêd
bruidsmeisjebroedsmegje
bruiloftbroelef
bruinbroên
brullen ( brul ik )brul ik
brullen ( brul jij)brulse
brullen ( brulde ik )brulde ik
brullen ( brulde jij)bruldese
brullen ( brulde u )brulde geey
brullen ( brult u )brult geey
brullen ( gebruld )gebruld
brullen ( ik brul )ik brul
brullen ( ik brulde )ik brulde
brullen ( jij brulde )dich brulsde
brullen ( jij brult )dich bruls
brullen ( u brulde )geey brulde
brullen ( u brult)geey brult
bui ( stemming )buûy
bui (regen o.i.d. )schoor
buigenbuûgen
buigen ( boog ik )boôg ik
buigen ( boog jij )boôgse
buigen ( boog u )boôgt geey
buigen ( buig ik )buûg ik
buigen ( buig jij )bugse
buigen ( buigt u )bugt geey
buigen ( gebogen )gebôgen
buigen ( ik boog )ik boôg
buigen ( ik buig )ik buûg
buigen ( jij boog )dich boôgs
buigen ( jij buigt )dich bugs
buigen ( u boog )geey boôgt
buigen ( u buigt )geey bugt
buikboêk
buikpens
buikdanseresboêkdanseres
buikpijnboekpiên
buiksprekenboêkspraeken
buiksprekerboêkspraeker
buitenboêten
buiten bewustzijnverduseld
buizenbuzen
bukken ( buk ik )buk ik
bukken ( buk jij )bukse
bukken ( bukt u )bukt geey
bukken ( bukte ik )bukde ik
bukken ( bukte jij )bukdese
bukken ( bukte u )bukde geey
bukken ( gebukt )gebukt
bukken ( ik buk )ik buk
bukken ( ik bukte )ik bukde
bukken ( jij bukt )dich buks
bukken ( jij bukte )dich buksde
bukken ( u bukt )geey bukt
bukken ( u bukte )geey bukde
bultbuts
bunderboender
burennaobere
burenplichtnoaberpleech
burgemeesterburgemeister
buurvrouwnoabervrouw
caramelskermels
carbonadekarmenaay
carnavalvasteaovend
CastenrayCastele
claxonnerentôêten
collectezakjeklingerbuûl
daargindsdoaguns
daasvliegdaes
dadelijkdalik
dakdaak
dansen ( dans jij )dânse
dansen ( danst u )dânst geey
dansen ( danste ik )dânsde ik
dansen ( danste jij )dânsdese
dansen ( danste u)dânsde geey
dansen ( gedanst )gedânst
dansen ( ik dans )ik dâns
dansen ( ik danste )ik dânsde
dansen ( jij danst )dich dânst
dansen ( jij danste )dich dânsde
dansen ( u danst )geey dânst
dansen ( u danste )geey dânsde
dansfeestje bij iemand thuistoedem
darmenderm
De afwas doenschottele wassen
de groeten doende komplemente doon
De helfthalf zoveul
de schootde slup
de tuindun hoôf
Decemberdezember
deegdeig
delendeilen
delen ( deel jij )deilse
delen ( deelde jij )deildese
delen ( deelde u )deilde geey
delen ( deelt u )deilt geey
delen ( deelt u )deilt geey
delen ( gedeeld )gedeild
delen ( ik deel )ik deil
delen ( ik deelde )ik deilde
delen ( jij deelde )dich deilsde
delen ( jij deelt )dich deils
delen ( u deelde )geey deilde
delen ( u deelt )geey deilt
denken ( dacht ik )däch ik
denken ( dacht jij )dâchse
denken ( dacht u )dâch geey
denken ( denk ik )dénk ik
denken ( denk jij )dénkse
denken ( denkt u )dénkt geey
denken ( gedacht )gedâch
denken ( ik dacht )ik dâch
denken ( jij dacht )dich dâchs
denken ( jij denkt )dich dénks
denken ( u dacht )geey dâcht
denken ( u denkt )geey dénkt
denken (ik denk )ik dénk
dertiendarteen
dertigdartig
deugendoêgen
deugen ( deug ik )doêg ik
deugen ( deug jij )doêgse
deugen ( deugde ik )doêgde ik
deugen ( deugde jij )doêgdese
deugen ( deugde u )doêgde geey
deugen ( deugt u )doêgt geey
deugen ( gedeugd )gedoêgd
deugen ( ik deug )ik doêg
deugen ( ik deugde)ik doêgde
deugen ( jij deugde )dich doêgsde
deugen ( jij deugt )dich doêgs
deugen ( u deugde )geey doêgde
deugen ( u deugt )geey doêgt
deukdumpel
deurknipschaaike of schuufke
DeurneDeûrse
diarree hebbenan de loêperie zien
dichttoe
dichtbijvâstbeey
dichterbijkorterbeej
dichterbijkorterbeey
diedin
diefdeef
dienstmeidmagd
diepdeep
dierdeêr
dierenartsviëarts
dikdiek
dikkedieke
dikwijlsduk
DinsdagDaezig
dinsdagavonddaezigaovund
dinsdagochtenddaezigmergen
dinsdagsdaezigs
direct ( spoedig )Dalik
dobbelsteendobbelstein
dochtertjedeuchterke
doekdook
doekendeuk
doekjedukske
doendoon
doen ( deed jij )deeyse
doen ( deed u )deeyt geey
doen ( gedaan )gedoan
doen ( ik deed )ik deey
doen ( Ik doe )ik doy
doen ( jij deed )dich dits
doen ( jij doet )dich dus
doen ( U deed )geey did
doen ( U doet )geey dot
dommerikzwaeloêr
DonderdagDonderdig
donderdagavonddonderdigaovund
donderdagochtenddonderdigmergen
donderdagsdonderdigs
donderen ( bij onweer )hommelen
donkerduuster
dooddoêd
doodgraverdoeyegraever
doodskistdodskeêst
doofdôêf
dooienduuyen
dooien ( dooide)dudde
dooien ( dooit het )dut ut
door de weekswerkendags
doorborendorboôren
doorboren ( doorboor ik )dorboôr ik
doorboren ( doorboor jij )dorboôrse
doorboren ( doorboord )dorboôrd
doorboren ( doorboorde ik )dorboôrde ik
doorboren ( doorboorde jij )dorboôrdese
doorboren ( doorboorde u )dorboôrde geey
doorboren ( doorboort u )dorboôrt geey
doorboren ( ik doorboor )ik dorboôr
doorboren ( ik doorboorde )ik dorboôrde
doorboren ( jij doorboorde )dich dorboôrsde
doorboren ( jij doorboort )dich dorboôrs
doorboren ( u doorboorde )geey dorboôrde
doorboren ( u doorboort )geey dorboôrt
doordeweekse dagwerkendaag
doosdoês
doosjeduske
dopenduûpen
dopen ( doop ik )duûp ik
dopen ( doop jij )dupse
dopen ( doopt u )dupt geey
dopen ( doopte ik )dupde ik
dopen ( doopte jij )dupdese
dopen ( doopte u )dupde geey
dopen ( gedoopt)gedupt
dopen ( ik doop )ik duûp
dopen ( ik doopte )ik dupde
dopen ( jij doopt )dich dups
dopen ( jij doopte )dich dupsde
dopen ( u doopt )geey dupt
dopen ( u doopte )geey dupde
dorpderp
dovenoêtmaken
doven ( doof ik )maak ik oêt
doven ( doof jij )maksde oêt
doven ( doofde ik )makde ik oêt
doven ( doofde jij )maksdese oêt
doven ( doofde u )makde geey oêt
doven ( doofden wij )maksden weey oêt
doven ( dooft u )makt geey oêt
doven ( gedoofd )oêtgemakt
doven ( ik doof )ik maak oêt
doven ( ik doofde )ik makde oêt
doven ( jij doofde )dich maksde oêt
doven ( jij dooft )dich maks oêt
doven ( u doofde )geey makde oêt
doven ( U dooft )geey makt oêt
dozendoêzen
draaiendreyen
draaien ( draaide ik )dreyde ik
draaien ( draaide u)dreyde geey
draaien ( gedraaid )gedreyd
draaien ( ik draai )ik drey
draaien ( ik draaide )ik dreyde
draaien ( jij draaide )dich dreysde
draaien ( jij draait )dich dreys
draaien ( u draaide )geey dreyde
draaien ( u draait )geey dreyt
draaien (draai ik )drey ik
draaien (draai jij )dreyse
draaien (draaide jij )dreydese
draaien (draaide u )dreyde geey
draaien (draait u )dreyt geey
draaimolenperdjespeul
dragen ( draag ik )draâg ik
dragen ( draag jij )drugse
dragen ( draagt u )dragt geey
dragen ( droeg ik )droog ik
dragen ( droeg jij )droogse
dragen ( droeg u )droogt geey
dragen ( gedragen )gedragen
dragen ( ik draag )ik draâg
dragen ( ik droeg )ik droog
dragen ( jij draagt )dich drugs
dragen ( jij droeg )dich droogs
dragen ( u draagt )feey dragt
dragen ( u droeg )geey droogt
driedrei
drieëndertigdrei en dartig
drieëndertig areunne mergen
drieëntwintigdrei en twintig
drijvendriêven
drijven ( dreef ik )draef ik
drijven ( dreef jij )draefse
drijven ( dreef u )draeft geey
drijven ( drijf ik )driêf ik
drijven ( drijf jij )driefse
drijven ( gedreven )gedraeven
drijven ( ik drijf )ik driêf
drijven ( jij dreef )dich draefs
drijven ( jij drijft )dich driefs
drijven ( u dreef )geey draeft
drijven ( u drijft )geey drieft
drijven (drijft u )drieft geey
drijven (ik dreef )ik draef
drinken ( drink je )drînkse
drinken ( drinkt u )drînkt geey
drinken ( dronk je )drônkse
drinken ( dronk u )drônk geey
drinken ( gedronken )gedrônken
drinken ( ik drink )ik drînk
drinken ( ik dronk )ik drônk
drinken ( jij drinkt )dich drînks
drinken ( jij dronk )dich drônks
drinken ( u drinkt )geey drînkt
drinken ( u dronk )geey drônk
drinkglasdrinkglaas
drinkkannentötjes
drogendrûgen
drogendruûgen
drogen ( droog ik )druûg ik
drogen ( droog jij )drugse
drogen ( droog jij )drögse
drogen ( droogde ik )druûg ik
drogen ( droogde jij )drugdese
drogen ( droogde jij )drögsdese
drogen ( droogde u )drugt geey
drogen ( droogde u )drögde geey
drogen ( droogt u )drugde geey
drogen ( droogt u )drögt geey
drogen ( gedroogd )gedrugd
drogen ( gedroogd )gedrögd
drogen ( ik droog )ik druûg
drogen ( ik droogde )ik drugde
drogen ( Ik droogde )ik drögde
drogen ( jij droogde )dich drugsde
drogen ( jij droogde )dich drögsde
drogen ( jij droogt )dich drugs
drogen ( jij droogt )dich drögs
drogen ( u droogde )geey drugde
drogen ( u droogde )geey drögde
drogen ( u droogt )geey drugt
drogen ( u droogt )geey drögt
dromendroêmen
dromen ( droom ik )droêm ik
dromen ( droom jij )drômse
dromen ( droomde ik )drômde ik
dromen ( droomde jij )drômdese
dromen ( droomde u )drômde geey
dromen ( droomt u )drômt geey
dromen ( gedroomd )gedrômd
dromen ( ik droom )ik droêm
dromen ( ik droomde )ik drômde
dromen ( jij droomde )dich drômsde
dromen ( u droomde )geey drômde
dromen ( u droomt )geey drômt
dromen (jij droomt )dich drôms
dronkenzat
droogdruûg
droppaek
dropkatjepaekketje
druipendruûpen
druipen ( droop jij )droôpse
druipen ( droop u )droôpt geey
druipen ( druip jij )druupse
druipen ( druipt u )druupt geey
druipen ( gedropen )gedrôpen
druipen ( ik droop )droôp
druipen ( ik druip )druûp
druipen ( jij droop )dich droôps
druipen ( jij druipt )dich druups
druipen ( u droop )geey droôpt
druipen ( u druipt )geey druupt
druipnatzeiknaat
druivendroêven
drukken ( druk ik )druk ik
drukken ( druk jij )drukse
drukken ( drukt u )drukt geey
drukken ( drukte ik )drukde ik
drukken ( drukte jij )drukdese
drukken ( drukte u )drukde geey
drukken ( gedrukt )gedrukt
drukken ( ik druk )ik druk
drukken ( ik drukte )ik drukde
drukken ( jij drukt )dich druks
drukken ( jij drukte )dich druksde
drukken ( u drukt )geey drukt
drukken ( u drukte )geey drukde
drummertromslaeger
duidelijkdudeluk
duifdoêf
duimdoêm
duimendoêmen
duimen ( duim jij )doemse
duimen ( duimde ik )doemde ik
duimen ( duimde jij )doemdese
duimen ( duimde u )doemde geey
duimen ( geduimd )gedoemd
duimen ( ik duim )ik doêm
duimen ( ik duimde )ik doemde
duimen ( jij duimde )dich doemsde
duimen ( jij duimt )dich doems
duimen ( u duimde )geey doemde
duimen ( u duimt )geey doemt
duivelduûvel
duizenddoezend
durven ( durf ik )durf ik
durven ( durf jij )dûrfse
durven ( durfde ik )dûrfde ik
durven ( durfde jij )dûrfdese
durven ( durfde u )dûrfde geey
durven ( durft u )dûrft geey
durven ( gedurfd )gedûrfd
durven ( ik durf )ik dûrf
durven ( ik durfde )ik dûrfde
durven ( jij durfde )dich dûrfsde
durven ( jij durft )dich dûrfs
durven ( u durfde )geey dûrfde
durven ( u durft )geey dûrft
duurdeür
duwendoewen
duwen ( duw ik )doew ik
duwen ( duw jij )doewse
duwen ( duwde ik )doewde ik
duwen ( duwde jij )doewdese
duwen ( duwde u )doewde geey
duwen ( duwt u )doewt geey
duwen ( geduwd )gedoewd
duwen ( ik duw )ik doew
duwen ( ik duwde )ik doewde
duwen ( jij duwde )dich doewsde
duwen ( jij duwt )dich doews
duwen ( u duwde )geey doewde
duwen ( u duwt)geey doewt
dwarsliggerwaerskop
eekhoorninketske
eeltzwael
éeniên
een heleboelun hiêl dil
een hoogmoedig iemandunne grutskop
een korenmijt`nen berm
een kusjeun nuudje
een mand turvenun mangd kloête
een tijdjeun wiêl
een vrouw die overdreven veel bidtbaeytante
eendêngd
eenendertigiên en dartig
eenennegentigiên en naegetig
eenentachtigiên en tachetig
eenentwintigiên en twintig
eenenveertigiên en virtig
eenenvijftigIên en vieftig
eenenzestigiên en sestig
eenenzeventigiên en saevetig
eergistereniêrgeester
eerloosiêrloos
eervoliêrvôl
eindeengd
eksterseagersten
electrische afrasteringstoekdroad
elfelluf
elkaarmekanger
ellendeiêlend
emmerkaetel
enkele of enigeunne gâs
enveloppebrevetes
ereniêren
eren ( eer ik )iêr ik
eren ( eer jij )iêrse
eren ( eerde ik )iêrde ik
eren ( eerde jij )iêrdese
eren ( eerde u )iêrde geey
eren ( eert u )iêrt geey
eren ( geëerd )geïêrd
eren ( ik eer )ik iêr
eren ( ik eerde )ik iêrde
eren ( jij eerde )dich iêrsde
eren ( jij eert )dich iêrs
eren ( u eerde )geey iêrde
eren ( u eert )geey iêrt
ergens waarderend over sprekenstuûten
erkennen ( erken ik )erken ik
erkennen ( erken jij )erkense
erkennen ( erkend )erkend
erkennen ( erkende ik )erkende ik
erkennen ( erkent u )erkent geey
erkennen ( ik erken )ik erken
erkennen ( jij erkende )dich erkensde
erkennen ( jij erkent )dich erkens
erkennen ( u erkende )geey erkende
erkennen ( u erkent )geey erkent
erkennen (erkende jij )erkendese
erkennen (erkende u )erkende geey
ervaringongervinges
erven ( erf ik )erf ik
erven ( erf jij)erfse
erven ( erfde ik)erfde ik
erven ( erfde jij)erfdese
erven ( erfde u)erfde geey
erven ( erft u)erft geey
erven ( geërfd )geërfd
erven ( ik erfde )ik erfde
erven ( jij erfde )dich erfsde
erven ( u erfde )geey erfde
erven (ik erf )ik erf
erven (jij erft )dich erfs
erven (u erft )geey erft
etenaeten
eten ( at ik )aat ik
eten ( at jij )aatse
eten ( at u )aat geey
eten ( eet ik )aet ik
eten ( eet jij )utse
eten ( eet u )ét geey
eten ( gegeten)gegaeten
eten ( ik at )ik aat
eten ( ik eet )ik aet
eten ( jij at )dich aats
eten ( jij eet )dich ets
eten ( u at )geey aat
eten ( u eet )geey ét
etuitjeetwieke
evenwelevvel
familiefemielie
familiekôcht geey
fauteuilleprâsstool
februarifibberwari
februarifibrewari
feestfist
fietsdragerfietsendraeger
fietsen ( gefietst )gefietst
fietsen ( fiets ik )fiets ik
fietsen ( fiets jij )fietse
fietsen ( fietst ik )fiets ik
fietsen ( fietst u )fietst geey
fietsen ( fietst u )fietsde geey
fietsen ( fietste ik )fietsde ik
fietsen ( fietste jij )fietsdese
fietsen ( fietste u )fietsde geey
fietsen ( gefietst )gefietst
fietsen ( ik fiets )ik fiets
fietsen ( ik fietste )ik fietsde
fietsen ( jij fietst )dich fietss
fietsen ( jij fietst )dich fietst
fietsen ( jij fietste )dich fietsde
fietsen ( jij fietste )dichfietsde
fietsen ( u fietst )geey fietst
fietsen ( u fietste )geey fietsde
fietspaadjefietspedje
fietspadfietspaâd
fietswagentjefietsekarke
fijn aanmaakhoutvaemen
fluiten ( floot jij )floôtse
fluiten ( floot u )floôt geey
fluiten ( fluit jij )flûtse
fluiten ( fluit u )flût geey
fluiten ( gefloten)geflôten
fluiten ( ik floot )ik floôt
fluiten ( ik fluit )ik flûit
fluiten ( jij floot )dich floôts
fluiten ( jij fluit )dich flûts
fluiten ( u floot )geey floôt
fluiten ( u fluit )geey flût
foppen ( fop ik )fop ik
foppen ( fop jij )fopse
foppen ( fopt u )fopt geey
foppen ( fopte ik )fopde ik
foppen ( fopte jij )fopdese
foppen ( fopte u)fopde geey
foppen ( gefopt )gefopt
foppen ( ik fop )ik fop
foppen ( ik fopte)ik fopde
foppen ( jij fopt )dich fops
foppen ( jij fopte )dich fopsde
foppen ( u fopt )geey fopt
foppen ( u fopte )geey fopde
fornuisfornuûs
gagoij
ga maar zittenzet dich
gaangoan
gaan ( ga jij )gisse
gaan ( gaat u )gât geey
gaan ( gegaan )gegoan
gaan ( ging ik )ging ik
gaan ( ging jij )gingse
gaan ( ging u )gingt geey
gaan ( ik ging )ik ging
gaan ( jij gaat )dich gis
gaan ( jij gaat )gis
gaan ( jij ging )dich gings
gaan ( u gaat )geey gât
gaan ( u ging )geey gingt
gaffelgavel
gardkloprieske
garvegerf
gebakken aardappelsgebraoye petatte
gebitgebaet
gebruikengebroêken
gebruiken ( gebruik jij )gebroekse
gebruiken ( gebruikt )gebroêkt
gebruiken ( gebruikt u )gebroekt geey
gebruiken ( gebruikte je )gebroekdese
gebruiken ( ik gebruik )ik gebroêk
gebruiken ( ik gebruikte )ik gebroekde
gebruiken ( jij gebruikt )dich gebroeks
gebruiken ( jij gebruikte )dich gebroeksde
gebruiken ( u gebruikt )geey gebroekt
gebruiken ( u gebruikte )geey gebroekde
gedogen ( gedoog ik )gedoog ik
gedogen ( gedoogd )gedoogd
gedogen ( gedoogde ik )gedoogde ik
gedogen ( gedoogde jij )gedoogdese
gedogen ( gedoogde u )gedoogde geey
gedogen ( gedoogt u )gedoogt geey
gedogen ( ik gedoog )ik gedoog
gedogen ( ik gedoogde )ik gedoogde
gedogen ( jij gedoogde )dich gedoogdes
gedogen ( jij gedoogt )dich gedoogs
gedogen ( u gedoogde )geey gedoogde
gedogen ( u gedoogt )geey gedoogt
gedogen (gedoog jij )gedoogse
geesten in het duisterboekels
gehaktmolentjewôrsmeschienke
gehurktop de huukskes
GeijsterenGeystere
gelijkgeliêk
gelovengeluuven
geloven ( geloof jij )glufse
geloven ( geloofd )geglufd
geloven ( geloofde jij )glufsdese
geloven ( geloofde u )glufde geey
geloven ( gelooft u )gluft geey
geloven ( ik geloof )ik gluuf
geloven ( Ik geloofde )ik glufde
geloven ( jij geloofde )dich glufsde
geloven ( jij gelooft )dich glufs
geloven ( u geloofde )geey glufde
geloven ( u gelooft )geey gluft
geluidgeluûd
gemeentegemenk
genezengenaezen
genietengeneeten
genieten ( geniet jij )genitse
genieten ( genoot ik )genoôt ik
genieten ( genoot jij )genoôtse
genieten ( genoot u )genoôt geey
genieten ( genoten )genôten
genieten ( ik geniet )ik geneet
genieten ( ik genoot )ik genoôt
genieten ( jij geniet )dich genits
genieten ( jij genoot)dich genoôts
genieten ( u geniet )geey genit
genieten ( u genoot )geey genoôt
genoegzat
gepreektgeprekt
gereedvaerig
gerookte hamgerökde schenk
gerstgaars
gestopt ( beëindigd )oêtgescheid
GevangenisKotje
gevengaeven
geven ( gaf jij )gafse
geven ( gaf u )gaft geey
geven ( geef jij )gufse
geven ( geeft u )geft geey
geven ( gegeven )gegaeven
geven ( ik gaf )ik gaaf
geven ( Ik geef )ik gaef
geven ( jij gaf )dich gafs
geven ( jij geeft )dich gufs
geven ( u gaf )geey gaft
geven ( u geeft )geey geft
geweergewaer
gewichtgeweêch
gewoonlijkgewonluk
gewrichtgevreech
gezegdgezâch
gezelschap hebbenkompenie hebben
gezinhoeshald
gezondgezonk
gierzeik
gier uitrijdenzeik varen
gieriggêêr
gierkelderzeikkelder
gierputzinkput
gietengêten
gieten ( gegoten )gegôten
gieten ( giet ik )geêt ik
gieten ( giet jij )guutse
gieten ( giet u )git geey
gieten ( goot ik )goôt ik
gieten ( goot jij )goôtse
gieten ( goot u )goôt geey
gieten ( ik giet )ik geêt
gieten ( ik goot )ik goôt
gieten ( jij giet )dich guuts
gieten ( jij goot )dich goôts
gieten ( u giet )geey git
gieten ( u goot )geey goôt
gisteravondgistraovund
gisterengeester
gisterochtendgeestermergen
glasglaâs
glimmen ( geglommen )geglommen
glimmen ( glim ik )glim ik
glimmen ( glim jij )glimse
glimmen ( glimt u )glimt geey
glimmen ( glom ik )glom ik
glimmen ( glom jij )glomse
glimmen ( glom u )glomt geey
glimmen ( ik glim )ik glim
glimmen ( ik glom )ik glom
glimmen ( jij glimt )dich glims
glimmen ( jij glom )dich gloms
glimmen ( u glimt )geey glimt
glimmen ( u glom)geey glomt
gluren ( gegluurd )gegluurd
gluren ( gluur ik )gluur ik
gluren ( gluur jij )gluurse
gluren ( gluurde jij )gluurdese
gluren ( gluurde u )gluurde geey
gluren ( gluurt u )gluurt geey
gluren ( ik gluur )ik gluur
gluren ( ik gluurde )ik gluurde
gluren ( jij gluurde )dich gluursde
gluren ( jij gluurt )dich gluurs
gluren ( u gluurde )geey gluurde
gluren ( u gluurt )geey gluurt
goedgood
goede kamerbaeste kamer
goedkoopgoyekoêp
goedkope jeneverfoezel
gooiengôyen
gooien ( gegooid )gegôyd
gooien ( gooi ik )gôy ik
gooien ( gooi jij )gôyse
gooien ( gooide jij )gôydese
gooien ( gooide u )gôyde geey
gooien ( gooit u )gôyt geey
gooien ( ik gooi )ik gôy
gooien ( ik gooide )ik gôyde
gooien ( jij gooide )dich gôysde
gooien ( jij gooit )dich gôys
gooien ( u gooide )geey gôyde
gooien ( u gooit )geey gôyt
gootsteengeutstein
gordijnengerdiene
graaien ( gegraaid )gegraayd
graaien ( graaide ik )graayde ik
graaien ( graaide u)graayde geey
graaien ( ik graai )ik graay
graaien ( ik graaide )ik graayde
graaien ( jij graaide )dich graaysde
graaien ( jij graait )dich graays
graaien ( u graaide )geey graayde
graaien ( u graait )geey graayt
graaien (graai ik )graay ik
graaien (graai jij )graayse
graaien (graaide jij )graaydese
graaien (graaide u )graayde geey
graaien (graait u )graayt geey
graasketting voor dierentuur
granenvreuchten
grasgraas
GrashoekGraashoôk
grasmaaiergraasmeschiên
graven ( gegraven )gegraven
graven ( groef jij )groofse
graven ( groef u )grooft geey
graven ( ik graaf )ik graäf
graven ( jij graaft )dich grufs
graven ( jij groef )dich groofs
graven ( u graaft )geey graft
graven ( u groef )geey grooft
greppelgraaf
grijpengriêpen
grijpen ( gegrepen )gegraepen
grijpen ( greep jij )graepse
grijpen ( greep u )graept geey
grijpen ( grijp jij )griepse
grijpen ( grijpt u )griept geey
grijpen ( ik greep )ik graep
grijpen ( ik grijp )ik griêp
grijpen ( jij greep )dich graeps
grijpen ( jij grijpt )dich grieps
grijpen ( u greep )geey graept
grijpen ( u grijpt )geey griept
groeiengrûyen
groeien ( gegroeid )gegrûyd
groeien ( groei jij )grûyse
groeien ( groeide jij )grûysdese
groeien ( groeide u )grûyde geey
groeien ( groeit u)grûyt geey
groeien ( ik groei )ik grûy
groeien ( ik groeide )ik grûyde
groeien ( jij groeide )dich grûysde
groeien ( jij groeit )dich grûys
groeien ( u groeide )geey grûyde
groeien ( u groeit )geey grûyt
groengreûn
grondgronk
grootgroêt
grootoudersgroêtelders
grote knikkermoep
GrubbenvorstGrubbevôrs
GrubbenvorstGrewvoars
haboender
haastigdriê
HaelenHaele
hakmolen voor bietenkroêtemeule
hakselheksel
hakselaarhekselmeschiën
halen ( gehaald )gehâld
halen ( haal ik )haal ik
halen ( haal jij )hâlse
halen ( haalde ik)hâlde ik
halen ( haalde jij )hâldese
halen ( haalde u )hâlde geey
halen ( haalt u)hâlt geey
halen ( ik haal )ik haal
halen ( ik haalde )ik hâlde
halen ( jij haalde )dich hâlsde
halen ( jij haalt )dich hâls
halen ( u haalde )geey hâlde
halen ( u haalt )geey hâlt
halmen rapen na het binden/opzetten van de garvenzeumere
halve zondigniet verplichte kerkelijke feestdag
hamschênk
handhank
handelaarsjacheler
handelen ( gehandeld )gehandeld
handelen ( handel ik )handel ik
handelen ( handel jij )handelse
handelen ( handelde ik )handelde ik
handelen ( handelde jij )handeldese
handelen ( handelde u )handelde geey
handelen ( handelt u )handelt geey
handelen ( ik handel )ik handel
handelen ( ik handelde )ik handelde
handelen ( jij handelde )dich handelsde
handelen ( jij handelt )dich handels
handelen ( u handelde )geey handelde
handelen ( u handelt )geey handelt
handenhangd
handschoenenhausen
