Merenaars

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Merenaars

Merenaars bevat 471 gezegden, 1865 woorden en 16 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

471 gezegden

't is heel eenvoudigzu simpel as bonjour
't is te weinig't es te letter
't is zeer goedkoop verkochtvur nen appel en een au
't staat geschreven en gedrukt, je moet krabben waar het jeukt't stoe geskreven en gedrukt, ge moetj krabben wurdat ukt
aangeboren aanleg't zitj in de familje
aanschuiven aan tafelzèn biejenen onder taufel steken
ABN sprekenop de letter klappen
achterklappenroten achter zè gat mauken
af en toemè bott'n
afgunst opwekkenieënen d'ujegen uitsteken
afsnauwenzèn neus afbijtn
aftelrijmpjeonder twoeëtr zat ne poeëtr mi zèn tieënen boven twoeëtr. Oeveel tieënen at dieë poeëtr...
aftelrijmpjeikke pikke porreke de mieëster heeft een snorreke de meester eed e snorreke, de mieëster eed een sjiek (sik) af bennekik
aftelrijmpleikke pikke porrekn, de mieéstr eet e snorrekn, de mieëstr eet een sjiek, af ben ik
afzienzenne pere zien
alle baten helpen zei de mug en ze plaste in de zeealle boeëten elpen, zei de moosj en ze pistn in de zjië
alles in aanmerking genomen‘t ieën mi ‘t ander
alles samenallemel tegoeër
als de kat van huis is dansen de muizenas de kat van uis es, dausen de muizen
als iemand een sigaar opsteekt, zal het gaan regenende veirkes luëpn mi struë in er muil, `t zal go rèigern
amaai, dat zal welamaai mèn bottn
arme klaren (klooster)eireme kloeërn
armtierige groepkrot en kompanie
atlijd maar meeroe langer oe mieër
auto kapot rijdenzen auto in de frut raun
avondkruisje (katholiek) op voorhoofd kinderengod zegent en bewoeërt a
bang zijnmè de poepers zitten
bang zijnskou zijn
beentje lichtenputje lappen
beetnemenba zè pietje pakkn
belastingkantoor in Aalstde trappekesop
beslag makenparretten mauk’n
beter dat de rijke betaalt i.p.v.de armebeter van 'n keirk as van 'n kapelle
betrapt worden, verantwoordelijk zijn't spek o zenne meulen èmmen
bewusteloos wordenvan zènne center vallen
bij zijn kraag pakkenba zenne skabbernak pakken
blijven doorzagena zitj op 'n wieër
boerenzèn skelf skijtj in, zakt in
boerenzèn skelf zakt in
bont makenzijnen derden tujenen
boterham zonder belegnen druëgn boteram
broodmager't vel over de bieënen
buiten ademten enj'n ouësem
daar heb ik niets aandoeër ben ek vatj mee
darmen rammelen van de hongerannen bieër grolt
dat eten ligt me zwaar op de maagmèn moug roejt op
dat gaat te verda got over zèn out
dat is een krapuleuze familiedat es skramoelje
dat is een omweg't es alom
dat is het een en het ander, dat is wat waarddat es giëne kak
dat is niet in orde't es van d'nond zèn kluëten
dat is te duurda kan mënnen bruinen nie trekken
dat is zeer duurda kost stukk'n va meesjk'n
dat zie je van hiermèn botten zjeraar
dat zie je van hier, mon oeilmen uër
dat zijn je zaken nietda zèn a zouken nie
de avond valt'tduistert
de dupe van de zaakden dupe van d'histore
de huid geschaafdden bast af
de stuipen krijgende kou seskes krijgen
de verkoop is slecht't zitj ier op zè gat
de verloving is verbroken't es gesketen, a liet ze zitten
de zaak is afgehandeld't es in de sakosj
de zaak is om zeep't es van den ond
diegene die het eerst een verdacht luchtje ruikt, zal wel een wind gelaten hebbeniejest geroken, olleken ontstoken
dikke knieën hebbenknien'n om asfalt mi open te raun
dit is iets enorms (groots)tees es iet graulek (grujet)
domme vrouw - super domonnekalle
dorpen tussen mere en zottegemdiën'n es van boven de windj
dronken zijneen mot opemmen
dronken zijne stik in zèn botten emmen
dwars doorswèis deur
een benaderende oplossing gevender ne skip in geven
een bluts in je autoeen bloesj in annen otto
een boer latenzen maugd lotte kiejeren
een boer latenzèn skelf valt in
een boer laten, boerenzèn maug kieërt
een boertje latenzen maug kieërt
een boertje latenzen skelf zakt deur
een boertje laten, boerenzèn skelf skijtj in, zijn skelf zakt in
een dommeriknen troeten mi lochtinkvoeten en zèn smoel vol sproeten
een dreun gevennen drisj geven
een erge val doennen totter pakken
een erge val doenne post pakkn
een foto nemenne foto trekkn
een gekookt eie gezoujn au
een goed iemand (man)ne loeben
een goed verstaander heeft maar een half woord nodigne goeie verstonjer ee mur 'n alf woord nuëdig
een grote jongenne gruëte kadee
een kater hebbena zitj met 't bistjen
een kater hebbenzjieêr emmen o zen hoeërweutelen
een ketel met kokend waterne muujer zojjenne woeëter
een klets / slag in zijn gezichteen klasj op zèn bakkes
een lelijke kleureen mottige kleur
een mes op tafel doen ronddraaienden duvel in uis droeën
een mooi meisjeeen violet
een mooi meisjeeen skuën prot
een mooi meisjeeen felle mokke
een mooi meisje'n skuën mokke
een op tweealoverander
een poets bakkeneen pieër stoven
een portie viseen poosje vis
een slag in je gezichteen plak op a bakkes
een trap onder je broekne skip onder a ol
een volledige geknen bloeëre zot
een zak aardappelenne kloesj petatten
eender wat doen, erop los levenoepen en toepen
eender wat zeggen, larie verkopen, verzinnenuit zèn botten sloeën
eender wienen ont mè nen oet op
eet dat oppakt da in a puëten en speltj dat in a kluëten
eet je vlees opetj a bisj op, a petat'n meugde lotte stoeën
egoistnen alexander, alles vur mau en niks vur enander
eigenaar zijn van een gebouwzèn eigen doenink emmen
einde van een verhaaltje:en toesj komt er e vèirken mi ne lange snuitrken(tje) met een lange snuit en t vertelsjelk'n es uit
elk de helftelk d'eltj
er is grote ruzie't zitj er boveneirms op
er is niets over voor hemè kan op zen kinne kloppen
er is ruzie' t zitj skieëf
er is ruzie't zitj skieëf
er vaart achter zettenpelong geven
er valt overal wel eens een woordje't es stillekes wur dat nuët ni woeëtj
er valt wat lichte sneeuwer valt wa gremeling
er zijn problemenstront on de kèrre
erg mager persoon't vel over de biënen
erg slechtgezinde persoona es mè gin tang oeën te pakkn
Erg stinkena stinkt uren tegen de windj in
erg vuilzu zwert as mollekeskluëten
erge buikloop hebbende voeërink van zè gat skijten
ergens schrik van hebbenmi de poepers zitten
ergens teveel zijnop de stinker zitten
eten zonder eetlustmi lange tannen eten
eten zonder honger te hebbeneten tegen 'n onger die komt
even rustenem efkes afkappen
flauw vallen, bewustzijn verliezenva zènne sus vallen
flauw vallen, bewustzijn verliezenva zè zelve goeën
flikflooien, vlijenin ieënen zè gat kruipen
ga uit de weggotj uit mènne skietlap
ga uit mijn weggotj uit mijne skietlap
ga wegkust mèn botten
ga wegkust mèn klujeten
gaan plassende grujete jan uitangen
gaan plassenzèn pêtatten afgieten
gaan plassen (man)de gruuëte jan uitangen
gastvrij huisde zoet'n inval
gastvrij huisDe zoet’n inval
Gedichtje: Peter en meter sliepen bijeen Ze trokken aan elkaars dikke teen ...petje en merk, sliepen baieën, ze trokken on malkander èrren dikken tieën. A zèi petje, B zëi metjn....
geen geld meer hebbenop druëg zoeëd zittn
geen geluk hebbenzjou emmen
geen rode duit hebbengieëne rotte kluit emmen
gehurkt zittenop zèn urkske zitt'n
geleidelijk aanmè een bètje seffes
geweldig te keer gaanva lampet geven
gierigert van afgang
gierig zijnert van afgank zèn
goed zoa la boneur
goede morgengoeje meirend
grote dommerika es te dom om t’elpn donderen
grote tandenkonijnentannen: werom ejje zèkke gruuëte tannen - omda'k neig kan luuëpen
hard werkenzèn kluëten afdroeën
hard werkenzèn botten afdroeën
heel voorzichtig stappenop auere luëpen
helemaal kapot, in stukken van mekaarin stikke vaniën
helemaal, allesmi krot en mot
helemaal, volledig opetenmi kort en mot opeten
het aftrappenhet aftèrren
het heeft niets om het lijfeen skeet in een fles mi een moesj op
het heeft niets uitgehaaldt'ès gin avaus geweest
het is beter dat de rijke de rekening betaalt't es beter van de keirk as van de kapelle
het is gemakkelijk't es e fluitjen va ne seng
het is je eigen schuldwel bestetj
het is niet veel zaakseen skeet in een fles mi een musj op
het kledingstuk is de juiste maat, de job past hem volledig't es on zè lijf gegoten
het komt allemaal op hetzelfde neerieëne pot nat
het moet wel gaan, als je 't maar wil gaat allesne manken go wel
het verkorven hebben bij mijda zitj in mènnen neus
het zijn goeie vriendent'es manten en kalle
hij blijft vrijgezela got op in zè zoeëd
hij doet zijn beste doe zen devuëren
hij heefta eetj
hij heefta ee
hij heeft / bezit niets, hij is arma ee ginne rotte kluit
hij heeft daar niets te zeggena ee doer niks te koetten
hij heeft diarreea zitj met d'n afgank
hij heeft een ruige baarda eetj zèn jongen opgeten
hij heeft geen enkele prijs behaald (wielrennen)a ee ginne platte prijs gerejn
hij heeft geen geld meera zitj op druëg zoeët
hij heeft geen geluka ee zjou
hij heeft hem iets wijs gemaakta eet em een blèis opg'angen
hij heeft heta eentj
hij heeft het doora eentj in 't snùtjen
hij heeft het moeilijk gehada ee zènne pere gezien
hij heeft het zittena eet on zenne rekker
hij heeft het zittena eet 't spek on zènne meuln
hij heeft het zitten, hij is de sigaara eentj o zenne rekker
hij heeft niets, haveloosa ee ginne rotte kluit
hij heeft nog niets gedaana ee nog gi struë verleid
hij heeft rugpijna zitj mi de pik
hij heeft schrika zitj mi de poepers
hij heeft veel gelda ee veel ploeët
hij heeft veel gelda ee veel pietn
hij is al wega es al skippes
hij is beetgenomena es gerèjen
hij is beetgenomenzemmen em een lisj oeëngezetj
hij is dorstiga ee nen druëge lèver
hij is dronkenà eet e stik in zenen gillée, meulen
hij is dronkena eet e stuk in zèn kluëten
hij is erg gieriga zou ne seng in twieën bijten
hij is erg toegetakeld, hij ligt afhij ligt mè zèn pikkelen omuëg
hij is gehaasta es gepresseert
hij is gestorvena est go zeggen
hij is gestorvenzèn kèis es uit
hij is gieriga zitj op zenne zak
hij is invloedrijka ee ne langen eirem
hij is moe, uitgeputzenne rekker es af
hij is niet erg slima eet er mor vier en nen beezekoek
hij is onhandelbaara es van den duvel gereeën
hij is onwela voeltj èm mottig
hij is op de wca zitj op 't gemak
hij is op de wca zitj op 't uizek'n
hij is op zwiera es op trok
hij is opmerkzaama ee veel wezen
hij is opmerkzaama ee zèn uëgen ni op zè gat
hij is rusteloosa ee gi zittend gat
Hij is stervendea es on ‘t fribbeln (gewoonte van stervende mensen de lakens af te tasten)
hij is tegendraads't es nen auverechtsn
hij is van gedacht veranderda ee zèn kerre gekieërt
hij is verantwoordelijk, hij wordt aangewezen als de schuldigea eet d'neef opgeten
hij is wega es skippes
hij is weg, vertrokkena es de pist uit
hij is weg, vertrokkena es den hof af
hij is zeer gieriga es erd van afgank
Hij kent er niets vana kentj er gin knijt van
hij leert traaga es traug van oeëpakkn
hij lijkt volledig op zijn vader't es ze voeër / vaudr gesketen
hij merkt alles opzèn uëgen stoen ni op zè gat
hij moet goed oppassen, opletten wat hij zegta moet op zen tellen passen, letten
hij moet luisteren naar zijn vrouwa ligt onder de slasj
hij moet zijn best doem om alles op te etena moe krochen om 't binnen te krijgen
hij staat in pannea ee brauk
