Arendonks dialect

Dialecten > Antwerpen > Arendonks
Het dialectenwoordenboek Arendonks bevat 73 gezegden, 418 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

73 gezegden

aangifte van geboorte doeneuh kent oep den buwk zette
antwoord op `ik heb dorst`leupt na den Heust, doar is ehn hunne-eh dè pist in ew munne-eh en doar is eh kejeh deh krabt oan ew gehje.
antwoord op waar woon je:sjakkamakkabovenmisseboemerangekestuwenomdrooienvaaifstippestroat nummero dooit
begraven worden zonder misover 't murke gestouwete worre
blijf kalmspring ni eut de kar
brave mensguwd as botermelk
daar is niet inschikkelijk voordoar is hai ni scheutig henne
Dat is een kittelorig persoontjediejen is köt ingehangen
dat is een sterk verhaaldès schew
dat is nutteloosdes niks geköt
dat kan men vergetendè kunde oep ewen booik schraaive
dat smaakt goedjust ehn hunne-eh deh oep m'n toeng pist
dat was vruchteloosdè was gen avans
de aardappelen zijn gaarde petatte zen vjerig
doelloos staand'r vur piejt snot bèh stoan
doen wat ze willendeurre gank goan
een flater begaandoar hemmek eu scheuwen/ferm figujer gesloage
een verkoudheid opdoeneuhn fleurres oepschaare
er is grote ruzieder is greuweten ambras, het zit er bildik oep, dè zitter boveneirems oep
gaan slapenin ewwe peulder krooipeh
geen zijde kiezen in een dispuuthai bloast kaaw en wèreem
geluk hebbenmi ew gat in de bo-er valleh
heel dom...loemp as taachtterste van eu vèreke
het bont makenstreussel moakeh
hij geeft ophai legt 'r zenneh kop bèh neer
hij heeft me beledigdhai hè in m'n roape gesche-eh
hij is gekdiejeh z'n vaaizeh zi-eh los
hij is opvliegendhai is köt aangezet
hij is vaak bij onshai zit alle doage oep mn dak
hij kent er niets vanhai kent er gen smeet van
hij loopt naar de tegenpartij overhai drijt zenneh zak
hij maakt veel winst, verdient goedhai buwert guw
hij pleegde bedroghai werrekne mi haorzak
hij voelt er zich goedhai ligt er gezooien en gebroaieh
hij wacht op zijn liefhai stah doar scheuwen te schildereh
iemand foppeniemand op tsjöpkes trekken
iemand in de war brengeniemand uet zeun hengsels hoale
iemand kwaad makenhum opjojneh
ik baal ervanthangt meneh freik ooit
ik doe het nietge kunt is hei-el dik men kleuwe-eh (botteh) kusseh
ik heb hem gevat, beet'k hemmem beh z'n pees
ik wordt er gek vankwor der horendol af
je bent beter af met een stil meisjebrullende koei zèn zelden goei
je mag het vergeten, ik doe het nietgeh kunt er is dik rond
je mag ophoudeng'et honderd
je moet beter luisteren'k zal de poempiejers ew euweren is loateh eutspooiteh
je moet uw oren wassenget spuirrie inew ouwere
je thuis voelen'k zit doar oep een goei waai
jij bent domgai zè ne (gai seh) meutteh
Jos Geudens, de brouwer, leverde af in café de MarnuelJos preut, den braauwer, was oant losseh bèh zjan trul.
kijk daardoar seh, wiejn demmeh doar hemmeh sèh
men heeft hem te pakkenz'èmmeh nem bèh z'n kladdeh
met de handen in de grond gravendabben
mijn vrouw was boos'k em van diej van ohs oep m'n kleuwe-eh gekrege
moe van't werkenew botteh afdrooieh
nodeloos werkenmenne ni-el afdrooie
nou zegkust neh mene zak, kust neh men botteh
nu heb ik het begrepenmene freng (ni-ehl) is gevalleh
op iets blijven nadenkenerges oep sjikken
opgejaagd wordenaah-er zen vodde zitteh
opgezet speloepgemakt wèrek
raar aangekleed zijnoarig aangestouwete
stuk zijnin frut vanejen liggeh
thuis op uw donder krijgentoois ehn sigèr smoore
van begin tot eindevan najljeh toet drajeh
van hier naar daarvan hèrres nah giensz
we zijn er nog de baas overwemmeneuf in d'hand
weten hoe het in elkaar zitweten huw dèt 't vereke gebönne ligt
zaag niet manmellekt zowe ni joeng
zeer, zeer traagop zijn honderdduizendste gemakken
zich geliefd makenieverans zeune korf binnen drèjen
zo maarvur de frim
zwijg maarhawtem dicht, hawt ew ba-es mèr

