Nijlens

Dialecten > Antwerpen > Nijlens

Nijlens bevat 48 gezegden, 360 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

48 gezegden

amai mijn voetamaai mane pikkel
bij zijn kraag gevatbè zane schabbernak gepakt
Dat geloof ik nietTzal wel zaan da
dat heeft hij mij aangedaanda hijtem maa gelapt
Dat is slecht afgewerktDa hemme ze hie nogal afgebiljaard
dat is vanzelf sprekendda is vanaages
dat is vanzelfsprekenddasvanaages
dat weet het kleinste kindda wet meine kleine teen
dwars door de voordeurdweis deu de veudeu deu
een slag tegen uw orennan pata tegen a oeiren
gaat het een beetjegaoget 'n bitje
Gelijk je bentlakka ge za
hebben is hebben en krijgen de kunsthemme is hemme en krage de kunst
heel weinigne scheet in 'n fles
het gaat er tegen zitten' t gaot er batterren
het is aan het sneeuwenhet is ont sniejeve
het is zoals jij wilt't is gelaak da ge 't gere het
het kan mij niet schelen' t kan maa ni boeme
het kan mij niet schelenhet kan me ni schille
het zit in mijn vesthet stekt in m'n zip
hij begint te vertragenha begint te slabakke
hij heeft er verstand vana wet watem zei
hij is goed zata is poepeloere
hij kent het van buitenhij kent het uit zanen dowam
hij komt terugha komt vroem - ook veroem
hij wil zaken afnemena schiet onder men doaven
hoe ben jij nu aangekleed?oewe zedde gaa nei aongestokkeleerd?
hoe gaat hetoewist
holder de bolder (hals over kop) hoeter de koeter
hou je mond nu eensheift eive snebber nei is
iemand die alles best weetnen betteweter
iemand die veel (alles ) durftheuntje de veurste
ik blijf maar eventjesik blaaf mo reskes
ik geef er niet om't kan me nie schille
ik heb er genoeg vankust men botte
ik heb er genoeg vanthangt menne nikkel oat
Ik heb hem beet / liggenke' m m bei zen pitje
in iemands vaarwater zittena zit op meine blaak
jij hebt dat stuk gemaaktgaa hét da veréneweerd
jij krijgt niets daarvanga kregt dao nul de botte van
kraam geen onzin uit!eulle moe is eulle và, jom!
met gans zijn hebben en houdenmeehiejel zanen bataklang
misselijkzoe motteg as ne prei
niet bij zijn volle verstanden vijs kweit sen
op het laatste momentoep het schaten van de met
thuis niets te zeggen hebbena leit onder den sloef
z'n mond houdenzanen tetter heive
ze hebben mij beeetgenomenze emme me bei men sjokkedaisen

360 woorden

(kar) sporenlieze
'n koffiedrinkster'n kaffebuis
'n vrouw'n vreimes
'smiddagssnoenes

A

aardappellenpattate
aardappelmesjepatattenscheller
aardbeieen jerbees
aardbeijeirbees
aardegrondjeir
afsluitingstikkel
afspanningstikkel
averechts omijverechts oem

B

bakkersfietsnen triporteur
berlaarbalder
bibliotheekboekeraa
bicstilo
bij jullieba elle
bij jullie thuisba elle tohes
bij mijba maa
bijhoudenbaaheive
bijnabekanst
blootvoetsbeirevuts
breiwolsowa
BroekzakBroektes
broekzaktès
broodpuddinghonnefrut
BroodpuddingKattestront
brutaalrawuins
buitensluitenboatesloate

D

Dat doe ik nietseg tarara
dat is naargelang van...da is naovenant
dat is veeldasveul
de dierentuinde zjolezie
de kelderkamerde kellekaomer
de kerst versieringde kest palaosse
de kruin van een boomhet sopeind van nen boewem
de laatstede leste
de maand maartde muind mjeit
de marktde mèt
de melk kookt over' t melk zuijt over
de pookde keuterhaok
de stoepde retoër
de zwoerdde zwaod
deugnietnen vlegel
dewelkedewaffere
dierenartspeirdemiester
draaiendrowan
drie maandendra muinne
droog' druujeg

