Achels dialect

Dialecten > Limburg (BE) > Achels
Het dialectenwoordenboek Achels bevat 19 gezegden, 263 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

19 gezegden

Dat dacht ik dus nietGe kunt mich den hoewgsten boem in
Dat dacht ik dus ookDa mèn ich!
dat denk ikdè dink ich!
dat is heel grootwa ne japer
dat is iets van slechte kwaliteitdè is iet van kèskeschiet
Genezen zijnHij kan wer 'n veir van zien hinnen bloazen
Hij heeft geen haastHij makt gin aprensie
ik ben wegich ben de kloewte op/ich ben ketzu
ik heb goede kaartenwan pèèèrde/wan stup/houwe op die toffel
ik heb slechte kaartenwan prenteboek/voele
Met een bluffer is het moeilijk redetwistenTegen zoene oven kunde nie gapen
ne grote mond stoppen is moeilijktegen nen hoven kunde nie gapen
slecht humeur krijgendoa kriegde krom zin van
stelendet hem ich gekregen van ine die sliep
Te veel riskeren is ook niet goed. is niet altijd goedAls klein jung op groetemins kakhuuskens goan, vallen ze door de bril
Veel kinderen hebben is eervol maar wel duurVeul kinder is veul ier, mer halt de knuup van de klier
Vrouwenhanden en paardentanden mogen nooit stilstaanVrulliehaan en peirdentaan meugen noeijt stilstoan.
wat gebeurt er nu (verrassing) nauw zekt mich de stoof oewt
we hadden alles wat we wilden hebbenwe hawe wa we wowe

263 woorden

50 jarigen-comiteefieftig joarigen-comiteit

A

aanstekervuurketser
aardappelenèrrepel
aardappelenpatatten
aardbeieneierberen
afstandsbedieningkèske
allemaalallemoal
alsas
altijdaltiejd
armvolhellever
autootto
avondoaved
avondmaalaoveskosst

B

balkenbrijkrepoewt
BangerikBokseschiejter
begon (VT) begos
benzinenaft
bezemkeerborstel
bezinkseldrabbik
bij jou thuistouwet
bij jullie thuistuiliet
bij jullie thuistulliet
bijnabekans
bliksemenwèèrliechten
Bocholt (gemeente) Bonget
boekentaskapetulie
boekweitkoekbongetermèilkoek
boomboewem
boompje bumke
boompjebumke
boos zijngrommen
boos zijnvan ow oewren maken
bord teluur
bordteluur
bosbesalsbeer
BossenBöös
braambesbrombeer
broedhenbrok
broekboks
broek met zakkenboks mé tesse
broekzaktès
brokkenbruk
bromvliegfredvlieg
broodbroewet

C

ChocoladeSokloat
continumetoeren

D

daardoa
daaromdorum
daarvandoovaan
dadelijkmediemmen
dat
dekselscheil
dikdoenerblageur
dinsdagdiejzig
directin iejene gank
donderdagdonnerig
doordrinkendoortassing
doosjeduske
drinkenzoewpen
drinken (lidwoord) zoewpes
druivendroewven

E

eekhoorningbiegel
een glaspint
eerste koemelkbiest

F

failliet, bankroetKeps
fieftig joarige-comiteit50 jarigen-comitee
fier-trotsvriejet
flexibele buisdèrm
Follon (achternaam) Vollong

G

gaarmurruf
gade slaangoaj sloan
gatkoot
gedaangedoan
gedraag uvuugdeg
geharrewaralteroaatie
geluksvogelpriejsdoewf
gemakkelijkhennig
goedgoewd
gooiengoeien
gootsteenpompebak
graaggèr
grachthult
groentje (snoepje) zjiepke
grondeird
grond rondom woninggelèèg
grootgroewet
grotegroewete

H

haag, hegtoeng
haanhoan
hadhow
haddenhowwen
Hamont (gemeente) Hamet
handhaend
handenhaan
handschoenenhouse
handvolhamfel
hard schotbuffelstoewut
harkrèèk
heb (stam) hem
heb jijhedde gè
hebbenhemmen
heefthed
hierhiej
hij is niet minhakketuf
Hij kijkt scheelHij kiekt scheil
hofhoof
hooitoemet
huishoews
huishuus

