Liedekerks

Dialecten > Vlaams-Brabant > Liedekerks

Liedekerks bevat 132 gezegden, 308 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

132 gezegden

'iets' wat we niet willen doenDa siede vanie (mannelek) of Gauëi etntj goedop (vravelek)
's Zaterdags het is markt op het marktpleint'sauterdaus est met op de plesj
Aan iets likken, zuigen / of / 't Is aan het motregenenZabbern. / tes ont zabbern
Als iets ongelofelijk of onwaar klinktMeirn bringen
als ik je eens ga vastpakkenassek a nekke go vastskeiren e
Als je ergens niet tevreden bentWa es me da ie ve nen annekesnest
Als je nu niet stopt geef ik je een pak rammelAske naa ne oëtskitj gevek a ne kartesj dagge steirekes ziet
boven zijn stand levenhoeëger skoëtn as da a gat staut
Buikgriep doet de rondeTes nen drol op gank
Daar moet je niet aan denken, op hopenGoje me a ellebogen no pakk'n
Daarmee ziet hij afDomee ziet'n zen piejez'n
dan zal je weten hoe laat het istein wetje wa(d) ier datet za zauën
Dat is jouw probleemT' es a probleem, das a probleem
Dat lust ik graagDa bekt mé
Dat lust ik heel graagTes men'n tand
Dat lust ik nietTes men'n tand nè
dat weegt erg zwaarDa weeg gelek as loeët
dat zal wel niet zijnmen voet'n oeëk
de visspaan ligt in de ladeda visspaun leit in de skoëf
Die heeft totaal geen manierenDas ne scherfttrik iejesteklas
een berispingzet a nè en doet de deer toe
een berispingzet a neè en doetj de deer toe
een domme mannen teppen
een gallet met ijs van bij de ijsboer Brillekenen gallet met kaat van bij Brilleken
een gesneden brood van bij Arthur De Bakker op de Houtmarkte gesneejen broeët van be tirken den bakker op daatmet
Een karakterloos of slap iemandTes een vodde
Een lelijk iemand (mannelijk) E eid een bakkes gelek as ne vern
Een onhandig iemandIejene me skiëjeve poeëtn
En danEn tein
enig kindstekerverken
er is storm op komstde bornavraa komt op
Ga door de deurGotj dee de dee dee
Ga je op reisGoje op vwajogge
Ga weg!!Mokt da ge nor oës zetj!! mokt da ge weg zetj!!
gestoken door een bijgestreltj dee een peirabie
had liedekerke niet gesmokkeld, dan had denderleeuw geen eten gehadei likerk ne gesketen, lieë ei ne geeten
hard werkenmen (of zen'n ) oebel afdroën
Hart schot in de bovenhoekZwiejep in'oak
Heen en weer geloopDas ie een begankenis
Het is daar vuilTes do zo zwet as oelje
Het is waarTes wau maan
Het is weer zoverTes veneir van dadde
Het regendeTeit do een bozje gedaun
Hij begint zot te wordene begintj te vangen
Hij heeft daar vanalles wat gestolenE eit do tiejen en tander geskoept
Hij heeft een blauw oogE lept do me een kej azoe blaat as en skojle
Hij heeft een dik hoofdE eit nen tjester gelek as een betrauf
Hij heeft geen schaamteTzitj niks van afront'n in
Hij heeft met zijn wagen een ongeval gehadE eit do een pataat (of een kartesj ) gezetj
Hij heeft zijn mooiste kleren aan.IJ's op zijn zondous
hij is arme eit genen naugel ve o ze gat te krabben
Hij is doodZen kjeis es auët.
hij is goed gekleedE es oët de ket gevlochten
Hij is heel dronkenE es goe sticket.
Hij is heel zat (dronken) Hij lept do zoe zwésje as kenweet ne twelk
Hij is in de handboeien geslagenE eit zennen brenzjelee al aun
Hij is mooi gekleedIJ's oit de ket gevlochten
hij is van Denderleeuwe es van over 't woater
Hij is zeer sluwE es deer ne pasfit gedroiëjd
Hij is zoals zijn vader of zijn moederTes ze mojer of zenne petj gescheet'n
Hij komt uit een vreemd landTes iejenen oëit de broesn
Hij kreeg een klap in zijn gezichtE kreeg do een pezze in zenne smikkel
