Werviks

Dialecten > West-Vlaanderen > Werviks

Werviks bevat 38 gezegden, 630 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

38 gezegden

aan het altaar verzaken aan het huwelijkbeele
als je iets begint moet je het afmakenoaj te scheepe zyt moej voarn
de liefde bedrijveneu stik spelen
degelijke kost't houdt aan de rebben
doodop zijn't gat of zin
drukt de verhouding uit met kinderen van oom of tanterechtsweird
een grote plas doeneen leie pissen
een mooie vrouwa snel wuf
een theaterstuk opvoerenstiktje spelen
erwten peulenerweten ploosjen
ge moet zwijgen gijge moet joen mulle oen hi
gehukt zittenip zin foktje zitn
het aangenaam vindener schik in hebben
het is dan nog waar ookmizienke
het komt niet ongelegenhet missant niet
het regent heel hardtrint dat sikt
het slagregenthet reint pupestelen
het stoort niet't besang nie
hij geeft het niet toeje behaert van pikkes
hij lag met zijn gezicht in de goot na een bezoek in de macote, want hij was erg dronken.je lag me zin toute in de goute wanjekwam van de macoute, je was één karoute
hij zal armoe hebbenje gae krebbe bit'n
hoe gaat het hier?owê da-dier
iemand bedriegeniemand bi den buk doen
iemand die nooit gereed iseen achternoeneboer
IEMAND MET KLEIN HARTJETRUNTEGAARD OF KLEIAARD
in de middagrond de noene
is dat echt?mogowgie
je mag dankbaar zijnge meugt joen handjes tooppeleggen
krikkemikkigvan den hond zyn ore
men antwoordt op een ongelegen vraag :kuerieuzeneuzen en lange steerten
merengue gebakjenunneskeetuh
plat dialect sprekenklaikoeten
strontzat zijntete kanong zin
vergeldenkatjemie katjewere
vergeldenkatjemie katjejoe
wat heb ik gezegd?wukèk gezei
wie had dat gedachtzoeje da keun peizn
Zich dom gebarenVan dom'n behaeren

630 woorden

A

aaienkaline doen
aangedrevenbetinteld
aanzetten totleertje steken
aanzetten zonder het zelf te doenlêrtje steken
aardwormtettink
ademasem
aftandse wagenkariot
afvoerputduker
afwassenschuttel doen, schuttelen
als dat gebeurt ...oe't gebeurt
als ik kom...oe'k komme
alstubelieft!osteblief
altijdoessan
arduinsteenschorre
arm aan arm wandelenallabadinne
arme vrouwtjole
armkorfkaba
autooto
autovoiture

B

babbelaarsterkletskouse
babbelaarsterklapege
babbelaarsterklabette
babbelaarsterbabbelute
babbelaarsterbabbeleege
bakhuisovenbeur
balbolle
bangerdbroekschyter
bangerikschyter
bangeriktruntekousse
bareelbarriere
beddekensêrge
bedspreikortepoonte
bekkwekker
bemestenvetten
bergruimte onder trapspende
betwetereen profeet
betweterweerprofeet
beukenootjebeukenotje
beuzelaarpeezewever
biddenlezen
bietenbitterapen
bij U thuis bij jullie thuistoe tjunders
BinnenzakMaele (de)
blauwblaauw
BodschappenComéchies
boekentaskanasjère
boerenwormkruidpalullekruyd
boodschappentaskaba
boomstronkêsgat
boosaardigdroev
bordtaljore
boterhamstute
botterikbaloe
braaffraoi
breiwolchjête
broodpuddingoazepatee
Bruine suikerpoesjuker
bukkenstupen
bunzingfichouw

C

Chineestsjing
chrysantenkatrienebloemen

D

Dat geef niet / dat stoort nietDat besant niet
dekselulle
denkenpeizn
dialect / taal / spraakvormkoetenanche
dienstmeidmoarte
dik gezichtpaptootte
dingkallut
dom persoongoai
doodsprentjezintje
doordrijvende vrouwdulle
dorstdust
douanierkommys
draaimolenman ége
drempelzulle
drolschytkadee
druppelleeke
duivelpietje pek
dure autokosje
dutjedjoenktje
dwaze vrouwtrutte

