Ninoofs dialect

Ninoofs wordt gesproken in Ninove

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Ninoofs
Het dialectenwoordenboek Ninoofs bevat 242 gezegden, 1376 woorden en 4 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

242 gezegden

(te) snel rijdenplansjee geven
's morgens vroegkriekendezjoer
Aangelengde melkSlap
aangetrouwd deugt nietoeëgetrout es oeëgesketen
afgegraven grond (steenbakkerij)oeëtjgepreste grond
Algemeen nederlands sprekenOp de letter klappen
alles wat er isgieël den bataklank
amaimeensjken der iëre
ambitie hebben voor ietskop emmen in iet
ApetrotsOpgezetj gelek nen ond mé vleuën
band zonder reliëfplasjkop
beter veel dan weinigbeter een brok as een brouëschelink
beter worden (genezen) op a effe kommen
bewusteloos vallenvan a zelven droeën
binnen twee weken't noste week oever
bleek van het schrikkenge koest'em gen bloed nemieë trekken
coïtus interruptusde kerk ooëtj veer dat de klokke loeën
dat dacht je maaron a kleute zei
Dat was vlug in ordede plank op en binnen
de huwelijksaankondiging hangt uita angd'in de mooëtj
de kermis komtde barakken kommen
de koffie is te slapGe ziet er Brussel en Parouësch dee
de wind huiltde boeërne vrou es doeë
deze morgenvandemeirnt
Die is magerGe kentj z'in twiejen breken
die ton is zo goed als voldie tonne es rezzevol
dikke neusne sjoef
doen we verder?doeme voesj?
drie en een beetjedrou en oneffen
Een blauwtje lopenOp nen bek de gaas leupen
een bolwassing krijgenonder ouën oebel krouïgen
een geruit hemde karro im
een hoge borst opzettena strooëven
een kerstboom versierenne kerstbeum paleren
een kleine persoonkop en gat
een lang persoonne lange wiewak
een miskraam hebbende keir es geklonken
er helemaal doorheenlos'n dee
ermee ophoudenzan skup afkooëjsken
extreme gierigaardne skramoeljezefter
gat in de kousne patat
geen sprake van!tes tegen a kleuten
gelijke stand (kaartspel) 't es plat
gestolen goed't es van de keir gevallen
gierig zijnne frang in twieën bouetj'n
goedkope wijnwouënj van 't skietkot
gratis levenleven van 'n emelsken dau
grote neuskapmes
grote sier voerende greute joun ooëtjangen
hard op kloppenEr ne pataat opgeven
heel domzeu dom as koeperleud
Het gaat niet goed vooruit zoals gewenst't es en betjn oan 't slabakken
het gaat vanzelft'Es e flot'jn van ne seng
het huwelijk is aangekondigda angd'in de mooëtj
het is een gluiperdt'ès nen ouëmelekken doëker
het is geen echt goud't es (ooëtj 't) zoogemeel
het is helemaal zijn vader't es za voeër gedrojd en geskeet'n
het is hopeloosdoe ne poëtj 't vel af!
het is iets van weinig waarde't es iet ooëtj de sjikkenbak
het is niet veel waard't es iet va vouëf ve ne frang
het is niet veel waardiet van 't alverdrau donker
het is niet zó belangrijk't es ie nie ve ne gouë lowie zè
het is niets bijzonders't es een skeet in een fles
het is overdrevendaddés oevertrokken
het is vlug gedaanin tien tel'n af
het is zijn verdiende loont'es welbestetj
het kampt fel't kampt dat' best
het kind krijgt nog borstvoedingde klein'n angnog on de mem
het komt niet uit zoals hij verwacht had't es tegen zan keire
het land afschuimenop maroede goeën
het verveelt me'tangt man kleut'n oëtj
Het was vlug gebeurdDe plank op en binnen
het wenen staat haar nader dan het lachenee woeëter stod'eug
Het zal niks wordenge zetj op a kinne megen kloppen
hij (zij) draagt hoorns (ontrouw) a (ze) kaun onder de koepeurt ne miëe
hij (zij) kent geen gêned' affronten zanj afgeschaft vanas de skandoeëlen opgekommen zejn
Hij greep hem vast om...a trok em tegen zanne gelee
Hij had hem te pakkena oo em ba zanne skabbernak
Hij heeft een groot voorhoofdAa eet een veureut woër dadden zoeg kan op viggeren
hij heeft geen autoa ratj mè nen Anglia-dijfteroeën
hij heeft geen gelda ee giën kauren, a es predde
Hij heeft geen geld genoeg daarvoorda kan zannen brooënj nie trekken
hij heeft het verwaarloosda eet'n't lot'n angen
hij heeft het zittena eet'n't o zanne rekker
hij heeft het zittena eetnt o zan kleut'n
Hij heeft me wat geflikt!A ee ma ne poeëter geschiljerd
hij heeft te veel gedronkena ee zjeer voetn
hij heeft zijn bekomsta ee sa getès
hij heeft zijn nek gebrokena es't vas af
hij is afgewezena es op nen bek de gaas geleupen
hij is bediendea zitj op den beroo
hij is de laatste ongehuwde broera zitj op 'n oeven
hij is dronkena eesse mee
Hij is een moeilijk persoon.A' es nen achterwasjoever.
hij is een vlotte pratera es nie op zan blad gevallen
Hij is gestorvenA é zaune leper afgeleit
Hij is moe / hij ligt op stervenzan kjeis es veir ooëtj
hij is naar de kermisa es no de meelekes
hij is niet van gisterena es onder geiën hinje gebroejid
hij is oerdoma es nog stommer as 't achterste van e verken
hij is verbaasdnou es zanne klakker gebeste'n
Hij is wega es skippes
hij is zoon van...'t es ne kleine van...
Hij kijkt scheelZan ieën eug zei foert tegen zan ander
hij kreeg enkel een beloftea oo zjust ne plasj in d'and
hij kwam stil aangeslopen (ook fig.) a kwamp op zan slasj'n af
Hij kwam woedend afgelopena kwam in (mee) en arrasje afgeleupen
hij leert traaga es treeg van oeëpakken
hij lijkt op zijn vader als twee druppels water't es za voeër gedrodj en geskeet'n
hij loopt in de wolkena weet va veren nie datten vanachter liëeft
hij loopt scheefa angd'op zan zoemerzou
Hij neemt teveel hooi op zijn vorka skatj euger as da za gat stoët
Hij staat er goed voorAa zitj er veur'n gelèk as Zjang in d'onn'n
hij weet niet waar hij mee bezig isau es van za gat gieën mieëster
hij werkt als bediendea skrauëfd'op den beroo
Hij ziet (lijk) bleekau bloest gelèk as 't onderste van ne parau
honger hebbenze zien vliegen
hou op!skitj oëit
