Westfries dialect

Westfries wordt gesproken in West-Friesland

Dialecten > Noord-Holland > Westfries
Het dialectenwoordenboek Westfries bevat 216 gezegden, 3314 woorden en 12 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

216 gezegden

't gaat super!'t gaat mònster!
't is niet bepaald af....allegaar skeef en beroerd.
aan het eind van je latijn zijnaan het labbere end zijn (weze)
afzien van reanimerenwat dôod is, dôod laite
Als een bok op een haverkistAs 'n kraai op 'n kreng
als iets beschimmeld is't weer zit erin
Altijd goed, hoor!Voor nou en naggeres! Altiôd goed hhor
anverdan'n mooi sjouwtje
Bekijk het niet zo zwart-wit!Tussen dut en dat is ôk nag wat!
Commentaar opLang heer en luize!
Daar geloof ik geen barst van!Je liege dat je groen en géél ziene. Deer glouf ik hillegaar niks van.
daar hoor ik van op!deer wup ik van op! Deer zeg je zô wat.
daar hou ik helemaal niet vandeer ben 'k niks op stoven. Hier behoort nog bij, daarzo. Wij zeggen in het Westfries, deerzô.
dat geloof ik niet.je líege dènk? Dat glouf ik niet.
Dat ging niet goed..Slecht reiden...
dat heb ik je toch gezegd!hew ik ut niet soid Dat hew ik je toch zoid.
dat is wel heel ergdas ok hilsverskrikkeluk
dat is zeker waarGrôte Gert soit 't en Moindert ok
Dat komt later welDat komt deermee. (Straks.) Dat komt demie wel.
Dat meisje heeft hoogwater (als je lange broek te kort of boven enkels was) .Dat moidje het hoogwater. Gaat over een jongen met één broek, met te korte pijpen.
Dat moe van jou valt wel meeLouf ken lang an
dat was te verwachten, (negatief bedoeld) kejje begroipe.
de bloemetjes buiten gezet?an de reet weest?
De overmacht is (te) grootAs water brandt, brandt alles
die gaat volledig zijn eigen gangdie het met jou nôdig hillegaar nìks!
die is wel erg dom(Z0) dom as een deur
Die kan niet met geld omgaanDie smeert de Brei uit over het Tapijt
Die pronkt zijn met status/rijkdomDie het puur staanuit
Dit gaat me te ver!'t Kin te gek ôk!
doe 's rustig!je kenne bedare!
doe maar, ga je gang!dàt deed ik.
Donkere regenwolkenEen skip met zure appele. Zweer weer.
Door de zure appel heenbijtenBeter ien keer poin as allemaar jeuk
een boterham zo zuinig smeren dat de kanten niet bedekt zijn.Met drouge biene op de kant loupe.
een grote hoeveelheid (bv. er wonen veel de Witten in Hoogkarspel) as heer op 'n hond (puur zo veul de witjes in Hougkarspel, as heer op 'n hond!)
een heel donkere luchtdie lucht die koikt asof ie katte spaaie wil
een mooi stel!jut en juul
een uiltje knappende sleip effies deur je heen gaan leite
een vergeefts reis gemaakt'n dotrois had
ergens opgewonden/zenuwachtig voor zijnop jaagt weze
even wat anders aantrekkenefkes wat aars anskiete. Verkleide.
Flink aan de borrel geweestHet je weer met je reet omhoug sleipen? Zo, jo, lekker deurzakt gusteren?
Flinke borstenFlink end hout foar de doar Of aars, gewoon grootte tiete.
Gaat goed zo!Moôi zitte, dom koike!
gaat het nog gebeuren of hoe zit het?hoe denke je d'r over?
Geiten zijn een ramp!Al wul je lere vloeke, neem den goite!
Gezegd als iemand op hoge leeftijd is overleden.De baker had er gien skuld an.
gezegd over een magere man'n goeie haan die is niet vet
gezegd over liefdeslevenwie vroit die sloit, maar wie vroit mit zin die groeit 'r teugenin
Gezegd over roodharigenRoôie vale binne donderstrale!
Gezegd over scheelkijkersSkêle benne de mooiste niet, en mooie skêle benne der niet!
Gotsamme!Gotssame 'n skeip geve!
Haastige spoed is zelden goedEffies gauw, gauw is an de skeet sturven!
heb je het te hoog in je bolnoh maid het je het in je broeks skoit
heb je het te hoog in je bolnoh meid het je het in je broeks skoit
Heb je nog konijnvoer?Trien, hew je nag kneinevoer?
Heel hard regenen't spoelt / klapt van water
Helemaal op schemaSkoôn voor weze!
het gaat super't gaat skoftig
Het ging zeer snelIn toid van ja en nei
het interesseert me niet't skilt me gien bos wortele
Het is warm en broeierigLoeker weertje niet. Loekerug vandaag Gert.
Het kan/ past maar netKrappe sokken
het sneeuwt heel veeleen dikke sneijacht
het waait heel erg hardik waai uut mien letste verskóoning
het zal wel, ik geloof 'r niks van, ja ja...'t moet nôdig zo weze
Hij geeft geen krimp, doet 'm heel weinig!Die ken 't heit douge
Hij geeft geen krimp, het doet hem heel weinigDie trekt gien zout
Hij heeft nog een meisje buiten de deurHai het nog 'n ket in de boet
Hij is niet vrijgevigHai heb 't niet an z'n geefklier
Hij/zij is even wegHij/zij is ut land uit
hoge schulden hebbenzweer zitte
hopelijkeffies gauw gauw is an de skeet sturven
Hou nou 's op met dat gepush!Weet je, je moste kippe gaan houwe, kejje deer achteran te jage.
Hou rekening met eventuele tegenvallers..as je rekene op roze, draait 't in de regel uit op peerdebloeme
Iemand afzette, teveel laten betalenIentje oflègge
iemand die dronken ishij heeft een sneetje in z'n oor
iemand die jankt om niksjankziel, jankbuil, jankert
iemand die niet te vertrouwen isdunne hond
iemand die te veel drinktdie lust 't as de poes melk
Iemand die wel erg traag isDie het de toid, die komt van Hoorn..
iemand in de gaten houdeniemand op het snotje hebben
iets graag willenerregus stroid van hewwe
ik ben doodmoeik ben meer as louf
Ik ben doodmoe!Ik bin stek of!
Ik ben er helemaal klaar mee!Ik bin d'r dik mee an! Ik hew 't jak an.
ik ben moeik hei loafe passies
Ik ben moe'k Heb 't end in de bek
Ik ben zo ongerust!Ik ois m'n doôd! Ik knoip 'm .
Ik heb 't helemaal gehad!Ik bin d'r doôd (gruwelijk) mee an
ik heb je heus wel door.ik het jou al lang op skot
ik kan nou eenmaal niet 2 dingen tegelijk.ik ken niet hèkse!
Ik mis mijn leeftijdsgenoten op de kermisIk gane niet meer te kermis, 't is allienig maar zeuveuursgoed
In de gatenOp skot
in de gaten houdenin de smieze houwe
ja maar als........as is verbrande turf!
jammerte bot
Je durft wel hoorJe benne me d'r ien
je gulp staat openje knoine loupe los. Je kippe loupe d'r uit!
je haar is in de warje heer is in de tist
je verbazing uitdrukkenKerel in de mast
Je zou toch denken....Je zoue meist miene.....
jeetje wat een kleine portieeen prakkie van een zieke kip
Jesus wàt lekker!Je kenne je hemd erin verteren
jij snapt het!jai pikke de keutel.
jullie zijn een stelletje etterbuilen!krenge van joos dat jullie benne!
Kiezen of delenJe kinne an de meister of an de dokter
Kiezen of delenJe kinne an de kat of an de keis
Kinderen uit een tweede relatieTweide leg
Koud? Hoezo koud?Wie koud is is lui!
Kraamvisitepoppie koiken
Krijg de typhusze moste je doôdskoppe!
maak dát de kat wijs!je kenne 't mooi vertelle
maak je gezicht schoonmaak je toet skoon
Maak je niet druk, het pakt altijd anders uit dan je denkt.Tob niet, 't komt toch aars!
mamma's grootste verjaardagswenszoete joossies
melding van de geboorte van een baby in je gezinpoppie kocht
met 1 voet door het ijs gezaktklispoot had, natsoik Snoek.
Met het een, komt vaak het anderWeer kikkers binne, binne ooievaars
met iemand naar bed geweest zijnan de rol weest
met lange tanden etenkauwe as 'n aap op knikkers
mij is een andere mening toegedaan over die gastdie most 'n pik hooi luste
modder aan mijn laarzenprut an je leerze
moet dat echt nú?moet dat op stel en sprong?
moet dat echt nú?de lucht hangt nog vol met dagen
mooi zitten, dom kijken en overal van opkijkenmoi anzitte, dom kaike en overal bar van ophore
mooie vrouw met weing inhoudhuisie zonders meubels
Naar een toneelvoorstelling gaan.Te teneêle
Naar huis toe gaanpadje inkorte
Netjes gekleed (om uit te gaan ) Pikt en dreven
Niet getreurd als de verkering uit is.Gien hand vol, maar 'n land vol!
Niet op 'n hoek en een kant staan vozen!Gien Haarlemmerdaikies!
niet te moeilijk doenniet te bestrukkerig
Nog voor het huwelijk zwanger rakenZe heb de aker in de bak valle late
nou ja! (uitroep) suks nou maar weer!
O, o, wat hebben die een lol!skik had, broek nat.
oef!dat komt nag bèst of! da's bèst ofkommen!
okee, dat zal ik doenden doene we dat
onder de middag overblijven op schoolop broôd gaan Overbloive.
onnodig de confrontatie aangaan, op ramkoers liggede hel opbouwen.
Onzin vertellenJe prate as ien kip zonder kop
Onzin vertellenTeute as 'n jonge moid
ook zelf eens een rondje geven hoor!niet op skuiffies laupe
op andermans kosten in 't café hangenop skuiffies laupe
op een afgelegen plaatsop een achteroffie
op een gegeven ogenblikop 'n end
Op een zogenaamd gemengd huwelijk kan geen zegen rustenTwei gelouve op ien kusse, deer sleipt de duvel tusse
Op kraamvisite gaanMet de teertendoos op stap gaan
over hem hoef je je geen zorgen te makendie? die vund z'n kaai
overdreven zoet, veeels te zoet't is malzoet
Overmoedig door drankgebruikRoik en sterk! Zuiplap.
Pathologische luiaardLoof ken lang ân
Precies in je straatjeIn de kikker zijn bek
reactie op de vermeende verwendheid van de huidige generatie't most weer us oorlog worre
recht voor zijn raap pratenstugge zegger
regelmatig er op uit (uitje) aldermetteres uitverdan
relativerende opmerkingas der hier of deer maar un lampie brand
rijkeluiswens (een zoon en een dochter ) 'n steltje op de kast.
rustig aan doenkoeter de koet
schone kleren voor na het werkverskòondersgoed, opknappersgoed
sinterklaas aan het vierenan 't sunterklaze
smerig op de rugkladdig op de reg
Sonja Bakkeren eenvoudig uitgelegdEet brod met kais, gien kais met brod!
Spelen met je etenPrieken
stampen uit pure woede of onmachtstampe as 'n kwaad skaip
Sterke kleine manPoestug manje
StomdronkenBlauw as potloôd
Tekeer gaanSkreeuwe en angaan!
tjonge-jongegort gort! Nouw, nouw.
Trouwen is je schoonouders spekkenTrouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit.
tussen hen komt het niet meer goeddat pôot is stik
twee en een halfien en 'n aref Twei en 'n aref
urineren (buiten)de goit verzette Kan ook gewoon in huis op de wc.
van slag zijnvan de rel wezen
van toeten nog blazen wetenhoed nag blaize, ook wel: toete nag de rand
van vrijen wordt je magerwie vroit die sloit
Verkering hebbenKnoeierij hebben
vol van het etendik en don Vol en dein.
vreemd in de klerenje benne raar in de dos
Vrienden er met elkaar er op uiteffe n nessie leeghalen
Vroeg op zijn, vroeg aan het werk zijnVroeg op gat weze
Waar die nou weer uithangt....die is te kermis.
waar heb je dat op de koop getikt?weer hejje dàt opdein?
waar het gezellig is daar is bier.weer't vrolek is deer is pils.
Waar twee kijven, twee schuld.Twei klamme, twei skuld!
Waardeloos persoon'T doodskoppe niet weerd (Dôodskoppe)
wat een haast!moet je met de Hoornse boot mee? (Boôt.)
Wat een ongelofelijke kniert!Die? Die skoit niet voor elleven
wat een stelletje sjacherijnenminse benne lauf
Wàt een vreemde vogelwat 'n portret
wat hij doet dat skilt main gien iene zak pisal skait ie op de rand vamme bord, ast 'r maar niet inkomt
wat hij doet interesseert me geen ene zak pisAl skait ie op de rand vamme bord, as't 'r maar niet in komt
Wat loop jij erbij!je steke d'rin as 'n boneskouf
wat was jij van plan?wat het jai int snotje?
wat zie je er slecht uitje ziene deruit as un pislap
We doen kalm aanWe doene koeterdekoet
We moesten maar eens gaan!We moste oôs padje maares(derus) inkorte!
weggaanan de reet gaan
weggooienachter de boet gooien
witte kool uit de langedijklangedoiker
Ze gaan eropuit (ook gezegd van kinderen die het huis uitgaan ) Ze gane de woid uit
ze gingen achter elkaar naar de verdommenisze gonge kat nei kat naar de ratsmodee
Ze kunnen het goed vinden met elkaarZe kinne ut pittug rooie mit mekaar
ze zijn getrouwd en hebben kinderen.ze benne trouwd en dain
Ze zijn katholiekZe binne van 't houtje
zeer gelovigzo foin as poppestrond. Erg foin.
Zeer goed gekleed gaanvoor de kraam om kenne
zeer moe zijnmeer as loof weze, Lauf.
zeer slecht geslapen hebben'n kolnacht had
zeg, doe 's effe relaxed man!hoe wild is de wereld aigeluk?
zeg, doe 's effe relaxed man!je kenne bedare docht ik zo.
zeg, doe 's effe relaxed man!de wereld is niet ràzend!
Zegt iemand die nooit in de kerk komtKweet geniesen of ie vurft is of teert.
zij (derde persoon meervoud) hunnie of zullie
zij heeft flinke borsten't is vol in 't bloesie
Zo moet het maarZachies late zitte en hard bij weglope

