Heusdens dialect

Dialecten > Limburg (BE) > Heusdens
Het dialectenwoordenboek Heusdens bevat 82 gezegden, 561 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

82 gezegden

als de hond en de varkens gras aten dan hadden zij wormenas den hond en de verkes groes vrate, daan haan ze wurm
als de varkens in de zomer stro in hun muil hadden ging het onwerenas de verkes inne zomer stroei in hun bakkes haan daan gint onwere
als de vrouwen van heusden met hun fiets weg zijn dan is er altijd wat te belevenas de vrollie va heusde be hunne vulo weg zen daan es alté wa te beleive
als het morgen niet beter gaat, ga ik naar de huisartsast meurege nie bieeteris gunich ne dendoktoer
als het morgen weer tegenvalt ga ik niet meer!as 't meurge wier tegesleut dan geun ich niemie!
als moeder zegt dat het zo is, dan is het zo!as os ma zit dat zoe es, dan est zoe!
beter een boterham met siroop, als geen boterhambieeter n'snee me` stroep, as gien snee
daar heeft hij weer iets gezegddoa hitter wier iet gezeet
dat blik gaat niet open!dei does giet nie ope!
dat is allemaal lariedas allemoal ziever in pekskes
dat is lariedas allemoal ziever in pekskes
de boer had 17 kinderen, allemaal jaar op jaar, 3 dochters heette Maria en werden, Tul, Mereë en Seefa genoemd, Onze Jozef heette Feun, onze Louis heete Jef en onze Henrie heette Juul, toch niet gemakkelijk heDe boer ha 17 jung en os Merei heitte Tul os en, ooch nog Seefa en osse Jef heitte Fuin en osse Louis heitte Juul, da war fur het nie gemekklijk te maken
de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer antwoord mijn paard gaat niet, dat loopt, en hoe loopt Uw paard oh het gaatde iene boer vroagt an den nare boer, hoe giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt, en hoe lupt oer pjerd oh het giet
de kachel is heetde stoof es geleunig hiet
doe de deur dichtdoet dei deur tow
doe het goeddoetet tegoj
een verkoudheid opdoeneen klets pakken
eet je bord maar leeg, of de rest is voor morgenit oer teluur me` leeg of den euverschoot is vur meurege!
ga eens vlug naar de beenhouwergeuddis rap neu de slachter
ga eens vlug naar de beenhouwerguddis rap ne deslachter
ga je het zo latenguttet leutte zen
ga je me nu gerust latengeudder mich no gerust lutte
ga je naar de markt, ik moet nog groene kool hebben en een beetje prei voor mijn soepgudder ne de mert, chmoet nog grune koel en e bitske poor hemme veur men sop
ga je nog naar de marktWa est, gudde nog ne de mert
ga je ook mee naar de zeegeudder ooch mee ne de zie!
ga maar naar de haarkappergemur nede coiffeur
Ga maar zitten.Zet och mèr doal.
ga nu maar slapen.zieme`r dagin oere beddebak zit!
ge moet zo niet treuzelentreuzelt is ebitskeminner
geef mij de bijl (mijnwerkersbijl) gimmig de hep
gij zijt een arm schaapge zet een erm schoap
heb je dat gelezen in de kranthedde da gelieeze inne gazet
heb je mijn hemd gestrekenhidde mn hum gestreeke
