Hulsters (NL)

Dialecten > Zeeland > Hulsters (NL)

Hulsters (NL) bevat 160 gezegden, 1093 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

160 gezegden

als dat alles isas ut maar daddis
Als de zon schijnt en het regent't Es duvelkeskermis
Als de zon schijnt en het regent't Es kèiremis in d'elle
als laatste weggaande leste man de zak gheven
als men iets niet lust aan tafel:ghe leghtur oew kop maor baij
daar begin ik niet aange kun main zak opbloaze
daar heb ik niet veel aandaor zaink vet meej
daar heb ik wel een oplossing voordaar kom ik wel aan uit
dat deed mij goeddaar ènk deughd van ghad
dat doe ik liever nietdaor staank nie om te springen
dat heeft me ontroerd, hè!da demme gepakt, sî!
dat is allemaal lang geledenda's nogh ammaal van toen
dat is maar een kleine opbrengst, winst etc.da's gin vette
dat is sterkdas straf
dat is voorbijda's gepassêêrd
dat lijkt nergens opda trekt op niks
dat raakt kant noch walda klopt van ghin kânt (en)
dat snap ik nietda kank nie tuis bringen
dat verkleurt niet in de wasda gaai nie af!
dat wil zeggentis te zegghen
de deur was opende deur was los
de deurbel rinkeltdun deurbel tringelt
de tafel afhalende taofel afruimen
die is buiten zinnen!die is van God los!
die is nooit thuisdie zit nooit opur kot
dit is toch wel overduidelijkghe meugt ur tweej keijr naor raaijen
doe het zelf!kzain oew maid nie!
een brutale mond hebbenun groate muil èn
een hoop kouwe drukte hebbenun oôp sjiesjie èn
een koprol makenkopkenover gaon
er genoeg van hebbenut zat zain
er genoeg van hebbenzô beuj as kouwe pap
er mag hier niet gelachen worden!ur valt ier niks te lachen!
er stilletjes vandoorgaanervanonder muizen
erge trek hebbenze zien vliehe van dun onger
ernaast grijpen, niks te eten krijgenop oew kin kloppen
ga naar huis, donder op!gha naor 'uis, manneke, oew moeder è viskes gebakken!
ga uit mijn weguit mijn speetlap
geef hem op zijn donderneipt em zain waoter af. veis dem zain been uit.
geen antwoord (willen) gevengèijn asum geven
geen geld hebbenghin rotte sent èn
gekke gezichten makentotentrekken - meuten trekken
geluk bij een ongelukgheluk meej un ongheluk
halverwege de maandtalven (van) de maond
heb ik eindelijk ook eens gelukonslieveneer is wir mee zain sloren
heel erg dom zijnte lomp zain om voôr dun duvel te daansen
heel erg krom of verbogenzô krom azzun oepel
helemaal gek wordentureluut worren
het ergens niet mee eens zijnin de contramien ligghen (zain)
het gaat verslijtener komt sleet op
het gras maaienut gos afdoen, afraijen
het is daar een hele druktetis daor un éle (grôte) affaire
het lekkerste stukut beste vant vèrreke
het waait hard't es Bamus
het wel gehad hebbengheten en ghedronken èn
Het wordt ebTis aont afghaon
hevig ruzie maken'r bovenèrms opzitten
hij erft voorlopig nog niksaij zit nognie aon dun trok
hij ging er snel vandoorai speejte wegh
hij heeft een grote mondai et un lang blad
hij heeft zich verrradenaijè zun aige dur deurgeleed
hij heeft zich verrradenaijè zun aigen ur deurgeleed
Hij houdt zich van de dommeAi komt van Lillo
hij is er als kind aan huisaij zitter gezooije en gebraaije
hij is ervandooraij is de piest in
hij is niet domaij is nie deur un uil uitgebroeid
hij is niet erg slimzain frang stao nie ôogh
Hij is ongetrouwdAis ghetrouwd meej de maid van de pastoor van Zaamslag. Ai èt zain kommuniebroekse nog an.
hij is wat magertjesun goeie aon is nie vet
hij kan ieder moment stervenaij is van allendah
hij luistert niet, wat je ook doet!dur is hêen zehhen aon!
hij reageerde helemaal niet.aij haf gênen asum!
hij was doodopai was dun bout af
Hij was helemaal van zijn stuk gebrachtAij reettum nohal!
hij woont alleenai zit op zun aige
hij zit in de gevangenisAi zit in dun amigo
Hoe heb je dat gedaan?Oe è j'um da helapt?
hou daar mee op!allee jong!
hou je mond!ouwdoe smoel!
iedereen gelijk bedelenéén 'am, ammaol 'am
iedereen zijn zinieder zain meug
iemand (vrouw) die het hoog in haar bol heeftun waif meej eijl veul sjiesjie
iemand afzettenene zain vel afstropen
iemand flink de waarheid zeggend'r ene zain zalig'eid gheven
iemand met iets opzadeleniemand iet opsolferen
iemand opzettelijk beduveleniemand un klôôt aftrekken
iemand zijn oren van het hoofd zeureniemand d'oren van zain kop zaghen
iets niet te best begrijpen, horen etc.iet maor alf en alf beghrijpen, horen etc.
iets slecht afwerkeniet alfseghat doen
ik ben door een bij (wesp) gestokenkèn nun pinneke had
ik dacht het wel'k kai ut gedocht
Ik denk er niet aan!Ik prakkezeer dur nie over!
ik ga naar het volgende adreskgaon wirrus un staosie waijer
ik heb (veel) trekkèn (groaten) 'onger
Ik krijg nog geld van jeZaije gai familie van mai
ik laat me niet bedonderenikik laot mainaigen nie ondersneeuwen
Ik moet weg'K ghaon deur!
Ik moet wegIk ghaon deur!
Ik sta quitte (bij knikkeren ) 'k staan op m'n zaad
in de avondploeg zittenmee de laote staon
in de ochtendploeg zittenmee de vroege stâân
in goede conditie zijnin form zain
in zijn blootje staanin zun blôten stâan
Is dat al bekend bij je?è j'ut al hôrruh?
is het echt waar?ist serieus?
je bekijkt het maarge kun me kloate kussen
je jas dichtknopenoew jas vastmaken
Je moet niet zo veel vragen stellenAmmaal kreuzeneuzen en vraogestèrten
je veters strikkenoew schoenen vastmaken
je zoekt het maar uit!ghe kunt de pot op
jezelf ongewild bloot gevenoew aigen dur deurlegghen
Kom ik ongelegen?Ghin belet?
krenterig persoondie ha nie af voor dun elevu en dan ist nog dun
liedje met OudjaarAl op un ouwejaorsavend, toen sloogh dun bakker zun waif, al mee un ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dun bak
liedje om een meikever aan het vliegen te krijgen.adjoemela djoemela meulenèr, meej draaike en al. En ahhe dan nie vliehe wil, dan steekkik oe in oew stal.
lievelingsetenkosje naor zain tand
meisje met veel verkeringenun afgelekt meske
meisje met veel verkeringenUn afgelekte boteram
met losse handen rijdenzonder ' aande raije
naar huis gaan, ophouden met werkenzain spaai afkuisen
niet te verslaan zijnonklopbaar zain
niets meer zeggen, zwijgenzain tong ingeslikt èn
niets te maken hebben metgin uitstââns èn meej
oefenpartijtjevoor spek en bonen
op andermans kosten levenop andermans kap leven
op de tocht zittenop dun trok zitten
op het eerste gezichtop 't eerste zicht
op je hoede zijnop oew kievief zain
op je hurkenop oew 'ukken
op zijn gezicht vallenop zain stèr vallen
rommel makenonder ut ghat trekken
sinds die tijdvan die taid
te laat komenas du baljuu van Axel
te veel van iets hebbenop overschot èn
term bij het bollenputje maoluuh!
uit eten / drinken met een club op vereniging op een vaste dagtèren, tèrdag
uit ondervinding sprekenvan ondervinding spreken
Van jou kun je ook niet op aan...Ghaij zeddun schône....
van Zuid-Beveland komenvan dun overkaant kommen
vast en zekeral ze leven
veel zwetsenwa kunnen afzeveren
verdorie!tsjuu toch!
volkomen gelijkoverschot van gelaik
Voor de gek gehoudenZe aije me goed ligge
voor het donker thuisvór dun donkeren tuis
voor niets deugenvan ôren noch pôten deughen
wat denk jij wel niet?oewèdde haij daddop?
wat een lange kerel!à zôon ende mèns!
wat is er aan de handwa schiltur
Wat zeg je me nou?Allee, jong? - Allijong?
we gaan ervandoorwe zain ermeej wegh
Wie gaat dat betalen?op kosten vant stèrfuis?
Ze kon het niet voor zich houdenZij, mee eur groten tetter,
ze zijn weer op stapze zijn weer op rits
zich van den domme houdendoen of a' je van Lillo komt
zich vervelenmie zain vote speulen tot vermaok van zain íelen
zich voor de gek laten houdenmee oe laoten leuren
zij is stapelverliefd op hemzai is zô zot as un deur van um
zo koppig als een ezelzo dwès as un kapmes
zus of zo - ongeveerkomsi komsa