3314 woorden

(het) gebeurd (persoonsvorm) beurt
(het) gebeurt = persoonsvormbeurt
(na) denkenprakkeseren
(stoere) binkmansert, manse aap
(tuin) aardeprut
'n opschepper"haai komt van Groôtebroek" of "Streker"
's avondsseives
's ochtendssoches
's vrijdagsvroides
's woensdagswoenesdes
's zondagszundes
't westeinde't westend
(aardbeien)vergiet(erebaaie)gatemetiel
1ien
1 hectarebunder, 700-RR-Rijnlanse roeden.
1/2de halft .aref
17zeuventien
2 twei
20twuntig
200tweihonderd
2000tweiduzend
21ienentwuntig
22tweientwuntig
23drièentwuntig
24vierentwuntig
25voifentwuntig
26zesuntwuntig
27zeuvenentwuntig
28achtentwuntig
29negentwuntig
2e hands kledingarmeluiskloffie
4vier
40jaar (bijna) slappe veertiger
5voif
50voiftig
55voifenvoiftig
7zeuven
77zeuvenenzeuventig
80tachentig
9negen

A

aagjeaagie
aalbesallèbès
aalbessestruikallebèsseboum
aalfuikeêlfuk, palingfuk, of gewoon fukke.
aanan
aan elkaaran mekààr
aan houden om hem te sprekenanpunte, ientje stoppe leite. Teugenhouwe
aan kantbedein
aan nemenanneme
aan potenanpouke
aan trekkenanhale
aanaardenaneerde, rugge make
aanazenàneize
aandragerandreiger
aandringenanstaan
aangaananbelange
aangedraaidandraaid
aangezichtsnufferd
aanhaligeêlsk
aanhangselstruultje
aanhangwagenanningwage
aanhangwagenkros
aanhankelijksels, gezelschap zoeken.
aanhechtenanhefte
aanhoudenanstaan, anhouwe.
aanhoudenannagele
aankijkankoik, ankoike.
aankomendankomd
aankomendankommend
aanliggenanlègge
aanloopanloup
aanlopenanloupe
aannemelingankommeling
aannemelingannemer
aannemerannemer
aannemingsbedrijfannemersspul
aannemingsfeestannemersfeist
aanpakkenantuige
aanpassen (zich) z'n oigen vernuvere (vero)
aanrechtboenbank, Is geen aanrecht maar een bij sloot gelegen klein steigertje, om daar de vaat te reinigen In huis gewoon goôtstien.
aanrechtanrecht
aanrichtenanrechte
aanrukkenanròkke
aanschaffenanskafte
aanschroeienanskrouke, anskroeve
aanstaande moederassiè
aanstellerignesk
aanstellerijanstelderaai
aanstondsaans. zô
aanstondsaansen, zo met één dakje.
aanstondsaansies
aanstondsansens
aanstondsdemie
aantrekkelijkpittug
aantrekkenantorne
aantrekkenantrekken
aantrekkendantrekkelek
aanvliegenanvliege
aanwenselanwenst
aanwijzinganwoizing
aanwijzingenanwoizings
aanzeggenanzèg
aanzeggeranroeper. Kwam vroeger zeggen dat er één was overleden.
aanzettenansasse, anzette.
aanzichtopzicht
aanzichtankoik
aanzittenanzitte
aanzitten, genoeglijkpeut, don of mooi anzitte
aapjesaapies
aardappelpieper, eerdappel
aardappel van een bepaald soortofkouker
aardappelenpiepers, eerappels
aardappelmeseerappeleskildersmes
aardappelmesjeeerappeleskildersmessie
aardappelrooischopjerôderskoppie
aardappelserepels
aardappelspiepers
aardappelschillenpiepersjasse
aardbeierebaai
aardbeierebai
aardbeienerebaaie
aardbeienkistjeeerebaaiekissie
aardeeerd
aardewerkdiggelegoed
aardig, leukpittig
AartswoudIerswoud
aasals, Beet.
aasjeaasie
abbestedeabbestad
absoluut nietom de dooie dood niet
accoderenakkerdère
achterafter
achteraanachteran
achterafachterof
achterafjeachteroffie
achterbaksachterbaaks
achterbaksachterkousig
achtererfachterwurft
achterhuisàchteres
achternaachternei
achternaefternei
achterneefachteromsklomp
achternichtachteromsklomp
achteropop achter
achtersteachterst
achterste deelachterend
achterste perceelachterstik
achtertuinjeachteruitje
achteruitgangachteruit
activiteitaktivitoit
ademasem
ademenaseme
advocaataffekaat
advocaatavvekaat
afof
af en toealtemetteres
af en toealtemet
af en toebaitaaie
afblijvenofbloive
afblijven!niet 'r allemaar an! ofbloive!
afblijven!!niet 'r an!
afdakark, ofdak
afdakbartees
afgeleefdakker
afgelegenienhan (d) s; uitverdan
afgeleverdofleverd
afnemenofneme
afnemenzakke
afrekenen/betalenoftikke
afruimenofredde; ofruime
afscheidofskoid
AfsluitdijkOfsluitdoik
aftroggelenofpolle, oftroffele
afvoergatgoôsgat
afwassengoeskômake
afwaswaterwapeling, soppie.
afwijkenofwoike
afwijkende melk door uierontstekingdroop
afzettenoflègge. = Als je dood bent. Ofzette is Westfries.
akeligakelek
al langallang al
al lopendlopendevort; loupendevort
al pratendepratendevort
aldaarànkemd
aldooroftig (=vaak) ; aldeur. Deerzo.
aldoorallegedurig
aldooraldeur
aldoor / steedsalsmaar
alikruikalikruk
AlkmaarAllekmaar
allebeialletwei, hullie, of boide
allebeibaaiegaâr
allebeibaaietwei
allebijalletwei
alledaagsdaags
alleenalliendig, Allien.
alleenallienig
alleenallien
alleenenkeld
allegedurigalgedurig
allemaalalles
allemaalallegaar
Allemaal hetzelfdeIen toet mem
allemans vriendinnetjeallemansmoidje
allerakeligstaldernaarst
allesallies
alles lustenbedelaarsmaag
alles lustenbedelaarsbekkie
allichtsachs, vezelf.
alpinopetklotje
alsal
alsas; aas
alsas
als as
Als het je toch niet uitmaakt...al ken 't je toch niet skêle as 't je toch niks ken skele As je toch niks uitmaakt
Àls je iets leent van iemand en het gaat stuk of raakt zoek dan moet je het vervangen.Stik weg, 'n aar! 't Is te barsten gaan of 't kepot.

A

alsmaarallemaar ,aldeur
alteratiealderassie
altijdaltoid
amandelmangel
amperkwaluk
anderaar
ander aar
ander dingetjeaârtje
andereare
anderhalfaref
anderhalfaârlef
anderhalf onsarufôôs
andersaars
anders dan anderenaars as een aar; aars aas are
andersomaarsom
AndijkAndoik
Andijkeerappel end
andijviestampstimpestamp; stimpstamp
angstang
angst hebbenje oigen doôd oise
angstigbang
angstigbangig
apartampart
apartampartig; ampart
apotheekapteek
appelappele
appelenappele; appels
appelerenabbelère
appelmoesappelepent
appelsappele
appeltaartappelleteerd
aquariumaker
arbeiderarrebaaier, arboider.
arbeiders praatarrebaaierspraat
arbeiderspraatarrebaaierspraat
arensnijderaresnaaier
argumenterenargewere
armlastigarmetierig
armlastigvan de armekas trekke
armoe (de) armoed
armoedearremoed
arresterenarrestere
artiestartist
artiestenartiste
asask
asdomp deut
asdompdeut
asjemenou!moin christen!, ook wel: christen credo!
aslaaslaad
autooto; auto
autobandotoband; autoband
autobandenotobande; autobande
avondeivend
azeneize
azijnazoin

B

baardbeerd
baard scherenbeerte
baarsbeers
baarsjebeersie
babypop; poppie; purkie
bacillenbaksille
badenbadderen
baggerslik
baggerprut, skotwal
baggeren (handmatig) slikke
baggeren (handmatig) vlosse
bakbokkingbakbokkem
bakerbaakster
bakkenbakke
balastschopballingskop
baldadigbedeidelig
baleinebezembeloinebezem
balkbadding
ballastschopballingskop
banaanbenaan
bananenbenane
bandenbande
bangbangig
bangelijkbangig
bangerdbangeskoiter
bangerikbangeskoiter (d)
bank in roeiboot of op een wagendoft
bankjeassiedankie
bar znbar
barbaarsbarrebaars
BarsingerhornBarregórre
barstenbarste
bastaards vloekarrejakkig
bastaardsvloekakkerdefalie
bed bordjebebbordje
bedachtbedocht
bedankjebedankie
bedankjesbedankies
beddeplankbedsplank
beddeplankbedsplank; besplank
beddetijkbeddeteek
bedelen van voedselgnokke
bedelen, iemand 't eten van zijn bord kijkengnokke
bedelend aankijkengnokke
bedervenbederve
bedlegerig zijnbedderig
bedrijfbedroif
bedrijvenbedroive
beenbien
beestbeist
beestenbeiste
beestjebeisie
beestjesbeisies
beetjehortje, kloin beetje.
beetje aan rommellenstudderen
beglurenbeglouwe
begravenbedekt
begraven wordenbedekt worre
begrijpbegroip
begrijpenbegroipe
begrotelijknoselek
behangpapierbehang
behoorlijkpuur; purig; verlegen
behoorlijkpittig
behoren; moetenvlaaie (vero)
beidebaaiegaâr
beidebaais
bekafdoôdlouf; doôdloof
bekafdoôdloof
bekeurenbekelanzère
bekijkenbekoike
bekijkenbeknoinze
bekkenbekke
bekoringbekoren
bekrompenbenauwd
bekvechtenkibbele; klamme
bekvechtenklamme
bekvechtenkriewen
bekwaamtuuk
belangstellendbelangroik
beledigenafgront
belegbelaai
belegselbelèg
BelgiëBelgi:e
belhamelbasseroet
bellangenanbelange
bellenbelle
belopenbeloupe
beluidenbeluie
bemoeialhennemelker, gewoôn hen.
bemoeiziek persoonoud woif; meut, opoetet
Ben jij een aanhankelijk meisjeBen jij een sels woiffie
benauwdheidbenauwdighoid
benauwdheidbenauwdhede
benedenbeneer, leiger.
benedenbenedenen
benenbiene
benzineplofstof
bereikenbegaan, beroike
bergbarg
berg (bv. puin) bult puin, meuk
berg puinhoup puin
berijdenberaaie
berijpt rakenwitvrieze
BerlijnBerloin
beroeringbereuring
beschadigdbeskandeleseerd
beschadigdverskammeleseerd
beschadigenbeskandelezere
beschadigenbeskandelesere; beskandelezere
bescheidebedèst, beskoiden.
bescheidenbedést (van modest) ; beskoide
beschermdbeskermd
beschermdebeskermde
beschuit met kaas en roggebroodhoutsnip
beslagenbesloegen
beslommeringenare drokte
bessenpapbessepent
best welpittig
besturenbesture
bestuursledenbestuurslede
betasten (licht erotisch) frunneke, veugele
beterbeterder
betoverenbekolle
betrouwbaarbetrouwd
bevallenanvalle
bevestigenbevestigge
bevochtigen van strijkgoedindoffe
Bevoorrecht zijnAn 't voorspeen legge
bevuilenbedritte
bevuilenbelabbe
bewarenbeware
bezeerd zijn, b.v een kind na val met fiets.noh knecht, wat ben jij skarnisselt (uit wmh. m'n oma)
bezoekingankomst
bezuinigenbenoupe
bierpils, assebasie
bijbai
bijbaai
bij een harken van gemaaid grasanswêle
bij hetbaai 't
bij iemand voor het uitzicht staanje benne 'n mooie keers maar je geve gien licht
bij lange nietin gien voete of vame
bijbetalenbaispitte
bijdebaaiegaâr, Zôwat,skier.
bijdehandpokdalig; slachtig
bijdehantepokdalige; slachtige
bijgerechtbaispul
bijgerechtbaaispul
bijhoudenbekrombiene
bijkeukenboetje; klompehossie
bijnabedát
bijnameist
bijnaaltemetterus
bijnatemet
bijnazowat
bijstellenbaaistelle
bijtijds (hij kwam bijtijds elke week) haai kwam baaitaaie alle weke
Bijzonder aardigverlegen pittug
Bijzonder glanzend't Glom as 'n butterdiggel in de maneskoin
billen (dijen) bille
binnenin binnen
binnenbandenwindzakke
binnenhalenbegaffele, netan iets kenne binnenhale
binnenstadbinnenstee
BinnenwijzendBinnenwoizend
blazenfutere
blazenbleize
bleekbenepen
bleek ziekelijkbriek
bleekveldbleik
blijbloid
blijdschapbloidskap
blijdschapbloidskip
blijvenbloive
blijven slapen (logeren) te warskippen
bliksemenblikkere, onwere
bliksemtblikkert
bloeienbloeie
bloemblom
bloembollen oogstente bolle rape/zoeke
BlokdijkBlokdik
blutrut; ruttum
bobeldijkbobbeldìk
BobeldijkBobbeldoik
bodem met een restjebôdempie
boekjesboekies
boenengrobbele
boerenlandboereland
boerenwagenbakswagen
boersboerig
bokkingbokkem
bokkingbokkum
bol bol
bollenpellerbollepelder
bollenpelsterbollepelster
bomenboume
bonkklaak
bont maakeallegaârtje
boodschapboskip
boodschapboôskap
boodschap brengenmiedebrenger (?)
boodschappenboskippe
boodschappenboskippûh
boodschappenboôskippe
boodschappenboeskippe
boodschappenboôsskippe
boodschappen boskippe
boodschappen doenboôskippe doen
boomboum
boonmit bòòòòòn
boonmit bòòòn > de leukste familie van NEDERLAND
Boongeweldige familie/met bòòòòn
boosbals
boos jong meisjekwaad skeip
borsteltje; borstelhaarskuiertje; skuierkop
borstrokbaaitje
bos bloemenruikertje
Bosniëidem
boterbutter
boterhamstik; piel
boterhammenstikke; piele
botersausbutterstip
botervlootbutterdiggel
botorhammenzakjestikkebuul
bouwvalligskammerottig
bovendiendeerbaai
Bovenkarspelidem
braadbreid
braakneiging hebbenfrouke; kore
braakneiging/kokhalzenfrouke
bradenbreide
braken (overgeven) spaaie
brandfik; stouk, stoukie, blakere
brandstouk; stoukie
brandende hoop strobèkem. De fik staat in 't strô.
brandnetelbrandenekel
brandnetel brandenekel
brederbreier
breienbraaie
brij (pap) braai
BrilFok
broedsbroesk; broes
broedsbroes; broesk
broedselbroed
broeierigbederfelek
broeierighennepullig
Broek op LangedijkBroek (op Langedoik)
broekzakdiezek
Broekzakdizek
broekzakdiések
BroerdijkBroerdìk, Browerdoik.
brokstik
brommerdarmeskudder
brommerbrommert
bromvlieggonzer
bromvliegbrommer
brood eet tijdskofttoid, konkele.Dit werd gedaan op het land. Brood eet tijd, was in huis. In het Westfries, eterstoid.
broodje bij de koffiekoppiestiek of koppiestoet
broodtrommelstikkebuul, is van een 'stof' gemaakt. Dat andere is één stikkestommel.
brouwenbreie
brugbreg
brug van houttil
bruggenbregge
bruggetjebreggie
bruiloftbrulleft
bruiloft vierenbrullefte
bruinbrûn (Opperdoes) ; bruin
Bruin broodStoet
brutaalbrutaal; astrant
brutaalasserant
bubbelhuppel
bubbelshuppels
bubbeltjehuppelje
bubbeltjeshuppeljes
buiskoer, Is één gedeelte van één regenbui, welk net over iets heen gaat, of langs, 'skeert.
buikbûk
buitenbûten (Opperdoes)
buiten de grenzenuitelemalte
buitenafbuitenof
buitengewoonallemachtig
BulgarijeBulgeraaie
bultenbulte
bushokjebushokkie
ButterhuizenButterhúize
buurtschapbuurtskap
buurtschappenbuurtskappe

