Liwwadders dialect

Liwwadders wordt gesproken in Leeuwarden

Dialecten > Friesland > Liwwadders
Het dialectenwoordenboek Liwwadders bevat 159 gezegden, 657 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

159 gezegden

als alles meeloopt hebben we een optocht.as alles metloopt hè' we un optocht ....
als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kanals it net kin sa als 't mut, dan mut it maar sa als 't kin
als het zo moet dan moet het maar zoas het su mut dan mut het maar su
als Pietje met Robert praat moet Peter zich stilhoudenas de klant met de slager praat, mut de wurst um stilhouwe
appels of peren stelen uit iemands tuinhofkesinge
appeltje voor de dorstappeltsje foor de dust
beetje scheefskeetsje beef
bek dichtmust dien kaak houwe
ben het zat / geen zin meerhew mien nocht
boeit me nietdaar raak ik niet opgewonnen fan
bruggeld betalenut klompke fulle
daar doe ik niet aan meeop mij hoeve jou niet te rekene, daar doen ik niet aan met
daar geloof ik helemaal niets vanwat seist my nou?
daar heb ik geen behoefte aandaar hew ik gyn ferlet fan
daar vind ik niets aandaar doene jou mij gien plesier met
daarmee benadeel je alleen jezelfdaar hewwe jou allenich jouself met
dat gaat dus mooi niet door...kenne je wel fergete, juh....
dat geeft niet ...ut is niet erg ...
dat had ik nooit gedacht ...suden je niet sege ...
dat heeft geen nutdat het gien doel
dat hoef je voor mij echt niet te doendaar hew ik gien ferlet fan
dat is een gewoonte van hemhy het daar un hantsje fan
dat is heel gekdat is suver nuver
dat is niet voor de openbaarheidmust niet segge, juh
dat kan jij nietdat kest stou niet
dat kun je beter niet doendat suden jou niet wille mutte
dat kunstje lever je mij niet nog eens!dat flikke jou my gien tweede keer!
dat staalt nergens naardat liekt as un flag op un strontpraam
dat stelt niet veel voordat het niet feul om 'e hakken
dat zou je wel willen ...suust wel wille ..., suden jou wel wille...
de brug is opende brug is dicht
de dames van plezier bezoekenmust op de Weaze weze
de eindjes moeizaam aan elkaar knopensappele
de tijd vliedt onherroepelijk heen ...ut Fliet is oek niet meer wat ut weest is ...
dicht tegen elkaar aanliggen (in bed) lepelke - lepelke legge
die heeft het buskruit niet uitgevondenwat een Oene fan Tijum
die vrouw is de baas in huisdie frou het de boks an (inne huus)
doe eens normaal, man!jou mutte je niet soa aanstelle!
een grote omwegbij Dokkum om
een hoop drukte om nietssentense negoasie
een kind een nep opdracht gevengaan jou de dichte gatsjepanne even by de buurfrou lene
een Leeuwarder gaat voor schoenen naar Steeman op de Tuinenun Liwwadder gaat foor skunen naar Steeman op 'e Tunen
een rondje fietsenBoxumerdam om, de Kantelannen om
een uiltje knappen, hazenslaapjeun knipperke doen
eerste trein uit richting Veenwouden (naar Condens) de klompetrein
effe dimme...must un bitsje op dien tellen passe, juh
fijn dat het zo ismoai toch
ga je vanavond uitgaast die kant nog op
ga jij ook mee naar school?gaast oek met naar skoal?
ga toch weg (loop naar de pomp!) gaan fut, juh
gebogen lopend persoondubbeltsje-soeker
geen praatjes!gien babbelegoechies!, gien flousies!
geen scrupules hebbengien bedenkingen hewwe
gemillimeterd kapselstiekeltsjes
hamerAmerikaanse skroevedraaier
heb ik een hekel aanken er wel op skijte
heb je het al gehoord?hest ut al hoort?
heel erg koudgloepende koud
heel erg koud hebbenblauwbekke
heel erg moeuut e boeken
heel langzaamsu traag as dikke stront in een trechter
heitje (kwartje) voor een karweitjeheitsje foor un karweitsje
het gaat hem goedut gaat um foar de wien
het hoeft voor mij niet meerlaat maar sitte, juh
het is ijskoudut is róétkoud
het is niet leukik fien ut helemaal niks
het liep uit de handut ging skeef neet
het regent pijpestelenut regent ouwe wieven en hânspaken
het zal me aan mijn reet roesten (wat maakt mij dat nou uit) daar hew ik niks met
hij gaat erg snelhij het de sokken d'r in
hij heeft ongelofelijk veel spijthy het spyt as haren op syn hassus
hij is doodhij woant nou op het Skapedykje
hij is een beetje de weg kwijtdat figuur spoort niet helemaal goeed
hij is een echte Liwwadderhij mut ome segge teugen de Oldehove
hij is ongelofelijk luidat figuur is noch te lui om uut 'e ogen te kieken
hij is overledenhij het nou un sandwinkeltsje
hij is van het handje (homo) dat mantsje is fan 'e klets, bruunwerker
