Riemsts

Dialecten > Limburg (BE) > Riemsts

Riemsts bevat 38 gezegden, 310 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

38 gezegden

boontjes met gevogelteBok bone mit vèldkèèkes
Dat gaat je niets aan!Doa hebste gein affaire mèt!
Dat is onzinDas zèèver in pekskes
Dat maakt mij niet uitDat blijft prel vjeur mich
Dat zie je van hier!Klote Jeraar!
Een beest zijnDe bis e bies
eerlijk gezegdreit oot gezeit
het vriesthet vruijs
Hij is verspilziek.Er hilt geine frang op z'n kloote
Hij lijkt heel erg op zijn vaderEr es z'ne pa oot z'n koônt gesjette
Hoeveel moet ik betalen?Wo kreigste van mich?
iemand die niet goed hoort en niet goed zietene sjèle dove
iemand die niet stipt isdoag huije, doag meurege
Ik ga naar bedIch gwö m'ne venger iîn
ik ga naar huisich goan jawwet
ik spreek dialectich kal plat
ik spreek Nederlandsich kal op de l
in het oog houdenin de faar haate
in volle vaartde volle patrol
je bent niet grappigde lös e' pjad laachte
Je kan de pot op!De kins mich e' hööpke sjeête!
Je maakt me gek!Ich kreeg de krellekes van dich!
klein kind (scheldnaam) ti tè kinneke
Laat je niet afzetten!Leut dich nej in z'n toet zitten!
Laat mij met rust!Leut mich met frèè
naar de wc gaannoa het huiske gwö
naar huis gaanjawes gwö
niets is gratisalèèn de zon kump op vur nix
op hetzelfde geslacht vallenliînkse shroefdroad hemme
Op uw gezicht kloppenOp z'n taân joeke
oude vrouw (scheldnaam) sjokoantkoat
Tot ziensHad uch
Uit de weg!Sjauw dich!
Waar ga je heen?Bo giste heîr?
Wat ben je aan het doen?Wo biste oddig?
Wat een begeerlijke Vrouwhete sjup!
Wat een kerel!Sjau maân!
Ze heeft mooie borstenZe hèt ferm marsjandies

310 woorden

A

aaienkoren
aanpassenzich vuge
aanstekerbriket
aanwervenaonpakke
aardappeljapel
aardbeienubbere
aarzelentreintele
achteruittreggerwats
afdakshelf
afstandsbedieningkaske
afvoerpijpkeunjel
al lopendlopeterre
al pratendkallenterre
AlhoewelNoavenaânt
Alstublieft, eet smakelijk.Astebleef, èèt smoakellek
AmerikaanAmerikeunder
angstaanjagendbeinkelijk
AprilPriel
autootto
averechtsterwias
azijnëitje

B

badkuipbadkoomp
bakkerbekker
baksteenbrik
behangentampeten
bekeuringperses
BelgiëBels
bengeljeunk
beswiemel
bezigollig
bibberenbubbere
bierbok
bietenkroten
bilbats
binnenplaatskoer
binnenstebuitenliînks ömm
bladbload
bladerenbleur
blootvoetsbeiremes
boekjebiekske
bomenbuim
boomboam
boompjebuimke
bordtluur
borstelbjeustel
braadworstbroajsessies
breienstrikke
broersgebroers
BrusselBrusselt
buitenboetes
bultknoep
buurgeboer

C

cafékaffe
claxontoet
condoomkapeutje

D

dakgootkernis
deuromlijstingshabrang
dierenartsartis
dik wijfbetske
donderbeeskesmiele
donkerdoônkel
doodsprentjebildje
druifdroef
duizenddoezend
dweilsjroebdoek
dweilensjroebbe

E

echtpaarkoppel
een lepelne njepel
een mooie autodikke bak
een oude manne aa maan
een verhouding hebbenoanhaate
eerstdaagsein van dies
elektriciteitéllentriek
emmertop

F

fel lichtfaar
fietsenvillo voare
fopspeenloets

G

Ga je mee?Gèès te mèt?
ga je zwijgen?geeste zen muil hateh?
gaangwö
gatkoet
gatjekuutje
gazonploês
gedaangedwu
geef mij eens een gebraden stukje hamgèèf mich ens get shinkebroaj
geschorengeschwure
graaggjan
grachtzaw
grasmaaiergroasmashien
grijpensjaren
groenteleguum

H

haantje de voorsteveursjneppetige
hakenkrosjeren
halverwegehaaves
handenhaan
handighennig
handlangermeneuver
handschoenenhaase
hardhel
harthat
hefkraangru
hekbrier
hemdhumme
herdersheeper
HerderenJeudere
hersenbloedingbesloag
hersensjieusene
hespsjink
honderdhonned
hoofdtijès
huilenkrete
huilenkreten
huishoos
huisjehuiske

