Booms

Dialecten > Antwerpen > Booms

Booms bevat 75 gezegden, 483 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

75 gezegden

(krachtterm) Mie blaas et licht ôt, Jef stekt de stoof in de kas
Af en toeTissendeer
al is het dat de kraaien het uitbrengen, de waarheid komt uit !al ist dat de krô et ôtbrenge, de waarhoad komt ôt
blijf daarvan afblefteraf
blussen met water uit de putten van Rumstblisse mé waoter ôt de pitte van Rimst
daar komt ie aangestaptdau komt em aongestesseld
daar krijgt men de zenuwen vanda krijgde de seskes van
dat duurt langdadei nogal sjeiten aon zelle
dat is heel watda's wa gescheete
dat is me er eentje (licht pej) das ne klinkaout, zenne
dat is me er eentje!das ne glettege
De heeft er eentje teveel opdiejen eit er iên boven zoan oeëg
die heeft het voor mij verkorvendieën ei oep moanen bloak geschete
die vrouw durft wel een en anderdie is er oek ni vervei van (pejoratief)
dit gaat niet opvan dieën boer gieën aare
dwaas / gek zijnni goe zjust zoan
een boek met een harde kaftnen boek mé een stoaf koffersool
een vuile bruine truieen vôl brôn trô
er is spanning / onenigheid't is grien aat
gij deugniet!goasem bitskoemmer!
gulzig eten / gulzigaardschoeffele / schoeffeleir
heel vuilzoeë zwèt as ne pottafeir
heel wat hindernissen moeten overwinnennogal wa kummelees moette doen
helemaal eromheenrondoemedoem
helemaal vergetengrat vergete
het gras is groen't gès is grien
het is vier uur en ik moet mijn muren en luiken nog schoonmakentis al vier iere en kmoet men miere en blaffetiere nog schiere
Het staat onderstebovenTstaa èveréksoem
hiernaast ledigd men de aalputineffest zens oant beirre
Hij ging nogal onderuitoa ging nogal is ne gerlego
hij had niets meera kon zoane nees oant ges afveige
hij heeft gezegdôa ij gezei
hij heeft het sacrament der stevenden gekregena is bediend
hij heeft kurenem ei z'n loeten
Hij heeft schrikEm schèt in zen broek
Hij heeft ze niet alle vijfEm is van lotje getikt
Hij is de lieveling (van de familie) Em is tfebbekke
hij is dooda is kevendrager
Hij is dronkenAjei een stik in zoane frak
hij is een beetje kwaad, gekwetstejis in ze gat gebete
hij is in de middelbare school van BoomA zit boa Mannekes
hij is in verwarringem wet ni miër waar da zen paroche staat
hij is niet snuggerstekt zen hessene in e vogeltje en 't vliegt achterôt
Hij is niet van de slimstenDien ei sondags naor tschool gewest
Hij liep zonder kousen in zijn klompen.A liep blék in z'n blokken
Hij weet van nietsEm wet van toete of blaoze
hou je mondzwegt !
hou je mondadave smikkel
hou je mondaadaaven bebbel
iemand testenMé(j) een kaat'ant aon zoan gat kome
ik heb dorstkem dest
In de (klei) putten van Rumst zitten groene vissenIn de pitte van Rimst zitte grien visse
in volle vaartvierklaavers
je bent ongeloofwaardigaave klap is goe maar aave sjokolat deegt ni
je hebt hier niets te maken / te zeggengoa ét ier niks te rittentitte
je komt niet aan de beurtas slimmeke doeëd is meegde goa tzoan
jongste spruit in de familliede kakkenest
Laat maar zolèt 'et ôt
licht makenhet licht in brand steke
loop naar de maanloeëpt noa de poemp
loop naar de maanloèpt nodde poemp
maak een keuzeaaren of joeng
Mie had kou, waar had mie kou? Mie had op de markt wreed koud!Mie aa kaa. Aa Mie kaa ? Mie aa braa kaa. Woar aa Mie kaa ? Oep de met aa Mie kaa.
ongewoon iemandne krabbekoker
onhandig persoonnen anneklaa
ophouden / er de brui aan geveneen spèl aon steke
u kan het goed uitleggen maar het houdt geen steekaawe ôtleg is goe maar aawe spikkelaas deegt ni
van hier naar daar / van het kastje naar de muurvan jut naor jeir
van weinig levenvan den trok leive
Wit zijn de muren, groen de luiken, zwart de paters die in het kapelleke slapenWit zen de miere, grien de blaffetiere, zwet zen de poape die in 't kapelleke sloape.
ze is goed gebouwdzis goe verzien van oeëre en poeëte
zij die het hardst roepen hebben de grootste angstde roepers zen de poepers
zijn pet afnemenz'n klakse aflangen
zijn voorhoofd is geschaafdzoan staar is geblesterd
zorg voor iets dragengôr slaoge

