Middelnederlands

Dialecten > > Middelnederlands

Middelnederlands bevat 0 gezegden, 91 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

91 woorden

A

azijnazine

B

bereidwillig, hulpvaardigbereit, bereet
bijnabijkanst
Boven genoemdVoerscreven, ontmoet

C

christen, christelijkkersten

D

dagdach, daghe
dagendaghen
deten
des te makkelijkerte bat
deurdan
dienaar, knecht, knaapcnape
dood, overledendoot
duivelduvel
duivel, boze geestviant

E

enende

G

ga zittensit neder
ghij, u, je, jullieghi

H

haar (bezitt.vnw.) haer, hare
het istes
Het is erTesser
hetgeen't
hetgeendatwelc
huishoudinghuushout, huys

I

ijverigneerachtich

J

jongeionghe
jonkvrouwioncfrouwe
juistiuyst

K

kaarskeers
kaarsenkeersen
kasteelheer, slotvoogdcasteleyn
kindkint
klaar, gereedbereit, bereet
kopencoopene
kortcort
kruidenwijnypocras. Naar Hippocrates, de beroemde Griekse arts.
kruikpintken

L

landlant
laternamaels
leed, pijnleet
liefjetroost

M

maagd, meisjemaecht
marktdagmertdach
mensmensch
met daglichtmet schonen daghe
met demetten
middagmeer
mijlenmilen
monster (dier), afzichtelijk wezenviant, fiant
mooi, knapschoon

N

naarnae
netjesbetaemt
NijmegenNimmeghen, Nieumeghen
nodig haddenbehoefden
nodig hebbenbehoeven

O

opmakendecke
overleden, dooddoot

P

proloogprologhe

R

razend (e) verwoed (e)

S

samenleefdeverkeerde
samenwoondeverkeerde
stadstede
stuiverstuver

T

tantemoeye
te kopente coopene
tekortghebreck
thuis, naar huisthuys
toendoen

U

uienenzoene
uitgeput, suf, krachteloosflou, flau

V

vijand (znw.) viant, fiant
vijandigviant
vlakbijneven
vragen, verzoekenbidden
vroom, vromedevoet

W

waerachtigwaar
warewaerachtige
weg (straat) wech
wekelijksevander weke
witte wijngarnaten
wonderlijk (e) wonderlijck (e)

Z

zeerseer
zevenseven
zij (pers.vnw., vr. enkv. en mv. voor alle geslachten) si
zijn (bezitt.vnw.) zijnder
zoalsghelijck
zoete wijnromenien
zoonsone
zoutsoute
zus, zustersuster
zwavelstokjesolferpriem
zwavelstokjessolferpriemen

1 opmerkingen

  1. Middelnederlands: zo noemen we het Nederlands uit de periode van 1200- tot 1500. Van 700 tot c.1200 geldt het Oudnederlands of ook het Oudnederfrankisch.