E

een borde talore
een poepe gerre
een wind lossené schete loatn
eendenkroospuderek
eierdooierdorre
emmerseule
er is niets tegen't is gee besang
ergensetwae
erwtenerreweett'n
erwten doppenerreweetn plooshn
erwtjes doppenerreweetn plooshn
evenefkes

F

fel regenentreint kattejoeng
flemenkalinen
flemergatlekker
flemerzemer
flirtenflikflooien
fluitjeschuffeling
fluitjeschuffelet
fluwelenpanen
fopspeentutte
fopspeentuyt
FrietenFrittn
frivole mangreppedanser

G

garnaalgeirnaert
gasfornuis (gazinière)gasfyr
ge moet zwijgen gijge mut joen mulle oen hi
gearmdalabadine
geblutstblamot
gedrochtscharminkel
geelgilve
gefoptgepaluft
gehurkt zittenup joe nuk zitten
gehurkt zittenup joen foktje zitten
gekneusdblamot
gekookt eikokkenei
geslepenleep
gesprekspartnerkoettenanche
gevaarlijke honddroeven hound
gevangbak
gewelfde ondiepe keldertvouwte
Gewone oorwormOrekruiper (Fr: Perce-oreille)
gezichttoote
gezwelweffel
gezwingelde vlasvezelskrootten
gijgyder
gladglets
gootgreppe
grasges
grasgers
graszodegèsfakke
grensschreve
grensfrontiere
greppelgreppe
grimlachenmonkelen
Groentegroensel
grote mondscheurepoorte
Grote vliegnen maneschyter

H

HandelsreizigerVoyageur
HandtasSjacoche
handtaskabba
handvolansvul
hardhorigbaloorde
hebbenên
hebben - gij hebtgêt
hebben - heb ik?êk?
hebben - heb je?êje?
hebben - hebben wij?ême?
hebben - hebben ze?ênze?
hebben - heeft hijêten - êti
hebben - hij heeftjêt
hebben - ik heb
hebben - ik heb nietkêni
hebben - jij hebt
hebben - wij hebbenmên
hebben - zij hebbenzên
heel zekerja-toet
het aangenaam vindengeestig vinn
het gaattgoa
het raakt, het trefthet dakt
het slagregenttrên pupestelen
het trekt op nietstrekt ip gin klootn
Hij heeft zich bedacht.Jed em verzind.
hoe heet zijhoe noem ze zie?
honingzeem
hou je mondo jo tandn
huichelaartootetrekker
huichelaartoottetrekker
huilenkrysgen
huisjehuzekot
HuisjesslakOornoornuit
huisjesslakorenuyt
huisjesslakorenorenut
huisjesslak (wijngaardslak) oornoornut
huismeidmaarte
huurhoevepachthof

I

iemandetwien
iemand die er zich met smoesjes vanafmmaktkaroottetrekker
iets kleins, minderwaardigskurnukkel
ijdeltuitmatuvu
ijlpraterkekgaai
ik ben in'kzen ien
ik denkkpeize
insecten verdelgen met spuitbusflitn

J

ja - over henjaonze
ja (over haar) joaz
ja (over hem) joan
ja (over jezelf) joak
ja (over jou) joag
ja (over ons) joaw/ joam
jachtig persoonvrikkelgat
jasfrak
jejo
jonge vrouwmeisen
jonge vrouwyounk
jongensachtig meisjeknechtebrokke
jongste kindkakkernest
jongste van de familie't kakkernestje
JozefTsjeppen
julliegieder