E

echt waaregteg en degteg
een (broek) zakeen tes
een aardbei' n jedbees
een armnen eirem
een bangerik' ne labbekak
een bangeriknen bangeschaater
een bangeriknen broekschaater
een bedelaarnen beirleir
een bepaalde deugnietne kwistenbiebel
een bietnen bijet
een bootnen boewet
een borden taljoor
een bosmierne moerzaaker
een café'n staminee
een deken'n suizze
een druif'n drowaf
een druivelaarnen drowawagerd
een drukknopje' ne knetser
een duif'n dowaf
een erwt' n aat
een fietsne vlo
een flauw meisje'n flaa gat
een flauw meisje'n scheetebees
een flauw meisjeen flaa trien
een flauwerikne flaaverik
een fopspeen (kind ) nen tutter
een gek ventjenen kwistenbiebel
een gekke dameen zotte vlaoi
een graszodene rus
een haannen tikkenhaon (kindertaal)
een handbal voor kinderennen boemela
een handtasnen sjakosh
een hevig kindne wiezeweus
een hoepelne riejep
een hollander' ne kijskop
een hondje'n teike (kindertaal)
een horloge'n luizze
een hovaardig mannen tettejaar
een hovaardige vrouwen kakmadam
Een ijsjeKreimgalas
een jute verpak stof'n ammeluize
een kaalkop'ne kletskop
een kaars'n kjeis
een kalfne muitte
een kerkmuur' ne keirkestikkel
een kers kerseneen kes kezze
een kin' ne kinnebak
een klein huis'n klaan howas
een knikkernen eirebol
een koe' n k u i j
een konijn'n konaan
een konijnenpijp'n konanepaap
een koolstofkacheleen hullestoof
een koord'n koewer
een koppigaard'ne kaakop
een kruiwagen' ne kuirrewaoge
een kruiwagennen kuirewagen
een ladder'n ladder
een ladder'n liejer
een lamme goedzakne luibbe
een leeuwne l i j o e
een lelijke vrouwen scharminkel
een lepelne leipel
een locomotief'n losse gaat
een losbolne wielewaot
een losrijdende locomotief' n losse gaat
een made'n mowa
een mannetjes konijnne r a ar
een mannetjeskonijn'ne raar
een masker'n moembakkes
een meikever'ne muilderteir
een meikeverne mulder
een mier'n brek
een miernen moerzeiker
een misdienaarne kjeskespisser
een nieuwene nieve
een nieuwsgierige'n kurieuzeneuzemosterpot
een paar blokken (voet) 'n paor klone
een paar paarden' n poar pjeire
een paard'n pjeid
een paardenhorzel' n pjedsuizze
een paardjeeen pjedje
een pannenlap'n plotteke
een perzik (vrucht ) en pez
een plager' ne krijtzak
een platte spade'n troefel
een pookne stoofhaok
een praatziekene semmeleir
een praatzieke vrouw' n appelwaaf
een raar iemandeen lotsoewer
een rabarberne zuurstek
een schommelne raatek
een schommelnen touwter
een slordig persoonne sloddervos
een snoepjeeen babbeke
een spin' n spinoer
een staartne stjeit
een step'n trotinet
een strenge vrouween tang
een strijkijzer' n straakazer
een tas (drinktas ) en sjat
een tas cacao met melk'n zjat sjokkelattekaffe
een tas koffie'n zjat kaffe
een teljoor'n talloewer
een treuzelaar' ne latentaat
een valsspelernen haorzak
een veldmuisne jeirdol
een vergiet' n temst
een vlaamse gaaine rotzak
Een vliegerne vliegoat
een vlinder'ne pepel
een vlinderne peipel
een vorkeen frinket
een vrouwtjes konijn'n voewe
een vrouwtjeskonijneen voewe
een weduwnaar een weduwene weveneir ' n weef
een wesp'n peiweps
een windje latenfloeze
een windje latenprotte
een wipkruukrak
een wortelne wuittel
een wortel worteltjes' n pee peekes
een wroeterne westereir ne vruuter
een zeveraarne ziejevereir ne zabbereir
eenzeer scherp aarappelmesje'n vlimmeke
enkel (lichaamsdeel) knoesel
erwten pellenaate pelle
eventjesefkes

F

flauw meisjetruttebel

G

gazonden blaak
geitenkaasgaatekeis
gelukskereltapsjaar
gierigaardeurk
groentenpetuizze
groenten raspengrunte rapsen
grondel (vis) geuvik
groot grotergroewet greutter
grootmoedergroewetemoe

H

haastighuisteg
hard roepenkresse
hebbenhemme
hebben ik hebhemme kem
heel lang geledenhiejel laank geleeje
heel verwaat weg wiekeveust
helemaal stukin frut vaniejen
herentalshertals
herentouthuirtout
hespheps
het doet pijnamai men sjokkedeise
het erfde vuirreft
het heilig harttaaleghèt
het heilig harttalighèt
het huishoudenhet howasheive
het is om zeeptis oem ziejep
het kolenhokhet koolkot
het slijkputjehet mozeputteke
hielenvessemen
hij weendeha schriejede ha bleitte
hij weet van nietsha gebaart van krummenhaos
honigheunek
hooghartige damekakmadam
horlogeleuzze
Houten klompenklonen
hullesteenkolen

I

iemand bovenmatig liefkozeniemand vernèbbele
ijsschaatsenaasschetse - schoverdaane
ik ben bangik ben vervei
ik kom straksik koom strek
ik vertrekben er me schuppes

