Lokers dialect

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Lokers
Het dialectenwoordenboek Lokers bevat 208 gezegden, 1065 woorden en 9 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

208 gezegden

aan uw gat krabbende boter zal afsloagen
aftelrijmpje bij kinderspeled
Als de zon zich niet laat zien en het weer overtrokken en regenachtig is'tis moar nen bruinen
Als een oude vrouw zich opdirkt:een ou kapaale moe gekruënd worren
Als er na lange droogte regen valt't regent vijf frankstukken!
als iemand alleen aan het eten is zonder te vragen of je ook iets wiltedde de film geziene van kfret alliene
Als iemand een boer laatZijne kaalder stuikt inne
Als iemand een wind laatWie héét er ier in zijne vinger gesneen
Als iemand valselijk beschuldigd wordt, zegt menMij gat zee bakkere!
Als men iets niet wil herhalenDe pastere doe geen twie missen veur tjaalfste gaald
Als, als. Als mijn tante kloten had gehad dan was zij mijn oomAs, as. As mijn tante klueten g'ad ad tèn waust mijne nonkel
asjemenoukis nou mijn kluueten
BedriegenBij den bok duen
betrapt worden op een leugendeur de maunde vaulen
Bij het kaartspel wanneer men onbelangrijke kaarten weggeeftBicht, zee Pieëre van Damme en (h) ij smeet zijn vrau op de vuilkarre
blijven hangenin de bijze (h) angen
burenruzie maken omwille van huisdieren of kinderen is zinloosVir e peirt of e kind ist nie weirt dadde begint
Dankjewel - geen dankMerci - 'k zal tèm zèggen
dat is een sterk verhaaldès stravven toebak
De roep van de natuur gaat vóór het werkkakken goa veur bakken
de vraag is of hij wel komtkwets komt ij wal
de wereld is bijna rotde weireld is vaure rijpe
die is al lang overledendie ligd'al launk over d'ou brigge
die zal mij nog de dood injagendie za mij nog over d'ou brigge haalpen
dit is kwetsend, beledigendda vaul nie op nen blau stieen
dit kind lijkt op deze foto zeer braaf te zijn't is presies un eilig zauntsjen
Doen alsof je het niet gezien hebtGeboaren van krommen hoaze
Domme mensen hebben het meeste gelukden domsten boer ee de dikste petetten
dronken neervallenij is mee zijn kliekken en klakken gevaulen
dronken persoon die struikeltij ee kaseibrand geblust
een bolletje gehakt of een sneetje charcuteriee pieleke vliees
Een domme persoonij weet van achter nie dat ij van veure leeft
een gelukkig iemandij is mee zei gat in de boter gevaulen
Een lastige boodschapeen bescheten komisse
Een oude aap moet men geen muilen leren trekkenNen aun aup moedde gieen toten liéren trèkn
een vrouw wiens echtgenoot voor lange en/of onbepaalde tijd weg iseen levende weeve
Eigen schuld, dikke bultWaalbesteekt
Er is iets mis mee't zijn klodden
Er is maar een klein maar niet verwaarloosbaar verschiltschol moar e metsershoar
Er komt niks van, het is misluktTis van de kluëten
er mooi uitziengelekt en gestreeken
ervaring is de beste leerschoolge zij moaur slim as ge van de mart komt
ga uit de weggoud uit mijne garla
Gadeslaan (iets of iemand) Op scheiëlwacht stoan
geen eten krijgenover de pot springen
geheel naaktin zeinen paddekluts
Gek (adjectief) Steekezot, staupelzot, op zijne kop gevaulen en trig gebotst
geslachtsgemeenschap hebbenvan de grond goane
Gezegde van een stotteraarspukt et moat in mijn klakke, 'k zaan ter wal uitroapen
Goede nacht wensDuikt au weierme mee au gat bluuët
goedkope vleesbereidingen (o.a. van slachtafval) vliees da nie oan den hoaek angt
grote orenueren gelijk talueren
heel erg zwarte of vuile persoonij zie zue zwart as meurkes klueten
Heen-en-weerrijdenGerots en gerij
Help hier een beetje, je hebt toch niets te doenaalpt ier een beetsjen, ge geefd aunders gieen maalk
het eten is pikanta'k nou een schete loaut zit er e gat in mijn broeke
Het gaat mis't Is van de kluuëten tegen 't bart
het is bijna gedaan't schoap is depreutte af
het is een dwaas iemandt'is ieene van 't aulf zeven donker
het is geen goed publiekmieer volk dan mènsen
Het is gelukt, het is een vaars (we hebben een meevaller) 't is gelikt, 't is een vieize
Het is me wat!dzjuir jong!
Het is verwaarloosbaar, de moeite niet waardtis'n scheet in een flesse
het is weinig, de moeite niet waard't is nen dodden
het kan mij niet schelen dat je dit niet graag hoort (nadat je iemand onverbloemd je mening hebt gezegd) Ge keud em snuiven
Het reliëf van die vrouw haar tepels is goed te zien door haar spannende bloesDe konijnen zijn oan de kiekesdroad aunt knougen
het rendeert niet, het kost meer dan het opbrengt, het is zijn haver niet waard't is zijnen auver nie weirt
het werk schiet niet opdè affeseerd ier gelijk buenen knuepen
Het zal gebeuren al is er groot verzet tegenAl (h) èdde un bart veur au gat
Het zal het beste zijntis tzuiverste
Hij begrijpt er niets vanij kijkter noar gelijk nen uil op ne kluit
Hij doet gek, onnozelij angt de koven uit
Hij gaat achteruitij gou veruit gelijk ne zieeldroujer
hij gedraagt zich slaafsij kruipt ze zaalf in 't gat
hij heeft alle drank graagzijn toate past op alle teuten
hij heeft een erectieij stou mee un tente
hij heeft hem een ferme pee gestoofdij eed 'em ne kluuet afgetrokken
hij heeft zich laten bedriegenij eed'em bij den bok loauten dune
hij heeft zich stilletjes uit de voeten gemaaktij is't er vanoonder geritst
hij heeft zijn opzeg gekregen; zij heeft het uitgemaaktij ee zijne konzjee gekregen
Hij is de klosij ee't oan zijne rèker
hij is gerustij is op zijn gemak
hij is op zijn tenen getraptij is in zijn gat gebeten
Hij is verwikkeld in foute zakenij oud em mee klodden bezig
hij is zatij eed e stik in zijn leize
Hij is zeer armij ee gieenen naugel om in zijn gat te kravven
Hij is zeer mager.Ge keud'em deur zijn eigen gat trekken zonder datter stront oan angt.
hij kreeg een nors antwoordij kreegt doar ne schieven
Hij loopt van de ene plaats naar de andere, hij loopt van het kastje naar de muurij luept van riefken noar roafken
hij probeert uit alles profijt te halenij zo vliegen vangen mee zijn gat moest ij t'op tijd keunen toenijpen
hij spijbeltij luept achter d'ougen
hij weet van nietsij weet van toeten of bloazen
Hij zit op het toiletij zit op zijnen truuen
ieder het zijne, dan is er niets voor het kwade (de duivel) aalk tsijne, ten ee de koue niets
iemand aanhoudend persoonlijke vragen blijven stellen (h) em de stront uit zijn gat vraugen
Iemand bedriegeniemand bij den bok duene
Iemand berispeniemand zijn sause geven
Iemand bij de lurven vattenIemand bij zijnen schavvernak pakken
iemand die al een tijdje gehuwd isoe langer dak getrout zijn, hoe liever dak mijne ond zie
iemand die beter niets zegtij zoau betere op zijn tonge bijten, zijn tonge tien kiëren omdroan
iemand die een mooie vrouw heeftvan een scheuene taljure kunde nie eten
iemand die fantazeertij luupt nevenst zijn sletsen
Iemand die graag een hoge borst opzetHij peist dan 't zwiest en 't zwast nog nie
iemand die neuspeutertzijde krekels aunt vangen; zijde pooken aunt vangen?
