Roosendaals

Dialecten > Noord-Brabant > Roosendaals

Roosendaals bevat 79 gezegden, 587 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

79 gezegden

aan de gang houdenouwet gaonde
Als ik je te pakken heb, dan zal ik jeAk oew, zak oew
Als mijn hond zo lelijk was, liet ik er iets aan doen!a mijne'n ond zo lillek waar, scheerde ik z'n kont kaol en leerde ik 'm achteruit lòòpe!
Bijt die (hond) als ik hem aaibettie akkum aai
Dat ik je bedank, dat weet je.Dagge bedaankt zijt, da witte.
Dat is een mooie boot!Das un mooi botje!
dat kan me niets schelenda kamme nie schille
Die wond ziet er niet goed uit!Da lek wel een uitgezwore pèèrdenòòg
Er moeten inkomsten zijn.Ut schouwke mot blijve róóke.
er zijn er veel't stikt 'r de moord van
er zijn er veeld'r zijn d'r veul van
ga je eens aankledenga d'oe eige is optaokele
heb je het naar je zinedde oewen draai
Heb je het of krijg je het?eddet of krijdet
Heb je ook shag bij?Hedde / Edde gij ok sjek bij?
Het is een geweldig bankstel!Wa 'd un baank!
Het is toch wat!Tis toch wèèrd!
het kan me niet schelenik trek me nerreges wa van aon
het kan me niet schelenda kamme nie schille
Hij heeft diabetesIj ee sùkker
Hij heeft het verprutst.ij egget begaojt.
Hij heeft op zijn donder gekregen.IJ ee schelles g'ad
Hij is erg zatIJ's zo zat as 'n melijer / zo zat as ne'n aop
hij is niet slechttis ginne kwaoie
Hij loopt snel.IJ eed de gaank der in
Hij werkt in de tuin.IJ 's in d'n of bezig.
Hoe duur is datWa kost da
Hoe gaat het met jou?Oe gaoget meej oe?
Hoe gaat het? Niet om over naar huis te schrijven.Oe gaoget? Ut kan gin stoefe lije.
Hoe is het nu met je?Oe ist nouw?
hoe je mondoudoe bakkes
Hou je mond!Ou 'd oew bakkes!
Iedereen probeert er zelf het meeste voordeel uit te halenIeder trek'ut laoke nar z'n eigen kaant
Iemand een reprimande geven. voor een grove fout of nalatigheidIemaand 'n bukkem geve.
Ik ben bek af; Ik heb erge dorstIk kan nie mir tuffe
ik ben blij dat je er bent.ik zijn blij dagge d' r zijt
Ik ben doodmoe.'k zijn kepot, kep ginne assum mir
Ik ben doodopik zijn verslete
Ik ben doodop.Ik zijn tenne.
Ik ben het beu.Ik zijn d'r klaor mee.
Ik ga een stuk wandelen, Ik gaon 'n stukske kuiere.
Ik heb geen zin.'k eb gin zin.
Ik heb het toch gezegd!Ik em ut toch gezeed!
ik heb slaapik zijn lui
ik ken hier de weg nietik ken ' ier glad gin eg of steg
Ik kom maar niet van mijn blaasonsteking af..Ik krijg er da gruis mar nie uitgezeke!
ik kom uitik zijn van
Ik was daar gisteren nog.Ik zijn daor giestere nog gewiest.
Ik was nét te laat..'k sloeg mee m'n aand op en leeg plek!
In de winter als het gevroren heeft.Swienters at gevrozen eet.
Je bent een lekker ding.Ge zij'd un schòòn dieng. Ge zij d'un mooi diengske.
Je hoeft niet per sé de laatste te zijn!G'hoef nie de leste man de zak op te geven!
je kan niets meer met hemmeej em is gin laand mir te bezeile
Jij ruikt net als een natte hondGe ruukt net ne natte 'nond
Kom je uit KalsdonkZijde gij van Kasdonk
Kom jij dadelijk?Komde gij straks?
Maak niet zo'n ruzie!Lig nie zo t 'akkenaaie!
Niet iedereen is even slim.G' et mèènse en g' et pottelooje.
Onnodig te zeggen dat ik u dankbaar ben.En dagge bedaankt zijt da witte.
Onze hond is gisteren gecastreerd.Oònze 'n ond is giestere g'ollepe.
Opgeruimd staat netjes.Schòòn waark.
Verkering gehad hebben met.In de wei geloopen emme mee.
verliezen met kaartennat gaon
Waar ben jij allemaal mee bezigWa sjouwde gij ammaol
Was het er druk? Heel druk!Waart'r veul vollek? Da gao nogal!
Wat heeft u een slechte adem!Ge stienkt gèèf uit oewe'n ruif!
Wat ik wil zeggen.Wa'k wou zèègge
wat is er nu weerwanouwir
Wat is het daar een rommeltje!Wa dun ùissouwe!
wat is het toch een apartewad 'n gaolipaop
wat maak je er een puinhoop vanwa zijde 't aon't begaoje
Wat maak je er toch een rommeltje van!Wa ben de 't toch aon 't begaoie!
Wat waait het hard!Wawaaiutard!
Wat wil je nou van mijWa wilde gij nou van mijn
Wat zeg je?Wa zeede?
Wat zeg je?Welluk?
Weet jij hetWitte gij ut
Zal ik je eens wat zeggen.Zal 'k oew 's wa zèège
zo had ik het precies gedachtnet wak docht