hangen ( gehangen )gehangen
hangen ( ik vang )ik vang
hangen ( ik ving )ik vong
hangen ( jij vangt )dich vengs
hangen ( jij ving )dich vongs
hangen ( u vangt )geey vangt
hangen ( u ving )geey vongt
hangen ( vang ik )vang ik
hangen ( vang jij )vengse
hangen ( vangt u )vangt geey
hangen ( ving ik )vong ik
hangen ( ving je )vongse
hangen ( ving u )vongt geey
hard ( in hardheid )haard of vriêd
hard ( volume/ snelheid )hêl
haringhiering
harkenherken
harken ( geharkt )geherkt
harken ( hark ik )herk ik
harken ( harkt u )herkt geey
harken ( harkte ik )herkde ik
harken ( harkte u )herkde geey
harken ( ik hark )ik herk
harken ( ik harkte )ik herkde
harken ( jij harkt )dich herks
harken ( jij harkte )dich herksde
harken ( u harkt )geey herkt
harken ( u harkte )geey herkde
harken (hark jij )herkse
harken (harkte jij )herkdese
hebben ( gehad )gehad
hebben ( had je )hadse
hebben ( had u )had geey
hebben ( heb je )hesse
hebben ( ik had )ik hay
hebben ( ik heb )ik heb
hebben ( jij had )dich hays
hebben ( jij hebt )dich hes
hebben ( u had )geey had
hebben ( u hebt )geey hebt
heel langzaamop z`n elf en dartigst
heel mooihiel sjoën
HegelsomHaegelsum
HeldenHelde
helderkloar
helenheilen
helen ( geheeld )geheild
helen ( heel ik )heil ik
helen ( heel jij )heilse
helen ( heelde ik )heilde ik
helen ( heelde jij )heildese
helen ( heelde u )heilde geey
helen ( heelt u )heilt geey
helen ( ik heel )ik heil
helen ( ik heelde )ik heilde
helen ( jij heelde )dich heilsde
helen ( jij heelt )dich heils
helen ( u heelde )geey heilde
helen ( u heelt )geey heilt
Helenaveendun Oaye Piêl
Hemelvaartsdags Hierenhaemelvaart
herdenken ( herdacht )herdâch
herdenken ( herdacht ik )herdâch ik
herdenken ( herdacht jij)herdâchse
herdenken ( herdacht u )herdâcht geey
herdenken ( herdenk ik )herdenk ik
herdenken ( herdenk jij )herdenkse
herdenken ( herdenkt u )herdenkt geey
herdenken ( ik herdacht )ik herdâch
herdenken ( ik herdenk )ik herdenk
herdenken ( jij herdacht )dich herdâchs
herdenken ( jij herdenkt)dich herdenks
herdenken ( u herdacht )geey herdâcht
herdenken ( u herdenkt )geey herdenkt
herkennen ( herken ik )herken ik
herkennen ( herken jij )herkense
herkennen ( herkend )herkend
herkennen ( herkende ik )herkende ik
herkennen ( herkent u )herkent geey
herkennen ( ik herken )ik herken
herkennen ( jij herkende )dich herkensde
herkennen ( jij herkent )dich herkens
herkennen ( u herkende )geey herkende
herkennen ( u herkent )geey herkent
herkennen (herkende jij )herkendese
herkennen (herkende u )herkende geey
het`t
het erfde plats
hetenhêiten
heten ( heet ik )hêit ik
heten ( heet jij )hétse
heten ( heet u )hét geey
heten ( heette ik )hedde ik
heten ( heette jij )heddese
heten ( heette u )hét geey
heten ( ik heet )ik hêit
heten ( ik heette )ik hedde
heten ( jij heet )dich hets
heten ( jij heette )dich hedsde
heten ( u heet )geey hedde
heten ( u heette )geey hedde
hierheej
hierheenhijjer
hinkelenhinken
hoewie
hoefijzerhoêfiêzer
hoekjehukske
hoepelriêp
hoepelenriêpe
hoestenkrochen
hoesten ( gehoest )gekroôch
hoesten ( hoest ik )krôch ik
hoesten ( hoest jij )kroôchse
hoesten ( hoest u )kroôcht geey
hoesten ( hoeste jij )kroôchdese
hoesten ( hoestte ik )kroôchde ik
hoesten ( hoestte u )kroôchde geey
hoesten ( ik hoest )ik krôch
hoesten ( ik hoestte )ik kroôchde
hoesten ( jij hoest )dich krôchs
hoesten ( jij hoestte )dich kroôchsde
hoesten ( u hoest )geey krôcht
hoesten ( u hoestte )geey kroôchde
hoeveborderie
hoevenhôven
hoeven ( gehoeven )gehôfd
hoeven ( hoef jij )hôfse
hoeven ( hoefde jij )hôfdese
hoeven ( hoefde u )hôfde geey
hoeven ( hoeft u )hôft geey
hoeven ( ik hoef )ik hoôf
hoeven ( ik hoefde )ik hôfde
hoeven ( jij hoefde )dich hôfsde
hoeven ( jij hoeft )dich hôfs
hoeven ( u hoefde )geey hôfde
hoeven ( u hoeft )geey hôft
hondhônk
hondenhungd
hondenhokhonkskuuy
honderdhongerd
honderdeneenhongerd en iên
hoofddoekkopdook
hoofddoekjekopdukske
hoofdpijnkoppiên
hoofdstelhelfter
hooihuuy
hooi op hoopjes leggenöpperen
hooienhuuyen
hooien ( gehooid )gehud
hooien ( hooi ik )huuy ik
hooien ( hooi jij )hudse
hooien ( hooide ik )hudde ik
hooien ( hooide jij )huddese
hooien ( hooide u )hudde geey
hooien ( hooit u )hudt geey
hooien ( ik hooi )ik huuy
hooien ( ik hooide )ik hudde
hooien ( jij hooide )dich hudsde
hooien ( jij hooit )dow huds
hooien ( u hooide)geey hudde
hooien ( u hooit )geey hudt
hooizolderhuuyschelf
hoop ( hoeveelheid )hoêp
hopenhoapen
hopen ( gehoopt )gehôpt
hopen ( hoop jij )hôpse
hopen ( hoopt u )hôpt geey
hopen ( hoopte jij )hôpdese
hopen ( hoopte U )hôpde geey
hopen ( ik hoop )ik hoap
hopen ( ik hoopte )ik hôpde
hopen ( jij hoopt )dich hôps
hopen ( jij hoopte )dich hôpsde
hopen ( u hoopt )geey hôpt
hopen ( u hoopte )geey hôpde
horenhuûren
horen ( gehoord )gehuûrd
horen ( hoor ik )huûr ik
horen ( hoor jij )huûrse
horen ( hoorde ik )huûrde ik
horen ( hoorde jij )huûrdese
horen ( hoorde u )huûrde geey
horen ( hoort u )huûrt geey
horen ( ik hoor )ik huûr
horen ( ik hoorde )ik huûrde
horen ( jij hoorde )dich huûrsde
horen ( jij hoort )dich huûrs
horen ( u hoorde )geey huûrde
horen ( u hoort )geey huûrt
HorstHôrs
houdenhoayen
houden ( gehouden )gehoayen
houden ( hield jij )heelse
houden ( hield u )heelt geey
houden ( hou ik )hoay ik
houden ( hou jij )helse
houden ( houdt u )hâd geey
houden ( ik hield )ik heel
houden ( ik houd )ik hoay
houden ( jij hield )dich heels
houden ( jij houdt )dich hels
houden ( u hield )geey heelt
houden ( u houdt )geey hât
HoutblerickHoutblirrik
houtspaandershoutsnammels
huidvlees, zultparsvleis
huilenbeûken
huilen ( gehuild )gebûkt
huilen ( huil ik )bûk ik
huilen ( huil je )bûkse
huilen ( huilde ik )bûkde ik
huilen ( huilde jij )bûksde dich
huilen ( huilde u )bûkde geey
huilen ( huilt u )bûkt geey
huilen ( ik huil )ik beûk
huilen ( ik huildeik bûkde
huilen ( jij huilde )dich bûksde
huilen ( jij huilt )dich bûks
huilen ( u huilde )geey bûkde
huilen ( u huilt )geey bûkt
huishoês
huishoudstermagd
huismussenflorsen
huisschilderverver
huiverenschuveren
huiveren ( gehuiverd )geschuverd
huiveren ( huiver ik )schuver ik
huiveren ( huiver jij )schuverse
huiveren ( huiverde ik )schuverde ik
huiveren ( huiverde jij )schuverdese
huiveren ( huiverde u )schuverde geey
huiveren ( huivert u )schuvert geey
huiveren ( ik huiver )ik schuver
huiveren ( ik huiverde )ik schuverde
huiveren ( jij huiverde )dich schuversde
huiveren ( jij huivert )dich schuvers
huiveren ( u huiverde )geey schuverde
huiveren ( u huivert )geey schuvert
hurenheuren
hurenpâchten
huren ( gehuurd )geheurd
huren ( huur ik )heur ik
huren ( huur jij )heurse
huren ( huurde jij )heurdese
huren ( huurde u )heurde geey
huren ( huurt u )heurt geey
huren ( ik huur )ik heur
huren ( ik huurde )ik heurde
huren ( jij huurde )dich heursde
huren ( jij huurt )dich heurs
huren ( u huurde )geey heurde
huren ( u huurt )geey heurt
huur voor een vaste plek in de kerkbankepâch
iedereenederiên
iemandemus
iemand die altijd de deur open laat staanun aopevot
iemand die bepaald eten niet lustun tisnaas
iemand die met gezondheid sukkeltkroazeler
iemand die onzin verteltwazelvot
ijdeltuitkemmelstart
ijsiës
ijsjeiêske
ijzeriêzer
ijzerdraadschansendroad
in de rui zijnruzele
in plaats vaninstae
informeren ( geinformeerd )geinformeerd
informeren ( ik informeer )ik informeer
informeren ( ik informeerde )ik informeerde
informeren ( informeer ik )informeer ik
informeren ( informeer jij )informeerse
informeren ( informeerde ik )informeerde ik
informeren ( informeerde jij )informeerdese
informeren ( informeerde u )informeerde geey
informeren ( informeert u )informeert geey
informeren ( jij informeerde )dich informeersde
informeren ( jij informeert )dich informeers
informeren ( u informeerde )geey informeerde
informeren ( u informeert )geey informeert
innen ( in je )inse
innen ( inde je )indese
innen ( geïnd )geïnd
innen ( ik in )ik in
innen ( ik inde )ik inde
innen ( in ik )in ik
innen ( inde ik )inde ik
innen ( inde u )inde geey
innen ( int u )int geey
innen ( jij inde )dich insde
innen ( jij int )dich ins
innen ( u inde )geey inde
innen ( u int )geey int
inschikkenveûgen
Inwoners van AmericaAmericanse
inwoners van BaarloBalderse
Inwoners van BlerickBlirrikse
Inwoners van CastenrayCastelse
Inwoners van EchelEchelse
Inwoners van GrashoekGraashokse
Inwoners van HegelsomHaegelsumse
Inwoners van HeldenHeldese
Inwoners van HelenaveenPîlse
Inwoners van HorstHôsterse
inwoners van KronenbergKroênebergse
Inwoners van MaasbreeBritse
Inwoners van MeerloMilderse
Inwoners van MeldersloMelderse
Inwoners van OirloOêlderse
inwoners van ReuverRuiverse
Inwoners van RoermondRemundse
Inwoners van TegelenTegelse
Inwoners van VenloVenlese
jaloersaafgunstig
jammerjoamer
jammerenlamentere
januarijannewari
je (bezittelijk vnw)dien
jeukjuks
jeukenjuksen
jij/jedow/dich
jongenjông
jongetjejungske
jongveestalbistenstal
jouwdien
jullie (hebben jullie...)geej (hebt geej...)
jullie (voor jullie)óch (veur óch)
jusbroên saus
jutezakbaalzak
kaantjeskoayen
kaarswaskers
kaarten ( gekaart )gekart
kaarten ( ik kaart )ik kaart
kaarten ( ik kaartte )ik karde
kaarten ( jij kaart )dich karts
kaarten ( jij kaartte )dich karsde
kaarten ( kaart ik )kaart ik
kaarten ( kaart jij )kartse
kaarten ( kaart u )kart geey
kaarten ( kaartte ik )karde ik
kaarten ( kaartte jij)kardese
kaarten ( kaartte u )karde geey
kaarten ( u kaart )geey kart
kaarten ( u kaartte )geey karde
kaaskiês
kachelstôôf
kafkaâf
kafnaaldenvlimmen
kalfmuk
kalfjemukske
kammeradenkammeräöj
kan me niets schelenkan mich niks schillen
kantonnierwaegwerker
kantoorkantoêr
kapelaankeploan
kapelletjekepélke
kapmeshieèp
kapperschaerbaas
karnemelkbottermelk
karopzetbritje
kauwenknauwen
kauwen ( gekauwd )geknauwd
kauwen ( ik kauw )ik knauw
kauwen ( ik kauwde )ik knauwde
kauwen ( jij kauwde)dich knausde
kauwen ( jij kauwt )dich knauws
kauwen ( kauw ik )knauw ik
kauwen ( kauw jij )knauwse
kauwen ( kauwde ik )knauwde ik
kauwen ( kauwde jij )knauwdese
kauwen ( kauwde u )knauwde geey
kauwen ( kauwt u )knauwt geey
kauwen ( u kauwde )geey knauwde
kauwen ( u kauwt )geey knauwt
keeshondfiks
kennen ) niet verwarren met kunnenkennen
kennen ( gekend )gekend
kennen ( ik ken )ik ken
kennen ( jij kende )dich kensde
kennen ( jij kent )dich kens
kennen ( ken ik )ken ik
kennen ( ken jij )kense
kennen ( kende ik )kende ik
kennen ( kent u )kent geey
kennen ( u kende )geey kende
kennen ( u kent )geey kent
kennen (kende jij )kendese
kennen (kende u )kende geey
kerelkel
kersensapkersenaat
kersenvlaaikerseflaai
kielkael
kiepkarslaâgkar
kiespijntankpiên
kiezenkézen
kiezen ( gekozen )gekôzen
kiezen ( ik kies )ik keês
kiezen ( ik koos )ik koôs
kiezen ( jij kiest )dich keêss
kiezen ( jij koos)dich koôss
kiezen ( kies ik )keês ik
kiezen ( kies jij )keêsse
kiezen ( kiest u )keêst geey
kiezen ( koos ik )koôs ik
kiezen ( koos jij )koôsse
kiezen ( koos u )koôst geey
kiezen ( u kiest )geey kiest
kiezen ( u koos )geey koôst
kijkdooskiêkdoês
kijkenkiêken
kijken ( gekeken )gekaeken
kijken ( ik keek )ik kaek
kijken ( ik kijk )ik kiêk
kijken ( jij keek )dich kaeks
kijken ( jij kijkt )dich kieks
kijken ( keek ik )kaek ik
kijken ( keek jij )kaekse
kijken ( keek u)kaekt geey
kijken ( kijk ik )kiêk ik
kijken ( kijk jij )kiekse
kijken ( kijkt u )kiekt geey
kijken ( u kijkt )geey kiekt
kijken (u keek )geey kaekt
kijkgaatjekiêkgetje
kijvenkiêven
kijven ( gekeven )gekaeven
kijven ( ik keef )ik kaef
kijven ( ik kijf )ik kiêf
kijven ( jij keef )dich kaefs
kijven ( jij kijft )dich kiefs
kijven ( keef ik )kaef ik
kijven ( keef jij )kaefse
kijven ( keef u )kaeft geey
kijven ( kijf ik )kiêf ik
kijven ( kijf jij)kiefse
kijven ( kijft u )kieft geey
kijven ( u keef )geey kaeft
kijven ( u kijft )geey kieft
kikken ( gekikt )gekikt
kikken ( ik kik )ik kik
kikken ( ik kikte )ik kikde
kikken ( jij kikt )dich kiks
kikken ( jij kikte )dich kiksde
kikken ( kik ik )kik ik
kikken ( kik jij )kikse
kikken ( kikt u )kikt geey
kikken ( kikte ik )kikde ik
kikken ( kikte jij )kikdese
kikken ( kikte u )kikde geey
kikken ( u kikt )geey kikt
kikken ( u kikte )geey kikde
kikkerkwek
kikkerdrilkwekkendrats
kindkiengd
kinderenkiengder
kippenhennen
kippengaashennendroad
kippenhandelaarhennekel
kippenhokhennekuuy
kistkeest
klaarlichte dagkloarleechten daag
klagenklaâgen
klagen ( geklaagd )geklâgd
klagen ( ik klaag )ik klaag
klagen ( ik klaagde )ik klagde
klagen ( jij klaagde )dich klagsde
klagen ( jij klaagt )dich klags
klagen ( klaag ik )klaag ik
klagen ( klaag jij )klagse
klagen ( klaagde ik )klagde ik
klagen ( klaagde jij )klagdese
klagen ( klaagde u )klagde geey
klagen ( klaagt u )klagt geey
klagen ( u klaagde )geey klagde
klagen ( u klaagt )geey klagt
klampen ( geklampt )geklampt
klampen ( ik klamp )ik klamp
klampen ( ik klampte )ik klampde
klampen ( jij klampt )dich klamps
klampen ( jij klampte )dich klampsde
klampen ( u klampt )geey klampt
klampen (klamp ik )klamp ik
klampen (klamp jij )klampse
klampen (klampt u )klampt geey
klampen (klampte ik )klampde ik
klampen (klampte jij )klampdese
klampen (klampte u )klampde geey
klampen (u klampte )geey klampde
klappen ( geklapt )geklapt
klappen ( ik klap )ik klap
klappen ( ik klapte )ik klapde
klappen ( jij klapt )dich klaps
klappen ( jij klapte )dich klapsde
klappen ( klap ik )klap ik
klappen ( klap jij )klapse
klappen ( klapt u )klapt geey
klappen ( klapte ik )klapde ik
klappen ( klapte jij )klapdese
klappen ( klapte u )klapde geey
klappen ( u klapt )geey klapt
klappen ( u klapte )geey klapde
klaverkliêver
kledenklêyen
kleden ( gekleed )geklid
kleden ( ik kleed )ik kliêy
kleden ( jij kleedde )dich klidsde
kleden ( jij kleedt )dich klits
kleden ( kleed ik )kliê ik
kleden ( kleed jij )klitse
kleden ( kleed u )klit geey
kleden ( u kleedt )geey klit
kledingklierage
kleerhangerkliêrhanger
kleermakersniêr
kleinerklender
klemmen ( geklemd)geklemd
klemmen ( ik klem )ik klem
klemmen ( ik klemde )ik klemde
klemmen ( jij klemde )dich klemsde
klemmen ( jij klemt )dich klems
klemmen ( klem ik )klem ik
klemmen ( klem jij )klemse
klemmen ( klemde ik )klemde ik
klemmen ( klemde jij )klemdese
klemmen ( klemde u )klemde geey
klemmen ( klemt u )klemt geey
klemmen ( u klemde )geey klemde
klemmen ( u klemt )geey klemt
kletsen ( gekletst )gekletst
kletsen ( ik klets)ik klets
kletsen ( ik kletste )ik kletsde
kletsen ( jij kletst )dich kletst
kletsen ( jij kletste )dich kletsde
kletsen ( klets jij )kletsse
kletsen ( kletst ik )klets ik
kletsen ( kletst u )kletst geey
kletsen ( kletste ik )kletsde ik
kletsen ( kletste jij )kletsdese
kletsen ( kletste u )kletsde geey
kletsen ( u kletst )geey kletst
kletsen ( u kletste )geey keltsde
kleuterjuffrouwfröbeljuffrouw
klikken ( geklikt )geklikt
klikken ( ik klik )ik klik
klikken ( ik klikte )ik klikde
klikken ( jij klikt )dich kliks
klikken ( jij klikte )dich kliksde
klikken ( klik ik )klik ik
klikken ( klik jij )klikse
klikken ( klikt u )klikt geey
klikken ( klikte ik )klikde ik
klikken ( klikte jij )klikdese
klikken ( klikte u )klikde geey
klikken ( u klikt )geey klikt
klikken ( u klikte )geey klikde
klimmenklummen
klimmen ( geklommen )geklômmen
klimmen ( ik klim )ik klum
klimmen ( ik klom )ik klôm
klimmen ( jij klimt )dich klums
klimmen ( jij klom )dich klôms
klimmen ( klim ik )klum ik
klimmen ( klim jij )klumse
klimmen ( klimt u )klumt geey
klimmen ( klom ik )klôm ik
klimmen ( klom jij )klômse
klimmen ( klom u )klômt geey
klimmen ( u klimt )geey klumt
klimmen ( u klom)geey klômt
klinken ( ik klink )ik klink
klinken ( ik klonk )ik klonk
klinken ( jij klinkt )dich klinks
klinken ( jij klonk )dich klonks
klinken ( klink ik )klink ik
klinken ( klink jij )klinkse
klinken ( klinkt u )klinkt geey
klinken ( klonk ik )klonk ik
klinken ( klonk jij )klonkse
klinken ( klonk u )klonkt geey
klinken ( u klinkt )geey klinkt
klinken ( u klonk )geey klonkt
klokjeklökske
klompsijkertjesklompenaegelkes
klooien ( geklooid )geklooyd
klooien ( ik klooi )ik klooy
klooien ( ik klooide )ik klooyde
klooien ( jij klooide )dich klooysde
klooien ( jij klooit )dich klooys
klooien ( klooi ik )klooy ik
klooien ( klooi jij )klooyse
klooien ( klooide jij )klooydese
klooien ( klooide u )klooyde geey
klooien ( klooit u )klooyt geey
klooien ( u klooide )geey klooyde
klooien ( u klooit )geey klooyt
kloosterzustersbegiênen
kloppen ( geklopt )geklopt
kloppen ( ik klop )ik klop
kloppen ( ik klopte )ik klopde
kloppen ( jij klopt )dich klops
kloppen ( jij klopte )dich klopsde
kloppen ( klop ik )klop ik
kloppen ( klop je )klopse
kloppen ( klopt u )klopt geey
kloppen ( klopte ik )klopde ik
kloppen ( klopte je )klopsdese
kloppen ( klopte u )klopde geey
kloppen ( u klopte )geey klopde
klovenkluûven
kloven ( gekloofd )geklufd
kloven ( ik kloof )ik kluûf
kloven ( ik kloofde )ik klufde
kloven ( jij kloofde )dich klufsde
kloven ( jij klooft )dich klufs
kloven ( kloof ik )kluûf ik
kloven ( kloof jij )klufse
kloven ( kloofde ik )klufde ik
kloven ( kloofde jij )klufsdese
kloven ( kloofde u )klufde geey
kloven ( kloofden wij )klufden weey
kloven ( klooft u )kluft geey
kloven ( u kloofde )geey klufde
kloven ( U klooft )geey kluft
knakken ( geknakt )geknakt
knakken ( ik knak )ik knak
knakken ( ik knakte )ik knakde
knakken ( jij knakt )dich knaksde
knakken ( jij knakte )dich knaks
knakken ( knak ik )knak ik
knakken ( knak jij )knakse
knakken ( knakt u )knakt geey
knakken ( knakte jij )knakdese
knakken ( knakte u )knakde geey
knakken ( u knakt )geey knakt
knakken ( u knakte )geey knakde
knappen ( geknapt )geknapt
knappen ( ik knap )ik knap
knappen ( ik knapte )ik knapde
knappen ( jij knapt )dich knaps
knappen ( jij knapte)dich knapsde
knappen ( knap ik )knap ik
knappen ( knap jij )knapse
knappen ( knapt u )knapt geey
knappen ( knapte ik )knapde ik
knappen ( knapte jij )knapdese
knappen ( knapte u )knapde geey
knappen ( u knapt )geey knapt
knappen ( u knapte )geey knapde
knechtknêch
knechtenknêchs
knellen ( knelt u )knélt geey
knellen ( gekneld )geknéld
knellen ( ik knel )ik knël
knellen ( ik knelde )ik knélde
knellen ( jij knelde )dich knëlsde
knellen ( jij knelt )dich knéls
knellen ( knel ik )knél ik
knellen ( knel jij )knélse
knellen ( knelde ik )knëlde ik
knellen ( knelde jij )knéldese
knellen ( knelde u )knëlde geey
knellen ( knelt u )knélt geey
knellen ( u knelde )geey knélde
knellen ( u knelt )geey knëlt
kniekneen
knieënkneên
knieholteshissen
knippen ( geknipt )geknipt
knippen ( ik knip )ik knip
knippen ( ik knipte)ik knipde
knippen ( jij knipt )dich knips
knippen ( jij knipte )dich knipsde
knippen ( knip ik )knip ik
knippen ( knip jij )knipse
knippen ( knipt u )knipt geey
knippen ( knipte ik )knipde ik
knippen ( knipte jij )knipdese
knippen ( knipte u )knipde geey
knippen ( u knipt )geey knipt
knippen ( u knipte)geey knipde
knoeien ( geknoeid )geknoyd
knoeien ( ik knoei )ik knoy
knoeien ( ik knoeide )ik knoyde
knoeien ( jij knoeide )dich knoysde
knoeien ( jij knoeit )dich knoys
knoeien ( knoei ik )knoy ik
knoeien ( knoei jij )knoyse
knoeien ( knoeide ik )knoyde ik
knoeien ( knoeide jij )knoydese
knoeien ( knoeide u )knoyde geey
knoeien ( knoeit u )knoyt geey
knoeien ( u knoeide )geey knoyde
knoeien ( u knoeit )geey knoyt
knopenknuppen
knopen ( geknoopt )geknupt
knopen ( ik knoop )ik knuûp
knopen ( ik knoopte )ik knupde
knopen ( jij knoopt )dich knups
knopen ( jij knoopte )dich knupsde
knopen ( knoop ik )knup ik
knopen ( knoop jij )knupse
knopen ( knoopt u )knupt geey
knopen ( knoopte ik )knupde ik
knopen ( knoopte jij )knupdese
knopen ( knoopte u )knupde geey
knopen ( u knoopt )geey knupt
knopen ( u knoopte )geey knupde
koeienkoewen
koekkoôk
koekjepletske
koelkeul
koffiedikdrats
koken ( gekookt )gekokt
koken ( ik kook )ik koôk
koken ( ik kookte )ik kokde
koken ( jij kookt )dich koks
koken ( jij kookte )dich koksde
koken ( kook ik )koôk ik
koken ( kook jij )kokse
koken ( kookt u )kokt geey
koken ( kookte ik )kokde ik
koken ( kookte jij )kokdese
koken ( kookte u )kokde geey
koken ( u kookt )geey kokt
koken (u kookte )geey kokde
kokhalzenkeûken
komenkoamen
komen ( gekomen )gekoamen
komen ( ik kom )ik koam
komen ( ik kwam )ik kwaam
komen ( jij komt )dich kûms
komen ( jij kwam )dich kwams
komen ( kom ik )koam ik
komen ( kom jij )kumse
komen ( komt u )kômt geey
komen ( kwam ik )kwaam ik
komen ( kwam jij )kwamse
komen ( kwam u )kwamt geey
komen ( u komt )geey kômt
komen ( u kwam )geey kwamt
konijnkniên
konijnenknien
konijnenhokknienskuuy
KoningslustKeuningsleûs
koortskorsen
kopenkoêpen
kopen ( gekocht )gekôch
kopen ( ik kocht )ik kôch
kopen ( ik koop )ik koêp
kopen ( jij kocht )dich kôchs
kopen ( jij koopt )dich kups
kopen ( kocht jij )kôchse
kopen ( koop jij )kupse
kopen ( koopt u )kôpt geey
kopen ( u kocht )geey kôcht
kopje koffietas koffie
koppelstêl
koppen( gekopt )gekopt
koppen( ik kop )ik kop
koppen( ik kopte)ik kopde
koppen( jij kopt )dich kops
koppen( jij kopte )dich kopsde
koppen( kop ik )kop ik
koppen( kop jij )kopse
koppen( kopt u )kopt geey
koppen( kopte ik )kopde ik
koppen( kopte jij )kopdese
koppen( kopte u)kopde geey
koppen( u kopt )geey kopt
koppen( u kopte )geey kopde
koppigwaers
korenmijtkoarenberm
korst ( bv brood )kôrs
korst ( op een wond )roaf
korstje ( bv brood )keûrsje
korstje ( op wond )rûfke
kosterköster
kostgangerkôstgenger
koude schotelkoay schôttel
kous (-en)zok / zuk
kraaienkreyen
kraakbeenknoers
kraamkroam
kraambedkiengderbed
kramsluûp
krantenbezorgerkrantendraeger
krenken ( gekrenkt)gekrenkt
krenken ( ik krenk )ok krenk
krenken ( ik krenkte )ik krenkde
krenken ( jij krenkt )dich krenks
krenken ( jij krenkte )dich krenksde