418 woorden

's namiddagssa-ehmiddaags
1ejen
10toein
2tweie
3draai
4vieier
5vaaif
6zes
7zueve
8aagt
9nege

A

aangetrouwde familiekaawe kant
aardappelpureepetazie, petaziestoemp
aardbeijerbizze-eh
accordeonnen trekzak
acteurkemédiespulder
afgeroomde melkzwis
afvoergoot bij de achterkeukenmoosgoot
agentsjenderm
altijdalzelève
ArendonkOarendoenk
ArendonkenaarAorendoenkseh taleuwerele-ehr
armbandbrazjelet
avond etengoan koffiedrin-eh

B

babyboelle-eh
balpenstilloh
bangerikbruwkschaai-er
bedriegen, valsspelen (mi) harzak speule
bedrijf ter opruiming van mestputtenstrontbuwer
beet nemenejeneh beh z'n pi'jeh pa-eh
begrafenis lunchne koffie
begrafenis ondernemergrafmoa-er
belastingen, nutteloze uitgavenkööj geld
beleg op de boterhambaaival oep èwen bo'eram
berichttaain
bewaren, opvoedendurhaawe
BHsutjeinh
bochtdrèèj
boek, tijdschriftbukske
boekentastès
boerbiwwer
bonboneh pikske
bordteleuwer
braken, overgevenspewwe (spèwwe )
broekbruwk
broekzaknen bojl
broodbreuwet
brugdraaierbrugdrèjer
bruid en bruidegomnen trèwer

C

chocoladesjoe-ehlat
cigaarsigèrkeuh
cigarenmakersigerreuhmoa-er
clubhuisclubkot

D

Dadelijkbedejjeme, sebiejt, drèk, taanuijen
dag, tot zienssehloeji
damesonderbroeksnelzaai'er
dasplastron
de marktde mèt
de relatie is gedaan't is af
de Voorheidede Vraai
de wijn heeft kurk (smaak) hai eh stjeupsel
dekbedbed spraai
dekensazzie
denappelkuij
deugnietschobijak
deurlijstdurgebont
Deze morgentemèrgetè
dier, beestbjest (bejest )
dijk van het kanaalvartdaaik
dikke nekejeneh mie stree-eh
dikkopkaaikop
dinamiet fabriekden dinnamit, 't poeier
doekjebulle-eu
dokument (en) pepiejereh
dommerikgai seh stoemmeh kleuwet, gai seuh kallef
domwegstoemelinks
doopsuikerkinneh-eskak
doopvontvunt is in Arendonk onbekend
dopje, kurkstjeupke
drank van harde droplooter
drinkbusjestjûbke
drinkgeld / fooifeuwie
dronken zijnteut zèn, meurreg zèn
droogdruiëg
dropzjapke
druk bezig zijndoemmenéren
duimdooim
duimspijkerpeneiskeh
duiver, mannetjes duifkeubber
duo cigaren in een doosjetwellinkske
duwend slaanfoempen

E

een (tuin) slang, darmnen deirem, hoos
een cigaret makeneun sigret trulleh
een flauw meisje'n kèl, 'n subbedejeze-eh
een grof broodeh groois
een klets gevensaloewasjie (verkeuwpeh)
een pocheteun stoefferkeh
een verkoper (groothandelaar) ne raaizeger, ne vwajazjeur
eens, eenmaaljenjs
eigen familiede weireme kant
ergensieverans
ergerlijk iemandne zaai-er
erwtenjèjes
erwtensoepjètsoep

F

fabriek van jute zakken't za-ehkot
feestfjesje
feestfjest
feesten tot vroeg in de morgennaagtgebroak
fiets (-enmaker) vehloh (moa-er)
fietsstuurgedon
flauw doenkèlle
flauw meisjesubbedeize-eh, seut
flauw vallenvan zenne sus valleh, van heure stok goan
flauwe ventflaawerik
fles butaangasgaasfles
fluitketelmeuwer
Fluwele broekFluwere bruuwk
fratsenvertellerneu schewe
FrietFrut
friteusefrutkeh-el

G

gallosjehlage rubber laarzen
Gazet van Antwerpende frut
gedeeltelijk, slordighalefsegat
geen waarde hebben't is gen sjik weijert
gek doende vrouwzotteh miej
genoeg hebben't allank guw hemme, g'et allank honderd
gereedvjereg
gevallenhai lieh tegent stroat, tegen de kassaaieh
gezingeheul (het)
gierigaardpinnekliejver, girrigeh pin
gietijzergeut
gijgoa
gillensjiereken
glijbaanschooifaf
goedgiwt
goed gaanboteren
goed gedragengiwt gevoeigd
goed mensgoeie klöwet
goed paksondagse kleejereh, goei kleejere
gooiensmaaiteh
Groetjesgru'jes
grote omslagdoeknusduwk
grote poetsbeurtgreuwe-eu keus
guitige schavuitpooidowwer