K

kaakslagmuylepeire
kaalhoofdplête
kachelstove
kalfsvleeszoogervlees
kamer boven de keldervoutte
kantklossenspellewerken
kantwerkspellewerk
karnemelkkirrepap
karnemelkpureepatattestamp
karnemelkpureestovers
kasseikoesjie
katerkatrol
kauwgomsjiklette
keer (maal)kee
keikai
kerelkadee
kerkbaljuwbedoo
kerksuissepykeman
keutelkruttel
Kieskauwer (iem. die met lange tanden eet)Tjengelaere
kijken met halfopen ogenpiepogen
kikkerpuut
kinderwagenpousétte
klantkaland
klaproosslaapbloem
kleiklytte
klein beetjeschytje
klein boerderijtjekorteweunste
klein dingperluutje
klein dingpetjoetje
klein dingkurnukkeltje
klein dorpjeschytparochetje
klein nageltjepoontje of dumpoonje (2, 50 cm.)
kleine kelderspende
kleingeldkleutergeld, kleutering, kleuterke
kleinmoedigtrunte
kleinmoedigtrutte
kleuterschoolpapschoole
kliënteelkalandiezie
klikspaanpanderdrager
klinkende kuspieper
kloekstreus
klomppattyn
klompkloeffe
knikkermèber
Knot (Frans = chignon)Cut
koffiedikprut
konijnkeun
konijnestrontkeunekruttel
kookketelkoediere
kookpannetjekawtje
koopjesbatjes (aubaine)
kruiperig persoonsleppedrager
kruiwagenkorrewoagen
kruiwagenkortewoagen / korwoagen
kuchenknuffen
kuisvrouwkuuschege
kwaadaardige vrouwdroevve
kwastje (Frans : floche) truyssel
kwetterentjateren

L

laatstesleppedrager
ladderleere
lamlendelingtjoeten
lamlendig iemandkollisjeklutser
landbouwknechtpouster
langskomenoversteken
lastig kind, zagekindhertefretter
leischalie
lendenleen
leukgeestig
lichtgeraakt menskruytje-roer-mi-niet
lidtekenlyksem
lidtekenliksem
lief doenschoonogen
lieveheersbeestjehemelbeestje
lievelingkeppekind
lievelingtchoetche
loeienbeurelen
lomperikkloeffekapper
lomperikbaloe
losbolpierewaai
lucifersulfer, stekje
luiaardleegaard
luikpersènne
luisterenhorken

M

maak eens plaatsgoaj ki hertn
mafketelgaei
mager onbeduidend mannetjegreppeschyter
manmannemens
mannekemantje
marmermarbel
matrasmaotratse
meikeverrulle
meikevermeulenaar
meisjejounk
melkweischeewee
merelsméreloars
mesthoopmessink
mesthoopmessing
mestkeverpeirderulle
met heel zijn boelmet heel zyn pataklang
met meerdere gezichtenToottetrekker
met tegenzinmet e lankgat
met verschillende gezichtentoottetrekker
mijn lief kindjemy schytertje
mijn lievelingmy schytje
mijn lievelingmy tjoetje
mijn lievelingmy tjoutje
mijn lievelingmy scheete
mijn lievelingskemy schytje
misverkjird
misdienaartjekoraaltje
misselijk wordenslecht kommen
misserflutse
MolenMeuln
mooi meisjee mokke
mooi meisjeprente
mooie vrouwsnelle
morsensturten
MotregenenSmokkelen
mugmeuzje
muiltoote
muismuzze

N

naaienstekken
naaimachinestekmachine
naaisternaaiege
naar het toilet gaanna bacht'n goan
naargelangnavenang
naastneffens
nachtjaponfallot
naïef menssempelore
naievelingsimpeloore
neenja-maar-ja
neen iknink
neen-ikja-ken-doe
negativistazynpisser
nergensnieverans
nerveus iemandkwik
neuskeutenkrootte
neusvochtsnotkeerse
NieuwjaarswavelsLukken, LuKKen, Lu'en
nieuwsgierigkurieus
nieuwsgierig menskurieuzeneuze
nieuwsgierigaardkurieuzeneuze
nochtanspertank

O

onbedachte jongenspeelveugel
onbeholpen menstjul
onbeholpen persoontaarteklaai
onbenullig persoonlabbekak
onbeslist menskollycheklutser
onbetrouwbaar iemandweerprofeet
onbetrouwbaar persoonkazakkekeerder
onderhemdlyfje
ondervestgilee
ondeugendpytje-fernyn
ondeugend kindpytje fernyn
ongehuwde manjonkman
onhandig iemandklunten
onnozelaarpoepgaai
onnozelaarklunten oliebrood
onsoezze
ontstoken oogkrotoge
oogzweerzwynepuuste
oorveegmulepeire
oorwormorekruper
op gelijke hoogtereize
op volle drafte vierklauwe
opgesloten geurbedoefd
opgetogen zijnin zijn schik zijn
opruier, aanstekerleertjesteker
opschepperblagaeimaker
opschepperbeslagmaker
opschepperfaromaker
opvalligere vrouwkraam
overhaastenschobbelen
overhaastenschommelen
overstromingsweiden (latijn 'bassa loca') balokken

