diepenbeeks

Dialecten > Limburg (BE) > diepenbeeks

diepenbeeks bevat 6 gezegden, 272 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

6 gezegden

achter de kast stond een mooi geschaafde spadesteelaachter tsjoap stond inne sjoen gesjoafde sjuppesteel
argwanend voor ietsni sjeutig zen op iet
bij de zaak zijnonner em oat zen
bijnazoe nàa as rùrres
een mooi meisjee perrek sjèkloat
moeilijk te spellentènsje, tènsje iech koom heile, de bowter stond twie teile, de teil dè wou ni brejeken, de vrow dè wou ni sprèjeke, tensje loep de zoller op en hoild ne goeien hèil oaf.

272 woorden

's avondssooves
's morgenssmurres
(ergens naar toe) sturensjikken
(grote) halsdoekslat
(zware) schoenenstrampen

A

Aanaardenhüge
Aangebranaongeleëze
Aanmaakhout (voor de kachel) finkelhoot
Aanstaltenapprense
Aantekenboekjekarnèkke
Aanzetaonsjeut
aardappelenjalpel
aardbeienjaasbeër'n, öbber'n
aardbeienjaasbejere
aardbeienubere
aardbeienjaasbière
Aardejaad
Absoluutper fors
Accordeontrèkzak
achter blijventetteleer
Achterafternooë
Achterlatenin 't perdèl löweten
Ademoiem
Afdaksjoul
Afdingenaofpéngel'n
Afgevaardigdedillegèi
Afscheidensepereër' n
Afstandrèk
Aftrekkerraklèt
al heel langnen hielen toer
Alsofas kwans
Amperkreëg
andersomkontegedreid
Angstaanjagendbenkelek
Appelmoesfrats
Appelschijvenboomspek
Applaudisserenklats' n
Armbandbrazzelèt
Armvolellever
AvondetenNooskes
Avondmaalno (o) skes
Azijnèik

B

baksteenbrik
Bedevaartbjovet
Bedkruikbeljot
Bedriegenbestratsel'n, bestroets'n
beetjepritske
Benauwdbenaaid
Berimpeldberumseld
Beschaamdbesjomd
Besefbezeë
BeverstBjövès
Bewegenbezjeër'n
bigbègske
Bijenkorfbiekaorf
Bijgevenbèèlange
Bijnabekans
Blaffenbèil'n
boerenrupsele
Bomenbuim
Boterhamkeintje
BoterhamKaintje
bovenbeenbats
braambesbrommel
Brandenbjann' n
Brandenbjanne
breienstrikken
BromvliegRoenker
buizerdblotser
Bumperbaarsjok

C

clandestien fruit enz. pikkensneuken
compôtefrats

D

daarnetjostreich
Dadelijkbedien'n
dadelijkbots
dat hangt er van afda hieng troan
Diarreeaofgang
Diepenbeekdieppemek
durvendeire
dwarstries

E

eerstios
EiEike
eksterhennoe
ellenderapzooi
emmertob
enigee stuk of eintig
eraftroaf
ergerensjangenière
etenjetten

G

Gans, heelaolek
gereedvjarig
gevaarlijkpreikel
Graaggjan
graswortelpèttèm

H

Haarlokblèis
Hagedisappersties
Handen en voetenhaan en vuut
handschoenhaas
harkgritsel
heel wat'n hiel deel
hemdhumme
hersenenjossele
Hespscheink
hielvaas
hondenhon
hoofdhuijt
hups makkelijkhennig

I

iets verwardsmiskonfrunkel
ikiech
ik zou moeten...iech muis
in de steek latenin perdel lowten

J

jaspit
JijDjee

K

kaartspelentuise
kalfjemwoetteke
kalfje (kind.)mowteke
kastchaap
Kastsjaop
kelderkaller
KerelKjal
KersKjous
KindJunk
KinderenJung
kinderenkenger
kip kaphuitkiejes
KipkapHuitkees
Klein sierkippetjesloefhinneke
Klungelensjipeteren
Kniezer, klagerkriepedoeter
koeienkui
koeienuiersdummen
koffietasdjat
Kolenwagenberléng
KonijnKnijn
KortessemKotshoven
krabbenkretse
kruimelsgreumels
kruis- of stekelbessenkroezele
kruiwagenkruiwee
kruiwagenkruiwel
kwaad wijfkoi toi
kwaadsprekenkowed kalle

