Schulens

Dialecten > Limburg (BE) > Schulens

Schulens bevat 17 gezegden, 135 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

17 gezegden

Bij haar thuiste hirrest
Bij hem thuistezennes
Bij hun thuiste hunnes
Bij jou thuisturrest
Doe die deur dicht!Duut dei deer tuiw!
een mooi meisjeè schòn metske
Het hazepad kiezen.Riepesnèje
hoe doe je dat?wèj duudzje da?
Hoe heet jij?Wei heet dzjee?
ik ben wegich bin èweig
ik ga plassenich goan men petètten afgiete
kom verderkom vots
Tegen iemand die de baas probeert te spelenchefperron / Dzjeeé zèit commandant van de djoanehaag!
Van waar ben je?Van muu zèjt dzjé?
vind ik ookvèng ich euch
waar is dat?mu ès da?
zijn we weg?zen ve voèt?

135 woorden

1ien
2twie
3drei
4vier
5vijf
6zès
7zéeve (zeer korte doffe e na é)
8aacht
9nege
10tien
12twallef
13dattien
14vjôtien
15vèjftien
30dattig
40fjôttig
50fèftig
60sèstig
80taggetig
100honnert

A

aardappelpetèt
aardbeijaadbeer
aardejaad
ajuindjuin (ui zonder j-uitgang)
ajuinsausdjuinsuis
ambraskweddelen

B

bareelbrier
binnenplaats, inritmèstof
bladbload
boekentasmèlét
bomenbiem
boombuum
buchtbraggel
buikboek
burgemeesterbèrreggemiester

C

chaoshannekesnèst

D

dekensààze
deurdeer
diagonaaltegriest
dichttuiw
doorder (korte doffe e klank) als door voor hetgene staat waar je door moet maar je zegt deur als door na hetgene staat waar je door moet
doorndjoan
doornenhaagdjoanehaag
dorpderp

E

een boterhame beuke
een kikkerne kwakvoas
een merelne blond
een papieren zakèn maol
een platic zakeen plestikke boas
eersteieste
eerstelingiesling
ekstereekster

F

fermbra
fietsvleuw
fietspadvillebaon, vleuwbaon
flauw iemandhenneuw

G

gatkuut
gevangenisprisong
geweldiggrellig
gijdjeeè
goedguud
graaggjaàn

H

handighennig
handschoenenhaâsse (lange doffe aa)
harkgritsel
hemdhimme
hittehèts

J

julliedjulles

K

kaaskéjes
kapotmaken, verprutsenverinneweren
kerskjâs
kijkenkieke (zeer lange ie)
kikvorskwakvos
knabbelen (hard)wrakken
knikkerklits
koekuiw
koeienkei
koolmeeskeesmùs
KoudKaad
kuspoèn

L

laatsteleste

M

meisjemetske
mijmich
minitractormotelqueteur
molenméele
mooiferm

N

NachtvlinderMotpiepel
navelboeksnagel
nectarinebrèjoel

O

overallkleun

P

paardpjat
paardenpjaat
paddestoel, stuifzwam, bovistpùveest
parelsnoerpjàl
pastoorpestuur
perzikpjoossel
piemeltjewiep / kettel / stimpke / stritske / piske / peurwes (=poreiplant)
poreipeùr
pratenklappe

R

regenregel
regenwormpiering
ruzie makenenselen, stichelen

S

schoonschuun
schopschoep
schortverring
schulenaarschieleneir
slasloat
spadescheùp
stekelbeskruusèl
straatstroat

T

taszjat
tegendraads, averechts, dwarsterjaas
tot zienshad ôch
TruiVreusse
tweedetwidde

V

venstervinster
VestGolf
veulenveele
vlaamse gaairuuter
vlinderpiepel
vorkverkèt
vork (viertand) rik
vrouwvreuw / vreumes
vrouwenvrèuwlie

W

WaarMuu
WaarvoorVeur wa da
wandeling rondwendeling rund
Wat doet ge me nu?Wa duudzje mich nui? (ui zonder j-uitgang)
waterwetter
WCheske
wenengrinse
wijvéje
wortelenpuutte

Z

zakdoekmoweslat
zwoerdzwaaos