I

iemandiemes
iemand die nie goed ziet en nie goed hoortene sjèle dove
Ik ga slapenIch gwö ninaakes doen
ik lust dat nietich moag dat nej
ik spreek Nederlandsich kal op de lètter
in de handen klappenin de haân klatse
in het gips liggenin de ploater lègge
insectbéske

J

jammerenlammerteire
JapannerJaponees

K

kaarten (spelen) teuse
kauwgomsjiekelet
kelderkaller
kerelveîger
kerskjeus
kikkerkrakvjeus
kilometertellerkilometriek
kinderenkinner
kiphin
kippevelhinneveêl
klaarvjadeg
klungelhalketie
knikkerklits
knipogen'n eiske pitse
knutselentoemele
koekow
koeienkeuj
kop koffietas koffe
koppelingvitesse
kousenwoaze
Kraagkreugske
krabbenkretsen
kreunenkuime
kroonluchterluster
kruimelsgrömmele
kruisbessenkroezelen
kuiltoem
kuiltjetumke
kuitheesse

L

laarzenbotte
ladderzatkrimineiletig zoat
langzamesjuppeteerder
lelijkleêt
lenteopgaank
lesbischpoetelekker
lievelingsjattepoemel
lomperikhoamel
loomloamlendig
loopsleupetig
luciferzwèngel

M

maanmoend
maandmoend
MaastrichtTriech
mandkèrp
mandkeurf
mannetjementje
meisjemétske
MembruggeMummerke
merelblwon
mesthoopmestem
met de knikkers spelenmejt de huive sjieten
meter (peettante) poat
methoopmestem
middagnoen
miermoemet
mierpismet
mistnuffel
modderdrek
modderfladder
moedeloos zijnde mismoed heubbe
moedermeujer, maa
molmolp
muismoos

N

Nederlander, HollanderHollender
niemandniemes
nieuwjaar vierennaw joar dwor haate

O

onzedige vrouwklatter
oogauf
open luchtwope loch
oplopen (zoals een ziekte)opsjaren
ovenwovve
overgordijndrapperie
overgordijnstoar

P

paardpjad
paardenstalpjadstaâl
pantoffelssloefe
parfumreuksel
Petklak
peterpjeiter
piekerenprakkezeire
pleister (op een wonde) ploaster
podiumseîn
politiemansjenderm
popnagelpoepravet
portiepwosse
praatjesmakermuilemaân
pratenkalle

R

raaroadig
regenrenger, rengel
regenenrengere
RiemstRiemps
rietjespirke
rijdenbollen
ringriînk
roddelenbemmele
RoddelenPümpkeskal
rokendoempe
rommelnès
rubberkautsjoe
rugreg
ruzieambras
ruzieruuzing

S

Schaduwkilesjoaj
schillenshelle
schoenen passenshoen mikke
schommelshokkel
schoon meisjepoes
schoon meiske de tweedepieske
schouderassel
schuim (rubber) moesh
slasleuts
slagerslachter
sleutelsliejüttel
sneeuwensnejje
snellerrapper
snoepjebabbeleir
spatborddrekploat
spatbordsladderlap
speelkaartenteiskoate
sproetensproetselen
stof (op de kast) step
stukadoorplekker
suikerboonsoekerklits

T

tandartstantis
tandpastataanzeîp
tarwetêrf
taskoffebak
tasmallet
tof, leuksjiek
toilethuiske
TongenaarSjoepesjaaiter
traaglaansem
troffeltroeffel
truibloes
tuinweîremes

U

uiun
uitgietenoetshedde
uitglijdenshrikkelen

V

vaatdoekshwottelvod
vandaaghuije
vensterbankvinsterploaj
vergietzeijboar
vetersstattele
vettig haarvittig hoar
vettig mannetjevettig hemke
vieze klerenvies klèjur
viswijfbemmeldoos
vlaaivloai
vlaaienvlui
VlaanderenVlönders
vleierpwonne
vliegtuigvliegmashien
vlierbessenwiemele
vlinderpiepel
voetenvùj
vrouwvrames
vuilonnöttig

W

waar ben jebo biste
waar ben je?bo sits te dan toch mèr
wabliefwo iet
warm etennoen
wasmandwaskerp
wat een dik meisjewa en vies vadsig mossel
waterslangweuterdeirm
We gaan al pratend naar huisVer gwön kallenterre jawes
wereldwert
wezelwessel
WielRoad
wielrennenkoers joage
wild, woestBreustig
winkelencomisses doen
wormpiering
wortelwottel

Z

zadelzojal / zoal
zageventsaasnol
zaktoet
zak (broek) moal
zakdoekmoalplag
zandzoavel
zeemvelviensterleir
zetel (huiskamer) leine stoel
zeverenmemme
zolderzalder
zussengezusters
zuurkoolzoermoes
zwaluwzwèngelmoos