C

CallantsoogKallantsoog
camerakamera
campingkemping
cappucinokappusino
cappucino'skappusino's
cappucinootjeskappusinootjes
cappuconootjekappuusinootje
capsoneskapsones
capucijnersgrauwe urte
caravansleurhut
Carnaval vierenpapagaaien feest
celsel
cel (gevangenis) spinnehok
cellenselle
centensente
centrasentrums
centrumsentrum
centrumssentrums
chagarijnigbelóórd
chagrijnigbelóórd
chagrijnig; zuinig, gierigsaggeroinig
collectekollekte
collecterenkollektere
comminicatiekommunikazie
computerkompjoeter
contolefreakbestruk
coolgeif; gaaf
crimineel; ook uitroep van verbazingkrimmineêl
criminelekrimminêle
croissantluuksie
croissantjeluuksietje
croissantjesluuksietjes
croissantsluuksies
Cyprusidem

D

daardeer of deero
daard'r
daar hoor ik van op!zuks! Deer hew ik 't van op an!
daarachterdeerachter
daarbijdeerbaai
daarindeerin
daarind'rin
daarnadeerop; d'rnei
daarnetnet zo even; passies
dachtdocht
dachtendochte
dag dat het bed wordt verschoondbedskòmmakersdag
damhekachterdam
danden
Dan zijn de rapen gaar!den is Jut jarig!
dansendanse
DansenDjensen
dat bedoel ikdat deervan
Dat ging niet goed.. Slecht reiden...
Dat ging prima!Goed skôten!
Dat had je eerder moeten bedenkenas is verbrande turf
Dat is allemaal hetzelfdeIen toet mem
dat is een beste jongendie het 't kwaad niet de wirreld inskopt
Dat is geen reële voorstelling van zakenJe kenne wel zêgge: haal 'n peerd uit 't land, maar 't moet er wel loupe!
Dat is geregeldDat aai is op rust
Dat is toch ook heel ergDas ok hilsverskrikkiluk
Dat lijkt me wat!Dat rooit er op!
Dat lijkt nergens op!Dat rooit kat nach varreke! Dat rooit nerges nei!
dat zou best wel eens zo kunnen zijndat kon nag wel d'r 's
de broekriem aanhalen (op dieet zijn) skrieme
de deur vergrendelende look op de molder
de hele boelsántepetie; santemekraam; de hêle ratsemodee
de knipde puut
de koek is oudde koek is bol; ousk
de noordde noôrd of 't Noôrd
de Weelde Weêl; 't Weêltje
dedendeje
dedendede; deje
deftigswiet; petent
denkdink
denk ikdink
denkendinke
derièreachterkret
desondanksevengoed
deugnietaapslag
deugnietbasseroet; bazzeroet
deugnietbarrel
deugnietape
deugniet.aapstien
deukbus, blus
deur naar de hooibergbergdeur, darsdeur
deurtjedeurke Opperdoes)
dezedeuze
dezedeus
dezelfde zulke (meervoud) sukkers
dezelfde; zulke (meervoud) sukkers
diagonaalskriks
dialectdialekt
diareebarreleskeet
diarreeskoiteraai
diarree hebbenan de skeet wezen
Die is (na zijn ziekte ) niet meer dezelfdeDie het puur zô' n jassie uitdein!
die is na ziekte sterk vermagerddie het puur zo'n jasje uitdein (jassie)
die mag ook àlles!al skoit ie (verdomme) op tafel
dijkdoik
dijkhuisjekuite koikers huissie
dijkpaaldoikpaâl
dikdikdalver
dikvet
dikke buikboetje op me buk
dikke tweetandig houten vorkbaak
dikke vrouwlog
dikke vrouwskommel; skommelleskuit
dikzakbul
dingetjedinkie
Dinsdagdinnesdag
dinsdagdingesdeg
distelstekel
ditdut
doedoen
Doe effe gewoon man!Doen 's niet zo leukig
doendoene
doen het ook maarlapetemoccus
dokterenmeistere
donderdagdonderdeg
donderstraalbarrel
DoodPiem
dood dierkreng, of doôd beist.
doodedooie
doodlachenbegille
doodlachenbegiere
doodmoelouf
doopplechtigheiddoupie
doordeur
door de vorst moeten stoppen met werkenuitvrieze
door regen moeten stoppen met werkenuitregene
door zuinigheid uitsparenuitzuinige
doorgaansdeurgaans
dopendeppe
dopingdouping
dorpdurp
dorpeling, van elders gekomenbuitenpoorter
dorpendurpe
dorpshuisdurpshuis
dozendôze
draagbaarberrie
draden trekken (bij havermout koken) liemere; lieme
drassignesk
drassigernesker
drassigstneskst
drieentwintigdrièentwuntig
driewieligedriewielder (driewielder kar)
driftigpoestig
driftigbal
driftigerpoestiger
driftigstpoestigst
drinkenleute
drinken aan de moeder borstanpakke
droge lippensprôze lippe
drommelsweerlicht
dronken blauw
dronkenskeef
dronkensikker
dronkenblauw
DronkenPeut an
droogdroug
drooglijnklereloin, of drougloin
druileriggranzerig
druilerig weergranzerig weer
drukdoenig
drukdròk
drukbedroivig
Druk met niksZô drok as 'n kloin basie
druk praten en niets zeggenpregeren
drukkend weer, wanneer er onweer op komst isBol weer
druktedrokte
druktebedroive
drukte omhaalheisa
druktemakerhaaibaai
dubbeldubbelt
DudinkMooie familie/het sterke ras.
DudinkDudels
duinnol
duinennolle
duivelduvel
duivelskindbèlie
duiveltjeduveltje
duizendduzend
duizendenduzende
dun van stofflutterig
dus (als stopwoord gebruikt) dat.
dut moet, dat moet, moete? ete moet je, doòd gaane je.
duurdurábel, proizig.
dwarrelwinddweer; snorrelwind
dwarsnittelig
dwarsoverdwarsof
dweilvoil, dwoil.

E

echtgenootanhang
echtgenoteanhang. De kouwe kant.
economieekonomie
één ien

E

een andereien are. 'n Are is juist, maar is ook één oppervlaktemaat. Eén are is honderd vierkante meter, en 10.000 vierkante is één bunder oftewel één hectare.
een boterham zeer royaal met boter besmeerdstik broôd met klake butter
een buurpraatje houdenbuurte; beurze
één hectarebunder

E

een heel karweiantui, veul werk.
een kindje krijgen/bevallen'n poppie koupe
een niet bevrucht ei onder een broedse kipskolver
een niet bevrucht ei onder een broedse kipskolper
een of andereien of âre
één of een paar stralen melk afnemen vóór het melkenofspatte

E

Een ongeluk zit in een klein hoekjeas 't ongeluk 't wul breek je je vinger in je neusgat
Een onverwachte gast geeft alleen maar last.Onverwacht komt ongelegen
Een onverwachte gast is nooit iemand tot lastOnverwacht voegt 't best
een schoonmaakbeurt gevenskake
een sigaar opstekenanpunte
een slecht persoonpeerdevolk
een snotneus hebbennommer elf op de lip hewwe
een tijdjeun skoffie. 'n toidje.
een verbroke verkering herstellenanmake
eenden kuikenspulletjes
EendenkuikenPulletje
eenentwintigienentwuntig
Eenigenburgidem
eensiens. Durus.
eenseris
eentjeientje
eenzaamienluk, allienug, sels
eerst eenseerstens
egoid
eggenoide
eiaâi
eienaâiere
eierenaaiere
eierstruifaaierestruis
eigenoigen
eigenaaroigenaar
eigenaardigaardig
eigenaardigkuuks
eigenenoigene
eigenlijkállek. oigeloik.
Eigenlijk vind je haar/hem wel leuk.Weer je 't meist van hew te zêggen, kom je 't dichtste baai te lêgge
eigenwijsoigenwois
eigenwijs iemanddwarsharses
eigenwijs iemandoigenwoisie; oigenwois endje mens
eigenwijzeoigenwoize
eikelaker
eikelaardaker. droppie, lul, kloôtzak.
eindeend; oind; oinde
einde, stukoind
eindelijkoindeluk
eindigoindig
eindigenoindige
eindigtoindigt
eisois
eisenoise
eksteraakster
elastiekhillestiek
elastiekstiek
elastiekjehillestiekie
elkaarmekaar
elkealle
emeltgreêuwe wurm
emmeraker
eneiene
enfinafoin
enigienigst
enkelanklouf
enkelankleêuw
enkelenkelt
EnkhuizenHenkuze
EnkhuizenInghúze
enkhuizenaarInghuzenner
EnkhuizerHenkuzer
er'r
erur
er achteraan rennendr achteran florte
er naastneist-an; zoid an
er op uitanverdan
er verhit uitzien na ravottenverboeft
erbijd'rbaai
ereledenerelede
erfurft
erfwurft
erfdeelurfdeêl
erfenisplok
erfenisjeplokkie
erfenissenplokke
ergbot
ergbar
Erg koud gewordenBokvroren!
erg moedoôd louf/loof. bar lauf, ofpeigert.
erg zoutbroinzout. Het tegenovergestelde is 'fleuw'.
ergens moeite mee hebbend'r puur zo'n keg an hewwe
erind'rin
ernaternei. d,r nei
eruitd'ruit
ervaren tuinderbouwrot. Tukke bouwer.
erwtskokker; urt
erwturt
erwtenskokkers, urte
erwtensoepSnert
etappeetap
etensrestjekliekie
etensrestjeslessies
etenstijdeterstoid
etenstijd; schafttijdskoftoid
etteratter
etterbakaterling
etterbuilkoelicht, huut, skrook, stienpuist. ('n Skrook is iemand die heel mager is)
Europaidem
evenefkes
eveneffies
Even een eindje rijdenEffies an de reet
Even rustig kinderen!doen 's niet zo graskalleverig; doen 's niet zo nuwluk
eveneensalliens
evengoedidem evenzogoed.
eventjeseffies
evenveelevenveul
evenwelalèvel

F

fabriekfebriek
faillissementferliezement
familiairvan oigens
familiefemilie
fantastischskoftig
februarifebrewarie
feestfeist
fietsenan de reed weest. oizeren peerd.
figuurmedel
fijnfoin
flauw van smaaklaf, lafferig
flauw van smaakfleêuw of fleêuwig
flauwekulonwoizighoid
flinkbrat
flinkpuur
flirtenkaterjage
flitsenhet licht pittig
fluweelferwiel
fopspeenstiek
forcerenfaksére
forse bilpartijbatteraai
fototoestelidem
FrankrijkFrankroik
frishufterig
frisgappejannig
frisbeeswikker
frisdrankhuppeltjeswater; frissie; frissighoid
frisdrankboerewater
fuikfuk
fundering van een hooibergbergmuurtje
futenfute