iemand beetnemeniemand nen tand trekken / iemand een tatj'n dasjteren
iemand die meeval heefta es zjang van Brissel
iemand die rondspookt (volksbijgeloof) kledden
iemand doen betalenimmand doe lammer'n
iemand een oorveeg gevenen klasj op zanne kop geven
Iemand een pee stoveneen tatj'n dasjter'n
Iemand een schop voor de broek gevenEm ne pie in zan ol geven
iemand met `losse handjes`ne wouëventoeker
iemand overbluffen en jaloers makenimmand d'eugen oëtjsteek'n
iemand uitdagenimand op za pjeit zetten
iemand uitdagenimand doe goeën/ marsjeren
Iets aanhangig maken bij de rechtbankIet in 't proces steken
iets wijsmakenbleskes wouëschmooken
ik begrijp dat nietik ben zeu eug nie geletterd
ik ben verbouwereerdManne klakker ès gebèst'n
Ik ben zenuwachtig'k em zenen
Ik heb natte voeten'kem nasj
ik trek het mij niet aan'k veger man polleviekes oean
Ik was nogal dronkenIk em mei azeu zwet as een esp gezoepen
Ik weet het, maar ik geef mijn bron niet prijs't stond in 't veinsterblad
in de herfstba t rauzjn van de bloeëren
in de laden van kasten rondneuzenin de kassen schofieren
is het zo?jaun? (neusklank)
je bent slecht aan het kaartenze koêrtn in Parausj nie beter
je best doena tieënn oojtkooësken
je bron is niet betrouwbaar't stond in 't veinsterblad
je gaat een verkoudheid vattenge gotj t'dobbel fléres opdoen
Je haar is slecht gekniptEmmer de rat'n oeëgezeetn?
Je mag daar met je voeten niet op trappen (lopen) Ge meegt do mee a voeten nie op terren
je moet correct spelenge moedj a piet'n
je moet de gelegenheid te baat nemen't es van'n trok dagge moetj leven
je moet me niet aanstarenemmek iet oeën van ou
klein van gestaltene kette gesteukt'n
kopstaartbotsingin ieënen za gat raun
kruip in je bedgo nor a kasjemat
kuient (benen) de broeën
kunst- en vliegwerk't es van osta spoedja gedoeën
maar neebatendoet / bakendoen, bagendoetsj, batendoet, baändoet, bazendoet, bamendoemen, bagendoetsj, bazendoenj
Mager zijnEn aspergebeun, t vel oever de beenen
me dunktmadinkma
met 2 voeten gelijk springensponsjvoet springen
met al zijn hebben en houdenmet gieël zannen batteklank
met een grote versnellingop 't greut mes
mijn gedacht!ma dinkt!
miskraamde keir es geklonken
moeder de gans - moeder weet almoeier memmekes
moeilijke boodschapskiëve komisje
naaktlopenin a bleut gat leupen
naar het toilet moetennor de jul moet'n, no t'esken moet'n,
nepjuweelnen bizjoe ooëtj 't soogemeel
niet meer uitgeven dan men heeftzoeën nor zanne zak
nog een week wachten en het is aan onsa zitj op de zille van de veerdeer
nooitmeiren brinjen
notarisklerka skrauëft ban'n notoeëres
nu breekt mijn klompnou best manne klakker
onverzorgd meisjesnottebelle
Op andermans kosten drinkenop iemand zan kap drinken
op bedevaart gaanbeevoaren
op de grens vanop 't skiën van...
op restaurant gaan etenop otel eet'n
op z'n adem trappenop auën oeësom terren
opgebaard zijnin lauëken liggen
oud broodoubakken breud
over iemand die alles uitspookt of rare dingen doetdas toch wel iets gescheten!!
overspel plegenauen dop op een ander ooitschidd'n
Pas op, of ik sla uIk zal au sjebiet nekië nen trok geven dage nimme wetj van wa parroche dage zetj
pijn aan mijn maagman moog leit tobbelteup
plaatsvervangend dooppeterpetje lap
plots veel voorkomend ziekteverschijnseltes nen drol onder de meensjken
schuim slurpenskeumken trekken
Slappe koffieFlauen drasj
slecht voetballerpotstamper
smakeloze aardappelenwoeëterzakken
steegje waar men de asse dumptskramoeljekaschken
stuipen krijgenin de seskes valn
Suf gezopenMerf gezoepen
t'is erg zei de uil toen ie zijn jong zagt'es wried za den oijl assen zè jonk zag!
te laat komenvan oever kommen
teveel aanrekenenme dobbel kraujt skrauiven
treuzelende duif (iemand) dekskautjer
uit de weg!Madja!
van de regen in de drop terecht komenge gerokt van de pooëtj ba de padde
Van de tongriem gesnedenVan de spannerd gesnejen
van die rechte benenvan die afgezjikte beëijn
Van goede afkomst zijnA es geboern mé ne gouen leper in za gat
van het kastje naar de muur gestuurd wordenvan 't kasken noër de mier gestierd wèren
Van kwaad naar ergervan kojjerskoeët
van laag allooivan t'seeveste knopsgat
van slechte kwaliteitkamelot
van slechte kwaliteitvan t'alverdrou donker
Van waar komt de wind? (fig.)wie eet er ier ieënen afgetrokken
Veel moed!Veel korrozje onder de sozje!
verdunde melkslap
Verrot geslagenMerf geslegen
verslapenop a slep liggen
vervanger voor de dooppeterpetje lap
vervelende boodschapeen voëlj komisje
verwikkeling (medisch) koeët spel
volslagen gekspasjezot
vooruit!korrozje onde de sozje !
waardeloos houtwoeëbeumenaut
We gaan wegWa gonj zien
Wees blij met wat je hebtge kentjt nie aul emmen, een dikke vrou en veel plosj in au bedde
witharig iemandeen wittepenne
Ze denkt dat de wereld om haar draaitze peist da de gebreje kiekes vantzelfs op t aufel stonj
ze gaan hem goed aanpakkenZe gonj' em doeë een tatj'n dasjter'n
ze hebben hem (te) weinig betaaldz'emmen em ne plasj in d'and gegeven
ze heeft haar maandstondende bloedkoesj es doeë
Ze heeft lange benenEer ekster woejnt eugh
zeer armeiremoei taroef
zich haastende bieën'n vanonder a gat leupen
zich sterk inzetten voor iets't vier oojt a slasjen leupen
zich uit de voeten makenschampavie speel'n
zich zorgen makena kas opfrett'n
zie dat nu aan!keiremelle sèg
zijn best doenzan deveur'n doen
zijn best moeten doenzan tieën'n moet'n oëtjkosjken em moet'n strooëven
zijn bord leegetenau etj alles me krot en mot op
Zijn broek is te kortA eet woeëter in zanne keljer
Zijn broek is te kortBockstoeël es doeë
zijn gevoeg doenzan kommisje doen
zijn hemd hangt uitzan slep ankt ooitj
zonder factuurin 't zwet; zonder meziek
zus en zoazeu en azeu