P

paardenbloempissebedde
paardenknechtkarton
pannekoekpalulle
pannenkoeke pallule
pantoffelssleffers
pantoffelssavatten / chavatn
Pennenzaktrousche
pennetastrousse
peperkoekpendepeesje
pessimistazynpisser
pestenden duvel aondoen
petklakke
petroleumlampkengkee
peuterschytertje
peuterklasfreubel
pilaarbijsterdibbe
PinksterenSinksen
pisbakpissine
pitjekornelletje
plaatsmakengerten
plat dialect gebruikenkleikoutten
platdrukkensmèren
plezierleuite
ploegbaascontermeester
pluisjeskatjes
poepkoente
poetslapslunse
poetsvrouwkuyschege
pookkootterare
poosjetuktje
poosje slapendjoenktje
postzegeltember
potdekselulle
preiporet
prettig kindpleute
proppenschieterklakkebusse
pruilenmonken
pruimensjieken
prutsenmooschgen
prutsenbrielen
prutserfoefelaere
prutserbrielpot
pubertweetander
puree bereid met karnemelkstovers

R

ragebolkobbejaeger
ragebolkobbejager
rare kereltjoeten
regenwormtettink
reireke
remfring
remmenfringen
rode bessengenievers
rokensmoren (fumer)
rokkostuumpiettaleer
rolluiklattestoor
rommelbucht
ronddolentjolen
rotvort
roulademusschekop
ruimdienstvuylkarre
rupsrupsem

S

salonvoorplekke
schaatsenschaverdynen
schaduweschouwe/schauwe
scheetproote
schijnenschyngen
schikken, passenkonvenieren
schommeljuteko
schommelballanschiere
schommeljutekakoker
schommelballasjiere
schommelrendekoker
schooltascarnashière
schoorsteenkave
schoorsteenmantelschouwe
schopschippe
schouwkoave
schreeuwenschruwelen
schreeuwen als vermoordmoorrelen
schreienblten
schuif/ladeshkof
seffenste fête
Seringboomjasmijnboom
sigaretsaghrettn
sigaretsighrette
sinaasappelappelsien / sinappel
sjalottensjarlootn
slaapkleedslapfalouw
slecht befaamd cafékaberdoesje
slecht befaamde kroegkaberdoesje
slechte vrouwakketesse
sleffensavatten
slempenpintelieren
slobkousengetten
sloffensleffers
sluiervoolje
smeulenveuzen
smokkelaarblauwer
smokkelenblauwen
snede hamschelletje hesp
snoepjene knust
spaarzaambendig
spartelenklawieren
spatspetter
speelvogelmoosjger
sperwerstekveugel
spinkobbe
spleetgerre
spreikoertepoonte
sprekenkouten
stalstalling
steedsstanvastig
steptrottinette
stoepdam
stoeptrotwaar
stoep (trottoir) dam
stofjassaroo
storen : het stoort niethet besant niet
stoutdroef
stoute vrouwrosse / gloeiende rosche
stouterikbaloe
strakste fète
strondschytkadee
struikelentjobbelen
struisgildig
stuur (van fiets) gedong
suikerbolknuyst
sullabbekak

T

tabaktoebak
tabakdroogkamertoebakast
tabakspruimcsjyke
taschjatte
te samenthope
teergevoeligtrunt
tierenmoorelen
tijd verliezentyd verbusjchen
tijd verliezenverletten
tochoglyk
toch weltoet
toch wel!ja 'n doet!
Toilet, WCVertrek
Tot volgende keertoe te naaste ké (à la prochaine fois)
totaal rotplukkevort
trots, fierpreus
truibaai
tuinlogtink
tuinlochting