1093 woorden

(heren) rokpietelèr
(rib) fluweelfloer
(spinnen) web (spinnen) net
(vis) vlonder (vis) bruh
'n emmerun immer
4-5-6- bij tritsensjanske

A

aan beide zijdenlangst weerskanten
aan de overkant, tegenoverrechtover
aan je broek krijgenkliesers
aandeelpósie
aangedaan zijnghepakt zain
aangezichtbakkus
aanmaakhoutkachelout
aardappelpetètter
aardappelmeelpetetterblom
aardappelpureehestampte petètters
aardappels schillenpetètters schellen
aardappelschillerpetettermeske
aardappelschilmesjeun puntmeske
aardbeièrebees
aardbeienèrebezen
aardehrond
aardigvriendelijk
aardje naar zijn vaartjeaijet van gin vrimde
accordeontrekzak
acrobaatkunstenmaoker
ademasum
advertentieaffertensie
advocaat (drank) aontje tuk
afslankenvermaogeren
aftroggelenafschooien
afwasteilbekke
agentpliessieman
alastiekrekker
alikruikenkreukels
alpinopetpoeleke
alpinopetpots
als de zon schijnt en het regentduvelkeskermis
als ikak, ank
als ik jou wasank van jou was
alsof (er) of a' (tter)
altijdalt
alzo, zoazzô
anjerzjenoffel
arm (lichaamsdeel) èrrum
arm, ongelukkig menssloor
armoedeèremoei
arresleetoeslee
as - van kolen etc.assie
asbakassiebak

