Brakels (gld)

Dialecten > Gelderland > Brakels (gld)

Brakels (gld) wordt gesproken in Gelderland, NL. (Dit is niet het Brakels uit Oost Vlaanderen.) Brakels (gld) bevat 179 gezegden, 1712 woorden en 28 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

179 gezegden

aan beide kanten er naastoan baai du kaantu ernest
aan de overkant / andere kantginnekaant
aan weerskantenoan werskaantu
Aanleggen bij de BraaiaalOanleggu bij du Broajoal
ach zieligoach erremu
Alleen als het schip met dubbeltjes aankomtAllièn es 't schip meej dubbeltjes oankomt
Als ik het geld in een bescheten papiertje zou krijgen dan zou ik het niet afslaanEs 'k 't geld in un beschètu pampierku zò krijgu dan zò'k ut nie afsloan
als je dat maar zeker weetaggudèmarwet
als je het maar begrijptdagget mer wet
Als lelijk pijn zou doen dan zouden er veel schreeuwenEs lellik zièr zò doen dan zoddu dur veul schrièuwu
Als zwaluwen laag over en boven het water vliegen, komt er regenEs zwoaluuwu loag ovur en bovu ut woater vliegu, komt er règun
bekijk het maarbekek ut mer
ben je belazerdzijdu beloazerd
bij haarbij heur
bij hembij hum
bij levenalzelèvu
bijt hij als ik hem aaibettie ek um oai
binnenshuis schoonmakenden hèrd kièru
bosje bloemenboske blommu
Daar gaat hij, de molen, zei de molenaarDoar goatie, de meulu, zeedun muldur
daar gindsdoar guntur
dank je welgij zijt bedaankt
dat bestaat nietdè bestoat nie
dat heb jeda heddu
dat ik datdak dè
dat is hij, dat is hemdes dun dieju
dat is jammerdès sunt
dat is niet verdes mer un goèj
De bui blijft voor de rivier hangenDe buei bleft veur de stroam hangu
de Heer van Brakelden Heer
de Heerede Hièru
de hele wereldde gaanse wèruld
De jus is er vanafDe sjuu is ur vaanaaf
De mist geeft of neemt ijsDu mist schèt of vrèt ijs
de steenfabriekdun óvu
de Weitjesdu Waajkus, du Waaikus
de wijde wereldde breevertien
Die is erg magerDun dieju kunde deur un laampeglas hoalu
doe eens watdoe us wa, doe is wa
doe het licht uitdoe te lucht ut
door de voordeurdur de vurdeur
dronken als een Maleierbezopu es un Meleiur
echt waarecht woar
een beetje (iets, ietwat)een bietje
een beetje huilenun potju jaanku
een eindun end
een kreng van een vrouwun kring vaanu wijf
Een kring om de maan zal nog wel gaan, maar een kring om de zon daar huilen vrouwen en kinderen om.Un kring om du moan dè zal nog wel goan, mer un kring om de zon doar jaanku vraauwu en keinder (keijur) om.
een paar schoenenun poar schoen
Een schip met zure appelsUn schip meej zure appels
Een tandje erop of een tandje hogerUn taandju durrop of un taandju hoègur
een vreemde'n vremde
Er een punt aan breienUr un punt oan braaju
Er komt bovenstrooms zeer veel waterDur komt un stoèt woater vaan bovu
er scheelt iets aan hemie eet er goed aaf
erg hard werkende schompes werreku
Even geleden en nu alweerToen doalluk en awer
Even Terp rondEffe Terrup rond
garen en bandgoaru en baand
geen gemakkelijkeginnu makku
gezegd en gezwegengezeed en gezwegu
had ik het nu niet gedachtoad'k 't nou niet gepeisd
heb je het al gehoord?hedde gij dè al geheurd?
heb jijheddu gij
heel hardkaaj hard
helemaal nietgoar nie
helemaal stukkas kapot
helemaal verrotkas verrot
het gaat netut goa krek
het ging netut kon krek
Het Herenhuis of het Huis BrakelUt Hièruhuis of ut Huis Broakel
het houdt niet oput goat mer deur
Het is bij de konijnen af'Tis bij de knijnu aaf
Het is geen gezichtT'is gin porum
het is niet gepermenteerdut is ongeperrementeerd
het is verschrikkelijktis vrièd
het spijt mijut spet me
het veer't fèèr
het zuiden't suije
hij doet hethij doeget
Hij is broodmagerGe kunt zun knoku tellu
Hij is niet verder gekomen dan tot de keienpaalHij's nie wijer gekome es de kaaiepoal
Hij is planken aan het dragen in DordtHij's plaanke oan droage in Dordt
hij lust wel een borreltjehij speigt ur nie in
hoe heet jijhoe hietu gij
hoe is je achternaamhoe hiete gij vaan aachteru
hoge pethoage zije
hou je mondhaauw doewe moel
ik benik bin
ik ben benieuwdik zij benijt
ik ben er bang voor, afkerig vanik zei ur bunzig veur
ik gaik goai
Ik ga wegik toai um aaf
ik maakik mak, ik moak
ik staik stoai
ik vielik zij gaon legge valle
ik weet het nietkwee nie, kwinnie
ik weet nietkwee nie
ik zal het onthouden'k zat ontaïn
ik zie je graag'k zie oa gèren
ik zie u graag'k zie au gieiren
ik zit er doorheen'k zij t'ende
in het netjes aangekleedin zun of dur zondagsu klièr
Je gaat flink tekeerGe goat tekièr es un bleind pèèrd
Je hebt driemaal last van de sneeuw: als ze komt, als ze ligt en als ze gaatGe het driemoal last van du snièuw: es tie komt, es tie leet en es tie goat.
Je kunt beter door een koets worden overreden dan door een strontkarGe kaant bètur dur un koets overreju worru dan dur un strontkar
Je kunt er Berlijn in zien liggenGe kunt' r Burleijn in zien leggu
je lijkt opge lekt op
jij bentgij zeit
jij kijkt naar...gij kekt noar...
kaal hoofdkoalu tets
kan je het zienkendet zien
kan jijkunde gij
Kan mij niets schelenUt nukt me niks
kijk eenskèk is
Kijk toch eenskek toch es
Kom op!Lè goan die banoan!
kortste weg rijdengerichtur rije
laat dat je gezegd zijnlè deggoe gezeed zijn
laat maarloa mer
laat me met rustloat me grust
laat mij met rustloamu gerust
laat mijn hoofd gerustlaot mijn heufd gruïst
Lage Heerlijkheid BrakelLoagu Hièrlikhèd Broakel
mag je datmaagdu dè
makkelijk genoeghendig zat
meen je datmènde dè
met zijn beidenmit z'n baaie
na zonsondergangnò den donkeru
naald en draadnoald en droad
naar vorennòr veuru
Om acht uur het water heetOm aacht uuru 't woatur hièt
om de dagom dún aandersu daag
ongewild zwangerun motju
op de tocht staanop dun trek stoan
op het moment datmeej da
op het nippertjeop ut schaaiju van de mert
op zijoan de kaant
oude jeneverouwu kloare
pakje shagbuiltju sjek
pakslaag gevenup z'n foalie gevu
pet met klep en een vijfkantige verhoginghoègu zije
poepen als een reigerschètu es un règur
precies wat ik zou willenkrek wak wouw
rechtuit gezegdvlakaf gezeed
Rommelpottenavondliedje met Sint MaartenRommelupottuoavond meej Sintu Mèèrtu
Stinken als een oude bokStinku es un ouwu bok
telen zonder bescherming van glasramenteulu op de kouwu grond
Tot in de kersentijd, tot in de (suiker) bietentijdTot in du korsutijd, tot in du peejutijd
tot zienshou doe, houdoe
van geen kantvan ginnekaant
van henvaan hullie
van huis zijnde hort op
van hun vadervaan hullieju voadur
van kindsbeen afvan klèns aaf oan
van mijzelfm'n ègus
van vorenvan veuru
verschrikkelijk mooiverrekkus moaj
was heel erg rijkstak du moord vaant geld
was jijwoardu gij
wat brengt dat opwa schuft dè
wat dat aangaatwada oangoat
wat gebeurde erwa doegut geval
wat gebeurt erwa doet 't geval
wat is je achternaamVaan wie zijde gij dur ièntju
wat is je achternaamhoe hiete gij vaan aachtere
wat moet jewa mottu
wat zeg jewa zeede, wallek
wat zeg je nuwa zeddege nou
wat zeg zewazeesu
weer eenszuutjes oan
weet je nogwitte nog
weet je watwette wà
weg gaandun hort op goan
Wie jong is wilt wat en wie wild is jongt watWie jong is wild wa en wie wild is jongt wa
Ze heeft een groot takkenbos voor de deurZu het un groat takkubos vur de deur
zeer bedorvenzo rot es un juttepèèr
zo meteen ga je er op staandrek trapturop
Zo rot als een juttepeerZo rot es un juttepèèr