krenken ( krenk ik )krenk ik
krenken ( krenk jij )krenkse
krenken ( krenkt u )krenkt geey
krenken ( krenkte ik )krenkde ik
krenken ( krenkte jij )krenkdese
krenken ( krenkte u )krenkde geey
krenken ( u krenkt )geey krenkt
krenken ( u krenkte )geey krenkde
krentenmikpruumkeswek
krijgenkriêgen
krijgen ( gekregen )gekraegen
krijgen ( ik kreeg )ik kraeg
krijgen ( ik krijg )ik kriêg
krijgen ( jij kreeg )dich kraegs
krijgen ( jij krijgt )dich kriêgs
krijgen ( kreeg ik )kraeg ik
krijgen ( kreeg jij )kraegse
krijgen ( kreeg u )kraegt geey
krijgen ( krijg ik )kriêg ik
krijgen ( krijg jij )kriegse
krijgen ( krijgt u )kriegt geey
krijgen ( u kreeg )geey kraegt
krijgen ( u krijgt )geey kriêgt
krikken ( gekrikt )gekrikt
krikken ( ik krik )ik krik
krikken ( ik krikte )ik krikde
krikken ( jij krikt )dich kriks
krikken ( jij krikte )dich kriksde
krikken ( krik ik )krik ik
krikken ( krik jij )krikse
krikken ( krikt u )krikt geey
krikken ( krikte ik )krikde ik
krikken ( krikte jij )krikdese
krikken ( krikte u )krikde geey
krikken ( u krikt )geey krikt
krikken ( u krikte )geey krikde
krimpen ( gekrompen )gekrômpen
krimpen ( ik krimp )ik krimp
krimpen ( ik kromp )ik krômp
krimpen ( jij krimpt )dich krimps
krimpen ( jij kromp )dich krômps
krimpen ( krimp ik )krimp ik
krimpen ( krimp jij )krimpse
krimpen ( krimpt u )krimpt geey
krimpen ( kromp ik )krômp ik
krimpen ( kromp jij )krompse
krimpen ( kromp u )krômpt geey
krimpen ( u krimpt )geey krimpt
krimpen ( u kromp )geey krômpt
KronenbergKroênenberg
kruidengekruje
kruidenboeketkroedwis
kruidenvrouwkruuyenwief
kruipenkroêpen
kruipen ( gekropen )gekrôpen
kruipen ( ik kruip )ik kroêp
kruipen ( jij kroop )dich kroaps
kruipen ( jij kruipt )dich kruups
kruipen ( kroop ik )kroap ik
kruipen ( kroop jij )kroapse
kruipen ( kroop u )kroapt geey
kruipen ( kruip ik )kroêp ik
kruipen ( kruip jij )kruupse
kruipen ( kruipt u )kroept geey
kruipen ( u kroop )geey kroapt
kruipen ( u kruipt )geey kroept
kruipen (ik kroop )ik kroap
kruiskruus
kruisbessenstekbaere
kruisjassenkruusjassen
kruiwagenkrouwwagen
kuikenkûke
kuilkoêl
kuilvoersilovoer
kuipkuûp
kuipenmakerkuûper
kuitbeenkoêtbiên
kuitenkoêten
kunnenkônnen
kunnen ( gekund )gekoost
kunnen ( ik kan )ik kan
kunnen ( Ik kon )ik koos
kunnen ( jij kon )dich koos
kunnen ( jij kunt )dich kôns
kunnen ( kon ik )koos ik
kunnen ( kon je )koosse
kunnen ( kon u )koôs geey
kunnen ( kun je )kônse
kunnen ( kunt u )kônt geey
kunnen ( u kon )geey koost
kunnen ( U kunt )geey kônt
kusjenuudje
kussen ( gekust )gekeûst
kussen ( ik kus )ik kus
kussen ( ik kuste )ik keûsde
kussen ( jij kust )dich keûss )
kussen ( jij kuste)dich keûsde
kussen ( kus ik )kus ik
kussen ( kus jij )keûsse
kussen ( kust u )keûst geey
kussen ( kuste ik )keûsde ik
kussen ( kuste jij)keûsdese
kussen ( kuste u )keûsde geey
kussen ( u kust )geey keûst
kussen ( u kuste)geey keûsde
kwaadkwoad
kwajongenstrûp
kwartierketeer
kwellen ( gekweld )gekweld
kwellen ( ik kwel )ik kwel
kwellen ( ik kwelde )ik kwelde
kwellen ( jij kwelde )dich kwelsde
kwellen ( jij kwelt )dich kwels
kwellen ( kwel ik )kwel ik
kwellen ( kwel jij )kwelse
kwellen ( kwelde ik )kwelde ik
kwellen ( kwelde jij )kweldese
kwellen ( kwelde u )kwelde geey
kwellen ( kwelt u )kwelt geey
kwellen ( u kwelde )geey kwelde
kwellen ( u kwelt )geey kwelt
kwezelkwaezel
kwispelenkweespelen
laagjelûgske
laarzenstaevels
lachen ( gelachen )gelachen
lachen ( ik lach )ik lach
lachen ( ik lachte )ik lâchde
lachen ( jij lacht )dich lâchs
lachen ( jij lachte)dich lâchsde
lachen ( lach ik )lach ik
lachen ( lach jij )lâchse
lachen ( lacht u )lâcht geey
lachen ( lachte ik )lâchde ik
lachen ( lachte jij )lâchdese
lachen ( lachte u )lâchde geey
lachen ( u lacht )geey lâcht
lachen ( u lachte )geey lâchde
lachstuipenlachstûpen
ladderliêr
ladenlaayen
laden ( geladen )gelayen
laden ( ik laad )ik laay
laden ( ik laadde )ik looy
laden ( jij laadt )dich luts
laden ( laad ik )laay ik
laden ( laad jij )lutse
laden ( laadde je )looyse
laden ( laadde u )looyt geey
laden ( laadt u )laayt ge
laden ( u laadde )geey looyt
laden ( u laadt )geey lat
laden (jij laaddde )dich looys
lakken ( gelakt )gelakt
lakken ( ik lak )ik lak
lakken ( ik lakte )ik lakde
lakken ( jij lakt )dich laksde
lakken ( jij lakte )dich laks
lakken ( lak ik )lak ik
lakken ( lak jij )lakse
lakken ( lakt u )lakt geey
lakken ( lakte jij )lakdese
lakken ( lakte u )lakde geey
lakken ( u lakt )geey lakt
lakken ( u lakte )geey lakde
lallen ( gelald )gelald
lallen ( ik lal )ik lal
lallen ( ik lalde )ik lalde
lallen ( jij lalde )dich lalsde
lallen ( jij lalt )dich lals
lallen ( lalde ik )lalde ik
lallen ( lalde u )lalde geey
lallen ( u lalde )geey lalde
lallen ( u lalt )geey lalt
lallen (lalde jij )laldese
landlank
landen ( landde ik )landde ik
landen ( geland )geland
landen ( ik land )ik land
landen ( ik landde )ik landde
landen ( jij landde )dich landsde
landen ( jij landt )dich lands
landen ( land ik )land ik
landen ( land jij )landse
landen ( landde ik )landde ik
landen ( landde jij )landdese
landen ( landde u )landde geey
landen ( landt u )landt geey
landen ( u landde )geey landde
landen ( u landt )geey landt
landrolwel
langlank
last ( hebben van )ongemaak
latenloaten
laten ( gelaten )geloaten
laten ( ik laat )ik loat
laten ( ik liet )ik leet
laten ( jij laat )dich luts
laten ( jij liet )dich leets
laten ( laat ik )loat ik
laten ( laat jij )lutse
laten ( liet ik )leet ik
laten ( liet jij )leetse
laten ( liet u )leet geey
laten ( u laat )geey lât
laten ( u liet )geey leet
laten (laat u )lat geey
leggen ( legde ik )lâg ik
leggen ( legde jij )lâgse
leggen ( legde u)lâgt geey
leggen ( gelegd )gelâg
leggen ( ik leg )ik leg
leggen ( ik legde )ik lâg
leggen ( jij legde )dich lâgs
leggen ( jij legt )dich legs
leggen ( u legde )geey lâgt
leggen ( u legt )geey legt
leidenleyen
leiden ( geleid )geleyd
leiden ( ik leid )ik ley
leiden ( jij leidt )dich leys
leiden ( u leidt )geey leyt
lepellaepel
lerenliëren
leren ( geleerd )geliërd
leren ( ik leer )ik liër
leren ( ik leerde )ik liêrde
leren ( jij leerde )dich liërsde
leren ( jij leert )dich liërs
leren ( leer ik )liër ik
leren ( leer ik )liêr ik
leren ( leer jij )liërse
leren ( leerde ik )lërde ik
leren ( leerde ik )liêrde ik
leren ( leerde jij )liërdese
leren ( leerde u )liërde geey
leren ( leert u )liërt geey
leren ( u leerde )geey liërde
leren ( u leert )geey liêrt
leukfijn
levenlaeven
leven ( geleefd )gelefd
leven ( ik leef )ik laef
leven ( ik leefde )ik lefde
leven ( jij leefde )dich lefsde
leven ( jij leeft )dich lefs
leven ( leefde ik )lefde ik
leven ( leefde u )lefde geey
leven ( u leefde )geey lefde
leven ( u leeft )geey left
leven (leefde jij )lefdese
lever orgaan )laêver
leverenlaeveren
leveren ( geleverd )gelaeverd
leveren ( ik lever )ik laever
leveren ( ik leverde )ik laverde
leveren ( jij leverde )dich laeversde
leveren ( jij levert )dich laevers
leveren ( lever ik )laever ik
leveren ( lever jij )laeverse
leveren ( leverde jij )laeverdese
leveren ( leverde u )laeverde geey
leveren ( levert u )leaevert geey
leveren ( u leverde )geey laeverde
leveren ( u levert )geey laevert
levertraanlaevertroan
lezenlaezen
lezen ( gelezen )gelaezen
lezen ( ik las )ik laas
lezen ( ik lees )ik laes
lezen ( jij las )dich laas
lezen ( jij leest )dich lus
lezen ( las jij )laasse
lezen ( las u )laast geey
lezen ( lees jij )lusse
lezen ( leest u)lest geey
lezen ( u las )geey laast
lezen ( u leest )geey lest
liefleef
liegenlégen
liegen ( gelogen )gelôgen
liegen ( ik lieg )ik leêg
liegen ( ik loog )ik loôg
liegen ( jij liegt )dich luugs
liegen ( jij loog )dich loôgs
liegen ( lieg ik )leêg ik
liegen ( lieg jij )luugse
liegen ( liegt u )ligt geey
liegen ( loog ik )loôg ik
liegen ( loog jij )loôgse
liegen ( loog u )loôgt geey
liegen ( u liegt )geey ligt
liegen ( u loog )geey loôgt
lieslaarzenbatslaarzen
liggen ( gelegen )gelaegen
liggen ( ik lag )ik laâg
liggen ( ik lig )ik lig
liggen ( jij lag )dich lags
liggen ( jij ligt )dich ligs
liggen ( lag ik )laâg ik
liggen ( lag jij )lagse
liggen ( lag u )lagt geey
liggen ( lig ik )lig ik
liggen ( lig jij )ligse
liggen ( ligt u )ligt geey
liggen ( u lag )geey lagt
liggen ( u ligt )geey ligt
liggen ( wij lagen )weey lagen
lijdenlieyen
lijden ( geleden)gelaeyen
lijden ( ik leed )ik laey
lijden ( ik lijd )ik liê
lijden ( jij leed )dich laeys
lijden ( jij lijdt )dich liês
lijden ( jij lijdt )dich liêys
lijden ( leed ik )laey ik
lijden ( leed ik )leay ik
lijden ( leed jij )laeyse
lijden ( leed jij )leayse
lijden ( leed u )laeyt geey
lijden ( leed u )leayt geey
lijden ( lijd ik )liêy ik
lijden ( lijd ik )lieyt geey
lijden ( lijd jij )lieyse
lijden ( lijdt u )lieyt geey
lijden ( u leed )geey laeyt
lijden ( u lijdt )geey liêt
lijden ( u lijdt )geey liêyt
lijkliêk
lijkenliêken
lijken ( geleken )gelaeken
lijken ( ik leek )ik laek
lijken ( ik lijk )ik liêk
lijken ( jij leek )dich laeks
lijken ( jij lijkt )dich lieks
lijken ( leek ik )laek ik
lijken ( leek jij )laekse
lijken ( leek u )laekt geey
lijken ( lijk ik )liêk ik
lijken ( lijk jij )liekse
lijken ( lijkt u )liekt geey
lijken ( u leek )geey laekt
lijken ( u lijkt )geey liekt
likkenlekken
likken ( jij likt )dich leks
likken ( gelikt )gelekt
likken ( ik lik )ik lek
likken ( ik likte )ik lekde
likken ( jij likte )dich leksde
likken ( lik ik )lek ik
likken ( likt u )lekt geey
likken ( likte ik )lekde ik
likken ( likte u )lekde geey
likken ( u likt )geey lekt
likken ( u likte )geey lekde
likken (lik jij )lekse
likken (likte jij )leksde dich
lippenluppen
lokken ( ik lok )ik lok
lokken ( ik lokte )ik lokde
lokken ( jij lokt )dich loks
lokken ( jij lokte )dich loksde
lokken ( lok ik )lok ik
lokken ( lok jij )lokse
lokken ( lokt u )lokt geey
lokken ( lokt u )lot geey
lokken ( lokte ik )lokde ik
lokken ( lokte jij )lokdese
lokken ( u lokt )geey lokt
lokken ( u lokte )geey lokde
loodgieterkôperslaeger
loopslups
lopenloêpen
lopen ( ik liep )ik leep
lopen ( ik loop )ik loêp
lopen ( jij liep )dich leeps
lopen ( jij loopt )dich lups
lopen ( liep ik )leep ik
lopen ( liep je )leepse
lopen ( liep u )leept geey
lopen ( loop ik )loêp ik
lopen ( loop je )lupse
lopen ( loopt u )lôpt geey
lopen ( u liep )geey leept
lopen ( u loopt )geey lôpt
luchtloôch
luchtbukswinkbuks
luciferszwaegelstekke
luidenluuyen
luiden ( geluid )geluuyd
luiden ( ik luid )ik luuy
luiden ( jij luidt )dich luuys
luiden ( lui jij )luuyse
luiden ( luidt u )luuyt geey
luiden ( u luidt )geey luuyt
luidophélop
luieren ( luierde u )luierde geey
luieren ( geluierd )geluierd
luieren ( ik luier )ik luier
luieren ( ik luierde )ik luierde
luieren ( jij luierde )dich luiersde
luieren ( jij luiert )dich luiers
luieren ( luier jij )luierse
luieren ( luierde jij )luierdese
luieren ( luierde u )luierde geey
luieren ( luiert u )luiert geey
luieren ( u luierde )geey luierde
luieren ( u luiert )geey luiert
luisterenloêsteren
luisteren ( geluisterd )geloêsterd
luisteren ( ik luister )ik loêster
luisteren ( ik luisterde )ik loêsterde
luisteren ( jij luisterde )dich loêstersde
luisteren ( jij luistert )dich loêsters
luisteren ( luister ik )loêster ik
luisteren ( luister jij )loêsterse
luisteren ( luisterde ik )loêsterde ik
luisteren ( luisterde jij )loêstersde dich
luisteren ( luisterde u )loêsterde geey
luisteren ( luistert u )loêstert geey
luisteren ( u luisterde )geey loêsterde
luisteren ( u luistert )geey loêstert
lukken ( gelukt )gelôkken
lukken ( het lukt )t lukt
maaienmeyen
maaien ( gemaaid )gemeyd
maaien ( ik maai )ik mey
maaien ( ik maaide )ik meyde
maaien ( jij maaide )dich meysde
maaien ( jij maait )dich meys
maaien ( maaide ik )meyde ik
maaien ( maaide u)meyde geey
maaien ( u maaide )geey meyde
maaien ( u maait )geey meyt
maaien (maai ik )mey ik
maaien (maai jij )meyse
maaien (maaide jij )meydese
maaien (maaide u )meyde geey
maaien (maait u )meyt geey
maandmand
MaandagMandig
maandagavondmandigaovund
maandagochtendmandigmergen
maartmart
MaasbreeBrae
MaasbreesewegBritsewaeg
maken ( gemaakt )gemakt
maken ( ik maak )ik maâk
maken ( ik maakte )ik makde
maken ( jij maakt )dich maks
maken ( jij maakte )dich maksde
maken ( maak ik )maak ik
maken ( maak jij )makse
maken ( maakt u )makt geey
maken ( maakte ik )makde ik
maken ( maakte jij )makdese
maken ( maakte u )makde geey
maken ( u maakt )geey makt
maken ( u maakte )geey makde
malen ( gemalen )gemalen
malen ( ik maal )ik maal
malen ( ik maalde )ik malde
malen ( jij maalde )dich maldes
malen ( jij maalt )dich mûls
malen ( maal ik )maal ik
malen ( maal jij )mulse
malen ( maalde ik)malde ik
malen ( maalde jij )maldese
malen ( maalde u )malde geey
malen ( maalt u)malt geey
malen ( u maalde )heey malde
malen ( u maalt )geey malt
mannenmansluuy
marktmêrt
medelijdencompassie
meemei
meegemaaktmeigemakt
meemakenmeimaken
MeerloMilder
meestemirste
meestermeister
MeijelMeyel
meisjemegje
meisjesmegjes
MeldersloMelderse
melkbusmelktuit
melkemmermelkkaetel
melkfabriekde fuûs
melkkannentuiten
melkzeefzeeyschottel
melkzeeffiltertjesmelkwetjes
menenmeinen
menen ( gemeend )geménd
menen ( ik meen )ik mein
menen ( ik meende )ik ménde
menen ( jij meende )dich ménsde
menen ( jij meent )dich méns
menen ( meen ik )mein ik
menen ( meen jij )ménse
menen ( meende ik )ménde ik
menen ( meende jij )méndese
menen ( meende u )ménde geey
menen ( meent u )mént geey
menen ( u meende )geey ménde
mennen ( gemend )gemend
mennen ( ik men )ik men
mennen ( ik mende )ik mende
mennen ( jij mende )dich mensde
mennen ( jij ment )dich mens
mennen ( men ik )men ik
mennen ( men jij )mense
mennen ( mende ik )mende ik
mennen ( ment u )ment geey
mennen ( u mende )geey mende
mennen ( u ment )geey ment
mennen (mende jij )mendese
mennen (mende u )mende geey
mensmings
mensenmingsen
meppen ( gemept )gemept
meppen ( ik mep )ik mep
meppen ( ik mepte )ik mepde
meppen ( jij mept )dich mepd
meppen ( jij mepte )dich mepsde
meppen ( mep ik )mep ik
meppen ( mep jij )mepse
meppen ( mept u )mept geey
meppen ( mepte ik )mepde ik
meppen ( mepte jij )mepdese
meppen ( mepte u )mepde geey
meppen ( u mept )geey mept
meppen ( u mepte )geey mepde
merken ( gemerkt )gemerkt
merken ( ik merk )ik merk
merken ( ik merkte )ik merkde
merken ( jij merkt )dich merks
merken ( jij merkte )dich merksde
merken ( merk ik )merk ik
merken ( merkt u )merkt geey
merken ( merkte ik )merkde ik
merken ( merkte u )merkde geey
merken ( u merkt )geey merkt
merken ( u merkte )geey merkde
merken (merk jij )merkse
merken (merkte jij )merkdese
merriemaer
mest uitrijdenmeês varen
mest verspreidenmeêst braeken
mestgootgrip
mestvaaltmeeshoêp
met bezem vegenkaeren
meteenmejoaver
metenmaeten
meten ( gemeten )gemaeten
meten ( ik mat )ik maat
meten ( ik meet )ik maet
meten ( jij mat )dich mats
meten ( jij meet )dich mets
meten ( mat ik )maat ik
meten ( mat jij )matse
meten ( mat u )mat geey
meten ( meet ik )maet ik
meten ( meet jij )metse
meten ( meet u )met geey
meten ( u mat )geey mat
meten ( u meet )geey met
MeterikMiêterik
metselaarmetseler
mierzekdempel
mierennestzekdempeleboöch
mijmich
mijmich (meej is GEEN Sevenums!)
mijnmien
mikwêk
misdienaarmissendinder
miskennen ( ik misken )ik misken
miskennen ( jij miskende )dich miskensde
miskennen ( jij miskent )dich miskens
miskennen ( misken ik )misken ik
miskennen ( misken jij )miskense
miskennen ( miskend )miskend
miskennen ( miskende ik )miskende ik
miskennen ( miskent u )miskent geey
miskennen ( u miskende )geey miskende
miskennen ( u miskent )geey miskent
miskennen (miskende jij )miskendese
miskennen (miskende u )miskende geey
missen ( gemist )gemeêst
missen ( ik mis )ik mis
missen ( ik miste )ik meêsde
missen ( jij mist )dich meêst
missen ( jij miste )dich meêsde
missen ( mis ik )mis ik
missen ( mis jij )meesse
missen ( mist u )meêst geey
missen ( miste jij )meesdese
missen ( miste u )meesde geey
missen ( u mist )geey meêst
missen ( u miste )geey meêsde
missionarismissiepater
modemoêde
moemuuj
moedermooder
moedertjemeuderke
moetenmôtten
moeten ( gemoeten )gemoôst
moeten ( ik moest )ik moôs
moeten ( ik moet )ik môt
moeten ( jij moest )dich moôs
moeten ( Jij moet..)dich mos
moeten ( moest ik )ik moôs
moeten ( moest jij )moosse
moeten ( moest u )moost geey
moeten ( moet ik )môt ik
moeten ( moet jij )môsse
moeten ( moet u )môt geey
moeten ( u moest )geey moôst
moeten ( U moet…)geey môt
mogenmoogen
mogen ( gemogen )gemôgd
mogen ( ik mag )ik moog
mogen ( ik mocht )ik môgde
mogen ( jij mocht )dich môgs
mogen ( mag jij )môgse
mogen ( mocht jij )môgdese
mogen ( mocht u )môgde geey
mogen ( u mag )geey môgt
mokkenknoateren
mokken ( gemokt )geknoaterd
mokken ( ik mok )ik knoater
mokken ( ik mokte )ik knoaterde
mokken ( jij mokt )dich knoaters
mokken ( jij mokte )dich knoatersde
mokken ( mok ik )knoater ik
mokken ( mok jij )knoaterse
mokken ( mokt u )knoatert geey
mokken ( mokte ik )knoaterde ik
mokken ( mokte jij )knoaterdese
mokken ( mokte u )knoaterde geey
mokken ( u mokt )geey knoatert
mokken ( u mokte )geey knoaterde
molmoetworm
molenmeûlen
molenaarmulder
mondmonk
mopperaargreekpens
mopperengrêken
mopperen ( gemopperd )gegreekt
mopperen ( ik mopper )ik greek
mopperen ( ik mopperde )ik greekde
mopperen ( jij mopperde )dich greeksde
mopperen ( jij moppert )dich greeks
mopperen ( mopper ik )greek ik
mopperen ( mopper jij )greekse
mopperen ( mopperde ik )greekde ik
mopperen ( mopperde jij )greekdese
mopperen ( mopperde u )greekde geey
mopperen ( moppert u )greekt geey
mopperen ( u mopperde )geey greekde
mopperen ( u moppert )geey greekt
morgenmergen
morgenavondmergenaovund
morgenvroegmergevruuy
morsenslabben
morsen ( gemorst )geslabd
morsen ( ik mors )ik slab
morsen ( ik morste)ik slabde
morsen ( jij morst )dich slabs
morsen ( jij morste)dich slabsde
morsen ( mors ik )slab ik
morsen ( mors je )slabse
morsen ( morst u )slabt geey
morsen ( morste ik )slabde ik
morsen ( morste jij )slabdese
morsen ( morste u )slabde geey
morsen ( u morst )geey slabt
morsen ( u morste )geey slabde
mufferdgeey kôpt
muismoês
muizenmuûs
muizenvalmoezeval
musflors
naaien ( genaaid )geneyd
naaien ( ik naai )ik ney
naaien ( ik naaide )ik neyde
naaien ( jij naaide )dich neysde
naaien ( jij naait )dich neys
naaien ( naai ik )ney ik
naaien ( naaide ik )neyde ik
naaien ( naaide u)neyde geey
naaien ( naait u)neyt geey
naaien ( u naaide )geey neyde
naaien ( u naait )geey neyt
naaien (naai jij )neyse
naaien (naaide jij )neydese
naainaaldenneynalden
naaldennalden
naar huisna hoês
naastnaeven
nadeligschaylek
natnaat
neefnaef
NeerNaer
negennaegen
negenendertignaegen en dartig
negentiennaegeteen
negentignaegetig
nemennaemen
nemen ( genomen )genômen
nemen ( ik nam )ik naam
nemen ( jij nam )dich nams
nemen ( jij neemt )dich nems
nemen ( nam ik )naam ik
nemen ( nam jij )namse
nemen ( nam u )namt geey
nemen ( neem ik )naem ik
nemen ( neem jij )nêmse
nemen ( u nam )geey namt
nemen ( u neemt )geey nêmt
nemen (ik neem )ik naem
nestbooch
netelennaetelen
neusnaas
nichtneêch
niemandnemus
nietsnutlapzwans
NieuwjaarNieyaor
niezennisten
niezen ( geniesd )geneest
niezen ( ik nies )ik nist
niezen ( ik niesde )ik nisde
niezen ( jij niesde )dich neesde
niezen ( jij niest )dich neest
niezen ( nies ik )nist ik
niezen ( nies jij )neesse
niezen ( niesde ik )neesde ik
niezen ( niesde jij )neesdese
niezen ( niesde u )neesde geey
niezen ( niest u )neest geey
niezen ( u niesde )geey neesde
niezen ( u niest )geey neest
nijptangnieptang
nodignuûdig
nodigennûyen
nodigen ( genodigd )genud
nodigen ( ik nodig )ik nuûy
nodigen ( ik nodigde )ik nudde
nodigen ( jij nodigde )dich nutsde
nodigen ( jij nodigt )dich nuts
nodigen ( nodig ik )nuûy ik
nodigen ( nodig jij )nudse
nodigen ( nodigde ik )nudde ik
nodigen ( nodigde jij )nuddese
nodigen ( nodigde u )nudde geey
nodigen ( nodigt u )nud geey
nodigen ( u nodigde )geey nudde
nodigen ( u nodigt )geey nut
norsbaaraaf
novembernovvember
NSut spoôr
NS beambtespoôrman
ogenoêgen
ogen ( geoogd )geögd
ogen ( ik oog )ik oêg
ogen ( ik oogde )ik ogde
ogen ( jij oogde )dich ogsde
ogen ( jij oogt )dich ogs
ogen ( oog ik )oêg ik
ogen ( oogde ik )ogde ik
ogen ( oogde jij )ogdese
ogen ( oogde u )ogde geey
ogen ( oogt u )ogt geey
ogen ( u oogde )geey ogde
ogen ( u oogt )geey oêgt
ogen (oog jij )ogse
OirloOelder
oktoberoktoêber
omagrotmoder
omkledenumtrekken
onderonger
onderarmongererm
onderbeenongerbiên
onderbroekongerboks
onderkaakongerkaak
onderkennen ( ik onderken )ik onderken
onderkennen ( jij onderkende )dich onderkensde
onderkennen ( jij onderkent )dich onderkens
onderkennen ( onderken ik )onderken ik
onderkennen ( onderken jij )onderkense
onderkennen ( onderkend )onderkend
onderkennen ( onderkende ik )onderkende ik
onderkennen ( onderkent u )onderkent geey
onderkennen ( u onderkende )geey onderkende
onderkennen ( u onderkent )geey onderkent
onderkennen (onderkende jij )onderkendese
onderkennen (onderkende u )onderkende geey
ondersteongerste
ondertussenongerwiêl
onderwegongerwaeg
ongelooflijkongeluûfluk
onkruiddrek
onstuimige windspoeze
ontbijterste koffie
onterenontiêren
onteren ( ik onteer )ik ontiêr
onteren ( ik onteerde )ik ontiêrde
onteren ( jij onteerde )dich ontiêrsde
onteren ( jij onteert )dich ontiêrs
onteren ( onteer ik )ontiêr ik
onteren ( onteer jij )ontiêrse
onteren ( onteerd )ontiêrd
onteren ( onteerde ik )ontiêrde ik
onteren ( onteerde jij )ontiêrdese
onteren ( onteerde u )ontiêrde geey
onteren ( onteert u )ontiêrt geey
onteren ( u onteerde )geey ontiêrde
onteren ( u onteert )geey ontiêrt
ontkennen ( ik ontken )ik ontken
ontkennen ( jij ontkende )dich ontkensde
ontkennen ( jij ontkent )dich ontkens