587 woorden

A

aanaon
aan beide zijdenlaangst weerskaante
aanhalenfóólen
aanharkenrijve
aanmodderenaonklooie
aanrechtdoekschotteldoek
aanstarenaongaope
aapaop
aardappelenèèreppels
aardappelschilmesjeèèrpelscheller
aardbeièèrebezie
aardbeienèèrebeezies
aardbeienmandjeèèrebeziemaandje
accomodatieakkemedaosie
accountantakketaant
achter elkaarachter mekaore
achterbuurtgriebes
achterna rijdenachterop rije
alpinoklotje
alsas
als ikak
als jeadde
ambulanceambelaans, ziekewaoge
antwoordaantwoord
armoedeaarmoej
as (van verbranding) assie
asfaltmakkedam
aspergesasperzies
autooto

B

bedrag aan geldsommeke geld
begrijpenverstaon
bekvechtenakkenaaie
BelgiëBels
ben / was / geweestzijn / waar / gewiest
Ben je gek?Zijde benukt?
Ben je gek?Zijde gek?
Ben je stapelgek?Bende besodemieterd?
benedenbeneeje
bergbaarreg
Bergen op ZoomBaarege, Krabbegat
beschuitenpappoetjespap
beschuitenpap.poetjespap.
bezembessem
bezemstelenbessemsteele
bezorgenbezorrege
bezwangerdop zaot gezet
Bier met Spa RoodWaoterzakske
biertjepilske, bierke
bijleggen (bv geld) bijlappe
bijnabekaant; mekaant
bijnabekaanst, bekaant
bladenbloaje
bloemenblomme
bloemenmarktblommemart
bodembòòiem
boompjebòòmeke
boontjesbòòntjes
borrelneut
borstroklijvet
bosbessenklokkebaaie
boterbotter
boterhambotteram,
boterhambammetje
bramenbrembezies
brandnetelbroeinetel
brandweerautobraandweerwaoge
Bredasewegd'n Baon
bretelsgrééle
brutaalastraand
buikjebùikske
bullebakoesem

C

carnaval vieren in Roosendaaltullepeteren
CarnavalskrantKwakkelkraant
chagrijnigde peej in 'ebbe, de ju in 'ebbe
chocolasjoklaat, kwatta
chocolademelkpoejersjeklaot
chocolademelkpoeiersjeklaot
circussirrekus
creatiekreejaosie

D

daargiender
dadelssmèèrlappe
dakkapelkoefles
dakkapelkuveles
dartenvogelpikke
datda
dat erdat 'r
dat jedagge; dadde
dat je hetdag't
Dat meen je niet!Da méénde nie!
dat vrouwtjeda vrouwke
Dat weet je toch wel?Da witte toch wel?
ded'n
de eersted' n éérste
dekselscheel
denkenprakkezeere
denken / dacht / gedachtdèènke / docht / gedocht
deukbuts
diabetesverpleegkundigesùkkerzuster
dijenbille
doodmoeafleggesklaor
doodmoeafleggeskloar
doodmoe zijnik zijn tenne
doorduwendurdouwe
drempeldùrpel
duizendduuzend