heb je weer gespijbelthidde wier haagschool gedeun
het is geweldigtes grullig
het is niet erghet kan gie kwoad
het is uit met de liefdetisaaf me`me lief
het is weer bijna gedaantis wier bekan gedun
het kan me niet derentkan mich nie schillen
het kan nu geen kwaad meer't kan noa giene köijd nemie
hier zei de veldwachter tegen de boer, kom er eens af dat ik er U op zethei zee de champetter tigge de voerman, kom er es aaf da ich er och opzet
hij gaf voor de eerste keer zijn meisje een kus en zij werd zo rood als een wortelhei goof ze mutske feur de ierste kier en mun, en zei woord zoe roed as en poet
ik ben gebuisd en moet het tweede jaar overdoen.chzen geflest en chmot twiede studejoar ble`ve zitte
ik ben het beuich zen het muug
ik ben ziek, ik ga niet meeich zen zik, ich gun nie mee
Ik dacht al, wat gebeurt er hierIch doecht al, wa's hei goande
ik heb dorst van de bakharingich hem dorst vandiee bekkem
ik heb modder op mijn klederenich hang vol moos
ik heb nog steeds problemen, ik woon in west-vlaanderen maar spreek nog steeds heusdensich hem nog alted probleme, ich woen inne vlaaners mer ich klap nog alted heusdes
ik kom dadelijk terugich zen zoe trug
ik moet naar het toilletich mot ne t'huske
in de kapelstraat woont mijn broer met zijn vrouwtjeinne kapelstroat woent me`bruurke me`ze vrooke
is de tafel gedektstuut de teuffel geried
is het vlees al gaaris da vlies al meurf
is het weer zoveristwier zoeweit
is vader weer wegissozze pa wierewieeg
je moet eens op die vrouw lettenda vromes moed´r es int oeg hoon
jij kwetst mijge`zet mich thert ant uthale
jij zou beter zwijgen!ge` zoo ooch bieeter oer bakkes hoon!
laat maar!lut merzen!
laat uw haar maar hangenlut oer hoar mer hange
ons moeder is weer aan het zagenos ma is wier aan't zage
ons nicole zei altijd, als hij het grootste stuk niet heeft begint hij te wenenos nicole zee alteit, asm t'gruutste stuk nie hit begintmtebleite
op de zolder ligt nog wel ietsoppe zoller ligt nogwl tienentaaner
op uw knieen en handen omhoog!oppoer kneie en haan omoeg!
thuis in huis zit een muisthôôs in hôôs zit ter 'n môôs
tweehonderd gram salami en twee varkenslapjestwiehonnerd gramme pieepersossies en twie verkeslepkes
voor wanneer is hetvurwanie ist
waar ben je naartoe gegaanmoe zedde hinne gewieest
waar heb je het brood weer gelegdmoe hiddert bruut wiergeleed
waar het hart van vol is, loopt de mond van overichkan er nie euver zwe`ge
waar is hij naartoemoes diee netouw
waar is hij naartoemoesem hinne
waar is ons moeder naartoemoes osmahinne
waar is ze naartoemoesse hinne
wat scheelt erwa esser
we gaan een glijbaan maken (ijsglijden) we gun een sleurboan make
we gaan zwemmen in de mangelbeekweee gun zwumme inne moalbeek
wie denk je dat ik benwie zennich
wij gaan knikkerenwe` gun scheutschiete
zonder maquiage ben je ook niet mooizonner schmink trekt ooch op niks
zwijg toch!hoddoer bakkes touw!