hou je stil, anders krijg je een klap voor je kopmust dien hasses houwe, anders krijst een kwababber op dien taat 'taat'? of hassus?
Hou op te zeurenMust ophouwe te sjanteren
iedereen heeft het over mijn zuipen maar niemand kent mijn dorstse hewwe allemaal wat te segen over mien supen maar gien meens weet wat foor dust ik hew
iets nodig hebbenergus ferlet fan hewwe
iets te levendigun bitsje te druk
ik ben kapot moeik hew de leg uut
ik ben klaar (met het karwei) ik hew de put d'r uut
ik vind dat geen probleemik hew daar gien moeite met
in de problemenin 'e nesten
is niet erggeeft niks, juh
je hebt gelijkdou hest de keutel bij 't skoane end
je hoeft je niet te haasten (sarcastisch) ut hoeft niet flug as ut maar un bitsje flot gaat
je irriteert megaan buten speule, juh
je kunt me de pot op!dou kest mie de haan naaie!
je kunt me wat!kest mie wat!
je moet je mond houdenhou dien hasses
je moet je mond houdende must dyn vreet houwe
je moet uitkijkenmust uutkieke, juh
je praat te veelhest de raffels an de bek hangen
jij moet geen kapsones krijgenjou mutte gien spatsies hewwe
ken ik jou?wat staat er by jou op ut naambordsje?
kom maar opmust hier komme
laat maarhoefst niet te wete, juh
laat maar zitten (hoeft niet) dat hoestou niet te wille, juh
laat mij er buitendat hestou niet fan my hoort
laat ze hun gang maar gaanlaat se mar gewudde
lompen en oud papier inleverpuntde ouwe moalen (an 'e Hollanderdyk)
loop naar de pomp!gaan toch fut, juh!
met hem kun je helemaal niets bereikenmet dat figuur is gien land te besielen
moet je eens kijkenmust us kieke
mooi niet!lau loene!
nee hoor!ah nee, juh!
niet erggeeft niks, juh!, is niet slim, juh!
niet te begrijpen (doe toch eens normaal) ja hallo, daar ken ik niet feul fan begriepe (kenne jou miskien oek un bitsje gewoan doeën?)
niet van hierfan buten
nou begrijp ik hoe dat (zaakje) in elkaar steektde skellen binne my fan 'e ogen fallen
of niet dano nietan
onbewoonbaar verklaarde woningonferklaarbaar bewoande woaning
ongelegen (op bezoek) komenover ut mot komme
ongelofelijk belastendgodfergemes swaar
onstuimig plukkapselmelkboerehonnehaar
op de laatste schooldag zingend door de wijken we hoeve niet meer naar ut bargehok...
over dun ijs lopenskotsje lope
over een zeer langzaam iemandSloege su oek maar foor de tied was hy doad
over een zwangere vrouwdie het ut tuuntsje in ut saat
over onbetrouwbaar ijs lopenskotsjelope
pijltjes blazenpielkje skiete
pleur toch opkry toch heel gauw de rambam
plezier maken (luidruchtig) keetlelle
schommelen op de armen (zitje) van 2 volwassenenkakkestoelematte
schots en scheef, rommelig door elkaarskots en skeef
tegen de wind inin 'e wien op
tempo verhogentandsje bijsette
total lossuut 'e rafels, verpopsakt
trein van 8.13 uur naar het westende ranstad expres
tussen neus en lippen, terloopskwienskwans
van hem hoor je helemaal nietsdat figuur het noch nooit niks seid
vergeet het maar, dat wordt nietsdou kest ut wel skudde
voorkom zelfoverschattingut innigste wat jou kenne is fan broad stront make
waag het niet ...!hestou noch wat te vetellen?
waar een wil is, is een weg (waar is die gevelsteen van de ambachtsschool fan mien fader bleven?)
waar kom je vandaan?waar komstou weg?
waar zijn de kinderen? (antwoord) as se niet binnen binne binne se buten (an ut speule)
wat ben jij een ongelofelijke soeplul!se mutte jou ienblikke!
wat eten wij vanavond?wat frete we fanaavend?
wat maakt het uitken't skele juh
wat wil je nou?wat wústou nou, (juh)?
wat wil jij nouwat wuust dou nou
wat zal jij nou (tegen mij beginnen)?wat suustou nou?
wat zeggen jullie tegen een lantaarnpaal?daar segge wy niks tegen...
wat zegt u?of je wust lusse!
wat zou jij nou?wat suustou nou, juh?
we moeten snel maken dat we weg komenwe mutte hier gauw fut
we moeten steeds rechtdoor blijven rijden.we mutte altied maar rechtdeur riede.
weet je welweest wel
wijdbeens lopendie ma niet inne Oasiestraat lope
wilt u dat nog eens zeggen? (afwijzend antwoord) nee, ik sing gien 2 liedsjes foor 1 sent
zeer traagop sien elvendertigst of su traag as dikke stront
zijn we even oud? (tegen kinderen die niet met twee woorden spreken) binne we lyke oud? of 'hewwe wij samen op skoal seten'?
zou je dat wel doen?suden jou dat wel doen?
zou je niet?suden je niet?
zou je ze niet (de nek omdraaien, die etters) suden je se niet?