Hij laat niet zien hoe hij isE lotj 't achterste va ze gat ne zien
Hij mag niet meer buitenE ei ze gariejel aun
Hij vielE gink do ne gerla
Hoe vaak moet ik het (je) nog zeggen?Oe dikkes moenek et (a) nog zeggen e?
Hou je mondAaft a toot
Iemand bedriegenIejenen betoepen
Iemand die al verschillende mannen hadTes nen dwauël of Tes ne sleip
Iemand die slordig gekleed isNen barakkemaan of Dauënen komt oët en boskosje
Iemand die stoer wil doenNe farsmauker
Iemand die stoer wil pratenEn franke toot
Iemand die streken uithaalt of niet rustig isE es zen perewetten ont spelen
Iemand die zeer dom isE es azoe loemp as en aat'n ekken
Iemand die zijn gekende weg niet terugvond/niet naar huis vondVan'n dalf gelitj (oud liedekerks / aat Likerts)
Iemand gierigNe zeventiejn
Iemand zijn zaligheid/preek gevenE za zen salooë ensj krauëgen ze
Iets ergs meemakenA kartesjen zien, a peire zien
Iets of iemand niet vertrouwenTes gen soot va kat'n
iets opeteniet in a bajses sspelen
Ik ben naar tv aan het zienben non televies ont loenken
ik durfde nietik toerst né, ik en tierf ne
Ik ga eens naar het toiletKgon ensj no tosjken
ik ga je eens goed aftuigenkgon a slaun dag a gerek auslept
Ik ga je slaanIk gon a een plak op a bakkes geven
ik ga naar toiletik gon ne ke no de koer
Ik ga urinerenKgon men patatten ensj afgieten
ik heb al wat meegemaaktKem men epeiren a gezien
Ik heb een grote boodschap gedaan.K'em gescheet'n.
Ik heb een grote boodschap gedaan.K'em geskeet'n.
ik heb een probleemik k'em nouk in de keil
Ik heb het koud'K vergezel van de kaa
ik heb je bijna bij je kraagkem a bekanst be a skabbernakken zelle
Ik heb pijn aan mijn beenkem zieje o men biej'n
Ik kon niet meerken kost ne mieë
Ik moest heel hard lachenKem me bezjekt (bepist) van t' lachen
Ik reed 120 op de autosnelwegkree e pontjen twintig op dotostade
Ik was er echt van aangedaanKen kost van altrooëse men ausem ne me auln
Ik was heel ziek / Ik was echt geschrokkenK'peisn dak erau was
Je hebt het zittenGetj ann'n auk in
Je kan er niet op vertrouwenDau kindjer gen saal op gaun
je moest hem gezien hebben, met zijn staart tussen zijn benenge moesjn gezien emmen, me zenne stjeit in ze gat
Je moest hem zien weglopen/vluchtenGatj em moete zie skofferdauën
Je moet het proper houdenGen zetj ie be de Dookes ne he (Dookes: familie die gekend was voor gebrek aan hygiëne)
Je van domme laten, doen alsof je het niet begrijptA va skipenaus gebaurn
Jij bent geniepigGoué zetj ne liejepen tist
Kijk naar mij!tes ie te doen!
kort van ademket van ausem
Kus mijn gatKist ne ker men ol
Laat me met rust!Kist men kloejt'n
Langs waar is hetAl wouëst
Met die zever kan ik niet lachenMe dauënen dester bennek ne opgezetj
Nu is het genoeg'T hangt ie vierkant men kloeëtn oëit
oerdomte dom ve helpen te donderen
op iemand zijn rug zittenop zenne metteko zitten
op stap gaanop n ter gaun
preisoep met soepvleespareiësoep met bolli
scheefazoe skieëf as en pik
Sla linksafSlotj linksaf/ Gotj no links
Sla rechtsafSlotj rechtsaf/ gotj no rechts
Slag in het gezichtPlesj op a kau'k
teralfenetralfenen zot
twee droge worstentwieë driëge sosissen
van de andere kant van de riviervan over de vaut
vrouw die het koud heeftze ston on de veerdeer
wat een gedoe, mensen tochazoeë en soep men skaupen!! / Ja Marie
zenuwachtig zijnmen kas opfretten van de zeenen
zich tonende maan oiëthangen/de groeëte jan oiëthangen
zich uit de voeten makenzen biezen pakken, zen skip afkosjken
Zijn geld is opE zitj zonder smaad
Zo een lawaaiAzoe nen bataklank
zot wordendee terren