561 woorden

's woensdagsde goensdaag
1ien
1 voet1 voeoet
11uelf
14viêrtien
2twie
2 voeten2 vutte
3drei

A

aalbeshinnebeer
AangezichtWeeze
aankledenàànklieje
aanstondsbedieme
aarde of zandièr
aardigheidoarighed
achterklapstertvjegen
ademowsem
afdrogenaafdrüge
afrikaantjesstinkerkes
afsluitpoortbrier
afsluitpoortjepeurteke
ajuinjôôn
alleenallien
allemaalallemowl
andersaaners
anjerkernoffels
appelmoesappelspijs, appelfrats
arbeideërebed
autoped steptrontenet
averechtsièverèchts

B

babbelen, kletsenuchteren
badkuipbasseng
bak om brood te knedenmo
bakharingbikkem
bakjebekske
bakkerbekker
balbol
ballonblon
bankjebengske
batterijpul
bedelaarschoier
bedelenschoije
beenkapget
beentjebienke
beer (varken) bier
beestbiest
beetjebitske
beetnemenfoppen
behasittien
behatettesjeer
behangentapeseren
bekijkenbekieke
bemoeienmoie
beugelbiegel
beukeboombikkeboem
beukenootjebikkeneutekes
beukenootjesbikkeneutekes
bevrijdlos gelutte
bewusteloosva zenne klot
bezigonnegang
bezittenhemme
biblioteekbokkerij
bigbag
biglupper
Bij haar thuiste hurrest
bij haar thuistehurrest
bij hem thuistezennest
Bij hun thuiste hunnest
bij u thuistoerest
Bij u thuistoerrest
Bij zijn thuiste zennest
bijeenschrapenbieenschèère
bijnabekans
bilbul
billetjesbullekes
bladluizenmulvere
blauwbloo
bleekbliek
bloedenbloien
bloedzuigerechel
bloemetjesblummekes
blussenoot doen
Bochtdre
boekbok
boekentasmallet
boekweitkoekboegekok
Bolderberg (gehucht) Bollerberreg
bomenbum
boomboem
boonboen
boontjesbünkes
boordjebeurteke
bordteluur
bosbesbosbere
boteham smerensnee brèen
boterhamsnee
boterkarnstaan
bouwbo
bovendijbeenbats
BraambesBrombeer
braambessenbroombere
braamstruikbroomberestraok
braamstruikendiën
brandnetelnietels
brembreem
bremstruikbreem
brengenbringe
brilbrul
brodenbru
broeienbruen
broekzak-broekzakkentes-tessen
Broekzakkentessen
broerbruur
broodbrud
broodbrut
brooskrekkel
bruinbroon
buibijs
buikbuek
buil op het hoofdnol
bussel houtmutter

C

caviazieretteke
circuitumloep
confituurgelei

D

daardaoë
daardeo
daar is zedaoë hedder ze
daar is zedoei hedder ze
daasvliegblindats
dadelijkdrek
dadelijkop te dün
dakdaak
dasplastro
deegbakmo
deeldiel
dekensoarie
deugnietduggeniet, schobbejak
deze morgenhuier
diedeij, dijj, dêj
die praat veeldei kan zage
dikwijlshiel dek
doekdok
doktertoektoer
dolgraaghiel geën
doodsprentjedudsbulleke
doornatzeijknoat
doosdoes
dorpturp
doveneteldoevenietel
driedrij
drinkbusbedon
droogdruug
druktebegangkenis
duitsduts
duizendduuzend
duurdier
dweilopnemduk

E

eekhoorntjeiekkeurke
éénien

E

een aantaltiffrente
een beetjebitteke
een keerne kier
een kikkerne kwakvors
eersteierste
egeliegel
eksternjekster
emmeriemmer
enkelinkel
ergensieverans
etenit

F

ferm koudbra kaat
fietsvullo
fietsstuurgedoa
flauwe persoonflorik
fluisterenfiezele
fluitjefleuteke
fluweelfloer

G

gaangun
gaatgiet
gagelvlojekraot
gatkoeet
gebittaan
geengien
geitgèèt
geite keutelsgeête kliskes
gekgetikt
GeleefdGeleöfd
geluksjaans
gemeentegemeinte
gevlekt dierhoppele
gevoetbaldgeschot
geweestgewist
geweldiggrellig
gewoonlijkgewoenlek
gezegdgezeet
gladgelletig
gootsteenpompebak
graaggeijre
grasgroes
groene spechtmjerts veule
groentenlegumme
grootgrut
grote bosmierbrag
grote wchuske

H

haantjehàinke
haastenspoie
haastenspoien
halsdoeknuzing
hamerhamel
hamsterrenrammeseren
handenhaan
Handen in zijn zakkenhaan in zen tessen
handschoenenhaase
handvolgrop
hardherd
hard snoepjekebabbel
hazelnotenhaozelneute
hebbenhemme
heethiet
heggemuskrets
helemaalhielemoal
helemaal in stukjesgruzellemente vanien
hemdhum
hemelhiemel
henhin
hennepkennep
het is genoeg nunoa est genoeg
het is naar de vaantjestes ne de kloete
hielvars
hondsrooshaonekeutels
hondsrooshoanekul
Hou opschitter uit
houthoot
Houthalen (gemeente) Hootelle
huishous

I

iemand die het niet graag eetknetser
ikich
ik ben het moeich zen het muug
ik heb een zuster en een broer, maar ik zie ze niet veelchem e zuster en e bruur, mer chzie ze nie veul
in de steek latenin perdel lutte