Iemand die niets meer kan, krachteloos (h) ij kan nog ginne puit beregten
iemand die raar doetij is zu zot gelijk een achterdeure
Iemand die recht in zijn schoenen staatWie nie besnot is, moe nie snuiten
iemand die weinig zegtij weet nie wa zeggen
iemand die zich beledigd voeltij is in zijn gat gebeten
Iemand een onaangename verassing bezorgenNe kir ne pee stoven
iemand iets wijs makenze zijn hem ne pot and opgieten
iemand pesten, benadeleniemand kluueten
iemand vleien, naar de mond pratensaroop' aun zijnen boart smeiren
iets niet krijgenop au kinne
Iets wat je wilde doen en niet lukteTwas vur den drol
ik ben hier aan het zwoegen'k zijn ier mij kluueten aun 't afdrauen
Ik ga naar het toilet'k gou ne ker woar da de keuning ok te voet goat
ik ga plassen'k gou de petètten aufgieten
ik geloof er niets van'k geluuef d'r geen kluueten van
ik heb geen zinke'n geen goestinge
Ik zal het hem wel heel voorzichtig laten weten'k zal 't em wal in zijn sause duen
Je moet alle winst aan de belastingontvanger afgevenGe meug et allemoaul noaur 't oeksken droaugen
je moet delen met hem want anders zal hij niet meer verder groeienge moe poaurten of ij verlies zijne was
Je moet opkomen voor jouw rechtenvroaegde gij nie ten ède gij nie
jij eet heel veel!zodde gij ne kir in mijn auntsje willen kakken
Jullie kunnen mijn zak opblazen (ik doe niet meer mee) Ge keud ier allemoal mijne zak opbloazen
Kin, grote kin hebbenUn smàdmuile ènne
Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgenAs de kinderen kleinen zijn terten z' op ou tienen, as ze gruêt zijn op ou erte
Lachen, heel hardNe Floeren aup lachen
Lekker overvloedig gegeten hebbenGezèt zijne gelijk ne puit op nen (h) èrten wegel
Lokers liedjeTingelinge baale wie ister duuëd, 't is de kromme leiëze die ligt op struuët
Lokers liedjeZodde mij nie wollen mè mijn dikke vètte bollen mè mij rijspapgat mè mij rijspapgat
Lokers rijmpjePietje van de vaalde, scheet in de Schaalde (Schelde), wa dreeft ter doar int roond, Pietsjen zijne stroont
maak iemand anders belachelijklach mee au peetsjen
man die niks te vertellen heeftij ligt onder de slooef
meerdere mensen of zaken kunnen dezelfde naam hebbender is mieer dan ieen koe die Bloare (h) eet
Men is eindelijk begonnentschaup is de preut af
men moet zich niet met andermans zaken bemoeienaalk zijn kouse
met water verdunde melkgeduepte maalk
moeit u met uw eigen zakenwolde gulder ulder wulde biesten ne kier binnen oun
na een lang huweliijkoe langer dak getrout zijn, hoe liever dak mijne oond zie
niet proberenau nie affeturen
niet tussen beide komenmoeid au mee au kastrollen
niet weten wat het isnog mossel of vis
Nu is hij voor mij te ver gegaan en ik zal hem dat betaald zettennoue eed ij toch in mijn roape gescheten
och Herea ieere ui marij
ochtendhumeurzijde op au leppe gevaulen
Om een roodharige uit te scheldenEi rosten, oeveel kosten au wosten?
om uw ongenoegen te uiten wanneer je geen deel krijgt bij de verdeling van iets lekkersè'k ik een aute muileken misschien?
Onrustig iemandHéét mieren oan zijn gat, schuifelgat
Ontevreden gezichtun kaone (h) ènne
Op de vraag :"Wat eten we"Astekootsjes. "Wat zijn astekootsjes?" antwoord "Kluuëten van mastekootsjes" En daarmee was de vraag "Wat eten we" onbeantwoord
op de vraag: `hoe gaat het voor de rest met u ` komt het antwoord:`alles gaat goed``En aunders ` `Gieen spaunders`
OpdirkenDe kapaale kruuënen
Opdirken (zich) De kapaale kruuënen
Opdracht waarvan je geen eer kunt halenun bescheten commisse
Opknappen, oppervlakkighet zigt kauvelen
Oppervlakkig poetsen, dweilenne fraunse slag slaugen
Over dorsthebben (h) édde dist, goa bij Mauntsje List, dat (h) ij in au moontsjen pist
over een blasé persoon die zijn bescheiden afkomst ontkentstront wie eet er ou gescheten?
Over een hovaardig iemandAs g'em wolt dueschieten moedde ne meter boven zijne kop mikken, ten èdem recht in zijn pritènse
Over iemand die klaagtGeef de stoefer 'n bruëd, de kloager hé gien nuëd
Over iemand die koppig isHij wol nie steken of nie snijn!
Over iemand die regelmatig aan zijn achterste krabtDe boter goat afsloagen
Over iemand die smorgens slechtgezind isHéd ou aaiken nie gatte?
Over iemand die steeds op vrouwenjacht isij luept achter zijne sjarel
Over iemand die veranderde van levenswijzeAs 'n oer oud wordt, pist ze wijwoatre!
Over iemand die zich belangrijker voordoet dan hij isge moet nie veel oar èn' om toepee t'ène
Over iemand die zijn gezin in de steek laat voor een jonge vrouwZijn verstaund angt tissen zijn bieenen
Over vlekken maken"Vuile plékke, Neuske trékken" en dit werd dan ook daadwerkelijk gedaan
pas op, het is heet (tegen peuter of kleuter)ietsjes
rustig aan!op ou gemak é!
scheel iemandzu schijl as nen otter
seks hebbenvan ou gat geven
Slecht gezind zijn'tzuur aun au zoetsjen ènne
StervenZijne schoen zèten, op struuët liggen
Strijken op een slordige, haastige manierMee den (h) auten schoen strijken
te laat voor het etenover de pot springen
Tegen een nieuwsgierig kind zegt menDé zijn kreuzeneuzen en vroagstoarten
Tegen een veelvraat zegt menGij moakt van ou lijf 'n spoelkuipe
treuzelend etenzijde mee lange taunden aunt eten
Uw eten prakkenOu eetn dèdderen
Uw gulp is openau schure stoad open
Van een vrouw die voortdurend heen en weer looptZ'is op heuren drevel
van hier tot daarvan ès tot tendend
Vraag aan iemand met een ontstoken oog"In ne karreslagn gepist zeker?"
vreemd gaan (overspel) nevest de pot piesen
vreemdgaande vrouwtis een oere glijk een peird
vrouw bij wie alles snel moet gaanz'is van den oauze gepoept
wanneer de zon schijnt terwijl het tegelijk regentt'is keirmes' in d' aale
wanneer iemand de opgediende maaltijd niet lustlègter ou kop bij tèn èd' uefflakke
Wanneer iemand klaagt over het slechte weerGou noar Daknam, doar zitten ze zonder weer
wanneer iemand zeer veel eetzodde gij ne kir in mijn auntje willen kakken
Wanneer men wenst dat een evenement (vb. sportwedstrijd) afgelast wordt of mislukt't moest strond regenen
Wat baten kaars en bril als de uil niet lezen wil.Wa bringet op te schuiflen ast piëird nie wil ziëken.
We zullen doorgaanwe goun deure goune
Wie het schoentje past, trekt het aanAs ge ne neuze hét, keude rieken
Wie niets heeft kan niets gevenNe kei keude 't vaal nie afstruëpen
ze heeft zich laten doen, ze is bedrogenz' eet aen eur klinke
Ze is karnemelk aan het maken (haar fietszadel staat te hoog) Z'is oant keiremaalken
ze is zwanger naar huis gekomenzis bescheten noar huis gekomen; zis tuisgekommen mè ne klits, ze zit vol
Ze zitten hartstochtelijk te kussenze zit'n alkoars toot' af te lèkn
zelfs het gekste gedrag moet kunnenOns Iere moet van aalk zijn getal èn
Zij heeft zeer lange benenZe droagt eure nest uege
zij is aanstellerig veeleisenddie ee nogal troet auen eur gat angen
zing eens ietszing ne kir een eir
Zo zei zij tegen mijAzue zee ze zij tege mij
zwijgen dat je zweetaud aun bek en au pluimen