G

ga je op bezoekgae je te warskip. Dan ga je daar slapen. Gewoôn 'n koppie doen.
gaafgeif (?)
gaaf (erg goed) onwois goed
gaanidem
gaangane
Gaan logerenTe warskip
gaapmeêuw
gaaptmeêuwt
gammelkrammenappug
gapenmeêuwe
garneringagrementje
gasten; visiteeters; volk
gastvrijgastvraai
geadopteerd kindjethuishaalder
gearmdarmpe-deur
gearmdarmpie-deur
gearresteerdarresteerd
gebaand padbaan
gebarsen lippen bij oosterwindsprôse lippe, sore lippe
gebarstenzoor is wel juist maar is gewoon 'drouge' grond.
gebektbebekt
gebeurd (het is ..) beurd
gebeurdebeurde
gebeurenbaikomme
gebiedidem
gebiedengebiede
geblevenbleven
gebliksemdblikkerd
geblustblust
gebradenbreiden
gebrekkiggebrekkeluk
gebruikengebruike
gebruikeridem
gedaandein
gedaanbedein
gedachtdocht
gedichtroim
gedichtenroime
gedijen, groeienreide, goil gewas, goil groeie. Heeft niets van doen op seksueel gebied, gewoon dat het snel groeit.
geengien
Geen tijd?Gien toid is gauw zoid, je make toid en je hêwwe altoid toid!
geen vooruitgang makenteuven
Geen weggeverSkuiffiesloper. Werkloôs.
Geen zaken erbij betrekken die er niets mee te maken hebben.'t huisie baai 't skuurtje houwe
geeneensniet iense, niet iesen
geeneensgeniese
geestgeist
gegaaptmeêuwd
gegapenmeêuwd
gegooidgooid
gehaaldhaald
gehadhad
gehaktfrik
gehakt van een nuchterkalffrik
gehaktbalfrikbal
geitgoit
geitengoite
gek zijn op je kinderengroots zoin met je kindere
geknieldkniest
gekniptskeert. Dan wordt je baard ervan afgehaald met het scheermes. Skere. Dan gaat van het gezicht (en dat was vroeger) één keer per week de baard eraf.
gekochtkocht
gekomenkommen
gekozenkozen; kôzen
gekrabdskurkt
gekregenkregen
gekweld woordenbeheeftig
geldpuut
Gelderlandidem
gele klinkertjesboeregeêltjes
geleerdbeleerd
gelegen (volt.dw) loid
geleidelijk aanallèskende
geliktslikt
gelogeerd bij iemandte warskippe weest
geloofgelouf
geloviggelouvig
gelukweldaaijen
gemaaktmaakt
gemalengemâle
gemeen iemandhurk
gemeen persoonhurk
gemeenheidgemênighoid
gemenerikhurk; hork
gemoedelijkheidgemoedelukhoid
gemotoriseerd schuitjemoterskuit. tuffe met de moterskuit.
gemotregendmiggeld
generaalginneraal
genoeggenog
genoeglijknoffeluk
genoemdbenaming
genootschapgenoôtskip
gerechtidem
gereedschapgereêskip; gereidskip
gereedschappengereêskippe; gereidskippe
gerustidem
geschiedenisgeskiedenis
geschilferdskulferd
geschovenskikt; skoven
geschrokkenverschoten. verskôten.
geschuifelskuifeleraai
geslaagdslaagd
geslagensloegen
geslapensleipen
gesliktslokt
gesnede beerbarg
gespikkeldsprinkeld; spikkeld
gestaanstaan
gestolenklauwd; stôlen
gestruikeldstroffeld; struffeld
gestuurdstuurd
getrokkentrokken
gevallenstroffeld; struffeld; vallen
gevengeve
gevondenvonden
gewaarborgdwaarborgd
gewassen (volt. deelw.) wossen
geweestweest
geweldigskoftig
gewonnenwonnen
gewoonteanwenst
gewordenworren
gezegdzoid
Gezegd over roodharigenRoôie en vale benne donderstrale
gezelliggezellie
gezellignoffelijk
gezellig zittenmoôi an zitte
gezellig zittenpeut anzitte; don anzitte
gezellighoudanhoud
gezichttoet
gezienzien
gezongenzongen
gezwelswel. stienpuits.
giechelengiebele
gierier
gierigkniertig
gieriggiereg
gierigdeun
gierigbenauwd
gierigkrepserig
gierigaardkrepser
ginggong
ging (vrl.t. van gaan) gong
gingengonge
gingenginge
gistergustere
gisterguster
gisterengustere
glanzendgland. blinke, spiegelend
glijbaanglisbaan
glijdenglisse
glijdenzulle
glijdend meegesleept wordenseze
glimlachengloimen
glimmendgland
glimpswing
glorengloere
gluipertsmuigert
glunderendgland
glurenglouwe
goedgonje
goedbest
goed dat hij weg is (gegaan) mooie hiele
goed weer om te hooienhooiersweer
goedaardiggoedeluk
gordijngerdain, gerdoin
gortenpapbraai
gortjespapbraai
grasveldjebleikveld
grauwskier, boina, paling, en monnik.
grauwe erwtgreêuwe urt
greppelgrippel
greppels stekengrippele
Griekidem
Griekenlandidem
Grieksidem
Griekseidem
grijpengroipe
grijsskier; grois
grimmiggrimmelig
groentebaaispul
groepkliek
groepengroepe
groepenklieke
groetbegroete
groetgroetenis
groetensjoere
groetengroetenis
groezeliggrimmelig
grof broodachteling
grommengrommele. bromme
groot glasbel
groot hoofdaârlefhoufd
Groot-BrittanniëGroôt-Britanje
groot, flinkstoer
groote duwsleebarrezèt
grootebroekgroitebroek
grootmoedergropmoeder
grootmoederbappe
grootmoederopoe
grootsswiet, groosk
grootschaliggroôtskâlig
grootschaligegroôtskâlige
GrootschermerGroôtskermer
grootvaderbep
grootvadergrofvader; gropvader
Grosthuizenidem
grotegrôte, grôterd
grote hoeveelheidbrat; zwik; zoôt
grote houten hamersleg
grote houten hamerslaai
grote lummelgrot dangel
grote vlieggonzer
grotergrôterder
gruwelgrouwel
gruwengrouwe
gulzigbuffelig; gruizig
gulzig drinkenbelze

H

haagwindeklokjeswinde
haagwindeslingerroos
haalidem
haarheur
haarheer
haardstoelzurg
haarkruindweer
haast, bijnameist (je zoue meist dinken dat...)
haastenjage
hadidem
had ikha'k
haddenhadde
halenhale
hallonôh hee
hallomogge
hallonôheui
halloheui
halloKruipersbroek
hals over kophol over bol
handfleik
handenfloike
handenfikke; klauwe
handigreddig
handvathelt
handwerktuig om aan te aardenaneerder. Om aarden ruggen te maken voor aardappels enz.
hard werkenezele
hard wordenbeharde
HarderwijkHarderwìk
haringhering
HaringhuizenHeringhúze
harkklauw
hartstikkehartstikkend
hebhew
heb jehejje
heb je dát eraan uitgegeven?Ben je je geld louf? Heb je peertje skoitgeld? Het je dat deer an uitgeven?
heb je een pak slaag gehad?heb/hew je sleeg had?
Heb je nog konijnenvoer?Trien hew je nag kneinevoer?
hebbenhewwe
hectarebunder
heeel zachtjes sneeuwenkrokkele; krokkere
heefthet
heeft gevondenvonden hew. vonden hewwe.
heelhiel, heêl of hil.
heel ergallemachtig
heel ergaldernaarst, broerd an toe.
heel ergasderantoe
heel ergbar
heel erg koudverlegen koud, bar koud.
heel gezelligbar gezellig
heel hard regenen't hoôst
heel klein gaatjegoôsgaatje
heel licht sneeuwenkrokken, ´t krokt
heel mooiskoftig
heel netjesfieterdefointjes. Pietje precies, tuuk.
heel smakelijkje hemd erin kenne vertere. hil lekker.
heel veel't barre zoôt; 'n brat; 'n zwik; bar veul
heel veelbar veul
HeerhugowaardDe Waard
heerschapheerskip
heetbrandheit
heettehiette
hekkenhekke
helemaalhillegaâr
helfthalleft
hellingklucht
helling (heuvel) klucht
hemhem; h'm; 'm
hemhim
hemdhimd
Hemelvaartdagidem
hengsthienster
hengsthienst
herinneringenherinderings
herkenbeken
herkendebekon
herkennenbekenne
hermelijnhermke
herpes smplex (koortslipprutlip
herstellenberadde
het't
het bliksemt't blikkert
het fietsend af kunnenbefietse
het gelukweldaaien
Het haar is in de war't Heer is in de snol, in de tis (t)
het hoogland't hougland
Het is afgelopen't Is dein mit de koupman
Het is afgelopen't Is beurd; 't is dein. 't Is ofloupen.
het is de moeite nietanzette
Het is het een of het ander´t is tien of´taar
Het is klaar't Is dein
Het kan me niks schelen'k hew skoit an dronken naatje
Het kost al een vermogen, voordat er ook maar iets gebeurd is.'t Kost meer van stoigen, as van dekken!
het niet af kunnenbedreutelen
het niet afkunnen`t niet bedoen kenne
het niet kunnen opbrengenbehappe
het niet kunnen opbrengen`t niet behappe kenne
het niet op kunnenbeëte
Het niet uit de hand laten lopen't geren niet van de klos loupe leite
het onthoudenonthoud
het ruikt muf/schimmel't smaakt ousk
het zich aantrekkenantrekkeluk
hetenhiete
heterheiter
heteroeen man die op een vrouw valt
heuvelklucht
heuveltjekluchie
hierhiero, hierzô
hijhaai
hij heefthaai het/heb
Hij heeft het helemaal verbruitHaai heb de lever vreten; haai heb 't vreten
Hij is bij het gierige af!Die, die skoit niet voor elve!
Hij is zeer goed bij de tijdHaai is vies baai
hij staat daarhij sting deer
hij zit er financieel slecht bijhij zit in de poepsekarn
hijgenpoeste, hoige
hijgenslagloive
hing (verl.t. vn. hangen) hong
hitsiggruizig, goil iemand.
hoe één heb jij er; nou zo éénhoentje hetje; noh zôntje
hoe één heb jij er. nou zo éénhoentje hetje. noh zontje
hoeveelheidstuit
hoezowat den
hoezo?wes den?
Hogebierenidem
hogerhouger
hogerehougere
hoimoah
hoipoep
hoimorrie
homepagesait
hondidem
hondenhonde
honderdenhonderde
HongarijeHongaraaie
hongerskroei
hongeriggruizig
hoofdhoufd
hoofdkners
Hoofdtreiter
hoofd kopkanis
hooghoug
HoogkarspelHougkarspel
HoogkarspelderBlauwe Roiger
hoogmislatekerkerstoid
hoogswaarschijnlijkbepaald
Hoogwoudidem
HoogwoudHougwoud
hooibergberg
hooiweerhooiersweer
hoopskarn
hoophoup
hoopklaak
hoorheur
hoorhore
hooroôr
hoorthore
hordenlopenhordeloupe
horenhôre
horlogeklokkie
horlogeorlosie
horlogesklokke
houd vastawààr
houd vastawèèr
houdenhoue
houten brugtil; steg
hozenôze
huilenblèrre
huilenguile
huilenpeêuwe
huishoudenhuishouwe
huishoudgeldhuishouwersgeld
huisjegehuchie
huisraadbed en bulster
huiverigangroipend
huiverighufterig
huizenhuize
hunhullie; hunnie; zullie
huppelenhibbele

I

idemgnorte
idemofboôd
iedereeniederien; alleman
Iedereende héle meut
iemand die te veel drinktdie kwat er niet in
iemand is onder het ijs geraakt en verdronken...ois kost mensevlois
iemand niet thuis treffenan de vaste deur komme
Ierlandidem
Iets anders aantrekkenEfkes 'n aar jurkie antrekken
iets dunsfliedertje
iets kwijtrakenstrooien
iets minder uitgelaten graag!doen 's niet zo graskalferig
iets uitblazeniets uitbleize
iets voorstellenoppenére
ijsais
ijsois
ijselijkoisbaarluk
IJslandOisland
IJslandsOislands
IJslandseOislandse
ijsschotsskos
IJsselOisel
IJsselmeerOiselmeer
ijzeloizel
ijzeroizer
ijzerenoizeren
ijzerenoizere
ik'k
ik heb zin in snoepen'k heb zin an snaai
Ik kan niet meer!M'n biene benne baai 't gat of!
Ik snap er niks vanDeer ken ik gien touw an vast knoupe
in de goot gelegen hebben/ dronken zijn geweestin de goot loid
in de herfstherrestdágs
in de klitin de tist
in de sloot geraakt persoonsnoek
in de winterwinterdags
in de zomerzeumerdags
in een oogwenkameroitje
in een oogwenkameri
in elkaarinsekaar
in goede banen leidenbeskippere; beskiemanne
in hetin 't
In het oogOp skot
in het voorjaarvóórjaars
in je eten of pap zitten te prakken en draaien en het niet op etenposken
in stukkenbarrele. Gewoôn stik.
inderdaad!majje zègge
inderdaad.deervan
indienal
indienas
ineensiniensen
ineensinienen
informatieinformasie
ingehaaldinhaâld
ingetogenbedèst
ingevluchtinvlucht
inhalenbegaan
inkorteninkorte
inpalmeninpikke
inschenkenintappe
intappenintappe
interesserenbegeve
inzetteninzette
irriterenettere
is hetis't

J

jaloersheidkift
jamsjem
jammer vindennôse; begrôte
jan in de zakbroeder
januarijannewarie
jarenjere
jarenjare
jarigidem
jarigejerige
jazekerjazeiker
je begrijptje begroipe
je bentje benne
je blijftje bloive
je braadtje breide, je brade.
je breitje braaie
je deedje deje
je geeftje geve
je geld aan het juiste bestedenbeter an de bakker as an de meister/ beter an de bakker as an de dokter
je genietje geniete
je hebt dikke benenje hewwe een paar beste poote onder je gat
je kanje kenne
je kan heus rekening houden met de gevoelens van een ander!'n mens is gien erepel, ok as ie ze met n stokkie pôôt
je overdreven voorzichtig moeten uitdrukkenje woorden op 'n goudskaaltje legge moete
jijjai
Jij begrijpt het!Jai pikke de keutel an ut skonste end!
joligjoôlderig
jongenjoôn
jongenjoôje
jongenbooi
jongenjoi
jongensjoôs
jongensmutsbakkertje
jongerenjongere
jongerenbendejongerebende
jongetjejoôje
juistjuustem
julijûlie
julliehullie
junijûnie
jurkje van de aannemelingeannemerskleidje
jusstip
justitiejústisie