483 woorden

(krachtterm)Miljaardegetaarde

A

aalbeir
aalbessentroppelbezen
aalputbeirpit
aanaardenaanjeiren
Aardbeijerbees / jètbees
aardejeir
ademenasemen
Advokaatstraat (gedeelte)strotje van de witte maakes
afsluitinge schetsel
afvegenafveige
afwezig zijnverletten
ajuinloofschalulle
arbeiderswoningen op een rijroot (water-, Roapes-, - van Jan Max, - van Verstrepen, Caluwaerts-)
autobusd'ottebis
autoscooterde botsottookes
AverechtsIJvereks

B

balkspaar
bandenbanne
bangvervei
bastaschèt
batterijlampdievelicht
bedragbedraaeg
bedragsoem
bedrieger, misdadig iemandne smeirlap
bedrog doenaarzak speele
behangenbange
beleefdbeleift
BelegBoaval
Belegtoespoas
benedenbeneeje
beroepsmilitairboeffer
beschadigdgeschalotterd
beschadigenschalotteren
Bezorgd, bekommerd ombesjeterd
bijnaresekes
blaffenbasse
blauwe kousenblaa kase
blauwstraatden blaave
bleekweideden bloak
blekke (de)koeken tien in kaartspel Wippen
bloedstelpend verbande poodevinneke
bloementuilbloemeké
boekentaskabas
boekentaskanassieir
boktor (bruine langwerpige kever) hanske petanske
Bomenaaronnefreiter /onnefretter
BomenaarsOnnefretters
boomboeëm
bordtalloor
borstelnen bèstel
borstelenkeire
bromvliegdol
bruin bobbeltje (op lichaam) peiperkoos
bruin inpakpapiereen graat papier
bruin papiergraat papier
bruine keverhanske petanske
bruine vlinderne panneplekker
buitelingkummelé
BuitenBôte
buurvrouwdievannineffe

C

cakewalkkakkewalk
canarievogelkornellevogel
caviaspenserat
Charcuterie (beleg) boaval
chewing gumlangenaasem
Chocoladesjokelat
cichoreibitterpeeën
collaborateur 40/45ne zwette
computerverslaafdenerd
cymbalenscheile

D

de kadede veirdam
de meidde maasse
de pausde paas
dekensezze
deksele scheil
Deugenietsjamfoeter
dienstplichtig soldaatne piot
doodlopend steegjesloepeke
dorstdest
drankzuchtleinsen
driedrij
driedroa
droogloodseen lezze
droogweidebloak
dropzjizjip
duiveldievel
dynamometernen essel

E

echtgenoot/echtgenotealven traaboek
echtgenotedie van ons
een breekijzernen breng
een eieen aar
een fotoe podderet
een hard gekookt eieen etaar
een muilpeereen peir oep zen bakkes
een weinigabbekrats
enkelknoesel
erg / veelbraa
ergerniserezze
erwten en wortelenetches en peekes
eventjeseffekes
eventjesrezzekes

F

feekssmairregge teef
fietsvlo
flauw persoonlabbekak
flauwerikflaave gezaate
flauweriklabbekak
fluisterenfezele
fopspeentitter
fornuiskwizenijee
franjes van doeken of tapijtenfrennekes
Frans / FranciscusSooike / Sooi / Swa