ontkennen ( ontken ik )ontken ik
ontkennen ( ontken jij )ontkense
ontkennen ( ontkend )ontkend
ontkennen ( ontkende ik )ontkende ik
ontkennen ( ontkent u )ontkent geey
ontkennen ( u ontkende )geey ontkende
ontkennen ( u ontkent )geey ontkent
ontkennen (ontkende jij )ontkendese
ontkennen (ontkende u )ontkende geey
ontkomenontkoamen
ontkomen ( ik ontkom )ik ontkoam
ontkomen ( ik ontkwam )ik ontkwaam
ontkomen ( jij ontkomt )dich ontkûms
ontkomen ( jij ontkwam )dich ontkwams
ontkomen ( ontkom ik )ontkoam ik
ontkomen ( ontkom jij )ontkumse
ontkomen ( ontkomen )ontkoamen
ontkomen ( ontkomt u )ontkômt geey
ontkomen ( ontkwam ik )ontkwaam ik
ontkomen ( ontkwam jij )ontkwamse
ontkomen ( ontkwam u )ontkwamt geey
ontkomen ( u ontkomt )geey onkômt
ontkomen ( u ontkwam )geey ontkwamt
ontvangenkriêgen
ontvangen ( ik ontvang )ik kriêg
ontvangen ( ik ontving )ik kraeg
ontvangen ( jij ontvangt )dich kriêgs
ontvangen ( jij ontving )dich kraegs
ontvangen ( ontvang ik )kriêg ik
ontvangen ( ontvang jij )kriegse
ontvangen ( ontvangen )gekraegen
ontvangen ( ontvangt u )kriegt geey
ontvangen ( ontving ik )kraeg ik
ontvangen ( ontving je )kraegse
ontvangen ( ontving u )kraegt geey
ontvangen ( u ontvangt )geey kriêgt
ontvangen ( u ontving )geey kraegt
onweersbuihommelschoor
onzeozze
onze moederos moo of os mooder
onzinkwats
oogoêg
oogstogst
oogstfeestogstfist
ooroêr
op een haar naantrent
opagrotvader
openenöpene
openen ( geopende)geöpend
openen ( ik open )ik öpen
openen ( ik opende )ik öpende
openen ( jij opende )dich öpensde
openen ( jij opent )dich öpens
openen ( open ik )öpen ik
openen ( open jij )öpense
openen ( opende ik )öpende ik
openen ( opende jij )öpendese
openen ( opende u )öpende geey
openen ( opent u )öpent geey
openen ( u opende )geey öpende
openen ( u opent )geey öpent
ophangen ( hang ik op )hang ik op
ophangen ( hang jij op )hengse op
ophangen ( hangt u op )hangt geey op
ophangen ( hing ik op )hong ik op
ophangen ( hing je op )hongse op
ophangen ( hing u op )hongt geey op
ophangen ( ik hang op )ik hang op
ophangen ( ik hing op )ik hong op
ophangen ( jij hangt op )dich hengs op
ophangen ( jij hing op )dich hongs op
ophangen ( opgehangen )opgehangen
ophangen ( u hangt op )geey hangt op
ophangen ( u hing op )geey hongt op
ophemelenmoeken
ophemelen ( hemel ik op )moek ik
ophemelen ( hemel jij op )moekse
ophemelen ( hemelde ik op )moekde ik
ophemelen ( hemelde u op)moekde geey
ophemelen ( hemelt u op )moekt geey
ophemelen ( ik hemel op )ik moek
ophemelen ( ik hemelde op )ik moekde
ophemelen ( jij hemelde op )dich moeksde
ophemelen ( jij hemelt op )dich moeks
ophemelen ( opgehemeld)gemoekt
ophemelen ( u hemelde op)geey moekde
ophemelen ( u hemelt op )geey moekt
ophemelen (hemelde jij op )moekdese
opkoper oude materialenoud iêzer kel
opleggen ( ik leg op )ik leg op
opleggen ( ik legde op )ik lâg op
opleggen ( jij legde op )dich lâgs op
opleggen ( jij legt op )dich legs op
opleggen ( legde ik op )lâg ik op
opleggen ( legde jij op )lâgse op
opleggen ( legde u op )lâgt geey op
opleggen ( opgelegd )opge lâg
opleggen ( u legde op )geey lâgt op
opleggen ( u legt op )geey legt op
opleidenopleyen
opleiden ( ik leid op )ik ley op
opleiden ( jij opleidt )dich leys op
opleiden ( opgeleid )opgeleyd
opleiden ( u opleidt )geey leyt op
opluchtenopleûgten
oppassen ( ik pas op )ik pas op
oppassen ( ik paste op )ik pees op
oppassen ( jij past op )dich paes op
oppassen ( jij paste op )dich pees op
oppassen ( opgepast )opgepâst
oppassen ( pas ik op )pas ik op
oppassen ( pas jij op )paesse op
oppassen ( paste ik op )pees ik op
oppassen ( paste jij op )peesse op
oppassen ( paste u op )peest geey op
oppassen ( u past op )geey past op
oppassen ( u paste op )geey peest op
opruimenopruûmen
opruimen ( ik ruim op )ik ruûm op
opruimen ( ik ruimde op )ik ruumde op
opruimen ( jij ruimde op )dich ruumsde op
opruimen ( jij ruimt op )dich ruums op
opruimen ( opgeruimd )ogeruumd
opruimen ( ruim jij op )ruumse op
opruimen ( ruimde ik op )ruumde ik op
opruimen ( ruimde jij op )ruumdese op
opruimen ( ruimde u op)ruumde geey op
opruimen ( u ruimde op )geey ruumde op
opruimen ( u ruimt op )geey ruumt op
opscheppenopschuppen
opscheppen ( ik schep op )ik schûp op
opscheppen ( ik schepte op )ik schûpde op
opscheppen ( jij schept op )dich schûps op
opscheppen ( jij schepte op )dich schûpsde op
opscheppen ( opgeschept )opgeschûpt
opscheppen ( schep ik op )schûp ik op
opscheppen ( schep jij op )schûpse op
opscheppen ( schept u op )schûpt geey op
opscheppen ( schepte ik op )schûpde ik op
opscheppen ( schepte jij op )schûpdese op
opscheppen ( schepte jij op )schûpsdese op
opscheppen ( schepte u op )schûpde geey op
opscheppen ( u schept op )geey schûpt op
opscheppen ( u schepte op )geey schûpde op
opscheppen (jij schept op )dich schûps op
opzetstukken voor silohugsels
orenoêre
orenoêren
orthopeedknôkendokter
ouderlijk huiselderluk hoês
ouderselders
overeindouverengd
overhemdsporthemd
overhorenaafvroagen
overhoren ( ik overhoor )ik vroag aaf
overhoren ( ik overhoorde )ik vroog aaf
overhoren ( jij overhoorde )dich vroogs aaf
overhoren ( jij overhoort )dich vrugs aaf
overhoren ( overhoor ik )vroag ik aaf
overhoren ( overhoor jij )vrugse aaf
overhoren ( overhoord )aafgevrâgd
overhoren ( overhoorde ik )vroog ik aaf
overhoren ( overhoorde jij )vroogse aaf
overhoren ( overhoorde u )vroogt geey aaf
overhoren ( overhoort u )vragt geey aaf
overhoren ( u overhoorde )geey vroogt aaf
overhoren ( u overhoort )geey vragt aaf
overleggenordeneere
overmorgenouvermergen
overwinnenovverwinnen
overwinnen ( ik overwin )ik ovverwin
overwinnen ( ik overwon )ik ovverwôn
overwinnen ( jij overwint )dich ovverwins
overwinnen ( jij overwon )dich ovverwôns
overwinnen ( overwin ik )ovverwin ik
overwinnen ( overwin jij )ovverwinse
overwinnen ( overwint u )ovverwint geey
overwinnen ( overwon ik )ovverwôn ik
overwinnen ( overwon jij )ovverwônse
overwinnen ( overwon u )ovverwônt geey
overwinnen ( overwonnen )ovverwônnen
overwinnen ( u overwint )geey ovverwint
overwinnen ( u overwon )geey ovverwônt
paadjepedje
paardpaerd
paardenbloemenstoeben
paardenhoofdstukpaerdenhudsel
paardenstalpaerdestâl
paardentuiggetuug
paardenvoer voor onderwegkopzak
pachtgeldde pâch
padpaâd
pakken ( gepakt )gepakt
pakken ( ik pak )ik pak
pakken ( ik pakte )ik peek
pakken ( jij pakt )dich pêks
pakken ( jij pakte )dich peeks
pakken ( pak ik )pak ik
pakken ( pak jij )pêkse
pakken ( pakt u )pakt geey
pakken ( pakte ik )peek ik
pakken ( pakte jij )peekse
pakken ( pakte u )peekt geey
pakken ( u pakt )geey pakt
pakken ( u pakte )geey peekt
pakkist voor eireneierkeest
pannenkoekpannekook
PanningenPanninge
pantoffelspetoefels
papierpepeer
parkeerplaatsperkierplats
PasenPasse
passen ( gepast )gepâst
passen ( ik pas )ik pas
passen ( ik paste )ik pasde
passen ( jij past )dich paês
passen ( jij paste )dich peês
passen ( pas ik )pas ik
passen ( pas jij )paesse
passen ( past u )pâst geey
passen ( paste ik )pâsde ik
passen ( paste jij )peês dich
passen ( paste u )peêst geey
passen ( u past )geey pâst
passen ( u paste )geey peêst
patrijzenpetriêzen
perenpaeren
perensappaerenaat
petkieps
petjekiepske
petroleumpetraolium
peukjestumpke
piekerenprakkezeren
piekeren ( gepiekerd )geprakkezeerd
piekeren ( ik pieker )ik prakkezeer
piekeren ( ik piekerde )ik prakkezeerde
piekeren ( jij piekerde )dich prakkezeersde
piekeren ( jij piekert )dich prakkezeers
piekeren ( pieker jij )prakkezeerse
piekeren ( piekerde jij )prakkezeerdese
piekeren ( piekerde u )prakkezeerde geey
piekeren ( piekert u )prakkezeert geey
piekeren ( u piekerde )geey prakkezeerde
piekeren ( u piekert )geey prakkezeert
pierpeer
pijnpiên
pijppiêp
pijptabakpiêptabak
pikken ( gepikt )gepikt
pikken ( ik pik )ik pik
pikken ( ik pikte )ik pikde
pikken ( jij pikt )dich piks
pikken ( jij pikte )dich piksde
pikken ( pik ik )pik ik
pikken ( pik jij )pikse
pikken ( pikt u )pikt geey
pikken ( pikte ik )pikde ik
pikken ( pikte jij )pikdese
pikken ( pikte u )pikde geey
pikken ( u pikt )geey pikt
pikken ( u pikte )geey pikde
pinda`sapenötjes
pinnen ( pin je )pinse
pinnen ( pinde je )pindese
pinnen ( gepind )gepind
pinnen ( ik pin )ik pin
pinnen ( ik pinde )ik pinde
pinnen ( jij pinde )dich pinsde
pinnen ( jij pint )dich pins
pinnen ( pin ik )pin ik
pinnen ( pinde ik )pinde ik
pinnen ( pinde u )pinde geey
pinnen ( pint u )pint geey
pinnen ( u pinde )geey pinde
pinnen ( u pint )geey pint
pitten ( gepit )gepit
pitten ( ik pit )ik pit
pitten ( jij pit )dich pits
pitten ( jij pitte )dich pitsde
pitten ( pit ik )pit ik
pitten ( pit jij )pitse
pitten ( pit u )pit geey
plaatsjepletske
plakboekplekbook
plakselpleksel
plantenpôten
planten ( geplant )gepôt
planten ( ik plant )ik poat
planten ( jij plant )dich pôts
planten ( jij plantte )dich podse
planten ( plant ik )poat ik
planten ( plant jij )pôtse
planten ( plant u )pôt geey
planten ( u plant )geey pôt
plassenpissen
plassen ( geplast )gepeest
plassen ( ik plas )ik pis
plassen ( ik plaste )ik peêsde
plassen ( jij plast )dich peês
plassen ( jij plaste )dich peêsde
plassen ( plas jij )peêsse
plassen ( plast u )peêst geey
plassen ( plaste jij )peêsdese
plassen ( plaste u )peêsde geey
plassen ( u plast )geey peêst
plassen ( u plaste )geey peêsde
platte schopbatschup
ploegploog
ploegenbouwen
plooienplôyen
plooien ( geplooid )geployd
plooien ( ik plooi )ik ploy
plooien ( ik plooide )ik ployde
plooien ( jij plooide )jij ploysde
plooien ( jij plooit )dich ploys
plooien ( plooi ik )ploy ik
plooien ( plooi jij )ployse
plooien ( plooide ik )ployde ik
plooien ( plooide jij )ploydese
plooien ( plooide u )ployde u
plooien ( plooit u )ployt u
plooien ( u plooide)geey ployde
plooien ( u plooit )geey ployt
plotsopéns
pluimveehouderhennenboor
plukken ( geplukt )geplokken
plukken ( ik pluk )ik pluk
plukken ( ik plukte )ik plok
plukken ( jij plukt )dich pluks
plukken ( jij plukte )dich ploks
plukken ( pluk ik )pluk ik
plukken ( pluk jij)plukse
plukken ( plukt u )plukt geey
plukken ( plukte jij)plokse
plukken ( plukte u )plokt geey
plukken ( u plukt )geey plukt
plusfourpofboks
popispot
politiepliesie
pollepelschöplaepel
pookrôkeliêzer
poort in afrasteringvoôrgaat
pootjebadenputjebeyen
positief verhalenstuûten
postbodebreevendraeger
potjepötje
potlodenpotluuy
potloodpotloêd
praatjesprôtjes
praatjesmakerzwetsmajoêr
pratenproaten
pratenproate
praten ( gepraat )geprâd
praten ( ik praat )ik proat
praten ( ik praatte )ik prâdde
praten ( jij praat )dich prâts
praten ( jij praatte )dich prâdsde
praten ( praat ik )proat ik
praten ( praat jij )prâts dich
praten ( praat u )prât geey
praten ( praatte jij )prâddese
praten ( praatte u )prâdde gey
praten ( u praat )geey prât
praten ( u praatte )geey prâdde
praten (kwats uitkramen)kalle
preciespront
preisappreinaat
prekenpraeken
prijzenpriêzen
prijzen ( geprezen )gepraezen
prijzen ( ik prees )ik praes
prijzen ( ik prijs )ik priês
prijzen ( jij preest )dich praes
prijzen ( jij prijst )dich priês
prijzen ( prees ik )praes ik
prijzen ( prees jij )praes dich
prijzen ( prees u )praest geey
prijzen ( prijs ik )priês ik
prijzen ( prijs jij )priesse
prijzen ( prijst u )priest geey
prijzen ( u prees )geey praest
prijzen ( u prijst )geey priest
prikkeldraadpuntdroad
procesverbaalperses
proevenpreuven
proeven ( geproefd )geprufd
proeven ( ik proef )ik preuf
proeven ( ik proefde )ik prufde
proeven ( jij proefde )dich prufsde
proeven ( jij proeft )dich prufs
proeven ( proef ik )preuf ik
proeven ( proef jij )prufse
proeven ( proefde jij )prufdese
proeven ( proefde u )prufde geey
proeven ( proeft u )pruft geey
proeven ( u proefde )geey prufde
proeven ( u proeft )geey pruft
professorperfesser
proppen ( gepropt )gepropt
proppen ( ik prop )ik prop
proppen ( ik propte )ik propde
proppen ( jij propt )dich props
proppen ( jij propte )dich propsde
proppen ( prop ik )prop ik
proppen ( prop je )propse
proppen ( propt u )propt geey
proppen ( propte ik )propde ik
proppen ( propte je )propsdese
proppen ( propte u )propde geey
proppen ( u propte )geey propde
proppenschieter (uitgehold vlierhout)knaptoet
pruikproêk
pruimenproêmen
pruimensapproêmenaat
pruimenvlaaiproêmeflaai
pruimtabakproêmtebak
prulgoedknômmel
psychiatrische inrichtinggekkenhoês
puffen ( gepuft )gepeûft
puffen ( ik puf )ik puf
puffen ( ik pufte )ik peûfde
puffen ( jij puft )dich peûfs
puffen ( jij pufte )dich peûfsde
puffen ( puf ik )puf ik
puffen ( puf jij )peûfse
puffen ( puft u )peûft geey
puffen ( pufte ik )peûfde ik
puffen ( pufte jij )peûfdese
puffen ( pufte u )peûfde geey
puffen ( u puft )geey peûft
puffen ( u pufte )geey peûfde
puntenlijperpotloêdsliêper
raadhuisraodhoês
radenroayen
raden ( geraden )geroayen
raden ( ik raad )ik roay
raden ( ik ried )ik rooy
raden ( jij raadt )dich ruts
raden ( jij ried )dich rooys
raden ( raad jij )rutse
raden ( raadt u )rad geey
raden ( ried jij )rooyse
raden ( ried u )rooyt gey
raden ( u raadt )geey radt
raden ( u ried )geey rooyt
raken ( geraakt )gerakt
raken ( ik raak )ik raak
raken ( ik raakte )ik rakde
raken ( jij raakt )dich raks
raken ( jij raakte )dich raksde
raken ( raak je )rakse
raken ( raakt u )rakt geey
raken ( raakte jij )rakdese
raken ( raakte u )rakde geey
raken ( u raakt )geey rakt
raken ( u raakte )geey rakde
ranselknapzak
rapen ( geraapt )gerapt
rapen ( ik raap )raâp
rapen ( ik raapte)ik rapde
rapen ( jij raapt )dich raps
rapen ( jij raapte )dich rapsde
rapen ( raap ik)raap ik
rapen ( raap jij )rapse
rapen ( raapt u )rapt geey
rapen ( raapte ik)rapde ik
rapen ( raapte jij )rapsde dich
rapen ( raapte u )rapde geey
rapen ( u raapt )geey rapt
rapen ( u raapte )geey rapde
rapen ( wij rapen)weey rapen
ravenravels
regenraegen
regenjasraegenjas
rekenenraekenen
rekenen ( gerekend )geraekend
rekenen ( ik reken )ik raeken
rekenen ( ik rekende )ik raekende
rekenen ( jij rekende )dich raekensde
rekenen ( jij rekent )dich raekens
rekenen ( reken ik )raeken ik
rekenen ( reken jij )raekense
rekenen ( rekende ik )raekende ik
rekenen ( rekende jij )raekendese
rekenen ( rekende u )raekende geey
rekenen ( rekent u )raekent geey
rekenen ( u rekende )geey raekende
rekenen ( u rekent )geey raekent
remmen ( geremd )geremd
remmen ( ik rem )ik rem
remmen ( ik remde )ik remde
remmen ( jij remde )dich remsde
remmen ( jij remt )dich rems
remmen ( rem ik )rem ik
remmen ( rem jij )remse
remmen ( remde ik )remde ik
remmen ( remde jij )remdese
remmen ( remde u )remde geey
remmen ( remt u )remt geey
remmen ( u remde )geey remde
remmen ( u remt )geey remt
rennen ( gerend )gerend
rennen ( ik ren )ik ren
rennen ( ik rende )ik rende
rennen ( jij rende )dich rensde
rennen ( jij rent )dich rens
rennen ( ren ik )ren ik
rennen ( ren jij )rense
rennen ( rende ik )rende ik
rennen ( rende jij )rendese
rennen ( rende u )rende geey
rennen ( rent u )rent geey
rennen ( u rende )geey rende
rennen ( u rende )geey rende
rennen ( u rent )geey rent
rennen (rende jij )rendese
rennen (rende u )rende geey
reparerenmaken
repareren ( gerepareerd )gemakt
repareren ( ik repareer )ik maak
repareren ( ik repareerde )ik makde
repareren ( jij repareerde )dich maksde
repareren ( jij repareert )dich maks
repareren ( repareer ik )maak ik
repareren ( repareer jij )makse
repareren ( repareerde jij )makdese
repareren ( repareerde u )makde geey
repareren ( repareert u )makt geey
repareren ( u repareerde )geey makde
repareren ( u repareert )geey makt
reumathiekrimmetiek
Reuverde Ruiver
riekreek
rijbewijsrieybewiês
rijdenrieyen
rijden ( gereden )geraeyen
rijden ( ik reed )ik raey
rijden ( ik rijd )ik riey
rijden ( jij rijdt )dich rieys
rijden ( reed jij )raeyse
rijden ( reed u )raeyt geey
rijden ( rijd ik )raeyse
rijden ( rijd jij )raeyse
rijden ( rijdt u )raeyt geey
rijden ( u reed )geey raeyt
rijden ( u rijdt )geey raeyt
rijgenriêgen
rijgen ( geregen )geraegen
rijgen ( ik reeg )ik raeg
rijgen ( ik rijg )ik riêg
rijgen ( jij reeg )dich raegs
rijgen ( jij rijgt )dich riêgs
rijgen ( reeg ik )raeg ik
rijgen ( reeg jij )raegse
rijgen ( reeg u )raegt geey
rijgen ( rijg ik )riêg ik
rijgen ( rijg jij )riegse
rijgen ( rijgt u )riegt geey
rijgen ( u reeg )geey raegt
rijgen ( u rijgt )geey riêgt
rijstevlaairiêsteflaai
rode bessenroey miemere
rode koolroêd mos
roeien ( geroeid )geroeid
roeien ( ik roei )ik roei
roeien ( ik roeide )ik roeide
roeien ( jij roeide )dich roeisde
roeien ( jij roeit )dich roeis
roeien ( roei ik )roei ik
roeien ( roei jij )roeise
roeien ( roeide ik )roeide ik
roeien ( roeide jij )roeidese
roeien ( roeide u )roeide geey
roeien ( roeit u )roeyt geey
roeien ( u roeide )geey roeide
roeien ( u roeit )geey roeit
roepenrôpen
roepen ( geroepen)geropen
roepen ( ik riep)ik reep
roepen ( ik roep)ik roop
roepen ( jij riep)dich reeps
roepen ( riep jij )reepse
roepen ( riep u )reept geey
roepen ( roep ik )roop ik
roepen ( roep jij )rupse
roepen ( roept u )ropt geey
roepen ( u riep)geey reept
roepen ( u roept)geey ropt
roepen (jij roept)dich rups
roeren ( geroerd)gereûrd
roeren ( ik roer )ik reûr
roeren ( ik roerde )ik reûrde
roeren ( jij roerde )dich reûrsde
roeren ( jij roert)dich reûrs
roeren ( roer ik )reûr ik
roeren ( roer jij )reûrse
roeren ( roerde ik )reûrde ik
roeren ( roerde jij )reûrdese
roeren ( roerde u )reûrde geey
roeren ( roert u )reûrt geey
roeren ( u roerde )geey reûrde
roeren ( u roert)geey reûrt
RoermondRemungd
roetroot
roggekoaren
rokenroêken
roken ( gerookt )gerôkt
roken ( ik rook )ik roêk
roken ( ik rookte )ik rôkde
roken ( jij rookt )dich rôks
roken ( jij rookte )dich rôksde
roken ( rook je )rôkse
roken ( rookt u )rôkt geey
roken ( rookte jij )rôkdese
roken ( rookte u )rôkde geey
roken ( u rookt )geey rôkt
roken ( u rookte )geey rôkde
rollen ( gerold )gerold
rollen ( ik rol )ik rol
rollen ( ik rolde )ik rolde
rollen ( jij rolde )dich rolsde
rollen ( jij rolt )dich rols
rollen ( rol ik )rol ik
rollen ( rol jij )rolse
rollen ( rolde ik )rolde ik
rollen ( rolde jij )roldese
rollen ( rolde u )rolde geey
rollen ( rolt u )rolt geey
rollen ( u rolde )geey rolde
rollen ( u rolt )geey rolt
rondjerundje
rooien ( gerooid )gerooid
rooien ( ik rooi )ik rooi
rooien ( ik rooide )ik rooide
rooien ( jij rooide )dich rooisde
rooien ( jij rooit )dich roois
rooien ( rooi ik )rooi ik
rooien ( rooi jij )rooise
rooien ( rooide jij )rooidese
rooien ( rooide u )rooide geey
rooien ( rooit u )rooit geey
rooien ( u rooide )geey rooide
rooien ( u rooit )geey rooit
rookvleesruûkvleis
rot opstufoe
rouwen ( gerouwd )gerouwd
rouwen ( ik rouw )ik rouw
rouwen ( ik rouwde )ik rouwde
rouwen ( jij rouwde )dich rouwsde
rouwen ( jij rouwt )dich rouws
rouwen ( rouwde ik )rouwde ik
rouwen ( rouwde jij )rouwdese
rouwen ( rouwde u )rouwde geey
rouwen ( u rouwde )geey rouwde
rouwen ( u rouwt )geey rouwt
rozenkransroêzekrans
rozijnenkrinten
rugruk
ruikenruuken
ruiken ( geroken )gerôken
ruiken ( ik rook )ik rôôk
ruiken ( ik ruik )ik ruûk
ruiken ( jij rook )dich rôôks
ruiken ( jij ruikt )dich ruuks
ruiken ( rook jij )rôôkse
ruiken ( rookt u )rôôkt geey
ruiken ( ruik je )ruukse
ruiken ( ruikt u )ruukt geey
ruiken ( u rook )geey rôôkt
ruiken ( u ruikt )geey ruukt
ruilen ( geruild )geruild
ruilen ( ik ruil )ik ruil
ruilen ( ik ruilde )ik ruilde
ruilen ( jij ruilde )dich ruilsde
ruilen ( jij ruilt )dich ruils
ruilen ( ruil je )ruilse
ruilen ( ruilde ik )ruilde ik
ruilen ( ruilde jij )ruildese
ruilen ( ruilde u )ruilde geey
ruilen ( u ruilde )geey ruilde
ruilen ( u ruilt )geey ruilt
ruilhandel doenkoêtelen
ruimenruûmen
ruimen ( geruimd )ogeruumd
ruimen ( ik ruim )ik ruûm
ruimen ( ik ruimde )ik ruumde
ruimen ( jij ruimde )dich ruumsde
ruimen ( jij ruimt )dich ruums
ruimen ( ruim jij )ruumse
ruimen ( ruimde ik )ruumde ik
ruimen ( ruimde jij )ruumdese
ruimen ( ruimde u )ruumde geey
ruimen ( u ruimde )geey ruumde
ruimen ( u ruimt )geey ruumt
ruinruûn
ruiterruûter
rukken ( gerukt )gerukt
rukken ( ik ruk )ik ruk
rukken ( ik rukte )ik rukde
rukken ( jij rukt )dich ruks
rukken ( jij rukte )dich ruksde
rukken ( ruk ik )ruk ik
rukken ( ruk jij )rukse
rukken ( rukt u )rukt geey
rukken ( rukte ik )rukde ik
rukken ( rukte jij )rukdese
rukken ( rukte u )rukde geey
rukken ( u rukt )geey rukt
rukken ( u rukte )geey rukde
rundveehouderkoewenboor
rundvleesrungsvleis
rustenrösten
rusten ( gerust )geröst
rusten ( ik rust )ik rös
rusten ( ik rustte )ik rösde
rusten ( jij rust )dich rös
rusten ( jij rustte )dich rösde
rusten ( rust ik )rös ik
rusten ( rust jij )rösse
rusten ( rust u )röst geey
rusten ( rustte ik )rösde ik
rusten ( rustte jij )rösdese
rusten ( rustte u )rösde geey
rusten ( u rust )geey röst
rusten ( u rustte )geey rösde
ruwroôw
schaamteschamte
schaapschaôp
schaapherderschiêper
schaarschiêr
schaatsenschatsen
schaatsen ( geschaatst )geschatst
schaatsen ( ik schaats )ik schats
schaatsen ( ik schaatste )ik schatsde
schaatsen ( jij schaatst )dich schatst
schaatsen ( jij schaatste )dich schatsde
schaatsen ( schaats ik )schats ik
schaatsen ( schaats jij )schatsse
schaatsen ( schaatst u )schatst geey
schaatsen ( schaatste ik )schatsde ik
schaatsen ( schaatste jij )schatsdese
schaatsen ( schaatste u )schatsde geey
schaatsen ( u schaatst )geey schatst
schaatsen ( u schaatste)geey schatsde
schamelschaemel
schamen ( geschaamd )geschamd
schamen ( ik schaam )ik schaam
schamen ( ik schaamde )ik schamde
schamen ( jij schaamde )dich schamsde
schamen ( jij schaamt )dich schams
schamen ( schaam ik )schaam ik
schamen ( schaam je )schamse
schamen ( schaamde jij )schamdese dich
schamen ( schaamde u )schamde geey ow
schamen ( schaamt u ? )schamt geey ?