1376 woorden

's avondssooves
's middagssnoenes
's morgenssmijres
's namiddags's achternoensj
't was daar vlug gedaan't was do va plasj man deer toe

A

aaijouken
aaiene jouken geven
aakvoeërtskip
aalpoeëlink
aalzjieëk
aalbesReu beezekes
aalkarzjieëkstik
aalt uitstrooienzjieëk vier'n
aambeienspeen
aamborstigket (van oeësom)
aanaarden (aardappel) balken
aanbestedenoëtjgeven
aanbevelenoeëroeën
aanbiedenoffreren
aandeelakse
aandeelhouderaksjonneir
aandrukkenpressen
aangedaangepakt
aangeschoten (drank) in de wentj
aangeven (knikker) sjoeffen
aangezichtgezicht, ; ook: bakkes, façade, mooëlj, toet, smoel
aangrenzenoeëpoeëlen
aankomenarreveer'n, lan'n
aankomstarrevee
aankondigingannoonce
aanleidingokkozje
aanlengenversnoun
aanmaakhoutje (ne) krasjel
aannemerantrepreneur
aanplakken (verkiezingen) go plekken
aanrijdenoeverroun
aansluitingraccoor
aansluiting (trein) correspondeensje
aansmeren (iemand iets) oeëlappen
aanspanneninspannen
aanstalten makenappreenche moken
aanstarenbegopen
aanstekerbrikee
aanstekerbrekee
aanstellerzjestepee
aanstondsderekt
aanstoot gevenskandoeël geven
aantrekkenoeëndoen
aanvaardenonveir´n
aanwervenoeëpakken
aanwezig zijnDoeë (ie) zijn
aardappelpatat
aardappelmesjepatakkermesken
aardappelmesjepetakkermesken
aardbeijeirbees
aardejeir
aardenoeërn ; (electr.: teirn)
aardewegjeireboeën
aardingd'n teir
aardwormtiërlingk
abortus plegene kindj lot'n afhoeëlen
accordeon (harmonica) en armoenekau
achterblijvertjevernepelingsken
achterbuurtbewonersstrotjesvolk
achterlijk (van geest) simpel'n
achteroverachterwesjoever
achteruitachterooëtj
achterwaartsachterwesch
ademoeësom
aderoeër
advertentieannoonse
advocaatavekoeët
afbetalenafkett'n
AfblekenAftrekken
afgeknaagde appelknausjelink
afgeroomde melkslap
afgevaardigdedelegee
Afkeer hebben van ietsOp iets weurgen
afschurenopzovel'n
afwezig zijn (in gedachten) wizje zijn
aktentasmallèt
alikruikskerregozze; koelle
all starsbasketslasj'n
alleeninkel allieën
altijdaalzaleven
alvleesklier (dier) sjoezel
AmaiSlotj ma nau deud
Ameiveld't Feljeken
anjergenoffel; pleumken
apendicitis't vier in den booik
appelmoestrot
AppelterreOpelteer'n
applaudisserenplasj'n
arauësjstoel
arduinblaue stieën
armbandbranzjelee
armoedeeiremoei
as - asseaske
asbaksandrejee
astmaazzemou, ket van oeësem zijn
atheneumkolmejèn
atheneumleerlingkolmejènboer
ausculteren (dokter)oeverlester'n
autopedtrottinet
autoscooterbozjotookes
autoscooteróttobosjkes
avondoovet
avondmaaloovedeet'n
azen (op iets) vlassen (op iet)

B

B.H.setjein, memmekabas, memmegarieëlj
babyplat kintj
bagagedrager (fiets) stoeleken
bakerenboenjel'n
bakvorm (rond) platinne
balkpotralj
bang iemandzjeëker; skauëtjer
bankbiljetbollèt
beangstigendbenouvelek
bedbedde, kazjemat
bedanktmersie
bedevaartbeeweg
bedriegenin 't zak zet'n
bedriegerkremper
Begijnenbrugd'ieëste brigge
behangenbejangen
bejaardentehuispetjesoësch
Belga MatchDen Belsj
bemoeialmoejoul
benzinenaft
bepotelenoeverpampelen
berispingschoef
berispt wordenonder a kleuten/ auen oebel krouëgen
bermist
bermgèskant
beroertegeroktauëtj
besmettelijkbetropelek
besmettenoeverzet´n
besmetting opdoeniet betropen
bessensiroopbeezekes saroep
betalenbetoeël'n, dokken, lammer'n,
betonplaatploeët
beukbiek
beursbezze
beurs (adj) mouter
beurttoer
bevoordelenveer'ntrekken
bewakengoeësloeën
bewusteloosvan a zelven zijn
bezemsteelbessomstok
bicepsforsboul'n
biddenleez'n
bierbie
bierviltjebierkotj'n
bietpetroof
biezenwouëmen
biezenveldwouëmenier
bijeenrapenbaieënskijr'n
bijnabekounst
bilspleetgerre
bintjesmooëzj'n
bivakmutskagoel
blaasontstekingkauë pis
blaffenbass'n
blauwblout
bleekweideblieëk
blijven hangenzjieël'n
bliksemweerlicht
blindblenjd
blindeblenjn'n
bloementuinblommenof
bloemkoolblomkeul
blokfluitfauëffel
blootsvoetsberrevoesj
blue jeanskobojbroek
blufferblageur
blutpredde
bochelboeltj
bochtkrinkel
bochtigkrinkelechteg
boekentaskarnasjeir;semain; (skoel) kabas; kartabel
boeltjeboenjel
boeltjesantenbotiek
boemanloekepee
bofde bezzekes
boilerboljer
bomentransportkaroesjt
bonje schoppenvan a kleuten moken
bontjasvelle frak
boodschapkomisje
boodschappentaskabàs
boomstronkjesgat
boordsteenzille; bordier
bordtaleur
bordeeloerekot
bordjeondertasken
borelingplat kindj
borg staante panne stoeën
borstbest
borstelbèstel
borstenbesten, tetten, ert
borstrokgebrejjen onderlaueveken
borstrokslooplauëf
boterboeter
boterhamboeteram, boken
boterhamboeteram; boeken
botsingbosjink
bouwwerfbau
braakliggend landvoegelewau
brakenspouven
brandhoutstoevout
brandkastkofrefour
breekbaar serviesgalaureweirk
breiwolsajet
brilveló, bril
broeksriemsentuur
broerbrier
bromvliegspoonjske vlieg
broodkorsten(breut)kesten
brouwerijbrouverou
brugbrigge
bruinbroënj
Brusselse steenweg't broobant
buikboëk; pansj
buitelingkoensj
buitenjagenbooëtjekasj'n
bultoebel, boeltj
BurchtdamBèrdam
BurgemeesterBerremieëster
buur, gebuurbier, gebier