1712 woorden

(uiter) waardwèèrd
, s avondssoavus
, s middagssmiddigs
, s morgenssmerrigus
, s nachtssnaachts

A

AalburgOalburg
AalstOalst
aambeeldoanbeeld
aanoan
aan elkaaroamekoar
aandenkenoandinku
aandrangoandrang
aanhoudend, steedsoanhaauwend
aanpakkenoanvattu
aanrechtoarecht
aansprekenoansprèku
aansprekerkroai
aanwasoanwas
aanwendseloanweinsul
aap, aapjeoap, apku
aardappelerrepel
aardappelbewaarplaatserrepelbewoarploats
aardappellooferrepelloèf
aardbeierrebeej
aardbolèèrdbol
AardeOarde
aardenoardu
aardig, aardigeoarig, oarigu
aardrijkskundeoadrikskundu
aasoas
accomodatiespul, gedoentu
accordeontrekzak
achtaacht
achteraachtur
achtertuinhof
adamsappeloadamsappul
adeloadul
adelaaroadeloar
ademoajum
ademoasem, aojum
aderoajur
advocaataffucoat
advocaatje (drankje) avvecoatju
af en toeavvetoe
af, klaar, gereedaaf
afkoelenaafkuulu
afkomstkomaf
afrikaantjesstinkblommu
aftikkenboetu
akeligoakeluk
allebeiallebaai
alleen maarinkult
allemaalammel
alses, assu
als hijestie
als ikak
als ik dat wistekdawies
als ik haaraksu
als ik hemakkum
als jeèggu
als je eenseddis
als weessewu
als zijesse
alsofasof
alstublieftastemblief
aluminiumaluminum
ambtenaarklerruk
AmmerzodenAmmerooje
AndelEèl
anderzijdsvaandaandrukaant
andijvieandievie
ankeraankur
AntwerpenAantwerpu
apparaatapperoat
appelmoeseppelmoed
aproposapprepó
ArabischEroabiesch
arbeidererrebaajur
armerrem
armbandermbaand
armoedeerremoei
asfaltsoortmakkedam
astmaasma
avondoavend

B

baardboard
baasboas
babbelenkwèku
badenboaju
bagagedragerpakkudroager
balkballuk
balk, balkjeballuk, balluksku
balkenbrijbalkubraaj
balkerbalkur, ruimte boven de deel van de boerderij voor hooi en of stro
banaanbenoan
bandbaand
bangschauw
bangelijkschou
bankbaank
Bank (meubel)kanapeej
bankjebengeske
bankjebaanksku
bartoog
bednest
bedanktdè ge bedaankt zed dè witte
bedonderdbeloaftoafeld
bedorvenbedeurvu, bedurvu
bedrijf, boerderijgedoent
beenbièn
beerbèèr
beetjebietju, bietje, kwaksku
begrafenisbegraffunis
begrijp je mijverstoandegeme
beidebaai
beidenbaai
bejaardebejoardu
bekaaidbekoaijd
bekijksbekeks
BelgBels
ben jezijde
ben jijzeddu
BenedeneindBenejuend
berekenenbrèkenu
bereklauwbèreklaauw
beroertebeslag
bessenbissu
beterbettur
beterbetter
beursbuts, knip
beurtburt
bezembèzum
bezoekveziete, bezuuk
bezoekenburtu
bezorgenbezurrigu
biertjepilsku
bietpee
bigkeu, keuj
biggetjekeujku
bij, niet het diertjebaai
bijlbèèl
bijnabukaant
bijtijdspetijds, peteds
bijvoorbeeldbevobbuld
bindenbeindu
biscuitjekoakie
blaadjebladju, bletju
blaarkop, soort koeblèèrkop
blaasbloas
bladerenbloajur, blòòr
bladeren (werkwoord) bloajuru
blakerbloakur
blankblaank
blatenblètu
bleek, bleekveldblèèk
bleibliek
blikblèk
bloedenbloeju
bloemkoolblomkoèl
blootbloèt
bodebooj
bodembojum
bodem (boot)vlak
boekbok
boekhouderbokhaauwur
boekjebuksku
boekjebokske
boeten (visnet)butu
bokkingbukkum
boodschapboèdschap, bodschap
boodschappenboèdschoppu
boomboam
boomgaardbogert
boompjebomke
boonboèn
boon, boontjeboèn, bontju
boontjeboèntju, bontju
boorboèr, boor
boosboès, kwoad, vuil
bootboèt
bootjebotje, botju
bootshaakpikstok / pikhoak
borrelneut
borst, borstenmem, memmu
borstkasbaast
botknook
boterboètur, beutur
boterhambammeke
boterhammetjesneeku
BoveneindBovunend
Bovenmeester, hoofdonderwijzerBovumester
braambrèèm
braam (kartel) broam
BrabantBroabaant
bradenbroaien, broaju
BrakelBroakel
brandbraand
breedbrièd
breed, breder, breedstbrièd, brejur, brièdst
breekijzer, koevoetbrèèkèzur
breienbraaien, braju
brekenbrèku
brengen, bracht, gebrachtbringu, brocht, gebrocht
bretelsgallegu
broedersbruurs
broekbrohk
bromfietsbrommert
broodbroaèd, broéd
broodjebroèjku
brug(getje) over een sloottil
BruggetjeBruggesku
brutaalastrand
buikjebuksku
buitensporig, zeerverrèkkus
burgemeesterburgumestur, burgur
buurtburt

C

cadeaukèdo
café, kroegkefeej
campagnekepanju
carbietkerbiet
carbonadekermenoadu
castrerenlubbu
catechismuskattegissemis
celkesjot
chocoladesjookloa
chocolademelkpoeier
chocoladereepkwattoa
circussirrekus
citroenjeneverschilletju
client, klantklaant
clownkloon
cognackojak
cognackejak
comediantkemediaant
condoomkepotju
cowboykoiboi
coöperatiekoperoasie
creatiekrejoasie
crematiecrimoasie
CulemborgKuileburg