B

babyklaine
bagatelmugghescheet
bakkebaardfazzen
bakkebaardenFazzen
balzakbus-buzze
bangbenauwd
bangerikbroekeschaiter
bangerikschaitlaister
bangerikschaitluis
batterijenpielen
bednest
beenprotheseoute pôôt
beeremmerbèrloet
beetjebitje
beginnen-begon-begonnenbeghinnen-beghost-beghost
begrijp / snap je het niet?komme gai van Lillo?
begrijpenverstaan
behalve datbuiten da'
bekvechtenstraijen
bekwaam persoonas
BelgiëBelleghu
bemestenbjèren
bemoeialmoeial
bermhoskant
beroertegheraakt'eid
besbees
betasten, bevingerenpampelen, bepampelen
betrappentrappéren
beurs (van fruit) mouter
bezembessum
bezemborstel
bezorgenbèzurhen
bietenbêêten
biggetjeskuutjes
bijnabekant
bijnao (n) st
binnenplaatskoer
bioscoopcinema
blaarblein
bladerenblâren
blaten - blaatte- geblaatblèten - blètte - geblèt
bleekwateroo dû javel (eau de Javel )
blijven steken (op) stroppen
bliksememellicht
bliksemenemellichten
bloedblaarbloedblein
bloedworstbullink
bloem (meel) blom
bloem (plant) blom
bloemenblommen
blozenbleuzen
blozende wangenbleuskaoken
boeket - ruiker (bloemen) boekee - bos (blommen)
boer - boerinbaos - bezin
boer in het kaartspelzot
boerderijboerenhof
boerenmeidboeretrien
bokkingdroghen'èing
bolusdrol
boomtakspil
boosklèruh
booskwaad
borreltjewupperke
BoschkapelleDun Bosch
boterbabbelaarbabbeluut
boterhambootram
bovendiendaorbaij
brandneteltingel
breien-breide-gebreidbreien-bree-gebreejen
breinaaldpriem
bremkouskes en schoentjes
brengen, bracht, gebrachtbringen, brocht, ghebrocht
brilfok
brillenstangtreem
brood van ongebuild meelghrof broôd
broodje in de vorm van een haan op een stokjeun aontje pik (Palmpasen)
bruidsjapontrouwkleed
bruidspaartrouwers
bruin bakkenbruineren
brutaalastrant
brutale ventlillijke (groate) muil
brutale vlerkastranterik
buikpook
buikspekgheregheld (spek)
buitengewoon ongerustdoodongerust
buitensporig persoonnun artiest
buxuspalm (boômke)

C

carbonpapierkalkeepapier
Chakossegemst
chocoladesjoklaai
cichoreisuikerij
circus (het) sierk (de)
claxonnerentoeteren - tuteren
ClingeDe Kling
clownkloon
cokeskoks
corsetkorsee

D

daarhinter - hunter
dagroofvogel o.m. sperwerklamper
dak (van een huis) kap (van un huis )
dank u welallee mersie
darmendèrms
dartenpieken
dartsspelveugelpik
dat bedoel ikzjuust
dat meisjeda kind
de achteromdun achteruit
de groetensaluu
de jongens van de vijfde klasde mannen van de vaifde klas
De Klingdu Belze Kling
de krant bezorgende krant rondbringen
de luiken sluitenblindéren
de Moerschansdun Moesschans
de sleehelling afglijdensnokske raijen
de tafel dekkende tafel aanzetten
de tuinden ' of
de winst behalenbinnenraijven
de zolderut opperste
deksel scheel
dekselscheel
denken, dacht, gedachtdinken, docht, ghedocht
deugnietun badde
dezedees
dicht doentoe doen
dichtmaken, omheinenafmaoken
die jongenda manneke
die mandie vent
die vrouwda mens
die zal niet lang meer levendie trekt da nie lang meer
dijbil
dikker worden (van personen) verdikken
dikwijls - vaakdikkels
disselboomtreem
distelstekel
dit jaarvantjaar
dobbelentritsen
dobbelsteentèrling
dobberpen
dolgraagdoodgère
dolgraagdoodgraag
domkop, koppig persoonstêên-ezel
domkop, naïevelingonnozelèr
DommerikLompe kloot
dommerikmutten
dommerikun oesel
doodlopend straatjegang
doodmoepoempaf
door gebruik groter wordenuitlubberen- uitleuteren
doorstrependeur'alen
doptjoepke
doperwtjes met wortelenertjes en peekes
dorpeldùrpel
dorsendussen
dorsmachinedusmasjien
dot, kluwenklod (de) (met name van vlas)
draagstang van kruiwagentreem
dragen, droeg, gedragendraghen, droogh, gedroghen
drievoetpikkel
driftig meisjekwaaie tiek
driftkoppinneke
dringen, drammendrummen
drinkflespul
droge windschraole wind
dropjedrupke
drukkend, benauwend (van het weer) doef
drukte makenvan zain téjater maoken
Druktemakerun laweit
dubbelhartig persoontweezak
duivelduvel
duivenklokkonstateur
duivenkorfkeef
duizendduzend
dun beslagtemper
durven-durfde-gedurfddurven-dierf-hedurfd (hedurven)
dwaasmutte