H

handsvolgrop
hard roepenvan zijn gat moaken
haringnen herrek
harkgritsel
heel erg, daniggrellig
heel mooihejel scheuwen, fèrrem
heel secuurpiejtehpeutereg
herriedol
het hebben zitten't oan eweh reh-eur hemmeh
het regenttregelt
het stort't sleuskeh
hierherres
hier en daarherris en gins (...derris
hoeveelheiddjèl
hoge hoedstoofboois, heuwegen huwt
hoijoew
holaamai men euregel
honger hebbenzoe scheil as iet zien
honinghoennek
hoofdkeupkeh
hoogmisheummes
hooistreussel
hooi en strohowwie en strowwie
hoor, luisterhuijert, leustert
humoristisch sprekenschew dun = schèw dewn

I

iedereenallegèr
iemand die domme dingen zegtlulleman
iemand die gek isne zot
iemand die koppig isne keikop
iemand die zo maar iets zegtzejverer
iets op de grond hebben liggenin den hert liggen
ijsjekrèmlas
ijssleeaaisbak
ik heb hem gefoptkhemmhem be zen piej
ik kan er niets mee'kan er gen honzekleuwe-eh mi oanvange
in adams kostuumnaks
in ieder gevalavel
in wezenaaigelèk
ingezaaide groententuingeheuft (het)
is het waardugget

J

Jahu'e (dat is geen Arendonks )
je bent gezien, je hangtgeh zeh gesjohreld
jongstedieje kleinsjteh van os, deh joenksteh
jou mandieje van ellie
jouw vrouwdiej van ellie

K

kaarskjes
kaarskjeske
kalf (kleine koe) muétte
kalmhaawdew gemak
kastkas, kehskeh
kauwgomtuh-ehfrut
kerst geschenkeun pèkskeh onder den beuwm
kerstmiskessemis
kettingkirrie
kikkerveus
klein huisjekeujeh
klunsvoddevent
knijpennaaipeh
knijptangnaaiptang
knuppelklippel
koffiekopzjat
koffietaskoem
Kolenboer (kolenhandel) hoeliebiwwer
koolkoijl
kool (groente) koil
krantgezet
kruiwagenkreugel
krulkolenlangbejene
kussenovertrekfluwwaain

L

langs achter de eigendom gaanheuven
lawaaileuhwaat
lekker etengoejeh kost
libelpèrelschaaiter
lichtzinnige vrouwzotte wèèj
loerenliwwere
lollylekstok
lopenlöwpe
luchtloecht
Lucifer doosjestekkendjeuske
luciferdoosjestè'endjeuske
lunchpakketschoeftzak, schoofzak

M

mallejan (boomtransport metoets
maskermombah-es
mee betalenbèspiejen
mee-eterskostvolk
meikevermölder
mest uitrijden op een veldbèhreh
mierzèksmujjer
mijn mandieje van ohs
mijn vrouwdiej van ohs
moedermieder, os mo
moedighardie
mokkenprotten
mondgefrèèt
mondharmonicamoenikah
motomotteseklet
muggezifterpezewever

N

naald en draadnajlt en droat
nalatiglaainig
nauwelijks, amper, rèskes
neennjennik, 'k denk er noeg ni oan
nergensnieveraans
niet goed gaan't botert ni, 't is zwèt
nogmaalsnoegis
nooitneuwet oef te nimmer
nootmuskaatkroinoot

O

ongehuwde moederhaagweef
onhandig behandelenhaffelen
onmiddellijkdrèk
onverantwoordoengepermeteerd
onzin uitkramenzeievereh
op blote voetenberrevuwts
op tijd thuis zijnen gèn naagtgebroak eh.
opmetenhai treejt af, hai mit oep
opnieuwoep ze vès
opnieuwvanheir
oude ventaawen teurk
oudstegreutste, ewtste

