Aalsters Gld

Dialecten > Gelderland > Aalsters Gld

Aalsters Gld bevat 1 gezegden, 290 woorden en 6 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

1 gezegden

maandag morgen klompen gehaald en niet betaaldmandagemergen klompen gehelt en nie betelt

290 woorden

A

Aardbeièrrebee
Accomodatie, complexspul
Achternaamvan àchtere
Ademenasemen
Afblijven enz. (waarschuwing kind) héla!
All risk (verzekerd) rondom (verzekerd)
Altijdalt
Aluminiumfoliefoelie
Andijvieandievie
Arbeidererrebaaier
Armoedeèrmoei

B

Bangschauw
Bankjebangeske
Basisschoollègere schòòl
Bedorvenoverstuur
Beetjebietje
Beetpakkenvatten
Beidebaai
Benedenb (e) neje
Bent u / jijZijde gij
Bezoekenburten
Bietpee, krôôt
Big (varken) keu
Bijnabekànt
Binnenstebuitenefs
Bladerenblaoier
Blaffenjoekeren
Boomgaardbôgerd
Boosvuil

C

Chagrijnig persoongràùwert
Chocoladereepkwatta
Claxonnerenblaozen
Clownklôôn

D

Daargindsgunder
Daarstraks, zojuisttoendalek
Daarzodaoroë
Dachtdocht
Dakkapelkoekoek
Dans ontspringenààfgebrocht
Darmdèrrem
Dat komt niet goedDa wor niks
Ded'n
Deeddin
Derdedriede
Deukduts
Dezedeus
Dit is het geval't is zoe gelége
Dodendooi
Doensjouwen
Doordeweeksswèks
Drempeldurrepel
Dubbelins
Duidelijk makenDuts maoken
Durvendorsen

E

Een'ne
Ééníènen (lastig getrouw te noteren)

E

Eensins, is
Eiaai
Eierenaaier
Eigenlijkèèk
Eigenzinniglocht
Elkaarmekare
Elleboogknok
Enkel, enkeleinkelt, inkelde
Erfd'n dam
Eventjeseffekes

F

Fietszadelzaol
Flauw
Flauw doendun doen
Flauw persoonneetnek
Flauwerikléë

G

Ga weg, rot opgaot héne
Gaandewegvan liever lê
Gebeurt (tegenwoordige tijd) beur
Geërfdgeürreve
Gekwaus
Gek, zwakzinnigkijnds
geluk gehadààfgeheft
Genoeggenogt, zat
Gepluktgeplokken
Geruildgerolen
Gespuugdgespogen
Gezichtbakkes
Gierigaardhardjanus, centenbijter
Gisterengiester
Gladheidgladdighed
Goeiig, mildbleui
Graaggère
GroenGruun
Groepklogje
Grote armoedeèrmoei troef

H

Haar (vnw.) heur
Haastenhujen
Handighendig
Hangt ervan afnetterna
Harkenrijven
Heb jijhedde
Hectarebunder
Heel de tijd, onophoudelijkhièlt
Hekkenhekkens
Helemaalhimmel
Helemaal hetzelfdehaor inder
Hem, zijnhum
Hetenhieten
Hetzelfde, identiekinder
Hieldhief
Hierzohieroë
Hij (lichtelijk spottend) d'n dieje
Hoezo, waaromwaorbij héne
Horloge (ho (r) ) logie, klokske
Huilenschrieuwen
Hun, henhullie
Hutspotwortel mee juinstàmp

I

IJsberen (lopen) dritsen
ikèrrepel
Ik weet het nietkwinnie
Immersommers
In het donkerin d'n donkere
Inbeeldenvur me trekken
Invalideongelukkig

J

Jammersund
Jij / ugij, ge
Jongjonk
Jou (w) oe, oewe
Julliegullie

K

Kadekaoi
Kapotmakenverrinneweren
Kattenkophaaibaai
Kerelkèl
KerstmisKorsmus
Kinderenkeier, jong
Klaar met werkenàfgewèrkt
Klapheis
Kletsenwauwelen
Kletsenzwatsen
Kletsertwauwelder
Kliederendeddelen
Klierenflikkerstralen
Knap uiterlijk krijgenmeegroeien
Knoopknubbel
Koekoei
KonijnKnijn
Kwijlenkwaoieren
Kwijtrakenverspeulen

L

Ladderlèr
Legtléét
Lijken (op) lijkenen
Likkenlekken
Lomperikgoffert
Luchtlogt
Luid roepenkaoieren

M

maandagmandag
Machinemesjien
Mademaoi
Makkelijkmeklik
Mankèl
Marktmèrt
Meestalmerstepart, merstal
Meisjemeske
Mens, getrouwde manmins
Metmee
Middelbare schoolànder schòòl
Mijmijn
Moeilijk lopensteukeren
Mogenmeugen
Mooi, knapgèf
Morgenmèrege
Mugmeusek
Mutsmoesj
Muurtjemurke

N

Naastlangs
Naastneffe
Nadenkenprakkezeren
Nee joh!welnend!
Niets mee te makenniks mee van doen

O

Om de dagom d'n ànnersen dag
Onderzetterbletje, bleddeke
Ongestructureerdtrubbelig
Onheilspellendvèg
Onkruidbocht
Onkruid wiedenbochten
Onlangs (onder) letst
Onmiddelijkop stel en sprong
Ontzettendontsaglik, ontaord
Ontzettend, ergkas
Onverzorgdverplokken
Opnieuwopnijt, overnijt
Overrijpbuksoet