J

jeukjeuksel
jonge kippul
jongensmennekes

K

kaasjeskruidkjéeskeskraot
kamkamp
kamillehumsknupkes
karabijnkerbijn
kattekwaadbiesterij
kattepultschieterke
kelderkuller
kermisde foer
kermiskûrmes
kietelenkriebele
kijkenkieke
kikkerkwakfors
kindjoenk
kinderenjung
kinderenkinner
kinderenwichter
kinderwagenvatuur
kiphin
kippenhokhinnekoot
KlagenJummeren
klaproosslaopkoppe
kleedkliet
kleinklen
klein handje volgrupke
kleine bloemenblummekes
kleine koren schoofgelleg
kleinigheidpruts
klerenkliedsel
klerenklier
kletsenin stravatse
klimmenkleffere
kloekprokhin
klompklonk
kneuheikenêper
knieknei
knijpenpitsen
knikkerscheut
knikkerenscheutschieten
knoestwier
knoopknoep
knopenknoepe
knotwilgsink
koekjekukske
koffiekaffe
koffiekaffie
koffiedikprot
kogeltjeskeugelkes
konijnknein
konijnknijn
koolmeesjekulmuske
koolzaadsloerzaot
koordkoor
korte pasjes zettendebberen
koudkaat
kraaikree
kraanvogelkroenekroân
kraanvogelskroene kroane
kramsvogeltjakker
krantgezet
krentenbroodkrintemik
kruippakjebarbeteuske
kruisbeskroensel
kruisjekrûske
kruiwagenkrôwagel
kuikenkikske
kuipkoôp
kwaadkoad
kwikstaartjeakkermenneke

L

laarsbot
laatst geborenekakenesteke
ladderlier
leeuwlieuw
lelietje der dalenbosielekes
lelijklullek
lerenlieren
leuder met stoffentsjoektsjoek
lichte mantelgabberdin
liedjelieke
liplup
loon (van de mijn) kèzzem
lopenloepen
luchtgeweerkerbijn
luciferstekske
lucifersdoosjestekkedüske

M

maaldermoller
mademôôi
maktaam
Mangelbeek (beek) Moalbiek
mantelpardesu
marktmert
maskermommebakkes
meestermiester
meikeverspikkelekamp
meiklokjesbosiellekes
meisjesmûtskes
meisjesschoolmutskesschool
melkmulek
melkpap
merelmeêl
miermuuzeik
mijmich
mijnterrilterris
mise en plismiezamplie
moedermoeier
moeilijknie gemekkelijk
mooischoen
morslapjezieverlepke
motomontesiklet
mototuffer
motregenenfiezelen
muismôôs

N

n' kus gevenn' mun gêve
nergensnieveransnie
netelnietel
netelennietels
niemandniemenie
niet fairpute
nietsnutsnul of pummel
nieuwniev
nijpenpitse
nogal slonzige vrouwmachochel
nooitnuts nie
nootneut
nunei

O

ogenoege
omkijkenumkieke
onbeschaamdastrant
onderhemdjelefke
onderkleedsuppe
onderlijflufke
onfairfoetele
onnozelenüzel
onsoos
onze ...ooze ...
ookooch
ooroer
oudaat
oudersaars
overeuver
overalkloon
overhoudeneuverhoon
overjaspardessu

P

paadjepôike
paardpj
paardpjérd
pakjepekske
pantoffelslof
pastoorpastoer
pastoorpestoer
petklak
pier of wormpierling
pinkenplumpe
plakbandplekband
plotsinnins
pochenblageren
politiegenderme
pootpoët
poreipoor
postzegeltember
pratenklappen
prentjebulleke
prietpraatziever
proevenpruuve
proevenpruve
prooi vogelklamper
pulloververeus
puntje aan zweepklitsoer

R

raaroarig
raar klaarspelenbegaffele
radbrakenverinneweere
regenjasparmejabel
remfrèè
rijgendriege
rimpelsrumpels
rode koolrojkuul
roereihinnebik
rokenroeke
rolluikenrolstoar
rozenroeze
ruikenrikke