E

eau de cologne, parfumruuk - ruuksel
eblaagwater
een eind op weg zijnop scheut zain
een foto nemeneen foto trekken
een glazige aardappelun vôze petetter
een haasun aos
een handvolun affel
een kaarsje aanstekeneen keske opsteken
een krat biereen bak bier
een lang persoondas un ende mens
een moeilijk onderwerpzwaoren toebak
een plat steentje over water laten dansenzeilen
een puntzakun teutzak
een rareoeliewapper
een reep chocoladeun lat sjoklaai
een spel kaartenun boek (stok) kâârten
een zakje aardappelseen kluts (ke) petetters
eendpiel
eetbordplatbord
eetlepelsoeplepel
egeege
egelstekelvèrken
eggenkoelefateren
eieren (tieken) aijers
eindstreep, finishmeet
elastiekrekker
elektriciteitilletriek (ook na een stoot in de elleboog)
elfdeelfste
elkaarmekaar
emailgliester
emmereemer
engelingel
enkelknoesel
er dwars doorheenlossendeur
er net naastneffen af
er ver naastun koei durnevest
erg tevredenvreed content
ergens (hier of daar) ieveranst
ergens afvallenergust afkukelen
erlangserlangst
eruit gooienbuiten bonzjoeren
eruit gooienbuitenjassen
eruit zettenbuiten mieteren
erven-erfde-geërfderven-orf-gorfd
erwtenrolsodemieterkus
escargotskarrakollen
eucalyptusdropkalissendrup, ook klutsendrup - meej waoter in nun fleske.
ezelperd van Kristus

F

fancy-fairVlaamse kermus
fatsoenlijkfatsoendelijk
fauteuil, luie stoelzetel
fiets zonder vrijstandun deurtrapper
fietsband van racefietstube - tuup
fijnstampendedderen
flauw vallenvan z'n sieze vallen / draaien
flauw, smakeloos bierfluitjesbier
flauwekul verkopenzwanzen
flessenopenerun aftrekker
flikflooienflèrren
flink etenspaaien
flink, stevigstruis
flinke ventkadee
flirtensjansen
forsgebouwde kerelkastaar
forsytiageelout
frank (munt) frang
frunniken (aan wondje of zo) pietsen
fuchsiabelleboomke

G

gaarzocht
gaat u zittenzettoe!
gapende wonde - keepgabbe
garagegharazie
garde (keukengerei) klopper
garnaalgèrenaut
gazonden bleek (voor de was)
gebakjetaortje
gedrongengestuukt
gedroogde wijtingkabonus
geen dank!zonder dank!
geflikflooifiekfakkerij
gekonkel (ge) konkelfoes
geluk (in de liefde) sjans
gênantafronteluk
gereedschapgerief
gerimpeld, verdordverschrunseld
gevangenisden bak
gevorkte boomtakmik
gewoontegewente
gezicht, aangezichtwezen
gierigschraol
gierigaardpeezaaier
glaasje bierpotje bier
glas bierpint
glijbaanrits
glijbaan (van ijs) slier (baon)
glijdenslieren
goedhoed
goedemorgenghoeiemorghend
goedkoop, voordeligprofijtig, profijtelijk
golf in het haarbek
graaggère
grasgos
groentengroentjes / hroensjes
gulpspriet

H

haagwèr
haagwindepispotje
haarzelfur aige
haastenaffèceren
had je dat niet kunnen zeggen?aaie da nie kunne zeghe?
halt!oow!
ham (h) esp
hamesp
handand
hangen-hing-gehangenangen- ong-ghangen
hanglamplu (u) ster
harde broodjespistolees
harde werkerwroeter
haringèring
harkrijf
harkenrijven-reef-gereven
hé daar!élâbâ!
heel ergvreed
heen en weer lopendrefelen
heengaandeurghaan
hegwèr
hegwièr
heggeschaarwèrschèr
heggeschaarwièrschièr
heimweevaart
hek' n ekken
helemaalrats
helemaal nietbelange nie - belangenaonnie
hellingapril
hengelvaste stok
hengst'n ingst
HengstdijkD'sdijk
hennepzaadkempzaad
herderstasjelepelkus
hersenenessekus (van een varken, als voedsel)
hersensesses
het bos van Wilkingdun bos van Wilking
het een na het andereteenachtertander
Het is ergtis ptèt (het is aardappel)
het is weer zover!lappesefie
het moetem opgevenuitgeboerd zain
Het wordt vloedTis aont opkommen
hetzelfdeutzelfste
hijaij
hij ging er vandooraij trapte nut af
hij heeft een loopneusij et un snottebel
hij heeft spitij et ut geschot
Hij is niet goed wijsaij is maor un alve hare
hinkeleninkelen
hoe gaat het ermee?oewist?
hommelker
hommel (pin) ossel (?)
hondsdrafoenderdèrm
hoofdkaasgroost
hoofdkaaskiepkap
hoogstwaarschijnlijkvan de tien neghen keer
hooizolderschelf
horvlieghendeur, vlieghenraam
horendol, gek worden van ietsonnozel worren van iet
houtout
houtduifbosduif - valduif
huilenjanken
huilenschreeuwen
Hulstde koekestad
HulstUlst
Hulstenaarkallesaieschaiter
Hulstenaar (volgens de omliggende dorpen) stadsen bucht
Hulsternieuwlandwegde Zeejdaik
hunulder - zulder

I

iemand beetnemenene ghoed ligghen èn
iemand in de knieholte knijpenenen un pèrdebeet gheven
iemand voor de gek houdeniemand een baol in zain nek slaon
iemand voor de gek houdenmee iemans voeten speulen
ietsiet
iets niet snappendur nie aoan uitkomme
iets verkeerds doeniet mispeuteren
ijsjepieleke koud
ik ben'k zai
ik ben' k zain
ik heb (veel) dorstkèn groaten du (r) st
ik heb toch gezegdik ên toch ghezeed
ik heb toch hard genoeg geroepenik ên toch ard ghenoeg geropen
in (zenuwachtige) spanning zittenum raijen
in een boom klimmen, klauterenin un bôôm kruipen
in elkaar stortenineenstuiken
in plaats vanin plek van
ingebouwde kastingemaakte kas
ingewikkelde zaakun éle beghankenis
injectiepikuur
inkorflokaalinkeeflokaal
inkorven van duiveninkeven
innemend kindknotterke
inrichting voor het bollenbollebâân
is het dringend?ist acuut?