hij trekt veel vrouwen aana ee veel trok
hij voelt de dood naderena es on't fribbelen
hij voelt zich niet lekkera es gin sjiek wiejerd
hij was een collaborateura was bè de zwerte, a es ne zwertn
hij wordt als zwart schaap behandeld, hij heeft misdaana eet d'neef opgeten
hij zal niet oud wordena zal gieënen ouën top skieëren
hij zal niet teveel doena zal zè sjiejel ni aftrekken
hij zit op de wca zitj op 't fintrek
hoge dunk van jezelf hebbenveel toepee emmen
hou je goedaugt a kloek, ik aug de kiskes
hou je goedaugt a struis
hou je mondaugt a toot
hou je mondaugt a bakkes
huis van belastingen in Aalstde trappekesop
ie mand niet gerust laten, aanporrenin zen ol koteren
iedereen voor zichzelfelk zèn keust
iemand bedriegenieënen ba den bok zetten
iemand bedriegenieënen een uuër ouezetten, ouënoeën
iemand bedriegenieënen betjoepen
iemand beetnemenieënen ba zè pietje pakkn
iemand die (jong) dood gaatweineg vèirkes die zoe out werren
iemand die klaagt heeft geen noodgeeft de stoefer a stuk bruuëd, de klauger ee gien nuuët
iemand die volledig gek isa es plasje zot
iemand die vuil isvuile pitoe
iemand een duw geven, iemand terecht wijzenne stamp tegen zèn beuzze geven
iemand een loer draaienèm ne poëter skiljer'n
iemand in de doodskist leggenieëne kistn
iemand in de hals vastpakkenieënen ba zènne skabernak pakken
iemand met een pak in veloursne floereloe
iemand omarmena tege mijne gillée trekken
iemand ruw buitenzettenne garla pakken
iemand slaaneen mot geven
iemand van licht allooiieëen van alverdrau donker
iemand verdriet aandoenzèn ert toestampen
iemand voor de gek houdenIeënen versturen
iemands hemd die uit broek hangt't es kerremes, a emme angt uit
iets grappigs zeggeniet uit zèn botte sloeën
iets helemaal opeteniet mè krot en mot opeten
iets kostbaars weggevenzen ertebloet afspaugen
iets niet afwerkeniet alfstaart laten staan
iets niet betalen't geldj op de struik leggen
iets onafgewerkt laten liggeniet alfstiejert lotte liggen
iets van weinig waardeuit de sjikkenbak
iets verkopen wat hij niet nodig heeftiemand iet oewekluujesteren
iets volledig opeteniet sadoeët mauken
ik ben wegik bol et af
ik ben wegik ben voesj
ik ben wegik bè skippes
ik denk er niet aanda ziede van ier
ik ga me wassenik go ma een wreef geven
ik geloof er niets vanik geluëf er gin knijt van
ik heb grote honger'k zie ze vliegen
ik heb het gezegdkèmmet gezeit
ik hou ermee op, ik ben wegik kuis mèn skip af
ik kom even op bezoekik kom errèzekes binnen
ik kom even op bezoekik kom errès binnen
Ik trek het me niet aan't kan me ni skillen
ik trek het me niet aan't kan me ni bommen
ik zal er u van langs geven'k zal a een zwing geven
in de herfstba 't rijzn van de bloeërn
in het najaar worden de dagen minder lang't keurtn van de daugen
in hun blootjein erren bluëten
In Mere op de kassei lagen 3 rauwe eieren met een prei erbijIn miejer op de kassau laugen drau rau auren mi ne parau derbau
in zijn bloojtein zennen bluëte flikker
in zijn blootjein zèn bluët gat rondluëpen
is het de moeite waard?est de moeijtje wieërd?
is het waarest sjust
jaloers iemandna sjaloezn bok
je best doena devuëren doen
jongegetrouwde werd uit raam tweede verdieping gegooid onder de wetenschap:asjte kè voglen, kantj uk vlieg'n
jongen werpen (vb van een kat)ze's on t jongeren
kan ik binnenkomenester gin belet
kater - hij zit met een katera zitj mè t'bistj'n
klaar zijngerieëd zijn
klagers leven wellicht het langstkraukende wauges luëpen 't langst
kleed je goed aan (tegen de kou)duffelt a goed in
kopstaartbotsingin ieëne zè gat raun
kwast op de kermismolen (die recht geeft op een gratis rit)de flosj pakk'n
lange baard, iemand met lange baarda ee zèn jongeren opgeetn
let op wat je zegt, er zijn kinderen in de buurt (die kunnenhoren wat je zegt) letj op, der zèn latten on 't dek
let op, uw gulp is opena spriet stoed open, pastop of anne vogel es go vlieg'n
liever lui dan moeloeë zwieët es gau gerieëd
loop naar de maankust ne kieër mij gat
loop naar de maan, bekijk het maarge kuntj mèine zak opblèizen
loop naar de maan, bekijk het maarfoert
maagzuur hebbenzèn maug roeit op
mag het wat meer zijnmaget wa miejer zèn
met de noorderzon vertrokken't land uit, de dievn tellen
met hebben en houden buitenzettenmi zen klikken en klakken dereut smijten
met iemand in gesprek blijvenon de klap blijv'n
met lichtmis is er geen vrouwtje zo arm of ze maakt haar pannetje warmme ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt èr penneke weirm
moeder die met haar kindje naar de kerk gaat als het een tiental dagen oud iserre keirkgank doen
moest je dat doen er zou een fel protest opgaanmost ze da doen, der zou nen arrou opgoeën
moeten is dwangmoetn es dwang en dwang es afgang
mogen we niet mee luisteren?fezelèrs zèn kwezelèrs
mooi van ver, maar ver van mooissku'n va veiren, moe veir van skuën
mossel noch vistiejen nog tander
naar de bliksemnor de vontj's
neen maar, ik doe het nietbah ken doe
net zijn vaderzè voeër gesketen
niemand bevoordelengieën lieve kinjekes mauken
niet betalen't geldj op de struik leggen
niet dus, helemaal niet, niks vanmèn klotengerard
niet eens waaralleesj gi woeer
niet goed ziena ee moor in zèn uëgen
niet goed zienmooruëg'n
niet kunnen betalenmijnen bruinen kan da nie trekken
niet kunnen tippen aan iemandnog nie o zèn knoesele kommen
niet kunnen zwijgenzen toot nie kunnen augen
niet serieus iemandne fafoel
niet thuis zijn't land uit de dievn tellen
niet welkom zijna eet ier gieën witte voeten
niet weten waarin of waaruitni wete van wat out pijlen mauken
nooit nietvazelèivn nie
nu of nooit't es nau of tenuët
nummernummeroo
nutteloze kostenkosten op 't steirfuis
om slechte geur weg te doen werd gruis van chicorei op de kachel verbrandpèën op de stoof doen
ongeduldig zijngieën geduren emmen
onverantwoordelijk omgaan met gelda vermuëst zè geldj
ooitin 't joeër stillekes
op bezoek gaan brengt mee dat men vrienden terug uitnodigtgoeën doe kommen
op cafe gaan en laat naar huis komenblijven hangen, plekken
op iemand afgeven, achter de rug sprekenop zèn kap zitt'n
op iemands kosten levenop zèn kap lèiven
op kredietop de poef
opetenin zèn botten sloeën
opgedirkt persoon, snoever; uiterlijk fraai, maar onder de kleren vuilvanbove pront, vanonder stront
opschepper, snoeverdikke blèis
opzichtig gekleed zijnoeëgestuuëten zijn
over iemand praten als hij er juist aankomtasge van den duvel sprekt, ziede zenne stieërt
overdreven ingenomen zijnzènne kol spant
panne, in panne vallen, mechanisch ongeluk hebbenbrauk emmen
peter en meterpetjn en metjn
populair zijnveel trok emmen
postzegeltember
prent dat in je hoofdomtaugt da goed
protserig iemandvan boven pront, vanonder stront
protserig iemand die niets voorsteltvan bove pront, vanonder stront
raad 'sgroeëtj is
raar iemandskau maun
raar, vies slecht weermottig weer
raden, eender wat antzoordender mè zèn moesj nor sloeën
reclamerenvan a uëren mauken
restjes bijeen brengenkloesjkes bijieên gieten
rijk iemand, rijkaardne rijken toeker
rijk, vermogend zijnskieërlinks op de wieëlend zitten
roddelen over iemandder ieënen deurtrekken
rusteloos zijngie zittend gat emmen
schrik hebbenpoepers emmen
seksueel hevig persoonne ieëten boellie
seksueel hevig persoonne ieëten bok
sexueel getinte handelingen stellenvuile manieren doen
slappe knieënflanelle knien'n
slinkse manieren, im met weinig inspanning veel te bekomentrukken van de fuër
slordig in de weg laten liggenda ligt dor weer te raun
snoeven, beslag makenparretten mauk’n
snuiftabak - doos vullenen ze krabden on èr ol en èr duuës was vol
sta recht (om weg te gaan)recht a kraum (=kraam)
stap het maar afkapt mor op
sterk tegen zijn zindik tegen zèn goesting
stervenzijne leper afleggen
stoort het niet, gieën belet?
takken van de bomentekkeren van de buëmen
tegen wil en dankkak of gieëne kak, de pot op
tegen wil of dankkak of giëne kak, de pot op
Tegendraads zijncontroeëre zijn
teruggaanzèn kerre kieër'n
teveel gegeten hebbenzu dik as een padde zitten
thuis niet veel te zeggen hebbenonder de slasj liggen
thuis niets te zeggen hebbenonder de sloef liggen
tot strakstot fleus
tot strakstot sebiet
uit de weguit mènne skietlap
uit mijn weguit mène garla
van de regen in de dropvan ne puit bij een padde vallen
van gedacht veranderenzèn kerre kieëren
van het ene café naar het andere lopen, overal blijven plakkende kappellekes afdoen
van je neus makenvan annen tek mauken
veel eten en toch mage blijvennen deurjouger
veel geld hebbenstijf stoeën van 't geldj
veel kabaal om nietseen skeet in een fles mi een moesj op
veldwachter rijmpjechampetter, op a gat stoet een letter, op a bille stoet een o, ge zè ne dikke merteko
verdragennen brieë rug emmen
verliezen, op zijn kop krijgenop zèn beuzze krijgen
vermoedeniet in de mot ebben
vervoeging werkwoord hebbenik em, gau etj, a eet, wèr emmen, gèr etj, zèir emmen
verwend kindne bedorve stront
verzinnenuit zen botten sloeën
vieze smerige hondvuile rojjigen ond
volkslied: als we dood zijn, etcen assemen duëd zèn groetj er gès op oezen buik, gès op oezen buik
voor de rest alles in ordevoesj zedde goed
voorspraak krijgenne pistong emmen
voorspraak krijgenne langen eirem emmen
voorzichtig zijnop a banne letten
vreemd gaannevest de pot pissen
vrijgezel, geen kinderena god op in zè zoeëd
vrouwenlopen, vrouwenversierdera legt er zèn moesj ni op
vuil en vieszu zwert as onnekeskluëten
wachten tot men iets krijgtme zijn annen opestoeën
wat is het nu, het een of het anderwat es ' t na, auren of jongeren
wat zou je, wat riskeer jewa letjer a
we kunnen afgeluisterd wordender zèn latten on t'uis
weelderige vormen hebbengoe veurzien van uëren en puëten
wispelturig van karakter zijnden iëne kieër te bot, den andere kieër te zot
ze is niet op haar mond gevallen, het goed weten uit te leggenz`es nie op 'r plat gevallen
zeer mager't vel over de biejenen
zending (bij slachten van een zwijn was het de gewoonte enkele worsten etc aan familie of vrienden te geven)zenje
zenuwachtig zijnop een wieër zitten
zich afsloven, hard werkende kijt uit zè lijf weirken
zich iets niet aantrekken, gewoon verder doen, `kloten aan vegen en vet worden`kluëten o' vègen en vatj werren
zich moeten aanpassena zal em moete pleiten
zich niet goed voelenmottig zijn
zich overgevenzèn duimen leggen
zich verbranden aan een brandneteltingelen
zijn arm is ontwrichtzennen eirem es uit 't not
zijn best doenzèn devuër'n doen
zijn mond voorbijpratena vergallopeert em
zijn nek breken't fas afvallen
zijn ongenoegen uitdrukkenop zenne puuët spelen
zijn plan trekkena trekt zèn streng
zingen, goed de toonhoudengoe zèn vuës augen
zo blauw als een schalie (van de kou) zu blaut as een skolje
zogezegd van niets weten, ontkennenva krommen oeës geboeërn
zon schijnt bij regenval, regenboog bij regen't es kerremes in d'elle
zonder planning, op goed geluk afop de wilj'n boef
zot zijnne slag van de meulen gekregen hebben
zot zijnnen toer te lank op de meulen gezeten
zwaar vallenne garla goeën
zwanger zijnin posiesje zijn
zweetvoeten hebbenkèis tussn zèn tieënen emmen
zwijgenzènnen bebber augen