schamen ( u schaamde )geey schamde
schamen ( u schaamt )geey schamt
schapenstalschapskuuy
scharenschiêren
scharenslijperschiêresliêper
schateren ( geschaterd )geschaterd
schateren ( ik schater )ik schater
schateren ( ik schaterde )ik schaterde
schateren ( jij schaterde )dich schatersde
schateren ( jij schatert )dich schaters
schateren ( schater ik )schater ik
schateren ( schater jij )schaterse
schateren ( schaterde ik )schaterde ik
schateren ( schaterde jij )schatersde dich
schateren ( schaterde u )schaterde geey
schateren ( schatert u )schatert geey
schateren ( u schaterde )geey schaterde
schateren ( u schatert )geey schatert
scheefscheif
scheenbeenschaenbiên
schelden ( gescholden )gescholden
schelden ( ik scheld )ik schëld
schelden ( ik schold )ik schold
schelden ( jij scheldt )dich schuls
schelden ( jij schold )dich scholds
schelden ( scheld ik )scheld ik
schelden ( scheld jij )schulse
schelden ( scheldt u )scheldt geey
schelden ( schold jij )scholdse
schelden ( schold u )schold geey
schenenschaenen
scherenschaeren
scheveschijve
schieten ( geschoten )geschôten
schieten ( het schiet )ut schuut
schieten ( ik schiet )ik scheêt
schieten ( ik schoot )ik schôôt
schieten ( jij schiet )dich schuuts
schieten ( jij schoot )dich schôôts
schieten ( schiet ik )scheêt ik
schieten ( schiet je )schuutse
schieten ( schiet jij )schuutse
schieten ( schiet u )schit geey
schieten ( schoot jij )schôôtse
schieten ( schoot u )schôôt geey
schieten ( u schiet )geey schit
schieten ( u schoot )geey schôôt
schijfschiëf
schikken ( geschikt )geschikt
schikken ( ik schik )ik schik
schikken ( ik schikte )ik schikde
schikken ( jij schikt )dich schiks
schikken ( jij schikte )dich schiksde
schikken ( schik ik )schik ik
schikken ( schik jij )schikse
schikken ( schikt u )schikt geey
schikken ( schikte ik )schikde ik
schikken ( schikte jij )schikdese
schikken ( schikte u )schikde geey
schikken ( u schikt )geey schikt
schikken ( u schikte )geey schikde
schillenschéllen
schillen ( geschild )geschéld
schillen ( ik schil )ik schél
schillen ( ik schilde )ik schélde
schillen ( jij schilde )dich schélsde
schillen ( jij schilt )dich schéls )
schillen ( schil ik)schél ik
schillen ( schil jij )schélse
schillen ( schilde jij )schéldese
schillen ( schilde u )schélde geey
schillen ( schilt u )schélt geey
schillen ( u schilde )geey schélde
schim in het donkerboekels
schoenschoôn
schoenenschôôn
schoenmakerschoester
schoenvetersschoonremen
schoffelschoefel
schoffelenschoeffelen
schoffelen ( geschoffeld )geschoefeld
schoffelen ( ik schoffel )ik schoefel
schoffelen ( ik schoffelde )ik schoefelde
schoffelen ( jij schoffelde )dich schoefelsde
schoffelen ( jij schoffelt )dich schoefels
schoffelen ( schoffel ik )schoefel ik
schoffelen ( schoffel jij )schoefelse
schoffelen ( schoffelde jij )schoefelsdese
schoffelen ( schoffelde u )schoefelde geey
schoffelen ( schoffelt u )schoefelt geey
schoffelen ( u schoffelt )geey schoefelt
schooienschôyen
schooien ( geschooid )geschoyd
schooien ( ik schooi )ik schoy
schooien ( ik schooide )ik schoyde
schooien ( jij schooide )dich schoisde
schooien ( jij schooit )dich schoys
schooien ( schooi ik )schoy ik
schooien ( schooi jij )schoyse
schooien ( schooide ik )schoyde ik
schooien ( schooide jij )schoydese
schooien ( schooide u )schoyde geey
schooien ( schooit u )schoyt geeey
schooien ( u schooide)geey schoyde
schooien ( u schooit )geey schoyt
schooierkruuyer
schoolschoêl
schoolboekenschoêlbeûk
schoon ( mooi )schoên
schoorsteenschouw
schoorsteenmantelschouwmangtel
schoortseen vegenschouw poetsen
schop ( spade )schöp
schoppenschûppen
schoppen ( geschopt )geschpt
schoppen ( ik schop )ik schûp
schoppen ( ik schopte )ik schûpde
schoppen ( jij schopt )dich schûps
schoppen ( jij schopte )dich schûpsde
schoppen ( schop je )schûpse
schoppen ( schopt u )schûpt geey
schoppen ( schopte jij )schûpsdese
schoppen ( schopte u )schûpde geey
schoppen ( u schopt )geey schûpt
schoppen ( u schopte )geey schûpde
schortscholk
schoudersschouwers
schramschroam
schrapenscharren
schrapen ( geschraapt )geschard
schrapen ( ik schraap )ik schar
schrapen ( ik schraapte )ik scharde
schrapen ( jij schraapt )dich schars
schrapen ( jij schraapte )dich scharsde
schrapen ( schraap ik )schar ik
schrapen ( schraap jij )scharse
schrapen ( schraapt u )schart geey
schrapen ( schraapte ik )scharde ik
schrapen ( schraapte jij )schardese
schrapen ( schraapte u )scharde geey
schrapen ( u schraapt )geey schart
schrapen ( u schraapte )geey scharde
schreeuwenkaken
schreeuwen ( geschreeuwd )gekakt
schreeuwen ( Ik schreeuw )ik kaak
schreeuwen ( jij schreeuwt )dich kaks
schreeuwen ( schreeuw ik )kaak ik
schreeuwen ( schreeuw je )kakse
schreeuwen ( schreeuwde ik )kakde ik
schreeuwen ( schreeuwde jij)kakdese
schreeuwen ( schreeuwde u)kakde geey
schreeuwen ( schreeuwt u )kakt geey
schreeuwen ( u schreeuwt )geey kakt
schreeuwen (ik schreeuwde)ik kakde
schreeuwen (u schreeuwde)geey kakde
schreienschrauwen
schreien ( geschreid )geschrauwd
schreien ( ik schrei )ik schrauw
schreien ( ik schreide )ik schrauwde
schreien ( jij schreide )dich schrauwsde
schreien ( jij schreit )dich schrauws
schreien ( schrei ik )schrauw ik
schreien ( schrei jij )schrauwse
schreien ( schreide jij )schrauwsde dich
schreien ( schreide u )schrauwde geey
schreien ( schreit u )schrauwt geey
schreien ( u schreide )geey schrauwde
schreien ( u schreit )geey schrauwt
schrijdenschriêen
schrijvenschriêven
schrijven ( geschreven )geschraeven
schrijven ( ik schreef )ik schraef
schrijven ( ik schrijf )ik schriêf
schrijven ( jij schreef )dich schraefs
schrijven ( jij schrijft )dich schriêfs
schrijven ( schreef jij )schraefse
schrijven ( schreef u )schraeft geey
schrijven ( schrijf ik )schriêf ik
schrijven ( schrijf jij )schriêfse
schrijven ( schrijft u )schriêft geey
schrijven ( u schrijft )geey schriêft
schrobbenschroeben
schrobben ( geschrobd )geschroebd
schrobben ( ik schrob )ik schroeb
schrobben ( ik schrobde )ik schroebde
schrobben ( jij schrobde )dich schroebsde
schrobben ( jij schrobt )dich schroebs
schrobben ( schrob ik )schroeb ik
schrobben ( schrob jij )schroebse
schrobben ( schrobde jij )schroebsdese
schrobben ( schrobde u )schroebde geey
schrobben ( schrobt u )schroebt geey
schrobben ( u schrobde )geey schroebde
schrobben ( u schrobt )geey schroebt
schuifelenschroêvelen
schuimspaanschoêmspoan
schuren ( geschuurd )geschôôrd
schuren ( ik schuur )ik schôôr
schuren ( ik schuurde )ik schôôrde
schuren ( jij schuurde )dich schôôrsde
schuren ( jij schuurt )dich schôôrs
schuren ( schuur ik )schôôr ik
schuren ( schuur jij )schôôrse
schuren ( schuurde jij )schôôrsdese
schuren ( schuurde u )schôôrde geey
schuren ( schuurt u )schôôrt geey
schuren ( u schuurde )geey schôôrde
schuren ( u schuurt )geey schôôrt
schuren ( werkwoord )schoren
schuur ( gebouw )scheur
sedertvanaaf
SevenumZaerum
sevenumse gewoontenzaerumse moêde
sinaasappelappelesiên
sindssunkt
SinterklaasSinterklas
siroopkroêt
slaanhouwen
slaan ( geslagen)gehouwd
slaan ( ik sla )ik houw
slaan ( ik sloeg )ik houwde
slaan ( jij slaat )dich houws
slaan ( jij sloeg )dich houwsde
slaan ( sla ik )houw ik
slaan ( sla jij )houwse
slaan ( slaat u )houwt geey
slaan ( sloeg ik )houwde ik
slaan ( sloeg jij )houwdese
slaan ( sloeg u )houwde geey
slaan ( u slaat )geey houwt
slaan ( u sloeg )geey houwde
slagen ( geslaagd )geslaagd
slagen ( ik slaagde )ik slaagde
slagen ( jij slaagde )dich slaagsde
slagen ( jij slaagt )dich slaags
slagen ( slaag jij )slaagse
slagen ( slaagde jij )slaagdese
slagen ( slaagde u )slaagt geey
slagen ( slaagt u )slaagt geey
slagen ( u slaagde )geey slaagde
slagen ( u slaagt )geey slaagt
slagen (ik slaag )ik slaag
slagen (slaag ik )slaag ik
slagen (slaagde ik )slaagde ik
slagerslêchter
slapvasel
slapensloapen
slapen ( geslapen )gesloapen
slapen ( ik slaap )ik sloap
slapen ( ik sliep )ik sleep
slapen ( jij slaapt )dich slups
slapen ( jij sliep )dich sleeps
slapen ( slaap iksloap ik
slapen ( slaap jij )slupse
slapen ( slaapt u )slapt geey
slapen ( sliep ik )sleep ik
slapen ( sliep jij )sleepse
slapen ( sliep u )sleept geey
slapen ( u slaapt )geey slapt
slapen ( u sliep )geey sleept
slepensleipen
slepen ( gesleept )geslépt
slepen ( ik sleep )ik sleîp
slepen ( ik sleepte )ik slépde
slepen ( jij sleept )dich sléps
slepen ( jij sleepte )dich slépsde
slepen ( sleep ik )sleîp ik
slepen ( sleep jij )slépse
slepen ( sleept u )slépt geey
slepen ( sleepte ik )slépde ik
slepen ( sleepte jij )slépdese
slepen ( sleepte u )slépde geey
slepen ( u sleept )geey slépt
slepen ( u sleepte )geey slépde
slijpensliêpen
slijpen ( geslepen)geslaepen
slijpen ( ik sleep )il slaep
slijpen ( ik slijp )ik sliêp
slijpen ( jij sleep)dich slaeps
slijpen ( jij slijpt )dich slieps
slijpen ( sleep ik )slaep ik
slijpen ( sleep jij )slaepse
slijpen ( sleep u )slaept geey
slijpen ( slijp ik )sliêp ik
slijpen ( slijp jij )sliepse
slijpen ( slijpt u )sliept geey
slijpen ( u sleep )geey slaept
slijpen ( u slijpt )geey sliept
slijptolsliêptôl
slijtensliêten
slijten ( gesleten )geslaeten
slijten ( ik sleet )ik slaet
slijten ( ik slijt )ik sliêt
slijten ( jij sleet )dich slaets
slijten ( jij slijt )dich sliets
slijten ( sleet ik )slaet ik
slijten ( sleet jij )slaetse
slijten ( sleet u )slaet geey
slijten ( slijt ik )sliêt ik
slijten ( slijt jij )slietse
slijten ( slijt u )sliet geey
slijten ( u sleet )geey slaet
slijten ( u slijt )geey sliet
slikken ( geslikt )geslikt
slikken ( ik slik )ik slik
slikken ( ik slikte)ik slikde
slikken ( jij slikt )dich sliks
slikken ( jij slikte )dich sliksde
slikken ( slik jij )slikse
slikken ( slikte jij )slikdese
slikken ( slikte u)sikde geey
slikken ( u slikt )geey slikt
slikken ( u slikte )geey slikde
slikken (slik ik )slik ik
slippen ( geslipt )geslipt
slippen ( ik slip )ik slip
slippen ( ik slipte)ik slipde
slippen ( jij slipt )dich slips
slippen ( jij slipte )dich slipsde
slippen ( slip ik )slip ik
slippen ( slip jij )slipse
slippen ( slipt u )slipt geey
slippen ( slipte ik )slipde ik
slippen ( slipte jij )slipdese
slippen ( slipte u )slipde geey
slippen ( u slipt )geey slipt
slippen ( u slipte)geey slipde
slootgraaf
sloot vegengraaf vaegen
slopen ( gesloopt )gesloopt
slopen ( ik sloop )ik sloop
slopen ( ik sloopte )ik sloopde
slopen ( jij sloopt )dich sloops
slopen ( jij sloopte )dich sloopsde
slopen ( sloop ik )sloop ik
slopen ( sloop jij )sloopse
slopen ( sloopte ik )sloopde ik
slopen ( sloopte jij)sloopdese
slopen ( sloopte u )sloopde geey
slopen ( u sloopt )geey sloopt
slopen ( u sloopte )geey sloopde
sluipensluûpen
sluipen ( geslopen )geslôpen
sluipen ( ik sloop )ik sloôp
sluipen ( ik sluip )ik sluûp
sluipen ( jij sloop )dich sloops
sluipen ( jij sluipt )dich sluups
sluipen ( sloop jij )sloôpse
sluipen ( sloop u )sloôpt geey
sluipen ( sluip ik )sluûp ik
sluipen ( sluip jij )sluupse
sluipen ( u sloop )geey sloôpt
sluipen ( u sluipt )geey sluupt
sluitensloêten
sluiten ( gesloten)geslôten
sluiten ( ik sloot )ik sloôt
sluiten ( ik sluit )ik sloêt
sluiten ( jij sloot )dich sloôts
sluiten ( jij sluit )dich sloets
sluiten ( sloot jij )sloôtse
sluiten ( sloot u )sloôt geey
sluiten ( sluit jij )sloetse
sluiten ( sluit u )sloet geey
sluiten ( u sloot )geey sloôt
sluiten ( u sluit )geey sloet
sluitingsloêting
slurpen ( ik slurp )ik slúrp
slurpen ( ik slurpte )ik slurpde
slurpen ( jij slurpt )dich slürps
slurpen ( jij slurpte )dich slurpsde
slurpen ( slurp ik )slúrp ik
slurpen ( slurpt jij )surpse
slurpen ( slurpt u )slúrpt geey
slurpen ( slurpte ik )slúrpde ik
slurpen ( slurpte jij )slurpdese
slurpen ( slurpte u )slurpde geey
slurpen ( u slurpt )geey slúrpt
slurpen ( u slurpte )geey slurpde
smaandagssmandigs
smalsmaal
smallesmale
smederijsmidse
smerensmaere
smerren ( gesmeerd )gesmaerd
smerren ( ik smeer )ik smaer
smerren ( ik smeerde )ik smaerde
smerren ( jij smeerde )dich smaersde
smerren ( jij smeert )dich smaers
smerren ( smeer jij )smaerse
smerren ( smeerde ik )smaerde ik
smerren ( smeerde jij )smaerdese
smerren ( smeerde u )smaerde geey
smerren ( smeert u )smaert geey
smerren ( u smeerde)geey smaerde
smerren ( u smeert )geey smaert
smidsmaed
smijtensmiêten
smijten ( gesmeten )gesmaeten
smijten ( ik smeet )ik smaet
smijten ( ik smijt )ik smiêt
smijten ( jij smeet )dich smaets
smijten ( jij smijt )dich smiets
smijten ( smeet ik )smaet ik
smijten ( smeet jij )smaetse
smijten ( smeet u )smaet ge
smijten ( smijt ik )smiêt ik
smijten ( smijt je )smietse
smijten ( smijt u )smiêt geey
smijten ( u smeet )geey smaet
smijten ( u smijt )geey smiet
smullen ( gesmuld )gesmuld
smullen ( ik smul )ik smul
smullen ( ik smulde )ik smulde
smullen ( jij smulde )dich smulsde
smullen ( jij smult )dich smuls
smullen ( smul ik )smul ik
smullen ( smul jij)smulse
smullen ( smulde ik )smulde ik
smullen ( smulde jij)smuldese
smullen ( smulde u )smulde geey
smullen ( smult u )smult geey
smullen ( u smulde )geey smulde
smullen ( u smult)geey smult
snappen ( gesnapt )gesnapt
snappen ( ik snap )ik snap
snappen ( ik snapte )ik snapde
snappen ( jij snapt )dich snaps
snappen ( jij snapte )dich snapsde
snappen ( snap ik )snap ik
snappen ( snap jij )snapse
snappen ( snapt u )snapt geey
snappen ( snapte ik )snapde ik
snappen ( snapte jij )snapdese
snappen ( snapte u )snapde geey
snappen ( u snapt )geey snapt
snappen ( u snapte )geey snapde
snateren ( gesnaterd )gesnaterd
snateren ( ik snater )ik snater
snateren ( ik snaterde )ik snaterde
snateren ( jij snaterde )dich snatersde
snateren ( jij snatert )dich snaters
snateren ( snater ik )snater ik
snateren ( snater jij )snaterse
snateren ( snaterde ik )snaterde ik
snateren ( snaterde jij )snatersde dich
snateren ( snaterde u )snaterde geey
snateren ( snatert u )snatert geey
snateren ( u snaterde )geey snaterde
snateren ( u snatert )geey snatert
snauwen ( gesnauwd )gesnauwd
snauwen ( ik snauw )ik snauw
snauwen ( ik snauwde )ik snauwde
snauwen ( jij snauwde)dich snauwsde
snauwen ( jij snauwt )dich snauws
snauwen ( snauw ik )snauw ik
snauwen ( snauw jij )snauwse
snauwen ( snauwde ik )snauwde ik
snauwen ( snauwde jij )snauwdese
snauwen ( snauwde u )snauwde geey
snauwen ( snauwt u )snauwt geey
snauwen ( u snauwde )geey snauwde
snauwen ( u snauwt )geey snauwt
sneeuwsnieey
sneldrie-e
snijdensnieyen
snijden ( gesnedengesnaeyen
snijden ( Ik sneed )ik snaey
snijden ( Ik snijd )ik sniey
snijden ( jij sneed )dich snaeys
snijden ( Jij snijdt )dich snieys
snijden ( sneed ik )snaey ik
snijden ( sneed jij )snaeyse
snijden ( sneed u )snaeyt geey
snijden ( snij jij )snieyse
snijden ( snijdt u )snieyt geey
snijden ( u sneed )geey snaeyt
snijden ( u snijdt )geey snieyt
snipverkoudensnotverkeld
snoeksnook
snoepen ( gesnoept )gesnoept
snoepen ( ik snoep )ik snoep
snoepen ( ik snoepte )ik snoepde
snoepen ( jij snoept )dich snoeps
snoepen ( jij snoepte )dich snoepsde
snoepen ( snoep jij )snoepse
snoepen ( snoept u )snoept geey
snoepen ( snoepte ik )snoepde ik
snoepen ( snoepte jij )snoepdese
snoepen ( snoepte u )snoepde geey
snoepen ( u snoept )geey snoept
snoepen (u snoepte )geey snoepde
snoepjesbabbeltjes
snotneussnotnaas
snuivensnoêven
snuiven ( gesnoven )gesnôven
snuiven ( ik snoof )ik snoôf
snuiven ( ik snuif )ik snoêf
snuiven ( jij snoof )dich snoôfs
snuiven ( jij snuift )dich snoefs
snuiven ( snoof ik )snoof ik
snuiven ( snoof jij )snoofse
snuiven ( snoof u )snoôft geey
snuiven ( snuif ik )snuûf ik
snuiven ( snuif jij )snuufse
snuiven ( snuift u )snoeft geey
snuiven ( u snuift )geey snoeft
snurken ( gesnurkt )gesnurkt
snurken ( ik snurk )ik snurk
snurken ( ik snurkte)ik snurkde
snurken ( jij snurkt )dich snurks
snurken ( jij snurkte )dich snurksde
snurken ( snurk ik )snurk ik
snurken ( snurk jij )snurkse
snurken ( snurkt u )snurkt geey
snurken ( snurkte ik )snurkde ik
snurken ( snurkte jij )snurkdese
snurken ( snurkte u )snurkde geey
snurken ( u snurkt )geey snurkt
snurken ( u snurkte )geey snurkde
sokkenzök
soppen ( gesopt )gesopt
soppen ( ik sop )ik sop
soppen ( ik sopte)ik sopde
soppen ( jij sopt )dich sops
soppen ( jij sopte )dich sopsde
soppen ( sop ik )sop ik
soppen ( sop jij )sopse
soppen ( sopt u )sopt geey
soppen ( sopte ik )sopde ik
soppen ( sopte jij )sopdese
soppen ( sopte u)sopde geey
soppen ( u sopt )geey sopt
soppen ( u sopte )geey sopde
spakenspijken
spannen ( gespannen)gespannen
spannen ( ik span )ik span
spannen ( ik spande )ik speen
spannen ( jij spande )dich speens
spannen ( jij spant )dich spéns
spannen ( span ik )span ik
spannen ( span jij )spénse
spannen ( spande ik)speen ik
spannen ( spande jij )speense
spannen ( spant u )spant geey
spannen ( u spande )geey speent
spannen ( u spant )geey spant
spannen (spande u )speent geey
speculaasspeklassie
speculaaspopspeklassiemenke
speelkwartierspeûltiêd
spekken ( gespekt)gespekt
spekken ( ik spek )ik spek
spekken ( ik spekte )ik spekde
spekken ( jij spekt )dich speks
spekken ( jij spekte )dich speksde
spekken ( spek ik )spek ik
spekken ( spek jij )spekse
spekken ( spekt u )spekt geey
spekken ( spekte ik )spekde ik
spekken ( spekte jij )spekdese
spekken ( spekte u )spekde geey
spekken ( u spekt )geey spekt
spekken ( u spekte)geey spekde
spekkoekspekkook
spelenspeûlen
spelen ( gespeeld )gespûld
spelen ( ik speel )ik speûl
spelen ( ik speelde )ik spûlde
spelen ( jij speelde)dich spûlsde
spelen ( jij speelt )dich spûls
spelen ( speel ik )speûl ik
spelen ( speel jij )spulse
spelen ( speelde ik )spûlde ik
spelen ( speelde jij )spûldese
spelen ( speelde u )spûlde geey
spelen ( speelt u)spûlt geey
spelen ( u speelde )geey spûlde
spelen ( u speelt )geey spûlt
spierenspêren
spierpijnspeerpiên
spiertje trekkentoeketrekken
spijkersnaegel
spijtenspiêten
spijten ( speet het )spaet `t
spinnen ( gesponnen )gespônnen
spinnen ( ik spin )ik spin
spinnen ( ik spon )ik spôn
spinnen ( jij spint )dich spins
spinnen ( jij spon )dich spôns
spinnen ( spin ik )spin ik
spinnen ( spin jij )spinse
spinnen ( spint u )spint geey
spinnen ( spon ik )spôn ik
spinnen ( spon jij )spônse
spinnen ( spon u )spônt geey
spinnen ( u spint )geey spint
spinnen ( u spon )geey spônt
spittenspayen
spitten ( gespit )gespad
spitten ( ik spit )ik spaay
spitten ( ik spitte )ik spadde
spitten ( jij spit )dich spads
spitten ( jij spitte )dich spadsde
spitten ( spit ik )spaay ik
spitten ( spit jij )spatse
spitten ( spit u )spaayt geey
spitten ( spitte ik )spadde ik
spitten ( spitte jij )spaddese
spitten ( spitte u )spadde geey
spitten ( u spitte )geey spadde
spoedenspoôyen
spoeden ( gespoed )gespôd
spoeden ( ik spoed )ik spooy
spoeden ( jij spoedde )dich spodsde
spoeden ( jij spoedt )dich spods
spoeden ( spoed ik )spooy ik
spoeden ( spoedt u )spooyt geey
spoeden ( u spoedt )geey spôdt
spoeden (spoed jij )spodse
spokenspoêken
spoken ( gespookt )gespôkt
spoken ( ik spook )ik spoêk
spoken ( ik spookte )ik spôkde
spoken ( jij spookt )dich spôks
spoken ( jij spookte )dich spôksde
spoken ( spook ik )spoêk ik
spoken ( spook jij )spôkse
spoken ( spookt u )spôkt geey
spoken ( spookte ik )spôkde ik
spoken ( spookte jij )spôkdese
spoken ( spookte u )spôkde geey
spoken ( u spookt )geey spôkt
spoken (u spookte )geey spôkde
spookspoêk
spoorbomenspoôrbuûm
spottengekken
spotten ( gespot )gegekt
spotten ( ik spot )ik gek
spotten ( ik spotte )ik gekde
spotten ( jij spot )dich geks
spotten ( jij spotte )dich geksde
spotten ( spot ik )gek ik
spotten ( spot jij )gekse
spotten ( spot u )gekt geey
spotten ( spotte ik )gekde ik
spotten ( u spot )geey gekt
spotten ( u spotte )geey gekde
sproeien ( gesproeid )gesproeid
sproeien ( ik sproei )ik sproei
sproeien ( ik sproeide )ik sproeide
sproeien ( jij sproeide )dich sproeisde
sproeien ( jij sproeit )dich sproeis
sproeien ( sproei ik )sproei ik
sproeien ( sproei jij )sproeise
sproeien ( sproeide ik )sproeide ik
sproeien ( sproeide jij )sproeidese
sproeien ( sproeide u )sproeide geey
sproeien ( sproeit u )sproeyt geey
sproeien ( u sproeide )geey sproeide
sproeien ( u sproeit )geey sproeit
sprokkelhoutschansenhout
spruitjesspruutjes
spuiten ( gespoten )gespôten
spuiten ( ik spoot )ik spoôt
spuiten ( ik spuit )ik spuit
spuiten ( jij spoot )dich spoôts
spuiten ( jij spuit )dich sputs
spuiten ( spoot ik )spoôt ik
spuiten ( spoot jij)spoôtse
spuiten ( spoot u )spoôt geey
spuiten ( spuit ik )spuit ik
spuiten ( spuit jij)sputse
spuiten ( u spoot )geey spoôt
spuiten ( u spuit )geey sput
sropdasstrik
St. Margreet Als het dan regende bleef het langer regenenpisgreet
staanstoan
staan ( gestaan )gestoan
staan ( ik sta )ik stay
staan ( ik sta )ik stay ( ik stoan )
staan ( ik stond )ik stong
staan ( jij staat )dich stis
staan ( jij stond )dich stongs
staan ( sta jij )stisse
staan ( staat u )stât geey
staan ( staat u )stât steey
staan ( stond ik )stong ik
staan ( stond jij )stongse
staan ( stond u )stongt geey
staan ( u staat )geey stât
staan ( u stond )geey stongt
stampen ( gestampt )gestampt
stampen ( ik stamp )ik stamp
stampen ( ik stampte )ik stampde
stampen ( jij stampt )dich stamps
stampen ( jij stampte )dich stampsde
stampen ( stamp ik )stamp ik
stampen ( stamp jij )stampse
stampen ( stampt u )stampt geey
stampen ( stampte ik )stampde ik
stampen ( stampte jij )stampdese
stampen ( stampte u )stampde geey
stampen ( u stampt )geey stampt
stampen ( u stampte )geey stampde
stand ( bv adel )stand
stappen ( gestapt )gestapt
stappen ( ik stap )ik stap
stappen ( ik stapte )ik stapde
stappen ( jij stapt )dich stapsde
stappen ( jij stapte )dich stapsde
stappen ( stap ik )stap ik
stappen ( stap jij )stapse
stappen ( stapt u )stapt geey
stappen ( stapte ik )stapde ik
stappen ( stapte jij )stapdese
stappen ( stapte u )stapde geey
stappen ( u stapt )geey stapde
stappen ( u stapte )geey stapde
stationstassie
steedsstiks
SteegStaeg
steensteïn
steentjestentje
SteinhagenstraatSteinhagestroat
stekenstaeken
steken ( gestoken )gestôken
steken ( ik stak )ik staak
steken ( ik steek )ik staek
steken ( jij stak )dich staks
steken ( jij steekt )dich stiks
steken ( stak ik )staak ik
steken ( stak jij )stakse
steken ( stak u )stakt geey
steken ( steek ik )staek ik
steken ( steek jij )stikse
steken ( steekt u )stekt geey
steken ( u stak )geey stakt
steken ( u steekt )geey stekt
stelenstaelen
stelen ( gestolen )gestôlen
stelen ( ik stal )ik stoôl
stelen ( ik steel )ik stael
stelen ( jij stal)dich stoôls
stelen ( jij steelt )dich stuls
stelen ( stal ik )stoôl ik
stelen ( stal jij )stoôlse
stelen ( stal u )stoôlt geey
stelen ( steel ik )stael ik
stelen ( steel jij )stulse
stelen ( steelt u )staelt geey
stelen ( u stal )geey stoôlt
stelen ( u steelt )geey staelt
stellen ( stelt u )stélt geey
stellen ( gesteld )gestéld
stellen ( ik stel )ik stél
stellen ( ik stelde )ik stélde
stellen ( jij stelde )dich stélsde
stellen ( jij stelt )dich stéls
stellen ( stel ik )stél ik
stellen ( stel jij )stëlse
stellen ( stelde ik )stëlde ik
stellen ( stelde jij )stéldese
stellen ( stelde u )stëlde geey
stellen ( stelt u )stélt geey
stellen ( u stelde )geey stëlde
stellen ( u stelde )geey stélde
stellen ( u stelt )geey stëlt
stellen ( u stelt )geey stélt
stellen (stel ik )stël ik
stemmen ( gestemd )gestemd
stemmen ( ik stem )ik stem
stemmen ( ik stemde )ik stemde
stemmen ( jij stemde )dich stemsde
stemmen ( jij stemt )dich stems
stemmen ( stem ik )stem ik
stemmen ( stem jij )stemse
stemmen ( stemde ik )stemde ik
stemmen ( stemde jij )stemdese
stemmen ( stemde u )stemde geey
stemmen ( stemt u )stemt geey
stemmen ( u stemde )geey stemde
stemmen ( u stemt )geey stemt
stenenstein
stenensteinen
stepautoped
steppenpetten
steppen ( gestept )gepet
steppen ( ik step )ik pet
steppen ( ik stepte )ik pedde
steppen ( jij stept )dich pets
steppen ( jij stepte )dich pedse
steppen ( step ik )pet ik
steppen ( step jij )petse
steppen ( stept u )pet geey
steppen ( stepte ik )pedde ik
steppen ( stepte jij )peddese
steppen ( stepte u )pedde geey
steppen ( u stept )geey pet
steppen ( u stepte )geey pedde
sterken ( gesterkt )gesterkt
sterken ( ik sterk )ik sterk
sterken ( ik sterkte )ik sterkde
sterken ( jij sterkt )dich sterks
sterken ( jij sterkte )dich sterksde
sterken ( sterk ik )sterk ik
sterken ( sterkt u )sterkt geey
sterken ( sterkte ik )sterkde ik
sterken ( sterkte u )sterkde geey
sterken ( u sterkt )geey sterkt
sterken ( u sterkte )geey sterkde
sterken (sterk jij )sterkse
sterken (sterkte jij )sterkdese
sterven ( gestorven)gestôrven
sterven ( ik stierf)ik storf
sterven ( jij stierf)dich storfs
sterven ( sterf ik )sterf ik
sterven ( sterf jij)sturfse
sterven ( sterft u)sterft geey
sterven ( stierf ik)storf ik
sterven ( stierf jij)storfse
