Aarschots dialect

Dialecten > Vlaams-Brabant > Aarschots
Het dialectenwoordenboek Aarschots bevat 33 gezegden, 360 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

33 gezegden

Biertjes gaan drinkenOep de lappe gaan
boos wordenkoleireg weudde
boos wordenvan ave toeker moake
Dat is balenDa's kloewete
Dat is helemaal niet mooiDa trekt gelakkes en tang oep e verreke
de aardappelen kokende petaate zooien
door de deur doordeu de deu deu
dreigende onweers- of regenwolkenzwètte loecht
Eens goed door elkaar slagenNekier vant kaske na de muujer kloppe
flauwvallenvan heure (of zenne) sus goon
frietjes met stoofvlees en mayofrut mee stoofvlieës en majenais
grote dorstgroeëten duist (Aarschottenaars lijden daar nogal eens aan)
hebben en houdenklikke en klakke
Het is niets't Is noppes
Hij is een opschepper.Ha verkeupt nogal veul zjaar.
Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is) Ha's geland
Hij is er vandoor; hij is nergens meer te vindenHa's poerre
Hij is wegHa is schampavie
Hou uw mondHaaft oeven teut
Houd je mondHaaft oeven teut
Ik heb het zeer koud op de stoepIk hem braa kaa oep de braa
Ik heb het zeer koud op de stoepIk hem het ferm kaat oep de bra
Je staat in mijn wegGe stoat in menne zjoar
kasseistampers (legendarische bijnaam van de Aarschottenaars) kassaastampers
naaktin zenne mojerinox
Onze Lieve vrouw van AarschotOns Lievraake van Osschot
pannenkoeken met boerenwormktuidkoekebakke mee raavoot
slaag krijgen of verslagen wordenop z'n klos krage
stomdronkenpoepeloere zat
Tegen volgend jaarTege te neuste jaor
tot morgentot vleejs
vallen (zowel fysiek als figuurlijk) Op z'n klos goan.
voorgetrokken persoon of kind't beibbeke

360 woorden

's morgens vroegsmerges vruug

A

aardappelenpetaate
aardbeijeirbees
AarschotsOsschots
achterstevoreneiverecsoem
afgevaardigdedeligee
afwasbakpoembak
agentzjenderm
ambetanterikmettekoo
andersomanneszoem
appelspijsappelspaas
autootto
autobandenottobanne

B

BabbelenLameiren
beetjebekke
behangpapiertappeseerpapier
BHsetjein
bibberenreujere
bibliotheekboekkeraa
biefstukbufsteek
bigtuuke
bijbieke
bij jou of jullie thuistaalest
bij ons thuistonzent
binnenkortkeutelings
blaadje papierblakke of bluikke
blauwe luchtblaa loecht
blootvoetsberrevuts
bonenboenjkes
Boos wordenKoleirig weudde
bord (eetgerei) taloeër
borstelbeustel
brakenspave
brandweermanpompier
broerbruur
broodbroewet
broodjebreuke
buitensporiggrellig
buitensporigonverdoens

C

CafeStaminee
ChampignonKampernoelle
collegekollèzze

D

de marktde met
denkenpaze
diarreeden afgank
diarreeschatera
dikwijlsdikkes
dokterdoktoor
dommerikloemperik
doordraven over ietsmemme
dorpelduirpel
draagtaskabbas
drempel (van deur/huis)deurrepel
duifdowef
durvendeire
dweiloepneemvod
dweiloepnemer

E

Een armvolNen elver
een boterhamne bo
een dekeneen seuz
een eieen aar
een flesopenernen aftrekker
een geiteen gaat
een ijsjene crème
een loebasne leubbe
een oud vrouwtjeeen a kneut
een paarde pjeid
een paardjee pjekke
Een tenger meisjeE fragiel maske
eendeen eng
eerstjest
eigenlijkaagelaak
erf, grond rond huisgeleig
erggrellig
ergensieverans
Erwtenekkes

F

fietsvlo
fluitjefleujke
forse vrouwgendarmenkwikker
frites met stoofvlees en mayofrut mé stoofvliejes en mayoneis