1865 woorden

's middagssnoensj
's morgensin de meirend
's morgenssmeires
(koffie) kop, kopjezjat
1, 1steieën, ieëste, ieëst'n (d'n ieëste kiër, a was d'n ieëst'n in 't skool)
10, 10etien, tiesjte, tiesjt'n
2, 2etwië, twiëde, twiëd'n
250 gralf pond
3, 3edrau, derde, derd'n
30, 30e
4, 4evier, virde, vird'n
40, 40e't viërteg, viërtegste, viërtegst'n
5, 5evijf, vijfde, vijfd'n
50, 50e't vijfteg, vijftegste, vijftegst'n
6, 6ezes, zesde, zesd'n
60, 60etsesteg, tsestegste, tsestegst'n
7, 7ezeven, zeveste, zevest'n
70, 70etseveteg, tsevetegste, tsevetegst'n
8, 8eacht, achste, achst'n
8, 8eacht, achtste, achtst'n
80, 80etageteg, tagetegste, tagetegst'n
9, 9enegen, negende, negeste
90, 90etnegeteg, tnegetegste, tnegetegst'n

A

aambeienspeen
aan de borst zuigenmemmen
aan fopspeen zuigentutteren
aanaardenopuëgen
aanbakselrestkroet
aaneengeklitte steenkoolsingel
aangezichtsmikkel
aankomstlijnmeet
aanmaakhoutstoofout
aanpakkenoeëpakkn
aanstekerbrikee
aanstekervierkapper
aard - 't ligt in zijn aardieërd - 't ligt in zènnen ieêrd
aardappel in de schilpellepetat
aardappelenpitatten, petatteren
aardappelmesjepetatteskeller
aardappelpuree (met spinazie) stamp
aardbeienerrebezen
aardeieërde
aarzelen, niet opschietentrusjelen
aarzelend traag iemandtrusjelieër
ABN sprekenskuê vleums
accordeontrekzak
acetyleenlampkarbuurlamp
Achter de rug pratenroten moukn
achterbaks iemandluimer
achterlijk, onnozel persoonsimmen
adamsappelruiper
ademoewesem
adersnoeërs
advokaatavokoeët
afbeelding, fotobiljek'n
afdrogenafdrisjen
afdruiprekverzuip
afgedragen kledingstukafleggerken
afpeigerenafprossen
afrikaantje (bloem) stinkerkn
Afrikaantjesstinkerkes
afsnauwsnabbe
afsnauwenafsnabb’n
afstandsbediening't kaske
aftellen (van een rijmpje)afpott'n
afvoergootjezèp
afwasbakpombak
ajuinerjuin
allerlei kleinigheden bij mekaarfikkelfakkelderau
alles in aanmerking genomen‘t ieën buit’n ‘t ander
andersomauverechts
anjer (bloem) pluimke
appelmoesappeltrot
applaudiserenpalsjen
arduin, henegauwse steenblauë stieën
armeirem
armbandbransjelee
armoedeèiremoei
armoedig levenscheiren om toe te kommen, alles ba'ieën scheiren
armoedige vrouwsluër
armtierigeiremtierig
armtierig, arme persoondompelër
asaske
asbaksandrijee
autootto
autotuffer
autovwatuur
autobak
autoscooterbosjotoos
avondauved

B

Baalbot
Baal strobot struë
baantje, wegeltjebontjn
baardboeërd
babbelen, taterentetterren
babelen, taterentoeëteren
babystoel met ingewerkte pispotkakstoel
bagagedragerportebagaasj
bah, smerigeikes
bakkebaard(en)fabrie, fabrieén
balbotter
bandjelisj
bangskou
bang, benauwdbenaulèk
bangerikskrikkepuit
bangerikbroekskijter
barst, kloof van de huidbèst
batterijpille
bazaar, rommerbrossel
bedevaartbeeweg
bedevaartbedevoeërt
bedriegenbetoepen
bedriegen, niet eerlijk spelensjeur'n
bedriegersjeurzak
bedrogbedriegtenboel
beer, aalbiejer
beerkuipbiejerkuip
beerputbiejerput
beestjebistjen
beestjebistjn
beetjebètje
behendig zijnvieërdeg zijn
bejaardenen auen toeker
bekladderenbedasjteren
bekokstovenkonkelfoezen
bel, deurbelbelle
belegtoespijs
BelgBelsj
BelgiëBelsj'n
bendebenje
benzinestationnaftkot
bepalen wie aan een spel mag beginnen (dmv aftelrijmpje)potten
bereik van een projectielskietlap
bergbeirg
berispingskoefelink
bermbeirem
bermkantgèskant
beroepsmiboeffer
beroepsmilitairboeffer
beroepsmilitairgamellefretter
beroertegerokteid
besbees
beschadigd, er beschadigdgeskalloterd
beschimmeldbeskemmeld
besmettelijkbetraupelèk
betalenlammer'n
betalenbetoeël'n
betastenbepuëtelen
beton snelbouwsteenaskestieën
betweter, allesweteraulweetr
beursbeuzze
bevrorenvervrozen
bevrorenbevrozen
bewasemenoeëndampen
bewusteloosvan zènne sus
bewusteloos, draaierigdroëluës
bicepsfokseballen
biddenleez'n
bier, minder sterk dan pilsnen expour
bierglas met gaatjes aan bovenkant (waardoor bier op hemd dronkaard liep)zjieverieër
bigviggen
bij (dichtbij)bau (dichtbau)
bij (dier) bie
bijnabekaust
bijnaam / geuzennaam voor inworners van Merepapeters
bijten, knappend etenknoepen
bijten, knappend opetenknoepen
bijwijlen, somsmè botten
bioscoopsinnema
blaarblein
blaarbloeër
blaar met bloed gevuldbloeblein
blaasblèís
bladerenbloeërn
blaffen (hond)bassen
blauwblaud
blauwe steenerduin, blaue stiejn
bleekneusblieëkskijter
blijblau
bliksemenweerluchtn
bliksemen zonder donder (op einde van warme dag)auluchtn
blinde manblinj'n
blinde vinkvogel zonder kop
bloedblaarbloeblijn
bloedworsttrip (zwert'n trip)
bloedworstbeulink
bloementuilbloemekee
bloementuilbokkee bloemen
bloementuin siertuinbloemenof
blonde bruine suikerkinjekessuiker
bloot, naaktbluët
blootvoetsberrevoesj
blubberdedder
bluffenstoefen
blufferdikkenek
bluffer, snoeverstoefer
blutsbloesj
bocht in de Molenbeekde Kwikkwak
boekentaskabas
bof (ziekte)dikuër
bonenbuënen
boodschappen doencommisj'n doen
boodschappentaskabas
boomgaardbogert
boomgaardbooverd
booskollieêrig
bordtaluër
borrel jeneverdruppel
borrelenbroebeln
borstelbeust'l
borstel om spinnenweb weg te nemenkobbejaugr
borstenmemmen
borstentetten
botergoei boter
boterham (kindertaal)'n boke, nen boo
boterham (voor kinderen)nen bo, een boken
botermelkpap met gekookte aardappelentatjespap
botsenbosj'n
boutboulong
braadworstsosisj
braadworstsjisjisj
braak, onbewerkte grondbrauk
brandhoutbrandout
brandneteltingel
breienbrèiën
breinaaldbraunolje
breiwolsoeë
breuk, mechanische breukbrauk
brilbrul
brildrager, meestal gebruikt als scheldwoordbrullekas
broek in veloursfloer'n broek
broer, broederbruur
brolrabatkol
brol, rommelbazaar
bromfietsbrommer
bromvliegspoosjke vlieg
broodbruët
brood met deegmengsel van tarwe en roggemesluinen bruëd
brood, ongedesemdflasje
broodbelegsel, toespijsbauspijs
broodje, langwerpige pistoletpikkollo
broodje, rond knapperigpistolee
broodje, zacht langwerpigsandwisj
broodmagerbruëmauger
brouwerbrouër
brouwerijbrouërou
brugbrugge
brugjebrugsk'n
buikbrèdden
buikpijnkolikken
buiteling, koprolperrementuëp
bumperbarsjok
bunder = 4 roei (132m²) oppervlaktemaatnen bunjer
burgerpatriot
buxuspallem

