Overrepens

Dialecten > Limburg (BE) > Overrepens

Overrepens bevat 3 gezegden, 120 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

3 gezegden

doe maar alsof je van niets weet!prebiért mèr dat djie Nol hèt!
Hij haalde zijn schouders op.hè trok zèn chore (ook: choor) - of: assèle op.
werken als een paardwereke as e pjaad

120 woorden

't is klaartès vjèrig

A

aardappeljaptappel
aardappelenjappelen
aardbeiebber
ajuinenunne
appeltaart met schuimtoert of appelvloi met sjo-èm
autootomebil
autopedtrottenèt

B

behangentapesere
behangpapier en behanglijmtappesièrepepier èn tappesièrepap
bessenkroezelen
blootsvoetsbèrrevoets
boekentasmalet
borreltjedreupke of è jeneuverke
breienstrikke
breinaaldstrikèzer
bussel houtmjotsem

D

dakdruppels zonder gooteu j ze
duivenkorfdawvekiever
dweilhoasdoek of sjroepdoek

E

een barst vertonengeboste
een bussel sprokkelhoutmjotsèm
een ferme kerenè chô man
een handvolèn hampel
een snede spekne brooi spek of ne spekbrooi
eerderjodder

F

fietsenvèlo-voare
fluweelfloer

G

glijbaansleurboan of sjèrvlik
grendelchaa
grote hakbijloks

H

half-wenend klagenkrinsèle of jeummère
helemaal stukte flèntere vaneen

I

ik ben verkoudenich heub ènne kaa

J

jaspit
jeukjuksel

K

kaartspelenkoate
kaartspelentuisen
kaft papierkoefertoen pepier
kastchoap
kerkelijke medaillechabbelier
kerkklok die om kwart voor het uur luidt.tampe
kersenkjoeze
kerstmiskjooesmes
kip kaphuitkeis
kip karklitsji
klagend pratenlammertjiere
kleine hak bijlhouwestel
kneedbak of kneedtrogmou
koers paardbidi
konijnknèn
koude rillingensjèvrooi
kousenbandkoosbèngel
kraanvogelkriene-kroan
krabbenkretsen

L

legger v/e rekrie bank
lieveheersbeestjeSlivenherebeuleke
luciferprimke

M

merelbloan
met grove steken naaientrochele
meter en peterpoat èn pjiètere
miermoemèt
motormotesiklet

O

olielampkènké
OLV Hemelvaartslevrouw havenos

P

paardpjaad
parelpjal
perzikpjassel
pijnlijk verwijtensjampe
plechtige kommunie houdenpoise-hage
praat of flauwe praatkal of fla-e-kal, ookwel toet
pratenkallen
preipoar

R

rammelaar (kinderspeelgoed) chedder
regenwormpiring
reglissekriskoek
remfrei
roomzoe-èn
ruilenmangelen

S

scharniergehinche
scheermeschoafs
scheermeschoas
schoenveterchoenstattel
sledeèsstoel
smal bijkamertje (soort gangetje) -goe-èt
spaak v/e fietswiel / mvbleien / bleinen
spinnenwebspènnegewièf
stekelbeskroezel
stinkkaas (hervse) ne na keis
stropop- (onder de pannen op 't dak) wèem
suikerbieten en voederbietensoekkerkrowte èn voejerkrowte

T

taartvloi
tegeltuuchel
turnpantoffelsgimnastiksloefe

V

valsspelenfoetelle
veeartsèrtis
veiligheidsspeldtauwspèngel
ventielsepap
viooltje (paars bloemetje) flut
vlierstruikteteler
vlierstruiktoeteler
vlinderpiepel
vloeipapierklats-pe-pier
voederbak (dieren ) troag
voethaak (voor koersfiets) toeplits
voetpadterbat of trebat
vork (wiel) foers
vrijen - vrijage-vrijerkèrsière- kèrsoase-kèrsaant

W

wcheuske
weglopenvoedlope
worstelenfroasele
worstelenfroisèle
wortelpoat

Z

zakdoekmoaslat
zaklamppitslamp
zandzoavel
zuigenzoaken
zurkelserrèl
zwaluwzwellever
zwoerdzwoas