P

Padenpaois
Pak slaaghingst
Parapluperreplu
Pas opdinkterom
Pestenjèrezze
Pietje preciespézert
Plotseling stervendôôdblijven
Politiepliesie
Precieskrèk

R

Relschoppertjesnotkoker
Rommel (plek) gribus
Roombotergoei botter
Rotte plekbuts

S

Schandelijkschànd
Scheidenschââien
Schiet op!Kòvòrt!
Schoppenschuppen
Schreeuwenschrèkken, schrètten
Sinaasappelappelesien
Slaslaai
Slakslek
Slechtkwaoi
Smakkensmekken
SnijbonenGruun mee witte
Somsaf en dan
SpelenSpeule
SpittenSpaajen
Spuugspauw
Stoppenuitschàie
Strontjewegescheet

T

TakTek
Tegelijkertijdmee
TelkenmaleOm de klipscheet
Ter sprake komenter praat kommen
Terrasplats
Tie-wraptaairipke
Tijdje, poosjehortje
Tot zienshoudoe
Trotsgruts
Tuind' n hof

U

Uijuin

V

Vaakdikzat
Vanzelfvanèges
Varkenvèreke
Veel'n dot
Veel'n hòòp
Veel te veelvusteveul
Verweid
Verder (op) weier (op)
Verdoofddaas
Vergelijkbare dingengeraai
Verschillendaanderaand
Vertrekkenaan (-rijden, -fietsen enz.)
Verwendverpest
Verwendverwonnen
viel (alle persoonsvormen) gaon legge valle
Vies doen met voedsel op het borddalken
Vies, smerigont
Viezerikonterik
Vijftigfeftig
Vingerfik
Visitevolluk
Vloekkneup
Vloerwissertrekker
Volgens, aldusvogges
Voorjaarsvakantiekrôkusvakansie
Voortaanvurt
Vooruitvort
Vorigevléje
Vreemd, raaraorig, wazig
Vrekhebbert
Vroedvrouwachterwoures
Vroomfijngemaolen poppenstront
Vrouwtjewefke

W

Waardwèèrd
Waarschijnlijkom 'n haor na
Wanneerhoeneer
Wanordelijke plaatsuitdragerij
Wat dat betreftwatan gaot
Wat erg, wat sneuochèrem
Wat gebeurde erWa doeg 't geval
Wat voorwakke
Wat voor, welkehun (ne), hukke
Weerszijdenwerskànte
Weg, ervandoorvort
Weilandwaai
Werdwier
Wiebelenjotteren
Winterschadewijnterschaoi
Wormwurrem

Z

Zakbuil
Zeker wetenwejat
ZekerheidZékerighet
Zelfmoord plegentekort doen, verdoen
Zeurendrénen
Zeurpietmàùwert
Zij (lichtelijk spottend) de die
Zij (meervoud) zullie
Zozoe
Zometeendrek
Zou jezodde
Zulkezukke

6 opmerkingen

  1. De derde naamval, die uit het Nederlands verdwenen is, is vaak nog te herleiden of herkenbaar in het Aalsters. Deze -en, -'n of 'ne uitgang blijkt hieronder:
    íènEN ooto (= één auto)
    d'N hond (= de hond)
    'nE grôte plats (= een groot terras)
  2. Een niet gering aantal woorden blijven in het meervoud gelijk aan het enkelvoud, bijvoorbeeld:
    één schoen / twee schoenEN - íènen schoen / twee schoen
    één hond / veel hondEN - íènen hond / veul hond
    één aardappel / hoeveel aardappelS - íènen èrrepel / hoeveul èrrepel
  3. Het woord 'geen' is in het Nederlands altijd hetzelfde. De Aolsterse varianten zijn 'gin' en 'ginne', afhankelijk van het geslacht van het daaropvolgende woord, oftewel:
    geen kerk - ginNE kerrek (= vrouwelijk, + ne)
    geen tuin - ginNE tuin (= mannelijk, + ne)
    geen meisje - gin meske (= onzijdig, zonder ne)
  4. In het Nederlands zijn zowel de wij- als jullievorm meervoud, terwijl in het Aalsters de jullievorm ('gullie') gevolgd wordt door het enkelvoud, zoals:
    Wij maken / jullie makEN - wij maoken / gullie makT
    Wij zijn / jullie zijN - wij zijn / gullie zijT
    Wij zeiden / jullie zeidEN - wij zinne / gullie zin
  5. Indien over iemand gesproken wordt of wanneer iemand de telefoon opneemt, gebruikt men die of zijn naam in de meervoudsvorm, dus bijvoorbeeld:
    Ge sprèkt mee LeentjeS (= Je spreekt met Leentje)
    Roept WimME is (= Roep Wim eens)
    Hij lijkent op HenkE (= hij lijkt op Henk)
    Ziet MarjanNE is (= Zie Marjan eens)
  6. Sommige woorden veranderen al naar gelang het geslacht en enkelvoud / meervoud. Te denken van aan 'hukke' en 'hun (ne) ', beide woorden voor 'wat voor'. In de volgende situaties blijkt het juiste gebruik:
    wat voor lamp - hunne làmp (= vrouwelijk enkelvoud)
    wat voor brommer - hunne brommert (= mannelijk enkelvoud)
    wat voor konijn - hun knijn (= onzijdig enkelvoud)
    wat voor bloemen - hukke blommen (= meervoud)
    Hier zij vermeld dat het persoonlijke voornaamwoord 'hun' in het Aolsters 'hullie' is.