D

daargindsgunterweit, gunter, gunder
dadelijkseffus, doalik
dag (groet) doei
dakkapelkoekoek
dal, dalendal, doalu
dansendaansu
danszaaldaanszoal
darmdèrm, derrum
darmenderremu
datdè, da
dat hijdettie
dat hoef, moet ik nietdèmoknie
dat ik haardaksu
dat ik hemdakkum
dat jedaggu, deggu
de andere dagsaanderdoags , saanderudoags
debacledéboakul
deegdièg
deeldèèl
Deel van de boerderijDèèl
delendèlu
dement, kindskeins, keinds
democratiedimmecroasie
denk je datdinktu
denken, dacht, gedachtdinku, docht, gedocht
derdedriede
deukduts
deurstijldeurstèèl
deurtjedurku
dezedeuzu
dezedeuze
diamantdiamaant
diarreedeurloèp, dun dunne
diedieju
dijkopgangstoep
dijkopgang, stoepstóp
dikke vrouwmeulepèèrd
dinsdagdeinsdag
direktdrek, sebiet
dit
dodedoèje
dode mensendooi
dodendoad moaku
DodewaardDojewèèrd
doen, deed, gedaandoen, deju, gedoan
domineedomienie
dommekrachtkelderweind
dooddoèd
doofdoèf
dooierdoèjur
doordeur, dur
door elkaardeurdewar
doorgaansdeurgoans
doorlopenddurloèpund
doornatzèèknat
doos, doorjeduès, duske
dopen, doopte, gedooptduepu, duptu, gedupt
dorpdurp, durrup
dorpeldurpul
draadjedroajku
Draaiboom, een stuk benoemd veld, kampDrááiboèm
dradendroaj
dralenteutu
dramadroamoa
drempeldurrepul, durpel, dorrupul
dressoirgloazekaast
driewielerdriewielder
drogerdruegur
droogdruèg, droèg
duimpjedumpku
duisternisdonkertu, donkeru
duivelduvel
duizendduzend
dunnerdunder
durftdorst
durvendorsu
durven durfde gedurftdorsu dorstu gedorst
duwendaauwu
dwars stuk hout op steel van een spahilt
dwarsliggenin de controarie
dweildwèèl

E

eau de Cologneoduklonju
echtech
economieikkenomie
eenièn, ene, un
een dot spuugkwaajer
een tol met een zweepje slaanpiktollu
een vooruitstekende onderkaakcentenbak
eensièns, ins
eergistereniergiesteru
eerst, eersteerst, erstu
eerste kerstdagerstu korsdag
eeuwièuw
ei / eierenaai / aaijer
eierschaalaaijerschoal
eigenègu
eigenaarègunoar
eigenlijkègeluk
eigenwijsèguguraaid
eilandaajlaand
eitjeaaiku
elastiekgummie
elastiekjeellestieksku
elektriciteitelliktriek
elfelluf
elkaarmekoar
elleboogknok
ellende, leedlièd
ellendelingvurekkeling
emmerimmur
en hoe gaat hetenoegoagut
engelingul
EngelsmanIngulsman
enkel (voetdeel, slechts)inkul
er afduraaf
eraf vallenuraaf kuukulu
erfdam, erruf
ergerreg, ontoard, verrekkus, vriét
ergens mee stoppenuitschaaiju
ernaasturnest, durnest
erven- erfde- geërfterrevu- orf- georrevu
ervoorerveur
etenètu
eveneffu
even (een poosje) effekus
evenweluuwel

F

fabriekfebriek
faillietfejiet
fatsoenfesoen
fazantfezaant
feestfièst
fierpront
flauwleej
flauw iemandneetnek
flesjeflesku
flinkstief
fluimkwaajur
fluisterenfoezelu
fluitjeflutju
fluweelvloer
fototoestelclick-clack
FransmanFraansman
fricandelfrikkedel

G

ga jegoade
gaafgèèf
gaaibrokekster
gaan, ging, gegaangoan, gong, gegoan
gaanderweggoandurweg, vaan liever leej
gaasgoas
gans (vogel en geheel) gaans
ganzenlevergaansulèvur
garageguroasju, groazie
gat / gatengat, goatu, goatur
gavelgafful
gebakjetoartje
gebakken makreelbukkum
gebouwgebaauw
gebreid onderhemdborstrok
gebroedersgebruurs
geef (gebiedende wijs) gif
geef megimme
geelgèèl
geengin
geen goede drankbocht
geestgièst
geheelgehièl, kas
gehoorapparaathuèrapperoat
geitgèèt
gekbenukt, beloaftoafelt
gek, daasdoas
gekheidgekkigget
gekooktgekokt
gele iris / lelie / lispinksterblom
geloofgeluef
gelovengeluèvu
geluksjaans
gemakkelijkmeklik, hendig
gemeentegimèèntu
gemeentegemèèntu
gemeenteambtenaarklerk
gemene ventschmiegt
genoeggenog, zat
gepluktgeplokken
gereedschapgeritschap
gerijgeraaj
gerustellinggerustighèd
gescheidengeschaaiju
gespgeps
gestorvengesturrevu
geusguès
gevoelgevuul
gewaadgewoad
gewasgewaas
geweergewèèr
geweestgewiest
geweigewaai
geweldigmeroakels
gewoongewoèn, gewóón
gezeurgeneuzul
gezichtbakkus, porum, foasie
giechelengegibber
giechellachgibberlaacht
gindsgintur, gunter
ginggong
gipsplaster
gisterengiesteru
glaasjeglasku, gloasju, glesku
gladheidgladdighed
gladzwartharige persoonblaauwu
glasfabriekglashut
glijdenglaaju, slifferu
goedegoej
goedkoopgoeiekoèp, goeiekoap, gin geld
goedkoopstegoeiekopstu
gom, gumgum, stuf
gooigoèj
gootgeut, guèt
gootsteengutstièn, pompbak
gordijngerdijn
GorkumGurkum
goudengaawe
graaggére, gèru, groag
graatgroat
granaatgrenoat
grasgraas
grasveld voor de wasblèèk
gratisgroaties
greppelgrippel
gretiggrètig
griffelgrefful
grindgrend
groeiengruuju
groengruun
groentegruuntu
Groep (deel van de koeienstal)Grup
groot en klein warkruidduuvelsnaaigoaru
grootstegruèste
grootvadergrutvoadur
grote armoedeerremoei troef
grote hoeveelheidkwak
gruizelementengruzelementu
gul, royaalrejoal
gymnasiumgimnoasium

H

haaghoag
haagwindepiespot, piespotju
haarhoar
haar (bez.vnw) heur
haar, haar dochterder, der dochter
haartaart, zeerhoog opgestoken haardrachthoartoart
haashoas
haasthoast, host
haastighestig
had hijhattie
hagewindpiespot
hand, meervoud: handenhaand, haand
handbalhaambal
handelhaandul, negosie
handighendig
handjepolleku
handjes van een klein kindpollekus
hangen, hing, gehangenhangu, hingu, hong, gehongu
hangt ervan afnetternoa
HankHaank
hard schoppenjuinu
hardloper (snel motorschip)hardloapur
haringhèring
harkrijf
harken, harkte, geharktrijven, reef, gerevu
harmonieharmenie
haverhoavur
wa
hè toch!dèr!
heb jeheju
heb je dat?hèddegeda?
heb je hetheddum, heddet
hebben, had, gehadhebbu, had, gehaad
hectarebunder
HedelHèèl
heden-verledenheeje-verleeje
heefthèt
heelhièl, hièlu
heel ergbarreboas, du moord stèku, ontiegelik
heerlijkheidhièrlekhed
heg / hekhèning
hei, heidehaai
heimelijk fluisterenschmiegelu
heininghèning
hekhekku
hekkenhekkus
helegodsgaanse
heleboel water, snel stijgen van waterpeilstoat woater
helemaalglad
hellinghugt
hem, zijnhum
hemdhimd
hemelhimmel
hengelhingul
hengselhingsul
hengsthingst
herkauwennirku
herriekeboal
hersensharsus , harsis, harses
herstellen, opknappenopkallefoateru
hetut
het met elkaar kunnen vindenakkederu
Het schaatsen in de vorm van een voortschrijdende acht waarbij de paren hand over hand rijdenzwieru
hetenhietu
hetzelfdeeendur, indur
heushuès
hieldhief
hoeden van dierenhuiju
hoekhok
Hoestenblaffu
hoofdhuet
hoofdkaaszult
hoofdonderwijzerbovumestur
hooghoèg
hoog opgestoken haarhoartoart
hoog, hoger, hoogsthuèg, hogger, hogst
hoogstenshogstes
hoogtehuègt, hogtu
hooihoeoj, hoèj
hooimijthuèjmèèt
hooivorkgaffel, goavel
hooizolderbalkur, balluk
hoophoèp
hoopjehopku
hoopjeshopkus
hoor eenshurtis
hooshuès
horenhuèru
horen, hoorde, gehoordhuèru, hurde, gehurt
horlogelozie
houhaauw
houderhaauwur
houten vloer op de liggende spanten in een roeibootbuddeling
huidf (v) èl
huilenjaanku, schrièwu, blèru
huis aan huishuis ruim op
huishoudenhuishaauwu
huisjehuske
huiskamerhèèrd
hunhullie
HurwenenHeurne, Hurn
huzarensaladehuzoaruseloadu