657 woorden

's anderen daagsde folgende dag
's avondssaves
's middagssmiddes
's morgenssmorges

A

aanan
aanstekerfuuransteker
aapjeaapke
aardappeleerpel
aardbeieerbei
advocaatje (eierlikeur) avvekaatsje
afsnijselkantkoek (van bakker Hardorf aan het Molenpad)
alleenallenich
als reactiefan 'e weromstuut
ambulancesiekenauto
amuserenplesier hewwe
andersandes
anderzijdsfan 'e annere kant
angstbibberasies
angsthaassúertsje
angsthaas, bangerikskiethuus, skieterd, (bange) broekskieter
appelmoesappelsmots
armetierigluzich
asfaltteer
azijneek, jittik

B

baardbeerd
baardjesikje
babypopke
baggagedragerpakjesdrager
basterdsuikerbrune suker
bedelkettingbedeltsjes
bedoeninkje, bedrijfjespultsje
beetjebitsje
beetje (z.n.) bewyske
begrijpelijkbegriepeluk
belachelijkbesketen
beschikbaarbeskikbaar
beschuitbeskút, tweebak
beste ventouwe skeuk
betalenbeteune
bijlbyle
binneninne huus
binnen spelenin huus speule
binnenbandbinnenban
bipspoepert
bipsreet
biskwietjemeelkoekje
blaadjebladsje
blaaspijppielke buus
blad - bladen/bladerenblad - bladden
bladwijzerbladwiezer
bladzijdebladsiede
blijblyd
blindblien
boenderskrobber
bootjeboatsje
bordkrijtkrietsje
borrelslukje
borrel (jonge jenever) jonkje
borstelbustel
botbonk
boterbutter
braveriksuertsje
brildragerskele
broekbroek, boks
broertjebroerke
broodbroad, bolle
buggykienderwagen
buikbuuk
buikpijnpinebuuk, pienebillug
buisbuus
buitenbuten
buiten ademachter de poesten
buitenbandbuutenban
busjebuske
busmaatschappijenLAB, LABO, NOF, NTM (en ESA)
buut vrijferlos