308 woorden

250 gramEen alf pond of een alfelken
500 gramE pond
750 gramE pon'alf

A

AardbeienJetbezen
afstandsbedieningkasken (vann televies)
ajuinsauslebkessaas
altijdatns / altoaët
AntiekverkoperNe voddemarchang
appelmoesappeltrot

B

belegtoespoës
berlinerbolne madlong
betonnen baantje doorheen de tuinbontjn
BijnaBekanst
bloemkoolblomkieël
blootsvoetsberrevoesj
boekentascalpei
BordTaloeër
BoterhamNe kant
boulle de berlinmadlong
brave jongenplat'n delper
BroerBrier

C

charcuterieToespouës

D

Daarstraksteflees
de abdij van affligemd'abdauë van affelgem
de beerput leegmakenbeiren
de doodpitjen de doeëd
de gootde feloe
De GootDeFilledo
de opperstraatdeppestraut
De spoorwegNauëzerreweg
DekselSkeil
DenkenPeizn
DertiendeDetinsjn
deurdeer
Dikke vrouwEen parre of Een goebbe
DinsdagDouës'ndag
duivenmelkerdouëvesjapper

E

Een achterwerkE voor
Een armbandNen brenzjelee
een bedeen berre
een bijeen peirabie of een streilabie
een bijen strëilabie
Een bord (verkeersbord) Een plakaut
Een condoomNe capo
een dasne plastrong
Een dekenEen sjosje
Een deugniete skraminkel
Een diefNe skoeper
Een dokterNen doktoor
een éclaire sjoeken
een emmernen ouker / nen ieëm'r
een gekke mannen onnoëzeleir
Een grote kom aardappelenEen mèremit patat'n
een haarspelden aurspelle
Een hoofdNen tjester
een ijskreem aan de kareen potteke kaat
Een jong/mooi meisjeEen fiolet
een koe in de weieen vjeis in de mejeis
een koffiefiltereen kaffebezze
Een komEen koemme
Een kus gevenEn bees geven
Een kussenE' kiss'n
Een kussensloopNen ippelink
een lampstandaardeen lampadeir
Een lepelNe leper
Een lief (vrouwelijk) Een mokke
een luiereen klorre
een manne mansmensj
Een man die op hetzelfde geslacht valtEen sjannet, ne kattendeiver of iejen'n van den broën'n dreef
Een man met pretentieNen oeëgekloeët
een meikeverne prékadiêl
een merelne meëirlong
een mooie vrouwe skoeë vraamensj
Een niet zo fris persoonNe voezn
Een oogEen kaj
een oplichter of een nietsnutNe looëzemarchang
een paardenstaartne pjeirestjeit
een panen pènne
Een pan spek met eiereneen penne booëkstik me auër'n
een perzik of een slagen pezze
Een pierNen teilink
Een poederdooseen poejerdoeïs
Een poep poederene gatteke poejer'n
een postzegele kopken
Een propere vrouwEn ziejepkit
een pruiken parik
Een pruik (om vooraan op het hoofd te zetten) Een postisj
Een pullEn vareis
Een rare manNe skaän
Een ritsEn spriet
Een roddelaar (ster) En gazet of E voil blad
een roomsoese velleken
Een schijnheilig iemandNen tootntrekker
een schommelen roestj, en biezebauës
Een sigaretEn koet
Een slagEn kartesj, een foempel, een peir, een kokarde, een waufel, een gamelle, een gallet, een zwiejep, een kerremelle, een piejes, nen trok, een pataat, een kest, een pezze, en saflet, en lisj (met vlakke hand)
een snee spek, een kotelet van bij de beenhouwereen skelle booëkstik, een kortlet van be den bieënaaver
een spiegeleie pjeirnoeëg
een stommeriknen teppen
Een stout kindE staat joenk
Een straatgooten zep/ ne filledoo
een tas koffie op men nuchter maagen zjat kaffe op men nichter maugt
Een tas/kopEen zjat
Een tegenvaller meemaken'k Peis'n da'k 'et kreeg
Een tongEen blad
een tuimelingeen koensj
Een veldEen meëis
een verzwikte enkelne verstekn knoessel
een vorke frinket
Een vrouwE vraamensj
Een vrouw met een vuil karakterEn vich
Een vrouw met pretentieEen skauëtkit of Een omoeëg geval'n stik
Een vuil iemandNen beroesterik
Een vuile vrouwNe plekpot
een zeugen zoeg
Een zwarte pensEn zwette trip/pensj
eens plassenneke zjieëken
en maar stappen dat hij deeden mo terrn datn dee
enkelsknoesel'n
enkelsknoesels