I

iemandiemaand
iemand die vroeger de stier naar de koe brachtstierlaaijur
iets heel grootjoekel
iets, beetjebietju
ietsjes'n wa
ijseijs
ijzerèzer
ijzerèzur
ikikku
ik doeik doei
immersommurs
inbrekerinbrèkur
IncaIncoa
indiaanindioan
inkteenkt
inmiddelsonderaand
intelligenthel
irisoajuvoajursbroèd, oijuvoijursbroèd
is het eristur
is het nietistnie
is hijissie
is hij eristiejur
is zij erissedur
ItaliaanIteljoan

J

jajoah
jaarjoar
jammersund
januarijannewoarie
jasfrak
jasjejesku
JavaJoavoa
jeoe
je (bezittelijk vnw) oew
jeuken, jeukte, gejeuktjuèku, juktu. gejukt
jijgij, ge
jong meisjeduersku
jonge koemoaltju
jonge koe, kalfkuus
jongensmannekus
jongentjejunsku
juistkrek
juist, zo juistnet
julliegullie
jussjuu

K

kaalkopkletskop
kaantjekoantju
kaarskoars, kèèrs
kaartkoart
kaartjekartje
kabaalkeboal, kboal
Kabinet, grote kastKammenet
kadebol, losbol
kamerkoamur
kameraadkammeroat
kamillestinkblom
kampkaamp
kanaalkenoal, knoal
kanariekenòrie, kenòrepietje
kaneelkneel
kanonkenon, knon
kantkoekploatmop (plaatmop)
kantwerkkaantwerrik
kapot, stukkepot, keduuk, kapoerewiets
kapucijnersgraauwu ertu
karavaankarrevoan
karnemelkse papmulkse pap
kast, kastjekaast, kasju
kasteelkastièl
katdakhoas
katholiekkatteliek
kauwenkaauwu, knaauwu
keelkèèl
keerkièr
keienkaajur
keienpaalkaaiepoal
kennen, kende, gekendkinnu, kindu, gekind
kerelkèrul, kèèl
kerkkerruk
kerskors
kersenkorsen
Kerstmis, KerstdagenKorstmus
kerven, kerfde gekerftkervu, korf, gekorvu
keverkèvur
kikkerkikvors
kikkervisjedikkopku
kindkeind, jong
kinderendu jong, kinders, keier
kinderkoppen, kasseienkeijurkoppu
kinderwagenkeinder-of keijerwoagen
kindskeints
kipwagenkiepwoagu
kistkiest
kistjekiesju
klagenjimmeneru
klapheis
klap, mepwatjekaauw
klapstokklepstok
kleedklièd
kleefkruidklèèfkruid, klit
kleiklaai
klein opgroeiend onkruidesseleppur
klein, kleiner, kleinstklèèn, klender, klèènst
kleine hoeveelheid, restjekletsku
kleine soort zwaandeen
klepbroekklepbrok
klerenklièru
klerenkastklièrukaast
kletserziewer
kleurtjeklurke, klurku
kleuterkoter, andriezeken
klierenflikkerstroalu
klokkenluiderklokkuluiur
klompjeklompku
klosjeklusku
klus, karweikarwaai
knedenkneeju
knettergekstèku zot
knijpen, kneep, geknepennijpu, neep, genepu
knijptangneptang
knoopknuèp
knoopsgat, knoopsgaatjekneupegoat, kneupsgatju
knopenknobbelu
knopjeknupku
koe, koeienkoei
koeien naar een andere grasland brengenschoaru
koekkohk
koekjekoksku
kofferbakklep, kattebak
kom je ookkomdok
kom ookkommok
kommetjekommuku
konijnkenijn / knijn
konijnenslagerknijnslaachter
kooikoèij
koolkoàl, koèl
koolraapknurp
kop, hoofdkoanus
kopenkoèpu
kopjekupku, taske
korfkeurf
kort half laarsjestiefful
korterrichter
kostuumpak
koukaauw
kraagkroag
kraakbeenknors
kraalkroal
kraankroan
krabbenkraauwu
krant, courantkraant
kriekkreske, kroos, krusku
krijg jekreddu
krijtjekretju
krooskroès
kroosje (soort kleine pruim)krusku
kroost, kinderenjong
krot, wanordelijke plaatgriebus
kruien, kruide, gekruidkruien, krooi. gekrooiu
kruikjekruksku
kruimelkrummul
kruipen, kroop, gekropenkruipu, kruptu, gekropu
kruisbeskris
kruisnettótubel
kruiwagenburrie, niet juist moet zijn kruiwoagu
kunstjekunsju
kurkkurruk
kussen (werkw) kuusu
kussen, kuste, gekustkuusu, kuustu, gekuust
kussensloopkussloap
kwakenkwoaku
kwalijkkwòluk
kwekken, gillenkwèku
kwijlenkwaajeru

L

laagloag
laanloan
laarslèèrs
laatloat
laat (gebiedende wijs)
laat hemloatum
laatjeloajku
laatstlest
laatst, laatstelest, lestu
laatstelijkonderlest
lachenlaachu
ladderLéér, lièr
lade, ladenloaj, loaju
lakeilekaai
lammelinglamlul
lamplaamp
lampjelaamku
landlaand
landmeterlaandmètur
langpootmuglangbindur
langspeelplaatlangspeulploat
lantaarnlantèèrn
lauwlaauw
ledenleeju
leedlièd
leeftijdlèèftijd, auwerdom
leegteliègtu
leepooglièpoèg
leer, lederlèèr
LeerdamLerdam
leeuwlièuw
lefhart
leilaai, laaj
leidenlaaiju
leidselslaajsels, laaisuls
lelijklèllik
lenenliènu
leraarlièroar
leukoplastpleister
levenlèvu
levendigvief
leverlèvur
lezenlèzu
libellegloazewaasur
liggen, lag, gelegenleggu, lee, gelegu
ligtleej, leet
lijden, leed, geledenlije, lee, geleeju
lijfflikker
lijfjelefku
lijkentrekku op
likkenlekku
limonadeliemenoadu
lineaallaajlat, lineoal, lieniejoal
lisdoddeduil, laampupoetsur
lodenloju
logischwiedus
lol, pretleut
lomp iemandlompert
lomp, dom iemandknurft
lood, lodenloèd, looju
loonloèn
loopplankloèpplaank
loopsloèps, lups, tochtig
lopen, liep, gelopenloapu, loptu, geloapu
louwlaauw
luchtlogt
luidenluiju
luieluiju
luie stoelzurrig
luisterenlùsteru
lukt hetgoagut
lustenlussu

