Leefdaals

Dialecten > Vlaams-Brabant > Leefdaals

Leefdaals bevat 67 gezegden, 241 woorden en 8 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

67 gezegden

'k versta u niet'k versteun a ni antwoord: verzit et den (verzit het dan)
's morgens vroegkrieke de jour
aan een ziekte stervenervan optrekke
ah neenbai nieë
aimabel persoon die evenwel anders is dan hij zich voordoetne zoetege zaaite
als iemand zijn trouwbelofte niet nakomtzaaine wis intrekke
boterham in partjes gesnedennen bau in perekes (paardjes)
dat is precies niet ordelijkda komt precies oet een koei uir gat
dat kan ik niet betalenda kan mainen broine nie trekke
dat komt goed uitda komt van pas
direct na de middagbots noa de noen
een taak niet willen uitvoeren en het antwoord daaropkust mai gat
geen al te snugger persoon (mannelijk) ne keepedau
gezegd van een baby die enkele maanden oud is' plat is er af
gezegd van een baby die enkele maanden oud is' t plat is er af
gezever geleuterhangt er nie teveul kakkemoikes oan
heel gekzoe zot as et achterste van en kelderdeuj
het kost veelda kost stukke van miense (mensen)
hij begint vervelend te doenai kraigt et in zaain botte
hij durfdeai tust
hij durftai teit
hij heeft dat niet goed gedaanai eit da precies mei roeffe gedoa
hij heeft het zittenai eit 't spek oan
hovaardige damez'ei vuil gest oan uir gat hange en pretmadam, chèr en chol
iemand die tegendraads isnen averechtse
iemand om een gunst vrageniemand te voet valle
ik begrijp er niets van'k versteun er gien kloette van
ik ben geen verwijfd iemandmai gat is genne jübox
ik ben je slaaf nietadde me gistere g'uud was ek na a mase
ik denk er niet aaner es gien oar op maine kop da doa oan paast
ik heb moeite met mij te bukkende grond is lieëg
ik kan dat niet verdragen'k kraeg er et vliegend schaet van
ik vertrek maar eensik kosj men schup af
maak dat je kamer proper isa s den bliksem aa koamer prauper moake
moeten huwen omwille van zwangerschap't es van moeites
mond houdenhaaft aven teutter
naief zijnas ge da geleuft zijde van e goe joar
om aan te geven dat men iets bepaalds graag eetdoavui zaa 'k mai bloot gat loate zee
om zijn verontwaardiging te uiten bij een gerucht dat de ronde doet en wanneer men de waarheid kentwitte wa da doa van oan es (weet ge wat daar van aan is)
onder zijn voeten krijgenne post pakken
op stap gaanop labberlot goa
op straat spelen en zich vuil makenbrekken een brek (kind dat ...)
plots stervenop ne siebot steurve
proficiat bij geboorte't es 't ophave wet ('t (het kind) is het ophouden waard)
schrik hebbende poepers ebbe
slapen met de matras op de vloerslaope op de paljas par ter
snel gaandaan ging er e gat oit
te laat zijndoaveu komde tweedes
trek uw plantrekt a foer
uitdrukking die zoveel betekent als 'ga weg' 'laat mij met rust'allô
uitdrukking gebruikt wanneer iemand iets zegt dat nogal hard aankomt in het gezelschapkletmariet (mariette)
uiting van verbazingamaai maine frak
veel etendaan et d'ore van maine kop
veel opmerkingen maken, een lastig mens zijnveel komplemente emme
verkouden zijnmaine nuis loept as e kruinke
waarschuwing aan kind bijv'k zal aa seffes
wraak komt later welwroak is ne plât dasse kait üp diene
ze eet weinig of nietsz' et d'elft van den taid nie
Ze geven kritiek, ze plagen iemandZe smaëte mei stinkes
ze is zwangerze goa groot
Ze vindt zichzelf een hele dameHolàlà, madame fait kaka!
ze zal wel een toontje lager zingenze zal uire kak wel inave
zeer lelijkte lillek vu t' ellepe dondere
zich beter voordoengroete jair in e klaa stroike
zijn ogen vallen dichtzain plaffeteure valle toë
zo hard mogelijkvollenbak; ook: vollen toebak
zot zijnzo zot as tillebeulle