1065 woorden

A

aalbesollebeze
aalbessenruue beezekes
aalputbeirput
aalputbeirpit
aalputemmereen beirloete
aalschepbeirloete
aambeientspeen
aanmaakhout (kachel) stoofout
aanrechtpompstieën
aanrechtpompbak
AanstellerFloaëzje, bajaar, kommoosje, blageur
Aardappelen in spek gebradenGekaste petètten
aardappelpureegestaompte petetten
aardappelschillenpetètteschaaln
AardbeiEirebeze freeze
aardeeirde
aarde (grond) eirde
aarden kruikzoaunpot
aarden schotelteste
aardwormnen teek tetting
aarsol
Achterwerk (billen), dik koentene koeffere
ademoausem
Adminstratieve rompslompLuuëpmartens
advokaatavekouet
afstraffing (sportieve nederlaag en pak slaag) een troefelinge
afwasschottels
ai, au uitroep van pijnasje
ajuinandzjuun
alcoholisteen bierleppe, droenkourd
allemaal voor jou zeker en niets voor een andervangoelewoep
Als ik hetAsket
als, indien, wanneeras
ApothekerAppetékere
Architectnen asjendek
arme vrouween sluuëre, a slu'nze, eu slore
asschramoelen
as, sintelsschramoelen
asbakassepot (peuken), schramoelenbak (kachel), n aschebak
asjemenouuimarije
autootto
autopedtrotienette