L

Looplampbaladuis
Luciferspikske

M

MerelBloon
MerrieMur
met
meterpoat
MiddagNoen
MiddagetenNoen
miermoeèmèit
mierenmoemijten
molmorp
Momenteelalleweil
mooisjoen
morsenbraddele
morsensmodderen
motortuuf
Motorfietsmottesiklèt, tüffer
mutsaardmjotsèm

N

naaisternajos
naarno
navelbooksnoagel
nestelstattel
niet waarwor
nieuwnow
nijpenpitsen
nochtanssjans
nochthanssjans
nootneut

O

Omslaanbaskeleër'n
onderrugstrank
Opscheppenbesjêr maoke
ordeloos werkenpotkeire
orkaanhoevrow
Overdrijvenaonjaogen
overdrijvenaonjoagè
Overdrijveraonjaoger

P

PaardPjaad
paardjepjetsje
Pandjesjasbatseklatser
ParelPjal
perzikpjossel
perzikkenpjossele
peterpeet
Pikdonkerballekdoenkel
pitkjan
pratenkallen
PulloverWoames

R

reekgritsel
Refluxhatbrand
regenwormpiering
Renpaardbiddie
rijden met de fietsvelo jaogen
rollentrullen
rollentrulle
rugstrank
Ruikerbokèi
Ruimschootsaloat

S

schaapSchoap
Schaatsen (werkwoord) Sjriksjoen joagen
scheermessjoas
SchoenSjoen
Schoensmeerblienk
schooienhuunken
schortvjeuring
schoudersjoor
siroopstroep
slaanho'en
slijklapmoweslap
Slipper, muiltjeaonsteëker
slootzou
smachten (naar iets)huunke
smachten naarhuunke
snurkengroze
Somsbetoer' n, aof en touw
SpadeSchup
SpadeSchup, sjup
spelletje met muntensjrumpke zeiën
stiekem of ruw wegnemenvortsjeire
stierduur
stopnaaldstopnowl

T

Takelwagengruu
taksplaatpetent
tand, tandentaant, taan
TasDjat
tegenwerkenterjaas zen
tegenwerkenvregele
tegenwoordigallewijl
ThuisTheuris
Thuistoas, te zennes, turrus
Toegetakeldbegafeld, begaoid
tolkoenkerrel
tolkoenkerel
treuzelentettele
twijfelaar, slappelingkwatsbrook
twistenstiechelen
twistendeine

U

ui (ajuin)jowen
uwoer

V

vaarsvjaas
vandaaghuin
Vensterluikblaffetuur
verrsnellingsbakbwat
verstekertjepetotte
verstoppertjepetotte
vertragentettelen
Verzekeringasseranse
veterstattel
vijverwijer
Visartis
voorraadkamerspein
Voortdurendaonhagetig
Vooruitgaanavveseër' n
vrijenkrèsérre

W

waarboe
Waarschijnlijkalteliechtelek
Waskuipbesèng
wasspeldspijkke
wenengrinsen
Werkmanstasbezas
wielroad
Winstbènnefies
wollen truivruis
Wondeblessuur
worstwos
worstelenfrowsele

Z

zakdoekmaolslat
zich opwindenziech sjangenejere
Zigeunerbehèimer
zinloos babbelenbemmele
zwaluwzwèlverke

1 opmerkingen

  1. Vroeger werd -meer dan tegenwoordig- Diepenbeek verdeeld in 3 segmenten', 'Het Reitje, 'Het Centrum en 'De Hei'. Die van de Hei waren 'De Heiklitsen', die van het Reitje 'de Reitjesneis' en die van het centrum 'De Deurpdure'. Als die van 'Het Deurp' naar 'De Hei' wilden gaan, werden ze verwittigd dat ze hun 'stattels'extra goed moesten binden. Kwestie van snel terug te kunnen keren.