G

garnaalgernoot
GasflesBis gaas
gauwallegaametdegaate
geduldpechence
gehaktgekapt
gekookte hespgezoi eps
gekrast, beschadigdgeschalotterd
geldcente
geperste (kalfs-) kopKet
gezinfamille
goede leerlingstrever
GooienRoeie
gootsteenpoembak
grasgès
graszodene ris
grauwgraat
Groene HofstraatVergedengstraat / Beneiëstraat
grootgroeët
groot formaat baksteenboerenegentig
Grootmoedergroeëttemoe
grootmoedermemoe
grootmoedermoemoe
Grootvadergroeëtteva
grootvaderveva
grote tromgroskès
gulzig etenschoefelen
gulzigaardne schoeffeleir
gymnastiekjummenas

H

Haarlemmerolieeirmsole
halenLangen
hamsterspenserat
handbooreen zwoeng
hangklokreggelateur
hardgekookte eierenettaare
herbergstammenee
hespeps
Het is genoeg geweesttis wellekes geweest
het legerden troep
hiernaastierneffest
hija / oa /dieë / em
hink-spelletjepeirekinkele
hoekijzer (scheepsbouw)conjeir
hond / volgzaam persoonne loebas
Hond, hondjenen tei, een teike
hou je mondaadave smikkel
hou u mond dichtaaf d'aave smoel dicht
houtaat
hovaardige / trotsefiërescheet
huilenbleiten

I

iemand testen, uitproberenMé(j) een kaat'ant aon zoan gat kome
iets omiddelijk wilen of doenpersè
ijsjekreimeglas
ik ben erkzender
ik hou van u'k sien a gere
ik was erkwasser
immersoemmes
in het donker trachten te zienpiere
in het voorbijgaanin passant
ingang van steenovenmondeke
instortenbresse

J

jege
jijgoa
JuliaZjolle
JuliaanZjelo

K

kaaskeis
kanarievogelkornellevogel
katbalkhaas
katholiekne sis
kauwgomlangen asem
kauwgomlangenasem
keerborstelne keirbestel
Kerkhofstraatboomestraat
KerkmeesterSwis
kersenpitkrokstiën
Kerstraatkerkeleintje
ketelmoeër
ketellapperpottafeir
kijk nu eenszie na is
kikkerne kikvès / ne ves
kindenfant
kindjoenk
kinderensoot
kinderwagensjees
klauw / grote handklaa
kleipotjeir
kleipotsjeir
klei onzuiverheidnen ekkerstiejn
klein persoonnegejorreke
kleuterschoolde papschool
klokhuiskeiring
klokhuis v.appel of peerde keiring
klompenblokke / holleblokke
knapchiek
knikkernen èrenbol
knoeienfinkelen
knuppelklippel
koffiekaffe
koken
Konijnkornoan
koude rillingeen gezzeling
koude schotelkaavepla
kousenkaasse
kreunen of steunenkrochen
kruikjekrekske
kruisbessenstekelbezen
kruiwagenkerrewagen
krukjepaddeke
kuitenbruis
kusjekiske
kwaadsprekervoalblad
kwajongenlorejas

L

lariekeskeskiet
lastig iemandambetanterik
lastig mannen eiverekse
lastige vrouween tang van e woaf
latersevves
lawaailawaat
lepelleipel
leuninglein
liberaalnen Blaave / riberaal
liberaal (progressief)nen blieëken blaa
lichte kandijsuikerkinnekessojker
liedjelieke / een erreke
liesieëkenissen
liesstreekiëkenissen
loodsleuze /lezze
lucifersstekskes
luierpisdoek
lunchpakketschoofzak

M

maisspensetèref
manvent
mannen tist
marktmèt
maskermoembakkes
medaillemadelle
meisjemeske
meterpeit
Middelbare schoolecomejèn
mierne mierzoa(j)ker
mierne mierzoaker
misnoegd /mokkeneivereks
moederma
moedermoe
moeialtantefeir
moeilijke vrouween pertang
morsdoodem is kevendrager
morsensmossen of stetten
motregenzieëver
mouwenmaave
muggelarvenverdevasj
mutseen pots
muurmier

N

naaisternojes
NaaktBlék
naastneffe
nergensnieverans
nergensnieverans (t)
nochtanspertang