B

babbelaarkletskausse
babbelaartettergat
BabyBodee (zeer oud woord)
Bal (speelbal) Gommela, n bolle
BangSchau, schoeft, (bange persoon : schauschijtere
Bazige vrouwgorree
bazige vrouween ekse
bazige vrouwfeekshe
Bazige vrouwTieke
bedelaarschoore
Bedevaart, grote volkstoeloopBegankenisse
BedplasserBeddezieëkere
BedriegerKnosseleir
BeenhouwerBeenhoare
beer (aal, gier) den beair (Rozenstraat en Rozen)
beer (mann. varken of wild dier) nen beair
beerputden beairpit (Rozenstraat en Rozen)
beffenminetten
BegonnenBegost
begrafeniswagenduuewougn
behatèttegerieël, tèttengaraazje, suutiën
BehaTettengareel
behangpapierbejanpapier
beitelnen bieertel
bejaardenhuistau peekesuis
beklagenswaardige vrouween sluere
belbaale
belangerijke papierenpapparassen
belasting of taks ontduikenblaun
benzinenafte
Bergplaats (geheime) Mauternèst
BergraafplaatsVetten akker
Bes, Kus, zoenBeze
Beschadigen (ook lichamelijk) Schaluinen
beschuitenpappillepap
BeschuitpapLeuzige-vraukes-pap
Bespottelijk iemandOapendroare, Kloo Guust, Martekoo
BessenstruikBezeleire
betweterWaallwetere
betweterwaalwetere
beukendreefbuukedreve
BeursjeBozzeken
bevriend zij met de baasnen bauzepoepere
bezembinder (borstelmaker) bèssembinder
bezemmakerbèssembinder
bezemsteelnen bostelsteel
bezig houdenamuzeeren, pritsen; foeffellen
bietenbieeten
BijnaBekan, ost, bijkans
bijnabekast
bijnabekanst
BijnaBots
Bijzit (mannelijk) Koekefaun, aon (h) ouër
Bijzit (vrouwelijk) Koeketiene, Loeken
binnenplaats (buiten) ne koer
Binnenvallen, Toestuiken
bintjesmuizepetètten
bioscoopsienema
BladerenBloaren
BlaffenBassen
blauwblaut, blaun
blauwe bromvliegstrontvliege
bleiterschriëmuile
BliksemenHemelichten
BloedworstenBeulingen
bloemblomme
bloemen blomme
bloembaknen blombak
BloembollenKliesters
bloemkoolblomkule
bloempotnen blompot
blokschaafblokschauve
blootbluuët
BlootvoetsBeiërevoets
blufferne stoefere, un bloaëze, nen blagoaëze
blufferblageur
BodemBom
boekentaseen farde, een karnasjeire
Boeltje - hebben en houdenBataklan
bol wolsjette
BoodschappenKommissens
boodschappenkomissen
boodschappennetjene netzak
BoodschappentasKaba, kabau (Rozen)
boomgaardboogourd
BoomwortelsPezen
boontjes (peulerwtjes) Lèkkerbeetsjes
bordtaljure
bordtalure
borstelbostel
Borsten, groteLoezjen, hangzjeraarieums, bosten
boterhamnen botram
BoterhamBooit
BotermelkKeiremaalk
botermelkpapkeiremaalkpap
bougie/ontstekingskaarsdboezie
bovenkamerde voaute
braadpaneen koekpanne
braambesbrombeze
brabbelaarne zieverreire
brandnetelstingels
Brasem (zoetwatervis) ne platten, slijmbeest
briefomslagne'n anvlop
briefomslagnen anvlop
BrievenbusBoate
brilnen brol
broodeen bruut
BroodpapPielepap
bruinkleurige van haarne rosten, rosten bloed zaalden goed
BuikloopVliegend schijt
buitenwipperbuiteschipper
bultnen bolt

C

Caramel, snoepjeBal
carnavalspakdomeno
celsaale
CentenSènzen, blieken
chicoreipeen
CitroenSinteroen
clitoriskieteleire
ClownKloo
corsetkorsee

D

daargintere
dakgootkurnisse
dame met versleten kledijeen sluure
dame met versleten kledijeen sluuëre, een slonse
darmdieirm
darmendieirmen
de beukendreefde bukedréve
de stoepeen bordure
DekenSoarge
dekselscheele
delen (met anderen) poaurten
denkenpeinzen; peizen
DenneappelSparrenote
DeugnietSjarel
deuknen bits
deurkrukklinke
deurkrukeen kleenke
deurlijsteen molure
devotieprentjeun eilig zauntsjen
dichterbij (h) ierwijs
dichterbijierwijser
diepe komkomaale ook gamaale
dik achterwerkkoefer
dikke nek/strekeventdjavere / floauze
doen alsofgij muilentrekker
dokterdoktoor
dom iemandne plattten mutten ook nog ne peiërdemitten
domme onnozelaarne kwinten
domme vrouween kalle, een toerte, een tuite, eenkallepoepe
dommerikne kluiver
dommeriktroeten
DommerikTroetten, Loeddere, Wuiten
doodduuet
Dooreenschudden (als straf) Een schoddereenge geeven
dorpeldirpel
dorsendissen
dorsmachinedismasjien
dorstdist
dorsvloerdisvloer
draperie (gordijn) een storse
driedrij
drinkbuspolle
droevigtriestig
Dronken manZatlap, Zeupe
Dronken, heel ergPoepeloere zat
dropbagijnenbout
druipneuseen snotkeijse
drukknoppresson
drukknoppresjong
DrukteBegankenis
drummen (veel volk op weinig plaats) drimmen
DuimspijkerPieneize
duimspijkerpinijze
duistere zaakjesknossels
duizendduust
duwendaugen
dwarsdweijs

E

eau de colongeriekende woatere
Eed afleggenZweiren
eeltwieere
een big, twee biggetjeseen vigge, twiè vigskes
een bommetjeeen kardoese
een boodschappentasne kabau, ne kabas
een brileen foke
een eclaireen snuifduze
een glijbaannen afschuivere of ne schuifaf
een grote neusne gaffel
een gulp van de broekne spriet
een hoopje smeuïge viezigheidnen drets
een kookketelun kastrolle
een liedeen liedtjen
een luierikne leeghangere
een ondeugende jongelingeen pateeken
Een ontstoken oog hebbenvraag "In ne karreslag gepist?"
een Onze Vader (gebed) ne Vouderons
een oude mannen aun bok
een peteen klakke
een rekkernen elastiek
een rietje (voor te drinken) een struuken
een schaafeen schouve
een sjoemelaar, beunhaasne knosseleire
een slakeen slekke
een taarteen toerte
een tas koffieeen kome kaffie of un komme keffe (Oude Bruglaan)
een veeartsne vietreneir
een vergieteen stramijn
een vreemd gevaarlijk mannen oesschoart
een wind lateneen scheete lauten
een wind lateneen scheete
Een zinloze verplaatsingeen biénouwersrijze
eendeen ienze
eetbordun taluere
egelstekelvijrken
egelstekelveirken
egelstekkelveirken
eierkoekeirekoek
EigenaardigKreus
eikieek
eksaardegezoaerde
eksteraukster
elfaalve
elleboognen aalboog
EmmerIemere
enkelsknoesels
enkelsknoessels
ErectieStoof (h) aut
erg, nijg
ErgensIeveranst
ErwtEirte
eventjes, korte tijdrèzekes