S

schaduwkulle schaai
schandeschaan
scharenslijperschiëresliep
schietmeesterboetfeu
schoenhielvars
schoenneustup
schoenvetersnestels
schoffelschuffelke
schommelschok
schoof stroschoef stroi
schoonschoen
schoonbroerschoebruur
SCHORTvurring
schouwscho
schutpaal voor hooiwagenbotterik
sigarenbandjesigarebenteke
siroopstroep
sjoemelenpuute
slasloat
slaapkleedslowpklied
slag tegen zijn gezichtmots tigge ze bakkes
slecht rennerpatatte coureur
slonzige vrouwmachochel
smalle weegbreehondsrubbe
smossersmoddereër
sneeuwsnief
soepsop
somsfantêêt
soort snoepbabbelut
soort steenkoolantresiet
spreeuwsprief
spreken is zilverklappen es zulver
staartstert
stekelbaarsjestiekelboarske
stelenpikke
steptrontienet
stilstullekes
stoere kerelgaljaar
stokstek
stout ondeugendastrand
straatstrout
straatleudertjoektjoek
stuk spekbroôi

T

tafeltuffel
tandentaan
tantetenteke
taszjat
tas of zakbezas
televisietûllevizie
tenentien
toilethuske
tolkokkerel
touwtjeskeurdekes
truivereus of wammes
tuinslangfleksiebel
tweetwie
tweedetwiede
tweewoonsttwieblok

U

uitroep van verbazinggoodva merranteka
uw soep wordt koudse`ves is oer sop kaat

V

VaatdoekSlat
vadervoaier
valsspelenfoetelen
valsspelenorensen
van zo ver moet je niet komenvan zoeweit moddeniekome
vandaaghuije
varkenverke
varkenverreke
veelvool
venstervinster
verbazendwekkendgoodvameranteka
verkerenvrije
verroestberoesterd
verschrikkenverschieten
verslenstverslakkerd
vervelend mannekeampetant jonk
verwennenbetettelen
vetersstertels
visves
vlaamse gaairoeter
voetballensjotte
voetpadstoep
vogeltjeveugelke
voorbij stekenveurkrôpen
vorkket
vriendenvrin
vriendjekammeroateke
vroedvrouwwijsvro
vroegere leurder met stoffentjoektjoek
vrouwvro, vromes
vrucht van de meidoornhinnebik
vrucht van grote klitkermisgast

W

waarmoe
waaromvurwa
Waarom nietmoe ver nie
Waarom nietveur wa nie
wachtenwochte
warmwerm
wastobbepesseng
wchuske
wc papierhuskespapier
weduweweêf
weet uwidder
wegweeg
weidedries
weidewee
weidepoortgoar
wenenbeuken
wenengrinse
werkkuil in garagefos
wielreeprieep
wijweëe
winkeltaskabbas
winterkoninkjeossebûlleke
worstwust
wortelpoet
wortelen en erwtenpoeten en etten
wortelpureepoetestoemp

Z

zakdoeknuzing, buinzok
Zakdoektesdôk
ze voetballen tegen koersel, gaat je ook kijken naar de wedstrijdze sjotte tege koersel, geudooch kieke neu de match
zeefzei
zeiszeêsie
zeiszèsie
zeis scherpenhoâre
zeugzoog
zeverziever
zeverlapjezieverlepke
ziekzik
zienkieke
zodezeisflaggeseêsie
zoekenzukke
zoenmun
zogezegdzoegezeed
zolderzoller
zwaluwzwalf
zwart eetbaar bolletjekliske
zweetzwiet
zwijnkoes

2 opmerkingen

  1. as wit lowieke va zot jefke va rosse liza, vruger be zen honsker ne de sjarbonage reed vur schoalies gente hoale, daan wis lowieke zenne hond de weëg ne tezennest, zonner iets te zeie, den hond rook da zee hum, me as wit lowiieke daan in de pastoer paqueloan een cafe in dook, liep den hond allien tot tezennest,, fantijd ha hum, wel niks nemie beë, das vruger echt gewist zulle.
  2. in den tijd dat er nog missies warre in turp in de kerk en giestelijke in de kerk kwaame preke fur wa geld bien te krége, fur de schokloate mennekes in de congo, war be pastoer van mierlo het freut reép, dan ginge de jung va turp deie ne school ginge ierst in de bogoard van de pestoer appels pikke, mer as daan zoe nepridikant uit de pasterij kwaam daan war er al ienne bee die nemie uit de fruitboem dors kome, va schrik da hei gepakt woor, en daan kwaam em he te loat in de klas en moes zich be kwaak gen lutte zien be al dei appels in zen tes, da zaat ter boveerms op, da war in de joare 50 veurige eeuw, no schiet nog de Pastoor van Mierlolaan nog allie euver