K

kaarskeers
kaarsepitdief
kaartje stopwolkaartje brat
kaaskeis
kabel't kabel
kabinetkammenét
kadetkedet
kadetjefransie
kadetjekedetje
kadetjeskedetjes
kadettenkedete
kafnaaldbeerd
Kalverdijkkalleverdoik
kankin
kan
kan jekè je
kan jekejje
kaneelkeneêl
kantside
kantje boordkrappe sokke
kapiteinkaptoin
kapotan gort
kapotan barrele
kapotdiggele
kapottebarste, stik
kapot exemplaarstikkenegert
kapot gevrorenbok vroren
kapperbarrebier
karamelkarremel
karnemelkse paptroet
karnemelkse pap/bloempapkarremelleksepap of braai prol werd ook gebruikt voor andere soorten zoals havermout, roistepap
karretjekros
karweisjouw
karweitjesjouwtje, klussie.
karweitjessjouwtjes
kathoekkathorn
kazenkeize
keekkoik
keekkeke
keel schrapenbremme
keelgatkeêlsgat
keetzôipkeet, boet. Ken ok nag 'n rommeltje wijze.
keilenzwikkeren
kekenkeke
keldermotbeddepisser
kerktjerk
kerkbuurttjerkebuur
kerkentjerke
kermiskerremis
Kermis 's ochtendsDeunen
Kermis in BakkumBakkummer oorlog
kermissenkerremisse
keulenkeule
keurigheidkeurighoid
kibbelenkibbele
kievitkieft
kijkkoik
kijkenkaike
kijkenkoike
kijvenklamme
kindkoind
kinderachtig doenmaljage
kinderenkoinders
kinderen die voor dag en dauw wakker zijn en gaan rondspokenvroegspook
kindertijdkindertoid
kinderwagenpoppesnor
kinderwagenpoppesjees
KinderwagenPoppekrossie
kivitkieft
kivitenkiefte
klaarkomen met karnebekarne
klaarspelenbekarne
klaarspelenbeklare
klamsloffig
klamsloeg
klamvochtigdrem
klauterenhoistere
klefdaaiig
klefsloeg
kleiklaâi
kleienklaâie
kleinkloin
kleinlutke
kleinlutje
klein kindpurkie,ukkepukkie.
klein kindpurk
klein paardket
klein persoonurtje
klein staartje bovenop het kinderhoofdpuussie
klein stukjesnibbelke
klein stukjesnibbelke, steert, puntje
klein vrouwtjekloinachtig dinkie
kleinbeginbegintje
kleine stevige knaapbeuker
kleinerkloinder
kleintjegnurtje
kleintjepurk (ie)
kletsenklassinère
kletsenratele
kletsenteute
kletskous (mn.) oot met struul
kletskous (vr.) ootje konkel
KletsmajoorOud geweer
kletsmajooroud geweer, teutharsus, ôôtje konkel
kleurenkleure
kleurrijkkleurroik
kliederenprieken
kliekjeprakkie, lessie
kliekjeprakkie
kliekje, restje van etenlessie
Klierdrabber
klinkenklinke
klittist
klomphulft
klompenhutten
klompenhutte
klompenhokhos, hossie
klonterenanbolle
klonterige deeltjes in afwijkende melk door uierontstekingstotjes
klooienstudderen
kluisklús
klussjouw
Klus waar je weinig zin in hebt.teugenopzienderswerk
klusjesjouwtje
klusjessjouwtjes
kneuterig, kleinburgerlijkkakkelollig
knieknies
knieënkniese
knietkniest
knijpersknoipers
knoeienkliederen
knoeienprieken
knoeienprieke (n)
knoeienkliekere
knolaardaker
knoop het in je orendat je 't maar wete!
knop op een priktolnun
knopenbraaien
knorrengnarre
knuffelensnolle
knuppelkneppel
knuppelskneppels
koekoei
koe die melk bij een andere koe drinktmammer
koedijkkoedoik
koekijskoekois
koffie drinkeneen koppie doen
koffie drinkenkonkelen
koffiepauzekoppiestoid
koffietijdkoppiestoid
koffietijdkonkeltoid. Werd gedaan om drie uur in de middag, oftewel, 't letse skoft.
koggenlandkoggeland
kolenkôle
Kolhornk'lorn
kom eens even hierkom es efkes hiro
komenkomme
komendankomd
komijnekaaszeidjeskeis
kon jekôjje
konijnknoin
konijnenknoine
konijnen keutelknoinekeutel
kooitjekooike
koolraapreip
koolrapenreipe
kopharsus, houfd.
kopbak
kop en schotelkombakkie
kopje koffiekoppie
kopje opgewarmde koffiebedelaarskoppie
koppigdwars, oigenwois.
koppigsteeg
koppigbobbekop
korstjeroofie (op een wondje)
kostbaardurábel
koudfoin
Koud? Hoezo koud? Wie koud is is lui!
koudefoine, hufterug.
koudekoute
koude (oosten) winddunnig windje
kouderfoiner
kouderefoinere
krabskurk
krabbenskurke
krabbenjorren
krabtskurkt
krakkemikkigkrammenakkug
krasskras
krassenskrasse
kreegkreg
kregenkrege
krengenkrenge
krijgkroig
krijgkrag
krijg jekrejje
krijgenkroige
krijgenkrogge
krijgenkregge
kroatiëkroaâsje
krokussenkrokusse
kuchenbremme
kuchen om aandachthemme
kuikenpul
kuildel
kuiltjekoetje
kuipbalie
kunnenkinnen
kunnenkenne
kurenflinke
kuszoen,pakkert.
kussenkusse
kwaadkraet, woest
kwajongenbazzeroet
kwajongenguil
kwajongenBasseroet
kwamenkwamme
kwartier (van een koeienuier) vurrel
kweek (gras)togel. Komt uit de omgeving van Warmehuizen. Ergens anders komt dit woord in West-Friesland niet voor. Ook als 'spruut', walspruten of wal kweken kwam/komt het woord voor in de omgeving van Wervershoof
kweekgras (onkruid)spruut. Het werd pas 'spruut als de wal werd gesprut dat is het uithalen van de wortels van deze plant, anders is het kweekgras.
kwiek, fitaalfieter
kwijtkwoit
kwijt, zoekpoter
kwikstaartbouwermannetje
kwikstaartwupsteert
kwikstaartjewupsteertje
kwikstaartjeswupsteertjes

L

laagleig
laagleêg
laag waterflauwk
laarzenleerze
laatleite
laatstiemeslesten
laatstlesten
laatstlest
laatsteleste
laatstelest
lachengrielen
lafaardbroekeskoiter
lafaardbangeskoiter
laffaardbroekeskoiter
lage plek in een weiland/bouwlanddel
lagedijkleigedìk
lagehoekleigehorn
lagerleiger
lagereleigere
lagere schoolleigere skoôl
lakseppetrut
lambertschaaglambertskaag
lamstraalFloepa
landschaplandskap
Lang dun mensSluuf, angekleide kloet.
langedijklengedìk
langedijklangedoìk
langer wordenlenge
langereislangerois
langsbailangs
langsbailengs
languitalderlangst
langzaamlenigan, lenigis an.
langzaam aanleniggiensan
langzaam aan doenkoeterdekoet
langzamerhandallèskende
lappendekenbedelaarsdeken
Last hebben van 'ochtendziekte'Ochendig weze
later in de weekeerdags
latten bodembeddelanes
lattenbodembeddelanings
lawaaibehaai
ledenlêde
leekerweglekerweg
Leeuw van een ventrouwdouwer
leggenlègge
legtleit
lekkergonje
Lekker genieten in 't zonnetjeSpragen
lekker stukstoôt
lekker vies thuiskomente prutdarse weest
lekkerdingtokkel
levenlustig kindbatter
leverworstloert
leverworstenloerte
lichaambarst
licht gezwollen (bij een uier) don
liefpittug
liefpitteg, snokker
liefepper
liefzoet
liefdesverdrietlùddevedù
liegenliege
liegtlíege
liepenliepe
lietliete
lietenliete
liggenlègge
ligtloit
lijkloik
lijkdooie
lijktloikt
lijnseêl
likslik
likkenslikke
liktslikt
literkan
loempiaamandelbroôdje
logéwarskipper
logé (e) warskipper
logeewarskipper
logerente warskip
logerente--waskip
logerenwarskip
logerenwarskippe
lolskik, leut hewwe.
lompheidlompighoid
looflouf
lopenloupe
losbandige grietdel, drel
luchtbandenluchtbande
luierenduisdoorne
luiheidluiighoid
luizenluize
lummelenlanterefanten
lunch (vroeger avondeten ) broôdeterstoid
lustblief. Is nogal rekkelijk lust in wat? Mogelijk, mirsk?
lustelooshamelewamelig. Bedroivig.
luwteoppertje
luxemburgluûksemburg

M

maandagmaandeg
maandenmaande
maartmeert
macedoniëmassedoônje
machine om aan te aardenaneerdmessies. aneerder is voor het maken van ruggen...
machtig eteneterig. Leit zweer op de maag.
magmajje
mag jemajje
magerskroukug, skrouk.
magerskriel
magerskongkug
mager, dunenkeld
magjemajje
mailenmaile
makenmake
maneschijnmaneskoin
maniermenier
manierbeniér
mankeertbekèrt
mankerenbekère
mankerendebekèrende
mannenmanne
mannetjemanje
manufacturenhandellappiespoep, kassiesventer.
marktmarrekte
marktmarrekt
marktkraammarrektkrâme
marktkraammarrektkraâm
massastuit, zoôd
massa grote hoeveelheidzeelt
matras op schuddenbedskudde
medemblikmemelik
meegenietenmeegeniete
meelpapprol
meerkoetriethen Meerkoet is nog niet eens familie van de rietkip. Meerkoet wordt bij ons gewoon, koet genoemd.
meestmeist
meestemeiste
meestermeister
meesterknèchtbaasknècht
meetmeit
meevallermeevalder
meevallersmeevalders
meezittendaaie (as ut daait kregge we 't nag klaar)
meimai
meidmoid
meidenmoiden
meisjemoidje
meisjewaifies
meisje dat aanstellerig lachtgriel, giegele.
melkzakjaâr
melkzeeftemus
men moet nu eenmaal keuzes maken in het leven.'n mins ken gien twei here diene.
men moet zich kleden naar de weersomstandighedenDoen een doek om je nek en een pet op je test aars kreg je 't nag voor je ster.
menenmiene
mensmins
MenseTientône en elfribbe Wij hebben het hier over kwade geesten, welk verschenen tussen licht en donker. Dit was bedoeld dat wij als kinderen, voor donker naar huis gingen. Dit heef niets van doen met mensen, alleen dus kinderen.
mensenminske
menstruatieopoe op bezoek
mestmis
metmit
met een korst vuil bedekt woordenankorste
met groote stappen lopenbanjere
met grote moeite en ontoereikend materiaal een klus proberen te klarenmeddere
met grote passen lopenbaandere
met smaak etenmuize, smakke.
met smerige schoenen de vloer bevuilenslobbe
met stomp mes snijdenpiele Dikke piele, dat was wanneer de aardappel of een appel dik werd geschild. Heeft niets van doen met een stomp mes.
met vuile vingers betastenbegrieme
meteendrekt
metenmeite
microfoonmikrofoôn
mijmoin
mijnmoin
mijn handen zijn kapot'k hew stikkenege fleike
milkshakeskuddelmelk
milkshakesskuddelmelke
minder leuk karweitje'n haidens karwoi, klerewerk,sjageroinig werk/klussie.
minderensakke
minderenzakke
minutenmenute
minuutmenuut
misschienmeskien
misschien heb je wel gelijkmiskien het je wel gloijk
mistiganhangerig
mistigdei (n) zig, haijeg.
modelmèdel
modernnuwerwes
moebekaf
moelouf
moebekof
moenachtig
moe zijnd'r mee an wezen
moedigbanjer
moeilijkpittig
moeilijk te besturenbalsturig
MoerbeekMorrebok
moestmost
moestenmoste
moetmot
mòet dat nou?het dat nòdeg?
moet jemoetje
moet plassen!moet moin goit verseele
moetenmoette
moldaviëmoldaâvi'je
mondbakkes
mondwifwaf
monstermunster
mooimoi
mooisnokker
mooi weergnap weer
mooie meidstuk
mooiheidmooiighoid
mopperengnarre
mopperenbere
mopperenbobberen
morgenmorrie
Morgensanderdaags
morgenmurregen
morsenkladde
morsenprieken
morsenprieke
motorbootmetór
motorfietsmôter
motregenmiggelen
motregenachtigmotterig
motregenenmiggele
motregenengranzen
motregentmiggelt
motsneeuwensnokken
mufbedompt
mufbedompen
mugmeg
mugge vliegenmigge
muggenmegge
musmosk
musjemoskie
musjesmoskies
mussenmoske
mutsmus
muziekmeziek
muzikantmezikant