E

een'n, n'n
een aapn'n aop
een Belgnun Bels
een dikzakn'npapzak
een ezeln'n ezel
een heleboel'n éélen oop
een hondn'n ond
een huiler' n blèèter
een kop koffien'n bak koffie
een leuk kind'n nijig jong
een meisjeun meske
een viezerikn'n vùllek
een zak fritesn'n buil friet
eigenaareigenaor
eigenaardigampetaant
elastiekjestiekske
er een potje van maken't begaoie
erfwaarf (t), plets
ergaareg
erg volstaampvol
ergensieveraant
ergensieveraans
eten kleinmakenbouwe, prakke
eventjeseffekes
expositieekspeziesie
expositieexposiessie
ezel'n ezel

F

Fijnaartde Fendert
flessenreinigerflesse reniger
frietkraamfrietkaar, frietkraom

G

gaangaon
geelgorsschrijver
geengin
Geen sprake vanaon me nooit nie
geeuwengaope
geitjegetje
gekkerd / mallerdlilleke zot
geledengeleeje
gelijktijdigimpesaant
gelijkwaardignaovenaant
gemakkelijkmakkeluk
gemeenspelensmousjassen
gemeneriklillekerd
genoeggenogt
gevaarlichtenlaailichten
gevondengevonne
gewerktgeworreke
gewicht op de hand schattenkwikke
gezamelijkgezaomelek
gezicht, mondbakkes
gierigaard, vrekkraauwer
gillenkwèèke
ginggieng
glas frisdrankglaoske prik
glazen knikkerglaoze tillekes
glazen knikkerstillen
goed bij elkaar passenfokkedere
goed bij elkaar passenakkedeere
goed met elkaar op kunnen schietenakkedere
goedmoedige vloekjirrekesvanmeraante
graaggèère
groot snoepjebakkesvol
grote libelleglaozemaoker
grote libellenegesteker
grote metalen knikkerbommeket
grote toffeebakkesvol

H

haarborstelaor bùrstel
haastenjakkere
handjes van een klein kindpollekes
hapjesapkes
hardaart
hard praten, gillenkwèèke
harkrijf
harmonieaarmenie
hartart
heb jeedde, edde gij
heb jijedde gij
hebbenemme
heeftet
heen en weer gelopenweg en weer gelòòpe
HeerleEèrel
Heerle (N.B.) Èèrrel
heimweevaort
heimwee hebbenvaort emme
helemaaljimmaol
helemaaléélemaol
helpen / hielp / geholpenellepe / ollep / gollepe
hemeleemel
herbergarebaarg
hersteldersteld
het't
het grasveldde bleik ( van bleek, veld om was te bleken)
Het kan me niets schelen.Ut kan me niks verschille.
het motregend' t smost
het motregent`t smost
het plafond't zolder
Het regend.' t staot te regene.
hierier
hijij
hoepelenrepe
hoeveeloeveul
Hollandse NieuweNuuwe'n èèring
honderdonderd
hoofdarses, harses, stui
Hoogerheide (N.B)Oògereie
hoogheidòògeid, Priens (met carnaval)
hoogmoedig zijn' n èèr emme
hoorwor
horlogeorlozie
horzelbliendaos
horzel / paardevliegbliendaos
hout voor bakkersovenmusterd
Huijbergen (N.B.)Uibaarege
huilenschrééuwe
huilenblèète
huilenjaanke
huilerig moederskindmoesjaanker
huisjeùiske, kot
huiskamerd'n uis
hurkenukke
hutspotpeejstaamp
hutspotpeestaamp

I

iemand die het hoog in de bol heeftkaole kakker, nun kakker
ijscopiekelo
ik ben'k zijn
Ik heb het koud.'k em kouw

J

jajot
jaarjaor
jasfrak
jeoe
jeukjuuk
jezelfoeweige
jijgij
jongenkul
jongetjebrakske
jouwoew
juistsjuust
julliegullie
jurkklééd