C

carbonpapierkalkeerpapier
carrouselpjeiremeel'n
centseng
charcuterieiet-bau
chicoreipejen
chicoreibranderijpejjenbranderau
chroomkromee
cidersieter
cirkelronde
cirkel (klein) oeken
citroenlimonadezjim
colbert (kostuumvest) sjapong
collaborareurzwetn'
collegeleerlingkollezjenboer
commissarisde kommeseir
confituurzjelau
controleur, bewakergarde
cuberdonnees
curettage (gynecologie) kooësjkink
cvp'erpizjeloeter
cyperse katkeljerslek

D

daaspjeirevlieg
dadelijkderèkt
dakgootkornis
dakwerkerskoljndekker
damesfietsmaskesveloo
darmenpansjerau
dasplastrong
de straatgootzep
dekenSozje
dementva za verstand zijn; kiensj zijn
denderdenjer, voeët
Dendermeersende Mejeisken
DenderwindekeWinjink
DespauteerstraatPeperstraat
deurkozijnsjambrang
deurkrukklink
deze zomervan de zoemer
diarreeskauëtjerau
dichtingzjwouin
die ton is vol tot het randjedie tonne es rezzevol
diepvriesvoedingkonzjelee
dikwijlsdikkes, van 10 - 9
dimlichtenklein licht'n
dinsdagdouësjtag
disseldauësjel
dobbelenpitjesbak
dobbelsteentjieërlink
dofferkepper
doksaal't eugzoeël
doksaalt'eugzoeël
dokterdoktoer
doktersbezoekveziet
dommerikkledden - ezel - metten-kalle (vr)
donshaarwendjoeër
doornatmesnat
doorslagpapier (carbon) kalkeerpapier
doortraptgrúnjegen
doperwtsloëmeit
dorpelzille
dorpelingboer
dorsendesken
draagbalkjoeffer
draagriemdroksier
draaierigdroeëleus
drasjbrij
drievoetdroupikkel
driftigheidarrozje
drijfzandkwelm
dringendpresjee
droge haringdreugen eerink
dronkaardzattebezze
dropkalisj ; boerekalisj
dropjeskalisjkes
dropwaterkalisjezap
drukdoenrankieren
drukdoenerijaksefakse
drukknooppresjongsken
druktebegankenis
dubbelgearmdslangeratisj leupen
duidelijkkleer
duimspijkerpunijs
duivenmanddooëvekeef
duivenmelkerdooivesjapper
dunne rechte benenafgepiste bieën'n
durventerven
dwaas (zn) wizjn, onneuzelekleut, kloefkapper
dwars doorsweiz'nd dee
dwarsligger (fig) dweiz'n
dwarsligger (trein) bilsj
dwaze vrouwgoele
dweildwauëlj

E

EdingenInghieën
eenne
een hoge borst opzettena strooïven
eendenje, (eendenei : enjnour)
eenheidsworstammo 't selde
eensisj
eenvoudigsimpel
eerbaarserjees; è serjees vroumeensj
eetfestijneetink
egeljetse; stekelverken
egoïstalexander
eiaur
eierdooierdoel
eierkolenajkes
eigenaardigschaa
eigenzinnigieënannig
eikiejek
eksteranneke zwetgat
elastiekjerekkerken
electriciteitsmaatschappijde companjie
ellipsour
elselsj
emmeroker
emotieontroësje
endeldarmappandisit
enkelknoesel; (alleen) allieën)
enkelvoudiginkel
enquêtebevroogink
erectiene stouëven
erelintdekorooësje
erfhuissterfooësj
erggroulek
ergensieverounst
ergerenop a zeen'n werken
ervarenonderleid
ervaringexperjeensje
erwteit
erwtenrijshouteitrauëzjers
erwtensoepeitsoep
espadrilleskeure slasj'n
ethereteir
ettermateer
eventjesrezzekes
ezeltroet'n

F

Fabeltaswarie
fabrieksarbeiderwerkmeensj
fanfare't meziek
felgrouvelek, groulek
felgeschminkt persooneen schminkdeus (poeierdeus)
fietpadvelooboeën
fietsvelo
fietspadvelooboeën
fietsstuurgedong
fietsvorkfoersj
figurantblompot
filmsinnemau
fittingsokè
flanellen benenzjizjippen bieënn
fluitenskoojfel'n
fluitjeflotje
fluitjesmelkslap
fluweelfloer
fopspeentut
forfaitscoreno Liefferingen zijn
fornuisconfeur
fotograafpotrett'ntrekker
fototoestelkodak
framekouter
fruitfroëtj
fruitgommenzjizjip,
fruithandelaarfroëtjmarchang

G

gaangoën
gaan slapennor a kazjemat trekken
gaine (damesondergoed) korsee
garnaalgernoot
gatol
gebouwbattement
gedaangedoan
geduldposseensje
geelzuchtgeelziekte
geen manieren hebbenvan de vestberm komen
geen manieren hebbenvzn de Berdam zijn
geeuwengopen
gehandicaptgebrekkelek
gehavendgeskalodderd
gekzot, vangen, wizj'n, wietawo,
gekookte hespgezojenesp
geldkaur'n
geldgeldj, miekes, kaur'n, sengen
GeldbeugelPortemonnee
geleizjelou
geluksvogelsjounsaar
gemeentesecretariaatheugstoel
geniepigaardouëmelekken doojker
geperste kop (charcuterie) vanteut
gerechtjeplakken
gereedschapaloom
geribbeldme rebbekes
geruitkaro
geruitkarroo
geschenkkadoo
gestreepte katkeljerslek
gevangenisden bak, 't celleken
gindsgenne
GipsPlosjter
gipsverbandne ploster
glijbaanafrauzjer
glijdenrauëzj'n
glurenlooëmen
godonzjieër
goed doorbakkengekesterd
goederentreinmarchandies
goedzakkloesj
golfbaar
GommetjeZjezjipken
goochelenskamoteer'n
gooiensmauëtj'n
gootzep, goet;
gootsteenpombak
graaienskeir'n
graatmagerzeu moager as een out
grafdelvergrafmoker
graspolres
grasveld/ weitjeblieëk
grasveldjeblieëk
grendelgringel, skof
grendeltjeskofken
grienengreinzen
grintgravieë
groefgerre
groengrien
groene koolsaveu
groenlinggrienvink
groentenmanlegúmmemarchang
groententuinlegimmenof
groetenkomplement'n
grote boodschapskouëtj'n
grote mondgreute bakkes
gruwelenvergrouvel'n
gulpspriet