N

nanei
na de bevallingoudkraams
Na de verhuizing alles op orde hebbenOp stel wezen
na de volgendeaâr ........over
na-apenna-eipe
naaktnakend
naarnei
naar achteren staandinverdan
naar bed gaannei bedjedeken gaan
naar meermerig
naastbezaaien
naastgeneven
naasteneiste
nabijneist-an
nadenkenspinzen, prakezere, neidenke, ergens op broede.
nageboortelich
najaarsmarktennagjeersmarrekte
najagenbejagen
nakomertjeachterkommertje
nakomertjeachterankommertje
narigheiddalje
natte dweilklisse voil,natte dwol.
natuurnetuûr
natuurgebiednetuûrgebied
natuurgebiedennetuûrgebiede
natuurlijkfezélf
nederlandneerland
neenei
neergeschotenneerskoten
negen neugen
negenentwintigneugentwuntig
net gekleed gaanvoor de kraam om kenne
netjesfieterdefointjes
netjesgnappies
nette kleren, speciaal voor zon en feestdagensundessegoed, zundagse klere.
nette pak (kostuum) opknapperspak
neveligdei (n) zig, hai-jig
nibbixwouderkriel, ok kloin eerappeltje
niedorpnierup
niervet van een rundlongstalling
nietneit
niet eensgeniessen
niet eensgeniesse
niet eensgeniens
niet eensnaggeniessen
niet goed doorbakkendaaiig
niet lekker voelenben niet erg hups, zieke kip
niet meer in de sinterklaas gelovengortig
niet meer in Sinterklaas gelovengortig wezen
niet meer in sinterklaas gelovendgortig
niet moeilijk doenniet te bestrukkerig
niet naar bed willen gaanspoke
niet te vindenpoter
niet uitgebibberd rakenbebubberen
nieteensgeniese, geniessen.
niets doenlanterefanten
nieuwnuw
nieuw-zeelandnuw-seêland
nieuwenuwe
nieuwe niedorpnuwe nierup
nieuwe steennuwe stien
nieuwelingnuw
nieuweschierigheidnuwskierighoid
nieuwsnuws
nieuwschierignuwskierig
nieuwschierigheidnuwskierighoid
nieuwsgierige aagjesaagies mit lange neuze
nijdigarendjes, noidig
niksnietsie
niks doenlantefantere
noemenneamme
nognag
nog een keernaggers, naggeres, nag derus.
nog eensnaggers, naggeres
nog niet eensnagge niesse
nog steeds nietnaggeniessen. Hillegaar niet.
nogalnagal
Noord ScharwoudeNoord Skarwou
noôrd-brabannoord-brabant
noord-scharwoudenoôrd-skerwou
noord-spierdijknoôrd-spierdìk
noorddijknoôrddìk
noordermeernoôrdermare
noorwegennoôrsje
nootneut
nootjeneutje
nootjesneutjes
nootmeskaatnoôtemeskáát
normaal doenbedare. Doe efkus gewoon.
nounôh
nunou, nouw.
nuffigepper
nummernommer

O

oôh
obdammerdijkobdammerdìk
ochtendoggend
oekraïneoekraiene
ofaf
ojaôhja
okseldoekasseldoek
omabeppe
omaopoe
omgeredenomreed, omreden.
omgevingaverôm
omgevingaverôns
omheinenbehoine. omhoining.
omhoogomhoug
omkijkenomkoiken
omkijkeromkaiker
omringdijkomringdoik
omvangbegaafte
omwegommetje
onaangenaam vrouwmenskratus
onbenullig iemandflapdrol
onbeschoftbuffelig
onbeschoft iemandskobberdebonk
onbijtkoekberespek
onder geen bedingbedenk
onder geen bedingbedengst, gien praat van! D'r komt niks van in!
onderbroekonderfuk
onderbroekfuk
onderbroekenonderfukke
OnderdijkOnderdoik
onderdijkkeut= Onderdoik. Vroeger was de naam St-Anna.
onderdijkerkeuter. Is een bij/toenaam. Komt van één keutje houden. Keutje is Zeeuws voor een klein biggetje, om vet gemest te worden. Overigens daar komt de naam Onderdijk ook voor.
onderhemdborstrok
onderschat financiele problemen nietsentepoin is ok poin
onderste veenlaagdarg
onderwijsonderwois
onderzettertreêf
ondeugend kinddonderstraal
ondiepflook
ondiepvlook, flauwk.
oneffenrobberig, bobbelug.
ongecontroleerd kort rillenpisgril
ongeloofongelouf
ongelovigongelouvig. Hoiden
ongelovig (niet katholiek) haidus
ongeregelde kleine handelswarennegosie
ongewone dingenampartighoidje
onhandelbaaralewerig
onhandelbaaraalwerig
onhandigstoetelig
onhandigdreutelig
onhandig meisjeeppetrut
onhandig persoonoetel
onkruidheune. arboidersbroôd
onkruidontuig
onkruidkwaatjes, vuile
onkruidzes
onkruid wiedenkwaatjes zoeken
onmatig etenbalge
onnadenkendachterdocht
onnodig grof doenskobberdebonkug
onnozeldeizig
onregelmatigbankig
onsoôs
onthoudenbenoupe
ontrievenbenoupe
ontzettendgruwelijk,bar, hil erg
onvruchtbaarbar. Gien kindere kregge kenne.
onwaarschijnlijkonwaarskoinluk
onzeoôs
onzedelijkbedeidelek. Vertel 't maar in de Roip.
Onzin vertellenje teute maar wat
ookok
ook weeralweer, aldeur.
oorbelbag
oorbellenbagge
oorlogoorleg
oorveeganwoier
oorveeganwaaier
oorwormorekruiper
oorwurmorekruiper
oosteindeoôstende, oostoinde.
oostenrijkoôstenrìk, oosterroik.
oostenrijkeroôstenrìker, Oosterroiker
oostenrijksoôstenrìks, Oosterroiks.
oostenrijkseoôstenrìkske, Oosteroikse
oosterboekelwegoôsterboekelwei
oosterdijkoôsterdìk, Oosterdoik.
oosterwijzendoôsterwìsend, Oostwoizend
oosterwindsore wind
oosthuizenoôsthúze
oostmijzenoôstmìsen
op 'n hoek en 'n kant staan zoenen/vozenHaarlemmerdoikies
op 't nippertjehippie
op baars vissenbeerze
op een gegeven momentopslot
op elkaar lijkenop mekaar rooie
op hopen zettenoppere
Op schema zijnskoôn voor weze
op school zittenskoôlloupe
op wegop roet
op zijn duvel krijgenbarstjansen
opabup
opdiepebediepe
opeensopiens
opeensinienen
opgeborgenonderbrocht, opskuild
opgeroldoprold
opgeruimdvanderdan
opgeschrevenopskreven
opgewarmde koffiebedelaarskoffie
opgewondenopredut
opgewondengruizig, goil.
Opgewonden zijn, haastigOpjaagt
ophitsenopjuine
ophitsenopstoukele
ophoudenuutskaie
opjagenbeize
opjagenanskiete
opjagenboize
opknappenopdiggele
oplawaaianwaaier. opmepper. knal voor je kanis.
oplawaaiopmieter
opleverenantikke
opmeeropmar
opnaaiselbessel (tje)
opnieuwopnuw
opoeoôtje
opritopreed
opruimenopredde
opscheppenswesse
opscheppergroôtebroeker
opschepperbanjer
opschepperswietslaander
opschepsterswietslaandster
opschietenanpouke,deurgaan.
opschrijvenopskroive
opschuivenopskikke
opslagplaats voor vaste mestmispet, mesthoup.
opstandige jongeluihoidese kainders
optellenantelle
opvliegeranvlieger
opvouwenopkreuke
opwegoproet
orenkruiperorekroiper
oudgammel
oud en gebrekkig, krammenakkug
oud wijf opoetet
Oud wijfOpoetet
oudbakken speculaasbolle spikkelaas
oudeouwe
oude (zachte) koekbolle koek
oude kopjesakkerkoppies
oude Niedorpouwe Nierup
oudendijkouwe dìk
oudijkouwedìk
oudijkouwdìk
overal met de handen aan zitten, onrustig heen en weer bewegenfriemele
overal met de handen aan zitten, onrustig heen en weer bewegenfiemele peuteren,
overdrijvendie komt van Grôte Broek
overeenkomenakkerdère
overgebrachtoverbrocht
overgevenspaaie
overhemdhimdrok
overijsseloveraissel
oververmoeidmeer as loof, bar lauf, ofpoigert, loup op moin leste biene.

P

paardpeerd
paardenpeerde
paardenbloempeerdeblom
paardenbloemenpeerdeblomme
paardenkrachtpeerdekracht
paardenvleespeerdevlois
paardenweidje naast boerderijkroffie
paarspeers
padpod
pak op de billenbillekoek
pak rammelribbesmeer
pak slaagsleêg had
palingpeeling
pannekoekpankoek
pannenkoekpankoek
pannenkoek makenpankoeke
pannenkoekenpankoeke
papprol
passantvoorboiganger
passenvlaaie
pastvlaait
patatpetat
patatsauspetatsuu
patattenpetate
PedantPermantug
pedicurepôte-opgnapper
pedicuretienefrouw/man
peen en ui stamppotuienenwortulleprak. Hutspot. Eventuweêl met suddervlois den wordt ut hutspot met klapstuk.
peerbolle wies
pen of potloodskroifie, poloôd, skroifgeroi.
peperemuntpumperremunt
perceel gras- of bouwlandstik, steêrt, brok, oind.
peuter, kindkoter
peuterenfummele
peuteren, fiemele
pijnpoin
pissebedbeddepisser
plaaggeestnarrebok
plaatsplaasie
plaatsplaas
plaatsenplaasse
plakkerigliemerig, loimerug.
plankslaggie
plasticplestik
playerknointje
plezierskik
ploeterenezele
plotselingop 'n bof
plotselinginienen
pluisjeploester
pluisjesploesters
pluizenpluze
plukkenplokke
poepenskoite, op 't secreet zitte.
poetenpote
pohlmanppohlman
polenpoôle
polenpoôlen
politiepliesie
politiede tuut
pollepelsleef
polsstokboereplomp
polstokplof
poolsepoôlske
poppopke
popjepopke
porceleindiggelegoed
portefeulleboekie
portemonnaieknip
portemonneepuut
portemonneeknip, bul
portiekôfdakkie
portretpretret
portugalportegal
portugeesportegeês
portugesevan portuhgal benne
potenpote
potlodenpotlôde
praatjesmakeroud geweer
praatjesmakerswesser
prachtigswiet
prakkiserenprakkesere
pratenprate
preciespersies
precies wat ik wilkrek wak wou
prikkelbaarnittelig
prikkeldraadpuntdreid
primamerig
pronkswiet
provinciaalprovinsjaâl
provincieprovinsie
prutsenpiele
prutslootjeproel, baggersloôtje.
publiek verkopenbalk
puffenbeize
pulkenpulleke
punaisepinessie
purmerendpurremereutel
putemmertjeaker
pyjamapiemelevlot

R

raadgevingenraâdgevings
raapreip
raarleukeg
raarkuuks
rakenrake
rakkerBasseroet
ramenglazen
randje vet van een stuk vleeszulder
rare kwibuskruikeduiker
rare strekenkure
rare streken uithalenuitkure
ratrot
reactiereaksie
rechtsregs
redenreeje
refreinrefroin
regelenbestoetele
regelenbehèrebère
regelenbekleutere
regenachtigregenig, druilerug weer.
regionieuwsregionuws
reigersroigers
rekenenrekene
relaxenspragen
restauratieresteraâsie
reumatischrimmetiekig
ribbenribbe
rietachtigriedig, skoôt.
rietkantenrietkante, sloôtwalkant
rietwortelspier
rietwortelsriettogels
rijraâi
rijdenroie
rijkroik
rijkdomroikdom
rijke erfenisachterland
rijmroim
rijmenroime
rijstroist
rijtjeraaitje
rillen van de kouhufteren
roderoôie
rode steenroôie stien
roemeniëroemeênje
rokerigharig
rommelonruim
rommeltriefel
ronddwarrelen van de winddwere
rondkijkenstrûne. Rondkoike.
rondkruipen, rondwaggelen van jonge kindjesrondskottere
rouwdouwerhutkoeter
rozeros
rozijnrezain
rozijnenrezaine
rozijntjerezainje
rozijntjesrezainjes
ruigefoest
ruige gastrauzer
ruiklucht
ruikenluchten
ruimtevaartruimteveert
rukkenhenken
rupsrup
rupsruip
rustenburgrusteburug
rustig aandooie akkertje. Op zoin elf en dertigste.
rustig aandoenbedare
rustig werken aan kleine klusjeskoetele
ruwrobberig
ruwreêw, riw
ruwe kerelbattevier
ruzieaksie
ruzie makenklamme
ruzie stokenopjûne
ruziemakerherreketek
ruziezoekertroiterharsus