K

kaarskerske
kaartenkaortje lèège
KaasKèès
kaatsebalstiekebal
Kaded'n Kaai
kadekaai
kadetjespiestelees, piesteleekes
kalfjekiepke (herkomst onbekend)
KalsdonkKasdonk
Kan ik je op enigerlei wijze mijn hulp aanbiedenMo 'k ellupe
kapot makenverinnewere
kapuchonpiek
kauwenknaauwe
kersenkrieke
kibbelenakkenaaie
kikkerpuit
kikkerspuite
kikkervisjedikkop
kinderkopjes (straatwerk) kasseien, kienderkopkes
kindjekientje, pukske
kiptiet, kloek
kippenhoktietekooi
klappeut, tets
klapraampjebovenlicht
klein kindpralleke
klein kindpegatter
kleinigheidjeakkefietje
klerenbulle
kletsenwaawelen
kletsmajoorouwoer
knikkertilleke
knikkeren met ijzeren knikkersbommekette
knikkerspel met grote metalen knikkerbommekette
knolletjestollekes
knolraapknorraap
koekjekoekske
koelkastijskast
kofferbak (auto) kattenbak
kom je uitzijde gij van
komenkomme
koolmeesbiedief
kop koffiebakske leut
kopjekommeke
kopje koffiebakske koffie
kopje koffietas koffie
kou (de) kouw
krabbenkraauwe
krabben (bij jeuk) kraawen
krantkraant
krassenschramen
kruisbesstikkebesie
kruisbessenstikkebezies
KruislandKrùislaand
krukjepikkeltje
kuikenspielekes
kwajongenbrak
kwajongenkwaojong

L

laarzenlèèrze, botte
laatjelaoike, schùifke
laatsteleste
ladderleer
ladeschuif
lammetjelammeke
lamplaamp
lampjelaampke
langpoot (spin), hooiwagenaaiemaai
langs de deuren gaan met koopwaarleure
langs de deuren uitventenleure
lawaaimakerkwèèker
leukleutig
libellespaonse naaier
liedjelieke
liefjeliefke
liegenjokke
logischwiebes
lol, plezierleut
lopengaon
luie stoelzùrg
luilakluie faant
lunchenschoften

M

macaronimacceronie
mannelijk geslachtsdeelgemacht
marechausseaoremutse
marktmart
Markt Mart
Meen je dat?Méénde da?
meikevermeulenèèr
meisjemeske
meisjepralleke
metmeej
met elkaar overweg kunnenakkedéére
met uienmee juin
met veel vaart (snelheid) mee veul gaank
met z'n allenmeej z'n ammaole
met z'n allen tegelijkmee gelijke man
miermuurzeiker
mijnmunne
mijn moederòòns ma, òòns moeder
mijn vaderòòns pa, òòns vaoder
Misvormde voetenOrlevoete
MoerstratenMoerstraote
moetenmotte
molenstraatmeulestraot
mooieschòòne
mooiegèève
muntje werpenmittiesse (herkomst onbekend, mogelijk van vermengen)
muziekmeziek

N

naarnaor
naargelangnaovenaant
naastneve
naastneffe, neeve
neenèèje
neenéét
nergensnieveraans
niemandgin mèèns
nietnie
niet meernie mir
niets doenlaanterfaante
niksnutgaliepaoper
NispenNipse
nootjesnotjes

O

onbehoorlijkabbetaant
onbesuisdonbezouwe
ondertussenimpesant
ondertussenimpersant
ongecontroleerdonbezouwe
ongure buurtgriebes
onzin vertellenmaauwe
ookok
oorbellenoorbellekes
oorwarmersoremutse
op de hand wegenwikke
op je donder krijgenschelles krijge
op je hurken zittenop oew ukke zitte
opnieuwovernuuwt
opscheppenstoefe
opschepperblaoskaok, stoefer
opschietenaffeséére
opschietenavvesere
OudenboschOuwe (n) bos (Puitenol, met carnaval)
over enige tijdsebiet
overrijpbùikzoet
overwegenprakkedèènke

P

paardpèèrd
paardenstaartpèèrdestèèrt
paardjeperdje
pantoffelssloffe
pap van beschuit met melkpoetjespap
parelhoentullepetaon
parfumruuk
permitterenpermetere
petklak
piekerenprakkezeere
pier / wormpieraos
pissebedmuurvaareke
pistoletpiestelee
plagen / pestenpuuken
plantenplaante
plasticplestíek
plezierleut
plotselinginééns
poetsdoekbulleke
politiepliessie
politiepliesie
politie noodhulp voertuigpliessiebuske
politiebusjepliessiebuske
politiecelkot
portretpetret
potverdoriegatverdikke, nondeju
Praat niet zo hard!Kwèk nie zo!
precieskrek
prikkeldraadpinnekesdraod; pindraod
Prikken / stekenPieken
providiekastschapraoi
pulkenpuuke
pumpsakskes