H

haaroeër
haastpresjee
haastigosta spoedja
hagedis (slange) ratisj
hakskalmer
hak (landbouw) brook
halssnoerkollee
haltearret
halve garejoebben
hameroomer
handelcommerce
handelaarcommersant
handelaarmarchang
handeldrijvencommerce doen
handelsreizigervwajazjeur
handklapplasj
Handtassakosj
hansopjebarboteusken
hard (rijden) èt, nouëg (roun)
hard kloppendesken
hardstyle muziek / technobosj meziek, djoenke djoenke
haringeerink
haringieërink
harkreek
harkenreken
harmonicamoenekau
hartenettes
haveroover
hekbolje
hekekken
helemaalgieëlegauns, grat
herenfietsjongesveloo
herfst't afgoeën van 't joeër
herfst't rauzj'n van de bloeër'n
herrieambras
hersenbloedinggeroktauëtj
hersenenesses
hespenworstsjisseboelong
het is weinig betrouwbaartes iet van t'alverdrou donker
heupprothesevesk'eup
hij bengelt aan de staarta angd'on 't koddeken
hij gaat trouwena angd'in de mooëtj
hij heeft last van de prostaata pist op zan tippen
hinkelspelbèrrekenink
hoe gaat hetoe est
hoenderoenjer
hoestfleseen fles ve de vallink
hoge hakkeneugiel'n
hoge inzetne gouë lowie
holle weggroebe
hondtee
honingeenink
hoofdeinde (van bed) sponnebedde
hoofdkussen (breed)ippelink
hoofdkussen (smal)kiss'n
hoofdzaakprinsjepoljste
hooghartigeuveirdig
hoorntje (ijs) toeter
hortransparant
horrelvoetsjonkelvoet
horzelèzzel
houtduifstokdoëf
houtmijtdjeit
houtwormmélem
houweelpiosj
huiduitslagoeëtjslag, brand
huiduitstulpingoebelken
huisschilderfassadeklasjer
huiverenvergèzzel'n; vergrouvel'n
hulppastoorkwazjieter
hurkenop auen'ik zitn'
huwentrouven

I

idiootkaljen; kloefkapper
idiootmaboel
ijsjekreim
ijsjeskraamkreimkeir
ijswafelgallet
ik voel je komen'k eur a kommen
ik zie je graag'k zien a geiren
illusiegedacht
in orde brengenarranzjeer'n
in plaats vanin plosj (plasj) van
inrijpoort, erfhofgat
insecticidespitsjel
instorteninval'n; inskauëtj'n; tobbelteup val'n
invretenineet'n
inzetten (duivensport) miezen
ischiassjateka

J

jaar, joeër (jaartje) jorken
je moet niet zo lichtgeraakt zijngendie nie skerf es èn krabt'em nie
jeneverzjaneevel, kleer'n
jeneverglaskapperken, kapper
jenevertjedrippelken
jeukiksel
jicht't bistjn
jodiumtinctuurteintuurdejot
jong meisjevjeisken
jonge haringlammeke zoet

K

kaalhoofdklasjkop
Kaardeloodstraatkoeëleut
kaartje (trein)koepong
Kaartjesverkoperreceveur
kaatsenkosj'n
kaatsspelkosjink
kabaalkloerink
kabuiskoolkaboësj
kachelstoef
kachelvier
KalenderAlmenak
kalkoenkallekoen, snottebelle
kalkoensnottebelle
kamer boven de kelderópkoomer
kamerjaspenjwaar
kant (Brusselse) lasseekeswerk
kapmantelkappelinne
kapselkalot
karnavalistvastlovetzot
karrabietjesmeel'nzie onder opmerkingen
kasseikassau
kasseikassousjtieën
kastjekasken
kat (gestreept) keljerslek
katapultmik
kattekwaadskelmerau
kauwensjikken
kauwgomautomaatsjikkenbak
kegelkoon
keikaur, kaj
keilenbolketten
KermisKerremes
kermismeelekes
kersenboomkèzzeleer
kerstboomkèsbeum
kettingkeet
keukenkachelkomfeur
kielkaspoesjeir
kiezelkaraljekes
kikkerpoëtj
kikkerdrilpoëtjengerek (parregerek)
kikkervisjes (dikkopjes) popegillekes, dikkekoppen
kinderachtig gedoekinjerozje
kinderenjoenger'n
kinderwagenkinjerekoesj, vwatuur
kinkhoestkouëkoest
kipkieken
kippenvel krijgenverredderen
klappeikomeer
klaverenkloveren
kledijklerozje
kleedklieëd (mv: klieër'n)
kleedjeklitj'n
kleefkruidplekzjam
klein stukje vleeszwozzeken
klein ventjepallesoeët
kleine wasbeurtkloonsken
kleingeldinkel
klemsprinkauëzjer
kleurkoleer
kleurpotloodgekoleerde krejong
kleuterpatjn
kleuterschoolpatjesschool
klevenplekken
KlokhuisKnansjebeet
klompolleblok
klomp (met dwarsbandje) kloef
klompenmakerkloefkapper fig: nietsnut
klotenkleuten
kluitklot
klungelen of smossendasjteren
knabbelenknansjelen
knagenknausjelen
knaldempersjapment
KnettergekSpasjezot
knikkermeirenbol
knikker (dikker) flok
knikker (groot) bolket
knikker (in matglas) zjimmen
knoeiboelslameer
knolselderijroopselder
knuppelklipper
knödel (in water gekookte brooddeeg met rozijnen) knetel
koehoeder (cow boy)koejóngen
koekoeksbloemkàffeeblom
koetskoesj
koffiekàffee
kogellagerrollement
kogelpenstilo
kokenzojen
kolenafvalslam
kolenhandelaaroeljemarchang
kolenhokoeljekot
kolenmijnfos
kolenschopoeljeskip
kolenstofslam
kolenverkoperoeljenboer
kooikeef
kookpotkomme
kookvleesbollie
koolmijnfos, koelpit
koolviswtivis
koopwaarmarsjandies
koortskèsses
koortsblaassjisjel
kopjezjat
koplampfaar
koptelefoonécouteurs
kopvleesvanteut
kortket
kortademigket van oeësem
korzeligkèt va stof
kostschoolpansjenoeët
koteletkabernau
koude schotelkouë pla
krantgazjèt
kreupelmismokt
krijgenkraujgen
kroonkurkbierkapsulleken
kroontjeswipperaftrekker
kropgezwelgwater
kruidenierspeesserouënwinkel
kruidnagelgenoffel
kruimelbrouëschelink
kruisbesstekerbees
kruiskruidsjimsjam
kruiswegwegóm
krullebolbeikeskop
kuipbasseng
kuitkouëtj
kurkentrekkeraftrekker
kusjemoeleken
kussenkiss'n
kussensloophippelink
kwaadsprekenkomeer'n
kwajongensstrekenkoapoecherau
kwak (water) zoep
kwartierkottier
kwastflosj
kweekgraspejen