C

c.o.p.d.De rek út 'e longen
cake uit bolblikpoffert
capucijnersgrauwe otten / grauwe etten
caravansleurhut (maar niet allenich in ut Liwwadders...)
chagrijnig, verbetengremietig
chocola, chocoladesukelade
chocolademelkpoeiermoalke
Cinema Palace (bioscoop) Sienema Pallakkee
citroendrankkwast
colbertjepakjaske
condoomkapotsje
conducteurkaartsjesknipper
corner (voetbal) hoekskop

D

dakkapelkajuut
darmenschrabberijCohen an 'e Ee
de kinut kin
de schouderut skouder
dezedisse
dezelfdegelykese
diarreeskytery
diesel-electrisch treinstelblauwe engel
dieselmotordieseltsje
dijkdyk
dik persoonfetsak
discussiërenklassinere
doen - deden - gedaandoen - deden - deen
dom hoofdbargehassus
doodopik hew de leg uut
doornat, heel erg natseikenat
doorzetten (volhouden) deursette
doosjedoaske
dorstdust
druifdruuf
druiloordrol
dubbeltje (10 cent) dubbeltsje
duifduuf
duimduum
duimpjedúmke
dun laagjefluuske

E

eau de Cologneodeklonje (auwe meiskes verfrissing)
eenun
een boeleen nust
eigenheimers (aardappelsoort) borgers
eigenlijkeiluks
erectiestieve
erectietentsje bouwe
erfhiem
ergferskrikkeluk
etterbakseikstraal
eventueelfan 'e annere kant ...
exactpersies

F

fantastswetser
felfúl
fluitekruidspokebloem
Friesland Campina enz.de condens

G

gammelbryk
gardeklutser
gardeniertuunbouwer
garengeren
gazonbleek
gebakjetaartsje
gebruikgebrúk
gebruikenbruke
geel-roze snoepblokskuumblok
geen zin ingien nocht an
geheelonthouderfan 'e blauwe knoop
geimproviseerdhoutsje touwtsje
gelijkgelyk
gelijk - gelijkegelyk - gelykese
gelijktijdigtegeliek
gemeenschap hebbenop 'e pruum kruupe (sorry dames)
gemeentehuisstadhuus
gereformeerdfyn
gevangenisgefangenis, blokhuus
gewoongewoan
gezellignoflik, smuk, gesellig
gierjarre
gierigdeunsk
gierigaardknaakepoetser
gierigaarddeune, knakepoetser
gladheidgladdens
glijbaangliedbaan
glimlachengnize
goedkoopste rang (op ut) skellinkje (sitte)
graanopslagCAF
gratisfergees, fergemes
greppelbedélte
groot dingjoekel
grote sloeppraam
gruwen (ik gruw van dat eten) grieze (dat eten griest my an)

H

haakse slijperflex
haarexstensionanbreiden pruukje
hacheesiepelsjeu
halloah goeie!
hamerhammer
hand, handenhan, hannen
handelen (op de veemarkt), biedenhantsjeklap
handje contantjeop 'e han
handje volhaffeltsje
handschoenen (met vingers!) wanten
hangen - hingen - gehangenhange - hongen - hangen
haringhering
hart, hartjehat, hatsje
hartstikke doodkroandoad
heb jijhestou / hewwe jou
hebben - hadden - gehadhewwe - hadden - had
HeerenveenAkkrum Suud
helemaal confuusverpopsakt
hemdjehemke
hemelwaterafvoerregenpiep
hetut
hielhak
hielblaarskythak
hinkelen (kinderspel) hinkele
hollandse nieuwesoute hering, suure hering
hoofdpijnpienehasses, pinekop
horlogehorlozie
hufterkloatsak, knurft
huidhuud
huilenguule, skrieëme
huishuus
HuizumHuzum
hun, van hunhun, huntes