J

jandorieverduije

K

kaaskijs
kauwgomtuttefrut
kippenhokkiekekot
kippevelhinnekra
kleinklaan
klein heftoestelnen pierewit
klein kindsnotneus
klimopklemàt
knauwen afknauwenknaaze afknaaza
knikkernen erembol
koffiefilter / zakkaffebeus
kolenKoewele
kolen (brandstof) hulle
kolenhokhullekot
kruiwagenkreuwwage
kruiwagenpiepekruije
kuisenkeusse

L

laag betonnen of gemetste omheiningstikkel
liegenjokken
lijnwaadlaverte
links om (paard) haaroem
longontstekingfleures
lopengette
luikse appel geleipoepzjalaa

M

maïsspuinse teiref
mannenurinoirpissaan
meer meestmiejer 't miejest
Men humMen hemd
met driemee draane
met handen en tandenme hanne en tanne
miermuurzaker
mijn fiets tegen het muurtje zettenmaane vlo tegen de stikkel zette
mijn zakjasde zak van maane frak
mondbakkes kwijk
morgenmeirege
morgenvroegmeiregevruug
morsenklasse ook smosse
mosterdmostaat
muurtje in betonstikkel

N

naaien- ik naaide- genaaidnowan-ik nowade- genowan
nergensnieverans
nieuwsgierig iemandkurieuzeneuzemosterdpot
nijlensnaales
nochtanspertang

O

omveroemvaar
onderonsje van vrouwenkaffeklets
ongeschoold zwemmenpallepoewetere
onverantwoord dwars liggenloeten hemme
opnieuwoem ten haar - van ten haar
opnieuwoepnief - oepternift
opnieuwvanhaar oemtenhaar
overdrijvenmè spek schiete of soems mè hiejel veirekes
overkokenoverzuije
OverspelAanheiveraa

P

paardjes (kindertaal) puijkes
parelhoenpentoat
pijn (kinderen) meijs
pijp en tabaklees paap en toebak
pijp en tabakpaap en toebek
plagenkreitte
plagenkrijte
praatgrage vrouwkletskous
ProfiteurNe karottentrekker

R

rabarberzuurstek
radijsjeknolleke
radijsjesknollekes
rechtsom (paard) juutoem
regenworm'ne piet
reine claude pruimenreggelote prowamme
rietjepeppeke
rijden ik rijdraan ik raa
RolluikBlaffetuur

S

SchaduwLoemerte
schommeltouter
schuddenlootere
schutting, hekstikkel
seffensbediejemed
sneeuw - het sneeuwtsnieje - het sniejet
snel weglopenrap wegpaare
snijdensnaan
somssewaales
soms somtijdssewaales
SpatbordNe slaaklap
spijbelenhaagschool
spijt hebbenspaat hemme
spinspinoer, spinnekop
steil omhoogsteks omhoeweg
stekelbessenknoesels
sterk liegena geftem van katoen
strakssebiet
straksstrek
strootje trekkentowakke trekke
struikheust
struikelenstrunkele

T

tackelenpeutje lap
tafeltoafel
tarweteiref
terugvantenhaar
terugvroem

V

vals spelhaorzakkeraa
vals spelenpoewettere
varkensworstenveirekesweuste
vechten vocht gevochtenvichte voecht gevoechte
veel meerveule miejer
verdwenenschampavie
vermijden vermedenvermaan vermeeje
verraderverowadezjuudas
versnijden versnedenversnaan versneeje
verstoppertje spelenstultje verpas
vinden ik vind ik vond gevondenvane ik vaan ik von gevonne
vlaamsvloms
vlaamse gaairotzak
vlinderflikketeir
vlinderpeepel
vlinderpepel
voederenvuijere
vorkfrinket
vorkvrinket
vouwelijke brasem (vis) machel
vretenfrijte
vrijen gevreidvraan gevreeje
vrouwengektettenzot

W

wansmakelijk griezelenvergèzzele
warmweirem
warme reksmossers
warme rekweiremerek
wct'huske
wc voor mannenpisentje
welterustensloppel
wenenschriejeve bleite
werkenweireke
wijsneusnen keurjeuzeneus
wonen gewoondwuinne gewuind
wrijvenruisse

Z

zeer hardhiejel hèt
zich optuttenzich oep taloeëre
zoalslak
zoals gezegdlakkas gezei
zwakkelingne pannekoek
zwarte inktzwètten enk
zweetvoetenzwiejetpateekes

2 opmerkingen

  1. de volkse benaming van een nijlenaar = ne sparraar (sparrijder) in een afgeschaafde spar klimmen om er iets uit te halen.
  2. het woord `sparrader` (schimpnaam voor een nijlenaar) komt voort van het feit dat eertijds reizigers die te voet door ons dorp trokken al wel eens werden overvallen. men haalde de top van een spar naar beneden en bond er het slachtoffer aan vast en liet dan de spar los waardoor het slachtoffer ondersteboven hing en zijn zakken werden leeggeschud.