G

garnalengernoat
gehakt (vlees)gekapt
gekruimelgemeuzzel
gerichtgrieks
gezichtbakkes
gezichtsmikkel, smoel
gladglettig
gladheidaasgank
gootsteenpoembak
grachtgrecht
grasgès
gratisveu de verniet
GroenGruun
GroentenLegumme
gymnastiekzjummenas

H

haddenhane
handenpolle
hardhèt
Harde werkerToekker
harthèt
hemdhum
herbergstaminee
Hij gaat naar zijn voeten krijgenHa zai onder zaan kloeete krage
Hij is koppig vandaagHa is van kop vandoag
Hij/zij is een babbelkousHij/zij is een lammeir
horlogeluizze
houthaat
houtzagerijhaatzoageraa
huisje van plezierkabardoesjke

I

iemand die zich nergens iets van aan trektlorejas
ijsjecrème gelas
immersoemmes

J

jaloerssjaloes
jeansbroektexasbroek
jongjoenk
jouaa
jouwaven (indien het woord dat volgt mannelijk is en begint met een klinker of h), ave (indien het woord dat volgt mannelijk is en begint met een medeklinker uitgezonderd h), aa (indien het woordt dat volgt vrouwelijk of onzijdig is)
juffrouwjuffraa, mamsél of masjoeffel

K

kaaskeis
kabellifttelefrik
kameelkémel
kasseikassaa
kauwgomtuttefrut
kerstboomkezzeboewm
kikkerveus
kinderenjoeng
kinderwagenfwatuur
kinderwagensjaret
kindjeboeleke
kipkiek
kipkieke
klagenparmeteren
klein dorpboeregat
klotenkloeite, kloewete
knikkerlavoër
knikkerlavoewer
knikkerslavoeëre
koekoei
Komedie spelencarotten trekkera
kondenkoste
konijnkernoan
KookpottenKasserollen
kool (groente) koewel
kop (bv. voor koffie) zjat, meervoud: zjatte
korte mouwenkeutte mefkes
kosten wekonne welle
koudkaa
koudkaat
kousenkaase
kousenkase
KruiwagenKrawogel
kwaadka
kwaad zijnboekeg zaan

L

ladderliejer
lawaailowaat
lelijk of mager meisjeschraminkel
lieveling (ivm kinderen of troeteldieren) beibbe, dikwijls als verkleinwoord: beibbeke
liftassenseur
lollylekstok, stoemper
lorejasiemand die zich nergens iets van aan trekt

M

masker of tweede gezichtmoembakkes
meikevermaakever
meikeverpridder
Meisjemaske
merelmèjjel
mierenbrekke
mijn kousenmen kaase
moddermoos
modderslaak
mondharmonicanoeneke
mooischoewen
Mooi meisjeSchoewe maske
mopperenmoenke
morsenbraggele
MotoDoeffer
mototoefer
mototuffer
motorrijwielmotseklèt
motorrijwiel of brommersneurkazer
mouwveger, vleiermaarotter of maaveiger
mutspots
muziekmeziek

N

naaktmoeienox
naaktmojenoks
naastneffe
namiddagsachtenoens
neefkozaan
nergensnieverant (ni)
niet meernemieje
nieuwnief
nochtanspertang

O

olieole
omdatoemda
onderhemdjelefke
onderlegger om potte op te zettene bètteke
onderlegger op warme potten op te zettenruibeke
ondertussenimpasant
onnozele praatscheurreperaa
onze nonkel / onze oomos nunkel
onze tanteoes teng
onzinzieverderaa
oolivaarearebare
op blote voetenberrevoets
opneemdoekoepneemvod
oudaat
oud mannetjeaat peeke
oud vrouwtjeaat meeke
oude manaat peke
oude manaave pee
oude vrouwaa mee
oude vrouwaat meke