L

laarsbot
ladder (kous) flesj
laddertjeoenjereliër
lambiek (bier) joenk
lampenkapabbazjoer
landhakpejjekapper
langlank
lawaaierige muziektjingel-tjangel
lentedn'ooëtjkommen´n
Leopoldlaande Nie Boeën, d'n avenu poef
lepelleper
leraarmieëster
LeraresSkoelmestes - skoeliffrau
lessenaarpepitter
libelvier'ntwinjtegierenbieëst
liberale kringde sèrkel
liesieëkenissen
lijmkol
limonadezjim
limousinevwatuur
lispelenslisj'n
loggialoezje
lokaasamors
lollielekstok
LollyLekstok, bol
lomperikooëben, mettekoe
long (dier) lichtlever
loodsloezje
looplampballadeus
lopenleupen
LuchterLuster
luciferallemetj'n, krasjelken, steksken
luidsprekeroparleur
luierpisdoek
luierena kleute skieren
lunchpakketschofzak
lustopwekkendeftdepjès

M

maagmoogt
maandagmonjdag
maandstondenregels; de bloedkoesj
maandverbandban'n
mademoeë
madeliefjekassaïken
magneettrekauëzjer
maïssponsjke terf
maisspoonsjke terf
manmoun, péken
mandmanne
mandenvlechtermannemoker
mantelpalto
manwijflomboeërske
marmermeirembol;
marskramermètmoun
maskermombakkes, vezozje
masturberena flosj aftrekken
Me jongskenMe zoeteken
medaillemadoilje
MeerbekeMieërbeek
meersmejeis
meidoornhaagdeur'n oog
meikevermoljer
meikeverpreekieër
mekaarmakander'n
melkensjappen
mengselmisjmasj; mingelink
mensmeensj
mercurochroomreut
merelmijeirloe
mesthoopmessink
mestvocht, aal, gierzjieëk
met twee voeten tegelijkspoinsjvoet
met z'n tweegetwieën
metselenmasj'n
metselspeciemeutel
metsenmasj'n
metsermasjer
middagd'noen
middagmaalnoeneet'n
middelbare schoolkolmejen
middelbare staatsschoolkolmejen
miezerenzjabberen
Mijn vrouw is kwaad op mij.Beldj mo giëne klank
mijnwerkerfosman
militairsaldoeët, zandstooiver, gamellenboefer
minachtenlieëg op emmen
minnaaroeënauver
minnaaroeënouver
misdienaarkrejoeël
misselijkoeërdeg
mistsmooik
mistiggesmeukt
moddermoer
moedkorrozje
moedermoeijer, mojer, meeken
moeder (mijn) mameer
moedervlekpeperkeur
moeilijk doenkomplementen mooken
mokerveeroomer
molenmeel'n
molentjemeeleken
mooiskeun, manjifik
mooie vrouwskeun mokke
morgenmijrnt
morrenkreft'n
morsendasjtern
mortelmeutel, masj
motregenmiezerink
muizenvalslagberreken
muskaatnootkrojnoet
mutsmoesj
muurmier
muur (plant) mierekrooïtj
muziekschoolmeziekskoel

N

naaldnolje
naamkaartjevisietekort'jn
naargelangnovenant
naastneffest
nachtclubkabardoesjken
nachtemmerpispot
nauwelijksarezze
navelnogelbooïk
NederlandseNinoofse
neeniëje
NeigemNouëgen
nekvelskabbernak
Nerf (hout)Molje
nergensnieverounst'n
nestelsnier
neusverkoudheidsnotnees
Niet volgen (kaartspel)Vertajen
nietsnutne kledden ma vel
nieuwsgierigkorjees
ninoveninof
nochtanspertang
noedelsknetels
nonmasseer
Nooitneutnie,
nooitvalévennie
noubou awejà

O

ocmwdn'eiremen
officiëel gebouwden trapop
olijkerdskauë jongen
om zeep helpenverdasjter'n
omeletaurekoek
omheinenooëtjpoeëln
omvergeredengeschept van nen otto
onbenulligheiddasjterderou
onbezoldigdver 'n hemelsken dau
ondankbareingrautegoeërd
ondanks allesmalgree
onderscheidingstekenmadol'je
onderzoekenvazjenteer'n
ondrinkbaar (het is-) merrezjieëk
ongediertefernauëjn
ongelooflijkongeleufelek
ongeschoolde arbeidermaneuver
ongeveerapoprè; oeënovomtrentj
onhandigieënannig
onmiddellijksjebiet
onnozelaarkledden
OnnozelaarOneuzeleer
onnozelaarwietawoo
ontbijtmeirnd'eet'n
ontroerdgedeven, gerokt, getokt, gepakt
ontslaan (iemand) zannen bong geven
ontslaanbooëtjesmauetj'n
ontwrichtoojt not
Onze Vadervedroons
oogartseugmieëster
oogsteust
ooitva leven nekieë
oorveegklèsj op zanne kop; lap;mot
oorwormeurezoëper
oorwurmeurezooiper
openbare verkoopvandiese
opendoenoependoen
opgevenafgeven
opkamerkeljerkomer
opnieuwveneir
opnieuwvedrom
opslaanlever'n
opzettelijkesprès
opzijvakant, op kant
oranjelimonadeoraunsjken
Oude Kaaibrugde twieëde brigge
ouwe rakkerouën kroker
overallblaut kostum
overgevenspouven
overhoopkop oever kleuten
overmatig drinkenboeajzen
OverrijpSpasjerouëp
overschoengalosj
overschoenget

P

paardpjeid
paardenbloempisblom
paarsmoof
paddestoelkompernoelje of foensj
pannenkoekpalap
pantoffelslasj
parapluparaplie
parelhoenpondaar
pareltjepeileken
pauze (toneel, flm) antrakt
penisgemacht, pisjeloe, tisj, flosj, floëtj, kalle, loe, pjes, waren
pennenzakkasken
pennetjekalle
penspansj
per semalgree
persiennelattestoor
perzikpeche
pestertoeker
petroleumkachelpetrolvier
petroleumlampkengkeng
pietluttigheidbezzelink
pijnzjieër
pissebedverkesbieëst
pissenzjiëken
pitkeireken
pitteleerbilleklasjer
plankberd
plankje (stukje hout) berreken
plattelandden boer
platzakpredde
pleisterplekkerken
pleister (en) plamoster ('n)
plettendasjteren
pleuritis't fleeres
pochenstoefen
pofpoef
politiepolis
PollarestraatPollekassau
populiercanada
postzegeltember
potloodkrejong
pots (hoofddeksel) alpin (neusklank)
praatjes makerzjieverriëer
pralinepranille
pratenklappen
prentbriefkaartzichtkoeërt
prentjebiljeken
proclamatieprausjdieëlink
ProevenPrieven
proppenschieterklakbus
pruikparik
pruts (zn) klodderderou
prutsenfoesjel'n
prutsenmeusken, dasjtern
pukkelsposjtes
puntenslijperskerper
pupil (oog) 't kinjeken van a eug
pureestoemp
putterdestelvink
puurpier