C

caféstamenee
capsule (van bierflesje)skeifk'n
capsules van bierbierskèfkes
caramel (snoep)kèrremelle
carbonpapierkalkeerpapier
carrouselpiejeremeulen
cartouchekartoesj
cent, geldstukseng
chicoreipèijen
chicoreipèën
chroomkromee
cidersieter
clownkloo
collaborateur WOIIne zwertn
condoomkapot (anglèis)
corrupt persoonzakkevuljer
coucke suisserozijnekoek

D

daardoeër
dakgootkornis
dakpandekpenne
danten
dantusj
dansendausen
dasplastrong
de bal doen stuiteren, met de bal spelenbottern
de grond spittend'n of omdoen, omsteken
de zee't sjiëkn
de zeede sjieë
deel van een appel, stuk chocolade, etckèttelk'n
dekensosje
deksemskeel
deugnietsjaulen
deurlijstsjambrang
deze morgenvandemeirnt
diaree't vliegend spodder
diarreeafgank
diepe sneegabbe
dikstruif
dikke kopballekeskop
dinsdagdeissendag
direct, onmiddellijksebiet
dobbelsteentieërlink
dom, onhandig iemandne merteko
domme vrouwkwèik
domme vrouwonnekalle
domme vrouwloeze
domme vrouwkalle
dommerikloeter
dommerikne grujeten uil
dommerikne wuiten
dommeriksjoeben
dommeriktroeten
dommerikmerteko
donderdagdonjerdag
donker wordendemsteren
doodduëd
doodmoestieënduëd
doodoppompaf
doodskistne lichter
doodskistduëdkist
doopsuikerkinjekessuiker
doopsuiker, dragéesuikerbuën
door en door zacht (rijp)smodderezocht
doorgang belemmeren, verstoppenverstroppen
dopenduëp'n
dorpdeurp
dorpsplaatsplèsj
dorsendeusjken
dorsmolendeusjmeul'n
dorsvlegeldèusjvlegel
drassigzompig
drek, uitwerpselenbiër
dreumespagadder
driedrau
droge gezouten visboelink
droge haringdruëgen ieërink
droge haring (stokvis)boelink (stokvis)
droge korst op wonderap
dronkaardpottepee
dronken zijnmè 't bistj'n zittn
droogbloemenstruebloemen
dropzjizjip
drop, verdikt sap uit wortel van zoethoutboomkalisjezap
drop, gommetje snoep, sjisjip
druivenwijnbezen
duitsernen dosj
duivenmelkerduivesjokker
duizelensterrekes zien
dun sneetjeveummelkn
dunne koffiemerresjiejek
durventijrven, tijven
durven - hij durftteiven - a teift
dutsdoesj
duwendaugen
dwaas iemanddwèizerik
dwaas meisjegerre
dwaas zijn, tegendraads zijndwèis zijn
dwaas, tegendraadsdwèis
dwarsswèis
dwaze vrouw, scheldnaamkalle
dwazen vrouws, scheldnaamonnekalle
dwazerikteppen

E

echtgenootalventrauboek
echtgenootdieë va mau
echtgenootmènne maun
echtgenootmènne ventj
Edixvelde (gehucht van Nieuwerkerken)esjvelje
één april, aprilvisverzenjekesdag

E

een baal stroeen bot struje
een bordeen talujer
een derde van een hectaredagwand
een grote versnellinga gruët mes
een harde werkernen erte mertang
een heleboelne santenboetik
een honderdste van een dagwand (=33, 3m2)een roei
een kater hebbenmi 't bistj'n zitten
een klein beetjerezzekes
een klein beetjee fritj'n
een klein kind (boreling) plat kindj
een lief, een meisjemokke
een mager meisjeeen pennelat
een maitresse hebbenoeënaugen
een meikever (een mulder)ne moljer
een pilsjeexport (vur mau nen export)
een poos geledennen bot leen
een rarene roeëren
een rarenen oeërdegen
een rechte schopeen skip
een schrootjeeen berreke
een snedeeen skelle
een snede hespeen skel'esp
een snede kaaseen skelle kèis
een struiknen ul
een struikjeeen ulleke
een valpartij doeneen out schieten, a skietj em een out
een zaaggrèif
een zaag - persoon die altijd klaagtkrèuft
een zak (voor aardappelen bvb)kloesj
eendenjer
eens, kom eensisj, komt ijs
eerlijkieërlijk
eerlijk persoonnen ieërlijkn
eetkamereetplosj
egelesse
eggenskoeper'n
eiau
eieen tikkeneiken
eierenauren
eikieëk
eindjesjoepken
eindje, dekseltjetsjoepk'n
eindstuk van een sigaret bvbkoddeken
elastiekrekker
elastiekjerekkerke
electriciteitelletrik
electriciteitsschok krijgenne snok krijgen
elektriciteit op het lijf krijgensnokken krijgen
emmerauker
enkelknoesel
enorm, gruwelijkgraulijk
ergeirg
erggraulèk
ergnijg
erg opgemaakte vrouwpoeijerdujes
erg veelèttelèk
ergensieverst
ergensiveranst
erpenaarpalokeseter
ervan langs krijgeneen poeëring krijgen
ervan langs krijgenzèn eirte krijgen
erwteneirtn
etenfretten
evenerrèzekes
even, ik kom even binnenèrès, ik kom èrès binnen

F

fabriek voor verwerking dode beesten, karkassen't vilbeluik
fanfare't muziek
favorietje van de juffrouwkakkelatjn
februarifebruoeëre
fel schreeuwenskètter'n
fier zijngrosj
fietsarlie trapperson
fietsvélo
fiets - vrijwielpiejongliebr
fiets achteruittrapremtorpedo
fietsen met een te hoog zadelboteren
fietsstuurgedong
fietsstuurgidong (guidong)
fijne losse aardemul
finale hernemingbelle
flauwflok
flauw (smaak)flok
flauwe ventkalisjen zjieëker
flauwerik, iemand die in bed plastbeddezjieëk'r
flesopeneraftrekker
fletse huidskleurblieëkskijter
fluimenrochelen
fluisterenfezelen
fluitenskuifelen
fluitketelmuuër
foefelaarkasjoeberieër
foorfuër
fopspeenloeze
fopspeentut
fopspeen, aan fopspeen zuigentutter, tutteren
fotofotto
fotoapparaatne kodak
fotoapparaatkodak
fotograafportrett'ntrekker
frambozenunnebezen
franjesflinjekes
fransmanfrausmaun
frutselen, doelloos met iets bezig zijnfroesjel'n
fuchsiabelleke

G

gaan neerzittenem afkappen
gaan slapen (kindertaal)een dooken doen
gansgaus
garnaalgieërnaut
gasgaus
gasvuur, fornuisgauzevuur
gauwagau
gebakjepateekn
gedroogde kabeljauwstokvis
gedroogde vochtafscheiding in de ooghoekenprut
gedroogde vochtafscheiding in de ooghoekenslauperke
geduldig zijn, zich hard inspannenop zèn sjik bijten
gedurendebinsjt
geelgèil
geen geld meer hebbenrit zijn
geen kracht in de benen hebbena ee flaneln bieën
geen prijs, geluk hebbenzjou emmen, a ee zjou
gehaktgemoeëlen
gehaktgekapt
gehurkturkske
geit vastleggen aan een ijzeren staafstekken
geklutstgekloesjt
geklutst eiè gekloesjt au
gekneusde appelmauteren appel
gekookte hamgezojen esp
geladineuze massadedder
geldknuiten
geldbeugelportemenee
geldbeugel, portefeuilleportefoelje
geldstuk - kleinste muntstukjekluit
gemeen volksoep
gemeente (gehucht) Oostdorpuësdeurp
gemeente Aaigemeigem
gemeente Aalstolsjt
gemeente Burstbeust
gemeente Denderleeuw(denjer) lieje
gemeente Dendermondederremonje
gemeente Edixveldeesjvelje
gemeente Erondegemiejerdegem
gemeente Erpeeirp
gemeente Gentgentj
gemeente Geraardsbergengieëstbèirgen
gemeente Haaltertoljtert
gemeente Heldergemelljergem
gemeente Herzeleèizel
gemeente kerkskenkèsken
gemeente Ledelee
gemeente Nieuwerkerkennuvekeirken
gemeente NinoveNienof
gemeente Oordegemujerdegem
gemene vent, varkenveirken
gendarmesjandarm
geniepig mensfornijn
geraniumzjeranium
gereed, klaargerieëd
gespikkeldgespodderd
getrouwdgetrautj
gevangenisden bak
gevechtlutte
gevoelig iemandwieëk'n
gezegdgezeit
gezichtsmikkel
gezicht, gelaattoot
gezicht, gelaatbakkes
gierig iemand, arm iemandpezewever
gierig levenbieëst lèven
gierig levenhond leven
gierig zijna nijpt erop
gierigaardkribbenbijter
gierige vrouwpinne, een gierige pinne
ginderginjer
gladde persoonne gelitten
glijbaanafreizer
glijdensleren
gluurdergauper
gluurderloerder
goede avondgoejn auved
goederenmarsjangdies
goederentreinmarsjangdies
goederentreinmasjandies
goedzakgoeie kloesj
goedzak, ne lamme goedzakkloesj
gom snoep, dropsjisjip
goochelen, goochelaarskamateren, skamateur
goorguujer
goot (straat)zijp
goot, afvoergootjevolle
graaienskeir'n
grachtgregt
grappenmakere skau peeken
grasges
graszoderus
grijnslachengremelen
grijnzengremelen
groengruun
groene kook, savooisavuë
groentengroensjel
grote pot van aardewerktobbe
grote tandenpiejerentannen, konijnentannen
grote tandenkonijnentannen
gruwelijk, vreselijkgraulèk
gulpspriet
gulpveurbroek
gulpspriet (a spriet stoed open)
gummi schoenen (gebruikt wanneer geschuurd wordt)galosjn
gummibalboter