F

fatdjaver
fellatiozjanetten
felle regen en windbaumesse
fietsveloo
fiets (vélocipède) flossepeirt
fietsbel (bel) een baale
FietspedalenTerten
fietspompvelopompe
fietstrapperspedallen
FietszadelZoale
flessenhalsnen teut
fluisterenfezelen
fluisterenkonkelfoezen
fluitenschuifellen
FLUITJENE SCHUIFELEIRE
fluitketelmuer
foeliefoele
fooidrinkgaald
FoorFuëre
foorkeirmesse
fopspeentuutter
fopsspeentiete
fornuisfwoujee
fotolijstne kadere
FramboosBimbombeirs
fruit uit andermans boomgaard stelenfruitenieren

G

ga naar huisstapt ut auf
Ga wegTertent 'taf
ga wegtrap ' t af
gasfornuisgazevier
gasvuureen gazevier
gedraag u!voegd au!
gedroogde gezouten wijtingkabonus
GeeuwenGoupen
geeuwengaupen
gehaktgekapt
geheel naaktpietsje poautere
gektroeten, wietje wuiten
gekonfijte oranjeschilarjonneschaaln
gekwetst (schaafwonden) geschaluind
Gelbeugelbozze sènzen
geldgaald
geldbeugelportefoele, portemonee
GeleiZjelei
geluksjaunse
geluk hebbeneen choaunzbozze
geprakt voedselgedèdderd eten
GetrouwdGetrat
GevangenisArduinen (h) ol
GezelschapKompagnie
gezichtsmoele, toote, wezen, muile, bakkens
GezichtWezen, tote
Gezondheidsperikelenmalingeren
GierigaardBok, pinne, (h) uuërnbieëste
GierigaardPezewevere, vrek
GladiolenVlammend zweird
glas biereen peentjen
goedendag (voor kennissen en vrienden) dzjuir
gooiensmijten
GooienPoaren
gordijntrapprie, storse
gouden gidstellefongboek
grafdelvergrafmouker
grapjasmensekluuëter
griffeleen toese
Groente en varkensvleessoepSmokkelsoepe
Groot meisjeLange loute
Grote orenBlaffeturen
grote orenflapuren
Grote tromGroskèsse (van het Frans : grosse caisse)
gulp (van een broek) spriet
gulzigaardschoeffeleire
gulzigaardne schoeffeleire
Gummi snoepjesSuziepen
gummischoenengalossen

H

HaagWeire
haaknaaldkrosjeerouk
Haar (dat te lang groeit) Kappeliene
haast jeost au, affeseerd au
haastenosten, affeseren
Haastig persoonne schietveurbij
HagedissenLokketisten
HagelstenenHoagelballen
haken (handwerkje) krosjeren
haltouw
hamespe
handboeienbriezeletten
HandelaarMarsjang (Frans : marchand)
handlampbaladeuze
handtasne zjakos
HandvolAffel
haperend glijdenritsen
harderd
Hard lopenKetsen
Hard werkenAfsluuëven
harde oorveeg, kaakslagfloaurte
haringeiring
haringnen eiring
harkrauke
hartèrte
haverouver
hazelaarnen oauzeleire
hebberig persoonnen èndre
hebt u datedde da
heeft u dat graagedde da gijren
Heel klein wezentje (mens of dier) Ne peutling
Heel kleine aardappelenKassers
Heen en weer sleurenDzjokkeleuren
hees pratenne puit in ou keele
Heirbrugdeirbrigge
heldnen aald
hemdeen ende
hespèpse
het heefttheet
het is niet veeltis gene vetten
het molsbroekde moesbeirgen
het te strijken wasgoed met water besprenkelendaumpen
hippe jongeman (eng. jiver) dzjaaver
Hoeveelheid van ietsPooshe
hondnen ond
honigeunnink
hoogmoedpritènse
hoorntje (ijscreme) nen toetere
houtvuureen autvier
hovaardige persoongruetse kluet
HuichelaarTotentrekkere
huid, velvaal
Huis van lichte zedenKabardoesken
HuiverenSchrinselen
hunodder (verwijzend naar de hele groep) - oddere (verwijzend naar de individuele leden van de gehele groep)
HutsepotDomp in de pot
HutsepotSmokkelsoepe

I

IedereenPieër, Jan en Kloaëzj
Iemand die huiltSchriepèppe, Schriëmuile
iemand die klaagtna zaugevent
iemand die met gevlei en zelfs seks op een goed blaadje wil staan met de baasboazepoeper
iemand die veel koffie drinktkafféloete
Iemand die veel praatBabbeleire
iemand die weenteen schrie muile
ietseen beetjen
ietsietsken
ijskreempielekekaud
ik ookik ukke
In blijde verwachtingIn pesise
in het genieptin den duik
inbeeldingmaunzjenie
Inbeelding ook gezegd van vrouw die zich ziekte inbeeldtMaunzjenie
inhalig iemandendre
injektiepiekkure

J

jasne frak
jasveste
Jas met slippenKoontekletser, gatslaugere, pietaleiër
JasmijnJozzemienen, tsjoezemienen
JeanDzjang
jeneverjanuvere
jeukieksele
jijgij
JongemanKadee
juistjust
jullie hebbengolder et
Jute zakBoale