I

idiootidijoat
iemand die onzin verteltkopke wuttel
ijscomande iesbeer
ijsfabriekLijempf
ijsjeieske
ijzeriezer
Ik heb geen zin meerIk hef mien nocht
immersommes
in de knoopin 'e ties
inspiratieabberasies
inzepen (om te scheren en in de sneeuw) insepe

J

ja echt he!ja wattuh!
jeansspiekerboks, spiekerbroek
jeukjoekte
jeukenjoeke
jijdou, jou
jonge vrouwhippeltsje
jongetjejonkje
joudij
jouw - de jouwedien - dientes
julliejimme
juslepelsjusleef

K

kaarskee, s
kaaskees
kapje (van een brood) ploske, kapke
kapotstukken, naar de barrebiesjes, kapoerewitz (jiddish)
kapsones (een air hebben) spatsjes hewwe
karbonaadjekermenaatsje
karnemelksuup, suppe
karnemelksegortpapsuupenbrei, suupengottenbrei
karweitjeputsje
keelstrotkoker
keeperkieper
kermislunato
kerstbomen verbrandenkerstbomen ferbranne/opstoke
keutelgroate bruune broeder
kind - kinderenkien - kienders
kinderzitje (op de fiets) (kiender) sitsje
kipkiep
kippensoepkiepesop
klagenkrimmenere
kleedkamer (op sportcomplex) box
klein kindwurm
klerenhangerknaapke
kletsenkrakeele
klusjeputsje
klusje, werkjeputsje
knie (de knie) knie (ut knie)
knoeiengrieme
knoopje (s) knoopke (s)
koekoei
koekenpanpankoekspanne
kogelkoegel
kom dan!must hier komme (juh!)
komen - kwamen -gekomenkomme - kwamen - komen
kommetjekoemke
konijn, konijntjeknien, knientsje
konijnenvelkniensfel
koolbladerenkoalbladden
kop, hoofdhasses
kopje (voor thee of koffie) kopke
korstkust
krant (Leeuwarder) courant
krijgen - kregen - gekregenkrije - kregen - kregen
krijtkriet, stoepkriet
krijtjekrietsje
kruipen - kropen - gekropenkrupe - kropen - kropen
kruis, kruisjekruus, kruuske
kruisbessenkrúsbeien
kruiskopschroevendraaierkruuskopskroevedraaier
kuikentjekukentsje
kuit - kuitenkuut - kuuten
kunnen - konden - gekundkanne - konden - kannen of kenne - konden - kennen
kustút
kwartje (25 cent) kwatsje

L

La VeneziaTalamini
laars - laarzenleers - leerses
lafaardskiethuus
lantarenpaallanteernpaal
LeeuwardenLuwadden
LeeuwardenLiwwadden, Luwadden, Leewadden
lekkagelekkerij
lepeltjelepelke
lieveheersbeestjeoliemoalentsje
lijf, lichaamlyf, bealich
lijmliem
lisdoddetoerebout
logerenuut fan huus
lopen - liepen - gelopenlope - liepen - lopen
lopendmet 'e benewagen
luisluus