G

GarnalenGernaut
geboortevlekpeperkoeër
Gemeen iemandE gemaan stik
Gemeen iemandE stik fafoelj
Gemeen volkTes va soep / stretjesvolk
geniepigskellemerauëi
Geniepig iemandEen lérre
Geslachtsdeel manEen bezze of Ne charlowie
giechelen/lachengibber'n
Goed vooruit gaanZjang geven
goh...aaj me skaup (vrouwelijk)
gokkentosjken
GroenGrien
groentenlegimmen
Groot hoofdAzoë en raup

H

Haantje de voorsteGroeëtmanstier
haastenspoeien
Heden ten dageserrewooregs
herwonnen kolenscramhoeïlje
Het is gedaanA kjeis es ouët
Het is mislukt't ès een beskete' met
het is waartes wou maan
het toilett'osjken
hijouë
hij heeft een vriendine vretj
Hij is bestolenE es beript
hij is lastige es auveregs
Hij is vuilE staut do zoë zwet as oelje
HongerOenger
Houden van / hou van jeGeire zien / zien a geir'n
Houden/ik hou/ jij houdtAven/ k'aaf/g'aaft

I

IemandIeën'n (mannelijk), ieën (vrouwelijk)
IemandIeën'n
Iemand die goed in iets isTes ne krak
iemand die handelt in oud ijzernen ijzermarchang
Iemand die iets slecht doetNe stinkout
Iemand die je niet moetNe zjieëker van men kloeët'n of Ne jamenkloeët'n
Iemand die koppig isNe kop, Nen ettekop of Tes e waulepjeid
Iemand die lui isNen tammekloeët
Iemand die simpel is (mannelijk) Ne wazjn
Iemand die simpel is (vrouwelijk) Een zwosse
Iemand die toeren uithaaltNe kastaar
Iemand die veel geld uitgeeftE lept nevet zen schoenen of Nen oeëgskauëter
Iemand die zich niets van iets aantrektNe flierefloiëter
Iemand met een spits gezichtIejenen me e moiëzenbakkes
Iemand met een vuil geslachtsdeel (mannelijk) Ne stinktist
Iemand met lange tandenEn pjeiremouël
Iemand met strekenNe jestepee
IetsIet
Iets wegstekenIet wegmoefeln
ijsjee potteke kaat
IjskarDe kaatkeir
ikikke
Ik ben verkoudenKem ne kaa
ik doe dat nietbakenzaa / jommekendoen
Ik ga even liggenKgo me ewa d'afkappen
Ik heb diarreeKzit me t'nafgank
Ik nietKen doen
Ik zal je eens een lesje lerenKza me aa ne ke en voor roaën

J

JawaddeGoeien doemp (mannelijk) /of/ Ja men skaupen (vrouwelijk)
Jawel, jij welGedoetj
jijgoaë
Jonge stierNe vern
jouwaän
julliegouël'n

K

kaarskjeis
kaaskeis
kaassauskeissaas
KakkenSkoët'n
KauwgomEn sjik
Kermis op de OpperstraatKermis t deppestraut
kerskezze
Kijk nu eensZie da neke af of Gotj da ensj nau
Kip kapPensjkes
Klagend iemandNe zevezefter
klauterenkleffern
knagenknensjel'n of knoepen
Kolen (:brandstof)Oeïlle
KomKoemme / kimme
Kool (groente)Kieël
kortademig zijnkzit op mennen ausem
Korte dik geknoopte dasne fedok
kruiwagenbrewet
kuis je oren uitkosjt a oeëren oët