R

raadhuisraod'uis
raamlicht
raapstelenkeeltjes
raarraor, aoreg
raaroarig
raar persoondeuzigen bats
ragebolraversbol
rare snuiterrare snoes' aon
redetwistenakkenaaie
roepen / riep / geroepenroepe / roop / gerope
rondomrommetom
Rondom het huis.Rommetom ' t uis.
roodrooi
RoosendaalRoosendaol
Roosendaals spel, gespeeld met 2 teams en 2 stokjespattelullen
RoosendalerTullepetaon
rubber kaatsballenstiekeballe
ruikenruuke
ruïnerinnewaosie
ruïnerenrinnewere
rustig zijnoe gemak ouwe
ruzie makenakkenaaie

S

schaatsenschètse
schel. (schil ) schellukke. (lapje kaas of vleeswaar.
schoenvetersniessels
schommelentouteren
schopspaoi
seringenkruinaogels
sinaasappelappelesien
Sint Hubertus broodjesùpkes
Sint-Willebrordt' (H) eike
SinterklaasSienterklaos
slaslaoj
slaan / sloeg / geslagenslaon / sloog / gesloge
slagerslachter
slapenslaope
slapen / sliep / geslapenslaope / slopte / geslaope
slappe ranjazuurkeswaoter
slecht weerkwaoi weer
slipperssleffers
slipperssloefe
smoezenkonkelefoeze
snelmeej gáánk
snel opetensnaaie
soeplepelpollepel
somssommetije
spakenspééke
spartelenlillepòòte
speelgoedspeulgoed
spekzwoerdspekzwerdje
spelenspeulen
spelenspeule
spin (dier)spinnekop
splintersplienter
spoorbomenschuive
spoorbomende schuive
spugentuffen
staanstaon
staan / stond / gestaanstaon / stong / gestaon
stationstasie
stationstaosie
stoepplets
stofsmoor
stof happensmoor frète
stompenstoempe
strakssebiet
stuiterbalbutsbal
suikerbietsùkkerpeej

T

taaltaol
tafeltaofel
tasjerittekuleke
televisietilleviesie
Titus BrandsmastraatGassstraot
toegejuigdtoegejoge
toffeebrok
tot zienshoudoe
tot ziensoudoe, houdoe
trechtertrefter
tromboneschuif
trottoirplets / stoep
trottoirstoep
tuin (h) of
tuinbonenboeretééne
tuinbonenlabbòòne
tuinterrasplets
twistenbakkeleie

U

Ugij
uijuin
uienjuine
uitglijdenuitschuiven
uithorenfuntere
uitrustenschoove
uwoe, oew, oewe

V

vaatdoekschotteldoek
vaderouwe
vanzelfvaneiges
varkenkuus, varreke
veelveul
veel te veelveulste veul
vergietstermijn
verhaalver' aol
verkledenverkleeje
verledenverleje
verliezenverliere
verraderfariezeejer
verschrikkelijkvrééd
verstoppertje spelenwegkruiperke speule
viesontig
VijfhuizenbergFuis
viooltjesfigelette
viskuitzaojers
vlavlaoi
vlaaivlaoi
vlaamse gaaihanniebroek
voorhoofdstui
vorigverleeje
vorige weekverleje week
vork (ver) ket
vragen / vroeg / gevraagdvraoge / vroog / gevroge
vreemdevremd volk, nen aorige
VrouwemadestraatVermaoi
vuurwerkvuurwaark

W

Waar is hij?Waor is ie?
wandelenkuiere
wantenwaante
warmwaarem
watwa
wat eenwad 'n
we hebbenw'emme
weerwir, alwir
Weet je dat ook?Witte da ok?
Weet je dat?Witte da?
weggaan op bevelopsodemietere
wel jabij jot
WelbergWelbaareg
welkeukke
welkeuukke
werkwaark
wespsperreweps; perreweps
wespensperrewepse
Wie ben jij?Wie zijde gij?
Wie zegt datWie zee da
Wie zegt dat?Wie zee da?
witlofsiechereislaoi
wolsjet
wortelpeej
wortelenpeeje
worteltjespeejkes
Wouwse PlantagePindurrep, de Pin

Z

zadel (van een fiets) zaol
zakzakske
zakdoeksnotlap
Zal ik maar zeggen.Zak mar zegge.
zandaardappelenzaandjanne
ZeelandZeelaand
Zeggede Zeg
zeizee
zet hem opgift 'm kèès
zeurenmaauwe
zeurenzaoge
zeurpiet, zeveraarzéémelèèr
zij (mv) zullie
zo gezegdzo gezeed
zometeensebiet
zorgenzùrrege
zulkezukke
zuurstoklekstok