M

mandjekorfke
mannetjemantsje
Mariniersespelsplit-level
marktmerk
marktstalletjekraamke
marskramer met kledingstoffenlapkepoep (zoals C&A Brenninkmeyer 'ooit')
masturberenaftrekken, ut recht in eigen han nimme
meelfabriekKoopmans
meesmuilengnuuve
meestalmeestentieds
meisjemeiske, mokkeltsje, popke
melancholiekmankeliek
mensenmeensen
met opzetmet sin
meteenfut-en-daleks
meteenfutnienen
meteen, direct, stante pedefut en daliks
mijn - de mijnemien - mient, mientes
minimaalop sien minst
misschienmiskien
misselijkbroe'd
moemóéd, wurg
moedermoeke
moetenmutte, ik mut, dou must, hy mut, wy mutte, jou mutte, sy mutte
mogelijkmogelik
mugneefke
muismuus
muisjes (gestampte) muuskes

N

neefje (familie) neefke
neussnotkoker
nietsniks
nietsnutdakdalfer
NieuwestadNysted
nieuwsnys
nijptangknieptange
nog nooit, nimmernoch nooit
noot (muziek) noat
noot (vrucht) nuut
nummertje (maken) nummerke (make)

O

OldegalileenAuwe galeien
olifantoaliefant
omaopoe
onbegrijpelijkonbegriepeluk
onbetrouwbaar ijsbom ies
onderdanig persoonsjutsje
onderdeurtje, klein persoonhampelmantsje, onderdeurke
ongelofelijkallerafgrieselikst
ongepland, op de bonnefooiop skobberdebonk gaan
ongetrouwde vrouwfry meiske
onhandig persoonhampelman
ons - van onsoans - oanzes
ontsteking (aan een ooglid) stieg op ut ooch, strontsje
onvergetelijkonfergeteluk
ookoek
oomome
oomzeggeromkesegger
oorpijnpyn'toor
OosterstraatOsiestraat
op de eerste verdiepingboven
opetenopfrette
opoefietsouwe weduwe
opschietenawwesere
opschrijvenopskrieve
opschuivenopskikke
oud nieuwsUt Kleine Krantsje (fan Fenno Schouwstra)
oude vrouwoud gebakje
overgevenspuie
overkluizingpyp

P

paadjepadsje
paardenstaart (peerde) stut
padvinderscout, padferslinder
pannetjepantsje
papapappe
parachutedonderdeldoek
parfumfeintsje lok
parkeerbiljetparkeerkaartsje
parkwachtertuuntsje pliesie
patat met mayonaisepetatsje mét
pepermuntjepepermuntsje
permanentkapselpermanentsje
persiesch tapijtfloerkleed
petroliepietereulie
pijnlijkpienluk
pijppiep
pijp stoppenpypke poppe
pilsjepilske
pinda's (aardnootjes) sausjes
plassenpiese, miege
plee boystontsje mannen
poepenskiete
politiepliesie, blauwe mug
portefeuilleportefullie
portemonneebeurs
potkacheltjeduveltsje
potloodpotload
potplantbloemke
praatjesmakerskeve spuier
pre-MCLTriotel
preciespersies
prettignoflik
proberenprebere
pruikpruuk
prutsbeer (kannix) hampelmantsje, hampeleman
puddingbroodjeroombroadsje, puddingbroadsje
puistpoest
punnikenkloskebreie
puntbroodje, pistoletjepuntbroadsje
puntentenslijperpunteslieper
pureeeerpelsmots

R

raarnút, nuver
ramen zemenruuten lappe
rangeerlocomotiefje met treeplankde sik
ranja (limonadedrank) CP (uut Grunnen...)
rijden - reden - geredenryde - reden - reden
rijkriek
rijksdaalder (2, 50) twee fieftig
rijstries
rijweg met betonplaat verhardingmacadam
rode bessenrooie beien
rollatorhandkarre
rommeltjegriebus, soatsje, soepsoatsje
ronddobberenboatsje vare
ronddwalenrondtoffele
rondneuzensneupe, snuffele
roos (in je haar) duust
rozijn - rozijnenrezien - rezienen
ruit (de ruit) ruut (ut ruut)
ruziebargebiete