S

sacramentenakkeremente
samengesteldsamensteld
samuelkendrick
sapsop
sausstip
saussuu
schaalskaal
schaamdeelbarmt
schaapskeip
schaapskijp
schaapdeef
schaapjesskeipies
schaarskeer
schaarsskaârs
schaatsenskaase
schaatsenskóiseroien
schaatsenrijdenop skóise staan
schaatserskaaseroier
schaduwskad
schaftskoft
schaftenskofte
schagenskagen
schagerwaardskagerweard
schampere opmerkingsnier
schapskeip
schapenskeipe
schapenkaasskeipekeis
schardamskaerdam
schardamskerdam
scharwoudeskarwou
schattigsketig
schattigpittig
schattigpitteg
schede van koe, schaap, varken e.d.kling
scheefwoinsk, uit 't loôd
scheelskêlig
scheenskien
scheet latenskeêt geve
scheet/harde windbroekhoest
scheikundeskaikunde
schelenskêle
schellinkhoutskellinkhout
schelpskellep
schelpenskellepe
scheluwwoinsk
schelvis van slechte kwaliteitapekoôl
schemertweilicht
schemerigtweilichtig
schemeringtweilicht
schermerskirmar
schermerhornskirmarhorn
scherpskerp
Schertsend voor; een hoge hoed'n Foifkop
schevewoinkske
schietskiet
schietenskiete
schijntskaint
schikkenfernuvere
schilferskulfer
schilferenskulfere
schilfertskulfert
schillenskille
schilverskulfer
schilverenskulfere
schimmelausk
schimmelgeurauskege loft
schipskip
schitterendskoftig
schitterendskitterend
schitterendeskitterende
schoenskoen
schoffelsteker
schoffelskoffel
schoffelenskoffelen
schofterigskoftereg
schooierskobber
schoolskoôl
schooltijdskoôltoid
schoonskoôn
schoonmaakdoekdwoil
schoonzussnaartje
schoonzustersnaartje
schoorldamskorledam
schortboezel
schortboezelaar
schortskulk
schotsenskosse-loupe
schouw (sloot schoonmaken)flosse, Is met de klauw/hark/zois de sloot schoonmaken. Flossen is met de modderbeugel 'flossen en zo de bagger eruit halen en de modder op 't land gebruiken als kunstmest.
schraalsproôs
schrale lippensprôze lippe
schreefskreêf
schreeuwenblèrre
schreeuwenbalke
schreeuwenskreeuwe
schrevenskrêve
schrijfskroif
schrijf opskroif op
schrijft opskroive op
schrijvenskroiven
schrijvenskroive
schrijven opskroive op
schrijverskroiver
schrijversskroivers
schrijversgroepskroiversgroep
schrijversgroepenskroiversgroepe
schrikferskiet
schrikkenferskiete
schriktferskiet
schuifskik
schuif onder de beddeplankbeddeskuif
schuiftskikt
schuinskûn
schuin toelopendfok
schuivenskikke
schuldskuld
schuldenskulde
schuurboet
schuurtjeboetje, bouwersboetje stond op het land om te 'skoften', te eten en om te rusten
seizoenensaizoene
SelsSels
sensatietensaâsie
serviëservi'je
serviesgoeddiggelewerk
shuilhokjearootjese
sigaarsegaâr
sigaretsugret
SijbekarspelSoibekarspel
SimmerSint Maarten
sinaasappelappelesien
sindssond
sint maartensimmer
Sint MaartenSintere Maarten
Sint Maarten (dorp)Sunt Mearten
Sint Maarten lopenKeuvelen
Sint PancrasSundebankreas
Sint PancrasSuntereip
sinterklaassunterklaas
sinterklaas vierensunterklaze
sitesait
sjagrijnig zijnde bokkepruik ophebben
sjonge jongedjoi djoi
slaâisleg
slaanbeuken
slaapsleip
slaaptsleipt
slabbetjebapje
slagenbedaaie
slalommenslalomme
slanksluuf
slapbandigbandeloos
slapensleipe
slapenloere
slaperigsleiperug
slappe kostwup-wap
slappelingslap-ses
slapperiggsloe
slechtboôs
slecht gekleed gaand'r insteke as 'n boneskauf
Slecht volkPeerdevolk
slecht volktwaide soort
slechte gewoonteanwenst
slechte kwaliteitwup-wap, rotzooi
slechte kwaliteit (timmer) houtwaaibome hout
slechtsallienig
slechtsallien
slegslaâi
slentersaggel
slenterensaggele
slentertsaggelt
sleufslufter
slikslok
slikkenslokke
sliktslokt
slinkpuur
slofbol
slootje (klein)wik. Een wik is heel iets anders. Dat is een doodlopend stukje sloot. Kloin sloôtje.
slootwatersloôtswetter
slootwatersloôswater
slotenslote
sloveensesloveênske
sloveniësloveênje
slowaakseslowaâkske
slowakijeslowaâkje
sluiksluk
sluipenglupe
smakzoensmok, klapzoen.
smeerboelbrat
smeerlapsmiecht
smerigkladdig
smerigslobberig
smuriebrat
snackbarvetskuur
snauwbeer
snauwebere
snauwenbere
sneeuwsnei
sneeuwsnei, sniw
sneeuwbalsneibal
sneeuwen (heel veel) dikee sneijacht
sneeuwen (heel veel) dikke sneijacht
sneeuwen, (zachtjes -) krokkelen
snelgauw
snertkindkoelich, snotkiekel, verveu
sneunoselek
Sneu / DomSkraal
snoepsnob
snoepensnoeien
snoepensnobbe
snoepersnobber
snoeperijsnobberaai
snoepgoedsnobberaai
SnoeprijSnaai
snoepstersnobster
snoeptsnobt
snotneussnotbriebel
snuffelenstrune
sociaalsosjaal
socialesosjale
soeplepelsleef
somsaltemet
soort vansoortig
spanjespaânje
speculaasspikkelaas
speeldenspeulden
speelsterspeulster
spelspul
spelenspeulen
Spelen (kinderen) ravotten, hoskerebatten
spelerspeuler
spelerspeulder
spelersspeulers
spelletjespultje
sperzibonensparriebienen
sperziebonenslabône
sperzieboonslaboôn
spierdijkspierdìk
spijkerspoiker
spijkerspikker
spijt hebbenbegrôte
spijtigbegrôtelek
spreiden (van een deken) om woid doen
sproeier, sproeikopbroes
spruitspruut
spruitenspruute
spugenkwatte
spullen van slechte kwaliteitwupwap
stastan
staanstane
staatstane
stadstee
stallen schoonmakenstallen rode
stampenstampe
stampvolstenvol
stankmeur
stationstasjon
stede broekstee broek, 'De Streek'. Komt van één streek van één kompas, vanwege de Streek min of recht is.
stede niedorpstee naairup
stedenstede
steedsallemaar, aldeur
steedsoftig, aldeur.
steegachterom, kloin streitje.
steeg steig
steek daaspoep mig
steektsteke, prikke
steelklauw, stil of steêl.
steeltklauwt
steenstien
steenkoolstienkoôl
stefaniestiefanee
steigerstelt, stoiger.
stelenklauwe, weghale.
stenenstiene
sterke aandrangachterlast
sterrensterre
steunanhoud
steun muurtjebeer
steunensteune
stevigskredig
stiekum kijkenglouwe
stijfstoif
stijgenstoigen
stijl en stug haarzeugesteerteheer
stinkenmeuren
stinkenmeure
stinktmeurt
stoerbrat
stoermans
stoere meidleeuw (líw)
stof afnemenuitneme ofstoffe, skoônmake en dat is gien skoônmakerstoid.
stofdorpeldrumpel
stofferasvarken
stoffer en blikstoffer en vullesblik
stofvegerasvarken
stokenstouke
stolpstallep
stolpboerderijstallepboerderoi
stolpenstolpe
stom dronkengeiteblauw, lam, zat, dronken as 'n tor.
stomdronkenkachel
stomenstieme
stommerddruul
stommerdstruul
stommerikstruul
stondsting
stondstin
stondenstinge
StoofVuurduveltje= Is van ijzer. Klein ijzeren kacheltje. Stoôf werd gebruikt als voetwarmer met één z.g. test. En is doorgaans van hout, ik heb ze gezien ook van rood koper.
stoomstiem
stoppelsbèkem
stortplaats voor asaskuil
stortplaats voor tuindersafvalbolk, niet alleen daarvoor van alles ging op, ook huisvuil. Vaak nog ter wal versteviging.
straatstreit
straksdéimie, altermet, zô
straksaassus
strakskrekt
StraksDemie
Straks, zoAarstonds
stralenstrale
stramkrammenakkeg
stratenstreite
streep van wolkenbank- Kunnen er vele zijn. Er is geploegd veld, binnen drie dagen regen geeft het aan. Windveren, welke aangeven de dat de wind de volgende dag uit die richting komt.
strijdstroid
strijktstroikt
stro-afval dorsengruide
stroefeggig, niet glad
struikelstoukel
struikelenstoukele
struikelenstroffele
struikelenstroffelen
StruikelenStroffelje
struikeltstoukelt
stugsteeg
stuikelenstroffele
stukstik, kepot.
stukbonk
stukan diggele
stukjebonkie
stukjestukkie
stukjesstukkies
stulpstallep
stuursnarrug
sufferddrollebokser
sufferdstruul

T

t-shirtt-hippie
taaiheidzenig
taartteert
tafelzeiltjeswilk
talenttelent
talententelente
te bejammerennaozelijk, medeloiden
te gek!onwais!
te gek!skoftug!
te keer gaanangaan
te kijkte koik
te laat komenhoorns kwartiertje
te logerente warskipe
te veel wordenanvliege
teentoôn
tegenteugen
tegen opbai be-op
tegengaatteugengaat
tegeninteugenin
tegensputterenabbelére
tegenvallenofvalle
tegenvallerofvalder
tegenzittenteugendaaie (as 't teugendaait wordt 't niks)
telefoontillefoôn
televisieglouwdoôs
televisietillevisie. koikdoôs.
telkensweeral an, aldeur.
tenentône
tengereng, skrouk.
tenminstetemiste
terdiekterdeek
terecht komenbedare
terechtkomenbedare, ofkomen
tersluisterslûs
teveelteveul
texeltessel
thuisthús
tierelantijnentierelantoine
tierenbaljare
tijdtaid
tijdtoid
tijdentaide
tijdens de winterwinterdegs
tijdens de zomerzeumerdegs
tijdjetaidje
tijdstiptaidstip
tjonge-jongetjoe
tochevengoed
tochtag
toch (maar), desondanksevengoed
toch?dink?
tochtsouging
tochtsnorrel
tochtensouge
tochtenzoige
tochtige koestoeier
toeta
toedrinkenandrinke
toentoe
toneelteneêl
tonelentenelen
tong verloren?zegge we noiks meer?
tot aanan....toe
tot aanbai toe
tot ziensde marzel
touwseêl
touwtje springenbochtippesse
touwtje springenbochttippen
trappentrappe
treintroin
treiterenkoeieneren
trekmiersk
trekneêzig
trek hebben (eten) miersk
trek in hartigmiersk
trek in hartigneêzig
trekwindsouging
treuzelendangele
treuzelen kletsenteute
treuzelenddreutelig
troffentroffe
trotsgroosk, kuin
trotsgroôs
trotsgroôsk
trotsprat
trots opprat op
trottoirstoep
truifrok
truienfrokke
tuinentúne
TuitjehornToutjehorre
tuitjenhorntuutjetuut
TuitjenhornaarTuuter
tulptullep
tulpentullepe
tussentwisken
tuurlijkfezelf bok
tweetwaai, twei
tweedetwaide
tweedetweide
tweedetweidse
tweedehandsandermans
tweeentwintigtweientwuntig
twintig twuntig
TwiskerGladoor

U

uisiepel
uiswiebel= Is Duits
uierjaâr
uituitheinig
uituut
uit de plooi brengenbefummele
uit de war halenuuttisse, Is 'tiste ook uittiste.
uit logerente warskip
uit logeren gaante wârskip gaan
uit logeren gaante warskippen gaan
uit slapen/logerente warskip
uitbaggerenslóte
uitbundig feest vierenbatteviere
uitdrukkingenuitdrukkings
uiterlijk vertoon / van standstaanuut
uitgebrachtuutbrecht
uitgelatenuutleiten
uitgelaten zijngraskalleverig
uitgelegduutloit, uitloid
uitgestrektuutstrekt
uitglijdenglisse, uitglaie
uitglijdenuitzullen
uitheiniguitheinig
uithuizig persoonflort
uithuizige vrouwflort
uitlatenuutleite
uitlikkenuitslikke
Uitroep van uiterste verbazingôh
uitschotbarrel
uitslapenuutsleipe
uitstellenferstelle, verzette.
uitvluchtenkonkelefoesies
uitvretenuutspouke
uitvreterluisnek
uitvreterskúffieslauper
uitwijkmogelijkheidachterdeurtje
utrechtuutreg

V

vaakoftug
vaakoftig
vaalgoor
vaarboomkloet
vaargeulslufter= is iets geheel anders, getijdengebied. Wat wel kan is een sleuf graven, of een geul graven, deze diende dan om het water af te voeren. Dit laatste wordt in het Westfries nog als 'ôfvoer-tje uitgesproken.
vaatdoekjedwoiltje
vakantiefekansie
valkkoogfalkekoeghe
vanfan
van allesiefie en aafie
van allesallies
van eikenhouteken. oikehout.
van mefamme
van mijnfamme, van moin
van rietriede
van vrijen word je magerwie vroit die sloit
van vrijen wordt je dikwie vroit mit zin die groeit 'r teugenin
vanaffanof
vandaagfedeg
vandaanfedaân
vandaarfadeer
vanillefenielie
vanochtendfenoggend
vanzelffezelf
varkenbaken
varkenstoeten
varkenshoktoetenboet
vastbakkenanbakke
vaticaanfatikaân
vaticaanstadfatikaânstee
vee kopen en doorverkopen op de marktskosse
veelpuur
veelfeul
veelzoôt
veelvuldigoftug
veenhuizenfenenhúze
veilingfoiling
veldhuisfeldhús
venhuizenfenhúze
ventje, mannetjemanje
vervier
verdeeldferdield
verderfeerder
verdienenferdiene
verdientferdient
verdrietatlast
verdrietigbeloôrd
verdrinkenfersoupe, verzuipe.
verdronkenfersôpe
verenbedbedjeveer
verffurf
vergaderenfergâre
vergaderingfergâring
vergarenbegaddere
vergeetachtigfergetelek
vergelijkenfergeloike
vergelijkingfergeloiking
vergietgatemetiel
verhaalferhaâl
verhaaltjeferhaâltje
verhalenferhâle
verkeringskarrelderaai
verkering zoekenanslag
verkleumdknoffelig
verkoopsterferkoupster
verkoperferkouper
verlangenferlengst
verledentijdferledentoid
verliefd kijkenjong hondig koiken. meêlug koike
verliezen (iets) strooien
verlorenstrooit
vermaakdivessementje
verminderenfersakke
vermoeidbedeerd
vermoeiddwars of
vermoeidloôf, louf
vermoeidstek of
vermoeid ogendverboefd
vernieldofjakkerd
vernielenofjakkere
vernielenrinnewere
versfris
verschilferskil
verschrikkelijkjerubel
verschrikkelijkgodschruwelek
verstoppenskuildouwe
verstoppenskuil stoppe
Verstoppertje spelenOpskuilertje speule, skuildoekese, verlossertje
verstoppertje spelenbroodeterstoid
verstoppertje spelenskuildoekesse
verstoptskuildouwt
verteertfernert
vertellenbeluie
vertellenfertelle
vertellingenvertellinkies
verteltfertelle
verterenfernere
vertrekkenfortgane
verveelferveul
verveeldferveuld
verveeltferveult
vervelenferveule
vervelend doenettere
vervelend gedragbelabullugoid
vervelend kinddrabber
vervelend zijndrabbere
vervelende kinderenkenge fan joôs
vervelende knuldrabber
vervenfurreve, vurve
verwaaid wasgoed (lakens) woinske lakes
verwaarlozenversloere
verwarringalderasie
verweguitelemalte
verwennenbekoetele
verwerkenfernere
verwerktfernert
verzadigd zijngrond voele
verzamelenbeggadere
verzettenfersette
veterbandachtertein
veulenfoôl
viaductklugt
vierentwintigfierentwuntig
viesskarremot
viesbah
viezigskarremottig
viezig en kleinskobberdebonkie
vijffoif
vijfentwintigfoifentwuntig
vijftigfoiftig
vijligheidfoilighoid
vindenfinde
vinderfinner
ving (verl. t. van vangen)fong, Hai/zai het vongen, kroige, kregge
vingerfik
vingersfikke
vingers, handenfikke, benne fikke, de twei bovenste benne gewoôn,vinger of vingers.
visfisk
vissenfiske
visserfiskerman
vistfiskt
vlaprol = Is geen vla. Is karnemelkse zure pap.
vlakbijneist-an, dichtboi
vleermuisflaremuus
vleesfleis, vlois
vleugelwuuk, wiek
vleugelswuke
vliegmig
vliegenmeppermiggeklap, muggeklapper
vlierbesflareboum
vlies velfluus
vlonderpost
vochtigsloeg, sloeveg.
vogelfeugel, veugel
vol rietriedig, rietskoôt.
volgensneffens
voorfeur
voor veeteelt, gras of hooibouw gebruikenbeboere
voorbehandelen van een koe tbv het melkenwurrepele
voorbereidingfeurberaâjing
voorbereidingenfeurberaâjings
voorbijfeurbai
voorbijgangerfeurbaiganger
voordelige koopjes aangeschaftkaupies opdain. Was 'n koupie.
voordurendalgedurig
voorgelezenfeurlêzen
voorhuisforus
voorkomenankoik
voorlezenfeurlêze
voorlopigfeurloupig
voornamelijkbenamelek
voorschotenfeurskoten
vooruitfort
vooruitgaanavesère
Vossemensebeultje
vragenfrage
vreemdleukig
vreemdkuuks
vreemd / raarsnokker
vreesang
vrees aanjagenange
vreselijkfreiseloik, vreseloik
vretenbunkeren
vretenfrete
vriendenvriende
vriendinnenfriendinne
vrijfroi, vroi, waarom de volgende zes in een F moeten veranderen, is mij niet geheel duidelijk?
vrijdagfroideg, vroidag
vrijefroie
vrijetijdfroietoid
vrijheidfroihoid
vrijwilligerfroiwilliger
vrijwilligersfroiwilligers
vrolijkfrolek
vrouwwoif
vrouw die weet te genietensnoepdoôs
vrouwelijk geslachtsorgaantruil, meut. Vind het onnodig dat dit er in staat.
vrouwenvrouwe
vrouwspersoon die allemaar an de flort iswegskaip
vruchtbare grondgaile grond
vuilslobberig
vurigbrandheit
vuurfik