J

ja, natuurlijkmaar vaneigust
jagen-jaagde-gejaagdjaghen-joegh / joogh-gejoghen
jamkonfituur
jankenkajuten, kajieten
jeoew
je (bez. vnw.) ) oew
Je kunt wel veel willen!liever izzun aas!
jeukjuuksel
jeukenjuken
jezelfoewaige
jijghaij
jongeluijonge gasten
jongen met blond haarwittekop
jongste kindkakkennisje
jordyjordij
juistzjuust
jullie (pers. / bez.) 'ulder
jurk (je) klêêdje
jussaus

K

kaalkopkletskop
kaantjeskaaikes
Kaapse kees - waterhoentjemoorpiel
kaarsjekeske
kaartwedstrijdkaarting
kaatsenketseballen
kaatsenketselen
kachelpijpkachelbuis
KachelpookKoteraak
kachelpookkoteraok
kadekaai
kalfmutte
kalfmutteke
Kapellebrugd'Ouw Kapel
kapselcoiffure
karperkerpel
kassei - straatsteenkallesai
kastanje (s) kastanjer (s)
kegelsstekken (van out)
kegelspelpieren
kei, straatsteenkallesaai
kenaukadee
kerkordebewaarderpieswies
kerkwachterswies
kermis in de helduvelkeskèrmis
kerskas
keurmeesterkeurder
kiergarrel
kijkenkaiken
kijkgaatjepiepenolleke
kikkerpuit
kikkervisjesdikkoppen
kinderhandjepolleke
kip'oender
kippeneitiekenai
kippengaaskiekendraad
kippenhok' oenderkot
kippenhokkiekeskot
kippenvelkiekenvel
klaar, gereedgrèèd
klagenpèrmeteren
klaplap
klap - spatpladdèster, flère
klapdeurzwaaideur
kleefkruidplakkers
klein hoefbladdokkers
klein keukenmesjepuntmeske
kleine jongensnotneus
kletsnatzêkendnat
kleuterschoolpapschôol (verouderd) ; bewaarschôol; siepkusschôol
kliekjekletske
klieven-kliefde-gekliefdkloven-kloofde-gekloofd
kloosterzandeklooster
kluwenknossel
knikkermèrrebol
knoopknossel
knotwilgkopboom / tronk
knuppelklippel
knutselenknosselen
knutselwerkfiekfakkerij
koekoei
kokkelsaontjes
kolenkitkolenbak
kolenkitkoolbak
koning (heer) en vrouw (dame) -kaartspelut stuk
konkelenkonkelfoezen
kooi. duivenmandkeef
kookpancastrol
kookpankastrol
kookpot, panmèr (re) miet
koopwaarmarsjandies
kopjekommeke
koppig zijnkoppen
koppigaarddwèszak
koude vingerskouwe pikkels
krabkrabber
krabbenkrauwen
krijg ik niks?ekkik un oute bakkes?
kruimelskrumels
kruisbeeldlieven'eer
kruisbes stekelbees
kruisbesstekelbees
kuikentjesiepke
kuilput
kuitkiet
kurkstop
kustoot
kwajongenpagadder
kweekgrasgospee
kwetsmerbiljaan
kwispelenrokelen

L

laarslèrs
laarzenghetten
laatstoverlèst
ladderléer
ladeschuif
lakens verschonenbed aftrekken
Lamswaarde't 'eilig Laand
lange, dikke spijkerkeper (nagel)
langzaamaan doenteuten
lantarenlanteire
lastig, vervelend werkslameur
lawaailaweit
leegloperlapzwans
lege flessenleeghoed
leggen, legde, gelegdleghhen, lee, geleed
lekke bandplatte band
leukleutig
licht, niet zwaarlucht
lichte shagluchte toebak
liedje voor Driekoningen driekoningen, driekoningen, heev main nun nieven oed. main ouwe is versleten, main moeder mahhut ni weten En as main moeder waofels bakt, dan lopt de boter durt hootje, van kriekekrakkedootje
liedje voor Driekoningendriekoning'n, driekoning'n, heev main nun nieven oed. main ouwe is versleten, main moeder mahhut ni weten En as main moeder waofels bakt, dan lopt de boter deurt hootje, van kriekekrakkekrootje
liedje voor Driekoningendriekoningen, driekoningen, geev main nun nieven oed. main ouwe is versleten, main moeder maggut ni weten En als main moeder wafels bakt, dan lopt de boter durt gootje, van kriekekrakkedootje
lieveheersbeestjekapoentje
lieveheersbeestjepimpampoentje
liggen - lag - gelegenlighen - lee -?
liggende / staande wipprang
lijken optrekken op
likkenlekken
linkshandig persoonlinksepôôt
lollylekstok
loopt met iedereen meeallemanswies
lopen, gaanstiefelen
louche cafékabberdoeske
loven - prijzenbeboffen
luchtschuifje aan haardschof
luciferstekske
luiwagenplatte zeug
luizen hebbenbeesjes èn
lusjelits, luts
luxebroodjekoffiekoek