sterven ( stierf u)storft geey
sterven ( u stierf )geey storft
sterven (ik sterf )ik stêrf
sterven (jij sterft )dich sturfs
sterven (u sterft )geey sterft
stikken ( gestikt )gestikt
stikken ( ik stik )ik stik
stikken ( ik stikte )ik stikde
stikken ( jij stikt )dich stiks
stikken ( jij stikte )dich stiksde
stikken ( stik ik )stik ik
stikken ( stik jij)stikse
stikken ( stikte jij )stikdese
stikken ( stikte u)stikde geey
stikken ( u stikt )geey stikt
stikken ( u stikte )geey stikde
stoeienrulsen
stoeien ( gestoeid )gerulsd
stoeien ( ik stoei )ik ruls
stoeien ( ik stoeide )ik rulsde
stoeien ( jij stoeide )dich rulsde
stoeien ( jij stoeit )dich ruls
stoeien ( stoei ik )ruls ik
stoeien ( stoei jij )rulse
stoeien ( stoeide ik )rulsde ik
stoeien ( stoeide jij )rulsdese
stoeien ( stoeide u )rulsde geey
stoeien ( stoeit u )rulst geey
stoeien ( u stoeide )geey rulsde
stoeien ( u stoeit )geey rulst
stoelstool
stoelensteûl
stoelpootstoolpoêt
stoelpotenstoolpuût
stoken ( gestookt )gestokt
stoken ( ik stook )ik stoôk
stoken ( ik stookte )ik stokde
stoken ( jij stookt )dich stoks
stoken ( jij stookte )dich stoksde
stoken ( stook ik )stoôk ik
stoken ( stook jij )stokse
stoken ( stookt u )stokt geey
stoken ( stookte ik )stokde ik
stoken ( stookte jij )stokdese
stoken ( stookte u )stokde geey
stoken ( u stookt )geey stokt
stoken (u stookte )geey stokde
stomenstoêmen
stomen ( gestoomd )gestômd
stomen ( ik stoom )ik stoêm
stomen ( ik stoomde )ik stômde
stomen ( jij stoomde )dich stômsde
stomen ( stoom ik )stoêm ik
stomen ( stoom jij )stômse
stomen ( stoomde ik )stômde ik
stomen ( stoomde jij )stômdese
stomen ( stoomde u )stômde geey
stomen ( stoomt u )stômt geey
stomen ( u stoomde )geey stômde
stomen ( u stoomt )geey stômt
stomen (jij stoomt )dich stôms
stondstong
stoppen ( gestopt )oêtgescheyd
stoppen ( ik stop )ik schei oêt
stoppen ( ik stopte )ik scheide oêt
stoppen ( jij stopt )dich scheis oêt
stoppen ( jij stopte )disch scheisde oêt
stoppen ( ophouden )oêtscheyen
stoppen ( stop ik )schei ik oêt
stoppen ( stop je )scheise oêt
stoppen ( stopt u )scheit geey oêt
stoppen ( stopte ik )scheide ik oêt
stoppen ( stopte jij )scheidese oêt
stoppen ( u stopt )geey scheit oêt
stoppen ( u stopte )geey scheyde oêt
stoppen (stopte u )scheide geey oêt
storensturen
storen ( gestoord )gestuurd
storen ( ik stoor )ik stuur
storen ( ik stoorde )ik stuurde
storen ( jij stoorde )dicst stuursde
storen ( jij stoort )dicst stuurs
storen ( stoor ik )stuur ik
storen ( stoor jij )stuurse
storen ( stoorde ik )stuurde ik
storen ( stoorde jij )stuurdese
storen ( stoorde u )stuurde geey
storen ( stoort u )stuurt geey
storen ( u stoorde )geey stuurde
storen ( u stoort )geey stuurt
stotenstoêten
stoten ( gestoten )gestoêten
stoten ( ik stiet )ik steet
stoten ( ik stoot )ik stoêt
stoten ( jij stiet )dich steets
stoten ( jij stoot )dich stuts
stoten ( stiet ik )steet ik
stoten ( stiet jij )steetse
stoten ( stiet u )steet gey
stoten ( stoot ik )stoêt ik
stoten ( stoot jij )stutse
stoten ( stoot u )stôt geey
stoten ( u stiet )geey steet
stoten ( u stoot )geey stôt
stotterenstramelen
stotteren ( gestotterd )gestrameld
stotteren ( ik stotter )ik stramel
stotteren ( ik stotterde )ik stramelde
stotteren ( jij stotterde )dich stramelsde
stotteren ( jij stottert )dich stramels
stotteren ( stotter ik )stramel ik
stotteren ( stotter je )stramelse
stotteren ( stotterde ik )stramelde ik
stotteren ( stotterde je )strameldese
stotteren ( stotterde u )stramelde geey
stotteren ( stottert u )stramelt geey
stotteren ( u stotterde )geey stramelde
stotteren ( u stottert )geey stramelt
straaljagerstroaljaeger
straatstroat
straatjeströtje
straatlantaarnstroatlamp
straksstrakkes
stralenstraolen
stralen ( gestraald )gestraold
stralen ( ik straal )ik straol
stralen ( ik straalde )ik straolde
stralen ( jij straalde )dich straolsde
stralen ( jij straalt )dicht straols
stralen ( straal ik )straol ik
stralen ( straal jij )straolse
stralen ( straalde ik )straolde ik
stralen ( straalde jij )straoldese
stralen ( straalde u )straolde geey
stralen ( straalt u )straolt geey
stralen ( u straalde )geey straolde
stralen ( u straalt )geey straolt
stratenmakerstroatemaker
streepjestriepke
strekelwetstein
streken uithalenspuchte oethale
strekken ( gestrekt )gestrekt
strekken ( ik strek )ik strek
strekken ( ik strekte )ik strekde
strekken ( jij strekt )dich stréks
strekken ( jij strekte )dich streksde
strekken ( strek ik )strek ik
strekken ( strek jij )strekse
strekken ( strekt u )strekt geey
strekken ( strekte ik )strekde ik
strekken ( trekte jij )strekdese
strekken ( trekte u )strekde geey
strekken ( u strekt )geey strekt
strekken ( u strekte )geey strekde
strengenstraenen
strijdenstrieyen
strijden ( gestreden)gestraeyen
strijden ( ik streed )ik straey
strijden ( ik strijd )ik striêy
strijden ( jij streed )dich straeys
strijden ( jij strijdt )dich striêys
strijden ( streed ik )straey ik
strijden ( streed jij )straeyse
strijden ( streed u )straeyt geey
strijden ( strijd ik )striêy ik
strijden ( strijd jij )striêyse
strijden ( strijdt u )striêyt geey
strijden ( u streed )geey straeyt
strijden ( u strijdt )geey striêyt
strijkenstriêken
strijken ( gestreken )gestraeken
strijken ( ik streek )ik straek
strijken ( ik strijk )ik striêk
strijken ( jij streek )dich straeks
strijken ( jij strijkt )dich strieks
strijken ( streek jij )straekse
strijken ( streek u )straekt geey
strijken ( strijk ik )striêk ik
strijken ( strijk je )striekse
strijken ( strijkt u )striekt geey
strijken ( u streek )geey straekt
strijken ( u strijkt )geey striekt
strostroeë
stro in varkensstallen doenverkes strouwen
stromenstroêmen
stromen ( gestroomd )gestrômd
stromen ( ik stroom )ik stroêm
stromen ( ik stroomde )ik strômde
stromen ( jij stroomde )dich strômsde
stromen ( stroom ik )stroêm ik
stromen ( stroom jij )strômse
stromen ( stroomde ik )strômde ik
stromen ( stroomde jij )strômdese
stromen ( stroomde u )strômde geey
stromen ( stroomt u )strômt geey
stromen ( u stroomde )geey strômde
stromen ( u stroomt )geey strômt
stromen (jij stroomt )dich strôms
strooienstrouwen
strooien ( gestrooid )gestrouwd
strooien ( ik strooi )ik strouw
strooien ( ik strooide )ik strouwde
strooien ( jij strooide )dich strouwsde
strooien ( jij strooit )dich strouws
strooien ( strooi ik )strouw ik
strooien ( strooi jij )strouwse
strooien ( strooide ik )strouwde ik
strooien ( strooide u )strouwde geey
strooien ( strooit u )strouwt geey
strooien ( u strooide )geey strouwde
strooien ( u strooit )geey strouwt
strooien (strooide jij )strouwdese
stroopkroêt
stroopperskroêtpars
strooppotkroêtpot
stropstrup
stropdasslieps
stropenstruûpen
stropen ( gestroopt )gestrupt
stropen ( ik stroop )ik struûp
stropen ( ik stroopte)ik strupde
stropen ( jij stroopt )dich strups
stropen ( jij stroopte)dich strupsde
stropen ( stroop ik )struûp ik
stropen ( stroop jij )strupse
stropen ( stroopt u )strupt geey
stropen ( stroopte ik )strupde ik
stropen ( stroopte jij )strupdese
stropen ( stroopte u )strupde geey
stropen ( u stroopt )geey strupt
stropen ( u stroopte )geey strupde
strozakstroêzak
stucadoorplefonger
studerendoôrliêren
stuivenstuûven
stuivenstuven
stuiven ( gestoven )gestoaven
stuiven ( gestoven )gestôven
stuiven ( ik stoof )ik stoaf
stuiven ( ik stoof )ik stoôf
stuiven ( ik stuif )ik stuûf
stuiven ( jij stoof )dich stoafs
stuiven ( jij stoof )dich stoôfs
stuiven ( jij stuift )dich stuufs
stuiven ( stoof ik )stoof ik
stuiven ( stoof jij )stoafs dich
stuiven ( stoof jij )stoofse
stuiven ( stoof u )stoaft geey
stuiven ( stoof u )stoôft geey
stuiven ( stuif ik )stuûf ik
stuiven ( stuif jij )stuufse
stuiven ( stuift u )stuuft geey
stuiven ( u stoof )geey stoaft
stuiven ( u stuift )geey stuuft
stuk brandhoutklots
sturen ( gestuurd )gesteurd
sturen ( ik stuur )ik steur
sturen ( ik stuurde )ik steurde
sturen ( jij stuurde )dich steursde
sturen ( jij stuurt )dich steurs
sturen ( stuur ik )steur ik
sturen ( stuur jij )steurse
sturen ( stuurde jij )steurdese
sturen ( stuurde u )steurde geey
sturen ( stuurt u )steurt geey
sturen ( u stuurde )geey steurde
sturen ( u stuurt )geey steurt
sturen ( werkwoord )steuren
suffen ( gesuft )geseûft
suffen ( ik suf )ik suf
suffen ( ik sufte )ik seûfde
suffen ( jij suft )dich seûfs
suffen ( jij sufte )dich seûfsde
suffen ( suf ik )suf ik
suffen ( suf jij )seûfse
suffen ( suft u )seûft geey
suffen ( sufte ik )seûfde ik
suffen ( sufte jij )seûfdese
suffen ( sufte u )seûfde geey
suffen ( u suft )geey seûft
suffen ( u sufte )geey seûfde
suikersokker
suikerbietensokkerkroêten
suikerklontjesokkerkluntje
sussen ( gesust )geseûst
sussen ( ik sus )ik sus
sussen ( ik suste )ik seûsde
sussen ( jij sust )dich seûs )
sussen ( jij suste)dich seûsde
sussen ( sus ik )sus ik
sussen ( sus jij )seûsse
sussen ( sust u )seûst geey
sussen ( suste ik )seûsde ik
sussen ( suste jij)seûsdese
sussen ( suste u )seûsde geey
sussen ( u sust )geey seûst
sussen ( u suste)geey seûsde
SwalmenSwâlme
SwolgenSwolge
tabakspijptebakspiêp
tachtigtachetig
tafeltaffel
tafelkleedtaffelkliêd
tafelladetaffeltrek
tafellakentaffellaken
tafelpoottaffelpoêt
tafelpotentaffelpuût
takkenbosschâns
takkenbossenschansen
tandtank
tandentangd
tappen ( getapt )getapt
tappen ( ik tap )ik tap
tappen ( ik tapte )ik tapde
tappen ( jij tapt )dich taps
tappen ( jij tapte)dich tapsde
tappen ( tap ik )tap ik
tappen ( tap jij )tapse
tappen ( tapt u )tapt geey
tappen ( tapte ik )tapde ik
tappen ( tapte jij )tapsde dich
tappen ( tapte u )tapde geey
tappen ( u tapt)geey tapt
tappen ( u tapte )geey tapde
tarwewêit
tasfliês
teentiên
TegelenTegele
tegenstrijdig, in strijd metstriejig
tekeer gaan met pratendommenere
tekenenteikenen
tekenen ( getekend )geteikend
tekenen ( ik teken )ik teiken
tekenen ( ik tekende )ik teiekende
tekenen ( jij tekende )dich teikensde
tekenen ( jij tekent )dich teikens
tekenen ( teken ik )teiken ik
tekenen ( teken jij )teikense
tekenen ( tekende ik )teikende ik
tekenen ( tekende jij )teikendese
tekenen ( tekende u )teikende geey
tekenen ( tekent u )teikent geey
tekenen ( u tekende )geey teikende
tekenen ( u tekent )geey teikent
telefonerenopbellen
telefoneren ( getelefoneerd )opgebeld
telefoneren ( ik telefoneer )ik bel op
telefoneren ( ik telefoneerde )ik belde op
telefoneren ( jij telefoneerde )dich belsde op
telefoneren ( jij telefoneert )dich bels op
telefoneren ( telefoneer ik )bel ik op
telefoneren ( telefoneer jij )belse op
telefoneren ( telefoneerde ik )belde ik op
telefoneren ( telefoneerde jij )beldese op
telefoneren ( telefoneerde u )belt geey op
telefoneren ( telefoneert u )belt bgeey op
telefoneren ( u telefoneerde )geey belde op
telefoneren ( u telefoneert )geey belt op
telefoontillefoon
telen ( geteeld )geteeld
telen ( ik teel )ik teel
telen ( ik teelde )ik teelde
telen ( jij teelde )dich teelsde
telen ( jij teelt )dich teels
telen ( teel ik )teel ik
telen ( teel jij )teelse
telen ( teelde ik )teelde ik
telen ( teelde jij )teeldese
telen ( teelde u )teelde geey
telen ( teelt u )teelt geey
telen ( u teelde )geey teelde
telen ( u teelt )geey teelt
televisietillevizie
tellen ( geteld )getéld
tellen ( ik tel )ik tél
tellen ( ik telde )ik télde
tellen ( jij telde )dich télsde
tellen ( jij telt )dich téls
tellen ( tel ik )tél ik
tellen ( tel jij )telse
tellen ( telde ik )télde ik
tellen ( telde jij )téldese
tellen ( telde u )télde geey
tellen ( telt u )télt geey
tellen ( u telde )geey télde
tellen ( u telt )geey télt
tenentiên
tepels aan een uierdaemen
tevergeefsvergefs
theethiê
tienteen
TienrayTindere
tikken ( getikt )getikt
tikken ( ik tik )ik tik
tikken ( ik tikte )ik tikde
tikken ( jij tikt )dich tiks
tikken ( jij tikte )dich tiksde
tikken ( tik ik )tik ik
tikken ( tik jij )tikse
tikken ( tikt u )tikt geey
tikken ( tikte ik )tikde ik
tikken ( tikte jij )tikdese
tikken ( tikte u )tikde geey
tikken ( u tikt )geey tikt
tikken ( u tikte )geey tikde
tikkertje spelentaekenoaloêpe
tillenhuffen
tillen ( getild )gehûft
tillen ( ik til )ik huf
tillen ( ik tilde )ik hûfde
tillen ( jij tilde )dich hûfsde
tillen ( jij tilt )dich hûfs
tillen ( til jij )hûfse
tillen ( tilde jij )hûfsdese
tillen ( tilde u )hûfde geey
tillen ( tilt u )hûft geey
tillen ( u tilde )geey hûfde
tillen ( u tilt )geey hûft
timmerentummeren
timmeren ( getimmerd )getummerd
timmeren ( ik timmer )ik tummer
timmeren ( ik timmerde)ik tummerde
timmeren ( jij timmerde )dich tummersde
timmeren ( jij timmert)dich tummers
timmeren ( timmer ik )tummerde ik
timmeren ( timmer jij)tummersde dich
timmeren ( timmerde ik )tummerde ik
timmeren ( timmerde jij)tummersde dich
timmeren ( timmerde u )tummerde geey
timmeren ( timmert u )tummerde geey
timmeren ( u timmerde)tummerde
timmeren ( u timmert )geey tummert
timmermantummerman
tippen ( getipt )getipt
tippen ( ik tip )ik tip
tippen ( ik tipte)ik tipde
tippen ( jij tipt )dich tips
tippen ( jij tipte )dich tipsde
tippen ( tip ik )tip ik
tippen ( tip jij )tipse
tippen ( tipt u )tipt geey
tippen ( tipte ik )tipde ik
tippen ( tipte jij )tipdese
tippen ( tipte u )tipde geey
tippen ( u tipt )geey tipt
tippen ( u tipte)geey tipde
toneel spelenveûrspeûlen
toontoên
tot datwiesdet
tot zienshoije
touwtje springentouwke springen
trappentreje
trekharmonicatyrekbuûl
trekken ( getrokken )getrokken
trekken ( ik trek )ik trék
trekken ( ik trok )ik trok
trekken ( jij trekt )dich tréks
trekken ( jij trok )dich troks
trekken ( trek ik )trék ik
trekken ( trek jij )trékse
trekken ( trekt u )trékt geey
trekken ( trok ik )trok ik
trekken ( trok jij )trokse
trekken ( trok u )trokt geey
trekken ( u trekt )geey trékt
trekken ( u trok )geey trokt
trillen ( getrild )getrild
trillen ( ik tril )ik tril
trillen ( ik trilde)ik trilde
trillen ( jij trilde )dich trilsde
trillen ( jij trilt )dich trils
trillen ( trilde jij )trildese
trillen ( trilde u )trilde geey
trillen ( u trilde )geey trilde
trillen ( u trilt )geey trilt
trimmen ( ik trim )ik trim
trimmen ( ik trimde )ik trimde
trimmen ( jij trimde )dich trimsde
trimmen ( jij trimt )dich trims
trimmen ( trim ik )trim ik
trimmen ( trim jij )trimse
trimmen ( trimde ik )trimde ik
trimmen ( trimde jij )trimdese
trimmen ( trimde u )trimt geey
trimmen ( trimt u )trimt geey
trimmen ( u trimde )geey trimde
trimmen ( u trimt )geey trimt
troffeltroefel
trotsgruts
trouwen ( trouwde u )trouwde geey
trouwen ( getrouwd )getrouwd
trouwen ( ik trouw )ik trouw
trouwen ( ik trouwde )ik trouwde
trouwen ( jij trouwde )dich trouwsde
trouwen ( jij trouwt )dich trouws
trouwen ( trouw ik )trouw ik
trouwen ( trouw jij )trouwse
trouwen ( trouwde ik )trouwde ik
trouwen ( trouwde jij )trouwdese
trouwen ( trouwde u )trouwde geey
trouwen ( trouwt u )trouwt geey
trouwen ( u trouwde )geey trouwde
trouwen ( u trouwt )geey trouwt
tuinhoôf
tuinbonenwillewoepen
turentuûren
turen ( getuurd )getuurd
turen ( ik tuur )ik tuur
turen ( ik tuurde )ik tuurde
turen ( jij tuurde )dich tuursde
turen ( jij tuurt )dich tuurs
turen ( tuur ik )tuur ik
turen ( tuur jij )tuurse
turen ( tuurde jij )tuurdese
turen ( tuurde u )tuurde geey
turen ( tuurt u )tuurt geey
turen ( u tuurde )geey tuurde
turen ( u tuurt )geey tuurt
twaalftwelf
tweetwiê
tweeëndertigtwiê en dartig
tweeënenzestigtwiê en zestig
tweeënnegentigtwiê en naegentig
tweeëntachtigtwiê en tachetig
tweeëntwintigtwiê en twintig
tweeënveerigtwiê en virtig
tweeënvijftigtwiê en vieftig
tweeënzeventigtwiê en zaeventig
tweelingtwilling
twijfelentwiefelen
twijfelen ( getwijfeld )getwiefeld
twijfelen ( ik twijfel )ik twiefel
twijfelen ( ik twijfelde )ik twiefelde
twijfelen ( jij twijfelde )dich twiefelsde
twijfelen ( jij twijfelt )dich twiefels
twijfelen ( twijfel jij )twiefelse
twijfelen ( twijfelde jij )twiefeldese
twijfelen ( twijfelt u )twiefelt geey
twijfelen ( u twijfelde )geey twiefelde
twijfelen ( u twijfelt )geey twiefelt
Ugeey
uienloêk
uieruûr
uiloel
uitoêt
uit de wind, in de luwteaoverwindig
uit elkaaroetriên
uitglijdenglitsen
uitglijden ( gleed ik uit )glitsde ik
uitglijden ( gleed jij uit )glitsdese
uitglijden ( gleed u uit )glitsde geey
uitglijden ( glijd ik uit )glits ik
uitglijden ( glijd jij uit)glitse
uitglijden ( glijdt u uit )glidst geey
uitglijden ( ik gleed uit)ik glidsde
uitglijden ( ik glijd uit )ik glits
uitglijden ( jij gleed uit )dich glidsde
uitglijden ( jij glijdt uit )dich dlitst
uitglijden ( u gleed uit )geey glidsde
uitglijden ( u glijdt uit )geey glidst
uitglijden ( uit gegleden )geglitst
uitkijkenoêtkieken
uitrustenoêtrösten
uitscheldenoêtschelden
uitschelden ( ik scheld uit )ik scheld oêt
uitschelden ( ik schold uit )ik schold oêt
uitschelden ( jij scheldt uit )dich schulds oêt
uitschelden ( jij schold uit )dich scholds oêt
uitschelden ( scheld jij uit )schuldse oêt
uitschelden ( scheldt u uit )scheldt geey oêt
uitschelden ( schold ik uit )schold ik oêt
uitschelden ( schold jij uit )scholdse oêt
uitschelden ( schold u uit )schold geey oêt
uitschelden ( u schold uit )geey schold oêt
uitschelden ( uitgescholden)oêtgescholden
uitschelden (u scheldt uit )geey scheldt oêt
uitsmijteroêtsmieter
uuroôr
uwow
vaakduk
vaarsmoal
vaatschottele
vaat doenopwasse
vaatdoekschottelslet
vaatjevétje
vallen ( gevallen )gevallen
vallen ( ik val )ik val
vallen ( ik viel )ik veel
vallen ( jij valt )dich vels
vallen ( jij viel )dich veels
vallen ( u valt )geey valt
vallen ( u viel )geey veelt
vallen ( val ik )val ik
vallen ( val jij )velse
vallen ( valt u )valt geey
vallen ( viel ik )veel ik
vallen ( viel jij )veelse
vallen ( viel u )veelt geey
van mijvan mich
van uvan uch
van Ulftstraatvan Ulftstroat
vangen ( gevangen )gevangen
vangen ( ik vang )ik vang
vangen ( ik ving )ik vong
vangen ( jij vangt )dich vengs
vangen ( jij ving )dich vongs
vangen ( u vangt )geey vangt
vangen ( u ving )geey vongt
vangen ( vang ik )vang ik
vangen ( vang jij )vengse
vangen ( vangt u )vangt geey
vangen ( ving ik )vong ik
vangen ( ving je )vongse
vangen ( ving u )vongt geey
varkenverken
varkenskopverkuskop
vastendagvesteldaag
vatvaât
vechten ( gevochten )gevôchten
vechten ( ik vecht )ik vêch
vechten ( ik vocht )ik vôch
vechten ( jij vecht )dich veûchs
vechten ( jij vocht )dich vôchs
vechten ( u vecht )geey vêcht
vechten ( u vocht )geey vôcht
vechten ( vecht ik )vêch ik
vechten ( vecht jij )veûchse
vechten ( vecht u )vêcht geey
vechten ( vocht ik )vôcht ik
vechten ( vocht jij )vôchse
vechten ( vocht u )vôcht geey
veevië
veertienvirteen
veertigfirtig
veevoerviêvoôr
vegen ( geveegd )gekaerd
vegen ( ik veeg )ik kaer
vegen ( ik veegde )ik kaerde
vegen ( jij veegde )dich kaersde
vegen ( jij veegt )dich kaers
vegen ( met bezem )kaeren
vegen ( u veegt )geey kaert
vegen ( veeg jij )kaerse
vegen ( veegde jij )kaersdese
vegen ( veegde u )kaerde geey
vegen ( veegt u )kaert geey
vegerhankvaeger
VeldenVelde
veldwachterde rijks
VenloVenle
verwiêt
ver wegwièdeweg
verbandverbank
verbeeldenverbilden
verbeelden ( ik verbeeld )ik verbilt
verbeelden ( jij verbeeldt )dich verbils
verbeelden ( u verbeeldde )geey verbilde
verbeelden ( u verbeeldt )geey verbilt
verbeelden ( verbeeld )verbildt
verbeelden ( verbeeld ik )verbilt ik
verbeelden ( verbeeld jij )verbilse
verbeelden ( verbeeldde ik )verbilde ik
verbeelden ( verbeeldde jij )verbildese
verbeelden ( verbeelde u )verbilt geey
verbeelden (ik verbeeldde )ik verbilde
verbeelden (jij verbeeldde)dich verbilsde
verbergen ( ik verberg )ik verberg
verbergen ( ik verborg )ik verborg
verbergen ( jij verbergt )dich verburgs
verbergen ( jij verborg )dich verborgs
verbergen ( u verbergt )geey verbergt
verbergen ( u verborg )geey verborgt
verbergen ( verberg ik )verberg ik
verbergen ( verberg jij )verburgse
verbergen ( verbergt u )verbergt geey
verbergen ( verborg ik )verborg ik
verbergen ( verborg jij )verborgse
verbergen ( verborg u )verborgt geey
verbergen ( verborgen )verborgen
verbiedenverbeeyen
verbieden ( ik verbied )ik verbiêy
verbieden ( ik verbood )ik verboay
verbieden ( jij verbiedt )dich verbiêys
verbieden ( jij verbood )dich verboays
verbieden ( u verbiedt )geey verbieyt
verbieden ( u verbood )geey verboayt
verbieden ( verbied ik )verbiêy ik
verbieden ( verbied jij )verbiêyse
verbieden ( verbiedt u )verbiêyt gey
verbieden ( verboden )verboayen
verbieden ( verbood ik )verboayse
verbieden ( verbood u )verboayt geey
verbreden ( ik verbreed )ik verbriêy
verbreden ( jij verbreedde )dich verbridsde
verbreden ( jij verbreedt )dich verbrids
verbreden ( u verbreedt )geey verbridt
verbreden ( verbreed )verbrid
verbreden ( verbreed ik )verbriey ik
verbreden ( verbreed jij )verbridse
verbreden ( verbreedt u )verbrid geey
verdelenverdeilen
verdelen ( ik verdeel )ik verdeil
verdelen ( ik verdeelde )ik verdeilde
verdelen ( jij verdeelde )dich verdeilsde
verdelen ( jij verdeelt )dich verdeils
verdelen ( u verdeelde )geey verdeilde
verdelen ( u verdeelt )geey verdeilt
verdelen ( verdeel ik )verdeilt geey
verdelen ( verdeel jij )verdeilse
verdelen ( verdeeld )geverdeild
verdelen ( verdeelde jij )verdeildese
verdelen ( verdeelde u )verdeilde geey
verdelen ( verdeelt u )verdeilt geey
verdenken ( ik verdacht )ik verdâch
verdenken ( jij verdacht )dich verdâchs
verdenken ( jij verdenkt )verdich verdénks
verdenken ( u verdacht )geey verdâcht
verdenken ( u verdenkt )geey verdénkt
verdenken ( verdacht )verdâch
verdenken ( verdacht ik )verdäch ik
verdenken ( verdacht jij )verdâchse
verdenken ( verdacht u )verdâch geey
verdenken ( verdenk ik )verdénk ik
verdenken ( verdenk jij )verdénkse
verdenken ( verdenkt u )verdénkt geey
verdenken (ik verdenk )ik verdénk
verdrogenverdruûgen
verdrogen ( ik verdroog )ik verdruûg
verdrogen ( ik verdroogde )ik verdrugde
verdrogen ( jij verdroogde )dich verdrugsde
verdrogen ( jij verdroogt )dich verdrugs
verdrogen ( u verdroogde )geey verdrugde
verdrogen ( u verdroogt )geey verdrugt
verdrogen ( verdroog ik )verdruûg ik
verdrogen ( verdroog jij )verdrugse
verdrogen ( verdroogd )verdrugd
verdrogen ( verdroogde jij )verdrugdese
verdrogen ( verdroogde u )verdrugt geey
verdrogen ( verdroogt u )verdrugde geey
verdurenlieyen
verduren ( ik verduur )ik liêy
verduren ( ik verduurde )ik laey
verduren ( jij verduurde )dich laeys
verduren ( jij verduurt )dich liêys
verduren ( u verduurde )geey laeyt
verduren ( u verduurt )geey lieyt
verduren ( verduur ik )liêy ik
verduren ( verduur jij )lieyse
verduren ( verduurd )gelaeyen
verduren ( verduurde ik )laey ik
verduren ( verduurde jij )leayse
verduren ( verduurde u )leayt geey
verduren ( verduurt u )liêyt geey
verenvaere
vererenveriêren
vereren ( ik vereer )ik veriêr
vereren ( ik vereerde )ik veriêrde
vereren ( jij vereerde )dich veriêrsde
vereren ( jij vereert )dich veriêrs
vereren ( u vereerde )geey veriêrde
vereren ( u vereert )geey veriêrt
vereren ( vereer ik )veriêr ik
vereren ( vereer jij )veriêrse
vereren ( vereerd )veriêrd
vereren ( vereerde ik )veriêrde ik
vereren ( vereerde jij )veriêrdese
vereren ( vereerde u )veriêrde geey
vereren ( vereert u )veriêrt geey
vergaanvergoan
vergaan ( ik verga )ik vergoan
vergaan ( ik verging )ik verging
vergaan ( jij vergaat )dich vergis
vergaan ( verga jij )vergisse
vergaan ( vergaan )vergoan
vergaan ( vergaat u )vergât geey
vergaan ( verging ik )verging ik
vergaan ( verging jij )vergingse
vergaan ( verging u )vergingt geey
vergetenvergaeten
vergeten ( ik vergat )ik vergaat
vergeten ( ik vergeet )ik vergaet
vergeten ( jij vergat )dich vergats
vergeten ( Jij vergeet )dich vergits
vergeten ( u vergat )geey vergat
vergeten ( U vergeet )geey verget
vergeten ( vergat ik )vergaat ik
vergeten ( vergat jij )vergatse
vergeten ( vergat u )vergat geey
vergeten ( vergeet ik )vergaet ik
vergeten ( vergeet jij )vergitse
vergeten ( vergeet u )verget geey
vergevenvergaeven
vergeven ( ik vergaf )ik vergaaf
vergeven ( ik vergeef )ik vergaef
vergeven ( jij vergaf )dich vergafs
vergeven ( jij vergeeft )dich vergufs
vergeven ( u vergaf )geey vergaaft
vergeven ( u vergeeft )geey vergeft
vergeven ( vergaf ik )vergaaf ik
vergeven ( vergaf jij )vergafse
vergeven ( vergaf u )vergaaft geey
vergeven ( vergeef ik )vergaef ik
vergeven ( vergeef jij )vergufse
vergeven (vergeeft u )vergeft geey
vergietdoorslaag
vergissen ( ik vergis )ik vergis
vergissen ( ik vergiste )ik vergeesde
vergissen ( jij vergist )dich vergeês
vergissen ( jij vergiste )dich vergeesde
vergissen ( u vergist )geey vergeêst
vergissen ( u vergiste )geey vergeesde
vergissen ( vergis ik )vergis ik
vergissen ( vergis jij )vergisse
vergissen ( vergist )vergeêst
vergissen ( vergist u )vergeêst geey
vergissen ( vergiste ik )vergeesde ik
vergissen ( vergiste jij )vergeesdese