O

onbeleefdombeleift/onbeschoft
onderhemdjekaskorseeke
ondersteboveneivereksoem
ondertussenswenst
ondertussen / gelijktijdig / terwijlin passant
onderzetter voor pottenbèddeke
onhandig persoonanneklaa
onhandigenenaate
onlangsoverlest
onnozelaarmettekoo
Onrustig slapenKnokkelen
Onze-Lieve-VrouwLivraa
Onze-Lieve-VrouwstraattNonnekestrotje
onzintruut /flaaven truut / truut in pakskes
onzinzieëver
ooglidontstekingeen weiroeg
Opgebrande kolenSchramille
opkamertjemansarde
oplichtersjaggereir
opvliegenda eid een ket lontje
oudersavers
Overgeven / brakenSpaave
overloopden allé
overtrekflowoân

P

paardjuketeip
paardpjeid
paardenmolenpjeiremeele
PaardenslagerPjeirentesser
paardestaartpjeiresjeit
pannenkoekenkoekebakke
pantoffelssloeffe
pardoespladeirm
peperkoekpontekoek
perzikeen pès
petklak
plaatpersdaver
PlantsoenstraatPoepenhoek
politicikoekebakken
pootpikkel
portiespoose
pratenresenéren
preiparaa
progressief liberaalnen blieëken blaave
puistnen broebel
puistnen oebel
putpit

R

radijzenrodeskes
rakelingsrezzekes
regelenregeleren
regelmatig en veelvuldig (alcohol) drinkenechelen
regenjaspardesie
regenwormne pier
reifroaf
remmenfreinen
remmenfreine
rhagonycha fulva (rood soldaatje/kevertje) anske petanske
rijroot
roddelaarsterlameer
roddelenlameeren
rondneuzenrondsnosselen
rondomrondomoem
roofvogel (groot)dôveklamper
roofvogel (klein) mussenklamper
ruimdienstde beirkaar

S

schaarscheir
schakelaarknipper
scharenslijperscheiresliep
scheepswerfde zaot
scheermesscheirsmes
schommeltater
schooltaskazak
schoonvaderschoonpeere
schouderdoek (sjaal) neesdoek
schraapzuchtigbezzekrabber
schroevendraaiertoernavies
schurenschieren
schurenslisse
shouwgarnnituure schaastik
slap gevoellabberlottig
slappe koffiepisseloei
slechteriknen èrrek
slechterikschoelle
slijkplattemeutte
smal straatjesloepeke
snede kaasschelle kijs
snee (hesp) een spol eps
snelallegaametdegaate
snelbouwsteenaveceerstieën
snellerrapper
snoepensnosselen
snoepjebees
snoeven / snoeverroenken / roenker
soldaatne militairentroepsoldaat
somssewoale
spadeschup
speciaal iemandne krabbekoker
spekvet met suikerziete lies
Spekzwoerd(en)Zwôke, zwôkes
sproetjesgezichtsproetebakkes
spuwenspiëke
staartsjeit
steen draaienoeptrekken
steenbakkerijarbeider (pej.)geleigkladder
Steenbakkerijent geleig
steenbakkerijlocomotiefjeduveltje
steenbrokkenbrikkeljon
stelenpikke
stelenrippen
stenen in droogloods stapelengammen
steptrottenet
stervenaave keis laten
stoepplantsier
stoepplasier
stomdronkenzoe zat as ne patat
stomdronkenkrommeneel zat
straksfleus
strakssebiet
streken hebbenservetieten
stukadoorplekker

T

taarttoert
tasjat
taszjat
tegelplavaa
tegenwoordigseurreweurig
terwijlswenst
ThuisTôos
tijd geledendaarlest
tikkertjekètje
toetere noeneke
toeternoeneke
toiletstoelkakkedo
trein- of tramspooreen roet
treurig iemandne azoanepisser
treuzelenlanterfanten
trouwentraave
tuberculosede teiring
tussendoortjes etensnosselen
twijfelaar, onzeker en traag iemandsjemmeleir