M

maagmoag
maagdmoagd
maalmoal
maanmoan
maandmoand, menjd
maandagmoandag
maarmer
maartmèèrt
MaasMoas
mademoai
madeliefmaaiblommeku, maaizoentje
magmaag
mag ikmak
magermoagur
maken, maakte, gemaaktmoaku, moaktu, gemakt
maken, maakte, gemaaktmoaku, maktu, gemakt
makkelijkmekklik, mekkeluk, mekluk
man, echtgenootmiens
mandmaant
mankerenmekeru
mannetjemenniku
mansmaans
mantelmaantel, kasake
MariakaakjeMarioakoaksku
marktmort, mert
maskermombakkes
mastmaast, mast
mastworpmaastwurp
medelijdenmeelaaj
meermièr
meer (vnw) méér
meer danmièr dan
meerpaalmerpoal, dukdalluf
meertjemerku
meestalmerstal
meestermèster, mestur
meeuwmièuw
MeiMaai
meidmèèd
meidjedurske
Meikevermaaikèver, mulder
meisjemeske
meisjesvrullie
mekkerenblètu
melkmelluk
melkrijdermellukrijur
menenmènu
menensmènus
menigtemènigtu
mensmins
menstruatieroèje loap
menutiemenuusie
mesjemesku
mest- of aardappelvorkriek
mestvaalt, mesthoopmessing
mestvorkriek, greep
metmee of mè
meteenaachtermekoaru
meteen, ondertussenmeepassaant
mezelf, mijzelfmunègu
middagmiddig
mijnmennu, mun
mijn (bezitt, vnw)mennu
mijzelfm' n ègu
mirakelmeroakul
modderderrie
moemuuj, muj
moeder, moedertjemoeke
moeitetrubbel
moetenmottu
mogen mocht gemogenmaagu maagdu gemogu
mokervuist
molenmeulu
mond, bekmoel, klep
mooigèèf
mooi, mooier, mooistmoèj, moèjur, moèjst
mooistemojstu
morgenmerregu, moirren
morsdoodkaajdoèd
moterbootmoturboat
motormotur
mouwmaauw
mugmeuzik
muilmoel
muisjemusjku, musku
musjemusku
muurtjemurreku

N

nanoa, nò
naaktnakt, noakunt
naaktebloatu
naaldnold
naarnoar, nòr, neor
naar de middelbare school gaandeurlièru
naar men zegtvolleguszègu
naar verhoudignoavenaant
naastnest, neffu
naast, er naastneffe, de'r neffe
nachtegaalnaachtegoal
nadatnoadè
nagelnoagul
nameloosnoamuloès
namensnoamus
nauwelijksaamper
neeneeju
nee hoorwelnend
nee, neenneej
neefnièf, nééf
neem maarnimmèr
neer, nedernièr
Neer. tegenstroom tussen twee kribbennéér
nergensnergus, nerregus
netkrek
net wat ik zegnekwazee
neusnuès, fok
neusjenusku
niemandginnièn
nietnie
niet eensginnees
nietsgin mieter
nietwaarniewoar
nieuwneit, nijt
Nieuw, nieuwenijt, niju
Nieuwendijknijudijk
nieuwjaarswensnijjoarswins
Nijmegennijwegu
nodignoèdig, vaan doen
noemennuumu
nogalgrif
nogmaals, weerwèr
nooitnoèt
nootjenotju
nunou, naauw

O

of jeofdu
ogenschijnlijkveur ut zicht
olifantolifaant
om de beurtomsteburt
omdatomdè
ondefinieerbaarfeint
onderwegonderweegs
ondeugdondugt
onheilspellendvèèg
onkruidbocht, ruigt
onlangs (onder) lest
ontbijtkoekpepperkok
ontstoken oogseperoag
ontzettendontoard
onweeron- of omwèèr
onzinkwats, klwta, kwatsj
onzin uitkramengezèver
oogoèg
oogjeogsku
oogstenfan 't laand hoalu
ooievaaroijuvoijur
ooitoèt
ookok
ook watokwa
oomskinderen (peer) oamskeijer
ooroèr
oortjeorku
oostenoèstu
op jezelfopoeègu
op staande voetstaandepeej
op tijdbetèds, petets
opbergenwegdaauwu
opdrijvenhuiju
operatieopperaosie
ophitsenopjuinu
ophogenophuègu
ophoudenophaauwu
opjuttenopnaaju
opnieuwovernijt
opnieuw, overnieuwovernijt
opschietenavveseren
opstappenaaftaaiju
optredenoptreju
orgeleurgel
oud vrouwtjewefku
oude (poets) laptod
oudejaarsavondauwejoarsoavend
oudersouwurs, aauwurs
over en weer pratenkekkelu
overallketelpak
overdrijvener' n schup bij doen
overgeven, gaf over, overgegevenspeigu, speeg, gespegu
overkantginnekaant, gunnekaant
overleden, gestorvenuit du tijd
overstroomdblak

P

paadjepoajku
paaienpoaiju
paardpèèrd
paardenmarktpèèrdemert
paardenstaartpèèrdestèèrt
paardjeperdju
paarspèèrs
paaseitjepoasaajku
pad, paadjepad, poadju
padenpoaj
pakken, pakte, gepaktvattu, viet, gevat
palaverpeloavur
palingoal / poaling
pandpaand
PapentientPoapetient
papiertjepampèrku
parachutistparresjuutiest
parapluperreplu
parelpoarul
parmantigfrièt
parteipertaai
pas opdinkturom
PasenPoasu
patatpetat
peer, peertjepèèr, perku
peilpèèl
pensioenpesjoen
peperpepper, pèpur
pepernotenpèpernoètu
personenautopersoènswoagu
pesten, plagenjèrissu
petklaks
PeterPièr
petroleumpetrolie
pianopioano
pijnzeèr
pijpjepepku
pilaarpieloar
pinksterbloempoasblom
pissebedbeddezèkur
plaats achter het huisplets
plaats, binnenplaatsjepluts
Plaatsen in een wei waar het gras meer donkergroen is door vergane koeienvlaaienschetbossu
plagzots
plakjeschefku
plankplaank
plankenvloer in bijv.roeibootbuddeling
plantplaant
planten, in de grond stekenplaantu
plasjeplesku
plasticplestiek
platbodem schuitje in de polderplatneus
platenspelerploatuspeulur
plompjeklomku
plooi, vouwvaauw
pluisjeplusku
plukken, plukte, gepluktplukku, plok, geplokku
plukteplok
PoederoijenPoeierooje
pofbroekdrollenvangur
politieplitsie
ponyponnie
poosjehortje
pootpoèt
pootjebadenpotjeboaju
portefeuilleportefuulie
postbodeposbooju
potenpoètu
potlodenpotlooj
potloden: het zwart maken van een kachelpotloèju
potloodpotloèd
povererremetierig
praamplatneus
praatjesgemaauw
prakkenkneeju
pratenproatu
preciespercies, krek
preekstoelprekstoel
preipraaj
prekenprèku
prentjeploatju
prijsjepresku
prikkeldraadpikdroad
priksleepiksleej
primula, sleutelbloemmarteuntju
prinsprèèns
procentpersent
proces verbaalprecès verboal
proevenpruuvu
protestantprottestaant
pruimpjeprumke
pruimpjeprumku
prul, waardeloostinnif / tinnef
puistpust
punaisetets
puntzakjetuut
puzzelpuuzel