verhangen ( ik verhang )ik verhang
verhangen ( ik verhing )ik verhong
verhangen ( jij verhangt )dich verhéngs
verhangen ( jij verhing )dich verhongs
verhangen ( u verhangt )geey verhangt
verhangen ( u verhing )geey verhong
verhangen ( verhang ik )verhang ik
verhangen ( verhang jij )verhéngse
verhangen ( verhangt u )verhank geey
verhangen ( verhing ik )verhong ik
verhangen ( verhing jij )verhongse
verhangen (verhing u )verhonk geey
verharde weggrindwaeg
verhogenverhuûgen
verhogen ( ik verhoog )ik verhuûg
verhogen ( ik verhoogde )ik verhugde
verhogen ( jij verhoogde )dich verhugsde
verhogen ( jij verhoogt )dich verhugs
verhogen ( u verhoogde )geey verhugde
verhogen ( u verhoogt )geey verhugt
verhogen ( verhoog ik )verhuûg ik
verhogen ( verhoog jij )verhugse
verhogen ( verhoogd )verhugd
verhogen ( verhoogde ik )verhugde ik
verhogen ( verhoogde jij )verhugdese
verhogen ( verhoogde u )verhugde geey
verhorenverhuûren
verhoren ( ik verhoor )ik verhuûr
verhoren ( ik verhoorde )ik verhuûrde
verhoren ( jij verhoorde )dich verhuûrsde
verhoren ( jij verhoort )dich verhuûrs
verhoren ( u verhoorde )geey verhuûrde
verhoren ( u verhoort )geey verhuûrt
verhoren ( verhoor ik )verhuûr ik
verhoren ( verhoor jij )verhuûrse
verhoren ( verhoord )verhuûrd
verhoren ( verhoorde ik )verhuûrde ik
verhoren ( verhoorde jij )verhuûrdese
verhoren ( verhoorde u )verhuûrde geey
verhoren ( verhoort u )verhuûrt geey
verhurenverheuren
verhuren ( ik verhuur )ik verheur
verhuren ( ik verhuurde )ik verheurde
verhuren ( jij verhuurde )dich verheursde
verhuren ( jij verhuurt )dich verheurs
verhuren ( u verhuurde )geey verheurde
verhuren ( u verhuurt )geey verheurt
verhuren ( verhuur ik )verheur ik
verhuren ( verhuur jij )verheurse
verhuren ( verhuurd )verheurd
verhuren ( verhuurde jij )verheurdese
verhuren ( verhuurde u )verheurde geey
verhuren ( verhuurt u )verheurt geey
verkeerd omkrangsum
verkennen ( ik verken )ik verken
verkennen ( jij verkende )dich verkensde
verkennen ( jij verkent )dich verkens
verkennen ( u verkende )geey verkende
verkennen ( u verkent )geey verkent
verkennen ( verken ik )verken ik
verkennen ( verken jij )verkense
verkennen ( verkend )verkend
verkennen ( verkende ik )verkende ik
verkennen ( verkent u )verkent geey
verkennen (verkende jij )verkendese
verkennen (verkende u )verkende geey
verkopenverkoêpen
verkopen ( ik verkocht )ik verkôch
verkopen ( ik verkoop )ik verkoêp
verkopen ( jij verkocht )dich verkôchs
verkopen ( jij verkoopt )dich verkups
verkopen ( u verkocht )geey verkôcht
verkopen ( u verkoopt )geey verkôpt
verkopen ( verkocht )verkôch
verkopen ( verkocht ik )verkôch ik
verkopen ( verkocht jij )verkôchse
verkopen ( verkocht u )verkôcht geey
verkopen ( verkoop ik )verkoêp ik
verkopen ( verkoop jij )verkupse
verkopen ( verkoopt u)verkopt geey
verkoudenverkeld
verlagenverliêgen
verlagen ( ik verlaag )ik verliêg
verlagen ( ik verlaagde )ik verliêgde
verlagen ( jij verlaagde )dich verliêgsde
verlagen ( jij verlaagt )dich verliêgs
verlagen ( u verlaagde )geey verliêgde
verlagen ( u verlaagt )geey verligt
verlagen ( verlaag ik )verliêg ik
verlagen ( verlaag jij )verliêgse
verlagen ( verlaagd )verligd
verlagen ( verlaagde jij )verliêgdese
verlagen ( verlaagde u )verliêgde geey
verlagen ( verlaagt u )verliêgt geey
verlangen ( ik verlang )ik verlang
verlangen ( ik verlangde )ik verlangde
verlangen ( jij verlangde )dich verlangsde
verlangen ( jij verlangt )dich verlangs
verlangen ( u verlangde )geey verlangde
verlangen ( u verlangt )geey verlangt
verlangen ( verlang ik )verlang ik
verlangen ( verlang jij )verlangse
verlangen ( verlangde ik )verlangde ik
verlangen ( verlangde jij )verlangdese
verlangen ( verlangt u )verlangt geey
verlangen (verlangde u )verlangde geey
verleggen ( ik verleg )ik verleg
verleggen ( ik verlegde )ik verlâg
verleggen ( jij verlegde )dich verlâgs
verleggen ( jij verlegt )dich verlegs
verleggen ( u verlegde )geey verlâgt
verleggen ( u verlegt )geey verlegt
verleggen ( verlegd )verlâg
verleggen ( verlegde ik )verlâg ik
verleggen ( verlegde jij )verlâgse
verleggen ( verlegde u)verlâgt geey
verleidenverleyen
verleiden ( ik verleid )ik verley
verleiden ( jij verleidt )dich verleys
verleiden ( u verleidt )geey verleyt
verleiden ( verleid )verleyd
verlerenverliêren
verleren ( ik verleer )ik verliêr
verleren ( ik verleerde )ik verliêrde
verleren ( jij verleerde )dich verliêrsde
verleren ( jij verleert )dich verliêrs
verleren ( u verleerde )geey verliêrde
verleren ( u verleert )geey verliêrt
verleren ( verleer ik )verliêr ik
verleren ( verleer jij )verliêrse
verleren ( verleerd )verliêrd
verleren ( verleerde ik )verliêrde ik
verleren ( verleerde jij )verliêrdese
verleren ( verleerde u )verliêrde geey
verleren ( verleert u )verliêrt geey
verliezenverlezen
verliezen ( ik verlies )ik verlees
verliezen ( ik verloor )ik verloor
verliezen ( jij verliest )dich verluus
verliezen ( jij verloor )dich verloors
verliezen ( u verliest )geey verlist
verliezen ( u verloor )geey verloort
verliezen ( verlies ik )verlees ik
verliezen ( verlies je )verluusse
verliezen ( verloor je )verloorse
verliezen ( verloor u )verloort geey
verliezen ( verloren )verlôren
verontschuldigenspiêt betugen
verradenverroayen
verraden ( ik raad )ik verroay
verraden ( ik ried )ik verrooy
verraden ( jij raadt )dich verruts
verraden ( jij ried )dich verrooys
verraden ( raad jij )verrutse
verraden ( raadt u )verrad geey
verraden ( ried jij )verrooyse
verraden ( ried u )verrooyt gey
verraden ( u raadt )geey verradt
verraden ( u ried )geey verrooyt
verraden ( verraden )verroayen
verslijtenversliêten
verslijten ( ik versleet )ik verslaet
verslijten ( ik verslijt )ik versliêt
verslijten ( jij versleet )dich verslaets
verslijten ( jij verslijt )dich versliets
verslijten ( u versleet )geey verslaet
verslijten ( u verslijt )geey versliet
verslijten ( versleet ik )verslaet ik
verslijten ( versleet jij )verslaetse
verslijten ( versleet u )verslaet geey
verslijten ( versleten )verslaeten
verslijten ( verslijt ik )versliêt ik
verslijten ( verslijt je )verslietse
verslijten ( verslijt u )versliet geey
verstaanverstoan
verstaan ( ik versta )ik verstay
verstaan ( ik verstond )ik verstong
verstaan ( jij verstaat )dich verstis
verstaan ( jij verstond )dich verstongs
verstaan ( u verstaat )geey verstât
verstaan ( u verstond )geey verstongt
verstaan ( versta jij )verstisse
verstaan ( verstaan )verstoan
verstaan ( verstaat u )verstât geey
verstaan ( verstond ik )verstong ik
verstaan ( verstond jij )verstongse
verstaan ( verstond u )verstongt geey
verstandigverstendig
verstuikenverstoeken
verstuiken ( ik verstuik )ik verstoek
verstuiken ( ik verstuikte)ik verstoekde
verstuiken ( jij verstuikt )dich verstoeks
verstuiken ( jij verstuikte )dich verstoeksde
verstuiken ( verstuik jij )verstoekse
verstuiken ( verstuikt )verstoekt
verstuiken ( verstuikte jij )verstoekdese
verstuiken ( verstuikte u)verstoekde geey
verstuikken ( u verstuikt )geey verstoekt
verstuikken ( u verstuikte )geey verstoekde
verstuikken (verstuik ik )verstoek ik
vertellen ( ik vertel )ik vertél
vertellen ( jij vertelde )dich vertélsde
vertellen ( jij vertelt )dich vertéls
vertellen ( u vertelde )geey vertélde
vertellen ( u vertelt )geey vertélt
vertellen ( vertel ik )vertél ik
vertellen ( vertel jij )vertélse
vertellen ( verteld )vertéld
vertellen ( vertelde ik )vertélde ik
vertellen ( vertelde jij )vertéldese
vertellen ( vertelde u )vertélde geey
vertellen ( vertelt u )vertélt geey
vertrekken ( ik vertrek )ik vertrek
vertrekken ( ik vertrok )ik vertrok
vertrekken ( jij vertrekt )dich vertreks
vertrekken ( jij vertrok )dich vertroks
vertrekken ( u vertrekt )geey vertrekt
vertrekken ( u vertrok )geey vertrokt
vertrekken ( vertrek ik )vertrek ik
vertrekken ( vertrek jij )vertrekse
vertrekken ( vertrok jij )vertrokse
vertrekken ( vertrok u )vertrokt geey
vertrekken ( vertrokken)vertrokken
vertrekken ( vetrekt u )vertrekt geey
vertrekken ( vetrok ik )vertrok ik
vertrouwenvertroewen
vertrouwen ( ik vertrouw )ik vertroêw
vertrouwen ( ik vertrouw )ik vertrouw
vertrouwen ( ik vertrouwde )ik vertroêwde
vertrouwen ( ik vertrouwde )ik vertrouwde
vertrouwen ( jij vertrouwde )dich vertroêwsde
vertrouwen ( jij vertrouwde )dich vertrouwsde
vertrouwen ( jij vertrouwt )dich vertroêws
vertrouwen ( jij vertrouwt )dich vertrouws
vertrouwen ( u vertrouwde )geey vertroêwde
vertrouwen ( u vertrouwde )geey vertrouwde
vertrouwen ( u vertrouwt )geey vertroêwt
vertrouwen ( u vertrouwt )geey vertrouwt
vertrouwen ( vertrouw ik )vertroêw ik
vertrouwen ( vertrouw je )vertroêwse
vertrouwen ( vertrouwd )vertrouwd
vertrouwen ( vertrouwd )vetroêwd
vertrouwen ( vertrouwde ik )vertrouwde ik
vertrouwen ( vertrouwde ik )vetroêwde ik
vertrouwen ( vertrouwde jij )vertroêwdese
vertrouwen ( vertrouwde jij )vertrouwdese
vertrouwen ( vertrouwde u )vertrouwde geey
vertrouwen ( vertrouwde u )vetroêwde geey
vertrouwen ( vertrouwt u )vertroêwt geey
vervangen ( ik vervang )ik vervang
vervangen ( ik verving )ik vervong
vervangen ( jij vervangt )dich vervengs
vervangen ( jij verving )dich vervongs
vervangen ( u vervangt )geey vervangt
vervangen ( u verving )geey vervongt
vervangen ( vervang ik )vervang ik
vervangen ( vervang jij )vervengse
vervangen ( vervangt u )vervangt geey
vervangen ( verving ik )vervong ik
vervangen ( verving je )vervongse
vervangen ( verving u )vervongt geey
vervelenvervaelen
vervelen ( ik verveel )ik vervael
vervelen ( ik verveelde )ik vervelde
vervelen ( jij verveelde)dich vervelsde
vervelen ( jij verveelt )dich vervels
vervelen ( u verveelde )geey vervelde
vervelen ( u verveelt )geey vervaelt
vervelen ( verveel ik )vervael ik
vervelen ( verveel jij )vervelse
vervelen ( verveeld )vervaeld
vervelen ( verveelde ik )vervelde ik
vervelen ( verveelde jij )verveldese
vervelen ( verveelde u )vervelde geey
vervelen ( verveelt u)verft geey
verven ( geverfd )geverfd
verven ( ik verf )ik verf
verven ( ik verfde )ik verfde
verven ( jij verfde)dich verfsde
verven ( jij verft )dich verfs
verven ( u verfde )geey verfde
verven ( u verft )geey verft
verven ( verf ik )verf ik
verven ( verf jij )verfse
verven ( verfde ik )verfde ik
verven ( verfde jij )verfdese
verven ( verfde u )verfde geey
verven ( verft u)verft geey
verwerenverwaeren
verweren ( ik verweer )ik verwaer
verweren ( ik verweerde )ik verwaerde
verweren ( jij verweerde )dich verwaersde
verweren ( jij verweert )dich verwaers
verweren ( u verweerde )geey verwaerde
verweren ( u verweert )geey verwaert
verweren ( verweer jij )verwaerse
verweren ( verweerd )verwaerd
verweren ( verweerde u )verwaerde geey
verweren ( verweert u )verwaert geey
verweren (verweerde jij )verwaerdese
verzinnen ( ik verzin )ik verzin
verzinnen ( ik verzon )ik verzôn
verzinnen ( jij verzint )dich verzins
verzinnen ( jij verzon )dich verzôns
verzinnen ( u verzint )geey verzint
verzinnen ( u verzon )geey verzônt
verzinnen ( verzin ik )verzin ik
verzinnen ( verzin jij )verzinse
verzinnen ( verzint u )verzint geey
verzinnen ( verzon ik )verzôn ik
verzinnen ( verzon jij )verzônse
verzinnen ( verzon u )verzônt geey
verzinnen ( verzonnen )verzônnen
verzoekenverzeûken
verzoeken ( ik verzoek )ik verzeuk
verzoeken ( ik verzoekte )ik verzoôch
verzoeken ( jij verzoekt )dich verzuks
verzoeken ( jij verzoekte )dich verzoôchs
verzoeken ( u verzoekt )geey verzukt
verzoeken ( u verzoekte )geey verzoôcht
verzoeken ( verzocht )verzoôcht
verzoeken ( verzoek ik )verzeuk ik
verzoeken ( verzoek jij )verzukse
verzoeken ( verzoekt u )verzoôcht geey
verzoeken ( verzoekte ik )verzoôch ik
verzoeken ( verzoekte jij )verzoôchse
verzorgenverzurgen
verzorgen ( ik verzorg )ik verzurg
verzorgen ( ik verzorgde )ik verzurgde
verzorgen ( jij verzorgde )dich verzurgsde
verzorgen ( jij verzorgt )dich verzurgs
verzorgen ( u verzorgde )geey verzurgde
verzorgen ( u verzorgt )geey verzurgt
verzorgen ( verzorg jij )verzurgse
verzorgen ( verzorgd )verzurgd
verzorgen ( verzorgde jij )verzurgdese
verzorgen ( verzorgde u )verzurgde geey
verzorgen ( verzorgt u )verzurgt geey
verzwikken ( geverzwikt )geverzwikt
verzwikken ( ik verzwik )ik verzwik
verzwikken ( ik verzwikte )ik verzwikde
verzwikken ( jij verzwikt )dich verzwiks
verzwikken ( jij verzwikte )dich verzwiksde
verzwikken ( u verzwikt )geey verzwikt
verzwikken ( u verzwikte )geey verzwikde
verzwikken ( verzwik ik )verzwik ik
verzwikken ( verzwik jij )verzwikse
verzwikken ( verzwikt u )verzwikt geey
verzwikken ( verzwikte ik )verzwikde ik
verzwikken ( verzwikte jij )verzwikdese
verzwikken ( verzwikte u )verzwikde geey
veulentjevulke
vierveer
vierenvêren
vieren ( gevierd )geveêrd
vieren ( ik vier )ik veêr
vieren ( jij vierde )dich veersde
vieren ( jij viert )dich veêrs
vieren ( u vierde )geey veerde
vieren ( u viert )geey veert
vieren ( vierde ik )veerde ik
vieren ( vierde jij )veerdese
vieren ( vierde u )veerde geey
vieren (ik vierde )ik veerde
vierentachtigvir en tachetig
viezeriksmaerlap
vijfviêf
vijfenzeventigviêf en zaeventig
vijftienviefteen
vijftigfieftig
vindenvingen
vinden ( gevonden )gevongen
vinden ( ik vind )ik ving
vinden ( ik vond )ik vong
vinden ( jij vindt )dich vings
vinden ( jij vond )dich vongs
vinden ( u vindt )geey vingt
vinden ( u vond )geey vongt
vinden ( vind ik )ving ik
vinden ( vind jij )vingse
vinden ( vindt u )vongt geey
vinden ( vond ik )vong ik
vinden ( vond jij )vongse
vinden ( vond u )vongt geey
vishengelvisgaert
vitten ( gevit )gevit
vitten ( ik vit )ik vit
vitten ( jij vit )dich vits
vitten ( jij vitte )dich vitsde
vitten ( vit ik )vit ik
vitten ( vit jij )vitse
vitten ( vit u )vit geey
vlaamse gaaimerkkorf
vlakbijkortbeey
vleermuisvlaermoês
vleesvleis
vleienfledderen
vleien ( gevleid )gefledderd
vleien ( ik vlei )ik fledder
vleien ( ik vleide)ik fledderde
vleien ( jij vleide )dich fleddersde
vleien ( jij vleit )dich fledders
vleien ( u vleide )geey fledderde
vleien ( u vleit )geey fleddert
vleien ( vlei ik )fledder ik
vleien ( vlei jij )fledderse
vleien ( vleide ik )fledderde ik
vleien ( vleide jij )fledderdese
vleien ( vleide u )fledderde geey
vleien ( vleit u )fleddert geey
vleierfiëkeler of fiëkelvot
vleikontfleddervot
vliegvleeg
vliegenvlegen
vliegen ( gevlogen )gevlôgen
vliegen ( ik vlieg )ik vleêg
vliegen ( ik vlieg )ik vleeg
vliegen ( ik vloog )ik vloôg
vliegen ( ik vloog )ik vlôôg
vliegen ( jij vliegt )dich vluugs
vliegen ( jij vloog )dich vloôgs
vliegen ( u vliegt )geey vligt
vliegen ( u vliegt )geey vligt
vliegen ( u vloog )geey vloôgt
vliegen ( u vloog )geey vlôôgt
vliegen ( vlieg ik )vleêg ik
vliegen ( vlieg jij )vluugse
vliegen ( vliegt u )vligt geey
vliegen ( vloog u )vloôgt geey
vliegen ( vloog ik )vloôg ik
vliegen ( vloog jij )vloôgse
vliegen ( vloog u )vlôôgt geey
vliegtuigvleger
vlovloên
vloekenvlooken
vloeken ( gevloekt )gevlôkt
vloeken ( ik vloek )ik vlook
vloeken ( ik vloekte )Ik vlôkde
vloeken ( jij vloekt )dich vlôks
vloeken ( jij vloekte )dich vlôksde
vloeken ( u vloekt )geey vlôkt
vloeken ( u vloekte )geey vlôkde
vloeken ( vloek ik )vlook ik
vloeken ( vloek jij )vlôkse
vloeken ( vloekt u )vlôkt geey
vloeken ( vloekte ik )vlôkde ik
vloeken ( vloekte jij )vlôksdese
vloeken ( vloekte u )vlôkde geey
vlooienvluuën
vluchtenvleûgten
vluchtenwegrennen
vluchten ( gevlucht )gevleûgd
vluchten ( ik vlucht )ik vleûgt
vluchten ( ik vluchtte )ik vleûgde
vluchten ( jij vlucht )dich vleûgs
vluchten ( jij vluchtte )dich vleûgsde
vluchten ( u vlucht )geey vleûgt
vluchten ( u vluchtte )geey vleûgde
vluchten ( vlucht ik )vleûg ik
vluchten ( vlucht jij )vleûgse
vluchten ( vlucht u )vleûgt geey
vluchten ( vluchtte ik )vleûgde ik
vluchten ( vluchtte jij )vleûgdese
vluchten ( vluchtte u )vleûgde geey
vlugdrie-e
vochtigvlaês
voedenvoren
voelenveulen
voelen ( gevoeld )gevuld
voelen ( ik voel )ik veul
voelen ( ik voelde )ik vulde
voelen ( jij voelde )dich vulsde
voelen ( jij voelt )dich vuls
voelen ( u voelde )geey vulde
voelen ( u voelt )geey vult
voelen ( voel ik )veul ik
voelen ( voel jij )vulse
voelen ( voelde ik )vulde ik
voelen ( voelde jij )vulsdese
voelen ( voelde u )vulde geey
voelen ( voelt u )vult geey
voerenveuren
voermanveurman
voermanvoorman
voertuigengevaers
voetvoot
voetballen ( gevoetbald )gevoetbald
voetballen ( ik voetbal )ik voetbal
voetballen ( ik voetbalde )ik voetbalde
voetballen ( jij voetbalde )dich voetbalsde
voetballen ( jij voetbalt )dich voetbals
voetballen ( u voetbalde )geey voetbalde
voetballen ( u voetbalt )geey voetbalt
voetballen ( voetbal ik )voetbal ik
voetballen ( voetbal jij )voetbalse
voetballen ( voetbalde ik )voetbalde ik
voetballen ( voetbalde jij )voetbaldese
voetballen ( voetbalde u )voetbalde geey
voetballen ( voetbalt u )voetbalt geey
voetenveut
vogelnestmussenboôch
vogelsmussen
vogeltjesmeûskes
voldoendegenog
voorvur
voordeurvurste deur
voorzichtigvurzetig
vork ( eten)rikske
vork ( riek)reek
vospaardvoës
vragenvroagen
vragen ( hij vraagt )heey vrugt
vragen ( ik vraag )ik vroag
vragen ( ik vroeg )ik vroog
vragen ( jij vraagt )dich vrugs
vragen ( jij vroeg )dich vroogs
vragen ( u vraagt )geey vrâgt
vragen ( u vroeg )geey vroogt
vragen ( vraag ik )vroag ik
vragen ( vraag je )vrugse
vragen ( vraagt u )vragt geey
vragen ( vroeg ik )vroog ik
vragen ( vroeg jij )vroogse
vragen ( vroeg u )vroogt geey
VredepeelVredepiêl
vreemdvrumd
vrees hebbenschoûw ziên
vretenvraeten
vreten ( gevreten)gevraeten
vreten ( ik vrat )ik vraat
vreten ( ik vreet )ik vraet
vreten ( jij vrat )dich vrats
vreten ( jij vreet )dich vrits
vreten ( u vrat )geey vrat
vreten ( u vreet )geey vret
vreten ( vrat ik )vraat ik
vreten ( vrat jij )vraatse
vreten ( vrat u )vrat geey
vreten ( vreet ik )vraet ik
vreten ( vreet jij )vritse
vreten ( vreet u )vret geey
vriendenkameroij
vriezenvrêzen
vriezen ( het vriest )t vruust
VrijdagVriêdig
vrijdagavondvriedigaovund
vrijdagochtendvriedigmergen
vrijdagsfriedigs
vroedvrouwwiêswiêf
vroegvruuy
vroegervruujer
vrouwvrommes
vrouwenvrôlie
vuilnisemmerdreksbak
vullen ( gevuld)gevuld
vullen ( ik vul )ik vul
vullen ( ik vulde )ik vulde
vullen ( jij vulde )dich vulsde
vullen ( jij vult )dich vüls
vullen ( u vulde )geey vulde
vullen ( u vult )geey vult
vullen ( vul ik )vul ik
vullen ( vul jij )vulse
vullen ( vulde ik )vulde ik
vullen ( vulde jij )vuldese
vullen ( vulde u )vulde geey
vullen ( vult u )vult geey
vuurveûr
waarheenwoa hén
waaromwarrum
wachten ( gewacht )gewâch
wachten ( ik wacht )ik wâch
wachten ( ik wachtte )ik wâchde
wachten ( jij wacht )dich wâchs
wachten ( jij wachtte )dich wâchsde
wachten ( u wacht )geey wâcht
wachten ( u wachtte )geey wâchde
wachten ( wacht ik )wâch ik
wachten ( wacht jij )wâchse
wachten ( wacht u )wâcht geey
wachten ( wachtte ik )wâchde ik
wachten ( wachtte jij )wâchdese
wachten ( wachtte u )wâchde geey
wagenwaogen
wagen ( gewaagd )gewagd
wagen ( ik waag )ik waog
wagen ( ik waagde )ik wagde
wagen ( jij waagde )dich wagsde
wagen ( jij waagt )dich wags
wagen ( u waagde )geey wagde
wagen ( u waagt )geey wagt
wagen ( waag ik )waog ik
wagen ( waag jij )wagse
wagen ( waagde ik )wagde ik
wagen ( waagde jij )wagdese
wagen ( waagde u )wagde geey
wagen ( waagt u )wagt geey
wakenwoaken
waken ( gewaakt )gewoakt
waken ( ik waak )ik woak
waken ( ik waakte )ik wâkde
waken ( jij waakt )dich woaks
waken ( jij waakte )dich wâksde
waken ( U waakt )geey woakt
waken ( U waakte )geey wâkde
waken ( waak ik )woak ik
waken ( Waak jij )woakse
waken ( waakt u )woakt geey
waken ( waakte ik )wakde ik
waken ( waakte jij )wâkdese
waken ( waakte u )wâkde geey
wandelen ( gewandeld )gewandeld
wandelen ( ik wandel )ik wandel
wandelen ( ik wandelde )ik wandelde
wandelen ( jij wandelde )dich wandelsde
wandelen ( jij wandelt )dich wandels
wandelen ( u wandelde )geey wandelde
wandelen ( u wandelt )geey wandelt
wandelen ( wandel ik )wandel ik
wandelen ( wandel jij )wandelse
wandelen ( wandelde ik )wandelde ik
wandelen ( wandelde jij )wandeldese
wandelen ( wandelde u )wandelde geey
wandelen ( wandelt u )wandelt geey
wandelstokwandelstek
wasbordvroespel
wasgoedwês
wasketelsopkaetel
wasknijperwaspinke
waslijnwesliên
waspoederzeippoeyer
wassen ( gewassen )gewâssen
wassen ( ik was )ik wâs
wassen ( ik waste)ik wees
wassen ( jij wast )dich waest
wassen ( jij waste)dich wees
wassen ( u wast)geey wâst
wassen ( u waste )geey weest
wassen ( was ik )wâs ik
wassen ( was jij)waesse
wassen ( wast u )wâst geey
wassen ( waste ik )wees ik
wassen ( waste jij)weesse
wassen ( waste u )weest geey
wasteilkuüp
water gevenwaeteren
waterbak in weilanddrinkesbak
waterdichtwaterdeêch
waterketelmoêr
watjeswêtjes
WCt huuske
weckeninmaken
weckflesseninmaakglaâs
weckglasinmaakglaâs
weduwewedvrouw
weerwolfwaerwolf
wegenwaegen
wegen ( gewogen )gewôgen
wegen ( ik weeg )ik waeg
wegen ( ik woog )ik woôg
wegen ( jij weegt )dich wugs
wegen ( jij woog )dich woôgs
wegen ( u weegt )geey wegt
wegen ( u woog )geey woôgt
wegen ( weeg ik )waeg ik
wegen ( weeg jij )wugse
wegen ( weegt u )wegt geey
wegen ( woog ik )woôg ik
wegen ( woog jij )woôgse
wegen ( woog u )woôgt geey
weggetjewêgske
wegkantwaegkankt
weiafsrasteringgelink
weigeren ( ik weiger )ik weiger
weigeren ( ik weigerde )ik weigerde
weigeren ( jij weigerde )dich weigersde
weigeren ( jij weigert )dich weigers
weigeren ( u weigerde )geey weigerde
weigeren ( u weigert )geey weigert
weigeren ( weiger ik )weiger ik
weigeren ( weiger jij )weigerse
weigeren ( weigerde ik )weigerde ik
weigeren ( weigerde jij )weigersde dich
weigeren ( weigerde u )weigerde geey
weigeren ( weigert u )weigert geey
weigeren (geweigerd )geweigerd
weinigwiênig
weipaalgelinkpoal
weipoortvoorgaat
wendgedeelte op akkervurrend
wereldwaereld
werken ( gewerkt )gewerkt
werken ( ik werk )ik werk
werken ( ik werkte )ik werkde
werken ( jij werkt )dich werks
werken ( jij werkte )dich werksde
werken ( u werkt )geey werkt
werken ( u werkte)geey werkde
werken ( werk ik )werk ik
werken ( werk jij )werkse
werken ( werkt u )werkt geey
werken ( werkte ik )werkde ik
werken ( werkte jij )werkdese
werken ( werkte u )werkde geey
werven ( geworven)gewôrven
werven ( ik wierf)ik worf
werven ( jij wierf)dich worfs
werven ( u wierf )geey worft
werven ( werf ik )werf ik
werven ( werf jij)wurfse
werven ( werft u)werft geey
werven ( wierf ik)worf ik
werven ( wierf jij)worfse
werven ( wierf u)worft geey
werven (ik werf )ik wêrf
werven (jij werft )dich wurfs
werven (u werft )geey werft
wespmeespel
wespennestmeespelenboôch
wetenwiêten
weten ( ik weet )ik wiêt
weten ( ik wist )ik woôs
weten ( jij weet )dich wits
weten ( jij wist )dich woôs
weten ( U weet )geey wit
weten ( U wist )geey woôst
weten ( weet ik )wiêt ik
weten ( weet jij )witse
weten ( weet u )wit geey
weten ( wist ik )geey wit
weten ( wist jij )woôsse
weten ( wist u )woôst geey
wetenschappergeliêrde
wiedengaeyen
wieden ( gewied )gegaeyen
wieden ( ik wied )ik gaey
wieden ( ik wiedde )ik gedde
wieden ( jij wiedde )dich gedsde
wieden ( jij wiedt )dich geds
wieden ( u wiedt )geey get
wieden ( wied ik )gaey ik
wieden ( wied jij )geddese
wieden ( wiedde ik )gaeyde ik
wieden ( wiede jij )geey gedde
wieden ( wiede u )geddese
wieden ( wiedt u )gaeyt geey
wijkenwiêken
wijken ( geweken )gewaeken
wijken ( ik week )ik waek
wijken ( ik wijk)ik wiêk
wijken ( jij week )dich waeks
wijken ( jij wijkt )dich wieks
wijken ( u week)geey waekt
wijken ( u wijkt)geey wiekt
wijken ( week ik )waek ik
wijken ( week jij )waekse
wijken ( week u)waekt geey
wijken ( wijk ik )wiêk ik
wijken ( wijk jij )wiekse
wijken ( wijkt u)wiekt geey
wijkverpleegsterzekenzeuster
wijnwiên
wijwatervinkwater
wijwaterbakjevinkwaterbekske
wijzenwiêzen
wijzen ( gewezen )gewaezen
wijzen ( ik wees )ik waes
wijzen ( ik wijs )ik wiês
wijzen ( jij weest )dich waes
wijzen ( jij wijst )dich wiês
wijzen ( u wees )geey waest
wijzen ( u wijst )geey wiest
wijzen ( wees ik )waes ik
wijzen ( wees jij )waes dich
wijzen ( wees u )waest geey
wijzen ( wijs ik )wiês ik
wijzen ( wijs jij )wiesse
wijzen ( wijst u )wiest geey
wikken ( gewikt )gewikt
wikken ( ik wik )ik wik
wikken ( ik wikte )ik wikde
wikken ( jij wikt )dich wiks
wikken ( jij wikte )dich wiksde
wikken ( u wikt )geey wikt
wikken ( u wikte )geey wikde
wikken ( wik ik )wik ik
wikken ( wik jij )wikse
wikken ( wikt u )wikt geey
wikken ( wikte ik )wikde ik
wikken ( wikte jij )wikdese
wikken ( wikte u )wikde geey
willen ( gewild )gewîld
willen ( ik wil )ik wil
willen ( ik wou )ik wooy
willen ( jij wil )dich wils
willen ( jij wou )dich wooys
willen ( wil ik )wil ik
willen ( wil je )wilse
willen ( wilde u )wooyt geey
willen ( wilt u )wilt geey
willen ( wou ik )wooy ik