R

raarskau
rafelenvazjel'n
ragebolspennekoppenbèstel
rail (s) ralje (ralsj)
rammelaar (konijn) rauër
rare snuitervasloovetzot
rechtbanktribenoeël
redevoeringdiskoer
regenjasimpermejabel
regenvlaagvloog, drasj
regenwaterputsitèrrepit
regenwormtjiërlink
regering't goevernement
remmeninouven, frein'n
rennengeddel'n
respect hebbena moesj afdoen
reuzelsmout
rijkraujk - rauik
rijshoutrauëzjers
rillenvergezzel'n
ritstiret
roddeltantekomeer
rode aalbessenzjijembezen
rok (kledij voor mannen)abouëtj
rok (voor mannen)billeklasjer
roken (hesp) reuken, gerukt'esp
roken (sigaret) smeur'n
rolluik (af) rolder
roodreud
roomijskreim
roomijsventerkreimboer
roosreus - mv = reuz'n
rosse (adj+zn) vos
rozijnenkoekbeezekoek
ruitenkoekes

S

sabelsooffel
salamanderratisj
saucisson de Boulognesisjebolong
schaamstreek (vr) vrouvelekauëtj; mazjolle
schaatsenskofferdoujn'n
SchaduwLommerte
schafttijdskotauëdj
scharenslijperskeiresliep
schatjefliessewedde
schelmvajoe
schijnbaarpessies
schilder (huis-)verver
schilder (kunst-)skiljer
schilderijskiljerou
schilpadskilpadde
schminkblanketsjel
schoffelkrabber
schoffelskoeber
schoffelenskoeberen, opkrabben
schommelroesj
schoptroeffelskip
schoppenskippes
schotelvodschoetelvodde
schriftkajee
schrijfboekkajee
schrikkenachterwèsoever vall'n verskiet'n
schroevendraaiertoernavies
schuif afafrauëzjer; raaizjaf
schuimskoëm
schuimbekken't skooëm op a bakkes emmen
schuimrubbermoess
schuurtjeloezje
schuwieënannig
schuwskau
scootermot'siklet
secondetel
seizoenarbeiderfrounsman
seringzjozzemien
side-carsietkeir
sigarettenpeukkoet
sijstranjt'n
sikgauëtjenboeëreken
sikkelzichel
sintelskramoelje
situatiesittewoësje
sjofelvernezeld
slasaloeë
slaapkleedtaboeërd
slaapwelsloppel
slagmossel, trok, mot, lap, plasj, kokkedot, wofel, kerremelle
slagerbieënauver
slagerBieënaver
Slecht gekleedKloddevent
slecht zwemmermoerdoojker
slechte kaarterplankierkoeêrter
slechte mensanjzevee
sledeausjstoel
sleepslijp
sleutelsleter
slobberenbezzel'n
slobkousget
sloddervosklodderond
sluikzijp
sluiswachtersasmieëster
sluwerdlinkadoor
smakeloos (eten) flasj
smal tweepersoonsbed (120 cm) twouëfeliër
smoutebollenvatjbaul'n
sneetje (kaas) skelleken
sneeuwbrijpladedder, drasj
snoepsmokkelderau
snoepsmokkelderou
snoepensmokkel'n
snotsnottebelle
snurkenronken
sodaseldesoet
sodasoedou
soepvleesbolie
soes (taartje) sjoepateken, sjoeken
soksjoset
somsbataeëtj
somsvantauëtj
soortspeesse
spaakrejong
spadeskup, skip
spastischvan de zeenn' getrokken
spatspasj
spatadergebost'n oeër
spatbordgardeboe
spattenspasj'n
spattendrasjken
speelplein (school) koer
spekgeregeld
spermakallevatj
spiegeleipjeir'neug
spiernaaktin auen bleute flikker
spijtspouëtj
spilziek zijne gat in d'and emmen
spinspennekop
spinaziespenozje
spinnewebspennekoppenet
spithakbrook
spitskoolpesjieken
spleetjegerreken
spoorwegauëzjerenweg
spoorwegovergangbarrieël
spot (lamp) skouënjwerper
spreekuur houden (dokter) veziet'n doen
sprekenklappen
springenjoepen
spuitwaterspieëtwoeëter
spuwenspieëkel'n
staanlamplampadeir
staartkodde
station't stooësje (van'n auzjereweg)
stationschefchef van 't stooësje
steengroevekarjeir
steenkooloelje
steenkoolkacheloeljestoef
steenslagbrikaljong
stekelbaarsstekelbagger
stekkerpries
stempelcachet
stevige briesflakke wendj
stijfselomeldonk
stiptop ier
StoepPlantjn
stoepplentj'n
stofjaskiel; kaspoesjeir
stomerijkooësjkerau
stomkoppeterskalf
stoomketelmeur
stop er meeskid'oëtj
stopcontactpries
stotterenekkel'n
straksflees
strakssjebiet'n
striemlink
strontzatzwetzat
stroopsaroep
stroperbrakkenier
strottenhoofdstroet
struikelena verstoëken
stuifzwamdoemper
stuipenseskes
stukadoorplekker
stukmakenverdestreweren, verdemmeleren
suikerbonbonbol
suikerklontjepille (sooëker)
sulletje (vr.) doezeken

T

tabakspruimsjiek
tafellakenammeloken
Tagetesstinkerkes
taillelieëst
tandartstantist
tanktang
tarweteirf
techniekermékannisjei
tegeltichel
tenminsteop za meensjt
terreintareng
terugvedrom
terugtrapremtorpedo
terwijlswauïlest
tijdigin tasj
tikkertje spelenkatje leupes
toch weltoe toet
toentijn
toespijsietbau
toetsenletters
toilet zonder waterspoelingne rechtaf
toiletstoelkakkedoeze
toneelkonseir
tongzoenenvoejern'
TouwJeel
touwtjespringenkeureke springen
tranenlepkessaus
trappie (bet. v. schop)
trappentern'n
trapperpedal
trechtertrefter
trekwegtroogel
treuzelaartrentjeleer, dekskaujter
treuzelentrenjtel'n; trusjel'n
troepbataklang
troffeltrawieël
trogmoelje
tromboneskooëftrompet
trostroppel
trottoirbougank; plantjn
trouwstoetswit
truivarees
tuinlochtink
turnpantoffelsturnslasj'n
tvtellevezie
tv-bakjekasken
twijgjewizzeken
Twijndersweg (Straatnaam) de skramoeillekasj