P

PaardPeïd
pantoffelsletser
papieren zakne hore
persoonlijke voornaamwoorden (als lijden of meewerkend voorwerp) maa, aa, heum, ons, ale, heun
persoonlijke voornaamworden (onderwerp) ik, ga, ha, wale, gale, zale
perzikpés
PetKlak
pijnziejer
pintjepinke
pomppoemp
potloodcryonne
potloodpotloeët
pralineprenil
pralinesprenille
preiparraa
preipoor
pretentieus vrouwmensschetkont
pronkzucht, opschepperijzjaar
pureestoemp

R

RaamVienster
rabarberrebèrreber
rauwraa
rechterzjuus
rekje voor potten en pannenschapperij
remfrijn
rijdenraaje
ritstirrèt
roerenrure
rolluikenblaffeturen
rolluikenvallès
rommeltoechel
rugzakkabbas
rusthuispekeshowes

S

schaatsenschoaverdane
schaatsenschouverdaane
schaatsenschoverdanen
schaduwloemerte
schommelkwinkwang
schommelzwier
schoptroeffel
schuinscheuns
sinusitussènezit
slagerbiejenaver
SneeuwSneïf
snoepjebees
snorsnes
snurkensneurke
spadeschup
spartellenspettelle
spuwenspiëke
spuwentuffe
staartstjeit
stadsfeestzaalde zoal
stationstoase
steenkoolhoelle
steenkoolhulle
stinkenmeure
stoep, voetpadbraa
stofjaskaspesjeir
stommiteitenfantonte
strafstudieretenu
straksfleus
struikenheuste
suikerbonensoikerboene of kinnekeskak
sullig meisjeseut

T

TandartsTantist
tanden poetsentanne kesse
TarweTerf
tas (koffie) zjat
tegenwoordigde lesten taad
tegenwoordigserworig
terugvroem
tevredencontént
thuistowes
TikkertjeKétteke
toiletheuske
treuzelentaffelen

U

uijoan of ajoan

V

valsspelhoarzak / hoarzakkerouë
varkenverreke
veel praten, uitleggenlameren of lamenteren
veldmuispiepedolleke
VelgenZjanten
vensterluikblaffetuur
vensterluikplaffetuur
verwaat
verdervoets
vergiettemst
vergiettriezee
VerkoudheidFleures
verschillendtefrent
verschillendtrofrent
verschillendverschaa
VerstoppertjeKétteke weg
verwonden, kapot maken, vernielenschammeliseren
VestZip, kammezole
vijvervaaver
vijvervaver
vliegenraamgruuntje
vlinderpumpel
Voer voor dierenVoeijer
voetballensjotte
voetpadbraa
voordeurveudeu
voormiddagveddenoen
VoormiddagVeunoen
vorkfrinket
vorkverket
vreemdareg
vrij (als bijwoord, zoals in het is vrij warm) braa
vroegvruug
vrouwvrames
vrouwenvralie

W

wandelstokpekesstok
wandelwagen, buggyscharet
warmhiejet
waskknijperspietekske
wasknijperspeeterke
WasknijperSpieke
waterketelmoeër
waterketelmoewer
wcgemak
wchuiske, gemak
wesppjeiwesp
wielrennerkoereur
wijwelle
wijnwaan
wipkwinkkwang
wondeeen snee
wondemajjeke
wortelpoetje
wortelweuttel
wortelen en erwtenpeekes en eikkes
wortelen en erwtenpoetjes en atjes
wrijvenreuse

Z

zakdoeksnotvod of tessendoek
zakdoektessendoek
ZaklampPillicht of pillamp
zandjeir
zeezieje
zenuwachtig persoon, een prulwissewas
zich hard inspannentoekken
ziese
zoals, alsofgelak as
zonneweringsjaloezie
zwaar werkhèt labeur
zwaar werktravoo
zwartgallig persoonazaanpisser
zweetvoetenstinkpattees

3 opmerkingen

  1. Koekebakke mee raavoot: de Aarschottenaars voegen de jonge blaadjes van het boerenwormkruid toe aan hun pannenkoekenbeslag.
  2. meestal grijze schort, komt van het frans `cache poussière`
  3. vliegenraam: komt van de groene kleur van het vliegengaas