P

paadje (klein weggetje) pè'je
paardenbloempisblom
paardenmolenpje'jesmeule
paardjepjè'je
paasklokkendeuh klo-eh van reuhmeh
palingpallik
pannenkoekstroif
papieren zakneunboil
parkietprus
pastoorpehsteuwer, pehstjeurke
petklak
peuterbegadder
pietje de dooddiejeh mi zen zesjie
plaagstokpetzak
plagerijpénasseraai
plakkenplèkke
plasje maken (kinderen) pizzewis dun
plezierigplezant
pochenstoeffeh
pocherstoefer
poederpoejer
poederdoosjepoejerdjeuske
poetsenkeusse
pofbroek, half lange broekklosbruwk
poortjepoe'je
pootjepjeu'je
portefeuillepo-ehfoelliej
potjepeu'je
preipraai
pretentiezjaar
proppenschieterklotsboois
putjepu'je

R

raar, grappigkoddig
rabarberreberreber
rafelige vodkrel
rechterzjuus
rijfraaif gritsel
rijfrékske
ritstiret
roddelenrondbrellen
roddeltante't parochieblajeh, deh gezet, viswaaif
rode kolenrauwi kojle
rode koolrowwi koil
rollentrullen
rolluikn blafetu'er
rolluikenblaffeturen
rond de markt rijdende preusesjietuwer dun
rondomroemetoem
roodharige vrouwrosse voenk
rubberlaarzenketjuwe botteh
ruzieambras, streek
ruzie makenzukteh streek streek moa-eh

S

salamanderhaaislender
schommelne stuur
schommelstujjer
schoonmakenkeusse
schorsenerenschuissenejjele (ui ultra kort)
schoudersschoeft
schroevendraaierturnevies
shagtrultoebak
showkemmerie
Sint-Niklaas en zwarte pietSinterkloas en zwè-eh piejt
sjaalsjehrreup
slaanehn wats verkeuwpen
slaaneun peir tegn euwen appel kraaigeh
slaansloageu
slaapplaats voor kippenpeulder
slecht geklede vrouwbussel zjo
slecht gekleedoangetojert
slechte vrouwkoaj waaif
slechte, lelijke vrouwjèllik vrèmmes
slenterentréjen
smal pad tussen huizende heuf, 'thufke, langs d'hufkes
snel rijdenhai ga noegal neh gank
snoepjebabbelut
snoepjezjabke
speekseltuf
spelendfikfakken
spijbelenhoagschool haauweh
spitten met een schopspoojeh mie eun schup
sprekentettereh
stapeltas
steenkoolhoelie
steenwegstjewweg
steptrottinette-eh
sterk staaltjestraffen toebak
stoeienfikfakken
stoemppetazjie
stofjasneh keel
stootkarretjepirrewihje
Strooisel voor in bezettingskalkmottelhaar
struise vrouwdikke mesjoeffel

T

taart met fruitfrooitvloai
tabak (pakje) toebak, tuwbak (pèkskeh)
telkens weeralle hons gezaai-en
terwijlsweinjs
toeëigenenverhabzkken
toegeveneuweh kop d'r bèh neerleggeh
toentewn
treuzelaarkerottentreh-er
tuin omspittenden hof oemspojeh
tuinhuisjeschop
tuinmanhoveniejer

U

uijoin
uitgangsdagengoandagen

V

vaakalle vaaif vuwt, alle honsgezaai-eh
vaakdikkels // di''els (de dubbele k wordt niet écht uitgesproken
vaderozze vo
vanzelfvazzenaaige
vanzelfsprekendvanaaiges
veldmuisjèrmoojs
velouren broekfliwwere briwk
verdronken, verdrinkenverzoopen, verzooipeh
vergeetachtig iemandehn lotzeuwer
vergiettrisée, temst
vergissingaboeis
verstoppertje spelenpuijpenbörgen
verwend doenkellen
vierkantvirkentig
vieze vrouwvooil zjo
VlinderFli-eteire
vlinderflikketeir
vlinderne fli'eteir
vlinderdasneh neuj, k een nondedju-eh
vochtigklammeg
voddenmandbulzak
voordeurvuddeur
vork (bestek) verket, vringket
vrouwvremmes
vrouwerokscheutn
vuile ventvooileh dazjter

W

wandelentrejeh
waskomtest
wat is er met jouwa ist me awh
wchuske
WCnummero honderd
weekdaagse kledingkööj kléjer
weerbarstigestreen
werktuigengetooig
wipkwik-kwak
wortelpureepejesstoemp
worteltjepei'je

Z

zaaien en maaienzèjeh en mèjeh
zakgeldbruwkgeld
zakgeld, loonpreej
zeer dronkenzoe bezoope as ehn veire-eh
zeer kort haarpinneh-esbol
zeer kwaadklerrig
zeiszessjieh
zetelzörreg
zo dadelijkbedéjeme, drèk
zo maarfrim (vur de)
zoethoutkliezjiehewt
zwemplaats in de wamp't keulje
zwijghoawd èwen teut
zwijgzwegt, zwaaigeh