U

Uitgaanstarten
uitgaanop drasj , op maroede goeën
uitgerafeldoëtjgevazjeld
uithangbordreklam
uitkijkenop de loer stoeën
uitlachenooëtjskauëtj'n
uitnodigingenvetoeësje
uitrafelenooëtjvazjel'n
uitscheldenooëtjmooken
Union Allumettièreden Union
unsterbalansauësjel
urinaal/ bedpanpènne
urinoirpissine

V

vaarsvjeis
vaatdoekskoeteldoek
vaderma voeër
vader (mijn) mompeer
vaginafoef, kit
vanzelfvantsèls
vastenavondvasloovet
vechtenbadderen
veeartspjeiremieëster
veegborstelfledder
veerressoor
veiligheidsspeldtoespelle
veldkersspringzoeëd
veldmuisdolleken
veldovenvlamoeven
veldslamooëzjneurekes
veldwachtersjampetter
velgzjant
vensterluikblaftier
ventielsoepap
verantwoordelijk stellenopvall'n
verband (je) voddeken
verdervoejer
verdwenenribbedebie
vergietverzauip
verkeergerasjel
verkering hebbenvroun
verkiezingkiezink
verkopermarsjang
verkoudheidvallink
verkreukeldverrompeld
verkruimelenbrausjel'n
verliezenop a kleuten/ auen oebel/ a rebben krouëgen
verlofkonzjee
vermomdevasloovetzot
verpleegsterenfermjeir
VerrotSpasjerot
verschrikkelijkaffreus
versierenpaleer'n
verslagrelevee
versnellingsapparaatverzet
verstoppertje spelenplesjaf doen; katje stoppes spelen
verstopt (neus) versnoeft
vertegenwoordigerreprezantant
vervangerramplasant
verwaarlozenverneglezjeer'n
verwend kindbedervestront
vestfrak
vestvestong
vette kolen (vatje) brokken
veulenveeleken
vindenvenn'n
vingers gekruist!kreusken van vosse leine
vinkbotvink
violierfloeren blommen; flierenblobmmen
viooltjevioletteken
vissenvisken
vitterpezewever
Vlaeminckstraatde vitjesmèt
vlakopplasjop
vlechttresken
vliegerrook
vlieger aan een touwne (d) rook
vliegtuigvlieger
VlinderVliegewaeter
vlindervliegewouter
vlug (zo vl mogelijk) prechee
voddenrapervoddemoun
voeding uit blikeet'n ooit deuz'n
voeg (muur) sentuur
voelentas'n
voetgangersverkeerbegankenis
voetpadplanjt'n
vogelvoeggel
volgendenoste
volgende (maand, jaar...)noste (mondj, joeër...)
volgende (maand, jaar...)kommende...
voorgerre
voor (landbouw) gerre
vooraanvaveer'n
voorafmalgeree
voormiddagvernoen
voornaamsteprinsjtepoljste
voortvoesj
voort (ga-) go foesj
voortmakenbezze geven
vooruitverrooëtj
voorvorkfoersj
voorwaartsverrewès
vorig (jaar, week...)verleje (joeër,...)
vorkfrinket
vrederechterzjuzjepee
vreemd (ongewoon) korjees
vrijdagvroëdjag
vrijwilligerwilles
vroedvrouwachterwoeëres
vrome vrouwfemeltrien
Vrouwméken
vuilvooël
vulpenporteplum
vuurvier

W

waanzinnig zijnvangen
waardeloze duifdekskauëtjer
warmwaterkruikblees
wasjekloonsken
wassenwasken
waterwoeëter
waterenzjieëken
waterketel (groot) doesj
waterslang (tuin) launse
wc't èsken; 't vertrek
wc-papierskouëtjpapie
weg (adj) skippes, skampavie, de pist'in
weg (zn) boeën, bontj'n
WeggevoerdenstraatOn de Linjekes
weggooienwegsmauëtj'n
wegje, steegjekasjken
wegomleggingomlauëdjing
weidemejeis
weigerenrefezeren
wel jabajo; bajoeët
wenenskrieëven, blijt'n
wespflotjnier
whistwiezen
wielrennerkorreur
wijfprau
wilgentenenwouëmenhout
windje (laten) projt'n (loss'n)
wisseraftrekker
witte koolkaboësj
woensdaggoensjtag
woordenboekdiksjoneir
woordenkramerijavvekoeëteproeët
wormmoeë
wormstekigmoeësteek
worstelaarlutteur
worstelenlutteer'n, vestel'n
worstensosjisjen
wortelWettel
wratwe (r) t
wulkkoele, skèregozze

Z

zagenkreften
zak kolenne kloesj oelje
zaterdagzoeëterdag
zeer (mooi, rijk...)groulek
zetmeel, stijfselomeldonk
zeverenzjiëveren
zich in bochten wringenkrawietel'n
ziftzauiken, zeft
zigeunerbojémer
zigeunerinbojémerske
zigzagwizjewazje
zoethoutkalisjestok
zoethoutkalisj'naut
zomergerstskokkeloen
zondags (kledij) skeun (kliëren)
zonder inzetve kiekenbisj
zoomzjieëm
zootjerammenant, boenjel
zoutzuursprie'tsèl (esprit de sel)
zuinig iemandpotter
zuipenzoojpen, lampet'n, booëzjn
zuringsirkel
zuszister
zuurzier
zuur-zoetzier-ziet
zuurdesembroodmeslooëmen breud
zwalpenwizjewazje leupen
zwangerin poziese
zwartzwèt
zwarte aalbessenmoerbezen
zwarte roodstaartskouveegerken
zwavelzuurasied (acide sulfurique)
zweepkrawasj
zweeptolklasjdop
zweerzwerozje
zwezeriksepiet'n
ZwoerdPezerik

4 opmerkingen

  1. 'a komt van oever' - komt uit de duivenmelkerij, een duif die te ver is gevlogen en te laat terugkeert.
  2. Bij het begin van de vaacantie zongen de kinderen:
    Meir'n est gen skoel
    Oik speel op man vioel
    Meir'n et gen klas
    Ik speel op man kabas!
  3. In Ninove werd er rond vastenavond mastellen met warme choco gedronken. Ook Ninoofse vlaai. De mensen kwamen hun zelfbereide vlaai in de oven van mijn tantes bakkerij laten bakken.
  4. obbeliekes zijn kleine macarons (een twintigtal) op een vel ouwel gebakken. Het werd verkocht op de kermis.