H

haagaug
haanoeën
haaroeër
haar: aan het voorhoofd recht geknipte haarlijnfroefroe
haar: kort geknipt haarbros
haardos (politiemuts, kardinaalspots)een kallot
haarsnit - slechte haarsnitkalot
haarvlecht, staartkodden
haasoeës
haastig wringen om ergens door te komenplieten
hagelaugel
hagelenaugeln
hagelslag (chocolade)strontjes
hakbijlommes
halfduisterdemster
hallo, goeiedagsjeur
halsskabernak, bij zijne skabernak pakken
halve garehalve gebakkene
halve garesjoeben
ham, hespesp
hameraumer
handelaarmarsjang
handelsreizigervwajasjeur
handje (kindertaal)pol, polleke
handjes (kindertaal)pollekes
handtasskakosj
handvatanteef (handteef)
handvoleiffel
hard rond en droog gebakmastelle
hard werkenklasjuër geven
hard werkenzèn kijt afdroeën
hard werkenzèn beuzze afdroeën
harde werker, afpeigeraarvroeter
hardlopengetten
haringieërink
harkrèik, rèksken
hark, hakbrokske
harmonicatrekzak
harten (kaartspel)eirtn
harten, ruiten, klaveren, schoppeneirtn, koekern, klauvern, skippern
hartstochtelijk naar iets staren, meisjes aanstarengeiluëgen
haverauver
hebben en houdenbataklang
heetiejet
hekekken
helemaalgieëlegaus
helemaalgrat
helemaalmi krot en mot
helemaal nietsniksmendalle
helemaal vergetengrat vergeten
hemdemme
hemdboordkol
hemdenemmeren
hemeleemel
hemellucht
henoenj'r
herbergstaminee, estaminet
herfstden erfst
herfst't noeëjoeër
herfstbaumès
herinneren, onthoudenomtaugen
hersenenessern
het bont makenzennen duvel schieëren
het hoge woord voerenzennen tetter ruuren
het moeilijk hebben, afzienzènne peere zien
het vallen van lichte sneeuwgremelen
het vonken van houtfeisteren
het weer verslechttuëpskieten, 't weer skitj tuëp
heupjichtsjatik
hevige diaree't vliegend skijt krijgen van iemand
hevige diaree hebbende wc pot mi de moeëzele zett'n
hij breita brèitj
hij is niet slecht van hart, tegendraadsa es ni controeër
hij naaita noeëtj
hij vernederd hema tèrt em
hij werkt als bediendea skrijft op den burau
hitsigittig
hobbeloebel
hobbelpaardbiezebijs
hobbyisttuiffelèr
hoenderoenjer
hoenderhoenjr
hoge dunktoepee
homo, mannen die als vrouw verkleed rondlopen tijdens aalsters karnavalvuil janet
hondnen ond
hondvluënbak
hondenkaronnekerre
hoofdpijnzjieër in zijne kop
hoogmoedstik beslag
hooiuje
hooizolderskelf
hoorntjenen tuter
hoorntje ijstuuter
horlogeèrloesje
horzeleuzel
hout dat openbarst in het vuurfeisteren
houtduifstokduif
houtenaut
houten dwarsligger spoorwegbils
houten plaateen berd, een berre
houten toestel waarop `kallekes` gemaakt zerdenpieëreken
houtskoolbluskool
huid die rood aanloopt van vochtigheid en kouveroeëren
huiduitslagbrand
huisschilderfasadeklasjer
hurkenop zijnen uk go zitten
hutsepotoesjepot
hypocrietskijnijleg'n
hypocrietskijnijleg

I

idiootkaljen
idiootkloefkapper
idiootteppen
iemand aandachtig bekijkenop snee pakken
iemand afleggen in zijn doodskistlichteren
iemand bedriegenberippen
iemand den kleur bekennenuit zen ol koteren
iemand die aan tafel 't beste voor zichzelf neemtskoefeliejer
iemand die achter de rug praatkommeer
iemand die de ene vrouw na de andere vrijtullekespisser
iemand die fel geleefd heefta es mauter
iemand die fel geleefd heeftzen piejer es zocht
iemand die geen geld heeftne ritzak, ne ritten
iemand die laat op gang isnachtkledden
iemand die manktmanke puujet
iemand die met geld smijtne muuësker
iemand die niet deugdne fafoel
iemand die niet rechtlijnig isne wisjewasje
iemand die niet serieus isklet
iemand die niet te vertrouwen islinkadoor
iemand die onzin uitkraamtnen truuter
iemand die op de schelf vrijtskelfpisser
iemand die oude spullen ophaaltvoddemaun
iemand die oude spullen ophaaltvoddemarsjang
iemand die rondspookt (volks bijgeloof)ne kledden
iemand die scheel kijktne skël’n
iemand die van het een naar het ander looptdrevelèr
iemand die veel en dikwijls eet zonder dik te wordendeurjauger
iemand die veel vragen steltvrougstieërt
iemand die weentblieëter
iemand die zich slordig kleedtkloddepoep
iemand met durfe skaumaun
iemand met witte huidblieëkskijter
iemand zonder geldritzak
iemand zonder geldne ritten
iemand zonder geld - faillietritten (ne ritten)
iets wijsmaken, iets minderwaardig verkopeniet opsolferen
ijs - plat rond of rechthoekig ijskoekjegalet
ijshoorntuuter
ijsjekrèmk'n
ijsjepotje koud
ijsjeè potteke kaud
ijsje tussen twee vlakke koekjesgallet
ijsjeskraamkrèmkeskèrre
ijskarkrèmkerre
ijspiste, ijsbaansleerboeën
ijswafelgallet
ijzeren (verf)pot met gaten en bluskool vuur en waar bij het rondzwieren vonken uit de gaten komenollepot
ijzeren staaf om geit aan vast te maken om er te wiedenstek
ik hou van jouik zien a gieër'n
in de handen klappenplakken
in twee stukken gedeeldtalvendeur
in verwachting zijn (vulgair)vol zitten
in zwijm vallenflauvallen
in zwijm vallenva ze zelven vallen
in zwijm vallenvan zen stekken vallen
ingewandenbeulingen
instortentuëpskijten
invallentobbeltuëp vallen

J

jaarjoeër
jaarmarktjoeëremert
jaloerssjaloes
jamaarjommer
jankenkajieten
januarisjaneoeëre
jas (dames)palto
jasmijnsosjemienen
jasmijnboomsosjemienelèr
je hebtgetj
jenevernen druppel
jeneverne klieëren
jeukuksel
jeukenuksel
jeukenuuëken
jichthet bistjen
jicht't bistjn
jongen werpenjongeren
jongetjejoosken
juffrouwiffra
julizjulau
julliegeir
junizjuni
juwelierarluzjemouker

K

kaalblasj
kaalhoofdige mankiekepoeper
kaalkopnen blasj, nen blasjkop
kaalkop, kletskopklasjkop
kaarskèis
kaart - kaarten, met de kaart spelenkoeërt - koeërt'n
kaartjekortj'n
kaaskèis
kaatsenkosjn
kaatsspelkosjink
kabbelen van melktuëp skieten
kachel't vuur
kachelde stoof
kalenderallemenak
kalf, dommerikmeutten
kant (Brusselse)lassee weirk
kapelkapelle
kapot makenverdimmeléren
kapot makenverenneweren
kapot, naar de botten zijnverrennewiërt, verdimmeliërt
karkerre
karnavalmaskermoenjelbakkes
karnemelkbotermelk
karnenbotern
katapultmik
katholiek iemand die veel naar de kerk gaat, kwezelpiliejerenbijter
katoen gevenvan pelong geven
katoenen zak voor koffie te zettenkaffibèuzze
katrolpoelie
kauwen kauwgumsjikken
kauwgomautomaatsjikkenbak
kauwgumsjik
kauwgum zwartengelske sjik
keel oversnijden (doden varken bvb) kèilen
kelderkeljer
keramiek, rozijnenbroodrozijnenbruëd
kerkkeirk
kermiskerremes
kermiskeiremès
kers (dikke zoete)vliëskezze
kers, kersenkezze, kezzen
kersenboomkezzelèr
kerstboomkèsbuëm
kettingkeete
kier, openinggerre
kiezelgravië
kikkerpuit
kikvorspuit
kikvorsvisjedikkop
kinderachtig gedoekinjerosje
kinderstoelkakstoel
kindje liefkozende naamspidderol
kipkieken
kippoelje
kipkis
kipoenjr
kipkapkop
kippenhokkiekekot
kittelenkribbel'n
klaarklieër
klagen dat men niet wel iskreuften, kreufter
klagerzeurzak
klak, mutsmoesj
klandiziekalandiesje
klantkallant
klappen (in de handen klappen)plasj'n (in zèn anne plasj'n)
klappen, in de handen klappenplasjen
klaprooskollebloem
klauterenklefferen
klaveren (kaartspel)klauvern
klaveren(kaartspel)klauvern
klederenklieëren
kleipotieërde
klein broodje (werd samen met het groot brood in de oven gebakken)nen ovekoek
klein huisje, vertrekjekoterolleken
klein kindjebieterke
klein kotkotjn
klein ventjene pallesoeët
klein vinnig kindspidderol
kleine flauw smakende kersskeitkèzzekn
kleine hamburgeruibeken
kleine hoeveelheid vloeistofkwasj
kleine persoonkremper
kleine persoonvernepeling
kleine uitwas van de huidpeperkujereke
kleingeldinkelgeldj
kletsklasj
kletsnatmesnat
kleurkaleur
kleuterschoolkakskool
kleuterschoolbewoeërskool
klimmen, klauterenklèffer'n
klok bij duivenwedstrijden voor het meten van gevlogen tijden doorconstateur
klompklopper
klompenkloppern
klontje suikerpille suiker
kluitklodder
kluit aardeklot
klutsen, schudden, dooreen schuddenkloesjn
knaap, jongenkadee
knabbelenknausj'n
knappend, droogsprok
knettergekne spasje zot
kniezerknisjer
knijpen, pitsenpisjen
knikkermeirbul
knikker van kleipot-iejerdeken
knoeiendasjtern
knoeienprusjen
knoeienmuësk'n
knoeierprosser
knoeierkasjoeberiër
knoeierprusjer
knoeier, vuile smerige werkerdasjteriër
knoestwieër
knotwilgkopbuëm
knuffelend kindflos
koffiekaffi
kokenzoujn
koken (het water kookt)zojen ('t woeët'r zojt)
kolenas (gebruikt om weg te verharden) skramoelje
kom eens hierkomdisj
konijnenkooi (buiten) renne
kool (groente)kuël
kool (steenkool)kool'n
koordjekujereken
koortskeusseren
koortsblaasjes op lippenbrand op de leppen
koprolperrementuëp
kopvleeskop
kopvlees, hoofdklasse, varkenskoposjvlek
kopvlees, varkenskopkipkap, kop, osjvlek
Kopvlees, hoofdklasse, varkenskopKipkap
korst broodkeust bruëd
kort geknipt haarbros, brosk'n
koteletkabernau
koterhaak, pook om kolen op te rakelenkoterauk
koude rillingen krijgende duëd passeert (de dood passeert)
kozijn - familiekozzen
kraag op bier, bierschuimkol
kraaikroë
kraantje (bvb water)krontjn
kraantjeswatervogelwijn
krantgazet
krapuul, krapuleuze familieskramoelje, dat is skramoelje
krentenkorenten
krentenbrood, kramiekkorentenbruëd
krentenkoekbeezekoek
kreunenkrochen
kruisbesstekelbees
kruiwagenbrewet
kruiwagenkerrewaugen
kuchenkummen
kuikentjekisken
kuipbasseng
kusbees
kwartkoeërt
kwartierkottier
kwartjekortj'n
kwastje ter versiering van bvb gordijnenflosj
kwastje ter versiering van bvb gordijnenkalleken
kwelgeest die de eenzame reiziger ’s nachts besprong en op zijn rug bleef zitten. Het slachtoffer diende Kludde een ganse nacht tot het ochtendgloren rond te dragen.kludde

L

laaglieëg
laarzenbotten
laat ze maar doenlotj ze mor lujepen mee er oewer nor buiten
laat ze maar doenlotj ze mor oepen en toepen
ladeskuif
lamp - zaklamp (met dynamo)knijplamp
lamp op batterijenpillamp
lang dun haar zonder krollenpesjekesoeër
lange dunne stokpesje
lantaarnlantieër
lantaarn, olielampkinkee
lantaarnpaallantieëreooeël
lavabopombak
lawaailawijt
lawaai maken met papier (bvb omslaan van een bladzijde van een krant)reuzeln
leep of geslepen iemandne platt'n
leftoepee
lef hebben, stoefentoepee emmen
leibandlisj
lelijkmottig
lelijkmotteg
lendenenleen ('k em last in mijn leen)
lengtemaat 69cmeen èl
leniggalant
lenteuitkommenen
lepelleper
licht sneeuwengremelen
lichte sneeuwgremelink
lichte tuit, vrouwbloeërammelle
lichtjes sneeuwengremelen
lichtzinng iemandzotte moesj
lichtzinnig iemandzotte tuit
liedjevuës
liefkozenflossen
lieveling, persoon die voorrang krijgt op anderenkakkelatjn
lievelingetje, vooral op de lagere school favorietje van de jufkakkelatjn
lijkkistlichter
lijmpleksel
lijmkol
lijmkoltoe
lindeboomlinjebuëm
lolly, rode likstokstamper
lomperikkilo
longvliesontstekingfleurus
loodsangaar
loods, hangarremiesje
loop heen, 't zal wel zijnmen botten
lopen (klein kind dat nog niet goed loopt)geddelen
lopen (snel lopen)getten
lucifersstekskes
lui oog , loens ooglodderuëg
Luiaard, luierikne gestampte loeërik
luidsprekerbox
luie ogenlodderuuëgen
luierikloeërik
luierikpasjakroet
luikblaffetuur
lusterklemsuikerke