K

KaalKlets of ne pletskop
kaalhoofdne kletskop
kaantjeskoauntsjes
kaarskeijse
KaarsenKeisen
kaaskoaus
kachelstoove
kakelnestkakkenest
kamer, ruimte (met laag plafond) tussen half ingegraven kelder en zoldervloer) vaoute (kaumer)
kankane
Kans wagenOffeturen
KapotKatsjee
karkarre
KaramelBabbeleire
karnkeirne
karnemelk, botermelkkieiremaalk
kartonnen dooseen kartongen duze
KastKasse
kastladeeen schuive
KatapultMikke
katoliekende tjeven
kauwgomeen sjieke
kelderne kaldere
KerelKeirle
kerkgangerne pileirenbijtere
KersKaze
kerskauze
kerselaarkauzeleire
kersenkauzen
kerstdagkestag
kiezen (gebit) boktaunden
kikkerpuit
KikkerdrilPuirekke
KikkervisjesPuibollekes
KindertandenSnoakerkes
kipeen kieken
KippeneiTiekenei
kippenetenkiekeneten
kippengaaskiekesdroad
kitsch,, bazarprutsen, bucht
kleefbandeen laksken
kleerkasteen klieerkasse
Kleine aardappelKasser, gekatse petètten
kleine hoeveelheideen poosje, een affelle
kleine hoeveelheideen beetsen
kleine jongensnotneuze
klikspaankomere
KlompenSchuiten
klompenhouten schuiten
kloosterzusterne pingwing
KloosterzusterBagijne
klotenkluueten
knijpenpietzen
knijpenpietsjen
KnikkerLavuër, mérbol, bolleket
knikkerlavuer
kniptangeen nijptange
KnoeienMuuësen, Knosselen
knoeierne sacheleire
knoest in houtwieere
KnotwilgenTroonken
KnutselenFotteren
kofferkoefer
koffie filterkaffiebozze
koffie molenne kaffeemeulen
koffiebooneen kaffiebune
koffiedrinker (veelgebruiker) kafeeloete
koffiepotkaffiekanne
koffiezak (filter) kaffiebuzze
kolenhandelaarne kolmarchan
komediantnen totentrekere
KonijnKornijn, wild konijn is keun
konijnenpelskonijnevaal
konijnenstaartjeskonijnestijrtjes
koningkeunin (g)
kooi om paard te beslaantravajlde
KookpotKastrolle
KookpotTeste
koordeen kuurde, een zeel
koprol (turnen) nen tuimlapart
KorfKalaboas, Kaba
korstkoste
kort en krachtig leeggietenuitdzjakken
Kort van ademdèmpig
koude schotelkou plaa
kouwgomsjieke
kouwgom automaatsjiekepot
krabkravve
krabbelenkrawietelen
krabben (jeuk) kravven
krantgazette
kromschieeef
kruisbessteekelbeze
kruisbesStekelbeze
KruiwagenKirrewoagen
kruiwagenne kirrewaugen
kruiwagenne kirwoagen
krulijzerBigoedie, krolijzer, pampiejotte
kuikennen tjiep
kuitenbrauen
KusToote, beeze,
KussenTooten
Kwaadaardig vrouwmensPeekelteeve

L

laarsleize
laarzenbotten
laddereen liere
ladderlieere
Laf iemandNe Schauën schijtere
lange min of meer rechte stokkodde
Lange nagelsSchèppers
lange nagels (vingers) spekspoan
lange schaafvuerluupere
Lastig mensBeuram
laurierbladalriekblad
Lauw (zoetwatervis) tinke
lawaailawijt
Leedvermaak hebbenD'er in spèkken, bij iemands ongeluk zeggen : "dè goa mij"
leeggieten (kort en krachtig -) uitdzjakken
lekkerbek, veelvraatsmieirlijze
LelijkLeulek
lendende leèn
Lepe persoonFieloe
let op!mijdau!
licht't ligt
Lichtjes aanrakenRèzzekes
liefde bedrijvenvan zijn gat geven
Lieseëkernisse
liggende wip met onderstelpjeirse
ligzetel, long chairsijsselong'
lijmkol
linksom, rechtsom (bevelen voor trekpaarden) heirom, tuukwé
lollynen dots
lollylekstok
LOLYLEKSTOK
Lompe manKuifele
longvliesontsteking, pleuritisne fleurus
lotjelootsjen
luchtde ligt
luciferdoosstekduuze
lucifersstekskes
luierrikleeghangere
luilakne leuzegoard

M

maageen mouge
maatjemoatje
Mager MeisjeSpriegoal
maïsspoaunse teirve
Man die blijft zeurenPeezeweever, deurdrammer
Mannelijk geslachtsdeelpieskalotere, bozze
mantelfrak
marmeren knikkermeirbol
marshmallow (rose en wit) ne slappe stijven
marskramertsjoektsjoek
mastelmastaale
Masturberen (door man) Koddentrèken, Koddentrèkere
MayonnaiseMazjeneisesauëszje
medicijnenmedekamenten
medicijnenballekes
Meikevermoazoart
meikever (om de gewone te onderscheiden van de zandmeikever) meuleneire
meisje van lichte zedeneen oere, nen triemere
melkmalk
melkmaalk
melkboerne malkboer
melkenmaalken
melktandenmaalktaunden
merelmeirloo
merelne meirlo
Met gespreide benenScharlabeens
mevrouwmadam
mijn echtgenoot, mijn manmijnen boaus
mijn heermennier
mijn huwelijkspartnermijnen aulven trouboek
minder begaafdvierkante kop
mispelmespel
mistsmuur
MistSmuër
moddermoore
mode bewust gekleeddjavere
mogelijks, misschienkwets
molenne meulen
molenaarmeuleneire
mooipropere, schieune
MooipraterStoeffer
MopperenMonkelen
Morsen (o.a. met eten) Brossen, Muuësen
mortelmuertel
mosterdmostoart
mouwvegenfleeren
MouwvegenMaufrotten
mouwvegerne gatlèker
muismuize, dolleken
musmisse

N

naaisternouasse
nachtemmerne pispot
nachtemmerpispot
NachtjaponTaboart
nachtkledijpisjama
nachtlampne lampadeir
nachtvlindereen motte
nadenkenpeinzen
nagelne naugelle
nauwelijksrèzekes
Navelaffele, piekeniek, navelbreuk=affelbreuke
neefkozzen, kozijn
NergensNieveranst
NeusFliep
nietsnutne flierefluiter
nietsnutpiroo
nietsnutne niemendaal
nieuwsbericht (tv) gesprooken dagblad
nieuwschierrigne kreuzeneuze
NijdigFitsig
NijdigaardDrimmere
nijdigaardkrèbbenbijter
nochtanspertang
nochthanspertang
nog nodignog vandoenne
nonbagijne
Norse vrouwStosse