R

raadselroadsul
raadsliedenroadsleeju
raafroaf
raampjeramku
raaproap
raaroarig
radarroadar
radenroaju
raderenroajur
radijsjesradeskus
radioroadio
ragebolspinnekop
railreel
raken, raakte, geraaktroaku, raktu, gerakt
rampraamp
randraand
ranziggerstig
rapen, raapte, geraaptroapu, raptu, geroapt
redenerenriddeneru
redetwistensteggelen
reeds, alvaast
reep chocoladekwattoa
reepjerepku
regenrègun
regenboogrègunboèg
regenwormpier
reigerrègur
reisrèès
reisjeresku
reizen, reisde, gereistrezu, reesdu, gerezu
reizigerrèzegur
rekenenrèkenu
relatiereloasie
reparatieripperoasie
repertoirrippetwoar
repeterenrippeteru
repetitierippetiesie
republiekrippebliek
reservoirreservuòòr
restaurantresteraant
reuma (tiek) rimmetiek
reus, grootknoepert
ribfluweelmesjèster
rijen, ree, gerejenrijden, reed, gereden
rijnaakkaast, rijnoak
RijswijkRijsik
riviertjerivèrku
roddelkwoaitoal
rode bietkroot, kroèt
rode biet, krootkroèt
roeroej
roerenruuru
roken, rookte, gerooktroèku, rokte, gerokt
rollebollen, een kinderspelrollubollu
RomeRoèmu
rommelbocht, bucht, brol
rood, roderoèd, rooju
roodborstjeroadborsju
rookroak, roèk
rookwarenroèkwoaru
room, melkroèm
roombotergoeie botur
roomsroms
roosterrùstur
rotte plekbuts
rotte, beurse plekbuts
ruikertuil
ruilen, ruilde, geruildruilu, rool, geroolu
ruimterumte
runderenkoeiebièstu
rustig aankallumkus oan
ruzie makensteggelu

S

salamander (kachel)soalemandur
salarisseloarus
samensoamu, meej mekoar
schaafschoaf
schaafwondschoafwond
schaap, schaapjeschoap, schopku
schaarschoar, schèèr
schaatsenschetsu
schaatsenrijder (insect) schetserijur
schadeschoaj, schoai
schadelijkschoaijluk
schandeschaand
scharenslijper, scharensliepschoarusliep
scheefschièf
scheelschèèl
scheeldeschelde
scheenbeenschiènbièn
scheepsrampschièpsraamp
scheermesjeschèèrmesku
scheetschièt, ruft
scheidenschaaju
schenkenschinku
scherenschèru
schijfjeschefku
schilschel
schildervervur
schoftun minnu mins
schoofschoaf
schooierschoelie
schooierenstrietsu
schoolschóól
schoonschoèn
schoorsteenschorstièn
schoorsteenvegerschorstiènvègur
schootschoèt
schopschup
schoppenschuppu
schort, sloofsloèf
schot van kruiwagenberd
schotelschottul
schoteltjeschottelku
schouderschouwur, schouwer
schranderhel
schreeuwenschrèku
schrijlingsschraailings
schuifje, laadjeschufku
schuin, scheefschuins
schuitjeschutje
schuitje, soort schaatsschùtju
schuttingschaans
schuurtjeschurku, schurke
schuwscheu
schuw, koppigsteeg
secretarissicretoaris
secuurnaauw
seffenssebiet
sergeantsurgeaant
sigaarsiegoar
sigaretsiegret
sinaasappelappelesien
sindssèns
Sinterklaas, Sint NicolaasSunterkloas
sjaal, halsdoeksjoal
slasloai
slabbetjezèverlap
slagersloagur, slaachtur
slankslaank
slapenmeuru
slappeling, suffertneetnek
slechtkwoaj
slecht eten (voedsel) verrekus ètu
slecht hout, waaibomenhoutwaajboamehout
slecht mensminne mins
slechte muziekkattegejaank
sleepbootslepboat
SleeuwijkSlièuwijk
slepen, sleepte, gesleeptslepu, slièpu, sleptu, geslept
slijpen, harenhoaru
slijpsteenslepstièn
sloopsloèp
slootsloèt
slootjeslotju
slootkantsloètkaant
sluisjeslusku
slungeloelewapper
smaken, smaakte, gesmaaktsmoaku, smakte, gesmakt
smaken, smakkensmekku
smakkensmekku
smerigsmèrig
smokkelaarschammeldur
sneeuwsnièuw
snelgaauw
snel pratenrebbelu
snoeksnok
snoeksnohk
snuittuter
snuitensnuttu
sociaalsosjaol
somsbetije
souveniraondinku
spa / spadespoai
Spaanse taalspoansu toal
spaarbankboekjespoarbaankboksku
spanjaardspanjoard
sparenspoaru
speculaasspikkeloas
speelkwartiertjespeulkwartèrku
speelt geen roltoeternietoe
speenkruidspiènkruid
spelenspeulu
spelen, speelde, gespeeldspeulu, spulde, gespuld
spinaziespenoazie
spinnewebspinnekob
spinragspinnekoppen
spittenspoaie
splintersprintul
splinternieuwfonkelneit
spoelbakpompbak
spookspoèk
spreeuwsprièuw
spreispraai
spruitjesprutju
spruitjesspruhtjus
spugen, spuwenspouwu
staalstoal
staalkabelstoalkoabel
staartstèèrt, start
staartklokstoartklok
stalzolderschoring
standaard van bijv. fietsstelt
standbeeldstambeeld
stank en dankstaank en daank
stap, tredetreej
stapelstoapul, klaamp
stedelingestadse
steegsstèègs
steenpuiststiènpust
steentjes, keitjeskaajkus
steilstèèl
stekenstèku
stelenstèlu
sterven, stierf, gestorvenstervu, stierruf, gesturrevu
stiertjesterku
stoepstohp, stoèpm, stohup
stofferstofverreku, stofverku
stoffer en blikbuestel en blek
stokjestoksku
stokken in boom gooienknoku
stolpstullup
stoombootstoèmboèt
stootstoèt
stophoow
stormsturrem
stotenstoètu
stout iemanddieje loakese, dieje lakese
straaljagerstoaljoagur
strafschoppienaltie
straks, dadelijkdrek
strandstraand
streepjestrepku
strekelstrèkul
strostrooj, stroai
StroamWaal
strontjewegescheet
stroomafwaartsbeneejustroèms
stroomopwaartsbovustroèms
struik, struikjestruik, struksku
struikenbosjus, buskus
stuitjestùtje
stukmaken, verwarrenverinneweru
stuntelenhannesu
suikerbieten uitdunnenpeeju dunnu

T

taarttoart
tachtigtachentig, taachtig
tafeltafful, toaful
tak, takjetek, teksku
takkenbosmutsert
tandtaand
tapijt, vloerbedekkingklièd
tarweterrewe, terwu
te voetloèpus
teentièn
teer (vloeistof) tièr
tegelijkertijdmeepersaant
tegenwoordigtegesworrig
teiltèèl
tekenentèkenu
telegraaftillegroaf
telenteulu, teule
televisietillevisie
telkenstellekus , om de klipschèt
tenenteeju, tiènu
terpterrup
terrasplats, ploats
tijdentije
tochtig, heetrits
toeterentuuteru, bloazu
toilet, wcpleej
tolpiktol
tomaattomoat, temoat
toneeltonièl
toneelspelertonièlspeulur
toogtap
tot ziens, daaghoudoe
totdattodeggu, toddè
touwtaauw
tractortrekker
transtraans
treffendfrepaant
treuzelenteutu
Troffeltruffel
troostmeisjetroèstmesku
trotsgruts, gruèts, grùtsig
trottoirtrottuòòr
truilijfrok
tuigage en wantwaant
tuinlochting
twaalftwoaluf
tweede kerstdagtweddu korsdag
tweedehandstweddehaans
twintigtwentig
twistenkekkelu
typentiepu

U

u, jeoe
uiajuin, juin
uit model zijnuitgelebberd
uitscheidenuitschaaju
uitscheldenuitschèlu
UitwijkUitik
urine, zeikzèèk
uurtjeurku