W

waarweer
waar ben jij geweestweer ben joj weest
waar kan jij nou moe van wezen?weer ken jai nou louf van weze?
waarbijweerbai
waardeloos mensbel
waarinweerin
waarland't waardland
waaromweerom
waaromweervoor
waarschijnlijkwaarskoinlijk
Waarschuwing gevenscrebering geven
wachtenwachte
wadwaywadwei, wadwoi
wagenschuur v. boerderijdars
wagenwijdwoidwagen
waggelend lopenbaaiere
walmstiem
walmen (van een kaars) loeven
wandelenstiefelen
wanproductmisdaaier
warsnol. Hier gaat iets in de war? In de tist
warderwaerder
warenware
warenwazza
warenwazze
warmwerm, loekerug
warmenhuizen/ tuitjenhornWarmetuut/ Tuutjehorn
warmenhuizerWarmetuuter
warmtestiem
waswask
wasdagwaskersdag, Wossen op maandag.
wasdoekswilk
waslijnwie vroit die dloit, wasloin , kleereloin.
wassengrobbele
wassenwaske
watwes
wat andersien wat aars
wat danwat den
wat doe jij stoerdoe niet zo mans
wat erghielsverskrikkeluk
wat had je gedacht?wat hatte je den docht?
Wat is dat erg.Das ok hilsverskrikkeluk.
wat voorhoeke, (hoeke spoikers wou je hewwe?)
wat voor eenhoentje
Wat voor een had je, had je er zoeen?Hoentje hadje, hadje zontje
wat voor een?hoentje?
Wat zie je er grieperig uithew je een klap van de meêlzak had. Wat zie je d'r belabbert uit!
waterhoenriethen, rietkip
waterplantflap
watvoorhoenien
wauwelenteute
websitesait
weer een kind krijgenóverwinne
weetwete
Weetjewelzai
weganverdan
weg (verloren, niet te vinden )poter, kwoit
weg gaanvortgaan
wegglijdenzulle
weghalenweghale
wegsturenvortsture
Wegwezen!Ruiterere!
wegwezen!ruiterere
weiwaâi
weideventje
weidewaâide
weidjeventje
weigerdewoigerde
weilandwaâiland
weilandenwaâilande
weinigwoinig
wekenweke
welwelderus
welwol
wel eenswelderus
welhaasthippie
WelkeHoekes
wensenwense
wentelteefjesverlôren broôd
werdenwerde
wereldwirreld
werelddeelwirrelddeêl
werelddeelwirrelddiel
werelddelewirrelddele
werelddelenwirrelddiele
wereldoorlogwirreldoorleg
werkelijk waarweerrachtig
werken aan allerlei klusjessteerte
werkjasjebonker
werklijk waarweerrachtig
wervelwindtwirre, snorrel,hoôs,
wervershoofwerfershouf. Wuvershouf.
wervershoverGommer. Bijnaam , komt van Franciscus Gommarus was één reformer.tijdens de reformatie.
westeindewestende
westerbuurtwesterbuur
westerwijzendwesterwìsend
westfriesewestfrieske
wetenwete
wetenwitte
wetenschapwetenskip
wezelwezeling
wezelswezelinge
wie zijn je ouders?toh joh, van wie beh joi dr ien? Wie benne je ouwelui?
wiegnaan
wieringenwirringe
wijwai
wijwullie, hullie.
wij zijn de broertjes van het plattelandwoi ben de broertjes van t platteland
wijdbeenswoidbiens
wijdenesvenès
wijfjewoifke
wijk woik
wijkenwoike
wijkt afwoikt of
wijmersvenèrs
wijzendwìsend
wilwouw
wilwul
wilwulle
wild meisjehekkespringer
wildewouwe
wilde haren nog niet verlorennanniet uittuult
wilde rakkerbasseroet
willenwulle
wiltwulle
windwoind
Wind mee (op de fiets) feur de wind
winderigheidbroekhoesterig
winderigheidbroekhoest
windvlaagsnorrel
woelenvroete
woensdagwoennesdeg
woensdagavondbille-eivend
wogmeerwochmar
wognumwoggem
Wognummerkoekvreter
woigerdenwoigerde
wol/garen op een kaartjebrat
wolkenwolke
wonenweune
woningspul, weuning
woonweun
woondeweunde
woontweune
woonwijk weunwoik
woordenwoorde
wordenworre
worstloert
WorstWust
wrakkrammenakkug
wroetenhoistere
wroetenfroete
wuiven; zwaaiensjoere

Z

z'nzen
z'nzoin
zaakwaarnemerberedder
zacht en oudbol
zacht stovenmeuke
zachtjes blazenfutere, zaggies bleize
zachtjes stovenmeuke
zag jezàjje
zagenzagge
zagenzeêje
zak (van kledingstuk ) diesuk
zakdoeksnotlap
zakdoekzaddoek, zardoek
zalzel
zandwervensandwurreven
zatenzatte
zaterdagzaterdeg
zeefgaatemetiel
zeelandseêland
zeermerakels
zeersear
zeer gesteld op gezelschapsels
zeer groot exemplaarknoert
zeer langzaam laten kokenmeuken
zeer onaantrekkelijk persoonverdaigertje, zwurver, lulik.
zeer slecht weermoordenaarsweer
zeer trots zijngroôsk as un aap, puur groôsk weze
zeer vermoeid ogendverhouwen
zeer zuinig iemandkniert
zeerdersearer
zeerstsearst
zegzeid
zeggenzegge
zeisoit
zeidzeg
zeidenseeë
zeiszoin
zelfstandigebaas, oigen baas
zenuwseên
zenuwachtigpoin in 't loif
zenuwzinkingsinking
zenuwzinkingensinkingen
zenuwzinkingensinkinge
zenuwzinkingenzinkings
zesentwintigsesentwuntig
zettensette
zeursnark
zeurendranzen, deurzanike, verveulend weize.
zeurenemele
zeurensnarken
zeurkousdrans, dransharsus
zeurkousdransharsus
zeurkous (jong vrl.) jankziel
zevenseuven
zevenentwintigseuvenentwuntig
zeventigseuventeg
zich zelf kunnen reddenzijn oigen bedoen kenne
ziekelijkmeêuwsk
zielignoseluk
ziensiene
zienbemiereke
zietsiene
zijhullie
zijdeside
zijdewindsidewoind
zijnbinne
zijnbennen
zijnbenne
zijn straatje schoonvegenzijn baantje skoônprate
zilversulver
zilverpapiersulverpepier
zin in een appelZun in ien appel
zit niet goedfoegt neit
zitbankje achter in een roeibootjeachterdoffie
zittensitte
zo
zo eensônien
zo meteendemie
zo nu en danaltemetteres
zo zie je maarsuks maar weer
zo zie je maar weeralwèèr-an
zo'nsô'n
zoalssôas
zoalsas
zoalssô'st
zodrektaan stonds
zoekenbejagen
zoektbejaagt
zogenanpakke
zoietsdattem
zoietssuks, suk of suk
zoietszuk of zuk
ZolderopruimenZolderroden
zomaarsômaar
zomerseumer
zomerdijkzeumerdìk
zometeendemi
zondagsundes
zonderlingofkouker
zonderlingbestruuk
zonderlinghapskeer
zonderlingaardig
zonderlingamparteling,oigenhoimer.
zonderlingampartje
Zonderling; grapjasofkouker
zonetnetseven
zonnensprege
zonnen (in de lente) spragen
zonnetjesontje
zoonswan, zeun
zoontjeswantje
zorgsurg
zorgensurge
zorgen dat alles af is en dat je van huis kuntklar werruk make
zorgtsurgt
zousouwe
zoutbroin
zoveelsôfeul
zuchtjeasempie
zuidsûd
zuidsuud
zuid-hollandsûd-holland
zuid-scharwoudesûd-skerwou
zuid-spierdijksûd-spierdaìk
zuidenzuie
zuidermeersudermare
zuidschermersûdskirmare
zuigenlurke
zuigensukke
zuinigbenauwd
zuinigskraal
zuinig iemandskrale hond
zuinig iemandkneert, kniert
zulkesukkers
zullenselle
zullenzelle
zuurtjebabbelaar
zuurtjesbusbabbelebus
zwaagsweach
zwaagdijksweachdoik
zwaagdijkzwadoik
zwaagdijk-oostsweachdoik-oôst
zwaagdijk-westsweachdoik-west
zwaagdijkerkraai
zwaaienskaaie
zwaaiensjoere
zwaarsweer
zwaar werksjouw
zwakmeêuwsk
zwaluwswaal
zwaluwtjeswaaltje
zwaluwtjesswaaltjes
zwareswere
zwartswurt
zweepswiep
zweepzwuup
zweerswel
zweertje op het ooglidstieg, stoiger
zwemswum
zwemmenswumme
zwemmenzwummen
zwemtswumt
zwenkswink
zwenkeswinke
zwenkenswinke
zwenktswinkt
zweren, onstekengrutte

12 opmerkingen

  1. Als bij de man zijn gulp nog open staat,

    Dan zegt men je gulp staat open, of moet je er zo weer bij wezen, je kippe loupe d'r uit! Ken ok, je garagedeur staat open.
  2. Als je niks bent, en je verbeeldt je niks, dan ben je 2 keer niks. In de Zaan wordt dit gezegde ook gebruikt, zo geestig
  3. Demie herinner ik mij als een stopwoordje om iets nog even uittestellen van mijn oude buurman Cor Koopman van de buurt. Cor is nooit getrouwd geweest, was bakker/uitbater (met een doorrijstal) op Spierdijk, stierf in 1990 en werd 100 jaar .
  4. Geheel onwetend gebruikte ik laatst op mijn werk (Almere) het woord "kniert" voor iemand die zuinig is, om vervolgens stomverbaasd aangekeken te worden: niemand wist wat het woord "kniert" betekende. Opgezocht op internet, blijkt dat het inderdaad enkel in West-Friesland bekend is en gebruikt wordt. Omdat het woord op deze site enkel gebruikt wordt als uitleg voor het gezegde "Die skoit niet voor elleven", lijkt het me dat het handig is dat ook "kniert" vertaalt wordt.
  5. Het Westfries Inventarisatie van dialectkenmerken door Dr J (an) A. Pannekeet Stichting Uitgeverij Noord-Holland te Wormerveer ISBN 90-71123-35-9

    Westfries woordenboek ISBN 90-71123 01 door bovengenoemde schrijver en uitgever.
  6. Heupwiegende vrouw of meisje: skuddegatje.
  7. Keuvelen wordt in Wikipedia aangegeven als een officiële naam voor de viering van Sint Maarten. In West Friesland wordt dit gebruikt. Een Keuveltje is dan ook de lampion.
  8. Met drouge biene op de kant loupe betekent een boterham zuinig smeren, zodat de kanten niet bedekt zijn.
  9. Vroeger werd er gevraagd, als je natte voeten had, na bijvoorbeeld "skossie laupe" (= ijs op de sloot testen..) ..."Hew je nat soik haalt?"
    Dit was in de jaren 70 in Wervershoof.
  10. Zomer 80er jaren. Verjaardagsvisite tijdens een warme, broeierige dag. Neefje komt langs en reactie van een tante is: `Loeker weertje niet ` maar dat kon geen Nederlands zijn volgens hem. Nee is Westfries. Nee, jullie houden mij voor de gek!
    15 minuten later komt andere tante het gezelschap versterken. Eerste wat ze zegt: `Loeker weertje he `
  11. je kan beter op een zak flooi passen dan op een jonge maid
  12. oflegge Afleggen is, een overleden persoon klaar maken om in de kist te leggen.