M

maagmaugt
maagmaug
maagpijnmougdpijn
maagzuur't zuur emmen
maaltandboktand
maanmoeën
maandmontj
maandagmonjdag
maartmieërt
mademoeë
mager meisjeskerre
magere knieënmeuttekesknienen
maisspoonsjke teirre (spaanse tarwe)
mais (kippenvoer)spoosjke tèirre
manmaun
manventj
mantist
manmaunemeesj
man niet zo verstandigtistepulle
man, jongenkadee
manchet (mouw)masjet
mandmanne
mand van wilgentenenwijme manne
mannetjesduifkeubber
marginalenkrot en kompanie
marktmert
marmitmerremit
mazelenmoeëzel'n
meerse vlaaimieërske vloeë
mees, kool-, pimpelmeesmieës, koolmieës, pimpelmieës
meimau
meikeverronker
meikever met witte schildvlegelsmoljer
meisje (geliefde)mokke
meisje (negatief) gerre
meisje waarop men verliefd ismokke
meisje, kind dat veel plastpiskaus
melk (gewone melk) zoete melk
melk ontdaan van alle bestanddelenslap
melk waaraan water werd toegevoegd, slappe melksjip
melodievuës (a skuë vuësk'n)
meneer pastoormeniejer de paster
mensmeesj
mensenmeesjk'n
mep, slagmot
merelmieërlo
merelmiërlo
merenaarmieërenèr
merenaarpapeter
mes slijpenweutten
mesthoopmessink
mesthoop, metsputmessink
met de bal spelen, bal laten botsenbotteren
met duim en wijsvinger iets (bvb papier) bijeendraaienfribbelen
met hebben en houwenmi zèn klikken en zèn klakken
metermetjn
metselaarmasjer
metselaarsknechtdinjer
metselenmasjen
metselenmasjer
middagop den noen, snoensj
middendoortalvendeur
middendoor (snijden) talvendeur
miermuur
mirabellenmeirbeloeên
misdoenmispikkel'n
mislukt ingevallen brood, pannekoekflazzje
mistiggesmujert
moddermoor
moddermuës
modderig boeltjedasjter
moedermojer
moeilijk persoon, opvliegend persoonviesoeër
moelijkheden, narighedenambras, kweddelen
moestuinlochtink
mompelenmoenjelen
mondsmikkel
mondbakkes
mondtoot
mondtetter
mondbebber
mondfroeter
mondharmonicamontmeziek
monkelenmoenkel'n
mooisjik
moor (keuken)muër
morgenmeiren
morsenbrosselen
morsenmuuësken
morsensmossen
morsen, knoeiensmodderen
mortelmasj
motorkapkapo
motregenmotrèiger
motregendrisjl
motregenendrisjeln, motrèiger'n
mouwmau
mugmoosj
mug - kleine mugknijt
muggenzift (raam)horre
muggeziftenneuten
muntmuntj
muskaatnootkruinoot
mutsmoesj
muziekplaatploët

N

naaiennoeën
naaiennoeë'n
naaldnolje
naapenachternoeër tingelen
naastnévest
naast de kwestie zijngrat nevest zijn
naief iemandsimmen
naief iemand, beetje stomwuiten
nakindachterkommerken, ne rijkmauker
namiddagachternoen
narcistuiteluës
nauwelijksrèzekkes
navelnaugelbuik
nevas
nek't fas
nekbreuk, ruggewervel't fas afvallen
neteltingel
neukenpoepen
neukenvogelen
neuskezze
neusteppen
niet eensalleesj nie
niet moedig persoonslaphanger
niet nauw verwante familieschramoelje
niet schrandere vrouwsjutteke
niet wel wijs zijnvangen
niets, hij kent er niks vanknijt, a kentj er gin knijt van
niets, geen jotaknijt, gin knijt
nieuwsnuus
nochtanspertang
nokpan, vorstpanveustpanne
nonmasseur
nooitnuët ni
nooit, van zijn leven nietvazelève nie
nors persoonne nurk
nummerplaat (auto)plak
nylonnilong

O

okkazie, tweedehandsokkosje
oliebolsmautbol
oliebolsmoutbol
olielantaarnkinkee
om de andere (poort bvb) aloverander
omgekeerd, tegendraadsauverechts
onaangenaam stuurs persoonettefretter
onderbroekkallesong
onderhemd satijn vrouwencombinaisong
onderhemd, marcelllekelijveken
onderjurkkombinezong
onderkruipen't gat onderrau'n
onderstebovenommentom
ondertussenswijles
ondertussenbinsjt
onderwijzermieëster
onderwijzerskoolmieëstr
oneerlijke spelerzeurzak
onervaren persoon, zogend kalfmelkmeutten
ongeduldigheidongeduren
ongelukfatik
ongelukmaleur
ongelukaksident
ongemanierdonbeskoft
ongemanierd iemandonbeskofterik
ongezond wordenvan zijne sus vallen
onhandig iemandfroesjelieër
onnozelaarzjieëker
onnozele tist, een nietswaardjammènklujeten
onoprecht persoonmuilentrekker, smoelentrekker
onrustig heen en weer bewegenkrawietelen
onrustig rondlopendrevelen
ontkennenafstrauën
ontkoppelenambrajeren
ontkoppelpedaalembrajaasj
ontroeringalteroeësje
ontstoken oogledenstijluëg
ontwrichtuit 't not zèn
onvaste ondergrondkwelm
onverwacht aankomenhij komt dor toegestuikt
onvruchtbare vrouwkween
onwel, misselijkmottig
onzeker, wankelskabaulijk
onzin verkopentruut verkujepen, nen truuter
onzin verkopenbroebeln
oogstapplujegstappel
ooitvazelèvn
ooituët
ooit eensIsj
oorwormgaffel
oorwormuërebieëst
oost, oostenuëst, 't uëst'n
op grasveld blekenblieëken
op zijn beloop latenoepen en toepen
opdringenopsolfer'n
opgebrande rest van kolen in de asladeskrammoelje
opgegetenopgeet'n
opnieuwerriejet
opnieuwerdoensj
opnieuw, herdoenerdoensj
oppotter, spaardertoeker
oprit (van een huis)ree
opschepperstoeffer
opschepper, iemand die niets heeftrittebeuzze, ritzak
opvliegend karaktereen keurte wiek emmen
opvliegend karaktertuëp skieten
opzettelijkespres
orendoofuërendul
oude generatie: voor kinderen die nog geen tandjes hadden werd brood met korst voorgegeten en het resulterend lompje brood werd aan de baby gevoerdknabbel
ouder koppel, onafscheidbaar koppelManten en Kalle
oudersouërs
overgevenspaugen
overgeven, kotsengeubel'n
overgordijndraperie
overhaastroefroef
overhemdje voor borelingskabbeken
overhoop halen, met vork aardappelen pletten en dan met saus vermengendasjteren
overjasperdessus
overjas (vrouwen) palto
overrijpmouter
overrijp (van fruit) mauter
overrijpe plekken bij rijp fruitmauterplekken
overschoen van rubbergaloche
overvloedig eteneen koesj leggen
overwinnen, verslaanafdruëgen

P

paal, staakstauk
paarpoeër
paardpiejrd
paardenpieëren
paardenbloempisbloem
paardenmeester, veeartspiejeresjipper
paardenmolen (kermis)piëremeul'n
paardenslamèissaloeë
paardenstalpiejerestaul
paardenvleespiejerevliës
paarspurpel
PaasmaandagPoeësmonjdag
pak met gebroken koekjes (afval van koekjes)brosselpak
pak slaagroefelink
palingpoeëlink
pannenkoekpennekoek
pannenkoek (platte pannekoek)een flasje
pantoffel, slappe ventslasj
parapluperreplu
parelhoenpandarken
parelhoenpandaar, è pandark'n
parkietpirusj
pas geboren kindjepesjoeterke
pasenpoeësken
PasenPoeëskn
pauwpaoe
peerpieër
penstrip
perenpiejeren
persoonmertang
persoonpatriot
persoon van kleine gestaltene kremper
pestenkoejoneren
petklak
peterpetjn
peutertuinkakskool
piekerenop een wieër zitten
piekhaar, stijf haarpinnekesoeër
piemeltje, pietjepisserke
piemeltje, pietjepisjeloe
pijn hebbenzjiër emmen
pilsjeexport
pissebedveirkesbieëst
pissenpissn
pissenzjieëkn
pit (van vrucht), partje van bvb appelsienkèrrek'n
pitsenpisj'n
pitteleer, tuxedokonteklasjer
plaatploeët
plaatsplosj
plaats (dorpsplaats)plesj, de Plesj
plankjeberreken
plassen, zeikensjiëkn
platendraaierpikup
platte schoptroefel
platte steen over water laten springenkeilen
platvoetenplasjvoeten
platvoetenplasjvoet'n
pleinplesj
pluimen verliezen, haar verliezenruiven
poken, peuterenkoteren
politiepoliesje
poortpuuërt
populierkana
portiepoosje
postspoorweg (mail route) mijlroet
potloodpotluëd
pottenbakkerskleipotieërde
preiparau
prietpraat, kletspraat, zeversjieëvr
prikkeldraadpinnekesdroeët
proberen zich te beheersenop zèn sjik bijten
profiteurskuimer
pruikparuk
pruilmondfroeter
pruts, klein meisjeproesj
prutserkasjoeberieër
prutsermuësker
prutserproesjer
puist of wrat met haar bezetpeperkuërek'n
puntzak uit papiertipzak

R

raamvijster
radengroeën
radis noir, ramenasramenasj
rafeling, losse draden van een stuk textielvasjelink
ragebolkobbejauger
rakelingsskiërlinks
ranonkelboterbloem
rare kwastpallesoeët
rauwraud
rauwe hamrau esp
regen - druilregensjabber'n
regen die van dak valt zonder dakgootoosjendrip
regenbuivlaug
regenenrèigern
regenmantelkappusjong
regenwaterrèigewoëter
regenwaterputrèigewoëterput
regenwaterputstieënput
regenwormteilink
reinaaldbraunolje
reukerwtenreukeirtn
reumareumatik
richtingaanwijzerpinker
richtingsaangever autopinker
riek met twee tandengaffel
rijroot
rijden met autotuffen, bollen
rijkaardne rijken
rijkaardrijken toeker
rijshout voor erwteneirterijs
ritssluitingtirret
rivier de denderdenjer
rivier de scheldeskellje
rode hondrujen ont
rode koolruje kujelen
rode of witte aalbestroepelbezen
rokensmujeren
rolluikafrolder
rommelannekesnest
rommelbrossel
rommelrabatkol
rondlopenover en weer kasjen
rondslingeren, slordig laten liggenlotte raun
roodrujet
roodborstjeruëbeustjten
rozenkranspoeêternostr
rozenkransruëzekraus
rubberkatsjoe
rubber schoen (waarmee nat gepoetst wordt)galosj
rubberen wisser aan steelaftrekker
rugdrug
rugdrug, mijnen drug
ruikenrieken
ruilenmangelen
runderhorzelstrontvlieg
rupsfornijn