241 woorden

A

aanon
aanbakkenoankaaistere
aansmerenverchachellen
aardbeieerbeis
aarde / grondHier (op z'n Frans uitgesproken Jijr)
abnormaalgemaan
aftellen (kinderen bij spel ) afpotte
armenerme

B

baanboan
bakkerbèkker
beetjee bekke
beetjeeen prits (zait) ; e wa
benenbiëne
BHne sutjein
boekentaskabas, kalpei
breiwolsiget of sajet
broekzaktes
brut, grof, onbeschaaft (negatief) rawoils
buikboeik
bukkendukke
buurman-buurvrouwne gebeur

D

de dag daarnasanderendoags
deurdhuy (uitgespr. deuj)
dialectplat vloms
die (man) den dane, daan
die (vrouw) dei vraa, de dei
directdrek
dom meisjeen stoeme leutte, trien
drempeldölleper
dronkaardkajoebereir
durventeire

E

eennen, voor een zelfstandig naamwoord beginnend met een klinker: nen ank (hangrek), nen antwerpse stoefer (bluffer) ; en ook voor, meestal mannelijke, woorden beginnend met een bepaalde medeklinkers zoals b (nen boek, nen bos, nen berg), d (nen duuvel, nen ) en t (nen tuup: tube of fietsband, nen toeveneer, nen tip, nen tek) .
eenne (voor een mannelijk zelfstandig naamwoord), ne vent, ne kalpei (boekentas), ...
eene: voor een onzijdig zelfstandig naamwoord: e kind, e verke (varken)
eenen: voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: en vraa (vrouw), en mat (vloerkleed)
een domme manne meutte
een domme vrouween gaat
een kroegeen cafej
een slechte vrouwen tang
een stomme vrouwen trut
een ziekte oplopenen zikte oproape
eksteranneke
ene nen
enkelknoesel
eten (bep. manier haastig) (noa binne) gaffele

F

fanfaresjostaët

G

gaan halenlenge
gebeurenvan pas geive
GermaineMaine
getrouwde man, vooral in de folklore-verenigingPeke
gezichtsmikkel
gezichtbakkes
gezichtfasaat
gezichtvitrin
gootsteeneviè
gordijn (en) draprie (s)
graaggere
grachtgroep
grachtgroebe
grasges
grasveldgesseplaan
grensschie
groengreun
grote trom in fanfaregroskes (uit het frans)

H

haast uspoeëd a
haastenspoeje
hakken (schoen) tallonnen
halfvier (uur) draienalf (drie en half)
hamesp
handenpolle
handenanne
handjesainkes
hangrekank
Heel hard zagenkreften
helemaalgrat (s)
helemaalgillegans (t)
helemaalgillegans
het kan niet altijd meevallen't alle doage gin foer e
hetzelfde't aigeste
hijgen, moeilijk ademhalenoagsakke (haagzakken)
Hoek van het veld dat als laatste omgeploegd wordne veudel
hondenpoeponnestront (in Leefdaals: geen aanblazing van de h)
houten stukje van vogel (liggende of staande wip schieting) boike
houtmijtaitsel (in Leefdaals bestaat geen aanblazing van de h)

I

iemand die niet goed hoortere sproite geite
iemand speciaaleen veddet
ikik of ekik
ik denkik paas
ik vertrek dan maar eens'k'eusse m'n schup af
Inwoners van Meerbeekdei van auver de grebbe
Inwoners van Meerbeekpapboeren

J

jasvest
jijgae
jongenmenne
jongman, ongetrouwde jongenJefke
juistjust

K

kaarskejes
kaaskeis
kalfmeutte
kalf, ook als scheldwoordmeutte
kapot maken, naar de vaantjes helpenreneweire, verdistereweire
kassakas
kastkasproae
kastkas
kindjoengel
kind dat thuis voorgetrokken wordt op de andere kinderenbeibeke
klerendinge
kletssallewoase
KlokhuisKnetselenbait
klungelenfeggele
knaapkadei
koekoei
korstjeskeuskes
koudkait
kouskais
kruikjestoepeke
kruisbesknoezel
kuisenkoisje, kösse

L

licht overvestkammezoal, jgelé
lichtzinnig meisjeplodde
liplup
lukraakop 't goo vallen oit

M

man (pejoratief) tip
mannekepaike (verkleinwoord)
maskermoembakkes
meisjemoike
meisje ook liefmokke (vulgair)
misbaar makenpajoele
ModderMoar
ModderMaus
moe (zeer moe) poempaf
molen, ook kermismolenmeule
mondfoer
mondharmonicareuslup
morgenmerge