willen ( wou jij )wooyse
windwink
windeierenwinkei
windmolenwinkmeulen
winnen ( gewonnen )gewônnen
winnen ( ik win )ik win
winnen ( ik won )ik wôn
winnen ( jij wint )dich wins
winnen ( jij won )dich wôns
winnen ( u wint )geey wint
winnen ( u won )geey wônt
winnen ( win ik )win ik
winnen ( win jij )winse
winnen ( wint u )wint geey
winnen ( won ik )wôn ik
winnen ( won jij )wônse
winnen ( won u )wônt geey
winterwingter
winterhemdhemtrok
wippen ( gewipt )gewipt
wippen ( ik wip )ik wip
wippen ( ik wipte )ik wipde
wippen ( jij wipt )dich wips
wippen ( jij wipte )dich wipsde
wippen ( u wipt )geey wipt
wippen ( u wipte )geey wipde
wippen ( wip ik )wip ik
wippen ( wip jij )wipse
wippen ( wipt u )wipt geey
wippen ( wipte ik )wipde ik
wippen ( wipte jij )wipdese
wippen ( wipte u )wipde geey
witlofbrussels lof
WoensdagGonzig
woensdagavondgonsigaovend
woensdagavondgonzigaovund
woensdagochtendgonzigmergen
woensdagssgonsigs
wonenwoênen
wonen ( gewoond )gewônd
wonen ( ik woon )ik woên
wonen ( ik woonde )ik wônde
wonen ( jij woonde )dich wônsde
wonen ( jij woont )dich wôns
wonen ( u woonde )geey wônde
wonen ( u woont )geey wônt
wonen ( woon ik )woên ik
wonen ( woon jij )wonse
wonen ( woonde ik )wônde ik
wonen ( woonde jij )wônsde dich
wonen ( woonde u )geey wônde
wonen ( woont u )wônt geey
woninghoês
woonwagenkemaeliewage
woordenweurd
wordenwaeren
worden ( geworden )gewoaeren
worden ( ik werd )ik woord
worden ( ik word )ik waer
worden ( jij werd )doow woors
worden ( jij wordt )dich wurs
worden ( u werd )geey woort
worden ( u wordt )gey werdt
worden ( werd ik )woort ik
worden ( werd jij )woorse
worden ( werd U )woort geey
worden ( word ik )waer ik
worden ( word jij )wurse
worden ( wordt u )gey werdt
worstelen ( geworsteld )gewôrsteld
worstelen ( ik worstel )ik wôrstel
worstelen ( ik worstelde )ik wôrstelde
worstelen ( jij worstelde )dich wôrstelsde
worstelen ( jij worstelt )dich wôrstels
worstelen ( u worstelde )geey wôrstelde
worstelen ( u worstelt )geey wôrstelt
worstelen ( worstel ik )wôrstel ik
worstelen ( worstel jij )wôrstelse
worstelen ( worstelde ik )wôrstelde ik
worstelen ( worstelde jij )wôrsteldese
worstelen ( worstelde u )wôrstelde geey
worstelen ( worstelt u )wôrstelt geey
wortelenpureewortelestamp
wrijvenvriêven
wrijven ( gewreven )gevraeven
wrijven ( ik wrijf )ik vriêf
wrijven ( jij wreef )dich vraefs
wrijven ( jij wrijft )dich vriefs
wrijven ( u wreef )geey vraeft
wrijven ( u wrijft )geey vrieft
wrijven ( wreef ik )vraef ik
wrijven ( wreef jij )vraefse
wrijven ( wreef u )vraeft geey
wrijven ( wrijf ik )vriêf ik
wrijven ( wrijf jij )vriefse
wrijven (ik wreef )ik vraef
wrijven (wrijft u )vrieft geey
wrikken ( gewrikt )gewrikt
wrikken ( ik wrik )ik wrik
wrikken ( ik wrikte )ik wrikde
wrikken ( jij wrikt )dich wriks
wrikken ( jij wrikte )dich wriksde
wrikken ( u wrikt )geey wrikt
wrikken ( u wrikte )geey wrikde
wrikken ( wrik ik )wrik ik
wrikken ( wrik jij )wrikse
wrikken ( wrikt u )wrikt geey
wrikken ( wrikte ik )wrikde ik
wrikken ( wrikte jij )wrikdese
wrikken ( wrikte u )wrikde geey
wroetenvreuten
wroeten ( wroette ik )vrudde ik
wroeten ( gewroet )gevrut
wroeten ( ik wroet )ik vreut
wroeten ( ik wroette )ik vrudde
wroeten ( jij wroet )dich vruts
wroeten ( jij wroette )dich vrudse
wroeten ( u wroet )geey vrut
wroeten ( u wroette )geey vrudde
wroeten ( wroet ik )vreut ik
wroeten ( wroet jij )vrutse
wroeten ( wroet u )vrut geey
wroeten ( wroette ik )vrudde ik
wroeten ( wroette jij )vrudsde dich
wroeten ( wroette u )vrudde geey
zaaienzeyen
zaaien ( gezaaid )gezeyd
zaaien ( ik zaai )ik zey
zaaien ( ik zaaide )ik zeyde
zaaien ( jij zaaide )dich zeysde
zaaien ( jij zaait )dich zeys
zaaien ( u zaaide)geey zeyde
zaaien ( u zaait )geey zeyt
zaaien ( zaai ik )zey ik
zaaien ( zaai jij )zeyse
zaaien ( zaaide ik )zeyde ik
zaaien ( zaaide jij )zeydese
zaaien ( zaaide u )zeyde geey
zaaien ( zaait u )zeyt geey
zachtezafte
zachtjes mopperenknoatere
zadelzaal
zagenzaâgen
zagen ( gezaagd )gezâgd
zagen ( ik zaag )ik zaag
zagen ( ik zaagde )ik zagde
zagen ( jij zaagde )dich zagsde
zagen ( jij zaagt )dich zags
zagen ( u zaagde )geey zagde
zagen ( u zaagt )geey zagt
zagen ( zaag ik )zaag ik
zagen ( zaag jij )zagse
zagen ( zaagde ik )zagde ik
zagen ( zaagde jij )zagdese
zagen ( zaagde u )zagde geey
zagen ( zaagt u )zagt geey
zakdoekzakdook of tesnuizik
zakdoekenzakdeuk
ZaterdagZoaterdig
zaterdagavondzaoterdigaovund
zaterdagochtendzaoterdigmergen
zaterdagssaoterdigs
zeepzeip
zeepsopzeipleûr
zeggen ( ik zeg )ik zêg
zeggen ( ik zei )ik zâch
zeggen ( jij zegt )dich zês
zeggen ( jij zei )dich zachs
zeggen ( u zegt )geey zêgt
zeggen ( u zei )geey zâcht
zeggen ( zeg ik )zêg ik
zeggen ( zeg jij )zêsse
zeggen ( zegt u )zêgt geey
zeggen ( zei ik )zâch ik
zeggen ( zei jij )zachse
zeggen ( zei u )zâcht geey
zesentwingzes en twintig
zestienzêsteen
zestigsestig
zeugzoôg
zeurensaniken
zeuren ( gezeurd )gesanikt
zeuren ( ik zeur )ik sanik
zeuren ( ik zeurde )ik sanikde
zeuren ( jij zeurde )dich saniksde
zeuren ( jij zeurt )dich saniks
zeuren ( u zeurde )geey sanikde
zeuren ( u zeurt )geey sanikt
zeuren ( zeur ik )sanik ik
zeuren ( zeur jij )sanikse
zeuren ( zeurde ik )sanikde ik
zeuren ( zeurde jij )sanikdese
zeuren ( zeurde u )sanikde geey
zeuren ( zeurt u )sanikt geey
zeurpietsanikvot
zevenzaeven
zevenentwintigzaeven en twintig
zeventienzaeveteen
zeventigsaevetig
zeverenzeiveren
zichtzeêch
ziekzeek
zieke geestraadgek
zienzeên
zien ( gezien )gezeên
zien ( ik zag )ik zaâg
zien ( ik zie )ik zeen
zien ( jij zag )dich zags
zien ( jij ziet )dich zuus
zien ( u zag )geey zagt
zien ( u ziet )geey zit
zien ( zag ik )zaâg ik
zien ( zag je )zagse
zien ( zag u )zagt geey
zien ( zie ik )zeen ik
zien ( zie je )zuusse
zien ( ziet u )zit geey
zijnziên
zijn ( ben ik )bin ik
zijn ( ben jij )bisse
zijn ( bent u )ziet geey
zijn ( geweest )gewêst
zijn ( ik ben )ik bin
zijn ( ik was )ik waas
zijn ( jij was )dich wars
zijn ( u bent )geey ziet
zijn ( u was )geey wart
zijn ( was ik )waas ik
zijn ( was jij )warse
zijn (was u )wart geey
zijpijnziêpiên
zingen ( gezongen )gezôngen
zingen ( ik zing )ik zing
zingen ( ik zong )ik zông
zingen ( jij zingt )dich zings
zingen ( jij zong )dich zôngs
zingen ( u zingt )geey zingt
zingen ( zing ik )zing ik
zingen ( zing jij )zingse
zingen ( zingt u )zingt geey
zingen ( zong ik )zông ik
zingen ( zong jij )zôngse
zingen ( zong u )zôngt geey
zingen (u zong )geey zôngt
zitten ( gezeten )gezaeten
zitten ( ik zat )ik zaât
zitten ( ik zit )ik zit
zitten ( jij zat )dich zats
zitten ( jij zit )dich zits
zitten ( u zat )gee zaat
zitten ( zat ik )zaât ik
zitten ( zat jij )zatse
zitten ( zat u )zat geey
zitten ( zit ik )zit ik
zitten ( zit jij )zatse
zitten ( zit u )zit geey
zoekenzeûken
zoeken ( gezocht )gezoôch
zoeken ( ik zocht )ik zoôch
zoeken ( ik zoek )ik zeûk
zoeken ( jij zocht )dich zoôchs
zoeken ( jij zoekt )dich zuks
zoeken ( u zocht )geey zoôcht
zoeken ( u zoekt )geey zukt
zoeken ( zocht jij )zoôchse
zoeken ( zocht u )zoôcht geey
zoeken ( zoek ik )zeûk ik
zoeken ( zoekt jij )zukse
zoeken ( zoekt u )zukt geey
zoenmuulke of kusmoel
zoethoutzeuthout
zolderzulder
zoldertrapzuldertrap
ZondagZondig
zondagavondzondigaovund
zondagochtendzondigmergen
zondagssondigs
zondezungd
zonderzonger
zoonzoên
zorgenzurgen
zorgen ( ik zorg)ik zurg
zorgen ( ik zorgde)ik zurgde
zorgen ( jij zorgde)dich zurgsde
zorgen ( u zorgt )geey zurgt
zorgen ( zorg ik )zurg ik
zorgen ( zorg jij )zurgse
zorgen ( zorgde ik )zurgde ik
zorgen ( zorgde jij)zurgdese
zorgen ( zorgde u)zurgde geey
zorgen ( zorgt u)zurgt geey
zorgen (jij zorgt )dich zurgs
zorgen (u zorgde )geey zurgde
zoutvaatjezoutvétje
zuchtenzeûgten
zuchten ( gezucht )gezeûgd
zuchten ( ik zucht )ik zeûgt
zuchten ( ik zuchtte )ik zeûgde
zuchten ( jij zucht )dich zeûgs
zuchten ( jij zuchtte )dich zeûgsde
zuchten ( u zucht )geey zeûgt
zuchten ( u zuchtte )geey zeûgde
zuchten ( zucht ik )zeûg ik
zuchten ( zucht jij )zeûgse
zuchten ( zucht u )zeûgt geey
zuchten ( zuchtte ik )zeûgde ik
zuchten ( zuchtte jij )zeûgdese
zuchten ( zuchtte u )zeûgde geey
zuigenzuûgen
zuigen ( gezogen )gezôgen
zuigen ( ik zuig )ik zuug
zuigen ( jij zoog )dich zoôgs
zuigen ( jij zuigt )dich zuugs
zuigen ( u zoog )geey zoôgt
zuigen ( u zuigt )geey zuugt
zuigen ( zoog ik )zoôg ik
zuigen ( zoog jij )zoôgse
zuigen ( zoog u )zoôgt geey
zuigen ( zuig ik )zuûg ik
zuigen ( zuig jij )zuugse
zuigen ( zuigt u )zuugt geey
zuigen (ik zoog )ik zoôg
zuipenzoêpen
zuipen ( gezopen )gezôpen
zuipen ( ik zuip )ik zoêp
zuipen ( jij zoop )dich zoôps
zuipen ( jij zuipt )dich zuups
zuipen ( u zoop )geey zoôpt
zuipen ( u zuipt )geey zoept
zuipen ( zoop ik )zoôp ik
zuipen ( zoop jij )zoôpse
zuipen ( zoop u )zoôpt geey
zuipen ( zuip ik )zoêp ik
zuipen ( zuip jij )zuupse
zuipen ( zuipt u )zoept geey
zuipen (ik zoop )ik zoôp
zuiverzuûver
zuiverenzûveren
zuiveren ( gezuiverd )gezûverd
zuiveren ( ik zuiver )ik zûver
zuiveren ( ik zuiverde )ik zûverde
zuiveren ( jij zuiverde )dich zûversde
zuiveren ( jij zuivert )dich zûvers
zuiveren ( u zuiverde )geey zûverde
zuiveren ( u zuivert )geey zûvert
zuiveren ( zuiver ik )zûver ik
zuiveren ( zuiver jij )zûverse
zuiveren ( zuiverde ik )zûverde ik
zuiveren ( zuiverde jij )zûverdese
zuiveren ( zuiverde u )zûverde geey
zuiveren ( zuivert u )zûvert geey
zullen ( ik zal )ik zal
zullen ( ik zou )ik zuy
zullen ( jij zou )dich zuys
zullen ( jij zult )dich zuts
zullen ( u zou )geey zuyt
zullen ( u zult )geey zut
zullen ( zal ik )zal ik
zullen ( zou ik )zuy ik
zullen ( zou jij )zuyse
zullen ( zou u )zuyt geey
zullen ( zul jij )zutse
zullen ( zult u )zut geey
zuurzoor
zuurkooltonnemos
zwaaienzweyen
zwaaien ( gezwaaid )gezweyd
zwaaien ( ik zwaai )ik zwey
zwaaien ( ik zwaaide)ik zweyde
zwaaien ( jij zwaaide )dich zweysde
zwaaien ( jij zwaait)dich zweys
zwaaien ( u zwaaide )geey zweyde
zwaaien ( u zwaait )geey zweyt
zwaaien ( zwaai ik )zwey ik
zwaaien ( zwaai jij )zweyse
zwaaien ( zwaaide ik )zweyde ik
zwaaien ( zwaaide jij )zweydese
zwaaien ( zwaaide u )zweyde geey
zwaaien ( zwaait u )zweyt geey
zwagerzwoager
zwaluwzwellef
zweepsmik
zweetvoetenzwiêtveut
zwellen ( gezwollen )gezwollen
zwellen ( ik zwel )ik zwel
zwellen ( ik zwol )ik zwol
zwellen ( jij zwelt )dich zwels
zwellen ( jij zwol )dich zwols
zwellen ( u zwelt )geey zwelt
zwellen ( u zwol )geey zwolt
zwellen ( zwel ik )zwel ik
zwellen ( zwel je )zwelse
zwellen ( zwelt u )zwelt geey
zwellen ( zwol ik )zwol ik
zwellen ( zwol je )zwolse
zwellen ( zwol u )zwolt geey
zwemmen ( gezwommen )gezwommen
zwemmen ( ik zwem )ik zwem
zwemmen ( ik zwom )ik zwom
zwemmen ( jij zwemt )dich zwems
zwemmen ( u zwemt )geey zwemt
zwemmen ( u zwom )geey zwomt
zwemmen ( zwem ik )zwem ik
zwemmen ( zwem jij )zwemse
zwemmen ( zwom ik )zwom ik
zwemmen ( zwom jij )zwomse
zwemmen ( zwom u )zwomt geey
zwemmen (jij zwom )dich zwoms
zwenken ( gezwenkt)gezwénkt
zwenken ( ik zwenk )ik zwénk
zwenken ( ik zwenkte )ik zwénkte
zwenken ( jij zwenkt )dich zwénks
zwenken ( jij zwenkte )dich zwénksde
zwenken ( u zwenkt )geey zwénkt
zwenken ( u zwenkte )geey zwénkde
zwenken ( zwenk ik )zwénk ik
zwenken ( zwenk jij )zwënkse
zwenken ( zwenkt u )zwénkt geey
zwenken ( zwenkte ik )zwénkde ik
zwenken ( zwenkte jij )zwënkdese
zwenken ( zwenkte u )zwénkde geey
zwerven ( gezworven)gezwôrven
zwerven ( ik zwierf)ik zworf
zwerven ( jij zwierf)dich zworfs
zwerven ( u zwierf )geey zworft
zwerven ( zwerf ik )zwerf ik
zwerven ( zwerf jij)zwurfse
zwerven ( zwerft u)zwerft geey
zwerven ( zwierf ik)zworf ik
zwerven ( zwierf jij)zworfse
zwerven ( zwierf u)zworft geey
zwerven (ik zwerf )ik zwêrf
zwerven (jij zwerft )dich zwurfs
zwerven (u zwerft )geey zwerft
zweten ( gezweet )gezwit
zweten ( ik zweet )ik zwiêt
zweten ( jij zweet )dich zwits
zweten ( Jij zweette )dich zwidsde
zweten ( u zweet )geey zwit
zweten ( zweet ik )zwiêt ik
zweten ( zweet jij )zwitse
zweten ( zweet u )zwit geey
zweten ( zweette jij )zwitsdese
zwetsen ( gezwetst )gezwetst
zwetsen ( ik zwets)ik zwets
zwetsen ( ik zwetste )ik zwetsde
zwetsen ( jij zwetst )dich zwetst
zwetsen ( jij zwetste )dich zwetsde
zwetsen ( u zwetst )geey zwetst
zwetsen ( u zwetste )geey zwetsde
zwetsen ( zwets jij )zwetsse
zwetsen ( zwetst ik )zwets ik
zwetsen ( zwetst u )zwetst geey
zwetsen ( zwetste ik )zwetsde ik
zwetsen ( zwetste jij )zwetsdese
zwetsen ( zwetste u )zwetsde geey
zweven ( gezweefd )gezweefd
zweven ( ik zweef )ik zweef
zweven ( ik zweefde )ik zweefde
zweven ( jij zweefde )dich zweefsde
zweven ( jij zweeft )dich zweefs
zweven ( u zweefde )geey zweefde
zweven ( u zweeft )geey zweeft
zweven ( zweef ik )zweef ik
zweven ( zweef jij )zweefse
zweven ( zweefde ik )zweefde ik
zweven ( zweefde jij )zweefdese
zweven ( zweefde u )zweefde geey
zweven ( zweeft u )zweeft geey
zwijgenzwiêgen
zwijgen ( gezwegen )gezwaegen
zwijgen ( ik zweeg )ik zwaeg
zwijgen ( ik zwijg )ik zwiêg
zwijgen ( jij zweeg )dich zwaegs
zwijgen ( jij zwijgt )dich zwiêgs
zwijgen ( u zweeg )geey zwaegt
zwijgen ( u zwijgt )geey zwiêgt
zwijgen ( zweeg ik )zwaeg ik
zwijgen ( zweeg jij )zwaegse
zwijgen ( zweeg u )zwaegt geey
zwijgen ( zwijg ik )zwiêg ik
zwijgen ( zwijg jij )zwiegse
zwijgen ( zwijgt u )zwiegt geey
zwoerdzwaard

4 Sevenumse weetjes

  1. A simple and intlelgient point, well made. Thanks!
  2. I discovered more snihtemog totally new on this fat reduction issue. A single issue is a good nutrition is extremely vital while dieting. A tremendous reduction in bad foods, sugary meals, fried foods, sweet foods, red meat, and white colored flour products can be necessary. Holding wastes unwanted organisms, and poisons may prevent targets for losing fat. While specified drugs for the short term solve the problem, the horrible side effects usually are not worth it, and they also never supply more than a temporary solution. This can be a known incontrovertible fact that 95 of fad diet plans fail. Thank you for sharing your thinking on this weblog.
  3. I need to say, as a great deal as I enjoyed reidnag what you had to say, I couldnt aid but lose interest soon after a even though. Its as if you had a fantastic grasp on the topic matter, but you forgot to include your readers. Possibly you should take into consideration this from far far more than one angle. Or possibly you shouldnt generalise so considerably. Its better if you take into consideration what others may have to say rather of just going for a gut reaction to the topic. Think about adjusting your personal believed procedure and giving others who could read this the benefit with the doubt.
  4. hello there and thank you for your information – I’ve detinifely picked up something new from right here. I did however expertise several technical points using this site, since I experienced to reload the website lots of times previous to I could get it to load properly. I had been wondering if your web hosting is OK Not that I'm complaining, but slow loading instances times will sometimes affect your placement in google and could damage your quality score if ads and marketing with Adwords. Anyway I’m adding this RSS to my e-mail and can look out for a lot more of your respective exciting content. Make sure you update this again soon..


Dialecten

Deze dialecten zijn alle toegevoegd door onze bezoekers. Tussen haakjes staat het aantal woorden in het dialectwoordenoverzicht.

Aalsmeers-kudelstaarts (61)
Aalsters (1144)
Aalsters Gld (293)
Aalters (140)
aarschots (214)
Achels (280)
achterhoeks (1754)
Aelses (22)
Alblasserdams (210)
Alfus (150)
Allefs (45)
Amelands (35)
Amies (20)
Ammeroois (178)
Amsterdams (1949)
Amsterdamse straattaal (160)
Antwerps (3462)
Arcens (77)
archaïsch (101)
Arendonks (489)
Arnhems (496)
assen (15)
Assers (47)
Asses (149)
Astens (640)
Avelgems (136)
Axels (581)
Baasrode (202)
Babberichs (53)
Bachten de kupes (49)
Balens (408)
Barghs (521)
Bargoens (864)
Bargoens (kamptaal) (136)
Barnevelds (212)
Bathmens (198)
Beeks (20)
beerses (239)
Benschops (11)
berchems (94)
bergeijks (26)
bergs (574)
Berings (23)
Berlaars (384)
Berlicums (80)
betsers (329)
Betuws (749)
Bevers (133)
Bildts (267)
Bilzers (15189)
Blericks (176)
Bloals (74)
Bloemendaals (42)
Bocholts (36)
Bocholtz (17)
Boekels (585)
Boksmeers (316)
Bollenstreeks (29)
Bonheidens (35)
Booms (355)
Boorsems (173)
borgloons (72)
Bornems (596)
Bosch (578)
Brabants (2115)
Brakels (1358)
Brakels (gld) (75)
brasschaats (16)
Bredaas (395)
Brees (414)
Brugs (1151)
Brussels (549)
Brustems (7)
Budels (2748)
Buggenhouts (673)
Chattaal (312)
Clings (350)
Cuijks (189)
Culemborgs (202)
Deinzes (643)
Delfts (96)
den bosch (6)
Den briels (12)
Denderleeuws (395)
Dendermonds (238)
Derps (25)
Deurns (141)
Deventers (424)
diems (492)
Diepenbeek (37)
diepenbeeks (124)
diesters (309)
Dilbeeks (278)
Dinthers (12)
Dongens (181)
doornspijks (866)
Dordts (296)
Drents (1754)
Drents Kanoals (139)
Driels (73)
duffels (646)
Dunges (83)
Eekloos (471)
Eernegems (361)
Eersels (352)
Eesjdens (295)
Eibergs (169)
Eindhovens (552)
Eindhovens straattaal (66)
Eizels (51)
Eizels (herzeels) (17)
Eksels (28)
Elburgs (33)
Elspeet (378)
Enschedees (134)
Epen (32)
Epers (1036)
Ernems (33)
Erps (532)
Evergems (1151)
Eys (1207)
ezemaals (26)
Flakkees (871)
Florianders (34)
Fries (3503)
Gallemoers (13)
Gastels (121)
Geels (1036)
Geffes (562)
Gelaens (Geleens) (1221)
Geldermalsens (280)
Geluws (116)
gemerts (128)
Gemerts (Gimmerts) (11)
Genemuidigers (21)
Genks (1454)
Genneps (1378)
Gents (1510)
Geuls (1392)
Giesbaargs (1808)
Giessendams (133)
Giessens (39)
Gieters ( giethoorn) (18)
Giethoorns (1382)
Gils (535)
Gouda (169)
Graauws (311)
Grenthingers (116)
Groesbeeks (398)
gronings (3023)
Grote Spouwers (75)
Gulpens (183)
haags (719)
haarlems (93)
Haarsteegs (69)
Haasrode (53)
Haeles (113)
Halens (119)
Hals (217)
Hamonter (539)
Hams (700)
Hansbeeks (618)
Haperts (98)
hardenees (13)
Hardinxvelds (38)
Harelbeeks (1574)
Harlingers (9)
Hasselts (752)
Hattems (46)
Hedels (210)
Heels (245)
Heemskerks (61)
Heerlens (1696)
Heeze-leendes (131)
Heezers (691)
Heist-op-den-Berg (141)
Heldens (579)
Helders (77)
Helenaveens (172)
Helmonds (1057)
Hemiksem dialect (9)
Hendrik-Ido-Ambachts (78)
Herentals (236)
herenthouts (144)
Herks (170)
Herns (Herne, VL-B) (371)
Herwijns (100)
Heusdens (549)
Heuvellands (117)
Hierdens (495)
Hillegem (41)
Hilvarenbeeks (145)
Hoarens (haren nb) (11)
Hoeks (13)
Hoekschewaards (216)
Hoeselts (1374)
hoevelaoks (121)
Hogts (13)
Holsbeeks (88)
Hoofddorps (14)
Hooge mierds (68)
Hoogstraats (314)
Horpmaal (104)
Horsters (1146)
houtens (12)
huijbergs (21)
Huissens (77)
Huizers (523)
HUIZINGS (22)
Hulsbergs (112)
hulshout (104)
Hulshouts (366)
Hulsters (NL) (1215)
hunsels (517)
Iepers (829)
IJmuidens (98)
Izegems (265)
Kaatsheuvels (626)
Kalforts (52)
Kalkens (86)
kampens (35)
Kampers (350)
Kanners (1379)
Kaprijks (82)
Kastels (141)
Katwijks (533)
kemzekes (61)
Kerkdriels (495)
Kerkraads (1773)
Kessels (66)
kinrooi (3536)
Klazienaveens (87)
Klemskerks (341)
Klings (275)
Klôôsters (44)
knesselaars (172)
Koekelaars (Koukeloars) (40)
Koersels (291)
Koksijds (170)
kortemarks (3250)
Kortenbergs (444)
Kortessems (194)
kortrijks (177)
Kortrijks (VL) (720)
Kotnaaks (42)
Krimpens (42)
Laakdals (Vorst) (45)
Lanakens (802)
landens (202)
Langemarks (238)
Lauws (294)
Lebbeeks (2140)
ledegems ,kappels (135)
Leeds (253)
leefdaals (222)
leids (321)
leissels (65)
Lekkerkerks (66)
Lemelervelds (10)
lenniks (33)
Leopoldsburgs (90)
Leuths (6)
Leuvens (718)
Lichtervelds (585)
Liedekerks (416)
Liemers (221)
Liempds (51)
Lierops (78)
Liessents (350)
limburgs (557)
Liths (34)
Liwwadders (795)
Lochristis (537)
Lokers (1232)
Loksbergs (38)
Lommels (357)
Londerzeels (386)
lòns (69)
Loois (305)
Lopiks (383)
Lottums (440)
lovendegems (1616)
lummens (66)
Lunters (1125)
Lutters (363)
Luyksgestels (545)
Maas (30)
Maas en waals (413)
Maasbrees (204)
Maastrichts (1301)
Machels (Zulte) (65)
Mades (70)
Maldegems (576)
Margratens (234)
Marine jargon (veelal Maleis) (167)
Markers (merekers) (75)
Marks (256)
Mays (175)
Mechels (27)
Mechels (BE) (599)
Meerhouts (Gestel) (74)
Meers (72)
Meerssens (73)
Melsbroeks (122)
Melseels (220)
Menense dialect (148)
Meppel (45)
Merenaars (906)
Merkelbeeks (52)
merkems (17)
Mestreechs (2241)
Mezeikers (33)
middelnederlands (121)
Millers (116)
Millings (35)
Mills (93)
Moerdijks (25)
Moes (1261)
Mols (404)
Montforts (101)
Moorsel (310)
Munsterbilzen - Minsters (6670)
Nederasselts (54)
Nederweerts (432)
Neerharens (355)
neeroeters (383)
Neerpelts (810)
Nevels (101)
Niel (56)
Nieuw lekkerlands (191)
Nieuw-vossemeers (215)
nieuwkuijks (277)
Nieuwpoorts (B) (47)
Nijkerkerveens (56)
nijkerks (86)
NIJLENS( bij Lier) (341)
Nijmeegs (638)
Nijswiller (132)
Ninoofs (1119)
noord Veluws (23)
Noord-Limburgs (53)
Noorderkempisch (71)
noordwijks (136)
Nunspeets (340)
Nus (264)
Nuths (191)
oeffelts (122)
Oeks (14)
oetulst (11)
Oilsjters (577)
Oirsbeeks (81)
Oirschots (186)
olens (90)
Oosteekloos (118)
Oostende (165)
Opglabbeeks (2773)
Opheusdens (127)
Opwijks (213)
Oskerders (20)
Ossendrechts (153)
ossies (303)
Ostêns (882)
Oud-nederlands (55)
Ouddorps (706)
oudenaards (221)
Oudenbosch (2306)
Overijse (248)
Overijsels (14)
Overmeers (144)
Overpelts (1143)
overrepens (123)
Overwindens (19)
Pamels (35)
parkstad (8)
Peerders (85)
peers (45)
plat sintruins (93)
Poperings (580)
Prinsenbeek (208)
proloniaans (31)
Putters (111)
Puurs (105)
Ransts (265)
reeks (16)
Reeuwijks (23)
Rekem (77)
Remunjs/Bargoens (6)
Renkums (50)
Renswoude (16)
Reties (186)
Reusels (33)
Reuvers (160)
ridderkerks (7)
Riekevorts (477)
Riemsts (348)
Rijsbergs (14)
Rijsoords (108)
Rijssens (350)
Rillaars (164)
roermonds (1185)
Roeselaars (913)
ronsisch (1143)
Roois (Sint-Oedenrode) (299)
Roosendaals (598)
Rosmalens (57)
Rotterdams (902)
rous(sint-gensius-rode) (118)
Ruisbroeks (Antw.) (13)
sallands (1118)
Schaijks (10)
Schavoons (129)
Schevenings (1714)
Schijndels (143)
schulens (98)
Sevenums (7111)
Siebengewalds (114)
Simpelveld (739)
Sin tunnis (361)
Sinnekloases en niekaarks (275)
Sint-joasters (72)
Sint-Katelijne-Waver (1024)
Sint-Laureins (229)
Sint-Lenaarts (65)
Sint-Niklaas (3852)
Sinttruins (264)
Sittards (1348)
Sjilvends (395)
Slands (232)
Slengs (11)
Sliedrechts (57)
Snekers (108)
Soasels (126)
Spakenburgs (412)
spickenis (63)
St Huibrechts-Hern (72)
st-antonius (15)
Staphorsts (465)
Steenbergs (319)
Steenwijks (26)
Steins (3118)
Stekens (94)
Stellingwarfs (167)
Straattaal (37)
Susters (250)
Swag (8)
Swalmens (209)
Tegels (606)
Temse (95)
Teralfene (140)
Termeis (103)
ternats (146)
Terneuzens (136)
Terschuurs (18)
tervurens (794)
testelts (23)
Texels (289)
Theikes (62)
Tiburgs (390)
Tiegems (12)
tielts (54)
Tiens (271)
Tilburgs (5034)
Tongers (594)
Turnhouts (957)
Twents (2087)
Udens (155)
Ujes (180)
Urkers (897)
Ursels (53)
Utrechts (687)
Vaals (134)
Vaassens (210)
Valkenburg (50)
Valkenburgs (101)
Valkenswaards (376)
Veessers (34)
Veghels (165)
Vejels (91)
Veldens (139)
Venloos (5406)
Venrays (499)
Veurns (1715)
Vianees (Hei`s) (55)
Vijlens (167)
vilvoords (246)
Voerens (134)
Volendams (604)
Voorthuizens (77)
vrasens (61)
Vriezenveens (27)
Waalwijks (122)
Waanroods (219)
Waarschoots (234)
Waaslands (503)
Waasmonts (36)
Waasmunsters (23)
Wagenings (240)
Walshoutems (694)
Wanneperveens (33)
Waregems (2246)
Waterlands (282)
Weerts (891)
Wehls (45)
Weldens (132)
Wells (587)
Werkendams (56)
Werviks (612)
wesdurps (212)
Wessems (29)
west vloams (43)
West-Vlaams (2906)
Westels (709)
Westerkwartiers (12689)
Westfries (3535)
westhoeks (37)
Westlands (983)
westvlaams (437)
Wetters (732)
Wevelgems (99)
Wichels (19)
Wierdens (31)
wierings (72)
Wijchens (101)
wijlres (148)
Willebroeks (271)
Wilsels (41)
Winssens (179)
winterswijks (106)
Woensels (141)
Wolvertem (227)
Wommelgems (6)
Wommersoms (201)
Woudenbergs (26)
wuustwezel (70)
zaalbergs (8)
Zaamslags (79)
Zaans (451)
Zalks (33)
Zaltbommels (86)
Zandhovens (32)
zandvliets (66)
zeelands (42)
Zeels (810)
Zeeuws (2989)
Zeeuws-vlaams (1743)
Zeilbergs (222)
Zelzaats (544)
zemst (11)
Zevenbergs (954)
Zichems (115)
Zichers (260)
zingems (29)
Zolders (518)
Zomergems (80)
zonhovens (108)
Zottegems (1334)
Zoutleeuws (115)
Zuid-west-vlaams (137)
Zuiddorps (30)
Zummers (252)
Zunderts (655)
Zurriks (836)
Zuuns (109)
Zwartebroeks (197)
zwevegems (175)
zwijnaards (9)
Zwols (342)

Dialect toevoegen

Is uw dialect nog niet opgenomen op de site? Aan u de nobele taak om dit recht te zetten!

Welk dialect wilt u toevoegen?
Voorbeelden: Amsterdams, Brugs
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English