S

salaris, loonpree
samentegoeër
samentuëp
samentrekkentuëpskietn
sanseveriavrouëntong'n
sante, gezondheidarrou
sap van zoethoutkallisjezap
schaafselskauvelingen
schaarslijperskieëresleip
schaatseen skofferdijn
schaatsenskofferdijnen
schaduwlommerte
schalie, dakpanskolje
schappulierskappelier
scharenslijperskieëreslijp
scharrelen, rommelenroefelen
scheermesschèis
scheermeskrabberke
scheetprot
scheidenskiejen
schiften (van melk)kabbelen
schilderverreverèr
schilderskiljr
schip, bootbujet
schoenvetersrijgkuêrn
schoenvetersrijkuërn
schommelbijs
schommelenbijzen
schommelstoelskokstoel
schoolskool
schoonskuën
schoonmoederskuëmoeder
schoorsteenskaupijp
schoot (op zijn schoot nemen)skuët
schoppen (kaartspel)skipern
schortvujerskujet
schrikkenverskoesjn
schudden, dooreen schuddenkloesjn
seringensosjemienen
siertuinbloemenof
simpel persoonnen doesj
Sint Maartensintjemerten
sjaal, sjerpsjal
slasaloeë
sla uit de weidemeissaloeë
slaansloeën
slabank
slabbetjebavet
slabbetjezjieëverlap
slag, kletsklet
slagen krijgentoefeling krijgen
slager, beenhouwerbiënaur
slager, beenhouwerbieënour
slapflok
slaperigvaak ebben
slappe ventslasj
slecht gehumeurd iemandazijnpisser
slecht geklede manklodderond
slechte kwaliteitkamelot, erzats
slechte kwaliteit, namaakerzats
slechte schilderfacadeklasjer
slechte sluwe vrouwpekelteef, teef
slechte vrouwploeëster, een ploeëstere zotte
slechte vrouwvlaug
sledeijsstoel
slepend wandelensloefen
slipslep
slordige vrouwloeze
smalle boomspadebuëmskip
smalle strookrichel
smodder, dingen die vuil zijnsmodder
snedeskelle
sneeuwsnieë
sneeuwensnieën
sneeuwen - het sneeuwt't snieëtj
sneeuwklokjesnieëklokske
snelbinder (fiets) rekker
sneltrein naar Duitsland (op internationale lijn Oostende - Duitsland)den Deusj
snelverbandlaksk'n
snijwondesnabbe
snobspiëtieër
snoepensmokkelen
snoepgoed van dropchichippekes
snoepzak met gebroken koekjesbrosselpak
snoever, stoefferparettemauker
snormoestasj
snuiftabaksnuif
snuit van een varkenfruuter
snultroeten
soeppotmerremit
soeppot, grote kookpotmerremit
soesje, éclairsjoeken
spaanse vliegspoosjke vlieg
spadeskip
spar, den, pijnboomsperre
spatbordgardeboe
spattenspasj'n
speekselspiksel
spekgeregelt
speldspelle
spiegeleipieërenuëg
spijbelenachter d'haug moeën
spit, rugpijnpik (a zitj mi de pik)
spit, rugpijnverskot (a eet 't verskot)
spithak, schoffelbrauk
spittengrauvn
spleetgerre
spleetogenpiepuujegen
sponsachtige raapvuuëze raup
spoorwegijzereweg
spoorwegroet
spoorwegovergangbarrieël
sprekenklappen
spuwenspaugen
spuwenspiëkel'n
staartstiejert
staartstieërt
staartne koddn
stappenterren
stationstoeësje
steegjestretjn
steenslagbrikaljong
stekelbaarsstekelbabbe
stekelbessteeklbees
stekelvarkeneen èsse
stempelendoppen
sterke bicepsfokseballen
stervenzèn kèis uitblèizen
stijfselaumeldonk
stijfsel, zetmeelaumeldonk
stoeferfafoel
stoeienfikfakken
stom gelukoeresjauns
stompstamp
stoofvleesstoverau
stootkarstuëtkerre
stopcontactpries
stotteraarèkkelieër
stotterendoddel'n
stotterenèkkelen
straatlampstroeëtlamp
strak haarpesjekesoeër
straksfleus
strostruje
struik grasul, nen ul, een ulleke
stucwerkplekkerderou
stuipenseskes
stuk hout om luik te klemmenweddelken
stukadoorplekker
suikerbietbetrauf
suikergoed (rood) op stokjestamper
suikerklontjepille (suiker)

T

taarttoeërt
tafelkleedammelauken
tafelkleedtwal cirée
taknen tek
taktek
tak, takkentekker, tekkeren
tandjebieterke
tante, tante Mariatanjtn, tanjte Mia
tapijtenverkoper rondtrekkendne tsjoektsjoek
tarweteire
te gaar gekooktsmodderezocht
teen, tenentiejen, tiejenen
tegeltichel
tegendraadscontroeër
tegendraads, omgekeerdauverechts
telefoontellefong
telkens weerklasj verkieerd
terwijlswijl
tetanusklem
teveel aanrekenenmi dubbel krijt skrijven
timmeraartuiffeliër
timmerentuiffel'n
tintelen (vingers bvb) singelen
toch niettendoetendoet
toch weltoetoet
toedekken (in bed)toeduffel'n
toegetakeldgeskallotterd
toegetakeldvermangelisjieërd
toeloop van vele mensenbegankenis
toetakelenskalotteren
tomatensoeptomattesoep
tortelduiftittelduif
touw, koordzjieël
toverhekstujerverkolle
traagtrèig
trappen (fiets voortbewegen)tèr’n
trapper (fiets)pedal
trechtertrefter
treinkaartjekoepong
trekkensnokken
trekpaardboerepiejerd
treuzelaartroesjelèr
treuzelentroesjelen
troepannekesnest
troepbataklang
troffel, truweeltrawieël
tromboneskuiftrompet
trosanjersduzendskujen
trottoirbaugank
truigillee
truilijfrok
truivarreus
tureluurs van het lawaaiuuërendul
turnschoenen, `turnpantoffels`turnslasj'n
Tussen de vingers wrijvend ronddraaiienfribbeln
twaalftwèllef
tweedehandsokkosje

U

uil, stommerikuiben
uil, stommerikwuiten
uilskuikentroeten
uitgerafelduitgeketteld
uitglijdenwegrisjen, wegsleren
uitglijdenuitsleren
uiting van verwonderingalleh begot
uitrafelenuitvasjelen
uitslag, acnébrand
uitwisselenmangelen

V

vaarsvèis
vaasvoeës
vadervoeër
vadervaudr
vaderde patj
vaderpatj, de patj
vals vriendelijkne platten
valsspelenzeuren
valsspeler, iemand die bij het spel bedriegtzjeurzak
van een slechte familierabatkol
van geen grote kwaliteitvan 't zeveste knopsgat
varkenveirkn
varken versnijdenskieën van een veirken
varken, bigviggen
varkensvetreuzel
varkensvetsmout
vast en zekertoetoet
vechtenbatteren
veeartspieëremieëster
veeartspiejereprosser
veel en continu pratentetteren
veel etenskoefelen
veel lawaai maken, veel drinkenlampetten
veel over en zeer geloopbegankenis
veer (van dier)vieër
veer, spiraalveerressaur
veiligheidsspeldtoespelle
veldmuisdolleken
veldmuisjedolleken
veldslamuizenuuërekes
veldwachtersjampetter
veldwachterchampetter
velgzant
velgzjaunt
veloers, een broek van velours (corduroy ) floer, een floeren broek
venijnige tongtang
venijnige vrouwEen visj
vensterluikblaffetuur
ventielsjepap
verbandwinje
verband (van wonde)winsjel
verband, zwachtelwinsjel
verband, zwachtelwinje
verbranden, smeulenverkizzeln
verdieping, ophopingstosje
vereeltverwieêrt
verfverref
vergiet, chinoisstramien
vergiet, chinoisverzijp
vergieten, laten uitlekkenverzijpen
verhaaltjevertelsjek'n
verkeerd behandelenmismieësteren
verkering, relatievrau'osje
verknoeienverdimmeleren
verkoudheidvallink
verkoudheid (borst, zware verkoudheid)beustvallink
verminktvermassakreert
verplaatsbaar konijnenhokrenne
verslenzenversloensjen
versnellingsapparaatverzet
verstoppertje spelenpiep doen
verstopt zijn, niet naar de wc kunnen gaanbrajnig zijn, brannig zijn
verstopte neusversnoft
vervangende dooppeterpètjn
vervelentegensteken
verwarde boelannekesnest
verwarde boelverwedderd
verwelkenversloensjn
verwelkenversloensjen
verwelktversloensjt
verzekerenverassereren
vestfrak
vestzjip
vest, ondervestzjip, onderzjip
vet van varken, vervanger van botersmaut
veterrijkuëre
vieze persoon, luiaardluizezak
violier (bloem) stoffelier
visceuze massadedder
vislijnpesje
vitterknisjer
vlaai (gebak)vloeë
vlaaien (peperkoekgebak) vloeën
vleesbisj
vleesvliës
vleiermoufrotter
vleier, flemergatlekker
vleugelvleurink
vleugelzwing
vliegenraamvliegeraum
vliegtuigvlieger
vlinderne zommervogel
vlinderzommervogel
vlovluë
vloeipapierkladder
vloekenne kletter aftrekken
vlug, snelrap
voeder, dierenetenvoeier
voederen, eten geven aan dierenvoeier'n
voetpadplankier
vogelkooimuit
volgendenoste
volgende keertnostekieër
volgende weektnosteweek
vollediggieëlegaus
volslagen gekne bloeëre zot
Volslagen zit, marginale gelne vuëze zot
vonken van hout (openspringen van hout bij opbranden)feisteren
vooraanvaveuren
vooravondvalauved
vooravondveurauved
voorgekauwd voedsel voor babiesknabbel
voorn (vis) blik
voornaam: EdmondMong, Mongskn
voornaam: FransFraus
voornaam: JeanSjang
voornaam: KarelSjauln, Sjaulekn
voornaam: Paulde Polle
voornaam: Robertden Bert
voorste van een broekveurbroek
voortvuuërt
voos (zonder gevoel, gevoel na bevriezen, lelijk)vuës
vorkfringket
vrachtwagenkamijong
vreemdskau
vreemd gaanskieëfpoep'n
vreemd gaand iemandskieëfpoep'r
vreemd iemand, iemand die raar doetskau maun
vriend - vriendenkammeroeët - kammeroeët'n
vrijdagvraudag
vrijgezeljonkmaun
vrijlooppijonglieber
vrijloop - fietsen zonder te trappenpijonglieberen
vroege aardappelenieëstelingen
vrouwvraumeesj
vrouw die veel en nietszeggend praatkweik
vrouw van lichte zedengèrre
vrouw, domme vrouwkalle
vrouwenlopervrouëntoeker
vuilniswagenvuilkerre
vuurpotollepot