M

maartmèrt
mademaaij
magere manpan'èring
mannetjeskonijnraier
marktmárt
Marrokaanne Maroef
maskermombakkes
medelijdenkompassie
medio augustusalluf oest
meerkoetmerrekoot, merol
meestalmistentaids
meibloempaseblommeke
meikevermeulener
meisjemèske
meisje, geliefdemaijd
merelmèrelon
mestbjèr
mest op het land verspreidenbèren
metmee
met de vingerknokkels over iemands hoofd wrijveniemand verrekespootjes ghevrn
met iets (iemand) opgezadeld zittenmet iet zain opgeschept
mezelfmun aige
miermierezèjker
Mijn schatMien dobbelsteen
moeten-moest-gemoetenmoeten- mocht-gemoet (en)
mogenmeugen
molenmeulen
mondbakkes
mondmoel
mondharmonikaschalmai
mooischôôn
mooi, knappront
mopperenknotteren, zeure
morelkriek
morgen (ochtend) morgend
morsenmossen
morsermospot
motregenenzêveren

N

naaktin urren / zijnen padderen
naaldhakkenoôgh 'akken
naar bed gaannaor zun nist ghaon
naastneffe
nabootsenachternadoen
nadeligschaailijk
nakomertjekakkenisje
natuurlijkvanaigust
nauwelijksmee moeite
NederlanderOllander
NederlandsOllands
negentigtnegentig
nergensnergest
nergensnieveranst
niemandgeneen
niet goed bij de fietstrappers kunnenboteren
niet goed wijs zijn, doorslaandeurtrappen
niet meer (doen) niemer (doen)
Nieuw HulstKorea
Nieuw-NamenDe Kouter
nieuwsgierig Aagjekreuze Mie
niks-nietsabernikske
nootmuskaatkruinoot

O

ochtendjas - kamerjaspenwaor
om de beurtievers over'and
omaopoe (verouderd) mit (eveneens verouderd )
omhoog klauterenklawieteren
omleidingomlegging
onbeleefdongesnutterd
ongetrouwde vrouwjonkvrouw
ongeveerdaventrent
onhandig persoonun koekenbakker
onkruidvuil
onnozel iemandseut (vrouw, meisje) ; troete
onophoudelijkghedurigh
onrustig persoonwietel
onszelfonz aige
ontkennenafstraijen
ontslagen wordenbuitenvliegen
ontstoken ogen - ook: halfdicht geknepen ogensiepôgen - padôgen
ontwijkend antwoord op "Wie?"ghattespie
onzinzever
oomnonkel
op bedekte wijze verwijtendeursteken
op bedevaart gaanbeeweghen
op bezoek komenafkommen
op hoop van zegenallaboneur
op iemand lijkenop iemand trekken
op slot doenvastdraoien (deur)
op slot zetten (fiets) vastzetten
op zijn donder krijgenop zijn falie krijgen
op zijn heupen krijgenop zain kieten kraigen
op- of afritdun april
opbergmapklasseur
opdrinkenbinnenkappen
opdrinkenuitdrinken
openbaar toiletpiesien
opetennââr binnenspeulen
opgeborgenweggestoken
ophitsenopsteken
ophoudenuitschêjen
oppoken (op) rokelen
opscheppergrotsigaord
opschepperkakker, stoefer
opschepperstoefer
opschepperiggrots
opschietenàveseren
opslag voor appelsun mouternist
opsmukaopen en uilen
opstapelenoptassen
opvoeden, grootbrengenkweken
opwindingalteratie
opzichterpleewachter
ordinaire vrouwkakmadam
orgelùrgel
OssenisseSnis
oude fiestouwe bark
oudere generatied'ouwegarde
ouderlijk huisoew tuis
ouwelostiepapier
over een hek klimmenover un ekken kruipen
over het algemeen genomendeur dun band genomen
overdrijvendeurtrappen
overgevenspoegen
overloopallee

P

paardpert
paardenbloembeddezêker
paardenbloemmelkwiet
paardenbloemPisseblom
paarspèrs
paashaaspaosveugel
Pakje vloeitjesboekske bladjes
pakt u er maar een!nim!
paraplupêreplu
parelhoenderpoelepetaan
pastoorpaster
patrijzendijkut patraiske
peetoompit
peettantemit
pensionlo (o) zjement
per se, zonodigmalgeree
perenboomperelaer
peuter, klein kinddoddejaske
piccalillypiekels (pickles)
piekerenprakkezéren
piemelpiezeluiter
piepentsjiepen
pikhouweelpiejos
pilaarpielèr
pindraadpinnekensdraad
PissebedPlatte Zeug
pissensassen
plaats van de toilettenkoer
plakje (kaas, snijvlees) schelleke
plassensèèken
platzakrut
plukken (bloemen, fruit) trekken
pochetstoeferke
politiekla'bakken
politieagentpliesie
pompslangetjedèrmke
pompslangetje (van fiets) dèrmke
pookkoter
portefeuilleportefoelie
potkacheltjeduvelke
preipieraaij
prikkeldraadstekeldraad
pruimen (tabak) Sjieken
puistpukkel
puntmutspinnenmuts