S

samentegare
saucijsjenatte wust
schaafskaaf
schaamhaarbuuksnor
schaapskaap
schaarskeer
schaatsenredens, skaatsen
schaatswalhallaiesbaan
schaduwskaat
schamen - schaamden - geschaamdskame - skaamden - skaamd
schaven - schaafde - geschaafdskave - skaafde - skaafd
scheefbriek, skeef
scheerapparaatskeermasjiene
scheermesjeskeermeske
scheet - scheetjeskeet - skeetsje
scheleskele
scheren - scheerden - gescheerdskere - skeerden - skoren
schietenskíéte
schilderen - schilderde - geschilderdverve - verfde - verfd
schillen - schilden - geschildskille - skilden - skild
schillenboer (GFT-inzamelaar) skilleboer
schip - schepenskip - skippen
schoen - schoenenskun - skunen
schoensmeerskunpuutsersguud
schommelskommel
schoolskoal
schoorsteenskoarstien
schortskolk
schoteltjeskutteltsje
schouder, de schouderskouder, ut skouder
schraal (huid)splieterig
schriftskrift
schrijfpen (voor schoonschrijven) kroantsjepen
schrijven - schreven - geschrevenskryve - skreven - skreven
schrikkenskrikke
schroefskroef
schroeven - schroefde - geschroefdskroeve - skroefde - skroefd
schuifpuiskuufpu
schuimpje (zacht snoepje) skuumke
schuiven - schuifden - geschovenskuuve - skuufden - skoven
schuren - schuurden - geschuurdskure - skuurden - skuurd
schuur (bij woning) hok
schuurpapierskuurpapier
slangenmensSlappe Douwe
SlapenMeuren
slapenkoese
slaperigsloeg
slechte etertyre eter, tjirmer
slootje springensloatsje springe
slordigsúterig
smeerkaasFricoletta, smeerkees
SmullenSliene
snelflug
snijden - sneed - gesnedensniede - sneed - sneden
snoepjesuurtsje
snotneussnotbongel
snuitensnuute
snuitensnute
soeplepelsoepsleef
Solexbrommerke
sommigenguzen
somssomtieds
sorterenskifte
specerijkruuderij
speeksel, spuugflieber
speelgoedspeulgúd
speeltuinspeultún, de kleine Bontekoe
spelenspeule
spercieboontjessparreboontsjes
spijkerspieker
spijtspyt
staartstut
stadswalPrinsetuun
stamppotsiepel en wuttels
steeggloppe
steenkoolnoatsjes 4
stekelbaarsjestekelbaarske
stepautoped
steun, stutstiep
stiekem lachenspytgnieze
stofzuigerstofsuger
stomdronkensmoor
straksdalyks
straks, zo meteenasen
strijkijzerstriekiezer
stropdasstrik
struikelenstroffele
stuiter (dikke knikker) koegel, bakket
stuiver (5 cent) stuver
suddervleessukadelapke, draadsjesvlees
sufferdsóég
suikersuker
suikerbroodjesukerbroadsje
suikerklontjesukerklontsje

T

takelbedrijftakelbedrief, Rosier
tand - tandentan - tannen
tandartssmoelesmid
tandenborsteltannebustel
teektyk
tegelijkertijdop ut selfde moment
telefoontillefoan
televisietillefisie
tenentoanen
terloopskwansies, kwienskwans
theepottreppot
tien over half viertwintig foor fier
tietenjaren
tijdtied
TijnjedijkTynjedyk
tl-verlichtingtl-buus
toeren (een autoritje maken) un rondsje riede
tondeusenekkrabber
tonnetjetontsje
toodespelleskalij
trappenhuistrappehuus
trottoirputzuigmachineputsjesuger
tuintuun
tuinbonengroate boanen
TV-antenneharkje
twee-etage woningduplexwoning
tweedehands kledingafdragerke

U

uisiepel
uituut
uiteraard, vanzelfsprekendfanséls
uitgestrektútstrekt
uitgeteldop apegapen, verpopsakt
urinerenmiege