L

ladderliejer
licht blauwkleirblaat
LiedekekeLikert of Likerk
LiedekerkeStad Berrevoesj
LiedekerksLikerks
Liekerke (gemeente)Likert (of) stad berrevoesj
Liekerke (gemeente)Likert
lippenrood en nagelvernislepperoeët en naugellak

M

maar neenba kendoen, ba t'ndoet
Mager iemandNe gespierden teirlink
meikeverfloitenier, bruine pater, prékadiël
meisjemasken
Meneer met een hoed opPieje Klak
MensMensj
moedervleken peperkoor
Mooie haartooiNe floer'n toepel
mugmees

N

negernen boela
nen onnozelaarne lebben
niet waarn'doet
Niet waarTen doet
nieuwsbriefniesbrief
nieuwsgierigkerjees
Nochtanspetang
NochtansPetangk

O

oerdoma zo dom as loeëd
oliebolenSmaatbollen
onnozelaarkeilliën
onnozelaarne keiljen
OnnozelaarNe kloeëtvis, ne lebben, ne zjebben
onozelaarkwistenbiebel
onzinziëver in pakskes
onzinzjieëver
onzin uitkramenonnoeëzelet verkoeëpen
OogartsNoeëgmiejester
OokOeëk
opnieuwveneir
Orenoeër'n

P

paardpjeid
Pint bierEen klep
plassenzjieëken
pletten/lullendesjteren
Politieker die het allemaal denkt te wetenNen dikkekop
prei stoempparouëstoemp
PrutserNe moeësker, nen destereir
pulovereen vareis

R

radioredjoo
rechtdoorrechtdee
regenjaspardesie
rode bessenzeembezen
rubberlaarzengalloesjen
rups van een vlindernen auremarchang

S

SaladeSalooë
schaatsenschoffordainen
schaatsenskofferdoujn
SchaduwLoemerte
ScheelSkeiln
scheel kijkenskeil zien
SchrikkepeutWiejeken tingel
schroevendraaiertoernavies
Smerige plaats of iets smerigsNe vetjen boenjel
SnoeperSmokkeleir
Spek (varken) Booëkstik
steak frietnen bifstik frit
SteenkoolOeïjle
steenpuinbrikaljong
straatafloopfilledo
StraksFlees
SuikerbonenKinjerrekakskes

T

taart met vanillevulling en chocoladetoppingsnet af/ spek
tabaktoebak
TafelTaufel
TandartsTantist
telkens opnieuweir en veneir
Toch nietN'doet
Toch welToetoet / Toet

U

UiteenrafelenOoëtieënvazjel'n
UitgaanOp trok gaun

V

Veel haarNen toep aur
VlinderNe pepelink
vogelkooimoët
VorkFringket
vrijwilligerwils
vrouw van lichte zedenploster
Vrouwelijk geslachtsdeelEen zjip

W

WablieftE?
Wat is dat voor eneTes ne sjikken of Tes ne vriëjen
welwaar'toet
Wenend kind of babyNe krawiejetel
wijwouël'n
WoensdagGoensjtag
wortelen en erwtjeswetteln en eitekes

Z

Ze hebben gevochtenZemmen do een bateilje geslegen
Zenuwen hebbenA kas opfret'n
ZeverDester
ZeveraarNen destereir
zijzouë
zijzouël'n
zijn moederze mojer
zijn vaderZe vaur
Zijn vrouw heeft hem bedrogenHe lept do me zijn ieërens op
Zo eenAzekken, azoeë n'en
zo gek als watazoeë zot as een achterdee
zuigensjokken

1 opmerkingen

  1. Liedekerks is een zeer 'plat' dialect en een eigen karakter. Ons dialect is verstaanbaar van Ninove tot Aalst. In Liedekerke en omstreken zijn de dialecten zowat hetzelfde. Doch, het ware Liedekerks `Likerts` is enig met apparte 'tongval' en vlug te herkennen in de streek. Het wordt vooral gesproken in Liedekerke. Buiten deze regio, zal ons dialect moeilijk of zelfs helemaal niet verstaanbaar zijn.