R

raamluikenblaffeturen
raamluikenblinden
raaroarig
raar / vreemdaordig
rabarberzuurstekken
racekoers (specifiek wielrennen)
racefietskoersfiets
racepaardkoerspèrd
railsrils - rilzen
reigerreigaart
rekken-rekte-gerektrekken-rok-gerokken
richtingaanwijzerpinker
rijroot
rijdenraaie
rijpen, licht vriezenrijmen
rijtuiggeraij
Rizla blauw, roodblauwe, rooie bladjes
roe (de) roei
roepen - riep - geroepenroepen - riep - hurropen
roerzeefpasseviet
rommelbucht
rommel, rotzooibazaar
rondbazuinenuitbellen
ronde suikerbol op een stokjeun stamper
ronduiteffenaf
ronduitflakaf
roodharigrost
rooienuitdoen
roombotergoeije boter
roos, schilfertjespellekes
rozenkranspaternoster
rubberen dingetjekatsjoeke
ruienruiven
ruiten (in het kaartspelkoeken
ruiten boerkoeken boer
rukkensnokken
runderenbêêsten
rundvet, frietvetossewit
ruzielapsaus

S

sabbelenzabberen
samenkomentoop kommen
schaal, schotelkom
schaarschèr
schaatsenschètse
schaduwlommerte
schaftschof
schaftenschoven
schelmfiloe
schenken- schonk-geschonkenschinken-schonk-heschonken
schiet eens op!maok us wa gangk!
schietwedstrijd (ver) schieting
schilpel
schoensmeerblink
schoffelkapper
schoftschoelie
schok - ruksnok
scholpladeis
schommelbijs
schommelenbiezebijzen
schoolspeelplaatskoer
schoon proper
schoonproper
schoonmakenafkuisen
schoonmaken (kast of hok) uitkuisen
schorsenerenschorseneele
schorsenerenschorsenelen
schouderschouwer
schramkrauw
schriel - magerschraol
schrijlingsscharlewiets
schrijnensnèrken
schroefveiske
schroefvijs
schurkvajoe
schuur (ook schuurtje) stal
schuurborstelplatte zeug
schuwschauw
sedert lange tijdallánk
selderij, selderieselder
seringkruinagel
sigarettenvloeibladje
sikkelzichel
simpel mensdook
sinaasappelappelsien
Sint-JansteenTsteejn
sjacheren, sjoemelenfoefelen
slasalaai
slaan- sloeg- geslagenslagen-sloog-geslogen
slaap hebbengrôte vaak èn
slagboombareel
slagerslachter
slecht voedselvèrrekuseten
sleehellingsnok
sleuren, er doorheen kwakkenSliederen
slipperssletsen
sluitspeldtoespèl (d)
slurpensloeberen
smaakt viesbucht
smederijsmis - smisse
smeerbaarnis
snoepjekokkien
snotneussnotkees
snotterenknotteren
snurkenronken
soepborddiepbord
soeplepelpollepel
soepvleesboelie
soort kerswitbuik
soort kinderspelventje speulen
soort werpspel spelenbollen
spadespoai
spade (tuingereedschap) spâij
spakenspèken
spattenspêten
speentuuter
sperwerklamper
spiegeleiboelei
spijkernagel
spinspinnekop
spit (ge) schot
spittenspaaien
spittensputten
spoorweghuisjeroetuiske
sporttotopronnestiek
sprintspurt
sprintenspurten
spuwenroggelen
spuwenspuggelen
staan-stond-gestaanstaon-stong-hestaon
stamelen, murmelenfrazelen
stapel houtklamp out
stationstasie
stekelhaarbros
stevige schoenentrappers
stiekemachter ut ghat
stil en stiekem etensnetsen
stoffer en blikvuilblik en veger
stotteraarakkeleir
stotterenakkelen
strakjesdirect
strakssebiet
straks, zometeenbots (kes)
strikken zettenstroppen zetten
struise vrouwboerenpèrd
stuiverkluit
stukadorenbezetten

T

tabaktoebak
tabak pruimensjieken
tafel dekkentaoful aanzettu
tafelladeschuif
tanden (tande) bieters (schertsend)
tarwetêrv
teelballenkliesters
tegelijk (ertijd) swinst
tegelijkertijdimpassant
tegendraadsdwès
tegenstaantegensteken
telkens weerammaor
TemseTemst
TerholeDurróle
term bij het bollenvet! - vetjes! - van links! - van rechts!
terugtrapremtorpedo
testikelskliesters
theedoekkeuken'antoek
tien - in het kaartspelpuist
tintelensingelen
toegang over de sloot tot wei of akkerdam (mehat)
toeppunt
toilletschait-uis
toneelkonsèr
tongblad
tractortrekker
trage vrouw / traag meisjeun teutemie
trek (in de schouw bijv.) trok
trekje aan sigarettrok (ske)
trillen, schudden, bevendaveren
Tromp - WalDe Paol
trottoirstoep
truweeltroffel
tuinbonenplatte bonen
tuinboonlabboon
tuitteut
twaalfdetwaolfste

U

U kunt me nog meer vertellenMain ghat, zeej Bakker
uijuin
uit de weg - opzijuit main schietlap
uit zijn duim zuigenuit zain grôte teen áolen
uitbradenuitkaaien
uitgeputversleten zain
uitgeput zijntende zain
uitglijdenuitslieren
uitvindervernufteling
urinoirpisbak
uzelfoew aige