U

uiandjoen
uitglijdenweggletchen
uitglijdenwegsleeren
urinoirpiscine
uwjoeder

V

vaginapreute
vaginafriete
valtroape
vanachterolachtn / bachtn
veldflespulle
venijnige vrouwkateege
vensterbankkassine
vensterblindeplaffeture
vensterluikplaffeture
verdoofdbaloorde / bolloorde
verdragenuutêrden
verlegen voelen (zich) zich generen
verlegen vrouwpiskoesse
vernielenvermassakreren
verstoppertjekatjeduk
Verstoppertje spelenkatjeduk spelen
vertoorndvroed (korte oe)
vervelende opdrachtschytcommissie
vervelende opdrachtschytkomèche
veterriekoorde
viespeukkiessak
vieze vrouwvieze klynke
vinnigdul
vinnig kindfryjoen
vinnig meisjespook
vlas in het water gedompeld houdenrootten
vlasafval na het zwingelenkrootten
vlasrootbakballong
vleugelvleire
vliegervliegedrake
vlinderschoelapper
vochtigwak (een wak weer)
vochtigheidwakte (de)
vodslunse
vogelkooigariole
votslunze (f : chiffon)
vreemd gaan metaanhouden met
vreemdelingtsjing
vreesachtig mensbloottekeute
vreesachtig mensschytter
vrek, gierigaardKrebbebitter
vroedvrouwachterwaerege
vrouwvrommens
vuilkyzig
vuile vrouwvule triene
vuilniswagenvuylkarre

W

waalse vrouwwallonke
WaaromVoewuk
wandelstokkaanne
warboelastrabanche
warboelutsekluts
warempelbezinke / mezinke
warm en vochtig, onweerachtig weerlaf weer
wat?wuk?
waterjufferspelle
wcfertrek
weduwweeuwe
weduwnaarweewaar
weg zijndeure zyn
wei van gestremde melkscheewee
weinigletter
wemelenkrioelen
wenenbleiten
wenenblèten
wenenkryschen
wenenkrysj'n
WervikenaarWervikaan
wespfruytenier
wespfruitenier
wezelfichouw
wijwyder
wildebrasschuyfferluyt
windmakerbeslagmaker
wipballesjiere
witvleugelige meikeverbakker
woedendvroed (korte oe) - vroed van kolère
woelwaterwrikkelgat
wolsjête
wortelkaroute
wortelstameesgat
wrokkig iemandneette

Z

zacht gekookt eikokkeneitje
zeer, helemaalvreed
Zeer, VreselijkVree
zeispekke
zeker, vanzelfsprekendverzekers
zich goed voelenzich geneiren
zich goed voelenzich jeunen
zich goed voelenzich niet genèren
zich onwetend houdenvan pykens gebaren
zich overdoenteveel eten
zijzyder
zonderlingraoren tjoeter
zorgvuldig menspietje precies
zuinigbendig
zuringzurkel
zuringzurkel (f . : oseille)
zuurpruimzurkeltrutte
zwaluwezwoalme
zwarte bessenzwarte paters

2 opmerkingen

  1. In de 'opmerking' (helemaal onderaan) vraagt de auteur : wat betekent arkekee (in de zin Arkekee, mantje kom binnen ...) Welnu, 'arkekee' betekent : luister eens.
    Zie trouwens in de woordenlijst : 'luisteren' = in het Werviks : 'horten' (waarbij de h bijna niet wordt uitgesproken).
    ark e kee zijn eigenlijk drie worden namelijk 'ark' (gebiedende wijs van horken = luister en waarbij de o als een a wordt uitgesproken) 'e' (is een afkorting van het onbepaald lidwoord : een) en 'kee' is een Wervikse afkorting van het woord keer.

    Sommige Wervikanen zeggen niet ark e kee maar (h)ort e kee wanneer ze bedoelen : luister een keer (eens).

    In het Werviks dialect worden ook veel eind-t's en d's niet uitgesproken (zoals in het Afrikaans van Suid-Afrika) zoals de pos = de post, gel = geld, enne hoe = een hoed.
    In het Afrikaans zeggen en schrijven ze bijvoorbeeld : 'posgel betaal' = 'postgeld betaald' op omslagen die door de Suidafrikaanse postdienst zelf vrij van postzegel worden verstuurd.

    Nog een gelijkenis met het Afrikaans is dat alle vlinders in Wervik schoelapper worden genoemd - in het Afrikaans zijn alle vlinders ook skoelappers.
    In het algemeen Nederlands is een schoe(n)lapper slechts een welbepaalde soort vlinder.
  2. op een gedenksteen van Gaston Durnez op een hoek aan de speiestraat aan de gevel van een school staat een schrijven van `mantje,komt bin in't uzetje van mien.......en al laatste zin `Arkekee, mantje kom bin. Wat is de betekenis van `arkekee`