V

vaakdikkels , dikzat, voak
vaasvoas
vaatdoekvoaduk
vaginavegijn
vakantievekaansie
vanvoan
van hout, houtenhouteru
vangen, ving, gevangenvangu, vingu, vong, gevongu
vanmiddagvamiddig
vanmorgenvan du merrigu
vannachtvannaacht
vanzelfvanègus
vanzelfsprekendvaanègus
varen, werkwoord en plantvoaru
varkenverke
varkensvoerslobbur
vastvaast
vast en zekernogalwiedus
vastenvaastu
vastigheidvaastighèd
vee in een andere wei overbrengenschoaru
veelun hoèp
veel gasun dot gas
veel te veelvusteveul
VeenVièn
veerdamvèrdam, vèèrdam
veerhuisvèrhuis, vèèrhuis
veermanverman, ferman
veertienfertien
veertigfertig
veertjevèrku
vegenvègu
velgvellig
vensterveinstur
vensterbankfensterbaank, veinsturbaank
vent, kerelkèrul
verwaait, wijer
verbaasdverschotu
verbodenverboju
verderweier, wijer, veddur
verdoofddoas
vergeetvurget
vergeten, vergat, vergetenvergètu, vergat, vergètu
verhaalvurhoal
verhoging, podiumverhuègt
verkeerdvurkièrd
verledenverleeje
verleden, vorige weekvlejuwèèk
vermicelliferremuselie
vermoeidvermujd
verschillendeaanderhaandu
versjeversku
verstaanverstoan
verstandverstaand
verstoppertje spelenboetu
vertrouwenfeduusie
vervelendeverrekkesu
verwaandgrutsig
verwaandheidgrutsighèd
verwendverwonnu
veterfètur
viertienvèrtien
vies, vuilont, smèreg
vieze zooi, vuil, mestderrie
viezerikonterik
vijandvijaand
vijftienfeftien
vijftigfeftig
vinden, vond, gevondenveindu, vond, gevondu
vinderveinder
vingerfik
vingersfikku
vlavloaj
vlaaivloaj
vlakteblakke
vlechtwerk van wilgetenenhort
vleermuisvlèrmuis
vleesvlèès
vliegtuigjevliegtugsku
vlovlooj, vloèj
vloeivloeiku
vloekknuèp
vloekenvluuku
vlootvloèt
voedervoeiur
voederenvoejeru
voelenvuulu
voervoejur
voetballenvoeballu
volgensvoggus
volkvolluk
voogdvoègd
voorveur
voor mijzelfveur me ègu
voordatveurdèt, veurdè
voordeelveurdièl
voordeurvurdeur
voorhoofdveurhoèfd
voorhuidveurhèd
voorjaarveurjoar
voorkantvurkaant
vooropveurop
voortvort
voortaanvurtoan
vooruitvort
voorzorgveurzurrig
vorigveurig, vurrig
vorigevurrigu, vleeju, vleeje
vorigevleju
vorkvurrik, vurrek, vurruk
vormvurm
vormenvurremu
vouwvaauw
vrachtwagenvraachtwoagu
vragenvroagu
vreemdvrimd
vreemde vogel, vreemdelingvrèmde gaast, vrimdu
vreesvriès
vrek, gierigaardhebbert
vreselijkvergimmus
vreten, vrat, gevretenvriètu, vrètu, vrat, gevrotu
vretervrètur
vroeg, vroegervruug, vruugur
vroetenvruutu
vroomvroèm
vrouw, vrouwmenswijf, frommes, vraauw , vrammes, frammes
vrouwenborstenprammen
vrouwtje, wijfjewefku
vruchten uit een boom slaanknoku
vruchtzettinggoan droagu
vuilont
vuilakonterik
vuilijkvullik
vuilnisvullis
vuilnisbergvullisbelt
vuistje, soort hamervusju
vuistslaghingst
vuurtjevurku

W

WaalStroam, Woal
waardebonwèèrdebon
waardelooswèrdeloas
waarheidwoarhed
waarom, waarvoorwoarveur
wachtenwaachten, waachtu
walmbloak
wankelwaankul
want, wandwaant, waand
warmwèrum, woarme
wasknijperwaasknijpur
wasmachinewaasmesjien
wassenwaasu
wat eenwannu
wat zegt hijwatte zegt ie, wazeetie
waterwoater
waterdampwoasum
watergeven aan het vee op stalwetteru
waterhoenwoaterkip
waterketelmoor
watersniphimmulgèèt
wauwelaarwauwelder
weegschaalbaskuul
weekwèèk
weerwèr
weer, nogmaalswèr
weer, weersgesteldheidweer
weergawirgoa
weerszijdenwerskaantu
wees (gebiedende wijs) zij
wegvort
weggetjeweggusku
weiwaai
weinigwènig
wekenwèku
wel neewelnend
wenkbrauwwinkbraauw
wenkenwinku
wensenwinsu
werdwier
werdenwierru
wereldwèreld
werkwerrik
werpen, barenjongu
wespfluitenier
weten, wist, gewetenWittu, wiètu, wiest, gewiètu
wiebelenjotteru
wiedenschoffelu, bochtu
wijsjewesku
wildewouw
windweind
windhoosweindhoès
winterweintur
witbroodwittebroèd
witte haagwindepiespot
woed ikworrik
wonenwoènu, woinu
woordjewortje
wordenworru
Worden werd gewordenworru wer geworru
wormweurem
wormen stekenjutteru
wou
wou hetwoggut
wou jewoddu
WoudrichemWoerkum
wratvrat
wreedvrièd
wrekenvrièku
wrikkenjotteru

Z

zaadzoad
zaagzoag
zaaizaadzoaijzoad
zaakzoak
zaakjezoksku
zacht, zachtjeszaacht, zachjus
zadel, zaalzoal
zagenzoagu
zakdoekzaddok, snotlap
zakjebuil
zaklamp, zaklantaarnkniplicht
zakmeskneip
zal ikzak
zalfzalluf
ZaltbommelBommel
zandzaand
zaterdagzoaturdag
zeef, zeefjezièf, zefku
zeegzègu
zeeg (net) zèèg
zeemzièm
zeepzièp
zeerzièr, zjièr
zeer grootknoepert
zeer lelijke vrouwdierage
zeer vrome bevindelijke gelovigegodskeind
zegenzègu
zeggen, zei, gezegdzeggu, zeet, gezeet
zegt hijzeetie
zegt zijzeetse
zeizeedu, zeej
zeikenzèku
zeiken, zeikte gezeiktzèku, zektu, gezeken (gezekt)
zeiken, zeurenzèku
zeilsèèl
zeiszèès
zeker wetenwejat
zelfstandigop z'n ègu
zeurenemmeru, drènu
zevenzeuvu
zie hetziegut
zie jeziedu
zie je datziedu dè
zijzullie
zij van buiten het dorpbuitedurrupers
zij, hij heeftzij, hij het
zijkantbezije, zijkaant
zijn, zijn autozen, zen huis
zilverzillevur
zozoe
zo alszoès
zo met eentemeej
zo'nzunnu, zun
zodezots
zoekenzuuku
zoeken, rondkijkenafschuimu
zoetzuut
zomaarzomèr
zomenzoèmu
zomerkadezomerkoai
ZometeenDalijk
zondagse klerenmun goeiu goed
zondesunt
zooimeuk
zoomzoèm
zoonzoèn
zootjereutemeteut
zorg, zorgenzurrigu , zeurg, zeurgu
zorgelooszurriguloès
zou
zou hetzoggut
zou jezodde
zoute snijbonen met witte bonengruun me wittu
zowatkrek
zuidenzuiju
Zuilichemzuilekum
zulkezukku
zwaanzwoan
zwaarzwoar, loèjig
zwaardzwèèrd
zwaluwzwoaluuw
zwanebloemkloek me kuikus
zwanger (minachtend gezegd) mee keind geschupt
zweepjezwepku
zweerzwèèr
zweertjezwerku
zwemmenzwimmu
zwengelzwingul
zweten, zweette, gezwetenzwiètu, zwette, gezwièt