V

vaakfaak
vaderpappe, fader
vakantiefekaansie
van hunhunnies
van onsozzes
vannachtdisse nacht
vanzelf, vanzelfsprekendfansels
vastbindenfastbiene
veelfeul
veemarktfémerk
vel (op de pudding of warme melk) fluus
verbandferban
verbrandenferbranne
vergaderenfergadere
vergeten - vergaten - zijn vergetenfergete - hewwe fergeten - binne fergeten
vergietgatsjepanne
verknoeien, verprutsenverinnewere, fergrieme
verse worstnatte wusjes
verstoppertje (spelen) diefke met ferlos
verstrooiingvedivedaasje
VerversbrugKiepeloop
verzamelen - verzamelden - verzameldfersamele - fersamelden - hewwe fersameld
verzorgingshuisbejaardenhuus
veterdropdropfeter
vetrandje op (rund) vleesglider
vijftigfyftig
vijlfiele
vijverviever
vindenfiene - fonden - fonden
viooltje (plant) fiooltsje
visboerOmbelet
vlagflag
vliegmug
vliegtuigfliegtuug
vloflooi
voet, voetenfuut, futen
voetballenmetse (teugen un andere buurt)
voetballenfoeballe
voetballensjotte
voetveerpontsje
vogeltjefogeltsje
volhoudendeursette
voorbij de groentetuinenAchter de Hoven
vorkfurk
vreemdnuver
vroegerfroeger
vrouw/meisjewief
vuilnismanasman
vuilnisvatasfat, asemmer
vuilniswagenasauto
vulpenskriefiezer
vuurfuur
vuurtje stokenfuurke stoke

W

waaromhoe suh
wagenwijdwiedenwast
want (handschoen zonder vingers) mof
warme chocolademelkpoeier
watergruwelkrentsjebrei
waterleidingIWGL
watje (persoon) suutsje, soeate, suuteneen
wattenstokjeoorpulker
wauwelenuut 'e nek kletse
WCskiethuus
weerzinwekkendafgrieseluk
weg (kwijt, verdwenen) fut, kwiet
wegversperring (van de 'Duitsers' op de Groningerstraatweg) de mauermuur
wijkwyk
wijzer (van een klok) wyzer (fan 'e klok)
Wilhelminapleinut saailand
willen - wilden - gewildwille - wuden - wilt
windwien
witte klaverskapebloem
woonbootwoanskip
woordwoad
worstwust
wortelwuttel
wreefkrop

Z

zaadsaad
zaadhandelsaadhannel
zacht (van koekjes, beschuit e.d.) slof
zacht broodjekadetsje
zakpúde
zak (in broek of jas) búse
zakdoeksnotdoek, saddoek
zakjepuudsje
zeeheldenbuurtWeerklank
zeilbootsielboat
zekerseker
zelf, dat doe ik zelf welself, dat doen ik self
zieksiek, skeef yn 'e panty
ziekenhuissiekenhuus
zijn - de zijnesien - sient, sientes
zijn - waren - geweestbinne - waren - weest
zosu
zo directdrekst
zoethout (kauwwortel) soeéthout
zoietssuks
zometeen, aanstondsdalyks, futendalyks, aansen
zondagsundag
zoonseun, soan
zootjesoadsje
zou je ...suuste ...
zoutsout
zoveelsoafeul
ZuidergrachtswalSúdergrachtswal
zuipensuupe
zuiversuver
zusjesuske
zwart-op-wit (salmiaksnoep) wit op swat, poeier
Zwarte parelEen getinte spits van SC Cambuur
zwembadde Overdekte
zwemmenswemme

1 opmerkingen

  1. De Leeuwarder keel-R komt nergens in Nederland of Vlaanderen voor, die schijnt zijn oorsprong in Denemarken te hebben. Ook in het gebruik van de R is hij bijzonder, vaak wordt hij weggelaten, bv. Lee'wadden.
    Ook de toevoeging 'jeu' wordt bijna als het scandinavische jø uitgesproken, vgl. 'joh' in NL

    Info: uit boek van de Nijmeegse Universiteit, naar ik meen.