N

naaldnölle
nee (een besliste nee in bep. situatie) ' k zaa mai nie gere
nee zegnieë zenne
nietsnutvagger

O

ofoch
OmerMair
ondertussenserwailes
ondertussenswainst
ontkennenafstraa (afstrijden)
op blote voetenberrevoùts
opnieuwopneuf
opnieuwveneir (eerste e: doffe e)
overgevengeubbele

P

paardenbloemkeiteplant (als voer voor konijnen)
paarsmoif (tweeklank: zware o + lange doffe e)
paarspurper
pak rammelkoppel lappe
pak rammelroeffel
PannenkoekenCassoaten
PannenkoekenKassooten
papierpapiej
pastoorpastoerr
persoon di zoveel mogelijk naar zich toehaaltnen beir (beer)
pintjepinke, boerrekke
plagenkreite
plankenvloerplancher (uit het frans)
pocherstoefer (ook gebruikt voor een pochetje in de bovenzak van een vest)
poepol (vulgair) ; normaal woord: gat
poepfoer
poppoep
postzegeltember
preipraa
preutsqueine
properprauper
pureepetes (e: tweemaal doffe e)

R

raamvinster
radioraddiau
rioolnetjesteire
rode beszeebes
roodroeëd
roosroeës
roos (de kleur) raus
ruw (in taalgebruik) rawoils
ruzieambras

S

schaphank
schroevendraaierturnavis
simpeledaukus
sleutelsleuter
slijmbalgatlekker
sloefen, pantoffelsmoile
slokkopsloeker
snede spekbrei spek
snoepensmoddere
snoepersmodderlup
snotneussnotter
sokkais
somsfantait, sümtait
standaardtaalschoi vloms
steenwegrut (hier de Tervuurse steenweg)
stereoketentoren
stopcontactpries
stoute vrouw / mangars, ros, voilbakkes, e slecht vel, lilleken dag
struikgewasoechele
sullekee dauke

T

taktek
tasjat
terugvroem, venair
toiletgemak
toiletteuske
torsokas
tovenaartoeveneir
treuzelaartaffelair
treuzelaar (op cafe, feest, ...) anggat
treuzelentaffele
tvtelleviese

U

uitgaanop radaaj goa / op vadruï gon

V

veel uiterlijk vertoongrote chèr in e klaa stroike
velgjgaant
ventilatornen bloazer (ook een scheldnaam voor iemand die nogal hoog opgaf over zichzelf)
verdwaasdsummer
verkruimelenmeuzele
verwend kindbeibestront (babystront)
vijvervaever
vitterpeizeweiver
vlieg (dikke) lodder
vlug werkenbeusse geive
VoetpadBraa
vrachtwagenne camion
vrijdag (volgende) evraidag
vrouwwaignemousse (was in vorige generatie ook de bijnaam van iemand)
vrouw, echtgenote (ons) waigne

W

waarheenwoène
wat zou het ...wasaat
weduweweef
wenengraize
wesppeirisp
woensdaggoeinsdag

Z

zakdoektesnoisdoek
zekerzekes
zoalsgellek
zoetekesis
zometeensebiet
zot schepsel (vrouwelijk) kiek, zotte bloar / züg, kloekefien
zotteke (min of meer medelijdend bedoeld) ne kwaige
zoutzait
zwartzwet

8 opmerkingen

  1. Leefdaals verschilt wezenlijk van Bertems en Leuvens; er zijn meer overeenkomsten met Vossems en Duisburgs.
  2. Veel woorden worden ook gebruikt als toenaam. Vb. Waingemoesse, Laap (slag), Paike (manneke), Kesse (kers), Loempe (lomperik), Veus (kikker), Scheve, den Ak, ...
  3. `Ten twie stoas`: wordt nog zelden gebruikt, wel bij de voorbije generatie.
  4. feggele (klungelen bij taak die vnl met de handen moet gedaan worden)
  5. het leidels (leefdaals) wordt nog dagelijks gesproken op alle plaatsen in en rond leefdaal
  6. waigne: oud woord ook als aanspreking gebruikt
  7. waignemousse: vrouw (lief bedoeld, overwegend tegenover echtgenote gebruikt)
  8. zwijgt stil: eig. nietszeggende uitdrukking min of meer in betekenis: je moet het mij niet zeggen ik weet het wel