O

oeioesje
offsideaulfsijt
okselauksel
om zeep helpenvermjuusen
onbeschofte persoonboëemer
OndanksMalgree
onderhemdjelijveken
ondeugend jong meisje (teenager) Flieget
ongewassen iemandne vuiloaurd
ongezouten spekgeregeld of geregeld spek
onpassellijkongemakelijk
ontstoken ooglèkuuëge
Ontstoken ooglidPinkuëge
onverzorgde vrouween slonse
OnwaarheidZiëver
Onze HeerOns Ieëre
Onze Lieve VrouwOns Lievrau
Onze Vader (gebed) Voauderons
ooitoot
oostenuesten
Openbare verkoopFondiesse
Opgedirkte vrouwTiptoerte
ordebewaker in de kerkswies
Ordinair volkStruitsjes volk
Oude Heirwegden Aun eirweg
Oude man (pejoratief) aun dzjakkere
oude vrouween au duuze
over ijs glijdenschoaverdeinen
overgooier (deken) snuitdoek
overloopden alee
OverrijpMautere
overspelige manschieefpoeper

P

paaienmauvouge
paardpeirt
paardenbloemeen pisblomme
paardenkastanjepeirdekastounne
paardenmolenne peirdemeuln
paardensalami, boulognesalamipeirdesesiesse
paardenworstenpeirdewosten
paardestaartjepeirdekoddeken
pak slaagrammelinge
pak vast, neem!nèm
pamperne pisdoek
pantoffelssletszen
PantoffelsSletsen
Papaver (H) eulentop - vroeger werd de fopspeen van de baby even gedoopt in zaaddozen van Papaver
ParelhoenPandaar
parkietpierus
pasgeboren vogeltjespaddeklutsen
PastoorPastere
PaterKneuvel
penaltypelauntie
PeperkoekPonkoek
perelaarpieireleire
persoon van het mannelijk geslachtmannemens
persoon van het vrouwelijk geslachtvroumens
pesterij, plagerijkluueterij
peterseliepiesaale
peulerwtjes (mange-tout) lekkerbeetjes
PijpekrullenPampiejotten
Pinnige vrouwPieketijne
piromaannen braundstichtere
plager (pestkop) ne judas
plager (vriendschappelijk) muuser
plantrekkerkarottentrekker
plastiek kom (afwas) nen basing
pletten, verpletteren, prakkendèdderen
plezierleute
plezierig, prettigleute, leutig
poddingpotting
poedelnaaktPieter-poater-noakt
poedelnaaktpietchepoauter
poedelnaaktpietsjepouter
PoederPoer
poetsdoekeen stofvodde
politiepolisse
politie agentne fliek
pootpuet
poot van een meubelpikkel
postzegeltember, kopken
potloodeen potleut
potloodscherperne toesenscheirper
prakkendèdderen
PralinePraniele
preipirei
prentzauntsjen
pretleutte
prikkeldraadpinnekesdroad
Proberen recht te staan na een valKlawieteren
profiteurne schuimerre, vrouwelijk schuimtoerte
progeriaden ouman
pruikeen pariekke
pruikparieke
prullenbazar, bicht
PrutserMuuëskluuët
puddinglutsepoepe
Pudding (vanilje) Litsepoepe
purper, paarsmoof
Put zonder bodemSteiërfpit

R

raamruite
raamvuistere
rabarberrebeirbere
RagebolKoppejaugere
rammelaarklooterspoaun
rapenvreters (scheldnaam voor Lokeraars) roupefretters
rechterzjuzje
regenjasne regefrak
reiskoffervalieze
rekkertjenen elastiek
remfreiñ
rietje (drinken) een struuken
rijstpaprijspap
rillingschrunsel
ritseen tierette
ritstierette
rode koolru kule
rode koolruu kuulle
rolluikpersjeine
RolluikPersjenne
rolschaatsenrolschetsen
RommelBriekabrak, pritsen, fundiesse, bicht
rommelbazaar
RommelBataklang
rondgang in de kerkstoellekes gaald
rood harigene rosten
rood Noors grenenruuen deel
roomruuem
Rozen (een gehucht, wijk van Lokeren) de ruezen
Rubberen balGomla
rugne rigge
rugzaagrigzoage
ruienruiven
ruikenrieken
ruikensnuffelen
RuilenMangelen
RuzieBallageiër, lageiër (Frans : la guerre)
ruzielageir

S

salamanderne salemaundere
samen, te samentuepe, tuepe goan
Sap van zoethoutBagijnenbaut
SchaatsenSchetsen
schaterenschètteren
scheermes (het oude plooibare type) sch (i) eis
schelfschaalf
schelpeen schalpe
ScheutjeScheutsen
SchijnheiligaardHeilig Zauntjen
schileen schaale
schilschaale
schilferschaalfer
schoenvetersrijkurde
schommelbeize
schommeleen beize
SchommelBijze
schooljufschoolufra
schopschuppe
schoppen (vb. op een bal) schippen
schoppen boerpeike zot
schorsenerenschorsenielen
schort om voor te hangenveurscheut
Schort, stofjasSchavve
schouderne schoure
schouderblade schoursblad
schroevendraaiernen tornavies
SchuddenLitsen
schuif afnen afschuivere
scrotumbozze
seldersaaldere
seldersaldere
SeringenBaalzemienen
Simpel mensDook, Troeten
sint-jozefzaagsjefzoage
SinterklaaskoekjePiekenieksken
sjaalsjal
sjalotsjarlot
SlaapmutsKallepoepe
slabeen bavette
SlagKoekenote
slag in het gezichtlap op au muile
SlagboomBarieële
slagernen bienaure
slakslèke
slecht geklede vrouween djoole, een sloonse
slenterendrènteln
slibpoore
slibschep (waarmee men paling tracht te vangen) poorloete
slijmenmauvougen
slijmerdmauvougere
smeerlapne rotzak
sneetje hespschaaleken epse
SneeuwenSniën
snel vooruitgaanaffeseren
Snelheid opdrijvenBozze geeven
snoepensnukkelen
snottebelkieise
soeplepelpoijlepele
SomsAmets
spaakne riong
spartelenklawitteren
spelbedrogoaurzakkerij
spieringschofke
splintersplènter
spoeden (snel) ost ou
spottend glimlachen, grijnzengrimmen
spouwmuurkoeliessemure
Spreekvaardig kind (meisje meestal) Babiele
spreeuwspriee
springtouween daunskurde
spuwenspikken
staartkodde
stekelbaarseen stekelbagge
stelen, ontvreemdenpieken, pakken
stepeen trotienette
stiekemal kaks
stilzwijgentis stlle woar dant nie woaet
stinkende gouwe (plantje) stinkende vergau
stoeffereen floase
stoefferblageur
stoelstuel
stoelgangden aufgang
Stoelgang makenou gevoeg duen
stoempdomp in de pot
stoepbordure, plassier
stofjaseen schaffe
stofjasfrakschavve
stoomstuem
stotterenakkellen
straatsteennen dal
straatsteenne plavij
straatverlichtingne lanteirnpoal
straatverlichtinglanteirne
strakssebiet
strenge vrouween teeve, een tange
stromanne strueman
strompelen van zatheiddweijseln
stroopsiroope
stropenpensejoagen
stroperne pensejoagere
StruikelenVerfuërtelen
stuk taarteen pateeken, een toertjen
suikerbonenkiendjessuiker
suikertjeeen kluitjen
sukadesekouet