U

uurwerkhorluze
uw voorhoofdstaar

V

vaatdoekschotelvod
vaderva
vals spelenaarzakken
vals spelenaarzakke
Varkensmarktveirkesmet
vast hebbente stekken
vensterluikblaffetuur / blaffetier
verdwenenribedebie
vergiettemst
verkeerdabies
verkopervender
verkoudheidvalling
verkreukelenbefrobbelen
verkreukelenverfroepsele
Vernietigen, naar de bliksem helpenrenneweeren, verenneweren
verongelijkt gezichttoot
verschillendtefrent
verschillendboezinderst
verschillende (soort) bezinderde
verzorgenswanjeren
vestzippeke
vetersnestels
VirginieVizje
vleesbiske
vleesbroodfrikandon
vlinderne peepel
voetpadplansier
voorhamer op scheepswerfeen madammeke
voorhoofdstaar
vooruit gaanaveceren
vorkverket
vrachtwagencamion
vriendjemateke
vrouwvraa
vrouwenbroeksnelzoaker
vruchtenpitne krokstieën
vuilnisbeltmestpacht

W

waterhoudende kei in de kleikloabroeëd
wc't heske
wc'tgemak
wederomvroem
weerbarstig haarboerekarrehonnehaar
weerstander 40/45ne witte
wegsleurenwegsleere
wenenschriejve / bleite
wentelteefjegewonne broeëd
wesppeiweps
wilde kastanjegalnoot
winkelbedrijfneringdoender
wipwippetater
wip (speeltoestel)wippetaater
wordenwerre
wortelenpeekes
wowwoelllie
wrateen wèt
wreefvessem
wrijvenresse

Z

zachtjeszietekes
zeemvelzemelap
zeurzemelzoaker
zeverenzabberen
zijzoa /die
Zij woont op de boerenbuitenZe woont achter de gazette
zitbanksjainslon
zoetziet
zoutzaat
zuigenzabbere
zulkezekken
zwartzwet
zwarte keverpekdievel
zwiermolenzwiermeele
zwijgbakkestoe
zwoerd (van spek) zweuze

3 opmerkingen

  1. De woonkern `Boom` is de jongste in de Rupelstreek. Zij groeide echter sterk in korte tijd omwille van de voortschrijdende industrialisering. Het dialect is dus in eerste instantie een mengeling van spreekklanken uit de directe omgeving. Bij pieken van inwijking voegden zich daar klanken bij uit de provincie, vooral Klein-Brabant en het Vaartland. De volkstaal leeft en evolueert. Door de uitgravingen van de klei geraakten wijken en gehuchten van Boom van elkaar geïsoleerd. Zo konden er tussen de wijken kleine verschillen ontstaan binnen het Boomse dialect. De lijst op deze pagina is hoofdzakelijk het consensusdialect op het hoogtepunt van de ontwikkeling van de gemeente, d.w.z. hoofdzakelijk de eerste helft van de XXste eeuw. Opvallend hierin is de invloed van het Frans, vooral te danken aan pogingen van de ongeschoolde arbeiders om de taal van hun meestal Franstalige patroons te imiteren, vb. `sjeinslon` = `chaise longue`. De laatste decennia wordt de uitspraak sterk beïnvloed door het ABN (gestegen scholingsgraad) en nieuwe inwijking.
  2. In 1917-18 was er te Boom, wegens de voedseltekorten, een officieel toegelaten hondenslachterij. Hierdoor kregen de Bomenaars de bijnaam `Hondenfretters` en daaruit ontstond het `Hondenfretterslied`.
  3. de korte a wordt oe, eirm, èt of aa (damp=doemp, warm=weirm, hart= èt, kar=kaar)
    de lange a wordt een neusklank ao (tafel= taofel)
    de aa wordt jè (aarde=jèr, aardbei=jètbees of jèrbees, paard=pjeit) en soms o (onbeschaafd=onbeschoft)
    de ee wordt ei of ië (geel=geil, steen =stiën)
    de lange u en de uu worden ie (vier muren van de schuur= vier miere van de schier)
    de u wordt aa of i (nu=naa, kusje=kiske)
    de eu wordt ee (in geuren en kleuren=in geere en kleere), soms è (beurs=bès)
    de o wordt oe (stom=stoem), soms ook è (borst=best)
    de dubbele oo wordt oë of oeë (boom=boeëm)
    de ieu wordt ie (nieuw=nief)
    de ou en au worden aa (trouw=traa en gauw=gaa)
    de ei en ij worden oa (klei=kloa en hij=oa)
    de aai wordt oo of verlengde korte ô (naaien=nô)
    de ui wordt è (kruikje=krekse)