28 opmerkingen

  1. 25. Het gezegde van 'zu het un groat takkubos vur de deur' slaat op een vrouw met weelderige borsten.
  2. Aanleggen bij de Braaiaal. De Braaiaal is geen officiële aanduiding van de aanlegplaats bij hoogwater aan de kant van Herwijnen, tegenover het veerhuis van Brakel aan de Waal. De plaats wordt gekenmerkt door een grote alleenstaande boom.
  3. Alleen als het schip met dubbeltjes aankomt. Zegswijze van een volwassene tot een kind dat lange tijd dreint om iets dat normaliter te duur is.
  4. Als zwaluwen laag over en boven het water vliegen, komt er regen. Dit is een gezegde van mijn vader die altijd opgeld doet. Het is ook van belang dat de zwaluwen met hun snaveltjes even het wateroppervlak aantippen tijden de vlucht.
  5. Brakels dialect. Dit dialect heeft een sterk Brabantse inslag.
    Enige simpele opmerkingen met betrekking tot de uitspraak:
    1. aa: lange a en lang klinkende a in een woord wordt in het algemeen geschreven als oa en uitgesproken als òòh. Bijv. plagen is ploagu.
    2. ee: lange e in een woord wordt in het algemeen geschreven en uitgesproken als iè, of ijè.
    3. Stomme e wordt uitgesproken als zachte u zoals in uh en geschreven als een u.
    4. oo: lange o in een woord wordt in het algemeen geschreven en uitgesproken als oè, of owè.
    5. ei: wordt uitgesproken als aai of aaij.
    6. oe: wordt in enkele gevallen uitgesproken als lange u: uu Bijv. vloeken is vluuku.
    7. ij: als ij maar in andere gevallen als u of i. Bijv. dadelijk is doaluk of doalik.
    8. heid: uitgesproken als hèd.
    9. lijk: uitgesproken als luk of lik.
    10. ui: uitgesproken als ui.
    11. ie: uitgesproken als ie.
    12. a: korte a wordt soms uitgesproken als è. Bijv. dat wordt dè.
    13. e: korte e blijft korte e.
    14. o: korte o blijft korte o.
    15: u: korte u blijft korte u.
  6. Broakelsu kaantkoek. Een soort kantkoek die naar mijn mening typisch Brakels was. Het betreft een harde, taaie, aan de bovenkant donkerbruine platte koek met karwijzaad.
  7. Daar gaat hij, de molen, zei de molenaar. Bij het laten springen van de korenmolen op 23 april 1945 door de Duitsers zag de molenaar zijn trots verloren gaan.
  8. De bui blijft voor de rivier hangen. Onweersbuien kunnen zeer krachtig zijn in het rivierengebied als zij de rivier oversteken. Het water van de rivieren kan onder bepaalde omstandigheden het oversteken van de bui verhinderen hoewel het er zeer dreigend uitziet met hoge zwarte wolken met een vuil gele ondergrond. Ergo, we ontsnappen aan het gevaar!
  9. De jus is er vanaf. Het mooiste is er vanaf. Gezegd over een vrouw die qua schoonheid haar hoogtepunt voorbij is.
  10. De keienpaal (kaaiepoal) is de nog steeds aanwezige grenspaal (groene zuil met daarop een gouden bal) aan de Waalbandijk tussen de voormalige gemeenten Brakel en Zuilichem. De zegswijze slaat op iemand die niet verder kijkt dan zijn neus lang is en of niet veel van de wereld heeft gezien.
  11. De mist geeft of neemt ijs.
    Mist is tijdens de winter zeer verraderlijk met betrekking tot het bevriezen van het water.
  12. Een kring om de maan zal nog wel gaan, maar een kring om de zon daar huilen vrouwen en kinderen om.
    Een kring om de zon, een halo en in een bijzonder geval twee halo's, duidt aan dat er slecht en soms zeer slecht weer te verwachten is.
  13. Een schip vol zure appels. Deze zegswijze wordt gebezigd bij het opkomen van een dreigende wolkenmassa aan de horizon met grote donderkoppen.
  14. Een tandje erop of een tandje hoger.
    Het betekend zo iets als meer gas geven of iets meer je best doen. Afgeleid van de gashendel van een motorboot.
  15. Er komt bovenstrooms zeer veel water. Deze uitdrukking werd gebezigd om aan te duiden dat er hoge waterstanden in de Waal te verwachten waren met alle gevolgen van dien.
  16. Even Terp rond. Een wandeling in Brakel, meestal op zondag, rondom Terp (deel oude dorp tegen de dijk aan) van jongens en meisjes, ook wel ouderen, die tegengesteld bij de wandeling elkaar tegenkomen. Het was een oude gewoonte die niet meer gepraktiseerd wordt.
  17. Het Herenhuis of het Huis Brakel.
    Dit landhuis werd in 1768 vlakbij de plaats gebouwd waar tot 1672 het oude kasteel Brakel stond.
  18. Het is bij de konijnen af! Het is ongelooflijk! Een vermenigvuldiging zonder ophouden
  19. Hij is planken aan het dragen in Dordt. Deze zegswijze heeft betrekking op iemand die men niet kan vinden maar misschien toch wel weer gevonden zal worden: alles wat drijft in de Waal, maar tijdelijk zoek is, spoelt altijd aan in Dordrecht, ergo komt terecht.
  20. Je kunt er Berlijn in zien liggen heeft betrekking op slechte aardappelsoorten die bij het koken glazig van uiterlijk worden en er niet appetijtelijk uitzien bij het eten.
  21. Om acht uur het water heet.
    Vroeger kwam de huisslachter in het dorp nog langs om een afspraak te komen maken om te slachten en dan kreeg men veelal het bovengenoemde te horen.
  22. Rollubollu: een spel van kinderen, dat, als het gras hoog stond op de helling van het dijkvak de Papentiend of Holdersdijk in Brakel, hieruit bestond dat zij zich op hun zij liggend, dwars op de helling, vanaf de kruin naar beneden lieten rollen in een snelle vaart, een breed spoor van geplet gras achterlatend. De opzet was om de teen van de dijk al rollend te bereiken om daarna half versuft op te staan.
  23. Rommelepottenavondliedje met Sint Maarten. Het liedje luidt als volgt:

    Rommelupottu oavond, 'k kom nie thuis vur 't oavond
    't Oavond in de moaneschijn, es de boeru noar bed toe zijn.
    Vrouwku gif me de langu, let de kortu mer hangu.
    Vrouw gif me dit, vrouw gif me dat
    Snij er un stuk vaan 't verreku z'n gat
    Gif me un appel of un pèèr
    Dan ziedu me vaan 't hièlu joar nie mèèr.
  24. Tot in de kersentijd, tot in de (suiker) bietentijd.
    Op z'n langst duurt het een jaar maar in werkelijkheid komt het nooit meer aan de orde.
  25. Zo rot als een juttepeer. Inwendig volkomen bedorven maar met een mooi glad uiterlijk. Bij een juttepeer is aan de mooie bruine schil nooit te zien of de rotting van binnen al heeft plaats gevonden. Dit kan ook betrekking hebben op een persoon.
  26. Zwanger vanaf de bruiloftsnacht
    Mee keind loapu recht vaan de beddeplaank
  27. als vijfjarige heb ik dit gehoord uit de mond van "opa Èvert", die ooit koetsier is geweest van "den Heer". Opa Evert naar eigen zeggen met een koets met paarden over een kwartje heen rijden dat den Heer op de grond had gegooid. Als hem dat gelukt was, mocht hij het kwartje houden.
  28. ellebissu