T

TaartToerte
tabactoebak
tabaktoebak
tandartsnen tauntiest
tandjes (kindertaal) bieterkes
tapijtleurdernen tsjoektsjoek
tarweteirve
tearoomteerum
tegendraadse norse persoonnen dwieizen
teil, kuipbassin~g
telefoonboektellefongboek
tellefoontellefong
tien centiementien sens
toevalligakaks
toilet't uisken, 't schijt (h) uis
toverentuufferen
TrappenTerten
trouwkoetsvizelante
truweeltrawieel
tuinden of
TweebruggenstraatTwièbriggestroate
TweegezinwoningTwieeweunste
typmachienetiepmessien

U

uit de wegmijkt ou
uitlokkenstooken
UitnodigsterNoasse : zij die buren verwittigt dat er iemand gestorven is
uitroep van verwondering (O Maria!) Uimarij-e!
uurrwerkhersteller (h) orloozje zooier
uurwerkarloozje
uw, jouwo'

V

vaasvoauze
vaatdoekeen schotelvodde
vaatdoekschotelvodde
vaginamuize, mossele, preute, pruime, snee
vagina van de koeklinke
vakantiekonzjee
vals speleneurzakken
valsspelenoaurzakken
valsspeleroaurzak
vanillepuddinglutsepoeppe
veegborstelnen borstele
veerpieraveir
VeiligheidsspeldToespale
veldmuisjedolleken
velletjevaaleken
venstervuistere
vensterbankvuisterbaunke
VensterluikBlaffeture
ventielne supap
verdrinkenversmuuren
Verdwijnen (vlug en ongemerkt) Schaumpavie
verfkwastverfbostele
vergieteen stramijn
vergifvergef
verkoudheidvallinge
verliefde jongemanne staure
vers, versevas, vasse
VerslijtenVerbuëmen
verstrengeldknossels
vertellenvertaalen
vertelling (sprookje) vertalingskin
vervelendaumbetaunt
Vervelend iemandnen ambetãnterik
vervelend persoonbeuram
vervelende dommerikmut'n
vervelende norse mandweijzekluet
vervelende persoonnen beuram
verwend kindbedorven stront
veterrijkuerde
vijfentwintig centiemene kourtsjen
vingernagelsspekspaunen
vinkvinke
VislijnPore
vleermuisflorremuize
vleienfleren
vleierflere
vleugel (van een vogel) vloauring
vlinderbottevijver
vlinderdaseen streksken
voetbalgomla
voetpadplansjier
vogelne veugele
vogelen; seks hebbenveugelen
vogeljong (met slechts enkele donsveertjes) paddeklits
vogelpikbolne piekbol
volledig, helemaalGielegans, giltegoans
voorveur
voordeureen veurdeure
voornnen bliek
voorschootveurscheut
VorkForsjet
vorst (van een dak) vost
vouwvou
vouwladdervoulieere
vraagjevroagsken
vreemdelingne makak
Vroedvrouw, bakerAchterwoarasse
vrouwvrau
Vrouw die dwaas isBloaëre, Bloaëriete, Trienegiet
Vrouw die hooghartig isStijsselpruime, stijve koonte, schijtkoonte
vrouw die klaagteen seute
Vrouw die stroop smeertFlamakke
vrouw die veel praatkletswijf, kommeere
Vrouw die zeurtLamijn
vuiniswagende vuilkarre
vulpenne porteplum, nen tintekuuli

W

waanzin vertellenzieëveren
waar?woaere?
wafelwoufel
wagenwougen
wandelstokslèkestèker
wankel lopende, mankende persoonne maunkepuut
wanmolenwanmeul'n
WashandjeBozzeken
wasknijpereen auten spaale
wasknijpereen wasspaale
WaskomTeste, Tiële
water met maïzena (om saus of soep te dikken) een tèmperken
WCTuisken, 't schijtuis, 't gemak
weduweweeve
weduwenaarweveneire
WeegschaalBaskuul
wenenschriën
werklozedopper
WespPeireetere, Weps
wil jewolde
wil uwolde
wild konijn gevangen met behulp van een afgerichte fretgefret keun
WildebrasWolden tsjoep
windmolenne meulen
wolnen bol sjette
wolsjètte
worstun woste
wratworte

Z

zakgelddrinkgaald
zakgeldpree
ZaklampPiellaâmpe
zandzaunt
zavelzouvel
zeefzifte
ZeemvelZiëmelap, ziëmvaal
zeer slecht weerstrontweer
ZeikenZjeeken
zekeringne plong
zenuwachtig persoonzeelmegast
zenuwenzeelmes
ZenuwenZeemels
zestigtsjestig
zeuren (spel) oarzakken
zeventigtsjevetig
zich bezig houdenamuzeren
zigeunerboëemer
ZoAzue
Zoekend rondrijdenRanduilen
zoethoutkallisenout
ZoethoutKaliesjen (h) aut
zolder't opperste
zuigen (aan een tepel of een fopspeen) tsjokken
Zure snoepMuilentrekkers
Zure zultGeruuëst
zure zultgeruest
zusterzister
zware ijzeren kogel (cfr. petanquebal) bollekèt
Zwarte besAllebeeze
zweepdzjakke
zweereen zweire
zweetvoetenstinkpuuëten, Zweetpateekes
zwezeriksepieten
zwijgtaud au muile, aud aun bèk

9 opmerkingen

  1. .....
  2. De overleden pastoor van Daknam heette `Weer`
  3. Lokers kerkhof.
  4. Vandaar.
  5. gehangen
  6. kleine stelen, moaur de gruuete stelen tmieest`
  7. kleuter.
  8. was