I

iemand die niet netjes isvoelerik
ijsjekrèèm
ijskarkrèèmkèèr
ijswegiejsboan
ikich
ik gaich guj
ingewandenfak

J

jaarjoar
jege
jeow
jeneverbesbeikeleir
jij/gij
juistzjuust
julliegellie

K

kaarskèèrs
kalenderallemenak
kapmeshakstel
katapultkatteprul
kerkkerik
kerkhofdoalakker
kersenkiejersen
kippenhinne
klaarvèrrig
klapbuisklabus
kleinklèn
Kleine Brogel (gemeente) Klenne Breugel
knabbelenknauwen
knutselenfiggelen
koeienkui
kopjezjat
koude voetenkaew vujt
krantgazet
kruiskruujs
kruiwagenkrukèr

L

legde (VT) lèèj
LichtFaar
lieveheersbeestjedierehinneke
likdoornekstersoog
Lommel (gemeente) Loemmel

M

maandagmoandig
maarmer
manmanskèrel
Melgers (achternaam) Van de Melleger
mensmiens
meteen ookmej impessant
miermorzeik
miermorzijk
mijnmien
mijnemiene
moedermoewder
MooiSchwon
muszjiers

N

Neerpelt (gemeente) Nerpelt
nieuwnejje
nodignoewedig
notenneut

O

onderlijfjemarcelleke
orenoewren
overgevenspeijen

P

paardpèrd
paardenpèèrden
Peeters (achternaam) Piejeters
perzikpiejers
perzikkenpiejrsen
pillendanskrammeler, stupkes
plassenpissen
politiemannenzjendèrremen
postzegeltemper
pratenproaten
pronkenperjan
pruikpruujk

R

raaroarig
redelijk (bn) hennig
redelijk (in de zin van bv. "redelijk moeilijk") hennig
ritstirret
ruzieambras

S

schaapschoap
schapenschup
scheildeksel
schoenveternasstel
schommelsuur
schooltaskapetuli
schroevendraaierturnevies
Schuurmans (achternaam) Schuèrpin
seffensmedjemme
slaanhowwen
snoepsnuik
spar goversde centra
stapel, hooptispel
strijkijzerstriejkiejzer
strootjefeeb
struise/gespierde mankèske
stukjes houtskoolomerten
suikersokker

T

thuistoews
tongblets
tot zienshaddich
trekstuk paard in halshaam
trekstuk paardengetuig achterechaam

U

uw (enkelvoud) ow
uw (meervoud) gellie
uweullieje

V

vaatdoekschotelvod
Van Otterdijk (achternaam) Van Otterdiejk
veelveul
ventielsepap
vergiettimst
vergiet, teemsttimst
vernielenverinneweren
versta (stam) verstudde
verstaanverstoan
vestjejeske
Vlaamse gaaibonte melder
vlammetjevlemken
vleesvles
voetenvuujt
vogelsveugel
voorveur
vorkket
vrijdagvreddig
vrouwvrommes
vrouwenvrullie

W

waar boewe
waarboe
waarboewe
waar (indien als enig woord gebruikt;boedè
waar is hij, daar is hijboessie? dossie!
waaromworum
waarvoorvur wa
wanorderowazzie
washandjehandlepke
wasknijperdruugspel
waterketelfluitmoerke
wchuuske
wegkanthult
weide omploegenblekken
wenenbeuken
wenenblèèten
wijwellie
woensdagwoenzig
worm wurem
wormwuirum
wormwurem
wortelenkoeweten
wortelpureepoewtepetazie

Z

zachte vloeksapperloewet
zatzoat
zaterdagzoaterig
zij (enkelvoud)
zij (meervoud) zellie
zijn (bezittelijk voornaamwoord) zien
zondagzonnig
zuinig zijngoaisloan
zwijgenzwiejgen