W

warboelannekesnest
warmweirem
warm gekleed zijningeboenjeld
wasknijperwasspelle
wassen, zich wassenèm een vreef geven
wat krijgen we noukust nou mèn kluëten
waterwoeëter
waterwoëtr
waterhoenwoeëterkieken
waterhoofdwoeëterkop
waterketelmuujer
waterkraantjewoëtrkrontjn
waterkruik (voor warm bed) beuzze
watermolenwoeëtermeulen
waterputstieënput
wc't fintrek
wc (buiten het hoofdgebouw)'t uizeken
wc (toilet buiten het eigenlijke huis) uizeken - a zitj op 't uizeken
wedstrijdlutte
weduweweef
weegschaalbaskul
weegtoestel, weeghaakeuzel
weerlichten, bliksemen zonder donderauluchten
weeskindwieës
wegrijdenafbollen
weidemèis
weinig - een weinigtitjen, tisjken
weinig kracht hebben in de armenpuitemacht
weinig pientere manzjoeben
wenenbliejeten
wenenskriejeven
wenenuilen
wespfluitenier
wespfluit’nier
westvlamingne westflut
westvlamingwestflut
wielrennerkoeruir
wij doen voortwèr doen vuuërt
wijfjesvogel, modepoppoep
wijsheidstandboktand
wilde kersskijtkezze
wilgenhout (voor het geleiden van erwten)rijsout
wilgentakjewisje
wilgentenenwijmen
wilgentenenwijm'n
willekeurig, onvoorbereidop de wiljen boef
willekeurig, onvoorbereidop 't goe vallen uit
willens nillenspersé
wimperpinker
windje, scheetprot
windmolenwindjmeulen
windmolen (in hout) standert kuujerenmeulen
windmolen (in steen) topmeulen
winterkoninkjekeuninkske
wisselgeldinkelgeldj
witwut
witloofwutluëf
witte (iemand met blond haar)wutten
wol, bol wolsoewe
wondegabbe
wondkorstrap
wormtèilink
wormweurrem
worm, mademoeë
wormsteekmoeësteek
worstsjisjisj
worstsosisj
worsttrip
wortelweuttel
wortelgestel van afgezaagde boomijsgat
wortelstok van zoethoutkalisjenout
wortelstronkaugat
wratwert
wreed, ergvriejed
wroetervruter
wurgenversmachten

Z

zaag, zeurderkreft
zaalzoeël
zacht (van bvb appel)mouter
zachtjes regenensjabberen
zadelzoeël
zagenkreften
zagen, klagen, grollen, zeurengrèven
zak aardappelenkloesj petatten
zak van jute of stofkloesj
zak, taskabas
zakdoekneusdoek
zakgeld, zondaggeldmèn pree
zaklamp - een handdynamo, zaklantaarn met een door de hand in beweging gebrachte dynamoknijplamp
zangwedstrijdcrochet
zanikensjikanneren
zaniker, zaagzaug
zaterdagzoeëterdag
zavelzouvel
ze is aan het breienz'eetj erren brei opstoeën
ze praten niet met mekaar, kleine ruziestommen ambacht
zeefzift
zeer armtierigkrot en kompanie
zeer magere man, kartonnen figuur aarvan benen / armen konden bewegenne spettelieër
zeikensjieëk'n
zeikerdsjieëker
zeikertsjieëkr
zeilbasje
zeildoek, tafellakentwalsiree
zeker en vastvaneigest
zekeringplong
zerkzèirk
zerobros
zeugzoeg
zeurder, valsspelensjeurzak
zeurderig iemandzeurzak
zeurenkrèften
zeuren, vals spelensjeurn
zeurkouszaug
zeurkouskrèft
zeversjiëverderau
zeveraarmemmer
zeveraarsjiejekerd
zeveraarsjiëverèr
zeveraarbroelieër
zeverenmemmen
zeverensjieëvern
zeverenbroebeln
zich geweldig inspannenzen kijt afdroeën
zich inspannenzen devuëren doen
zich weren, zich verdedigenem wieëren
ziek zijneen kwoeël emmen
zigeunerboëemer
zijn hebben en houdende santenboetik
zingoestink
zinderen, tintelentintjelen
zo een, dergelijkeazuën
zoethoutkallisjenout
zoethoutkalisje
zoethoutsapkalisjezap
zolderopperste
zoldertopperste
zonzunne
zonder geld zittenginne rotte frang emmen
zorgenzjenosje
zot zijndeurterren
zuurtje, zure snoepsmoelentrekker
zwaar, warm weerdoef
zwaar, warm weerlaf weer
zwaluwzwoeëlem
zwartzwert
zwartene zwertn
zwarte dropsjisjip
zwarte teen (van gangreen) ne zwerten tieën
zweerzwieër
zweetzwieët
zweetvoetenzwieëtpateekes
zwerverlandluëpr
zwoel, drukkend warmlaf
zwoel, drukkend warmdoef

16 opmerkingen

  1. 15. Zoals in een veel groter deel van het Vlaamse taalgebied wordt de doffe e in -en (in werkwoorden en meervoudsvormen) zelden uitgesproken (net als trouwens in Zeeland, Drenthe en Overijssel) en zeker de h aan het begin van een woord niet aangeblazen.
  2. 16. Druëgen ieërink(stofvis) is erg zout en werd gratis in de cafés opgediend. Het zoute moest de klanten meer doen drinken - te vergelijken met de zoute peanuts van vandaag.
  3. Bij Meerse verkleinwoord is alle regelmaat ver zoek. bvb: kroën (kraan) = krontj'n kraum (kraam) = kromken piërd (paard) = piërek'n mokke (meisje) = moksk'n kiek (kip) = kisken puit (kikker) = puitj'n, puuërt (poort) = purtj'n, enz.
  4. De `sch` wordt uitgesproken als `sk` vb de school = 't skool, schuiven = skuiven, etc., en dus wordt de 'schr' niet uitgesproken als 'sr' (zoals in Nederland) maar wordt 'skr'= skrijven, skrieëv'n, etc
  5. Geuzennaam of bijnaam voor inwoners van Mere is papetere. Het volksliedje dat op allerhande feesten aangeheven wordt gaat dan ook over de Meerse pap:
    `De Mieërske pap, a is zu slap, wèir eten em gieër'n
    de Mieërske pap, a es zu slap, wèir ete gieëre pap.`
  6. Het Meers is niet consequent als je van de standaardtaal vertrekt. Zo wordt niet elke 'aa'-klank van de standaardtaal vervangen door een zelfde klank. Kijk maar: twaalf = twèllef vraag = vraug taart = toeërt traag = trèig slaan = sloeën maand = montj Vlaams = Vleums laag = lieëg, etc
  7. In Mere en in de rest van Oost-Vlaanderen wordt het werkwoord gaan vaak dubbel gebruikt: hij gaat gaan wandelen, hij gaat gaan eten, we gaan dat gaan doen, etc
  8. In het Meers bestaat de letter 'h' niet en wordt nooit ofte nimmer aangeblazen.
    De 'g' is zacht en er is een duidelijk onderscheid tussen de stemhebbende zachte 'g' en de stemloze 'ch'. Bij geen van beide klanken is er enig geschraap in de keel die je bij diezelfde klanken in Nederland wel hoort = 'leggen' versus 'rochel', ...
  9. In het Meers worden de woorden 'ja' en 'neen' vervoegd. Als je b.v. vraagt: `Heeft hij dat gedaan ` dan volgt er een antwoord dat op `Ja hij` of `Neen hij` neerkomt. Dit geldt voor alle persoonlijke voornaamwoorden. De vervoeging van 'ja' is bovendien onregelmatig. ja ik: jeu(k) ja jij: jaug ja hij: joën ja zij: joeës ja het: joeët ja wij: jaumen ja jullie: jaug ja zij: joeës neen ik: niënek neen jij: nieëg neen hij: nieën neen zij: nieës neen het: nieëtj: neen wij: niënem neen jullie: nieëg neen zij: nieës
  10. In het Meers zijn er vele alliteraties terug te vinden, soms een klanknabootsing. Voorbeelden: - `krot en mot` = helemaal, volledig vb. `z'ee `t mi krot en mot opgeet'n` (ze heeft het volledig opgegeten) - `mè zèn klikken en zèn klakken` = met z'n hebben en houwen vb. a es mè zèn klikken en zèn klakken buitegesmeet'n (hij is met zijn hebben en houwen buitengezet) - `oepen en toepen`= op zijn beloop laten vb. lotj zje moer oepen en toepen (laat ze maar doen zonder er veel op te letten), pak'da in a puëten en speltj dat in a kluët'n =eet dat maar op.
  11. Konijnen eten bij gevaar hun jongen op en stoppen dan met het plukken van nek / borsthaar voor het maken of onderhouden van het nest. Daardoor lijkt het alsof het konijn een baard heeft. In Mere zegt men dan op iemand met een lange onverzorgde baard dat hij zijn jongen heeft opgegeten
  12. Mere is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Erpe-Mere. Het is het geboortedorp van de laatste Belgische overwinnaar van de ronde van Frankrijk, Lucien Van Impe.
    Mere heeft 5033 inwoners (1 januari 2003) en is daarmee de deelgemeente met het meeste aantal inwoners, het heeft een oppervlakte van 5, 77 km². Mere is gelegen aan de Molenbeek-Ter Erpenbeek. Het wordt omringd door Erpe, Ottergem, Bambrugge, Aaigem, Haaltert en Nieuwerkerken (deelgemeente Aalst). Mere ligt in de Denderstreek. Op de grens van Erpe, Mere en de Aalsterse deelgemeente Nieuwerkerken bevindt zich het gehucht Edixvelde. Het hoogste punt van de deelgemeente Mere bevindt zich op de Gotegemberg, deze top haalt net geen 68 meter hoogte. In de Diepestraat (naast de windmolen) werden tanden van diverse zeevissen, waaronder haaien gevonden. Zij tonen aan dat in de prehistorie het land de bodem van een zee vormde.
    In 800 werd Mere in een document genoemd als Meren. Wellicht stamt de naam af van de vele moerassen (meren) in de buurt van het dorp. Waren er aan het begin van de 19de eeuw nog zo'n 1874 inwoners in het dorp, tegen het eind van diezelfde eeuw had het 2942 inwoners. Toentertijd bestond de voornaamste bedrijvigheid uit een windmolen, drie watermolens en een fabriek die aan 1000 inwoners werk bood. Jaarlijks trokken zo'n 300 bewoners naar Frankrijk als seizoensarbeider om daar te helpen met de oogst.
    Het wapenschild van Mere is een rechtstaand zwaard en drie gouden bollen op een zwarte achtergrond.
    De bekendste bijnaam voor de Merenaars was de Papeters, minder bekend waren de bijnamen Mere-rot, De Papboeren en De Vechters.
  13. Van de buurgemeente Haaltert zeggen wij dat ze daar zot zijn: `on aloverander puuërt stoeët er ieënen`
  14. Zinnetje gebruikt door omliggende gemeenten om de eigenheid van het Meers aan te geven `in Mere op de kassei lagen drie rauwe eieren met een prei erbij` wordt in het Meers: `in Mieër op de kassau lougen drau rau auren mi ne parau derbau`
  15. een twee drie elf twaalf veertien twintig dertig veertig vijftig zestig zeventig tachtig negentig
    ieën twieë drau ellef twellef vieërtien twintjeg derteg tvieërteg tvijfteg tzesteg tzeveteg taggeteg tnegeteg
  16. wat hier Merenaars genoemd wordt is eigenlijk Meers. Merenaars bestaat niet. Zoniet is er ook Erpenaars, Ledenaars, Gentenaars, Brusselaars, etc..