V

vaarsvè (r) s
vaatdoekscheuteldoek
vaatdoekschoteldoek
vakantieverlof
vals spelenzeuren
van hetzelfdevans gelaike
van mijvan main
van plan zijnvan zins zain
vanaf een afstandvanop un afstand
vanmorgenvanmorgend
vanzelfsprekendvaneigest
varkenkuut
varkenvèèrke
varkensstaartvèrrekesstèrt
veelveul
veel meemakenveul teghenkommen
veel plezier gewenst!t'amuzement!
veer (van een vogel) pluim
veertigtfeertigh
veger met slappe harenflokker
veldmuisdolleke
ventielsjiepap
verwait
verderopghinterwait
verdommenondedju
verdrietigtriestig
vergaderingvergaring
VergietStramain
vergietstramijn of ook wel stramien
verlegen, schuchterbeschaamd
verliezen, kwijtrakenkwaitspeulen
vernielenverrinneweere
verregenenuitregenen
verschillendetufrente
verschrikkenverschieten
verslapenoverslapen
verstoppertje spelenkoek speulen
vertegenwoordiger, agentreiziger
vervangster van peettantemitje lap
vervelend gedoegeklôôt
vervelend iemandseikstraal
vervelend, naaraokuluh
verwaand, halfwas meisjeblaagh
verwelktverslenst, verslunst
veternestel, nesteling
viespeukmotzak, vuillaard
viezerikmottigaard
viezerikmottuhe venkt!
vijftigtfaiftig
vinden, vond, gevondenvinnen, von, gevonnen
vinnig meisjetiek
viskuitkieter
vittensjiekaneren
Vlaamse gaaiannewuiten
vlinderdasnondedjuke
vloedoogwater
vloeitjesbladjes
vloekengotferen
vloekensakkeren
vochtigklamp
voederbietkoeijebeijt
vogelveugel
vogelnestveugelnist
volksbrood (van mindere kwaliteit bloem; wordt niet meer gebakken) un grais brôôd
vooraan zitten (lopen) van voor zitten (lôpen)
voordringenvôôrsteken
vooruit betalenop voorand betaolen
vorige weekpassédeweek
vork (ook hooivork) vurk
vragen, vroeg, gevraagdvraghen, vroogh, gevroghen
vreemdoardig
vreemd (e) vrimd (e)
vreemd persoonannewuite
vreemd persoonkrabbekoker
vriezen - vroor - gevrorenvriezen - vroos -gevrozen
vrijgezeljonkman
vrouwwaif (verouderd)
vrouwenverleidersjarmeur
vuilnisemmervuilbak
vuilniswagenvuilkar

W

w.c.plee
waar moeten we nu heen?oemoemenou?
waard - waardewèrd - wèrde
waffel - snatertetter
wangkaak
warrigklap van de meulen hat
wasknijper'n oute spel
wasknijperdroogspeld, wasspeld
wat een lange kerel!waddun lange wapper!
wat voor eenulluke
wcschaithuis
weeginstrumentulster
wegbrengenwegbringen
wegens geldgebrek uitkijken naar het einde van de maandDaor ' angt de kalender op un teut
wegsnellenwegh spêten
weljamaar ja, eej
welneemaar nee, eej
werphengellansee
wespappelbie
West Zeeuws-Vlaanderen' t Vierde (oud-Hulsters )
wie is je familie?wie is au famiel?
wie zijn je ouders? van wie zaine gai dur een?
wie zijn je ouders?van wie zaine gai dur een?
wielewaalwiewouw
wielrennenkoersen
wielrennerkoereur
wil je nog ietsmoete gai nog wa
wilgenteenwis
winkelwagentjekar (reke)
witte kwikstaartpèrdewachterke
woonwagenbewonerswoowaoges
woonwagenpark´t kamp
wormpiezewuiter, piezewurm
wortelpee
wortelstamppeeënkluts
wreefvraijf

Z

zaagselzaohè-meel
zacht, gaarzocht
zachte broodjeskoekuh
zadelzaol
zakgeldpree
zakgeldtraktement
ze is in verwachtingz'et van d'n oedeldoedel ghad. ze gaot un kiendje kopen. z'et zitte, lijk as Flip zijne mutte.
zeefzift
zeeltlauw
zeemzéimelap
zeepierleehlôper
zeewierklakkers
zeggen - zei - gezegdzegghen - zee- ghezeed
zekeringenstoppen
zestigtsestig
zeurzaagh
zeurzeejver
zeuren, zanikenzaghen
zeventigtseventig
zich goed gedragenzain aihen voehen
zich inspannenzain aighe wèren
zich kleden, opmaken voor een feest e.d.zain aighe swanjéren
zichzelfzun aihe
zichzelf (mv) ulder aige
ziekenhuisliefden'uis (verouderd)
zijn we er?zaimur?
zo rot als een mispelzô rot azzun mupsel
zo zout als brijnzô zout as brem
zonder benzine komen te staanzonder benzine vallen
zonder meereffenaf
zorgzurh
zuilpielèr
zulkezukke
zullen we (eens) zumme (nis)
zuster (op school) masseur
zwaar geschapen vrouwmeulepèrd
zwaar werklabeur
zwarte nachtschadebostebezen
zweefmolenzwier
zweetvoetenzweetpatees
zwezeriksupieten
zwoerdzwèrd

2 opmerkingen

  1. 'K zen eiluk nie van 'Ulst, moa'k ender toch 3 oan toehevoegt! Benni
  2. Oud Hulsters, referend aan het Vierde District van Napoleon